ID.nl logo
Cloudbeheer: al je clouddiensten op een plek
© Reshift Digital
Huis

Cloudbeheer: al je clouddiensten op een plek

De kans is groot dat ook jij data in de cloud bewaart. Meer zelfs, dat je hiervoor verschillende clouddiensten inzet, zoals Dropbox, Google Drive én OneDrive. Dat maakt het er natuurlijk niet overzichtelijker voor je op, want waar staan welke data nou precies? Gelukkig zijn er ook services die clouddiensten bundelen. Hierdoor heb je al je clouddiensten op een plek.

Tip 01: Voor- en nadelen

De voordelen van cloudopslag zijn je vast al langer duidelijk: je kunt vanaf zowat elk apparaat bij je gegevens, ze worden in een heus datacenter bewaard en frequent geback-upt, en vaak is het ook makkelijk om bestanden met anderen te delen. Je moet je echter wel comfortabel voelen bij het feit dat je je gegevens toevertrouwt aan een externe partij als Google of Microsoft. Veel gebruikers zetten zelfs meerdere cloudopslagservices in, vaak omdat de gratis versie van zo’n service beperkingen oplegt in de hoeveelheid opslagruimte. Goedkoop, maar niet altijd zo praktisch, aangezien je je dan bij diverse services moet aanmelden én je goed moet bijhouden waar je wat plaatst. Cloudmanagers helpen je hierbij: zij laten je al je opslagdiensten vanuit één interface benaderen.

Daar kleven ook wel potentiële nadelen aan. Wie je accountgegevens van zo’n beheertool te pakken krijgt, heeft meteen ook de sleutel in handen voor je data bij al je opslagdiensten. Verder moet je zo’n beheertool toegang geven tot je accounts van alle verschillende opslagdiensten die je gebruikt. Gebruik je die tool naderhand niet meer, dan blijven die machtigingen behouden tenzij je die zelf intrekt (zie ook kader ‘Machtigingen’).

©PXimport

Machtigingen

Bij zowat elke cloudmanager moet je expliciet verschillende machtigingen verlenen voor toegang tot je cloudopslagdiensten. Wanneer je die cloudmanager niet langer gebruikt of zelfs wanneer je vanuit de manager de koppeling naar zo’n dienst verwijdert, blijven die machtigingen nog altijd geldig. Dat is wellicht niet wat je wilt. Er zit dan weinig anders op dan die machtigingen alsnog te herroepen. Hoe je dat precies doet, kan per dienst verschillen. Voor Google (Drive) kun je hier terecht. Voor Microsoft (OneDrive) meld je je hier aan en klik je op Apps en services die toegang hebben tot je gegevens. Voor Dropbox meld je je aan bij de service, waarna je je account-pictogram aanklikt, Instellingen selecteert en het tabblad Gekoppelde apps opent.

©PXimport

Je kunt zo simpel bestanden van de ene naar de andere clouddienst kopiëren

-

Tip 02: Data verplaatsen

Stel, je hebt een account bij de ene cloudopslagdienst maar je wilt data nu kopiëren of verplaatsen naar een andere dienst. Dat kan weliswaar via een tussenstation – je eigen pc, bijvoorbeeld – maar het kan ook handiger, met behulp van een service als Mover of MultCloud. We bekijken deze laatste van naderbij omdat we die wat handiger vinden en omdat die gratis is. Aanmelden kan met je Google- of Facebook-account of met een MultCloud-account. Allereerst koppel je de gewenste cloudservices via Add Cloud Drives. Je kunt uit bijna alle bekende diensten kiezen, waaronder Google Drive, Dropbox (for Business), OneDrive (for Business), Box en Amazon. Zoals gebruikelijk moet je MultCloud wel eerst tot de geselecteerde service(s) toegang geven. De toegevoegde services verschijnen netjes in het linkerpaneel. Selecteer je hier een service, dan verschijnen de bijhorende mappen in het rechterpaneel. Stel, je wilt een of meerdere mappen naar een andere dienst kopiëren. Plaats dan een vinkje bij die mappen en klik het pijltje rechts van zo’n map aan. In het snelmenu kies je dan Copy to, waarna je een geschikte bestemming (service en eventuele submap) aanduidt. De transfer start direct.

