ID.nl logo
Gratis plaatjes en banners voor Instagrams, YouTube en Facebook maken
© Reshift Digital
Huis

Gratis plaatjes en banners voor Instagrams, YouTube en Facebook maken

Maak kennis met Snappa: een handige tool waarmee je snel professioneel uitziende afbeeldingen gratis kunt maken – denk aan e-mailbanners, YouTube end-screens, Instagram-afbeeldingen, uitnodigingen, advertenties en blogposts. Hoe dat precies werkt, leggen we je graag uit!

Wil jij snel professioneel uitziende afbeeldingen maken? Dan kan de applicatie Snappa jou een handje helpen! Met deze handige tool is het maken van afbeeldingen die professioneel ogen kinderspel. Hoe dat precies werkt, leggen we je in dit artikel graag uit! We behandelen het onder andere het volgende:

Je hoeft geen software te installeren. Om met dit webprogramma aan de slag te gaan, heb je alleen een browser en een internetverbinding nodig die je naar www.snappa.com brengt. Dat betekent meteen dat je overal aan je projecten kunt werken. Als je genoegen neemt met enkele kleine beperkingen zul je van deze dienst genieten. Snappa is gemaakt om met stijlvolle, maar statische afbeeldingen voor de dag te komen, maar het is niet mogelijk om animaties op te nemen in de lay-out. Een andere beperking is dat je geen aanklikbare koppelingen aan je creatie kunt toevoegen. Snappa gaat ervan uit dat je je eigen cms of socialmedia-toepassing gebruikt om links aan de afbeeldingen te koppelen. 

Gratis account 

Snappa heeft verschillende abonnementen. We raden aan te beginnen met de gratis formule. Op die manier kun je het programma alvast in de vingers krijgen en kun je al doende ervaren of het aan je verwachtingen voldoet. Dat betekent dat je jezelf registreert met je e-mailadres en een wachtwoord. Even later ontvang je een mailtje waar je op de bevestigingslink klikt en daarna is het Starter-account actief. Hiermee heb je toegang tot meer dan zesduizend sjablonen en meer dan vijf miljoen HD-afbeeldingen. Het gratis abonnement staat slechts drie downloads per maand toe. Met een pro-account, dat je tien dollar per maand kost, heb je toegang tot hetzelfde aantal sjablonen en afbeeldingen, maar mag je ze onbeperkt downloaden. Bovendien beschik je dan over een mogelijkheid om de achtergrond van foto’s te verwijderen. 

Probeer eerst het Starter-pakket. 

Een nieuwe graphic 

Eigenlijk hoef je nooit van nul te beginnen. In plaats van naar een leeg canvas te staren, gebruik je beter een van de duizenden kant-en-klare ontwerpsjablonen die er stuk voor stuk professioneel uitzien. Nadat je bent ingelogd, kom je op de pagina Create a Graphic. Hier kun je zelf een waarde ingeven voor de breedte en hoogte, maar de meeste gebruikers zullen kiezen voor de thema’s die je hier aantreft voor sociale media, blogs, infographics, e-bookcovers en meer … Laten we bijvoorbeeld beginnen met een Facebook Post, die bij Snappa 1200 × 900 pixels meet. 

Geef eerst aan welke type graphic je wilt gaan maken. 

Sjablonen 

Nadat je het type graphic hebt gekozen, krijg je de templates te zien. Het aanbod is overweldigend. Scrol door de lijst miniaturen en concentreer je op de vorm en nog niet op de inhoud, want de templates tonen aankondigingen, uitnodigingen, felicitaties en meer … Klik op ontwerp dat je het meest bevalt. De kleuren, de tekst en de inhoud kun je later bewerken. 

Iedere type graphic toont heel veel sjablonen. 

Achtergrond selecteren 

Het sjabloon opent. Begin met de achtergrond; daarvoor selecteer je in de knoppenbalk de knop Bkgrnd. Hier krijg je vier tabbladen te zien die je naar een ander type achtergrond brengen. Eerst is er het tabblad Photos, waar je een zoekterm gebruikt om de enorme beeldbank te raadplegen. Klik op de foto die je als achtergrond in de sjabloon wilt plaatsen. Met het tabblad Patterns blader je door een collectie moderne achtergrondstructuren. Het tabblad Uploads gebruik je om eigen afbeeldingen te selecteren die je via de knop Upload an image aan je persoonlijke beeldbank hebt toegevoegd. Alle afbeeldingen die je zelf uploadt, worden opgeslagen in je persoonlijke ruimte op beveiligde Amazon S3-servers. Ten slotte is er het tabblad Color om een egale achtergrondkleur te selecteren. 

Gebruik de zoekfunctie om de juiste foto-achtergrond te vinden. 

Effecten op achtergronden 

Nadat je een achtergrond hebt gekozen, kun je effecten toepassen. Daarvoor dient de knop Effects. Hiermee kom je bij een aantal grafische instellingen in de vorm van schuifjes die de leesbaarheid verhogen of die de achtergrond een ander karakter geven. Met Color Overlay plaats je een kleurbedekking over de afbeelding. Je kiest eerst een kleur en daarna bepaal je de dekking. Je kunt de achtergrond ook donkerder maken en eventueel vervagen, zodat een ander onderdeel op de voorgrond meer aandacht krijgt. 

Als je de regelaar Saturation naar rechts sleept, worden de kleuren van de achtergrond levendiger. Zet je de Saturation op -100, dan verandert die afbeelding in zwart-wit). Daarnaast kun je ook nog de kleurtoon (Hue), helderheid (Brightness) en contrast (Contrast) aanpassen. Snappa houdt de gekozen instellingen vast. Dat betekent als je later voor dit project een andere achtergrond zou kiezen, dezelfde effecten automatisch op de nieuwe afbeelding worden toegepast. 

