ID.nl logo
Kies de beste bluetooth speaker en koptelefoon
© Reshift Digital
Huis

Kies de beste bluetooth speaker en koptelefoon

Op zoek naar de beste bluetooth speaker of koptelefoon? Nou ja, kwestie van kopen en luisteren toch? Niet helemaal, want dankzij codecs klinkt het ene apparaat heel anders dan ’t andere! Opletten dus en voor aanschaf de specs goed doornemen.

De ene Bluetooth speaker of hoofdtelefoon is de andere niet. En daarmee doelen we niet op de fysieke opbouw en daarmee samenhangende geluidskwaliteit, maar op welke codecs zowel zender als ontvanger ondersteunen. Bluetooth is namelijk de overkoepelende techniek om draadloos data mee over te dragen. Oorspronkelijk is het niet ontwikkeld voor de overdracht van hoogwaardige draadloze audio, dat is er pas later bijgekomen. Met name de eerste versies van Bluetooth boden maar weinig bandbreedte. Vandaar dat een protocol werd geïmplementeerd dat audio comprimeerde alvorens het te verzenden.

Dit ‘oerprotocol’ voor stereo geluid in wat betere kwaliteit heet SBC, wat weer onder het audioprotocol Advance Audio Distribution Profile A2DP valt. A2DP kent tegenwoordig een scala aan ondersteunde onderliggende codecs, waaronder bijvoorbeeld AAC en aptX. Komen we zo op terug! Waar het om gaat is dat elke Bluetooth speaker en hoofdtelefoon over in ieder geval SBC als codec beschikt. Veel van die apparaten zelfs – vreemd genoeg – nog altijd alleen over die ‘fall back’-codec SBC.

Vreemd genoeg, want het betekent dat als je bijvoorbeeld vanaf je iPhone een iTunes-track – gecomprimeerd met audiocodec AAC – afspeelt, deze nógmaals wordt gecomprimeerd naar SBC bij gebruik van een dergelijke weergever. Nu is SBC al niet echt super-hifi te noemen, dus hercomprimeren hoort zelfs een ongeoefende luisteraar. Bijvoorbeeld door wat ‘bubbelige’ geluiden in de lage tonen en een weinig sprankelend geheel. Eenzelfde redenering geldt voor als je een mp3’tje vanaf je Windows laptop speelt; hercomprimering naar SBC maakt het er qua geluidskwaliteit beslist niet beter op.

©PXimport

Codecs

Om de optimale geluidskwaliteit te behalen, is het zaak dat zowel zender als ontvanger dezelfde codec gebruiken. En dan het liefst iets dat beter is dan het basisprotocol SBC. Kortom, kijken we als voorbeeld weer even naar die iPhone: kies een hoofdtelefoon die de huiseigen codec van dat apparaat ondersteunt, wat in dit geval AAC is. Het betekent dat zodra een AAC-capabele Bluetooth hoofdtelefoon verbinding maakt met je iPhone, alle audio in AAC-formaat wordt overgedragen. En er dus geen hercompressie plaatsvindt wanneer je iTunes-muziek afspeelt. De uiteindelijke decodering vindt pas plaats in de hoofdtelefoon zelf. AAC is het standaardprotocol bij Apple.

In de wereld van Android is geen eenduidig antwoord te geven op de vraag welk protocol jouw smartphone ondersteunt. Soms is het alleen SBC, en dan ben je natuurlijk snel klaar. Meer geavanceerde toestellen ondersteunen vaak ook aptX of zelfs de nog betere variant aptX HD. AptX is een codec die een veel en veel betere geluidskwaliteit biedt als SBC, waarbij de HD-variant nog weer een stapje verder gaat. Het is – in tegenstelling tot wat velen denken – overigens geen verliesvrije compressie, het is een zogeheten ‘lossy’ codec. Maar om er gebruik van te kunnen maken moeten zowel jouw smartphone of tablet als de Bluetooth speaker of hoofdtelefoon aptX en/of aptX HD ondersteunen.

Verder heeft Sony het huiseigen protocol LDAC in gebruikt, dat net als aptX HD in staat is hi-res audio draadloos over te brengen. Waarbij hi-res audio overigens de paraplu-term is voor geluidskwaliteit die die van de standaard cd overstijgt. Een cd heeft een samplefrequentie van 44,1 kHz bij een resolutie van 16 bit. Alles daarboven (denk aan bijvoorbeeld 96 kHz / 24 bit) valt onder de noemer hi-res. Waarbij geldt dat hi-res voor puristen staat voor verliesvrij gecomprimeerde audio, maar dat hoeft niet per se het geval te zijn. Zoals LDAC en aptX HD dus laten zien.

Passend

Waar het onder de streep om gaat, is dat zowel je zender (smartphone, tablet, pc enzovoorts) als ontvanger (speaker, hoofdtelefoon) hetzelfde dialect moeten spreken om tot een optimale geluidskwaliteit te komen. Ofwel bijvoorbeeld AAC en AAC of aptX en aptX. Als terugvaloptie is er altijd SBC, dat door elk zichzelf respecterend audioapparaat ondersteund wordt. Windows 10 ondersteunt overigens – zo lezen we hier – aptX. Probleem is echter dat dit nooit trefzeker lijkt te werken. Wanneer je headset een microfoon heeft, wordt bijvoorbeeld teruggeschakeld naar SBC.

Verder kun je niet controleren welke codec Windows 10 daadwerkelijk gebruikt. Kortom: een onbetrouwbaar geheel. Het beste kun je kiezen voor een hoofdtelefoon die zowel aptX en AAC ondersteunt. Dan kun je alle kanten op, ook mobiel. Qua prijs maakt het vaak niets of weinig uit ten opzichte van hoofdtelefoons (of speakers) die alleen SBC ondersteunen.

Wel geldt dat je de Bluetooth audiocodecs die een apparaat ondersteunt vaak alleen in de kleine lettertjes van de uitgebreide specificaties terugvindt. Het is vrijwel nooit iets dat in grote, heldere letters op de verpakking staat. Bij twijfel kun je ook altijd een mail naar de fabrikant sturen alvorens je tot aanschaf overgaat. In ieder geval geldt dat je bij gebruik van een moderne ‘zender’ zoals een smartphone in principe niet hoeft te lijden onder de verouderde SBC codec! Mits je dus met beleid koopt…

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.