ID.nl logo
Cloudbeheer: al je clouddiensten op een plek
© Reshift Digital
Huis

Cloudbeheer: al je clouddiensten op een plek

De kans is groot dat ook jij data in de cloud bewaart. Meer zelfs, dat je hiervoor verschillende clouddiensten inzet, zoals Dropbox, Google Drive én OneDrive. Dat maakt het er natuurlijk niet overzichtelijker voor je op, want waar staan welke data nou precies? Gelukkig zijn er ook services die clouddiensten bundelen. Hierdoor heb je al je clouddiensten op een plek.

Tip 01: Voor- en nadelen

De voordelen van cloudopslag zijn je vast al langer duidelijk: je kunt vanaf zowat elk apparaat bij je gegevens, ze worden in een heus datacenter bewaard en frequent geback-upt, en vaak is het ook makkelijk om bestanden met anderen te delen. Je moet je echter wel comfortabel voelen bij het feit dat je je gegevens toevertrouwt aan een externe partij als Google of Microsoft. Veel gebruikers zetten zelfs meerdere cloudopslagservices in, vaak omdat de gratis versie van zo’n service beperkingen oplegt in de hoeveelheid opslagruimte. Goedkoop, maar niet altijd zo praktisch, aangezien je je dan bij diverse services moet aanmelden én je goed moet bijhouden waar je wat plaatst. Cloudmanagers helpen je hierbij: zij laten je al je opslagdiensten vanuit één interface benaderen.

Daar kleven ook wel potentiële nadelen aan. Wie je accountgegevens van zo’n beheertool te pakken krijgt, heeft meteen ook de sleutel in handen voor je data bij al je opslagdiensten. Verder moet je zo’n beheertool toegang geven tot je accounts van alle verschillende opslagdiensten die je gebruikt. Gebruik je die tool naderhand niet meer, dan blijven die machtigingen behouden tenzij je die zelf intrekt (zie ook kader ‘Machtigingen’).

©PXimport

Machtigingen

Bij zowat elke cloudmanager moet je expliciet verschillende machtigingen verlenen voor toegang tot je cloudopslagdiensten. Wanneer je die cloudmanager niet langer gebruikt of zelfs wanneer je vanuit de manager de koppeling naar zo’n dienst verwijdert, blijven die machtigingen nog altijd geldig. Dat is wellicht niet wat je wilt. Er zit dan weinig anders op dan die machtigingen alsnog te herroepen. Hoe je dat precies doet, kan per dienst verschillen. Voor Google (Drive) kun je hier terecht. Voor Microsoft (OneDrive) meld je je hier aan en klik je op Apps en services die toegang hebben tot je gegevens. Voor Dropbox meld je je aan bij de service, waarna je je account-pictogram aanklikt, Instellingen selecteert en het tabblad Gekoppelde apps opent.

©PXimport

Je kunt zo simpel bestanden van de ene naar de andere clouddienst kopiëren

-

Tip 02: Data verplaatsen

Stel, je hebt een account bij de ene cloudopslagdienst maar je wilt data nu kopiëren of verplaatsen naar een andere dienst. Dat kan weliswaar via een tussenstation – je eigen pc, bijvoorbeeld – maar het kan ook handiger, met behulp van een service als Mover of MultCloud. We bekijken deze laatste van naderbij omdat we die wat handiger vinden en omdat die gratis is. Aanmelden kan met je Google- of Facebook-account of met een MultCloud-account. Allereerst koppel je de gewenste cloudservices via Add Cloud Drives. Je kunt uit bijna alle bekende diensten kiezen, waaronder Google Drive, Dropbox (for Business), OneDrive (for Business), Box en Amazon. Zoals gebruikelijk moet je MultCloud wel eerst tot de geselecteerde service(s) toegang geven. De toegevoegde services verschijnen netjes in het linkerpaneel. Selecteer je hier een service, dan verschijnen de bijhorende mappen in het rechterpaneel. Stel, je wilt een of meerdere mappen naar een andere dienst kopiëren. Plaats dan een vinkje bij die mappen en klik het pijltje rechts van zo’n map aan. In het snelmenu kies je dan Copy to, waarna je een geschikte bestemming (service en eventuele submap) aanduidt. De transfer start direct.