Als je de verzadiging (Saturation) van de achtergrond op -100 instelt, krijg je een zwart-witte achtergrond. 

🟢 Afbeelding op afbeelding

Niets belet je om andere afbeeldingen boven op de gekozen achtergrond te plaatsen. Onder de knop Graphics vind je de tabbladen Icons, Vectors, Photos en Uploads. Wil je een pictogram plaatsen, dan vind je die onder Icons. Maar het is ook mogelijk een vectorplaatje, een ander kiekje uit de fotobibliotheek te selecteren of een eigen foto te uploaden. In dit voorbeeld hebben we een afbeelding van de harde schijf gebruikt. Het gaat om een rechthoekige foto waar we vooraf alles buiten de cirkelomtrek transparant hebben gemaakt. Afbeeldingen in de png- en gif-indeling ondersteunen transparantie. Dit plaatje zal in je persoonlijke Snappa-bibliotheek worden opgeslagen en vandaar gebruik je deze ingeladen afbeeldingen zoveel als je wilt. Je kunt via de knop in de rechterbovenhoek het grafisch bestand uploaden terwijl je daar de optie Transparent background hebt aangevinkt.

Je kunt afbeeldingen bovenop elkaar plaatsen. 

Stapelen in lagen 

Alle elementen die je in het ontwerp gebruikt, komen terecht op lagen. Merk je dat een tekst plotseling achter een afbeelding is verdwenen, dan betekent dit meestal dat de tekstlaag zich achter de afbeeldingslaag bevindt. Je kunt dit verhelpen door de bovenliggende laag naar achteren te verplaatsen. Selecteer dan de laag met de afbeelding en klik op de knop Move layer back. Je kunt ook de onderliggende laag selecteren en dan de knop Move layer forward gebruiken. Soms is het nodig dat je enkele keren op een van deze knoppen klikt. Er staat in de knoppenbalk ook een knop Duplicate layer, waarmee je de laaginhoud met één muisklik dupliceert. 

Hier moeten we de stapelvolgorde nog aanpassen. 

Tekst 

Uiteraard kun je een tekstvak van de sjabloon voorzien van eigen inhoud, of je kunt een nieuwe tekstlaag plaatsen door op de knop Text te klikken. Dan heb je de keuze uit drie verschillende stijlen: Add a heading, Add a subheading en Add some body text. Een heading is een groter en heeft een vetter lettertype dan een subheading. Welk stijl je ook kiest, je kunt de tekst steeds vormgeven via de eigenschappen in de linkerbalk. Die eigenschappen verschijnen pas als je het tekstvak selecteert. 

Je kiest een lettertype, lettergrootte, stijl, kleur en uitlijning. Tegelijk regel je de afstand tussen de letters met het schuifje Letter Spacing. Hiermee kun je titels nauwkeurig spreiden over het design. Om de tekst hoger of lager in het tekstvak te positioneren, gebruik je de regelaar Line Height. Bovendien kun je het tekstvak zelf ook een achtergrondkleur geven. Tekst op een achtergrondfoto is soms moeilijk leesbaar, bijvoorbeeld als de tekstkleur wit is terwijl de achtergrond heldere zones bevat. Dit verhelp je door een zachte slagschaduw onder de tekst te plaatsen. Bij Shadow kies je de offset van de schaduw en de vervaging. Ten slotte is het zelfs mogelijk om de dekking van de tekst aan te passen en de tekst te roteren. 

Plaats een schaduw onder de tekst om die beter leesbaar te maken. 

🟢 Aanbod lettertypes 

Snappa heeft een ruim aanbod aan lettertypes. Wanneer je in het keuzevak van de eigenschappen een ander lettertype aanklikt, zie je meteen de voorvertoning in het tekstvak. Sommige ontwerpers willen uitsluitend met bepaalde lettertypes werken omwille van de herkenbaarheid. Alleen in de betaalde versie van Snappa is het mogelijk om eigen lettertypes te uploaden. Snappa ondersteunt lettertypes van het type .ttf, .otf en .woff. De meeste Snappa-fonts ondersteunen trouwens vreemde tekens. 

Het is mogelijk om de ruimte tussen de lettertypes regelen. 

Vormen 

Een andere manier om tekst beter leesbaar te maken en om het ontwerp meer uitstraling te geven, is vormen te gebruiken. Vormen worden vaak overgeslagen, omdat men denkt het alleen gaat om eenvoudige cirkels, driehoeken en rechthoeken. Als je een beetje handig met vormen omgaat, kun je er mooie resultaten mee bereiken. Klik op de knop Shapes en dan krijg je de verschillende vormen te zien. Hier hebben we drie vormen toegevoegd (afbeelding 8). Eerst een vierkante vorm. Daarna hebben we de inhoud van de vorm gevuld met groen en de dekking ingesteld op 60%. 

Hier hebben we drie vormen toegepast.

Met de handvatten positioneer je de vorm en wijzig je de afmetingen. In dit voorbeeld hebben we deze half-transparante vorm naar de linkerkant van de lay-out gesleept. Vervolgens hebben we een tweede vorm geplaatst: een gele lijn. En daaronder nog een derde vorm: een oranje rechthoek met afgeronde hoeken. Als je die vorm selecteert, kun je in de linkerkolom de afronding van de hoeken regelen. Hierdoor krijgt de vorm het uiterlijk van een afgeronde knop. 

