ID.nl logo
Zo scheid je het IoT van je thuisnetwerk
© Reshift Digital
Huis

Zo scheid je het IoT van je thuisnetwerk

Het Internet of Things heeft op het gebied van veiligheid geen goede reputatie. Om dergelijke apparaten dan zomaar te mixen met je eigen computers en tablets, zorgt voor een groot risico. Een veilige aanpak is om je IoT- en domotica-apparaten te scheiden van de rest van het thuisnetwerk, iets wat je op verschillende manieren kunt doen. Zo kun je je eigen IoT beveiligen.

Het probleem met domotica en IoT is natuurlijk veiligheid. Alle fabrikanten zijn nu eerst zo druk bezig om toepassingen te vinden voor hun IoT-apparaten, dat ze niet nadenken over de veiligheid ervan. Een koelkast of wasmachine met Android, of zelfs een broodrooster aangesloten op internet. Deze apparaten vormen potentie enorme veiligheidsproblemen als ze verbonden worden met wifi. De grootste ddos-aanval tot nog toe was bijvoorbeeld niet mogelijk geweest zonder alle met het internet verbonden camera’s.

Waarom is het Internet of Things dan zo onveilig? Daar zijn verschillende redenen voor. Veel van die apparaten hebben geen automatische updates. Dat is op z’n zachtst gezegd niet zo’n goed idee voor een apparaat dat met internet verbonden is. Veel van die apparaten worden bovendien gebouwd door start-ups; door nieuwe bedrijven die veiligheid niet hoog op de prioriteitenlijst hebben staan. De standaardinstellingen zijn vaak onveilig en moeten handmatig veranderd worden, iets wat maar weinig gebruikers überhaupt weten, laat staan dat ze het doen. Sowieso is het niet eenvoudig om dat soort apparaten goed te beveiligen, dat kost veel extra moeite van de fabrikant. Bovendien komt het volgende product alweer snel uit, dus waarom zou de fabrikant de oudere versie dan nog van updates voorzien? In veel gevallen gebeurt dat dan ook niet.

Daarom laten we je in deze masterclass zien hoe je voor je domotica- en IoT-apparaten een gescheiden netwerk op kunt zetten. We beginnen eerst met een gastnetwerk, voor als je een enkele router hebt of veel draadloze apparaten. Daarna laten we zien hoe je een firewall kunt gebruiken, en hoe je een aparte router kunt gebruiken om je slimme apparaten mee te verbinden. Na die stap pakken we het helemaal professioneel aan met een apart vlan (oftewel virtual lan) voor je IoT-apparaten. Als laatste bekijken we nog een andere oplossing, namelijk speciale routers bedoeld voor het scannen van internetverkeer gericht op veiligheid van IoT.

01 Gastnetwerk opzetten

Een van de eenvoudigere stappen om je IoT-apparaten te beveiligen en te scheiden is door een gastnetwerk op te zetten. Op die manier splits je het internetverkeer. Dat heeft als voordeel dat je het gastnetwerk op softwareniveau kunt scheiden en beter kunt beheren. Via een gastnetwerk is het namelijk niet mogelijk om bij apparaten op het lokale netwerk te komen of bij andere wifi-apparaten. Bij sommige routers kun je zelfs limieten instellen op het gastnetwerk. Dat is handig, want zo voorkom je dat de IoT-apparaten opeens al je bandbreedte in beslag nemen. Let er bij het opzetten van een gastnetwerk op dat al je eigen apparaten verbinding maken met het normale wifi-netwerk. Stel alleen de ‘risico-apparaten’ zo in dat ze verbinding maken met het gastnetwerk. Als je dan toch verbinding wilt maken met een van je IoT-apparaten, dan hoef je alleen te wisselen van wifi-netwerk. Of je houdt een oude telefoon of tablet bij de hand die je wel permanent onderdeel maakt van het gastnetwerk.

Je schakelt het gastnetwerk in door in te loggen in je router, als die de functie ondersteunt. Zoek daarvoor even het gateway-adres van je router (zie kader ‘Inloggen in je router’). Eenmaal ingelogd, zoek je in je router tussen de opties voor het draadloze netwerk een optie als Gastnetwerk (guest network). Schakel die optie in. Zorg ervoor dat je een wachtwoord instelt op het gastnetwerk en het gastnetwerk beveiligt met wpa2-aes.

©PXimport

Inloggen in je router

Je logt als volgt in op je router: heb je een Netgear-router, dan typ je in de adresbalk simpelweg http://routerlogin.com. Log dan in met je gebruikersnaam en wachtwoord. Weet je die niet? Raadpleeg dan even de handleiding. Voor slimme Linksys-routers ga je naar http://myrouter.local. Voor TP-Link ga je naar http://192.168.1.1 in je browser en voor Asus typ je in http://router.asus.com. Voor een Synology-router kun je naar http://router.synology.com. Voor andere routers of modem-routers, moet je op zoek naar het gatewayadres. Dat vind je door rechts te klikken op de Startknop in Windows, kies voor Opdrachtprompt en typ ipconfig. Zoek naar de interface waarmee je verbonden bent. In de lijst zie je Default Gateway. Typ dat adres in de browser in.