©PXimport

Tip 03: Synchroniseren

Je vindt het misschien ook wel handig om bestanden tussen twee of meer cloudopslagservices te synchroniseren. Dat kan prima met CloudHQ, maar de gratis versie beperkt je wel tot bestanden van maximaal 150 MB en laat alleen synchronisaties toe tussen gratis cloudopslagdiensten – dus niet met Dropbox for Business of OneDrive for Business. Gelukkig kan ook het in de vorige stap genoemde tool MultCloud intussen met synchronisatie overweg. Hiervoor selecteer je bovenaan de optie Cloud Sync, waarna je Click Source aanklikt en naar de bronmap van de gewenste cloudopslagservice verwijst. Vervolgens is het de beurt aan de bestemmingsmap, via Click Destination. Verder geef je aan of je een synchronisatie in één richting (One-way Sync) dan wel in twee richtingen verkiest: Two-way Sync. Je start het proces met Sync Now.

Tot zover het gratis verhaal van MultCloud. De Premium-editie (circa 58 euro per jaar) biedt meer opties. Niet alleen kan die met diverse synchronisatietypes overweg, zoals Mirror, Move, Cumulative, Update, Incremental Backup en Full Backup (de uitleg verschijnt bij elke keuze), het is tevens mogelijk de synchronisatie-operaties in te plannen, net als bij CloudHQ. De exacte verschillen tussen de gratis en betaalde versie vind je hier.

Otixo

Weet MultCloud je om een of andere reden niet te bekoren, dan vind je in Otixo een handig en gelijk(w)aardig alternatief. Deze dienst, overigens ook beschikbaar als mobiele app voor Android en iOS, laat zich met 35 webservices koppelen. Net als in MultCloud duikt ook hier elke gekoppelde service als een aparte map op, waarna je bestanden kunt openen, kopiëren, verplaatsen of delen. Bij de gratis versie ben je wel beperkt tot vijf bestandskopieën per keer. Via het concept van ‘spaces’, een soort virtuele mappen, kun je specifieke data via Otixo ook makkelijk met anderen delen.

©PXimport

Tip 04: Cloud doorzoeken

Bestanden overzetten en synchroniseren tussen diverse cloudopslagdiensten is één zaak, maar wat als je zoekopdrachten wilt uitvoeren die al je online bestanden in één keer doorploegen? Ook daar bestaan tools voor. Eén ervan is Findo, dat beschikbaar is op zowat alle platformen. Je gebruikt die een maand gratis, daarna betaal je stevig: vanaf 57 euro per maand.

Een andere degelijke service is AppWise, voorheen Xen.do. Deze dienst heeft een heel ander prijskaartje: hij kost vanaf 7,50 euro per maand, met een gratis proefperiode van twee weken. Er is ook een gratis versie, maar die beperkt de zoektocht automatisch tot bestanden niet ouder dan dertig dagen. We stellen AppWise kort aan je voor. Meteen na je aanmelding kun je een koppeling maken met 36 verschillende diensten, waaronder Google Drive, Dropbox, OneDrive, Slack, Box en Office365. Meteen na zo’n koppeling start AppWise met de indexering van de data, een proces dat best wel wat tijd in beslag kan nemen. Je hoeft echter niet te wachten met het uitvoeren van zoekopdrachten tot de indexering is voltooid.

©PXimport

In één keer binnen al je clouddiensten zoeken? Dat kan met AppWise

-

Tip 05: Beter zoeken

Nadat je de gewenste zoektermen bij AppWise hebt ingevuld, kun je in het linkerpaneel aangeven binnen welke services gezocht moet worden, welke bestandstypes en binnen welke periode. Wil je beter leren zoeken met deze dienst, dan kun je terecht bij de rubriek Help / Advanced Search om de bijhorende syntax sneller in de vingers te krijgen. Als het goed is, verschijnen dan de resultaten binnen-context. Handig is ook de mogelijkheid om zoekopdrachten te bewaren voor hergebruik: voer de zoekopdracht uit, klik vervolgens het groene plusje aan bij Results for en geef de zoekoperatie een geschikte naam. Na je bevestiging met Save vind je de bewaarde zoekacties terug bij Saved Searches. Je kunt ook aangeven of je deze zoekopdracht automatisch wilt laten uitvoeren bij het opstarten van AppWise. Of je laat je met een bepaalde regelmaat een e-mail met de zoekresultaten toesturen. Goed om weten: er bestaat tevens een handige Chrome-extensie van AppWise.

