ID.nl logo
Wifi analyseren: verbeter je draadloze netwerk
© Reshift Digital
Huis

Wifi analyseren: verbeter je draadloze netwerk

Ook met een draadloos netwerk kan er weleens iets fout lopen. Het signaal is niet sterk genoeg of het valt af en toe weg. Je wifi analyseren is dan nodig, maar hoe doe je dat? En hoe zoek je uit welke data de apps op je (Android-)smartphone zoal versturen? We gaan aan de slag met enkele gratis analysetools en -technieken.

Je herkent het vast: het ene moment heb je een goede draadloze netwerkverbinding, het andere ogenblik dan weer niet. Of op de ene plek gaat het vlot, maar op een andere is dat heel wat minder, zelfs met een draadloos toegangspunt in de buurt. Wat is de oorzaak? Is het signaal van je router niet sterk genoeg, gaat er iets fout bij het roamen, is de router niet optimaal gepositioneerd, is er storing van naburige netwerken?

De exacte oorzaak opsporen is niet altijd eenvoudig, maar met de juiste tools kun je in ieder geval gerichter troubleshooten. We focussen ons in dit artikel op enkele Windows-tools, maar bekijken ook een paar Android-apps. Naast troubleshooting besteden we ook aandacht aan de data zelf: welke gegevens gaan er eigenlijk door de ether?

01 WinFi

Er bestaan verschillende gratis tools om draadloze netwerken te analyseren en te monitoren, zoals Acrylic Wi-Fi Home, NetSpot Free en WifiInfoView.

We zijn vooral onder de indruk van nieuwkomer WinFi gezien de uitgebreide en technische informatie die de tool verschaft. Het programma kun je hier downloaden. We gaan er onder meer de signaalsterkte van ons draadloos netwerk mee controleren, om na te gaan met welk toegangspunt onze client is verbonden, welke wifi-kanalen je het best instelt en hoeveel data er door zo’n kanaal gaan.

Zodra je de tool start, scant die naar draadloze netwerken en somt die op. Het netwerk waarmee je daadwerkelijk bent verbonden, krijgt een afwijkende kleur.

©PXimport

02 Scan

Je kunt kiezen tussen 2.4 GHz, 5GHz en ALL. Houd er wel rekening mee dat sommige routers van het ‘simultaneous dual band’-type zijn en dus gelijktijdig op beide frequenties kunnen uitzenden.

Standaard hernieuwt WinFi de scan om de drie seconden, een proces dat je altijd kunt pauzeren. Geef je een andere scanfrequentie de voorkeur, klik dan Settings, open Data Grid en stel de frequentie in bij Scan interval (van 0 tot 10 seconden). Hier verneem je dat Unreachable AP’s (accesspoints) na drie minuten niet langer worden getoond. Je kunt de duur aanpassen, maar ook Dont Show of Dont Remove kiezen. We raden je alvast aan het vinkje bij Show ToolTips te laten staan: je krijgt dan nuttige uitleg wanneer je de muisaanwijzer boven een kolomnaam beweegt.

©PXimport

03 Informatie

Welke kolommen je precies te zien krijgt, bepaal je zelf en dat hangt onder meer af van de gekozen weergave. Die stel je rechtsboven in, bijvoorbeeld Default View, Basic of Pro. Er zijn overigens nog veel meer informatieve kolommen beschikbaar. Klik in het rechtervenster op +Columns en plaats een vinkje naast de kolom die je zichtbaar wilt maken. Kolommen geef je met een eenvoudige sleepbeweging een andere plaats. Je kunt een bepaalde weergave ook in een profiel onderbrengen om dat naderhand snel op te kunnen roepen. Open de weergaveknop, kies Create New Profile en vul bovenaan een Profile Name in.

©PXimport

04 Signaalkwaliteit

Hoe kun je WinFi inzetten om een problematische netwerkverbinding te onderzoeken? Om te beginnen controleer je de signaalkwaliteit van je router of toegangspunt. Er zijn verschillende kolommen die je informatie kunnen geven.