©PXimport

Tip 03: Synchroniseren

Je vindt het misschien ook wel handig om bestanden tussen twee of meer cloudopslagservices te synchroniseren. Dat kan prima met CloudHQ, maar de gratis versie beperkt je wel tot bestanden van maximaal 150 MB en laat alleen synchronisaties toe tussen gratis cloudopslagdiensten – dus niet met Dropbox for Business of OneDrive for Business. Gelukkig kan ook het in de vorige stap genoemde tool MultCloud intussen met synchronisatie overweg. Hiervoor selecteer je bovenaan de optie Cloud Sync, waarna je Click Source aanklikt en naar de bronmap van de gewenste cloudopslagservice verwijst. Vervolgens is het de beurt aan de bestemmingsmap, via Click Destination. Verder geef je aan of je een synchronisatie in één richting (One-way Sync) dan wel in twee richtingen verkiest: Two-way Sync. Je start het proces met Sync Now.

Tot zover het gratis verhaal van MultCloud. De Premium-editie (circa 58 euro per jaar) biedt meer opties. Niet alleen kan die met diverse synchronisatietypes overweg, zoals Mirror, Move, Cumulative, Update, Incremental Backup en Full Backup (de uitleg verschijnt bij elke keuze), het is tevens mogelijk de synchronisatie-operaties in te plannen, net als bij CloudHQ. De exacte verschillen tussen de gratis en betaalde versie vind je hier.

Otixo

Weet MultCloud je om een of andere reden niet te bekoren, dan vind je in Otixo een handig en gelijk(w)aardig alternatief. Deze dienst, overigens ook beschikbaar als mobiele app voor Android en iOS, laat zich met 35 webservices koppelen. Net als in MultCloud duikt ook hier elke gekoppelde service als een aparte map op, waarna je bestanden kunt openen, kopiëren, verplaatsen of delen. Bij de gratis versie ben je wel beperkt tot vijf bestandskopieën per keer. Via het concept van ‘spaces’, een soort virtuele mappen, kun je specifieke data via Otixo ook makkelijk met anderen delen.

©PXimport

Tip 04: Cloud doorzoeken

Bestanden overzetten en synchroniseren tussen diverse cloudopslagdiensten is één zaak, maar wat als je zoekopdrachten wilt uitvoeren die al je online bestanden in één keer doorploegen? Ook daar bestaan tools voor. Eén ervan is Findo, dat beschikbaar is op zowat alle platformen. Je gebruikt die een maand gratis, daarna betaal je stevig: vanaf 57 euro per maand.

Een andere degelijke service is AppWise, voorheen Xen.do. Deze dienst heeft een heel ander prijskaartje: hij kost vanaf 7,50 euro per maand, met een gratis proefperiode van twee weken. Er is ook een gratis versie, maar die beperkt de zoektocht automatisch tot bestanden niet ouder dan dertig dagen. We stellen AppWise kort aan je voor. Meteen na je aanmelding kun je een koppeling maken met 36 verschillende diensten, waaronder Google Drive, Dropbox, OneDrive, Slack, Box en Office365. Meteen na zo’n koppeling start AppWise met de indexering van de data, een proces dat best wel wat tijd in beslag kan nemen. Je hoeft echter niet te wachten met het uitvoeren van zoekopdrachten tot de indexering is voltooid.