©PXimport

Tip 06: Data versleutelen

De meeste – vaak Amerikaanse – cloudopslagdiensten voorzien weliswaar in versleutelde bestandsopslag, maar gewoonlijk wordt dat pas op de server gedaan, en dan beschikken die diensten dus over de encryptiesleutel. Dan kunnen ze nog altijd bij jouw gegevens. Bovendien worden je bestanden tijdens de overdracht vaak onversleuteld verstuurd. Het gratis Cryptomator, dat beschikbaar is voor Windows, macOS, Linux, iOS en Android, is een gratis opensourcetool die in end-to-end-encryptie voorziet en die je ook voor meerdere cloudopslagdiensten tegelijk kunt inzetten (in tegenstelling tot bijvoorbeeld de gratis versie van BoxCryptor).

Meteen na de installatie van Cryptomator maak je een digitale kluis aan. De bedoeling is dat je dit doet in de lokale synchronisatiemap van een cloudopslagservice als Dropbox, Google Drive of OneDrive. Je voorziet die kluis van een naam en een wachtwoord, waarna alle data binnen deze kluis met aes256-encryptie worden versleuteld. Op deze manier kun je ook kluizen voor andere cloudopslagservices creëren. Na het intikken van je wachtwoord komt zo’n kluis dan beschikbaar als een virtueel station of – met enige moeite – via WebDAV.

©PXimport

Tip 07: Webapp: aanmelding

Een van onze favoriete allround cloudbeheerders is odrive. Deze dienst kun je aansturen vanuit je browser, maar de bijhorende desktopapplicatie geeft nog iets meer mogelijkheden. We focussen ons hier dus op deze laatste. Je meldt je allereerst aan bij de dienst op www.odrive.com. Dat kan met je account van een van de zeven voorgestelde services. Na je autorisatie kun je je aanmelden, waarna je al meteen de cloudopslagdienst ziet verschijnen waarmee je je hebt aangemeld. Je hoeft die maar aan te klikken om je bestanden bij die dienst te kunnen zien. Maar odrive zou geen cloudbeheerder zijn als je je tot die ene dienst zou moeten beperken. Het volstaat op de startpagina van odrive op +Link Storage te klikken om er nog meer toe te voegen, er zijn ruim 25 diensten beschikbaar. Ook die zijn na het toevoegen dan direct bereikbaar vanuit je startpagina bij odrive.

Tip 08: Webapp: acties

Door een bestand aan te klikken, kun je het – afhankelijk van het bestandstype – openen of downloaden. Om een bestand of map te verwijderen, te hernoemen of te delen, klik je op het bijhorende pijltje aan de rechterkant. Wanneer je hier Share kiest, verschijnt een venster waarin je optioneel een wachtwoord aan je share koppelt. Je kunt hier ook een vervalperiode instellen van een dag, zeven dagen of een maand. Na je bevestiging met Share verschijnt dan een unieke url die je zelf naar de gewenste personen verzendt. Die hoeven zelf niet over een odrive-account te beschikken. De bestanden die je op deze manier hebt gedeeld, vind je zelf terug in het Sharing-menu linksboven. Van hieruit kun je je shares altijd nog verwijderen of aanpassen. Een map of bestand toevoegen aan de geopende opslagservice kan ook: dat doe je via de pictogrammen rechtsboven.

©PXimport

Tip 09: Desktop: installatie

De mogelijkheden van de webapp zijn, zoals aangegeven, wat beperkt. Via de desktopapplicatie valt er nog meer uit odrive te halen. Om die te installeren meld je je eerst bij odrive aan (zoals in tip 7 beschreven) en ga je naar je dashboard. Linksonder tref je de link Download Desktop Sync aan. Die voert je naar een downloadpagina waar je terecht kunt voor de client van macOS en Windows. We kiezen voor de Windows-variant. Je start de installatie met een dubbelklik op het gedownloade exe-bestand. Ga na het lezen van de voorwaarden akkoord en druk op de knop Install. Even later rond je de installatie af met Close. Odrive heeft zich nu in het systeemvak van Windows genesteld. Klik dit pictogram met de rechtermuisknop aan en kies Set up odrive. Druk op de knop Get started en meld je met je vaste account bij odrive aan. Een paar Next-knoppen verder bereik je met de knop Open odrive folder je lokale synchronisatiemap van odrive. Standaard bevindt die zich in C:\Users\<accountnaam>\odrive.