Signal Quality is de minst technische en drukt de signaalkwaliteit uit als een percentage: van onwerkbaar (0%) tot uitstekend (100%). Besef wel dat zelfs een hoog percentage niet noodzakelijk garanties biedt op een hoge datatransfer. Er kunnen namelijk signalen zijn die je eigen wifi-netwerk verstoren, afkomstig van andere draadloze apparaten zoals een babyfoon, of van een naburig netwerk (zie ook paragraaf 6 ‘Kanaalkeuze’).

Als je een zwak signaal ontvangt en je bevindt je toch nabij een toegangspunt, controleer dan even of roaming wel werkt en of je toestel zich daadwerkelijk met dat toegangspunt is verbonden. Daarvoor maak je het best ook de kolom BSSID zichtbaar (Basic Service Set Identifier), aangezien die het unieke mac-adres van de netwerkadapter van je toegangspunt bevat.

Ook de kolom Channel Utilization Graph geeft je nuttige informatie. Die geeft aan hoe intens het actieve kanaal van je router of toegangspunt wordt gebruikt. Ligt dit percentage op 75% of hoger, dan is er heel druk verkeer – bijvoorbeeld omdat er meerdere clients je router aanspreken, wat kan leiden tot tragere overdrachten, onderbrekingen of tot het wegvallen van datapakketten. Dit laatste kun je eventueel verder onderzoeken met een datasniffer als Wireshark (zie ook paragraaf 12 ‘Pakketsniffer’).

©PXimport

05 Signaal versus ruis

Mag het net iets technischer, maak dan zeker ook de kolommen RSSI en SNR zichtbaar. RSSI staat voor Received Signal Strength Indicator en wordt in negatieve dBm-waarden uitgedrukt (decibel-milliwatts). Hoe hoger de negatieve dBm-waarde, hoe zwakker het signaal. Bij een waarde tussen -70 dBM en -100 dBM hoef je niet langer op een stabiele netwerkverbinding te rekenen. In veel gevallen helpt het dan met je mobiele toestel dichter bij je router of toegangspunt te gaan staan (zie ook paragraaf 8 ‘Site survey’).

Nauw verwant aan RSSI is de kolom SNR (Signal To Noise Ratio). Deze waarde wordt in decibels uitgedrukt (dB) en hoe hoger de waarde hoe beter het wifi-signaal uitkomt boven eventuele achtergrondruis. Een cijfer lager dan 25 dB wijst op een zwak wifi-signaal.

Overigens presenteert WinFi beide waarden ook mooi grafisch. Open daarvoor het tabblad Dashboard (of Signals) in het onderste venster. Je leest hier zowel de maximale, minimale als de gemiddelde waarden af van het geselecteerde netwerk. Daarnaast is er nog de UTIL-waarde (Channel Utilization), de LINK-waarde (een indicatie van de signal quality) en de RATE (geeft de fysiek maximaal beschikbare overdrachtssnelheid van je router aan).

©PXimport

06 Kanaalkeuze

WinFi geeft je dus een uitstekend beeld van de signaalkwaliteit van je draadloze netwerk. Bevind je je dicht bij de actieve router en kamp je toch met (afgebroken) overdrachtproblemen, dan heb je wellicht met een stoorzender te maken. Vooral wanneer je de 2,4GHz-band gebruikt, doe je er dan goed aan de kanaalkeuze te controleren. Immers, hier is het aantal daadwerkelijk inzetbare kanalen doorgaans beperkt tot 11, waarbij naburige kanalen elkaar bovendien flink overlappen. Daarom stel je het kanaal van je router bij voorkeur in op een kanaal dat minstens vijf nummers is verwijderd van dat van naburige netwerken.

