ID.nl logo
Huis

Video streamen met Raspberry Pi Camera Module

In een eerder artikel vertelden we je over de mogelijkheden van de Camera Module voor de Raspberry Pi. In dit vervolg leggen we uit hoe je een videostream opzet.

Lees hier eerst hoe je de Raspverry Pi Camera Module installeert.

We gaan de Pi Zero W ‘headless’ gebruiken (wat in dit geval betekent: zonder grafische gebruikersinterface) met inlog via ssh. Begin met het flashen van de micro-sd-kaart met bijvoorbeeld Etcher, beschikbaar voor Windows, macOS en Linux. Hierin kun je direct het zip-bestand kiezen als bron. Haal de laatste versie van Jessie op uit het archief.

Haal na het flashen de kaartlezer even los zodat de kaart wordt herkend. Negeer meldingen over het formatteren van de kaart. De bootpartitie is toegankelijk en bevat onder meer het bestand kernel.img. Voeg hier twee bestandjes aan toe: een leeg bestand genaamd ssh (zodat direct na het booten ssh-toegang mogelijk is) en een tekstbestand genaamd wpa_supplicant.conf met de netwerkinstellingen (zodat verbinding met wifi wordt gemaakt). Het bestand wpa_supplicant.conf ziet eruit zoals hieronder. Bij wifinaam voer je de ssid van je wifi-netwerk in en bij wachtwoord het bijbehorende wachtwoord.

country=NL ctrl_interface=DIR=/var/run/wpa_supplicant GROUP=netdev update_config=1 network={ ssid="wifinaam" scan_ssid=1 psk="wachtwoord" }

Als de instellingen correct zijn, vind je na het booten het ip-adres van de Pi terug in de verbindingslijst van je router, de mobiele app Fing of via het Windows-programma Advanced IP Scanner. Als het niet werkt, kun je altijd een nieuw wpa_supplicant.conf-bestand maken en de Pi herstarten. Log nu in via ssh op dit ip-adres, met een programma zoals PuTTY. De standaard gebruikersnaam is pi met het wachtwoord raspberry.

Updaten en foto's maken

Zorg eerst dat de software up-to-date is met deze twee commando’s:

sudo apt-get update sudo apt-get dist-upgrade

Verder hoef je wat configuratie betreft maar één stap te doorlopen: open de configuratietool van de Pi met

sudo raspi-config

Activeer de camera onder Interfacing Options. Zorg ook dat onder Localisation Options de juiste tijdzone is geselecteerd. Ga naar Finish en herstart de Pi.

©PXimport

Je kunt al direct een foto maken vanaf de opdrachtprompt met de opdracht

opdracht raspistill -o beeld.jpg

Handige parameters zijn bijvoorbeeld -vf en/of -hf om het beeld respectievelijk verticaal en horizontaal te draaien. Om alle opties te zien, voer je alleen het commando raspistill uit. Met de tool kun je ook een time-lapse maken. Met onderstaande opdracht wordt gedurende 30 seconden (30.000 ms) iedere twee seconden (2.000 ms) een foto gemaakt:

raspistill -t 30000 -tl 2000 -o foto%04d.jpg

De %04d in de bestandsnaam zorgt er voor dat de losse foto’s worden genummerd (met 4 cijfers). Er bestaan diverse tools om van de foto’s een time-lapse video te maken. De Pi zelf is daar wat traag voor. Handiger is een Windows-programma als zoals Time-Lapse Tool of VirtualDub. Die laatste is gratis, maar minder gebruiksvriendelijk. Ook een tool om video te maken is aanwezig: met de opdracht

raspivid -o video.h264

h264 maak je een vijf seconden durende video. De tijd in milliseconden geef je aan met parameter -t. Voor een minuut is dat -t 60000.