Vectoren 

Het online programma ondersteunt bovendien vectoren. Vectoren zijn haarscherpe tekeningen die je onbeperkt kunt vergroten en verkleinen zonder kwaliteitsverlies. Om bij deze vectoren te komen, ga je via de knop Graphics naar Vectors. Ook hier kun je zoekopdracht gebruiken of gewoon door het ruime aanbod scrollen. Klik op de vectortekening om die aan het ontwerp toe te voegen. Als je de vector op het werkvlak selecteert, dan kun je de afbeelding vergroten, verkleinen en roteren. Bovendien is het mogelijk om de dekking en de kleur aan te passen. 

Vectoren blijven haarscherp, ongeacht de resolutie. 

Bewaren en organiseren 

Het zou zonde zijn als je werk verloren zou gaan, doordat je bijvoorbeeld per ongeluk de browser sluit. Als je het ontwerp nog niet hebt opgeslagen, krijgt het de naam Untitled Design. Je ziet die naam linksboven naast de knop Menu. Door op het pennetje naast deze naam te klikken, kun je de graphic een andere naam geven. Bovendien lees je daar de afmetingen van het project. Daarna gebruik je regelmatig de Save-knop om het ontwerp op te slaan. 

Via de knop Menu is het niet alleen mogelijk om een nieuw project te beginnen met de opdracht Create a Graphic. Je kunt ook naar alle opgeslagen ontwerpen. In de weergave Saved Graphics is het trouwens mogelijk om mappen te maken om je projecten te organiseren. Wanneer je een ontwerp op zo’n map sleept, zul je zien dat onder het miniatuur de naam van deze map verschijnt. Als je op deze mapnaam klikt, dan krijg je uitsluitend de graphics te zien die bij deze map horen. Om weer alle ontwerpen te zien, klik je op All your graphics. Deze mappen werken dus zoals labels of tags. Wil je een graphic verwijderen, dan klik je in de weergave Saved Graphics op het pijltje onder het miniatuur en kies je de opdracht Delete

De mappen werken net als labels. 

Kleuren vasthouden 

Naarmate je meer met programma werkt, zullen bepaalde kleurcombinaties je voorkeur krijgen. En misschien liggen bepaalde kleurschema’s vast voor je projecten? Telkens wanneer je een kleur wilt selecteren voor teksten, vormen of vectoren zie je een kleurvlakje met de hex-code. Hex-kleurcodes zijn waarden die aan het beeldscherm vertellen hoe een kleur er moet uitzien. Waarschijnlijk ken je die hex-waarden niet uit het hoofd. 

Klik op het kleurvlakje, dan kom je bij de Color Picker. Die bestaat uit twee tabbladen. Popular toont de meest gebruikte kleurstalen en Custom brengt je bij de klassieke kleurkiezer. Bij Popular vind je trouwens ook de kleuren die je recent hebt gebruikt. Door op zo’n kleurstaal te klikken, kun je de geselecteerde tint nog wijzigen. Om een eigen kleurenpalet samen te stellen, gebruik je de knop Edit. Vervolgens klik je op het plusteken om een voorkeurskleur toe te voegen (afbeelding 11). Daarna geef je de hex-code in van de voorkeurkleur of je haalt de kleur uit de Color Picker. 

Je kunt je favoriete kleuren vastleggen. 

🟢 **Sneltoetsen **

Snappa is een webprogramma, maar het ondersteunt toch een aantal sneltoetsen. We geven ze voor gebruik binnen Windows. In macOS werken ze ook, maar dan moet je Ctrl vervangen door Cmd. 

  • Bewaar: Ctrl+S 
  • Kopieer object: Ctrl+C 
  • Plak object: Ctrl+V 
  • Ongedaan maken: Ctrl+Z 
  • Herhalen: Ctrl+Y 
  • Verplaats object 1 pixel: pijltjestoetsen 
  • Deselecteer object: Esc 
  • Verwijder object: Delete 
  • Selecteer meerdere objecten: Shift-toets ingedrukt houden+klikken 

Delen en downloaden 

Ben je tevreden? Dan kun je het ontwerp onmiddellijk publiceren op sociale media via de knop Share. Die rechtstreekse uitvoer is een functie die hoort bij het betaalde account. In de gratis versie gebruik je de knop Download om het ontwerp eerst lokaal op te slaan op de harde schijf, waarna je het kunt uploaden naar sociale media. Hier heb je vier opties (afbeelding 12). Web optimized JPG is ideaal voor fotografische afbeeldingen. De jpg-indeling zorgt er door compressie voor dat de uitvoerbestanden klein zijn. Kies High-Res PNG als het gaat om tekeningen of ontwerpen waarvan de tekst scherp afgelijnd moet zijn. Deze png-bestanden zijn groter dan jpg’s. Dan is er nog de keuze Retina JPG en Retina PNG. Als je een van deze opties kiest, zal Snappa automatisch de resolutie van het ontwerp verdubbelen. Retina is een merknaam van Apple voor computer-, iPhone en iPad-schermen met een hoge pixeldichtheid. Sociale media zoals Facebook en Twitter comprimeren afbeeldingen automatisch, waardoor de kwaliteit kan verminderen. Als je merkt dat het resultaat niet scherp genoeg is, raden we aan om Retina JPG of Retina PNG te kiezen. 

De Retina-optie zorgt dat de resolutie automatisch verdubbelt. 
▼ Volgende artikel
Je NAS veilig bereiken via een VPN-server, Tailscale of Cloudflare-tunnel
© ER | ID.nl
Huis

Je NAS veilig bereiken via een VPN-server, Tailscale of Cloudflare-tunnel

Wil je een NAS op afstand gebruiken, dan doe je dat liefst natuurlijk veilig. Bijvoorbeeld door een VPN-server op te zetten, of een tunnel met extra toegangscontrole. Hiervoor zijn diensten als Tailscale en Cloudflare heel geschikt. In deze masterclass nemen we de beste opties met je door. We leggen uit wat de voor- en nadelen zijn en hoe je ze kunt gebruiken in combinatie met een NAS.