In de praktijk betekent dat doorgaans een keuze tussen kanalen 1, 6 of 11. In de kolom CH (Channel) lees je de gebruikte kanalen af en in de grafiek krijg je dat ook mooi uitgetekend op het tabblad Spectrum. Blijkt er inderdaad (teveel) overlap met een andere netwerk, dan schakel je het best over op een ander kanaal in je router.

©PXimport

07 Monitoring

Op het tabblad History in het grafische venster krijg je een overzicht van recent vastgestelde resultaten zowel naar RSSI, SNR, Signal als UTIL toe.

WinFi houdt echter automatisch alle scansessies bij en die bereik je via de knop Archive. Je hoeft maar de gewenste sessie te selecteren en de knop Replay in te drukken, waarna WinFi de diverse scanmomenten na elkaar afspeelt; bovenaan krijg je een teller te zien en kun je het afspelen op elk moment pauzeren. Tijdens het afspelen kun je elk onderdeel van de interface bekijken en zo nagaan welke waarden er zoal fluctueren.

Goed om weten: rechtsklik op een netwerknaam om de gedetecteerde gegevens in diverse formaten naar het klembord te kopiëren of als Pcap-bestand te exporteren. Dit laatste kun je dan bijvoorbeeld ophalen in een pakketsniffer als Wireshark.

©PXimport

08 Site survey

WinFi kun je weliswaar ook gebruiken om je router optimaal te positioneren, maar voor een echt ‘site survey’ ben je beter af met een gespecialiseerd programma. Terwijl je met je laptop rondwandelt registreert zo’n tool continu de signaalsterkte van je draadloze netwerk en plot die de resultaten vervolgens uit in een zogenoemde heatmap. Zo zoek je snel uit waar de dekking ondermaats is. Je kunt dan je router verplaatsen of een extra toegangspunt installeren.

Ekahau Heatmapper is zowat de enige gratis site survey-tool die we kennen. Bij het opstarten importeer je bij voorkeur een plattegrond van je huis of werkruimte via I have a map image. Vervolgens wandel je met je laptop rond en klik je op alle relevante locaties waar je je op een gegeven ogenblik bevindt. Klik op de rechtermuisknop zodra je hiermee klaar bent. Wanneer je vervolgens op je plattegrond op een netwerknaam klikt, zie je aan de hand van kleurcodes hoe sterk het draadloze signaal is.

Eventueel ga je na wat er gebeurt als je bijvoorbeeld (de antennes van) je draadloze router herpositioneert.

©PXimport

09 Apparaatdetectie

Stel: je hebt je draadloze netwerk (minimaal) met wpa2-versleuteling afgeschermd, maar toch vermoed je dat er een niet-geautoriseerd apparaat zich af en toe met je netwerk verbindt. Een monitoringtool als het gratis Wireless Network Watcher (Nederlands taalbestand beschikbaar) kan je dan behulpzaam zijn.

Het programma scant meteen je netwerk en lijst de verbonden apparaten op, inclusief ip- en mac-adres, apparaat- en merknaam. Via Geavanceerde opties duid je de gewenste (draadloze) netwerkadapter aan, stel je de scanfrequentie in en bepaal je wat er moet gebeuren wanneer de tool een nieuw apparaat in je netwerk ontdekt, zoals het afspelen van een geluid of het uitvoeren van een opdracht.

Softperfect WiFi Guard (beschikbaar voor Windows, macOS en Linux; vanaf 19 euro) kan je tevens een e-mail sturen met het ip- en mac-adres van nieuw gedetecteerde apparaten, maar in de gratis versie is de weergave jammer genoeg beperkt tot vijf toestellen.

©PXimport

10 Mobiele analyse

Het kan best ook handig zijn om met je smartphone rond te wandelen en ‘live’ de signaalsterkte van de gedetecteerde draadloze netwerken af te lezen. Op iOS wordt dat lastig omdat Apples api-beperkingen niet zomaar toelaten dat je netwerken scant en informatie ophaalt. In de Apple App Store is er wel het gratis Network Analyzer Lite (door Techet), maar deze app geeft je weinig meer dan de naam, het ip- en mac-adres van de toestellen die met je netwerk zijn verbonden.