02 AP Isolation & upnp

Handig is de optie AP Isolation bij een gastnetwerk. Met AP Isolation kunnen de apparaten op het gastnetwerk elkaar niet zien. Als op die manier dan een van je apparaten gehackt en besmet wordt met malware, kan dat zich moeilijker verspreiden naar de andere IoT-apparaten. Zet daarom bij het gastnetwerk de optie AP Isolation of Wireless isolation aan. Bij sommige routers kun je in het gastnetwerk upnp aan- of uitzetten. Met upnp zijn IoT-apparaten zelf in staat om poorten door te sturen, maar upnp is in veel routers niet heel veilig. Het beste laat je het uit staan en forward je zelf de poorten door in je router. Raadpleeg per apparaat de handleiding en bekijk welke poorten open moeten. In de router ga je dan naar Portforwarding of naar iets als Apps en games. Zorg er dan gelijk voor dat elk IoT-apparaat een statisch ip-adres heeft.

©PXimport

03 DD-WRT firewall

Een andere oplossing waar je voor kunt gaan is om een firewall te gebruiken op je router. Je stelt dan een aantal firewallregels in, waardoor je IoT-apparaten alleen maar met de buitenwereld mogen communiceren en niet met het lokale netwerk. Veel consumentenrouters hebben hiervoor niet heel uitgebreide mogelijkheden. Je bent doorgaans het beste af met een router voorzien van DD-WRT, dan is het mogelijk om iptables te gebruiken, waarmee je veel meer configuratiemogelijkheden hebt dan normaal. Voordat je hiermee aan de slag gaat, stel je een statisch ip-adres in voor al je IoT- en domotica-apparaten. Daarvoor ga je in DD-WRT naar Services / Services / Static Leases. Vervolgens vul je het mac-adres in van het apparaat, een hostnaam en het gewenste ip-adres. Bij Client Lease Time vul je niets in, zodat dat apparaat altijd dat ip-adres zal krijgen. Scrol naar onderen en sla de wijzigingen op.

©PXimport

04 DD-WRT ssh

Vervolgens is het nodig om ssh-toegang in te schakelen in je router. In DD-WRT ga je daarvoor naar Services / Services. Bij de sectie Secure Shell schakel je SSHd in. Je kunt er dan voor kiezen om wachtwoordautorisatie in te schakelen. Het alternatief is autorisatie met een publiek-privé-sleutelpaar. Zolang je de ssh-poort niet openzet voor de buitenwereld en als je zodra je klaar bent ssh niet vergeet uit te zetten, kan het wel even met wachtwoordautorisatie.

Download dan PuTTY voor Windows. Voer het gedownloade bestand uit. Bij Host Name voer je het ip-adres van je router in. Klik dan op Open. Typ dan bij Username de gebruikersnaam root en bij wachtwoord het wachtwoord dat je gebruikt om in de router in te loggen. Op sommige andere routers is het ook mogelijk om ssh-toegang te verkrijgen, bijvoorbeeld op de routers van Synology. Zolang de router iptables gebruikt, zit je goed.

©PXimport

05 DD-WRT firewallregels

In SSH, voer je dan het volgende commando in:

iptables -t filter -I FORWARD -s 192.168.1.xx -d 192.168.1.0/24 -j DROP

Vervang 192.168.1.xx door het correcte ip-adres van het apparaat dat je de toegang tot je lan wilt ontzeggen. We gaan ervan uit dat je router ip-adressen uitdeelt in 192.168.1.0 reeks. Is dat niet het geval, wijzig het commando hierboven dan, bijvoorbeeld naar 10.1.0.0/24. Om te controleren welke regels er op dit moment actief zijn in iptables, voer je het volgende commando uit: iptables -L

Als je een regel weer wilt verwijderen uit de firewall, doe je dat op basis van wat die doet. Stel je wilt de bovenstaande regel verwijderen, dan voer je het commando uit:

iptables -D FORWARD -s 192.168.1.xx -d 192.168.1.0/24 -j DROP

©PXimport

Alternatief: ouderlijk toezicht

Niet elke router heeft ssh-toegang of kan DD-WRT draaien. Als je dan toch zelf wát actie wilt ondernemen, zou je nog op z’n minst ouderlijk toezicht in kunnen schakelen. Routers met die functie hebben dan de optie om kwaadaardige en phishingwebsites te blokkeren. Als je die filters toepast op je IoT-apparaten, heb je in ieder geval één vorm van bescherming. Sommige apparaten kun je bovendien alleen lokaal gebruiken. Je kunt ze dan aan het netwerk hangen en via ouderlijk toezicht in de router alle verbindingen met de buitenwereld ontzeggen. Dan ben je ook veilig.

