ID.nl logo
Cloudbeheer: al je clouddiensten op een plek
© Reshift Digital
Huis

Cloudbeheer: al je clouddiensten op een plek

De kans is groot dat ook jij data in de cloud bewaart. Meer zelfs, dat je hiervoor verschillende clouddiensten inzet, zoals Dropbox, Google Drive én OneDrive. Dat maakt het er natuurlijk niet overzichtelijker voor je op, want waar staan welke data nou precies? Gelukkig zijn er ook services die clouddiensten bundelen. Hierdoor heb je al je clouddiensten op een plek.

Tip 01: Voor- en nadelen

De voordelen van cloudopslag zijn je vast al langer duidelijk: je kunt vanaf zowat elk apparaat bij je gegevens, ze worden in een heus datacenter bewaard en frequent geback-upt, en vaak is het ook makkelijk om bestanden met anderen te delen. Je moet je echter wel comfortabel voelen bij het feit dat je je gegevens toevertrouwt aan een externe partij als Google of Microsoft. Veel gebruikers zetten zelfs meerdere cloudopslagservices in, vaak omdat de gratis versie van zo’n service beperkingen oplegt in de hoeveelheid opslagruimte. Goedkoop, maar niet altijd zo praktisch, aangezien je je dan bij diverse services moet aanmelden én je goed moet bijhouden waar je wat plaatst. Cloudmanagers helpen je hierbij: zij laten je al je opslagdiensten vanuit één interface benaderen.

Daar kleven ook wel potentiële nadelen aan. Wie je accountgegevens van zo’n beheertool te pakken krijgt, heeft meteen ook de sleutel in handen voor je data bij al je opslagdiensten. Verder moet je zo’n beheertool toegang geven tot je accounts van alle verschillende opslagdiensten die je gebruikt. Gebruik je die tool naderhand niet meer, dan blijven die machtigingen behouden tenzij je die zelf intrekt (zie ook kader ‘Machtigingen’).

©PXimport

Machtigingen

Bij zowat elke cloudmanager moet je expliciet verschillende machtigingen verlenen voor toegang tot je cloudopslagdiensten. Wanneer je die cloudmanager niet langer gebruikt of zelfs wanneer je vanuit de manager de koppeling naar zo’n dienst verwijdert, blijven die machtigingen nog altijd geldig. Dat is wellicht niet wat je wilt. Er zit dan weinig anders op dan die machtigingen alsnog te herroepen. Hoe je dat precies doet, kan per dienst verschillen. Voor Google (Drive) kun je hier terecht. Voor Microsoft (OneDrive) meld je je hier aan en klik je op Apps en services die toegang hebben tot je gegevens. Voor Dropbox meld je je aan bij de service, waarna je je account-pictogram aanklikt, Instellingen selecteert en het tabblad Gekoppelde apps opent.

©PXimport

Je kunt zo simpel bestanden van de ene naar de andere clouddienst kopiëren

-

Tip 02: Data verplaatsen

Stel, je hebt een account bij de ene cloudopslagdienst maar je wilt data nu kopiëren of verplaatsen naar een andere dienst. Dat kan weliswaar via een tussenstation – je eigen pc, bijvoorbeeld – maar het kan ook handiger, met behulp van een service als Mover of MultCloud. We bekijken deze laatste van naderbij omdat we die wat handiger vinden en omdat die gratis is. Aanmelden kan met je Google- of Facebook-account of met een MultCloud-account. Allereerst koppel je de gewenste cloudservices via Add Cloud Drives. Je kunt uit bijna alle bekende diensten kiezen, waaronder Google Drive, Dropbox (for Business), OneDrive (for Business), Box en Amazon. Zoals gebruikelijk moet je MultCloud wel eerst tot de geselecteerde service(s) toegang geven. De toegevoegde services verschijnen netjes in het linkerpaneel. Selecteer je hier een service, dan verschijnen de bijhorende mappen in het rechterpaneel. Stel, je wilt een of meerdere mappen naar een andere dienst kopiëren. Plaats dan een vinkje bij die mappen en klik het pijltje rechts van zo’n map aan. In het snelmenu kies je dan Copy to, waarna je een geschikte bestemming (service en eventuele submap) aanduidt. De transfer start direct.