In de Google Play Store vind je gelukkig wel bruikbare apps. Een van de betere is WiFi Analyzer (van farproc). Tik op het oogpictogram en kies Kanaalgrafiek om voor elk netwerk het gebruikte kanaal evenals de signaalsterkte af te lezen (in -dBm-waarden). Open Kanaalbeoordeling om het optimale kanaal voor het geselecteerde netwerk op te vragen.

11 Pakketanalyse

Met WiFi Analyzer kun je de signaalsterktes en kanalen van draadloze netwerken bepalen, maar wat als je ook een kijkje wilt nemen in de datapakketten zelf? Verder in dit artikel doen we dat met behulp van een pc die als hotspot fungeert. Op een Android-toestel kan het ook rechtstreeks, met de gratis app Packet Capture (van Grey Shirts). De app installeert namelijk eerst een lokale vpn-dienst en zorgt ervoor dat al het dataverkeer daarlangs passeert, wat het inkijken mogelijk maakt.

Installeer de app en start die op. Tik op pijlknopje en bevestig met Toestaan / OK om een vpn-verbinding op te zetten. De scan start meteen. Tik op zo’n scansessie om de opgevangen datapakketjes te zien; nog meer details krijg je als je zo’n pakket zelf selecteert.

Om ook versleuteld https-verkeer af te vangen open je Settings in Packet Capture en kies je Status. Bevestig met OK om een zelf-ondertekend vpn-certificaat te installeren. Open vervolgens de instellingen van je apparaat en kies Netwerk en internet / VPN. Tik op het tandwielpictogram bij Packet Capture en activeer Always-on VPN.

Houd er wel rekening mee dat je geen andere vpn-server kunt gebruiken zolang Packet Capture actief is.

©PXimport

12 Pakketsniffer

Het sniffen en analyseren van data kan nog veel grondiger gebeuren met een gratis tool als Wireshark. We vertellen je er graag bij dat dit programma vooral tot zijn recht komt in handen van een gevorderde gebruiker die goed op de hoogte is van netwerkprotocollen. We beperken ons hier tot een bescheiden aanzet.

Installeer de tool, inclusief de nieuwste Npcap-driver. Start Wireshark vervolgens op: dat toont de beschikbare netwerkinterfaces, waarna je de – draadloze – interface selecteert.

Met een dubbelklik start je de scan. Om die te beëindigen, kies je Capture / Stop. Vervolgens selecteer je Capture / Options en zorg je dat er bij je draadloze netwerkadapter een vinkje staat naast Promiscuous. Voor een uitgebreide analyse zet je tevens een vinkje bij Monitor Mode. In deze modus worden niet alleen de loutere data opgepikt, maar ook alle beheer- en controle-informatie. Het probleem is dat lang niet alle draadloze netwerkadapters hiermee overweg kunnen: zie www.tiny.cc/wifiadap (kolommen Monitor mode en Capture works).

Verder, wil je tevens data van andere draadloze apparaten in je netwerk opvangen, dan kun je je pc instellen als mobiele hotspot en je draadloze toestellen daarmee laten verbinden zodat Wireshark ook die data kan oppikken (zie ook het kader ‘Hotspot’).

©CIDimport

Hotspot

Een draadloze hotspot opzetten in Windows 10 gaat in principe makkelijk. Druk op Windows-toets+I en kies Netwerk en internet. In het linkervenster selecteer je Mobiele hotspot. Rechts klik je op Bewerken en vul je Netwerknaam en Netwerkwachtwoord in. Bevestig met Opslaan. Kies de netwerkverbinding die je via je mobiele hotspot gaat delen en zet de schakelaar bovenaan op Aan. Als het goed is, hoeven je draadloze apparaten zich alleen maar met het ingestelde netwerk te verbinden. Lukt het niet met deze ingebouwde functie, die inderdaad weleens nukkig kan doen, dan kan het ook nog met Opdrachtprompt-commando’s. De nodige instructies vind je onder meer hier.