©PXimport

06 Twee extra routers

Een gastnetwerk is een goede oplossing, maar in de praktijk zit er een aantal haken en ogen aan. Het werkt sowieso alleen met wifi, niet voor bedrade apparaten. Ook hebben sommige routerfabrikanten het gastnetwerk niet (veilig) geïmplementeerd. Het probleem is soms dat je het gastnetwerk niet kunt versleutelen met wpa2-aes, maar dat je een open netwerk opzet en dan eenmaal in een portal een wachtwoord in moet voeren om verbinding te maken. Dat is onveilig, want dan kan iedereen met het verkeer van je netwerk meekijken.

Een veiligere oplossing is om één of twee extra routers te gebruiken. De eerste situatie is dat we ervan uitgaan dat je een modem-router (in één apparaat) hebt van je provider plus nog twee extra routers. Dan kun je het beste je netwerk scheiden. Wat je dan doet, is dat je je twee routers aansluit op je modem-router van je provider. Normaal zouden we je dan aanraden om de DMZ-modus in te schakelen, maar die kan het verkeer maar naar één host doorsturen. In plaats daarvan schakel je in beide routers de firewall uit. Zolang de modem-router dan een actieve firewall heeft, is er niets aan de hand. Anders is het namelijk nodig om elke poort twee keer door te sturen. Vervolgens hang je al je IoT-apparaten aan de ene router en je eigen netwerkapparaten aan de andere. Op die manier heb je een gescheiden netwerk, waarbij de IoT-apparaten niet bij je lokale apparaten kunnen.

07 Een extra router

Als je twee routers hebt of een router en een modem-router, dan kun je een vergelijkbaar resultaat behalen door de routers op elkaar aan te sluiten. De wan-poort van de achterste router (doorgaans je eigen router) sluit je aan op een lan-poort van de voorste router (vaak de router van je internetprovider). Belangrijk is dan dat de twee hun eigen dhcp-servers en adresruimte hebben. Dat betekent dat de ene router bijvoorbeeld ip-adressen uitdeelt in de ruimte 192.168.1.1 tot en met 192.168.1.128 en de andere in 192.168.2.2 tot en met 192.168.2.128. Die twee adresruimtes mogen niet gelijk zijn. Daarvoor log je in op een van de routers en zoek je naar DHCP. Daar vind je welke ip-adressen de router uitdeelt. Je kunt bijvoorbeeld de x in 192.168.x.0 wijzigingen naar een willekeurig getal in beide routers.

Als je dat eenmaal ingesteld hebt, is het belangrijk dat je de IoT-apparaten op de ‘voorste’ router aansluit. Apparaten aangesloten op de voorste router kunnen niet bij de apparaten op de router erachter, omdat die router de adressen niet gaat zoeken in die tweede router maar bij zichzelf, en die niet kan herleiden. De apparaten aangesloten op de tweede of achterste router kunnen wel bij de apparaten in de eerste router, maar alleen als je dan het ip-adres uit je hoofd weet. De achterste router is dus beschermd tegen de IoT-apparaten vooraan en geschikt voor je eigen apparaten. Je kunt dan op elke router de wifi-netwerken opzetten zoals je zelf wilt.

08 Vlan

Als je het echt professioneel aan wilt pakken, dan wordt het tijd om te kijken naar vlan’s. Een vlan, virtual lan, is een netwerk dat opgedeeld is in segmenten. Bij sommige routers kun je elke poort scheiden van de rest. Dat heet ‘vlan tagging’. Je geeft dan een poort een bepaalde kleur, oftewel je tagt deze. Apparaten aangesloten op de ene kleur kunnen niet communiceren met de apparaten in de andere kleur. De eenvoudigste manier om een vlan op te zetten als je router het niet ondersteunt, is met een managed switch. Die heb je al voor een paar tientjes. Let op dat je dan echt een managed switch koopt, anders kun je geen vlan aanmaken. Ons IoT-netwerk ziet er als volgt uit: aan je modem koppel je je switch. Aan je switch hang je vervolgens bijvoorbeeld twee routers: een voor IoT en een voor je eigen, veilige apparaten.