©PXimport

Tip 03: Synchroniseren

Je vindt het misschien ook wel handig om bestanden tussen twee of meer cloudopslagservices te synchroniseren. Dat kan prima met CloudHQ, maar de gratis versie beperkt je wel tot bestanden van maximaal 150 MB en laat alleen synchronisaties toe tussen gratis cloudopslagdiensten – dus niet met Dropbox for Business of OneDrive for Business. Gelukkig kan ook het in de vorige stap genoemde tool MultCloud intussen met synchronisatie overweg. Hiervoor selecteer je bovenaan de optie Cloud Sync, waarna je Click Source aanklikt en naar de bronmap van de gewenste cloudopslagservice verwijst. Vervolgens is het de beurt aan de bestemmingsmap, via Click Destination. Verder geef je aan of je een synchronisatie in één richting (One-way Sync) dan wel in twee richtingen verkiest: Two-way Sync. Je start het proces met Sync Now.

Tot zover het gratis verhaal van MultCloud. De Premium-editie (circa 58 euro per jaar) biedt meer opties. Niet alleen kan die met diverse synchronisatietypes overweg, zoals Mirror, Move, Cumulative, Update, Incremental Backup en Full Backup (de uitleg verschijnt bij elke keuze), het is tevens mogelijk de synchronisatie-operaties in te plannen, net als bij CloudHQ. De exacte verschillen tussen de gratis en betaalde versie vind je hier.

Otixo

Weet MultCloud je om een of andere reden niet te bekoren, dan vind je in Otixo een handig en gelijk(w)aardig alternatief. Deze dienst, overigens ook beschikbaar als mobiele app voor Android en iOS, laat zich met 35 webservices koppelen. Net als in MultCloud duikt ook hier elke gekoppelde service als een aparte map op, waarna je bestanden kunt openen, kopiëren, verplaatsen of delen. Bij de gratis versie ben je wel beperkt tot vijf bestandskopieën per keer. Via het concept van ‘spaces’, een soort virtuele mappen, kun je specifieke data via Otixo ook makkelijk met anderen delen.

©PXimport

Tip 04: Cloud doorzoeken

Bestanden overzetten en synchroniseren tussen diverse cloudopslagdiensten is één zaak, maar wat als je zoekopdrachten wilt uitvoeren die al je online bestanden in één keer doorploegen? Ook daar bestaan tools voor. Eén ervan is Findo, dat beschikbaar is op zowat alle platformen. Je gebruikt die een maand gratis, daarna betaal je stevig: vanaf 57 euro per maand.

Een andere degelijke service is AppWise, voorheen Xen.do. Deze dienst heeft een heel ander prijskaartje: hij kost vanaf 7,50 euro per maand, met een gratis proefperiode van twee weken. Er is ook een gratis versie, maar die beperkt de zoektocht automatisch tot bestanden niet ouder dan dertig dagen. We stellen AppWise kort aan je voor. Meteen na je aanmelding kun je een koppeling maken met 36 verschillende diensten, waaronder Google Drive, Dropbox, OneDrive, Slack, Box en Office365. Meteen na zo’n koppeling start AppWise met de indexering van de data, een proces dat best wel wat tijd in beslag kan nemen. Je hoeft echter niet te wachten met het uitvoeren van zoekopdrachten tot de indexering is voltooid.