©CIDimport

Cursus netwerkbeheer

Om je thuisnetwerk - en alle verbonden apparaten - op volle snelheid te laten draaien bieden wij de Tech Academy cursus Netwerkbeheer voor thuis aan.

▼ Volgende artikel
De eerste foto van Game of Thrones-ster als Lara Croft in Tomb Raider-serie
© Amazon
Huis

De eerste foto van Game of Thrones-ster als Lara Croft in Tomb Raider-serie

Amazon heeft de eerste foto van actrice Sophie Turner als het populaire gamepersonage Lara Croft in de aankomende televisieserie Tomb Raider getoond.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

De foto is hieronder te zien en toont dat Turner – vooral bekend voor de rol van Sansa Stark in de serie Game of Thrones – erg lijkt op de klassieke versie van het bekende gamepersonage, inclusief de outfit en het brilletje. Het is voor het eerst dat we zien hoe Turner in de huid kruipt van Lara Croft, al was al wel enige tijd bekend dat zij de rol ging vertolken.

Zoals al langer bekend is, werkt Amazon aan een serie gebaseerd op de Tomb Raider-games. Hoewel nog niet bekend is wanneer de serie op Amazon Prime Video te zien zal zijn, zullen de opnames naar verluidt volgende week van start gaan. Het script wordt geschreven door Phoebe Waller-Bridge – bekend van Fleabag. Ook zijn er andere castleden bekend, waaronder Sigourney Weaver (Avatar, Alien) en Jason Isaacs (The White Lotus).

Meerdere games op komst

Tomb Raider bestaat al sinds de jaren negentig: in de games reist avonturierster Lara Croft de wereld over en neemt ze het op tegen een groot scala aan vijanden. Het personage groeide uit tot een waar icoon en is al meermaals verfilmd – onder andere Angelina Jolie kroop eerder in de huid van Lara.

Fans hoeven niet bang te zijn dat ze de komende jaren geen games ontvangen rondom het personage. Later dit jaar verschijnt Tomb Raider: Legacy of Atlantis, een remake van de allereerste Tomb Raider-game. Voor 2027 staat een compleet nieuwe game gepland met de naam Tomb Raider: Catalyst.

View post on X
▼ Volgende artikel
Trage computer? Zo versnel je de opstarttijd van Windows 11
© MG | ID.nl
Huis

Trage computer? Zo versnel je de opstarttijd van Windows 11

Een minuut wachten kan eindeloos lijken, bijvoorbeeld tussen het indrukken van de aanknop en het uiteindelijk erschijnen van het Windows-bureaublad. Met de juiste aanpassingen kun je die wachttijd vaak flink verkorten. En wie wil er nu niet sneller uit de startblokken?

Het is je vast al opgevallen dat je Windows-pc na maanden intensief gebruik trager opstart dan in het begin. Dat lijkt vreemd, maar is goed verklaarbaar: je hebt waarschijnlijk allerlei programma’s geïnstalleerd die automatisch met Windows mee opstarten. Deze automatisch opstartprogramma’s controleren en uitschakelen is dan ook een belangrijke optimalisatiestap.

Maar daarnaast bestaan nog wel andere trucs om de opstarttijd te verkorten. Staat Windows nog op een klassieke harde schijf, dan kun je de tijd vaak makkelijk met een minuut of meer inkorten door over te stappen op een ssd (Solid State Drive). Dit kost wel wat tijd en geld, maar levert meteen een flinke tijdwinst op. En als we het toch over drastische ingrepen hebben: ook een volledige, schone (her)installatie van Windows (op dezelfde schijf) geeft je pc gegarandeerd een snellere start.

Draait Windows al op een ssd en wil je geen nieuwe installatie uitvoeren, lees dan vooral verder: er zijn ook minder ingrijpende maatregelen die het opstarten van je computer merkbaar versnellen. 