©PXimport

09 Switch-configuratie

Heb je bijvoorbeeld een managed Netgear-switch, zoek dan het ip-adres van de switch in de router door te kijken bij aangesloten apparaten. Voer dat adres in je browser in en log in op de webinterface van de switch. Sommige goedkopere managed switches hebben overigens geen webinterface, maar beheer je via een programma in Windows. Daarna ga je naar het tabblad VLAN / Advanced. Standaard is elke poort lid van VLAN 1. Maak een nieuwe vlan door een VLAN ID in te vullen. Kies daarvoor een willekeurig getal en een VLAN Name, bijvoorbeeld IoT-netwerk. Klik op Add. Doe dat nog een keer voor je eigen netwerk. Ga nu naar de optie VLAN Membership. Kies hier je net aangemaakte VLAN ID. Je ziet nu bij de poorten U of T. U betekent ‘untagged’, t betekent ‘tagged’. Kies dan een poort die je wilt gebruiken voor je IoT-netwerk en klik op Apply. Doe dat daarna nog een keer voor je eigen netwerk. Je kunt nu de interface verlaten.

Nu pak je je twee routers erbij en sluit je die aan op de poorten die je net hebt gekozen. Het verkeer tussen beide is nu compleet gescheiden. Je kunt de routers daarna zoals normaal opzetten als twee losse netwerken.

Router kiezen

Als je op zoek bent naar een router en al veel slimme apparaten in huis hebt, denk dan aan de volgende aspecten. Belangrijk bij een router die goed is voor IoT, zijn de configuratiemogelijkheden. Je wilt veel opties en mogelijkheden om je netwerk te kunnen configureren en te beveiligen. Dan zit je wel al snel in het wat hogere en duurdere segment van de routermarkt. Een belangrijk ander punt kan zijn om te controleren op ondersteuning voor DD-WRT of OpenWRT. Je vindt een lijst met DD-WRT-ondersteuning hier terwijl je hier kunt kijken voor OpenWRT-ondersteuning. DD-WRT kan in veel gevallen vlan’s aanmaken, indien je router een Broadcom-chip bevat. Dan heb je geen extra hardware meer nodig daarvoor en sla je twee vliegen in een klap. Een lijst met routers die in ieder geval vlan ondersteunen vind je hier.

Extra veiligheidsmaatregelen

Zorg ervoor dat elke router in je netwerk goed is beschermd. Controleer regelmatig op updates en blijf op de hoogte van beveiligingsnieuws van de fabrikant. Verander het wachtwoord van de beheerdersinterface van je router. Ook stel je je router zo in dat je alleen toegang kunt krijgen tot de beheerdersinterface als je verbonden bent met een kabel in plaats van via wifi, en dat deze niet extern toegankelijk is. Verder is een belangrijke wijziging om wps uit te zetten, want dat is toch alleen maar een beveiligingslek, en schakel ook upnp uit, want dat is in veel routers een (alhoewel handige) onveilige functie. Je kunt verschillende veiligheidstests uitvoeren met Shields UP!, dat je vind hier. Zo kun je bijvoorbeeld controleren of er poorten open staan.

Extra veilige routers

Het nadeel van alle tot nu toe besproken oplossingen is dat je inlevert op gebruiksvriendelijkheid. Voor een gastnetwerk, aparte routers, firewallregels of voor vlan’s is het nodig om steeds op z’n minst één cross-netwerkapparaat te hebben zodat je toch nog bij je IoT-apparaten kunt. Je kunt het ook anders aanpakken, in de vorm van een extra apparaat dat al je andere apparaten in het netwerk gaat scannen of dat een apart, beveiligd netwerk opzet. Veel beveiligingsbedrijven erkennen de dreiging van IoT en komen daarom met eigen oplossingen. We beschrijven een paar extra veilige producten.

10 BitDefender BOX

Een van de eerste apparaten daarvan is de BitDefender BOX. Deze router is specifiek gericht op IoT-veiligheid. Fijn is dat je meteen licenties krijgt voor internetsecurity om je Windows-, Android- en macOS-apparaten lokaal mee te beveiligen. De BOX sluit je aan op je bestaande router of zet je apart op als beveiligd netwerk. Sommige routers kunnen automatisch geconfigureerd worden, maar niet alle. Eenmaal opgezet, kun je de BOX beheren via een app. Wat betreft veiligheidsfuncties worden kwaadaardige websites automatisch geblokkeerd in de router. Bovendien scant de router het netwerk op kwetsbaarheden en zal het je daarvan automatisch op de hoogte stellen. De BOX is nog niet beschikbaar in Europa.

©PXimport

11 F-Secure Sense

Een andere oplossing biedt F-Secure met Sense. Deze oplossing komt in de zomer dit jaar beschikbaar in Europa. Sense scant net als de BOX zowel binnenkomend als uitgaand verkeer en analyseert het, bedreigingen worden geblokkeerd op basis van de reputatie en het gedrag. Handig is dat Sense meteen een extraatje biedt: het blokkeert namelijk ook trackers op het internet en beidt daardoor meer privacy. De noodzaak voor standaard beveiligingssoftware wordt kleiner: Sense blokkeert al malware, virussen, spyware, adware en phishing op alle apparaten in huis. Je kunt Sense aansluiten op een bestaande router of los gebruiken.