©PXimport

In één keer binnen al je clouddiensten zoeken? Dat kan met AppWise

-

Tip 05: Beter zoeken

Nadat je de gewenste zoektermen bij AppWise hebt ingevuld, kun je in het linkerpaneel aangeven binnen welke services gezocht moet worden, welke bestandstypes en binnen welke periode. Wil je beter leren zoeken met deze dienst, dan kun je terecht bij de rubriek Help / Advanced Search om de bijhorende syntax sneller in de vingers te krijgen. Als het goed is, verschijnen dan de resultaten binnen-context. Handig is ook de mogelijkheid om zoekopdrachten te bewaren voor hergebruik: voer de zoekopdracht uit, klik vervolgens het groene plusje aan bij Results for en geef de zoekoperatie een geschikte naam. Na je bevestiging met Save vind je de bewaarde zoekacties terug bij Saved Searches. Je kunt ook aangeven of je deze zoekopdracht automatisch wilt laten uitvoeren bij het opstarten van AppWise. Of je laat je met een bepaalde regelmaat een e-mail met de zoekresultaten toesturen. Goed om weten: er bestaat tevens een handige Chrome-extensie van AppWise.

©PXimport

Tip 06: Data versleutelen

De meeste – vaak Amerikaanse – cloudopslagdiensten voorzien weliswaar in versleutelde bestandsopslag, maar gewoonlijk wordt dat pas op de server gedaan, en dan beschikken die diensten dus over de encryptiesleutel. Dan kunnen ze nog altijd bij jouw gegevens. Bovendien worden je bestanden tijdens de overdracht vaak onversleuteld verstuurd. Het gratis Cryptomator, dat beschikbaar is voor Windows, macOS, Linux, iOS en Android, is een gratis opensourcetool die in end-to-end-encryptie voorziet en die je ook voor meerdere cloudopslagdiensten tegelijk kunt inzetten (in tegenstelling tot bijvoorbeeld de gratis versie van BoxCryptor).

Meteen na de installatie van Cryptomator maak je een digitale kluis aan. De bedoeling is dat je dit doet in de lokale synchronisatiemap van een cloudopslagservice als Dropbox, Google Drive of OneDrive. Je voorziet die kluis van een naam en een wachtwoord, waarna alle data binnen deze kluis met aes256-encryptie worden versleuteld. Op deze manier kun je ook kluizen voor andere cloudopslagservices creëren. Na het intikken van je wachtwoord komt zo’n kluis dan beschikbaar als een virtueel station of – met enige moeite – via WebDAV.

©PXimport

Tip 07: Webapp: aanmelding

Een van onze favoriete allround cloudbeheerders is odrive. Deze dienst kun je aansturen vanuit je browser, maar de bijhorende desktopapplicatie geeft nog iets meer mogelijkheden. We focussen ons hier dus op deze laatste. Je meldt je allereerst aan bij de dienst op www.odrive.com. Dat kan met je account van een van de zeven voorgestelde services. Na je autorisatie kun je je aanmelden, waarna je al meteen de cloudopslagdienst ziet verschijnen waarmee je je hebt aangemeld. Je hoeft die maar aan te klikken om je bestanden bij die dienst te kunnen zien. Maar odrive zou geen cloudbeheerder zijn als je je tot die ene dienst zou moeten beperken. Het volstaat op de startpagina van odrive op +Link Storage te klikken om er nog meer toe te voegen, er zijn ruim 25 diensten beschikbaar. Ook die zijn na het toevoegen dan direct bereikbaar vanuit je startpagina bij odrive.

Tip 08: Webapp: acties

Door een bestand aan te klikken, kun je het – afhankelijk van het bestandstype – openen of downloaden. Om een bestand of map te verwijderen, te hernoemen of te delen, klik je op het bijhorende pijltje aan de rechterkant. Wanneer je hier Share kiest, verschijnt een venster waarin je optioneel een wachtwoord aan je share koppelt. Je kunt hier ook een vervalperiode instellen van een dag, zeven dagen of een maand. Na je bevestiging met Share verschijnt dan een unieke url die je zelf naar de gewenste personen verzendt. Die hoeven zelf niet over een odrive-account te beschikken. De bestanden die je op deze manier hebt gedeeld, vind je zelf terug in het Sharing-menu linksboven. Van hieruit kun je je shares altijd nog verwijderen of aanpassen. Een map of bestand toevoegen aan de geopende opslagservice kan ook: dat doe je via de pictogrammen rechtsboven.