Een NAS is breed inzetbaar en bij veel huishoudens de spil in het netwerk. Je kunt niet alleen je documenten centraal bewaren, maar ook bijvoorbeeld media streamen naar je tv, foto’s bekijken op je tablet en talloze extra toepassingen installeren. Heb je (een deel van) deze toepassingen ook af en toe op afstand nodig? Het openzetten van een poortje in de router of het gebruik van een reverse proxy kan daarvoor een prima optie zijn. Maar publieke toegang is niet altijd nodig. Er zijn betere opties als je vooral voor jezelf goed beveiligde externe toegang tot je NAS nodig hebt. Een eenvoudige optie is een cloudservice van de fabrikant, zoals Synology QuickConnect. Betere en veiligere opties zijn een VPN-server met een protocol als OpenVPN of WireGuard, Tailscale (dat op de achtergrond met WireGuard werkt) of een Cloudflare-tunnel. In deze masterclass leggen we uit hoe je ze gebruikt. Wat je kiest, hangt ook af van je doel. Bij elke optie behandelen we de eventuele beperkingen. Voordat je begint, is het ook verstandig de beveiliging van je NAS nog even door te lichten (zie kader).

Optimale beveiliging voor je NAS

Bij het openstellen van je NAS is een goede beveiliging extra belangrijk. Ongeoorloofde toegang tot je NAS zul je altijd willen voorkomen. Gebruik altijd sterke wachtwoorden voor je gebruikersaccounts. Deactiveer bovendien de algemene accounts zoals admin en guest. Zet tweestapsverificatie aan. Hierbij wordt na het inloggen om een extra toegangscode gevraagd die je kunt genereren met een app op je smartphone. Op vertrouwde apparaten hoef je dat maar één keer te doen. Bij Synology vind je deze opties in je configuratiescherm, onder Beveiliging / Account. Je kunt kiezen voor welke gebruikers dit moet worden ingeschakeld. Bij QNAP ga je hiervoor in je configuratiescherm naar Systeem / Beveiliging. Open dan het tabblad Verificatie in 2 stappen. Maak ook gebruik van de ingebouwde firewall van je NAS, waarin je toegangsregels kunt instellen! In deze masterclass geven we daar tips voor. Zorg ten slotte dat je een goede back-upstrategie hebt voor de bestanden op je NAS.

Het is verstandig om tweestapsverificatie aan te zetten op je NAS.

Wat is een cloudservice?

Via een cloudservice kun je toegang tot een NAS vereenvoudigen door een soort tunnel op te zetten. Bij Synology heet dit QuickConnect, QNAP noemt het myQNAPcloud link. Hierbij wordt vanaf de NAS een uitgaande verbinding opgezet met een server, waardoor het firewalls omzeilt (ook die in je NAS!). De NAS geef je een herkenbare naam, ook wel QuickConnect ID of QNAP ID genoemd, die je ook gebruikt om te verbinden. Hierbij wordt eerst geprobeerd rechtstreeks verbinding te maken, wat ook het meest efficiënt is. Als dat mislukt, wordt de verbinding automatisch omgeleid via een relayserver, die als tussenpersoon het verkeer doorstuurt. De snelheid kan dan minder hoog zijn. We noemen hieronder alleen de dienst van Synology, omdat het een betere bescherming biedt en een betere reputatie heeft dan myQNAPcloud link. Zorg wel altijd zelf voor een goede basisbeveiliging. Overweeg veiligere methoden zoals een VPN of Tailscale. Het is veiliger en je bent niet afhankelijk van andere partijen (zoals een relayserver).

Diensten als myQNAPcloud link creëren een soort tunnel naar je NAS.

Synology QuickConnect

Bij Synology QuickConnect koppel je eerst je NAS aan een Synology-account. Daarna kun je een QuickConnect ID kiezen. Je NAS is daarna bereikbaar vanuit de Synology-apps of een browser via het adres https://quickconnect.to/ met daarachter de QuickConnect ID. Dit werkt ook bij een dynamisch ip-adres, dus je hoeft niet apart een Dynamic DNS-functie (DDNS) te gebruiken. Om QuickConnect te gebruiken open je Configuratiescherm. Ga dan naar Externe toegang. Zet een vinkje bij QuickConnect inschakelen. Hierna moet je je aanmelden met je Synology-account of een nieuw account maken. Vervolgens kies je een QuickConnect ID. Via de instellingen kun je nog kiezen of de relayserver mag worden gebruikt en welke toepassingen via QuickConnect toegankelijk zijn.

Via de instellingen kies je welke toepassingen toegankelijk moeten zijn.

Wat is VPN?

Door een VPN-server te installeren, heb je een ideale voorziening om op afstand je netwerk te bereiken en alle apparaten op dat netwerk, zoals je NAS, netwerkprinters en camera’s. Je installeert de VPN-server op één systeem, zoals een router, server, Raspberry Pi of je NAS. Bij Synology kun je bijvoorbeeld standaard met OpenVPN werken en QNAP ondersteunt het snellere WireGuard. We laten zien hoe je deze opties gebruikt. Na inloggen heb je volledige toegang tot je netwerk en alle toepassingen in het netwerk, alsof je rechtstreeks op het netwerk zit. Voor toegang tot bestanden op je NAS werken daarom alle protocollen als smb, nfs en WebDAV en toepassingen als Synology Drive en QNAP File Station. Je hoeft geen poorten in je router open te zetten, behalve een enkele poort naar de VPN-server.

Bij QNAP kun je standaard werken met WireGuard.