©PXimport

12 Norton Core

Op de CES 2017 kondigde ook Symantec de securityroutermarkt te gaan betreden, met de Norton Core-router. Deze router heeft een opvallend ontwerp. Norton Core biedt bescherming tegen alle typen malware, maar ook tegen netwerkaanvallen en het biedt een veiligheidsscore voor je netwerk. Net als de Sense van F-Secure komt de Core in de zomer beschikbaar, maar voorlopig alleen nog in de Verenigde Staten.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Wat doet de stoomfunctie van een wasmachine en wanneer heeft het zin?
© Octopus16 - stock.adobe.com
Huis

Wat doet de stoomfunctie van een wasmachine en wanneer heeft het zin?

De stoomfunctie is inmiddels op veel wasmachines te vinden. Fabrikanten gebruiken deze techniek vooral om kreuk te verminderen, geurtjes aan te pakken en kleding snel op te frissen. De werking is vrij simpel. De machine verhit een kleine hoeveelheid water en laat de stoom op een precies moment in de trommel. Dat kan tijdens een normaal wasprogramma of via een apart stoomprogramma. Die twee toepassingen hebben elk een ander effect, waardoor het handig is om het verschil te kennen.

In dit artikel

De stoomfunctie op een wasmachine klinkt handig, maar wat doet deze functie nu precies? Je leest hoe stoom wordt ingezet tijdens wasprogramma's en opfrisbeurten, wat het effect is op kreuk en geurtjes en wanneer een hygiëneprogramma zin heeft. Ook leggen we uit wat je er in de praktijk van kunt verwachten.

Lees ook: Ecostand op wasmachines: hoe werkt dat en wat bespaar je ermee?

Hoe stoom tijdens een wasprogramma werkt

Bij de meeste wasprogramma's wordt stoom in de laatste fase ingezet. De warme damp ontspant de vezels, waardoor de was minder gekreukt uit de trommel komt, vaak nog voordat het centrifugeren begint. Dat effect zie je vooral bij synthetische stoffen en gemengde materialen. Katoen blijft gevoeliger voor kreuk en reageert minder sterk op stoom. Ook de belading speelt een rol. Zit de trommel vol, dan kan de stoom minder goed bij het wasgoed komen en is het effect dus kleiner.

De manier waarop stoom wordt verspreid, verschilt per wasmachine. Sommige modellen blazen de damp van bovenaf in de trommel, andere via de bodem. Het principe is hetzelfde, maar de maar de manier waarop de damp door de trommel wordt verspreid varieert per merk. Belangrijk om te weten is dat stoom het water en het wasmiddel niet vervangt Het ondersteunt de was, maar maakt stoffen niet op zichzelf schoon.

View post on TikTok

Extra hygiëne met een stoomprogramma

Naast stoom tijdens een gewone wasbeurt beschikken veel machines ook over aparte hygiëneprogramma's. Deze werken met een gecontroleerde temperatuur die hoog genoeg is om allergenen te verminderen, maar lager blijft dan bij een kookwas. Vooral pollen en huisstofmijt worden op deze manier aangepakt. Fabrikanten noemen soms percentages voor bacteriereductie, al zijn die gebaseerd op tests met kleine lapjes stof. In een volle trommel valt het effect lager uit. Stoom vormt daarmee vooral een extra aanvulling: hygiënischer dan een koud opfrisprogramma, maar geen volwaardige vervanging van een intensieve wasbeurt.

Kleding opfrissen zonder wasbeurt

Het opfrisprogramma is voor veel mensen de meest gebruikte toepassing van stoom. De trommel draait hierbij rustig, terwijl de stof warm en licht vochtig blijft. Stoom-opfrisprogramma's duren meestal zo'n 20 tot 30 minuten, afhankelijk van het merk, de vulling van de trommel en het gekozen programma. Sommige machines geven precies 20 minuten aan, bij andere loopt het op tot ongeveer een half uur. Geuren die zich in textiel vastzetten, zoals rook, kooklucht of andere vervelende geurtjes die in textiel zijn blijven hangen, verdwijnen doorgaans goed. Vlekken en vetresten worden hiermee niet verwijderd. De techniek werkt vooral bij kleding die je kort hebt gedragen en verder schoon is. Doordat er weinig water wordt gebruikt en de trommel minder intensief beweegt, blijft de belasting voor de stof beperkt.

Energieverbruik en slijtage van kleding

Het maken van stoom kost warmte en dus energie. Toch ligt het totale verbruik meestal lager dan bij een volledige wasbeurt, omdat er nauwelijks water door de machine stroomt. Voor kleding is een stoomprogramma relatief mild. De vezels worden minder zwaar belast dan tijdens een normale was, al kunnen elastische materialen bij zeer frequent gebruik gevoeliger reageren op warmte. Dat effect verschilt per stof en per merk.