©PXimport

Tip 09: Desktop: installatie

De mogelijkheden van de webapp zijn, zoals aangegeven, wat beperkt. Via de desktopapplicatie valt er nog meer uit odrive te halen. Om die te installeren meld je je eerst bij odrive aan (zoals in tip 7 beschreven) en ga je naar je dashboard. Linksonder tref je de link Download Desktop Sync aan. Die voert je naar een downloadpagina waar je terecht kunt voor de client van macOS en Windows. We kiezen voor de Windows-variant. Je start de installatie met een dubbelklik op het gedownloade exe-bestand. Ga na het lezen van de voorwaarden akkoord en druk op de knop Install. Even later rond je de installatie af met Close. Odrive heeft zich nu in het systeemvak van Windows genesteld. Klik dit pictogram met de rechtermuisknop aan en kies Set up odrive. Druk op de knop Get started en meld je met je vaste account bij odrive aan. Een paar Next-knoppen verder bereik je met de knop Open odrive folder je lokale synchronisatiemap van odrive. Standaard bevindt die zich in C:\Users\<accountnaam>\odrive.

Tip 10: Synchronisatiemap

Het lijkt er nu op dat alle data naar je lokale synchronisatiemap zijn gekopieerd, maar dat is slechts schijn. Als je goed kijkt merk je dat de mappen van elke dienst van het type CLOUDF zijn en de bestanden van het type CLOUD. Cloudf en cloud zijn trouwens meteen de bestandsextensies van de mappen en bestanden. Zie je die extensies niet, dan kun je die zichtbaar maken door in de verkenner het tabblad Beeld te openen en een vinkje te plaatsen bij Bestandsnaamextensies. Deze cloud(f)-mappen en -bestanden nemen 0 bytes in beslag. De verklaring is eenvoudig: het gaat slechts om ‘placeholders’ oftewel verwijzingen naar je online data. Je hoeft dus niet bang te zijn dat je lokale schijf meteen gaat dichtslibben met al die bestanden. Pas wanneer je op zo’n map of bestand dubbelklikt, worden de data effectief naar je schijf gedownload en verdwijnen automatisch ook die extra cloud(f)-extensies. Data die je op deze manier hebt gedownload, kun je op de gebruikelijke manier uiteraard ook naar een andere locatie – en dus ook online opslagprovider – verhuizen of kopiëren.

Odrive werkt met placeholders voor je bestanden: pas na een dubbelklik worden ze gedownload

-

Tip 11: Syncen

Al je online data zijn dus snel en vanuit één synchronisatiemap bereikbaar, zonder dat je noodzakelijkerwijs alle data meteen naar je lokale schijf moet kopiëren. Vind je het prettiger als die data toch ook lokaal worden bewaard, rechtsklik dan op de map van zo’n cloudopslagservice, selecteer Sync en plaats eventueel een vinkje bij Include Subfolders en/of Save and apply to new files and folders. Via een schuifbalk stel je desgewenst de maximale hoeveelheid data in die op deze manier naar je harde schijf mag worden overgepompt. De bestanden worden vervolgens gesynchroniseerd.

©PXimport

Tip 12: Delen

Bestanden delen vanuit de odrive-applicatie op je computer is eveneens mogelijk. Klik een bestand met de rechtermuisknop aan, kies Share link en volg de instructies zoals beschreven in tip 8. Wanneer je het contextmenu van een map opent, tref je hier tevens de optie Share Storage aan. Via Manage spaces en nogmaals Share Storage kun je de mapinhoud dan op een willekeurige plek bij een van de toegevoegde cloudopslagservices plaatsen en de bijhorende link naar willekeurige ontvangers doorsturen. Die ontvangen dan een uitnodiging om lid te worden van je gedeelde map.

Nog meer handigheden vind je terug in de betaalde Premium-versie van odrive, zoals het ongedaan maken van synchronisaties met je lokale schijf (Unsync) en het creëren van aangepaste synchronisatieregels per submap. Hier vind je hiervan een detailoverzicht, de betaalde versie kost 8,25 dollar (ca. 7,10 euro) per maand.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.