Tip 10: Synchronisatiemap

Het lijkt er nu op dat alle data naar je lokale synchronisatiemap zijn gekopieerd, maar dat is slechts schijn. Als je goed kijkt merk je dat de mappen van elke dienst van het type CLOUDF zijn en de bestanden van het type CLOUD. Cloudf en cloud zijn trouwens meteen de bestandsextensies van de mappen en bestanden. Zie je die extensies niet, dan kun je die zichtbaar maken door in de verkenner het tabblad Beeld te openen en een vinkje te plaatsen bij Bestandsnaamextensies. Deze cloud(f)-mappen en -bestanden nemen 0 bytes in beslag. De verklaring is eenvoudig: het gaat slechts om ‘placeholders’ oftewel verwijzingen naar je online data. Je hoeft dus niet bang te zijn dat je lokale schijf meteen gaat dichtslibben met al die bestanden. Pas wanneer je op zo’n map of bestand dubbelklikt, worden de data effectief naar je schijf gedownload en verdwijnen automatisch ook die extra cloud(f)-extensies. Data die je op deze manier hebt gedownload, kun je op de gebruikelijke manier uiteraard ook naar een andere locatie – en dus ook online opslagprovider – verhuizen of kopiëren.

Odrive werkt met placeholders voor je bestanden: pas na een dubbelklik worden ze gedownload

-

Tip 11: Syncen

Al je online data zijn dus snel en vanuit één synchronisatiemap bereikbaar, zonder dat je noodzakelijkerwijs alle data meteen naar je lokale schijf moet kopiëren. Vind je het prettiger als die data toch ook lokaal worden bewaard, rechtsklik dan op de map van zo’n cloudopslagservice, selecteer Sync en plaats eventueel een vinkje bij Include Subfolders en/of Save and apply to new files and folders. Via een schuifbalk stel je desgewenst de maximale hoeveelheid data in die op deze manier naar je harde schijf mag worden overgepompt. De bestanden worden vervolgens gesynchroniseerd.

©PXimport

Tip 12: Delen

Bestanden delen vanuit de odrive-applicatie op je computer is eveneens mogelijk. Klik een bestand met de rechtermuisknop aan, kies Share link en volg de instructies zoals beschreven in tip 8. Wanneer je het contextmenu van een map opent, tref je hier tevens de optie Share Storage aan. Via Manage spaces en nogmaals Share Storage kun je de mapinhoud dan op een willekeurige plek bij een van de toegevoegde cloudopslagservices plaatsen en de bijhorende link naar willekeurige ontvangers doorsturen. Die ontvangen dan een uitnodiging om lid te worden van je gedeelde map.

Nog meer handigheden vind je terug in de betaalde Premium-versie van odrive, zoals het ongedaan maken van synchronisaties met je lokale schijf (Unsync) en het creëren van aangepaste synchronisatieregels per submap. Hier vind je hiervan een detailoverzicht, de betaalde versie kost 8,25 dollar (ca. 7,10 euro) per maand.

▼ Volgende artikel
Nieuwe Resident Evil Requiem-beelden tonen wat je te wachten staat
Huis

Nieuwe Resident Evil Requiem-beelden tonen wat je te wachten staat

Capcom heeft eerder deze week een livestream uitgezonden waarin nieuwe beelden werden getoond van het aankomende horrorspel Resident Evil Requiem. Ook werd er meer informatie gegeven over de game.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

Nadat eind vorig jaar al werd aangekondigd dat spelers niet alleen Grace Ashcroft zullen besturen, maar ook Leon S. Kennedy - een bekend gezicht voor mensen die eerdere delen hebben gespeeld - werd er tijdens de livestream uitgebreid gameplay van dit personage getoond.

Twee verschillende hoofdpersonages

Daarbij werd de nadruk gelegd op de verschillende speelstijlen van Leon en Grace. Op verschillende momenten gedurende de game wordt er automatisch tussen deze personages gewisseld, en ze zullen elk compleet andere gameplay bieden.