©Sergei Klopotov

Wat stoom wel én niet doet

De stoomfunctie werkt vooral in specifieke situaties. Kreukvermindering zie je vooral bij synthetische stoffen en een niet te volle trommel. Hygiëneprogramma's helpen allergenen te verminderen, maar vervangen niet de klassieke wasbeurt. Opfrisprogramma's verwijderen geuren, maar laten vlekken ongemoeid. In de praktijk levert stoom vooral gemak op. Je hoeft minder te strijken, kleding blijft langer fris en je kunt een kort programma gebruiken voor was die nog niet echt vies is.

Conclusie

De stoomfunctie is een handige aanvulling op de gewone was. Kleding komt frisser uit de trommel, je kunt kleding vaker dragen zonder dat je een compleet wasprogramma  hoeft te dragen en de extra hygiëne van stoom is ideaal tegen allergenen. De techniek neemt de rol van water en wasmiddel niet over, maar stoom voegt wel extra gemak toe voor wie minder wil strijken en kleding langer mooi wil houden.

Echte wasmachinereviews, van echte consumenten

Op Review.nl kun je lezen wat echte gebruikers vinden van producten. Weten wat hun oordeel over de nieuwste wasmachines van Samsung, LG en Haier is? Lees hier de Review.nl-wasmachine-testresultaten. P.S. Je kunt je ook zelf aanmelden om de nieuwste producten te testen!

 5x Wasmachines met stoomfunctie

De Hisense WF3S9043BW3/BLX is een moderne wasmachine die opvalt door zijn opvallend lage energieverbruik, met een label dat maar liefst 30% zuiniger is dan de standaard A-klasse. Met een trommelinhoud van 9 kilogram biedt het apparaat voldoende ruimte voor de was van een groot gezin. De machine haalt een toerental van 1400 rotaties per minuut en zet stoom in voor een extra diepe, hygiënische reiniging van het textiel. Voor wie weinig tijd heeft, zijn er handige opties zoals het Power Wash-programma van 49 minuten of een ultrakorte cyclus van een kwartier.

De Samsung WW11DB7B34GBU3 Bespoke EcoBubble heeft een trommelcapaciteit van 11 kilogram. Voor een diepgaande reiniging beschikt de machine over een gespecialiseerd stoomprogramma dat afrekent met allergenen en bacteriënt. Naast de fysieke prestaties biedt het apparaat slimme functies via de SmartThings-app. Dankzij de EcoBubble-technologie wordt het wasmiddel krachtig de stof in geblazen, waardoor kleding ook op lagere temperaturen grondig schoon wordt en de kwaliteit van het textiel behouden blijft.

De AEG LR7604UC4 uit de 7000-serie (vulgewicht 10 kilo) is ontworpen om kleding langer mooi te houden door vaker te stomen in plaats van te wassen, wat slechts twee liter water per cyclus verbruikt. Met het Steam Refresh-programma zijn muffe geurtjes en kreukels binnen 25 minuten verdwenen, terwijl de UniversalDose-lade ervoor zorgt dat wasmiddelcapsules sneller oplossen voor een beter resultaat bij koude wasbeurten. De PreciseWash-technologie optimaliseert de instellingen automatisch op basis van het gewicht, wat een besparing tot 40% op tijd en energie oplevert bij kleinere ladingen. Voor de dagelijkse was biedt het MixLoad-programma een snelle oplossing door gemengd textiel in 69 minuten grondig te reinigen op slechts 30 graden.

De Siemens WG44G2ZWNL (vulcapaciteit 9 kilo) heeft een zeer zuinig energielabel A en biedt dankzij het speedPack L maximale tijdsbesparing. Voor hardnekkige vlekken past het antiVlekken-systeem de temperatuur en spoeltijd automatisch aan. De stoomfunctie, genaamd smartFinish, strijkt zelfs sterk gekreukte items in slechts 20 minuten glad. De innovatieve waveTrommel zorgt ervoor dat zijde en andere fijne stoffen behoedzaam worden behandeld. Dankzij de koolborstelloze iQdrive-motor is de machine niet alleen stil en efficiënt, maar ook nagenoeg slijtagevrij.

De Bosch Serie 4 WAN282E4FG (vulgewicht 8 kilo) is een uiterst efficiënte wasmachine met energielabel A. Met de Iron Assist-functie wordt kleding gedurende 20 minuten met stoom behandeld, wat kreukels tot wel 50% vermindert. Sensoren van Active Water Plus zorgen ervoor dat het waterverbruik exact wordt afgestemd op de hoeveelheid wasgoed, terwijl de SpeedPerfect-optie de wastijd met 65% verkort voor een snelle, schone resultaat. Voor extra hygiëne doodt het Hygiene Plus-programma bacteriën al op 40 graden, wat ideaal is voor babykleding of mensen met een allergie. De bijvulfunctie maakt het mogelijk om een vergeten kledingstuk tijdens de wasbeurt alsnog toe te voegen.