Meten is weten

Hoeveel tijd je met de tips en technieken uit dit artikel precies wint, is lastig te voorspellen, want dit hangt af van meerdere factoren. We raden je aan dit zelf te meten. Dat kan met een stopwatch, maar gespecialiseerde applicaties doen dit nauwkeuriger. Windows Performance Analyzer (https://apps.microsoft.com/detail/9n0w1b2bxgnz) is een optie, maar is erg technisch. Een veel gebruiksvriendelijker alternatief is BootRacer (www.greatis.com/bootracer). Deze app is ook gratis en die kun je na enkele testrondes gerust weer verwijderen. We tonen eerst hoe je BootRacer gebruikt om de opstarttijd(en) te meten, want de tool biedt daarnaast ook enkele optimaliseringsopties.

WPA: een geavanceerd meetinstrument.

BootRacer (meten)

Download de app en pak het zip-bestand uit. Start het uitgepakte exe-bestand en installeer het. Laat de vier opties aan het einde van de setup aangevinkt, rond af met Voltooien en start BootRacer op. Sluit alle andere applicaties, klik op Start en kies bij Perform a full boot time test voor Start Test / Yes. Na de herstart van Windows verschijnt rechtsonder een pop-upvenster met de opstartduur. Standaard meet BootRacer dit bij elke nieuwe Windows-opstart, waarna je via History de opeenvolgende tijden kunt volgen. Deze duur is telkens opgesplitst in drie delen: de eigenlijke boottijd, de wachttijd om aan te melden, en de tijd tussen aanmelding en een gebruiksklaar bureaublad. De BIOS-tijd (Pre-boot) aan het begin zit er niet bij omdat BootRacer begrijpelijkerwijs dan nog niet draait. Tijdens de boottijd laadt Windows de kernel, start essentiële systeemservices en initialiseert stuurprogramma’s. Na je aanmelding worden je profiel, instellingen, de shell (Verkenner), achtergrondprocessen en automatische opstartprogramma’s geladen.

Wil je niet langer dat BootRacer de opstarttijd meet, ga dan naar Options en selecteer op het tabblad Show de optie Disable BootRacer AutoStart in plaats van Every boot.

BootRacer geeft je een mooi beeld van de opeenvolgende opstarttijden.

Automatisch opstarten

Je weet nu hoe je de opstartduur kunt meten en bekijken, dus kunnen we aan de slag om deze te optimaliseren en te verkorten. Vaak win je tijd door enkel noodzakelijke programma’s automatisch met Windows te laten starten. Dit overzicht vind je in het Windows Taakbeheer, bereikbaar via het contextmenu van de startknop. Klik hier op Opstart-apps. Zet overbodige apps (tijdelijk) uit door er met rechts op te klikken en Uitschakelen te kiezen, al blijft het hier gissen hoeveel tijd zo’n app werkelijk kost bij het opstarten.

Daarvoor gebruik je BootRacer, dat ook per app de opstarttijd kan vastleggen. Start BootRacer, ga naar Options, open het tabblad Startup Control, klik op Enable Control en vink Measure program’s startup time en Log history of started apps aan. Bevestig met Save. Na een nieuwe Windows-opstart klik je in BootRacer op History en kies je History of Executed Startup Programs, voor een exacte opstarttijd van elke app, in chronologische volgorde.

BootRacer registreert nauwkeurig de opstarttijd van elke automatisch opstartende app.

Opstart-optimalisatie

Je weet nu precies hoeveel impact elke app heeft op de totale opstarttijd. In BootRacer kun je deze apps niet alleen tijdelijk uitschakelen, maar ook de startvolgorde aanpassen. Open het onderdeel Startup Control voor een overzicht. Verwijder het vinkje om apps uit te schakelen. Klik je met rechts op een app, dan kies je Info om het pad naar het programma te zien of eventueel Delete als je de opstartverwijzing (in het register) helemaal wilt verwijderen. Met de knop Set Order links bovenin bepaal je via de pijlknoppen welke apps eerder of juist later starten. Bevestig je wijzigingen met Finish Reordering.