OpenVPN op Synology

Om je Synology-NAS als VPN-server in te zetten, kun je de toepassing VPN Server installeren via Package Center. Gebruik je een firewall, controleer dan of de benodigde poorten toegankelijk zijn. Bij de installatie kun je die aanpassing via een venster direct doorvoeren. Afhankelijk van het protocol moet je ook nog één of meerdere poorten doorsturen van je router naar je NAS. De toepassing ondersteunt PPTP, OpenVPN en L2TP/IPSec. Eigenlijk is vooral OpenVPN interessant. Het is veilig en stabiel, maar niet zo snel als WireGuard. Ook geeft het soms wat uitdagingen bij het opzetten van de verbinding.

Synology ondersteunt meerdere protocollen, waaronder OpenVPN.

Activeren OpenVPN

Om OpenVPN te gebruiken open je VPN Server. Ga dan naar OpenVPN. Zet een vinkje bij OpenVPN-server inschakelen. Bij Dynamisch ip-adres zie je het subnet dat OpenVPN gebruikt. De verbonden clients krijgen een ip-adres in dat bereik. Bij Poort en Protocol zie je dat standaard udp-poort 1194 wordt gebruikt. Die poort moet je doorsturen van je router naar je NAS. Controleer of de poort toegankelijk is in de firewall van je NAS. Voor een goede balans tussen snelheid en veiligheid kun je bij Codering bijvoorbeeld AES-128-CBC kiezen en bij Verificatie de optie SHA256. De optie Compressie op de VPN-koppeling inschakelen mag uit, omdat het weinig snelheidswinst geeft. Zet de optie Clients toegang geven de LAN-server aan, zodat je andere apparaten in je thuisnetwerk kunt bereiken. Zet ook de optie Verifieer TLS auth-sleutel aan. Klik op Toepassen om de instellingen te activeren. Je kunt nu clients gaan configureren.

Bij OpenVPN kun je zelf nog enkele instellingen kiezen.

Profiel voor OpenVPN

Ga naar OpenVPN en kies Configuratie exporteren om het configuratiebestand te exporteren als zip-bestand. Hierin vind je een .ovpn-bestand dat je nodig hebt voor toegang. Je hebt ook een gebruikersaccount nodig bij het inloggen. Onder Rechten kun je aanvinken welke gebruikers toegang hebben en via welke protocollen. Maak eventueel een nieuwe gebruiker voor alleen de VPN-verbinding! Open het bestand VPNConfig.ovpn met een teksteditor. Omdat je de VPN-server extern wilt gebruiken, verander je in onderstaande regel YOUR_SERVER_IP naar je ip-adres van je internetverbinding of de hostnaam als je bijvoorbeeld Dynamic DNS gebruikt. Synology ondersteunt ook Dynamic DNS en geeft bijvoorbeeld een naam.synology.me-adres. Je kunt het activeren in je configuratiescherm onder Externe toegang / DDNS. Het gaat om deze regel:

remote YOUR_SERVER_IP 1194

Je ziet ook de onderstaande optie. Haal hier eventueel het commentaarteken weg als je wilt dat ál het verkeer, dus ook het normale internetverkeer, via de VPN-server gaat. Dat geeft minder goede prestaties, maar is wel veiliger als je bijvoorbeeld een openbare wifi-hotspot gebruikt. Dit is de regel waar je het commentaarteken weg kunt halen:

#redirect-gateway def1

Gebruik dit profiel om verbinding te maken vanaf andere apparaten. Zet hierbij de optie aan dat zonder certificaat verbinding mag worden gemaakt.

WireGuard op QNAP

We zullen laten zien hoe je WireGuard op je QNAP-NAS gebruikt in combinatie met een Windows-client. Voor meer informatie over WireGuard en het opzetten van een aparte VPN-server verwijzen we je naar een eerder artikel dat je kunt lezen via www.kwikr.nl/wgvpn waarin dat uitgebreid aan bod komt. Zorg bij QNAP dat de toepassing QVPN Service is geïnstalleerd via App Center. Open dan de toepassing en ga naar WireGuard. Zet een vinkje bij WireGuard VPN-server inschakelen. Vul een naam in achter Servernaam. Klik achter Persoonlijke sleutel op Codeparen genereren. Noteer de waarde bij Openbare sleutel: die is straks nodig bij de configuratie van clients. Achter Luisterpoort zie je de poort (udp) die je moet doorsturen in de router. Bij DNS Server vul je een openbare DNS-server in (zoals 8.8.8.8) óf een DNS-server in je lokale netwerk. Klik op Toepassen om de instellingen te bewaren. Klik op Peer toevoegen. Hier kun je clients toevoegen (zie volgende stap).

De instellingen voor WireGuard bij een NAS van QNAP.

Client instellen

Elk apparaat dat verbinding met WireGuard maakt, is een zogenoemde peer. Voor het toevoegen van een apparaat kies je bij QNAP de optie Peer toevoegen. Vul een herkenbare naam in. De waarde bij Openbare sleutel komt bij deze ‘peer’ vandaan, die gaan we nu eerst instellen. Installeer en open de Windows-client en kies de optie Add Empty Tunnel. Er worden een privé- en openbare sleutel gegenereerd. Er opent een configuratiebestand met de privésleutel waarin je onder andere deze twee regels ziet:

[Interface]

PrivateKey = +MSQ3D2+M71SotRrWC3hnPyzYSTWNuaxWwc920=

Vul deze configuratie verder aan zoals in het voorbeeld hieronder. Bij Address kies je een vrij ip-adres binnen het VPN-subnet, dat nog niet door een andere peer wordt gebruikt. Je kunt dit voor elke client ophogen, dus 198.18.7.2/32, 198.18.7.3/32, en zo verder. Belangrijk is dat je bij PublicKey de openbare sleutel die QNAP laat zien invult. Bij Endpoint vervang je ipadres door het ip-adres (of de hostnaam) van je internetverbinding thuis. Dit is de configuratie die je moet aanpassen:

[Interface]

PrivateKey = +MSQ3D2+M71SotRrWC3hnPyzYSTWNuaxWwc920=

ListenPort = 51820

Address = 198.18.7.2/32

DNS = 1.1.1.1

[Peer]

PublicKey = KsCc+cRucH4F8T3VdyatvZXjqvunEerBZapulE=

AllowedIPs = 0.0.0.0/0

Endpoint = ipadres:51820

Bewaar de configuratie met Save. Kopieer nu de waarde bij Public key van deze client. Je leest deze af in het hoofdvenster van WireGuard (zorg dat de bewuste tunnel is geselecteerd). Plak deze in QNAP bij Openbare sleutel bij de configuratie van deze peer. Je kunt nu verbinding maken met je Windows-client!

Voltooi de configuratie voor de Windows-client voor WireGuard.

Firewall instellen voor je NAS

Een firewall op je NAS biedt extra bescherming. Bij Synology open je daarvoor Configuratiescherm. Ga dan naar Beveiliging en open het tabblad Firewall. Zet een vinkje bij Firewall inschakelen en kies Toepassen. Bij Firewallprofiel kun je een profiel kiezen of bewerken. Kies Regels bewerken om het huidige profiel aan te passen. Begin met een regel die alle apparaten op het lokale netwerk toestaat. Kies bij die regel bij Poorten de optie Alles. Bij Bron-IP kies je Specifiek ip. Klik daarachter op Selecteren en kies Subnet. Je moet hier het netwerkbereik van je router kennen. In veel gevallen is dat iets als 192.168.1.0 met subnetmasker 255.255.255.0. Dit omvat dan alle adressen van 192.168.1.0 t/m 192.168.1.255. Voeg hierna nog specifieke regels toe voor toepassingen die van buitenaf toegang moeten hebben. In dit voorbeeld staan we bijvoorbeeld SSH toe vanaf een bepaald ip-adres. Heel belangrijk is dat je als laatste een regel toevoegt die alles blokkeert. De regels worden namelijk van boven naar beneden doorlopen en bij de eerste match stopt de verwerking. Het configuratiescherm van QNAP biedt ook een firewall, maar dat is meer een soort toegangsfilter. Voor uitgebreidere opties kun je QuFirewall installeren via App Center.

Het is raadzaam om de firewall op je NAS te gebruiken voor toegangsbeperking.

Wat is Tailscale?

Met Tailscale kun je een virtueel privénetwerk maken tussen al je apparaten. Dit gebeurt op basis van identiteit, met bijvoorbeeld een standaard Google-account voor autorisatie. Je kunt alle toegevoegde apparaten benaderen via een intern ip-adres of de toegekende hostnaam. Tailscale gebruikt dezelfde technologie als WireGuard, wat het snel, veilig en betrouwbaar maakt. Je hebt geen centrale server nodig en hoeft ook geen poorten in je router open te zetten. Wel moet je elk apparaat in principe afzonderlijk aan je privénetwerk toevoegen. Dat is eenvoudig, ook voor een NAS, zoals je hieronder ziet. Als alternatief kun je Tailscale ook op één apparaat in je netwerk installeren en dat apparaat als subnetrouter instellen, zodat je via dat ene systeem toegang hebt tot alle andere apparaten in je netwerk. In dat geval hoef je Tailscale niet op elk afzonderlijk apparaat te installeren. Meer uitleg over Tailscale vind je in dit artikel.

Met Tailscale kun je een privénetwerk voor je apparaten maken.

Eerste stappen

Ga naar https://tailscale.com en kies de optie Get started. Log in met een van de ondersteunde identiteitsproviders, bijvoorbeeld een standaard Google-account of een van de andere opties. Hierna wordt automatisch je Tailscale-netwerk, of kortweg tailnet, gemaakt. Dat is een soort privé-VPN-netwerkje waar jouw apparaten deel van uit gaan maken. Als je op een ander apparaat inlogt met datzelfde account, is het bereikbaar vanuit je andere apparaten in dit tailnet. Een gratis account ondersteunt tot drie gebruikers en honderd apparaten.

Log in bij Tailscale met bijvoorbeeld je Google-account.

Apparaten toevoegen

Het toevoegen van apparaten is eenvoudig. Het volstaat om de software te installeren en in te loggen met dezelfde identiteitsprovider. Om Tailscale bijvoorbeeld op een iPad te gebruiken, installeer je eerst de toepassing via de App Store. Hierbij wordt een VPN-configuratie voor je iPad gemaakt. Daarna log je in en zie je een lijst met apparaten in je privénetwerkje, waarbij je ook de namen af kunt lezen.

Op een iPad maakt Tailscale een VPN-profiel aan.

Tailscale op je NAS

Je kunt Tailscale ook op een NAS installeren. Bij Synology zoek je daarvoor in Package Center naar Tailscale. Bij QNAP kun je in App Center terecht. Installeer en open de toepassing. Er wordt gevraagd om in te loggen, waarbij je weer hetzelfde account als hiervoor gebruikt. Zet daarna de verbinding op via Connect. Als je nog een keer de Tailscale-app opent, kun je details zien over het bewuste apparaat, zoals het ip-adres en de hostnaam die je kunt gebruiken om verbinding te maken.

Tailscale is als pakket beschikbaar voor Synology en QNAP.

Wat is een Cloudflare-tunnel?