De segmenten met Leon - onder andere bekend uit Resident Evil 2 en Resident Evil 4 - zijn erg op actievolle schietgevechten gericht. Leon kan daarnaast ook de kelen van vijanden doorsnijden. Hij heeft ook een bijl waarmee hij aanvallen kan afweren. Grace's segmenten zijn juist erg gericht op spanning en horror en draaien vooral om het vermijden van intense gevechten.

Tijdens de livestream werd ook onthuld dat de game niet alleen naar consoles en pc komt, maar dat leden van Nvidia GeForce Now de game ook kunnen spelen. Ook werd er gepraat over de verschillende moeilijkheidsgraden - zo is er een extra makkelijke moeilijkheidsgraad voor mensen die weinig ervaring hebben met dit type spellen.

De complete livestream kan hieronder worden bekeken. In verband met de volwassen inhoud van de livestream kan het mogelijk zijn dat je op de link in de video moet klikken om naar YouTube te gaan en te bewijzen dat je volwassen bent.

Vanaf 27 februari verkrijgbaar

Resident Evil Requiem verschijnt op 27 februari (pre-orderen kan nu al) voor PlayStation 5, Xbox Series X en S, Nintendo Switch 2 en pc. Het is het negende hoofddeel in de horrorserie die al sinds de jaren negentig bestaat. In de loop der jaren is de franchise meermaals flink op de schop gegaan. Zo richtte Resident Evil 4 zich meer op actie, en zijn horrorelementen sinds Resident Evil 7: Biohazard weer teruggekeerd. Resident Evil Requiem lijkt dan ook een combinatie van al deze elementen te gaan bieden.

Op 27 februari zullen overigens ook Resident Evil 7 en Resident Evil Village (het achtste deel) op Nintendo Switch 2 uitkomen. Daarnaast verschijnt Village later deze maand op PlayStation Plus en Xbox Game Pass.

Watch on YouTube
▼ Volgende artikel
Slechte wifi thuis? Dit zijn de 3 grootste wifi-fouten die je signaal verpesten
© chadchai - stock.adobe.com
Huis

Slechte wifi thuis? Dit zijn de 3 grootste wifi-fouten die je signaal verpesten

Je kijkt een spannende serie en opeens bevriest het beeld. Dat bekende draaiende cirkeltje… er zijn weinig dingen zó frustrerend. Gelukkig ligt de oplossing vaak binnen handbereik. De snelheid van je internet hangt namelijk sterk samen met de manier waarop je thuis met je apparatuur omgaat. Door een paar veelgemaakte fouten te vermijden en de juiste techniek te kiezen, merk je vaak direct dat je netwerk stabieler wordt, zonder dat daar een duurder abonnement voor nodig is.

In het kort

In dit artikel lees je welke drie wifi-fouten het vaakst zorgen voor traag internet of haperingen: een onhandige plek voor je router, drukte op 2,4 GHz en verouderde firmware of hardware. Je ziet ook hoe je zelf een rustiger kanaal vindt en wanneer het slim is om te kiezen voor 5 GHz of 6 GHz. Tot slot leggen we uit wat wifi 6 en wifi 7 doen en waarom een netwerkkabel van minimaal cat5e verschil kan maken.

Lees ook: Router of powerline-adapter: wat is de beste keuze voor betere wifi?

Fout 1: De router op de verkeerde plek neerzetten

Een router wint qua looks zelden een schoonheidsprijs. De neiging om het apparaat uit het zicht te plaatsen is daarom groot. Toch is een verkeerde locatie de meest gemaakte fout die je bereik merkbaar (en soms zelfs dramatisch) kan verkleinen.

Dat zit zo.  Je kunt wifi-signalen vergelijken met het licht van een gloeilamp. Als je die lamp in een houten kast of achter een dikke bank zet, blijft de rest van de kamer donker. Obstakels zoals muren, meubels en zelfs grote kamerplanten blokkeren de onzichtbare golven. Vooral metaal en water zijn beruchte boosdoeners; een router naast een aquarium of achter een radiator plaatsen is vragen om problemen.

Ook de hoogte is bepalend. Veel mensen zetten de router op de grond, maar op de grond zit het signaal sneller 'achter' meubels en andere blokkades. Zet het apparaat liever op een kast of boekenplank op ooghoogte voor een vrije weg naar je apparaten.