Je kunt ook de onderlinge opstartvolgorde aanpassen in BootRacer.

Opstart-vertraging

In BootRacer kun je het opstarten van specifieke apps niet uitstellen om sneller je bureaublad te zien, omdat de app pas daarna wordt gestart. Dat kan wel met de gratis HiBit start-up Manager (www.hibitsoft.ir/StartupManager.html). Kies bij voorkeur voor de installeerbare versie, want de portable editie mist enkele opties. Installeer de app en start deze op. Wil je een app later laten opstarten, klik er dan met rechts op, kies Add to Delay en stel de gewenste vertraging in (Hour, Minute, Seconds). Of kies Automatic Delay en bepaal hoeveel procent cpu- en/of schijfbelasting er maximaal mag zijn voordat de app start. Bevestig met OK.

Start-up Manager heeft bij de rubriek Tools ook enkele handige extra’s. Zo meldt System Monitoring zich zodra een nieuwe app met Windows wil opstarten en geeft Boot Optimizer de opstarttijden weer, ook van achtergrondservices (zie ook bij Service-optimalisatie).

Je kunt apps eventueel ook laten opstarten nadat je bureaublad is verschenen.

Functie: ‘Snel opstarten’

Windows heeft een functie ‘Snel opstarten’ die de boottijd verkort. Normaal sluit Windows bij het afsluiten alle apps en logt het systeem de gebruiker uit, waarna bij de volgende start alles opnieuw wordt geladen. Met ‘Snel opstarten’ bewaart Windows de status van de systeemkernel en stuurprogramma’s (in het verborgen bestand c:\hiberfil.sys). Bij een volgende start wordt dit snapshot ingeladen, waardoor Windows sneller opstart. In de meeste gevallen is het zinvol deze functie in te schakelen, behalve bij dual-bootconfiguraties of bij stuurprogramma’s die er niet goed mee werken.

Je beheert dit via de ingebouwde app Configuratiescherm. Ga naar Systeem en beveiliging / Energiebeheer, klik op Het gedrag van de aan/uit-knoppen bepalen en kies Instellingen wijzigen die momenteel niet beschikbaar zijn. Zet een vinkje bij Snel opstarten inschakelen (aanbevolen) en bevestig met Wijzigingen opslaan.

Windows heeft een ingebouwde functie om de opstarttijd wat in te korten. 

Energiemodi

De functie Snel opstarten werkt alleen bij een volledige afsluiting, maar in het venster Energiebeheer kom je ook Slaapstand en Sluimerstand tegen, die je hier meteen ook kunt activeren. Beide energiebesparende modi zorgen voor een nog snellere start.

Bij Sluimerstand (hibernate) schrijft Windows de volledige inhoud van het RAM naar schijf, zodat de pc geen stroom meer nodig heeft. Bij het opstarten hervat je de sessie exact waar je gebleven was, inclusief geopende programma’s. Nog sneller is Slaapstand, waarbij de sessie in het RAM-geheugen blijft, waardoor de pc wel nog een klein beetje stroom verbruikt.

De exacte opstarttijd hangt af van je hardware en opstartapps, maar grofweg kun je het volgende verwachten: volledig afsluiten zonder snel opstarten circa 30 tot 60 seconden, volledig afsluiten met snel opstarten circa 15 tot 30 seconden, sluimerstand circa 10 tot 20 seconden en slaapstand circa 5 seconden.

De energiebesparende modi kunnen je ook flink wat opstarttijd besparen. 

Procesoptimalisatie

Blijft de opstart lang duren, ook nadat je alle overtollige opstart-apps hebt uitgeschakeld, dan moet je dieper graven. Vaak zijn het services en achtergrondprocessen die vertraging veroorzaken, zoals cloud-synchronisatiesoftware, update-taken of diensten van derden.