Videostream voor Camera Module opzetten

Je kunt ook vrij simpel een videostream opzetten. Een aardige optie is cvlc, een ‘kale’ versie van de videospeler VLC. Je moet helaas wel het complete pakket installeren met de opdracht

sudo apt-get install vlc

De onderstaande opdracht start een rtsp-stream (real time streaming protocol) met 800 × 600 pixels en 25 frames per seconde.

raspivid -o - -t 0 -w 800 -h 600 -fps 25 -b 250000 | cvlc -vvv stream:///dev/stdin --sout '#rtp{access=udp,sdp=rtsp://:8554/stream}' :demux=h264

In bijvoorbeeld VLC onder Windows kun je de rtsp-stream openen via Media / Netwerkstream openen. Geef als adres rtsp://ip-adres:8554/stream op waarbij je ip-adres vervangt door het ip-adres van de Pi. De rtsp-stream kun je ook openen in bijvoorbeeld Surveillance Station (vanaf versie 7.1 bèta) op een nas van Synology.

Hoewel VLC een goed hulpmiddel is, blijkt de vertraging relatief groot door het bufferen. De minste vertraging krijg je met GStreamer, maar het vereist een script op zowel de server als client en werkt vooral efficiënt tussen de Pi en Linux of Mac. Een goed alternatief is mjpg-streamer, waarvoor een verbeterde doch experimentele versie op GitHub is te vinden. Instructies om de tool te compileren vind je er ook. Nadat je het streamen hebt gestart, krijg je in een browser een welkomstpagina te zien met linkjes naar de stream.

UV4L met WebRTC

Een nog mooier alternatief is de Userspace Video4Linux2 (UV4L) streamingserver met de WebRTC-uitbreiding, die sinds april ook beschikbaar is voor de Pi Zero (W). Daarmee kun je multimedia rechtstreeks naar een browser streamen. De installatie vergt iets meer stappen. Begin met het toevoegen van de bron met:

curl http://www.linux-projects.org/listing/uv4l_repo/lrkey.asc | sudo apt-key add –

Voeg met teksteditor nano via het commando

sudo nano /etc/apt/sources.list

de volgende regel toe aan de sources:

deb http://www.linux-projects.org/listing/uv4l_repo/raspbian/ jessie main

Bewaar de aanpassingen met Ctrl+O en verlaat nano met Ctrl+X. Werk de bronnen bij met

sudo apt-get update

en installeer UV4L samen met de driver voor de cameramodule en een servicescript met:

sudo apt-get install uv4l uv4l-raspicam uv4l-raspicam-extras

Start de service vervolgens met

sudo service uv4l_raspicam start

Je kunt ook opdrachten als restart, stop en status geven. Installeer vervolgens de streaming server met:

sudo apt-get install uv4l-server uv4l-uvc uv4l-xscreen uv4l-mjpegstream uv4l-dummy uv4l-raspidisp

De uitbreiding WebRTC voor de Raspberry Pi 1, Pi Zero en Pi Zero W installeer je met:

sudo apt-get install uv4l-webrtc-armv6

Voor een ander model Raspberry zoals de Pi 2 of 3 is dat:

sudo apt-get install uv4l-webrtc

En streamen maar!

Heb je alles geïnstalleerd, dan kun je de streamingserver starten via de volgende opdracht:

sudo uv4l -nopreview --auto-video_nr --driver raspicam --encoding h264 --width 640 --height 480 --framerate 20 --server-option '--port=9090' --server-option '--max-queued-connections=30' --server-option '--max-streams=25' --server-option '--max-threads=29'

Achter encoding kun je eventueel h264 vervangen door jpeg. Resolutie en framerate kun je naar wens aanpassen. Stop altijd eerst het huidige proces met

sudo pkill uv4l

voordat je een nieuwe stream start. Een stream kun je direct met bijvoorbeeld Firefox of Chrome bekijken door te browsen naar http://ip-adres:9090/stream waarbij je ip-adres vervangt door het ip-adres van de Pi. Een welkomstpagina vind je op http://ip-adres:9090. Optioneel kun je ook audio meesturen, zelfs audio en video in twee richtingen behoort tot de mogelijkheden.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.