©PXimport

In één keer binnen al je clouddiensten zoeken? Dat kan met AppWise

-

Tip 05: Beter zoeken

Nadat je de gewenste zoektermen bij AppWise hebt ingevuld, kun je in het linkerpaneel aangeven binnen welke services gezocht moet worden, welke bestandstypes en binnen welke periode. Wil je beter leren zoeken met deze dienst, dan kun je terecht bij de rubriek Help / Advanced Search om de bijhorende syntax sneller in de vingers te krijgen. Als het goed is, verschijnen dan de resultaten binnen-context. Handig is ook de mogelijkheid om zoekopdrachten te bewaren voor hergebruik: voer de zoekopdracht uit, klik vervolgens het groene plusje aan bij Results for en geef de zoekoperatie een geschikte naam. Na je bevestiging met Save vind je de bewaarde zoekacties terug bij Saved Searches. Je kunt ook aangeven of je deze zoekopdracht automatisch wilt laten uitvoeren bij het opstarten van AppWise. Of je laat je met een bepaalde regelmaat een e-mail met de zoekresultaten toesturen. Goed om weten: er bestaat tevens een handige Chrome-extensie van AppWise.

©PXimport

Tip 06: Data versleutelen

De meeste – vaak Amerikaanse – cloudopslagdiensten voorzien weliswaar in versleutelde bestandsopslag, maar gewoonlijk wordt dat pas op de server gedaan, en dan beschikken die diensten dus over de encryptiesleutel. Dan kunnen ze nog altijd bij jouw gegevens. Bovendien worden je bestanden tijdens de overdracht vaak onversleuteld verstuurd. Het gratis Cryptomator, dat beschikbaar is voor Windows, macOS, Linux, iOS en Android, is een gratis opensourcetool die in end-to-end-encryptie voorziet en die je ook voor meerdere cloudopslagdiensten tegelijk kunt inzetten (in tegenstelling tot bijvoorbeeld de gratis versie van BoxCryptor).

Meteen na de installatie van Cryptomator maak je een digitale kluis aan. De bedoeling is dat je dit doet in de lokale synchronisatiemap van een cloudopslagservice als Dropbox, Google Drive of OneDrive. Je voorziet die kluis van een naam en een wachtwoord, waarna alle data binnen deze kluis met aes256-encryptie worden versleuteld. Op deze manier kun je ook kluizen voor andere cloudopslagservices creëren. Na het intikken van je wachtwoord komt zo’n kluis dan beschikbaar als een virtueel station of – met enige moeite – via WebDAV.

©PXimport

Tip 07: Webapp: aanmelding

Een van onze favoriete allround cloudbeheerders is odrive. Deze dienst kun je aansturen vanuit je browser, maar de bijhorende desktopapplicatie geeft nog iets meer mogelijkheden. We focussen ons hier dus op deze laatste. Je meldt je allereerst aan bij de dienst op www.odrive.com. Dat kan met je account van een van de zeven voorgestelde services. Na je autorisatie kun je je aanmelden, waarna je al meteen de cloudopslagdienst ziet verschijnen waarmee je je hebt aangemeld. Je hoeft die maar aan te klikken om je bestanden bij die dienst te kunnen zien. Maar odrive zou geen cloudbeheerder zijn als je je tot die ene dienst zou moeten beperken. Het volstaat op de startpagina van odrive op +Link Storage te klikken om er nog meer toe te voegen, er zijn ruim 25 diensten beschikbaar. Ook die zijn na het toevoegen dan direct bereikbaar vanuit je startpagina bij odrive.

Tip 08: Webapp: acties

Door een bestand aan te klikken, kun je het – afhankelijk van het bestandstype – openen of downloaden. Om een bestand of map te verwijderen, te hernoemen of te delen, klik je op het bijhorende pijltje aan de rechterkant. Wanneer je hier Share kiest, verschijnt een venster waarin je optioneel een wachtwoord aan je share koppelt. Je kunt hier ook een vervalperiode instellen van een dag, zeven dagen of een maand. Na je bevestiging met Share verschijnt dan een unieke url die je zelf naar de gewenste personen verzendt. Die hoeven zelf niet over een odrive-account te beschikken. De bestanden die je op deze manier hebt gedeeld, vind je zelf terug in het Sharing-menu linksboven. Van hieruit kun je je shares altijd nog verwijderen of aanpassen. Een map of bestand toevoegen aan de geopende opslagservice kan ook: dat doe je via de pictogrammen rechtsboven.