Bij een Cloudflare-tunnel installeer je op één systeem in je netwerk (bijvoorbeeld je NAS) een klein programma, dat van binnenuit een versleutelde verbinding opzet naar Cloudflare. Daarna kun je toepassingen individueel toevoegen die deze tunnel mogen gebruiken. Daarbij kun je elke toepassing een eigen subdomein geven, zoals nas.domein.nl voor je NAS. De tunnel laat geen netwerkprotocollen zoals SMB en NFS door en WebDAV is een uitdaging. Het is vooral bedoeld voor webverkeer. Je kunt incidenteel wel bijvoorbeeld DS File gebruiken, voor het browsen door je bestanden en kleine uploads of downloads.

Bij Cloudflare kun je gratis een tunnel opzetten voor toegang op afstand.

Domein registreren

Log in bij Cloudflare met een bestaand account of maak een nieuw gratis account. Registreer een domeinnaam via Add / Register a domain of voeg een bestaand domein toe via Add / Connect a domain. In dat laatste geval moet je de DNS-instellingen bij je huidige provider aanpassen, zodat de nameservers naar die van Cloudflare verwijzen. Afhankelijk van de extensie betaal je bij Cloudflare vanaf zo’n 6 dollar per jaar (circa 6 euro) per domein. Je kunt een domein eventueel direct voor meerdere jaren registreren of voor automatische verlenging kiezen. Betalen kan met creditcard of PayPal. In je dashboard vind je je domein terug onder Domain registration / Manage domains.

Registreer tegen lage kosten een domein bij Cloudflare.

Tunnel voorbereiden

Ga via het menu aan de linkerkant naar Zero Trust. Klik dan op Networks en kies Tunnels. Klik op Create a tunnel. Selecteer de optie Cloudflared. Geef je tunnel een naam. Vervolgens moet je een zogeheten connector installeren op één systeem in je netwerk om een tunnel te maken. Alle toepassingen die je straks via de Cloudflare-tunnel gaat publiceren, moeten bereikbaar zijn vanaf dat systeem. Dat is meestal alleen een probleem bij gescheiden netwerken of strikte firewallregels. Installeer Cloudflared volgens de instructies op een systeem dat altijd aanstaat. Dat kan een server of Raspberry Pi zijn, maar óók je NAS, zoals we hieronder toelichten. Hierna komt de tunnel automatisch online.

Maak een tunnel via de website van Cloudflare.

Tunnel op Synology-NAS

Voor de installatie op een NAS heeft Cloudflare geen instructies, maar de procedure is relatief eenvoudig. Kopieer de opdracht die je ziet bij bijvoorbeeld de Windows-installatie en plak deze in een editor. Je ziet hierin een lange string van 184 tekens die meest begint met eyJh…. Dat is de benodigde token. Om Cloudflared op een Synology-NAS te installeren open je Package Center. Ga naar Gemeenschap en kies Cloudflare Tunnel. Klik op Installeren. Nu wordt om de token gevraagd. Je hoeft geen geavanceerde opties te kiezen. Na het voltooien van de installatie is je tunnel klaar voor gebruik.

Vul de token in bij de installatie van de software op je Synology-NAS.

Tunnel bij QNAP

QNAP biedt geen softwarepakket, maar je kunt Cloudflare wel vrij eenvoudig via Docker configureren en starten. Het is het makkelijkst om met Docker Compose te werken. Installeer indien nodig Container Station en open het programma. Ga dan naar Toepassingen en klik op Maken. Bij Naam van de toepassing vul je een herkenbare naam in, zoals cloudflared. Bij YAML-code vul je de onderstaande code in. Achter TUNNEL_TOKEN vul je uiteraard jouw token in. Klik dan op Maken om de tunnel te maken. Dit is de benodigde code:

version: "3"

services:

  cloudflared:

    image: cloudflare/cloudflared:latest

    container_name: cloudflared

    restart: unless-stopped

    network_mode: "host"

    command: tunnel run

    environment:

      - TUNNEL_TOKEN=eyJh...

Bij QNAP kun je Cloudflared het beste via Docker installeren.

Toepassing toevoegen

Je kunt nu elke toepassing via de tunnel beschikbaar maken met een uniek subdomein. Om zo’n zogeheten route aan te maken, ga je binnen Zero Trust naar Networks / Tunnels. Bij Status geeft het systeem als het goed is aan dat de tunnel gezond is. Open het menu (via de drie puntjes) en kies Configure. Ga dan naar het tabblad Published application routes. We nemen de webinterface van een NAS die lokaal bereikbaar is op https://10.0.10.200:5001. Bij Subdomain vul je bijvoorbeeld nas in. Bij Domain kies je een domein. Bij Type kiezen we HTTPS en bij URL vullen we 10.0.10.200:5001 in. Bij de optie HTTPS moet je oppassen. De NAS heeft in ons geval geen echt certificaat. Daarom is het belangrijk om onder Additional application settings / TLS de optie No TLS Verify aan te vinken. Cloudflare zal dan negeren dat het certificaat niet ondertekend is. Klik op Save. Er zal automatisch een DNS-record worden gemaakt en je kunt vrijwel direct op afstand je NAS benaderen.

We maken een route voor de NAS.

Extra beveiliging bij Cloudflare

Na het openstellen van een toepassing via een subdomein kan in feite iedereen die dat adres kent de toepassing benaderen, zoals de webinterface van je NAS. Of ze ook binnenkomen, hangt af van je beveiliging. Een NAS kun je zelf extra beveiligen, bijvoorbeeld met tweestapsverificatie. Maar je kunt toegang óók beperken via Cloudflare zelf. Je kunt bijvoorbeeld regelen dat alleen jij bij de tunnel mag, via een tijdelijke code die je per e-mail ontvangt, of door te verplichten dat je eerst moet inloggen met een specifiek Google-account.