©ID.nl

Fout 2: Storing door andere apparatuur over het hoofd zien

Je staat er waarschijnlijk niet bij stil, maar veel apparaten in huis gebruiken dezelfde onzichtbare digitale snelweg als je internetverbinding. De magnetron, sommige babyfoons en zelfs de draadloze koptelefoon van de buren vechten om een plekje op de 2,4GHz-band. Ook andere wifi-netwerken in de buurt kunnen voor digitale files zorgen.

De meeste moderne routers ondersteunen gelukkig ook de 5GHz-frequentie. Deze band is veel breder en heeft minder last van andere apparatuur. Het handmatig selecteren van het 5GHz-netwerk levert vaak direct een snelheidswinst op. Heb je een router met wifi 6e of wifi 7, dan kun je soms ook de 6 GHz-band gebruiken. Die is vaak rustiger, maar het bereik is meestal wat kleiner dan bij 5 GHz.

Tip: geef je netwerken duidelijke namen

Veel routers zenden meerdere wifi-netwerken tegelijk uit: 2,4 GHz voor bereik, 5 GHz voor snelheid en soms ook 6 GHz voor extra ruimte in drukke omgevingen. Als al die banden onder één naam vallen, kiest je smartphone of laptop automatisch. Dat gaat vaak goed, maar niet altijd: je toestel kan blijven “plakken” aan 2,4 GHz terwijl 5 GHz op dat moment sneller en stabieler is.

Door je netwerken een herkenbare naam te geven, maak je de keuze simpel. Geef de 2,4 GHz-band bijvoorbeeld de naam thuis-2g, de 5 GHz-band thuis-5g en, als je die hebt, de 6 GHz-band thuis-6g. Dan zie je in één oogopslag welk netwerk je pakt. Zit je ver van de router, dan is 2,4 GHz vaak de veiligste optie. Zit je dichtbij en wil je vooral snelheid, dan ligt 5 GHz of 6 GHz meer voor de hand. Zo kun je bij haperingen of traag internet meteen testen of een andere band het probleem oplost, zonder dat je in instellingen hoeft te graven.

View post on TikTok

Fout 3: Verouderde software en hardware blijven gebruiken

Technologie verandert razendsnel en dat geldt ook voor de beveiliging en snelheid van je netwerk. Veel huishoudens werken nog met de router die ze jaren geleden bij hun eerste abonnement kregen. Deze oude techniek kan de moderne eisen van streaming en videobellen simpelweg niet meer bijbenen. Daarnaast vergeten veel gebruikers om de firmware van hun apparaat te updaten. Fabrikanten brengen deze software-updates uit om prestaties te verbeteren en lekken te dichten. Een verouderd systeem is niet alleen trager, maar ook een makkelijker doelwit voor hackers.


1️⃣2️⃣3️⃣Stappenplan: de beste wifi-kanalen scannen

Als je buren ook allemaal op hetzelfde wifi-kanaal zitten, ontstaat er interferentie. Je kunt dit zelf eenvoudig oplossen door een rustiger kanaal te zoeken.

1) Download een app zoals WiFi Analyzer (Android) of NetSpot (Windows, macOS, Android & iOS).

2) Open de app en bekijk de grafiek van de omgeving. Je ziet hier welke kanalen drukbezet zijn door netwerken in de buurt. Noteer het kanaalnummer dat het minst wordt gebruikt. Vaak zijn kanaal 1, 6 of 11 op de 2,4GHz-band de beste keuzes.

3) Log in op de webinterface van je router via je browser (meestal via een adres als 192.168.1.1). Zoek naar de draadloze instellingen en wijzig het kanaal van 'Automatisch' naar het door jou gekozen nummer. Sla de instellingen op en test of je verbinding stabieler aanvoelt.

Het verschil tussen wifi 6 en wifi 7

Sta je op het punt om een nieuwe router of laptop te kopen? Dan kom je de termen wifi 6 en wifi 7 tegen. Wifi 6 was een grote stap vooruit omdat het beter omgaat met veel apparaten tegelijk op één netwerk. Het zorgt voor een efficiëntere verdeling van de data. Wifi 7 is de allernieuwste standaard en gaat nog een flinke stap verder. Het maakt gebruik van extreem brede kanalen en kan verbinding maken via meerdere frequenties tegelijkertijd. Dit wordt Multi-Link Operation genoemd. Hierdoor is de vertraging merkbaar lager en kun je hogere snelheden halen, vooral op korte afstand en met geschikte apparaten. Voor een gemiddeld huishouden is wifi 6 momenteel een uitstekende keuze, terwijl wifi 7 echt voor de toekomst is gebouwd.