Wasmiddel!

(groot inkopen, dan grijp je nooit mis)
▼ Volgende artikel
Wat betekent IP68 eigenlijk?
© ID.nl
Huis

Wat betekent IP68 eigenlijk?

Bij de specificaties van een nieuwe smartphone, smartwatch of bluetooth-speaker zie je vaak de term 'IP68' staan. In marketinguitingen wordt dit veelal vertaald naar 'waterdicht' of 'stofbestendig'. Dat klinkt geruststellend, maar de praktijk is weerbarstiger. Kun je met een IP68-telefoon daadwerkelijk zwemmen, of biedt de certificering slechts bescherming tegen een val in het toilet?

De term IP68 is een technische classificatie die exact aangeeft in welke mate de behuizing van elektronica bestand is tegen invloeden van buitenaf. De afkorting IP staat voor Ingress Protection (of soms International Protection). Het is een internationale standaard die duidelijkheid moet scheppen over de robuustheid van een apparaat. De code bestaat altijd uit twee cijfers, waarbij het eerste cijfer iets zegt over vaste stoffen en het tweede cijfer over vloeistoffen.

©ID.nl

Het eerste cijfer: bescherming tegen stof

In de code IP68 staat het eerste cijfer, de 6, voor de bescherming tegen vaste deeltjes zoals stof en zand. Deze schaal loopt van 0 (geen bescherming) tot 6 (maximale bescherming). Een apparaat met een 6 als eerste cijfer is dus volledig stofdicht.

In een testomgeving betekent dit dat er, zelfs na acht uur blootstelling aan circulerend stof, niets de behuizing is binnengedrongen. Voor de levensduur van je toestel is dit heel belangrijk, aangezien opgehoopt stof aan de binnenkant kan zorgen voor slechtere koeling of zelfs kortsluiting.

©ID.nl

Het tweede cijfer: bescherming tegen water

Voor veel consumenten is het tweede cijfer doorslaggevend bij de aankoop. Dit getal geeft de weerstand tegen vocht aan. Bij IP68 is dit een 8. Hoewel de schaal in specifieke industriële gevallen doorloopt tot 9, is 8 doorgaans de hoogste score die je bij consumentenelektronica tegenkomt.

Om de waarde van die 8 te begrijpen, is het goed om te weten dat een 4 slechts staat voor spatwaterdichtheid (bijvoorbeeld regen) en een 7 aangeeft dat een toestel incidenteel ondergedompeld kan worden (tot 1 meter diep).

Een IP68-certificering gaat een stap verder. Het betekent dat het toestel hermetisch is afgesloten en geschikt is voor langdurige onderdompeling dieper dan 1 meter. Fabrikanten mogen bij dit cijfer zelf specificeren wat de exacte limiet is. Vaak garanderen merken zoals Samsung of Apple dat een toestel 30 minuten lang op een diepte van 1,5 tot wel 6 meter kan overleven. Het is daarom altijd slim om de specifieke productpagina van het apparaat te raadplegen voor de exacte waarden.

Laboratorium versus de praktijk

Hoewel de specificaties suggereren dat je probleemloos het water in kunt duiken met je elektronica, is enige nuance op zijn plaats. De tests voor deze certificeringen worden namelijk uitgevoerd onder strikte laboratoriumcondities. Hierbij wordt gebruikgemaakt van vers, stilstaand kraanwater. De werkelijkheid is vaak anders.

©ID.nl

Wanneer je bijvoorbeeld met een telefoon gaat zwemmen, beweeg je door het water. Hierdoor ontstaat waterdruk die lokaal hoger kan zijn dan de druk in een stilstaande testtank. Hierdoor kan water alsnog langs de afdichtingen worden geperst. Daarnaast is de samenstelling van het water een risicofactor. Zeewater bevat zout en zwembadwater bevat chloor. Beide stoffen kunnen de lijmranden en rubberen afdichtingen van een toestel aantasten. Zodra deze afdichtingen uitdrogen of poreus worden, is de waterdichtheid niet langer gegarandeerd. Ook zeep en shampoo onder de douche verlagen de oppervlaktespanning van water, waardoor vocht makkelijker binnendringt.

Slijtage en garantievoorwaarden

Een ander belangrijk aspect is de factor tijd. Een gloednieuw toestel dat net uit de doos komt, voldoet perfect aan de IP68-normen. Na verloop van tijd kan de bescherming echter afnemen door normale slijtage, temperatuurschommelingen of kleine valpartijen die onzichtbare haarscheurtjes veroorzaken. Een toestel met een barst in het scherm of de achterkant is per definitie niet meer waterdicht.