©PXimport

Tip 09: Desktop: installatie

De mogelijkheden van de webapp zijn, zoals aangegeven, wat beperkt. Via de desktopapplicatie valt er nog meer uit odrive te halen. Om die te installeren meld je je eerst bij odrive aan (zoals in tip 7 beschreven) en ga je naar je dashboard. Linksonder tref je de link Download Desktop Sync aan. Die voert je naar een downloadpagina waar je terecht kunt voor de client van macOS en Windows. We kiezen voor de Windows-variant. Je start de installatie met een dubbelklik op het gedownloade exe-bestand. Ga na het lezen van de voorwaarden akkoord en druk op de knop Install. Even later rond je de installatie af met Close. Odrive heeft zich nu in het systeemvak van Windows genesteld. Klik dit pictogram met de rechtermuisknop aan en kies Set up odrive. Druk op de knop Get started en meld je met je vaste account bij odrive aan. Een paar Next-knoppen verder bereik je met de knop Open odrive folder je lokale synchronisatiemap van odrive. Standaard bevindt die zich in C:\Users\<accountnaam>\odrive.

Tip 10: Synchronisatiemap

Het lijkt er nu op dat alle data naar je lokale synchronisatiemap zijn gekopieerd, maar dat is slechts schijn. Als je goed kijkt merk je dat de mappen van elke dienst van het type CLOUDF zijn en de bestanden van het type CLOUD. Cloudf en cloud zijn trouwens meteen de bestandsextensies van de mappen en bestanden. Zie je die extensies niet, dan kun je die zichtbaar maken door in de verkenner het tabblad Beeld te openen en een vinkje te plaatsen bij Bestandsnaamextensies. Deze cloud(f)-mappen en -bestanden nemen 0 bytes in beslag. De verklaring is eenvoudig: het gaat slechts om ‘placeholders’ oftewel verwijzingen naar je online data. Je hoeft dus niet bang te zijn dat je lokale schijf meteen gaat dichtslibben met al die bestanden. Pas wanneer je op zo’n map of bestand dubbelklikt, worden de data effectief naar je schijf gedownload en verdwijnen automatisch ook die extra cloud(f)-extensies. Data die je op deze manier hebt gedownload, kun je op de gebruikelijke manier uiteraard ook naar een andere locatie – en dus ook online opslagprovider – verhuizen of kopiëren.

Odrive werkt met placeholders voor je bestanden: pas na een dubbelklik worden ze gedownload

-

Tip 11: Syncen

Al je online data zijn dus snel en vanuit één synchronisatiemap bereikbaar, zonder dat je noodzakelijkerwijs alle data meteen naar je lokale schijf moet kopiëren. Vind je het prettiger als die data toch ook lokaal worden bewaard, rechtsklik dan op de map van zo’n cloudopslagservice, selecteer Sync en plaats eventueel een vinkje bij Include Subfolders en/of Save and apply to new files and folders. Via een schuifbalk stel je desgewenst de maximale hoeveelheid data in die op deze manier naar je harde schijf mag worden overgepompt. De bestanden worden vervolgens gesynchroniseerd.

©PXimport

Tip 12: Delen

Bestanden delen vanuit de odrive-applicatie op je computer is eveneens mogelijk. Klik een bestand met de rechtermuisknop aan, kies Share link en volg de instructies zoals beschreven in tip 8. Wanneer je het contextmenu van een map opent, tref je hier tevens de optie Share Storage aan. Via Manage spaces en nogmaals Share Storage kun je de mapinhoud dan op een willekeurige plek bij een van de toegevoegde cloudopslagservices plaatsen en de bijhorende link naar willekeurige ontvangers doorsturen. Die ontvangen dan een uitnodiging om lid te worden van je gedeelde map.

Nog meer handigheden vind je terug in de betaalde Premium-versie van odrive, zoals het ongedaan maken van synchronisaties met je lokale schijf (Unsync) en het creëren van aangepaste synchronisatieregels per submap. Hier vind je hiervan een detailoverzicht, de betaalde versie kost 8,25 dollar (ca. 7,10 euro) per maand.

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.