▼ Volgende artikel
Actieve versus passieve speakers: welke luidsprekers passen bij jou?
© jipen
Huis

Actieve versus passieve speakers: welke luidsprekers passen bij jou?

Twijfel je tussen actieve en passieve luidsprekers? Het verschil zit in de versterker. In dit artikel leggen we uit wat de voor- en nadelen zijn, zodat je precies weet welk systeem het beste klinkt in jouw woonkamer. Geen gedoe, gewoon helder advies.

Als je op zoek bent naar beter geluid, vliegen de termen je om de oren. Het onderscheid tussen actief en passief is misschien wel de belangrijkste technische keuze die je moet maken, maar wordt vaak onnodig ingewikkeld gemaakt. Veel mensen denken dat het puur om geluidskwaliteit gaat, terwijl het vooral draait om gebruiksgemak en apparatuur. Na het lezen van dit stuk weet je precies of je voor alles-in-één gemak moet gaan of voor de vrijheid van losse componenten.

De kern: waar zit de krachtbron?

Het technische verschil is eigenlijk heel simpel: het draait allemaal om de locatie van de versterker. Een luidspreker kan namelijk geen geluid maken zonder stroom en aansturing.

Bij een actieve speaker is de versterker ingebouwd in de behuizing van de luidspreker zelf. Je herkent dat direct aan de achterkant: er zit een stroomkabel aan die het stopcontact in moet, en vaak knoppen voor volume of toonregeling. Je sluit je telefoon, pc of platenspeler direct aan op de speaker.

Bij een passieve speaker zit er géén elektronica in de kast die het geluid versterkt. De speaker heeft geen stekker voor het stopcontact, maar alleen aansluitingen voor luidsprekerdraad. Je hebt altijd een losse versterker of receiver nodig die het signaal krachtig genoeg maakt voordat het naar de speaker gaat. Een veelvoorkomend misverstand is dat 'passief' betekent dat ze slechter of zwakker zijn. Integendeel, de allerduurste hifi-systemen zijn bijna altijd passief.

©jipen

Wanneer is actief de slimste keuze?

Kies voor actief als je houdt van een opgeruimd huis en gebruiksgemak (dit soort speakers zijn meestal plug & play). Omdat de fabrikant de ingebouwde versterker helemaal heeft afgestemd op de luidspreker, ben je verzekerd van een goede match zonder dat je technisch inzicht nodig hebt. Dit is bij uitstek geschikt voor minimalisten die geen losse apparaten of een wirwar aan kabels in de woonkamer willen. Een soundbar is hier het bekendste voorbeeld van; dat is bijna altijd een actieve speaker. Ook voor een werkplek of gaming-setup op een bureau is dit de standaard, omdat je ze direct in je pc plugt zonder tussenkomst van een extra apparaat. Daarnaast zie je deze techniek terug in slimme multiroom-systemen met wifi of bluetooth (zoals die van Sonos), waarmee je direct vanaf je telefoon muziek streamt.

De beperking van alles-in-één

Het grote nadeel van actieve speakers is dat je vastzit aan het totaalpakket. Gaat de versterker in de speaker kapot? Dan doet je hele luidspreker het niet meer, ook al zijn de speaker-units zelf nog prima.

Daarnaast ben je minder flexibel in de toekomst. Bij passieve systemen kun je over vijf jaar besluiten om alleen een nieuwe versterker met de nieuwste streamingfuncties te kopen, terwijl je je geliefde speakers behoudt. Bij een actief systeem moet je bij veroudering van de software of aansluitingen vaak meteen de hele set vervangen. Daarnaast is het uitbreiden van een stereoset naar een volledige thuisbioscoop met actieve speakers vaak lastiger of beperkt tot één specifiek merk.

©Aboltin

Wanneer moet je absoluut niet voor actief kiezen?

Er zijn specifieke situaties waarin je een actief systeem beter links kunt laten liggen. Als je bijvoorbeeld al een prima werkende versterker of receiver hebt staan, is het zonde van je geld om actieve speakers te kopen. Je betaalt dan immers dubbel voor versterking die je niet gebruikt.

Ook als je speakers wilt wegwerken in het plafond of de muur is passief de enige logische route. Je wilt namelijk geen stroompunten bij elke inbouwspeaker aanleggen, en je kunt sowieso niet makkelijk bij de elektronica als er eenmaal iets stuk gaat.

Tot slot kun je in grote ruimtes, zoals een hal of showroom, beter met passief draad werken. Luidsprekerkabels zijn over lange afstanden veel makkelijker te trekken en te verlengen dan de combinatie van stroom- en signaalkabels bij actieve speakers.

Check je kabels en je kastruimte

Om de knoop door te hakken, kijk je eerst goed naar je eigen situatie. Heb je in je tv-meubel ruimte voor een los apparaat van ongeveer 44 cm breed (de standaardmaat voor receivers)? En vind je het leuk om zelf je set samen te stellen? Dan is passief jouw route naar topgeluid op maat.

Heb je daarentegen geen zin in gedoe, wil je met één afstandsbediening klaar zijn en heb je een hekel aan zichtbare apparatuur? Dan is een actief systeem of een actieve set boekenplank-speakers de moderne oplossing die je zoekt.

Kortom: eenvoud versus controle

Het verschil tussen actief en passief is een keuze tussen gemak en flexibiliteit. Actieve speakers bieden een alles-in-één oplossing: stekker erin en spelen, ideaal voor wie weinig ruimte of geduld heeft. Passieve speakers vereisen een losse versterker, maar geven je de vrijheid om je systeem oneindig aan te passen, te repareren en te upgraden. Kijk dus niet alleen naar het geluid, maar vooral naar hoeveel apparaten je in huis wilt halen.