©ID.nl

Tot slot is er een belangrijk voorbehoud rondom de garantie. Vrijwel alle fabrikanten sluiten waterschade uit van de fabrieksgarantie, ondanks de IP68-rating. In de meeste moderne smartphones zitten vochtsensoren. Als deze verkleuren door contact met water, zal een reparatieverzoek doorgaans worden afgewezen. De fabrikant kan achteraf namelijk niet controleren of het toestel op 1,5 meter diepte is geweest (wat zou moeten kunnen) of op de bodem van een diep zwembad heeft gelegen.

Conclusie

IP68 biedt een goede bescherming bij alledaagse ongelukjes. Valt je telefoon per ongeluk in de wasbak, het toilet of een plas water, dan is de kans op schade met deze certificering zeer klein. Maar zie IP68 vooral als een vangnet voor noodgevallen. Gebruik je je telefoon onder water, bijvoorbeeld in zee voor onderwaterfotografie, dan kun je beter het zekere voor het onzekere nemen en een speciale waterdichte hoes gebruiken.

3x IP68-smartphones

Vrijwel alle high-end smartphones hebben tegenwoordig deze certificering. Dit is de standaard voor toestellen in het duurdere segment.

Samsung Galaxy S25-serie: Samsung voorziet zijn toptoestellen al jaren standaard van IP68. Dit geldt voor de gehele lijn (S25, S25+ en S25 Ultra).

Apple iPhone 17-serie: Hoewel Apple vaak spreekt over 'maximale diepte van 6 meter diep tot 30 minuten' (wat de IP68-norm overstijgt), vallen ze technisch onder de IP68-classificatie. Dit geldt voor zowel de standaardmodellen als de Pro-versies. Lees hier onze Apple iPhone 17 review.

Google Pixel 10 Pro XL: Ook de nieuwere generaties telefoons van Google zijn volledig stof- en waterdicht volgens deze norm. Lees hier onze Google Pixel 10 Pro XL review.

3x IP68-smartwatches (5ATM)

Bij smartwatches is het opletten: IP68 is vaak niet genoeg om mee te zwemmen (vanwege de armslag-druk). Daarom hebben goede horloges vaak ook een '5ATM' of 'WR50' rating. De onderstaande modellen combineren deze eigenschappen of hebben een gelijkwaardige bescherming.

Samsung Galaxy Watch 8: Deze horloges hebben expliciet zowel een IP68- als een 5ATM-rating, waardoor ze officieel geschikt zijn om mee te zwemmen. Lees hier onze Samsung Galaxy Watch 8 Classic review.

Google Pixel Watch 3: Ook dit horloge draagt de IP68-classificering in combinatie met 5ATM waterbestendigheid. Lees hier onze Google Pixel Watch 3 review.

Apple Watch Ultra 2:Let op: Apple gebruikt officieel de zwaardere zwemstandaard (WR100; WR staat voor water-resistant) en noemt daarbij vaak IP6X voor stofdichtheid. In de volksmond valt deze watch in de "beter dan IP68"-categorie voor water, maar technisch is de rating anders omschreven. Het horloge is echter uitstekend waterdicht. Lees hier onze Apple Watch Ultra 2 review.

3x bluetooth-speakers (IP68 vs. IP67)

Hier zit een addertje onder het gras. De overgrote meerderheid van de "waterdichte" speakers (zoals de populaire JBL Flip 6 of UE Boom 3) heeft een IP67-rating. Dat betekent: dompeldicht tot 1 meter. IP68 (dieper dan 1 meter) is bij speakers zeldzaam omdat je een speaker zelden diep onder water duwt. Toch zijn er inmiddels modellen die de stap naar IP68 maken of zeer dicht in de buurt komen:

JBL Charge 6: In de nieuwste generaties stappen fabrikanten zoals JBL bij specifieke modellen over naar IP68 om de robuustheid te benadrukken. (Let op: check altijd de doos, de voorganger Charge 5 was nog IP67).

Tribit StormBox Micro 2: Een zeer populaire, compacte speaker die vaak wordt geprezen om zijn volledige waterdichtheid (IP67, maar in tests vaak robuuster bevonden).

Soundcore Motion X600: Deze speaker staat bekend om zijn ruimtelijke geluid: de muziek lijkt van alle kanten te komen in plaats van uit één punt. Ondanks zijn chique uiterlijk is hij met een IPX7-rating volledig waterdicht, dus hij kan prima mee naar het park of strand.

Advies: Voor een bluetooth-speaker is IP67 in de praktijk ruim voldoende (hij overleeft een val in het zwembad). Staar je voor speakers dus niet blind op die '8' aan het eind; een '7' is hier ook uitstekend.

Een verfrissende duik?

(in het zwembad of in zee)