Heel belangrijk: de juiste bekabeling

Draadloos internet begint voor de meeste mensen bij een kabel: heb je een los modem en een losse router, dan vormt de kabel ertussen de basis. Gebruik je hier een oude kabel, dan wordt de snelheid al beperkt voordat het signaal de lucht in gaat. Controleer of er Cat 5e, Cat6 of Cat6a op de kabel staat, dan zit je meestal goed. Cat5 haalt soms maar 100 Mbps door kwaliteit/afmontage. Heb je cat5 liggen? Vervang dat dan in ieder geval door cat5e; dat is een veilige keuze voor gigabit. Een kleine investering in een kwalitatieve netwerkkabel kan een wereld van verschil maken voor de uiteindelijke wifi-snelheid op je telefoon.

Slechte wifi? Oplossen is makkelijker dan je denkt

Alles bij elkaar komt goed wifi minder neer op toeval dan veel mensen denken. Met een slimme plek voor je router, een rustige frequentie en actuele software haal je vaak al verrassend veel winst. Combineer dat met een fatsoenlijke netwerkkabel en je voorkomt dat de dat de verbinding al beperkt wordt voordat het signaal draadloos wordt verspreid. Door deze stappen een voor een toe te passen, los je de meest voorkomende wifi-problemen op zonder dat een duurder internetabonnement nodig is, en maak je van een haperende verbinding weer een stabiele basis voor alles wat je online doet.

Consumenten testen: TP-Link Deco BE25 WiFi 7 mesh set

Op Review.nl, het testplatform waarop consumenten nieuwe technologie uitproberen en hun bevindingen delen, krijgt de TP-Link Deco BE25, een router met dualband wifi 7,  een stevige 8,7 op Review.nl. En dat betekent iets: want omdat op Review.nl producten getest worden door een panel van echte gebruikers, zie je hoe iets in een normaal huishouden presteert.

Wat opvalt is hoe vaak testers terugkomen op de snelheid en stabiliteit. De overstap naar wifi 7 levert volgens veel gebruikers merkbaar meer rust in het netwerk op, vooral in huizen waar voorheen op zolder, in de tuin of achterin de woonkamer nauwelijks een bruikbaar signaal was. De Deco BE25 vult dat soort gaten zichtbaar op. Apparaten blijven stabiel verbonden, streamen gaat zonder haperingen en ook gamers merken volgens de testers dat de latency laag blijft. Wie een gigabitverbinding heeft, ziet die snelheid nu ook daadwerkelijk terug op plekken waar dat eerst niet haalbaar was.

Een tweede punt dat veel lof krijgt, is de installatie. De meeste testers spreken over een proces van enkele minuten. De app begeleidt je stap voor stap, herkent automatisch de nieuwe units en geeft advies over de beste plek voor elk wifipunt. Daardoor voelt het hele systeem toegankelijk, ook voor wie zichzelf niet technisch vindt. Eenmaal ingesteld blijkt het netwerk bovendien weinig onderhoud nodig te hebben: de app verdeelt verkeer slim, laat je apparaten prioriteren en biedt opties voor gastnetwerken en ouderlijk toezicht.

Het ontwerp en de functionaliteit leveren wel discussie op. Een deel van de testers vindt de units wat groot en mist montageopties of extra ethernetpoorten. Ook melden sommige gebruikers dat smartphones niet altijd direct naar het dichtstbijzijnde wifipunt schakelen. Toch wordt dat in de meeste reviews gezien als een detail naast de verbeterde dekking en het gemak van dagelijks gebruik.

Alles bij elkaar laat het testpanel zien dat de Deco BE25 vooral scoort op prestaties waar consumenten echt iets van merken: hogere snelheden, betere dekking en een probleemloos installatieproces. Voor veel huishoudens voelt het als een upgrade die een onrustig wifi-netwerk verandert in een betrouwbaar en snel geheel.