Met een ietwat botte methode spoor je dit als volgt op. Druk op Windows-toets+R, voer msconfig uit, open het tabblad Services en vink Alle Microsoft-services verbergen aan. Klik op Alles uitschakelen en herstart de pc. Start hij nu merkbaar sneller op, dan veroorzaken een of meer van die processen de vertraging.

Met de Boot Optimizer van start-up Manager (zie bij ‘Opstart-vertraging’) kun je zien hoeveel tijd zulke processen kosten. Klik desgewenst met rechts op een proces en kies Disable om het uit te schakelen (het item kleurt grijs). Later kun je dit met Enable weer inschakelen. Kies Uninstall alleen als je zeker weet dat de software niet nodig is, want hiermee verwijder je deze. De optie Delete gebruik je beter niet, omdat dit enkel het item uit de lijst verwijdert terwijl het proces toch kan blijven opstarten.

Je kunt services ook rechtstreeks beheren in Windows via de ingebouwde app Services. Selecteer een service, klik met rechts en kies Eigenschappen. Op het tabblad Algemeen stel je het Opstarttype in op Handmatig of eventueel op Automatisch (vertraagd starten), zodat de service geen impact heeft tijdens de eigenlijke opstartfase. Bevestig met OK.

Services kun je uitschakelen vanuit Boot Optimizer, maar ook vanuit de Services-module.

Autoruns

Vanuit Taakbeheer en met tools als BootRacer, Boot Optimizer en Services kun je de meeste automatisch startende apps en services beheren. Wil je echt alle autostartpunten van Windows zien, gebruik dan het gratis AutoRuns (https://learn.microsoft.com/en-us/sysinternals/downloads/autoruns), bij voorkeur als administrator. Op het tabblad Everything zie je alle opstartpunten in één overzicht en beheer je ze via het contextmenu. Met Jump to Entry spring je direct naar de locatie vanwaar ze worden gestart en met Delete verwijder je de opstartverwijzing uit Windows. Houd er rekening mee dat dit niet eenvoudig terug te draaien is, tenzij je de koppeling handmatig herstelt.

Autoruns lijst letterlijk elk mogelijk opstartpunt van Windows op.

Opstartuitstel

Je hebt de totale opstarttijd waarschijnlijk al flink teruggebracht, maar er zijn nog extra ingrepen mogelijk. Mogelijk zag je in BootRacer een melding over een ‘Explorer start-up Delay’ van 10 seconden voorbij komen. Windows bouwt deze vertraging namelijk standaard in, zodat essentiële systeemdiensten rustig kunnen starten, maar op een modern en snel systeem is dit meestal niet nodig. In BootRacer kun je dit alleen met de betaalde Pro-versie uitschakelen, maar via het register kan het ook gratis.

Druk op Windows-toets+R, voer regedit uit en navigeer naar HKEY_CURRENT_USER\Software\Microsoft\Windows\CurrentVersion\Explorer. Klik met rechts en kies Nieuw / Sleutel, geef deze de naam Serialize. Klik met rechts op deze nieuwe sleutel en kies Nieuw / DWORD (32-bits)-waarde. Noem deze StartupDelayInMSec en laat de waarde 0 staan. Sluit Regedit en herstart je pc.

Met een registeringreep kun je nog eens tot tien seconden besparen.

Auto-doorstart

Wanneer je in BootRacer de totale opstartfase bekijkt, zie je mogelijk ook een ‘Password timeout’, de tijd dat Windows wacht tot je je wachtwoord hebt ingevoerd. Zonde van de verloren tijd, maar als je de enige gebruiker van de pc bent, kun je Windows ook automatisch laten doorstarten.

Druk op Windows-toets+R, typ netplwiz en klik op OK. Verwijder het vinkje bij Gebruikers moeten een gebruikersnaam en wachtwoord opgeven […]. Bevestig met OK en vul het wachtwoord in van het gewenste account.

Zie je deze optie niet, dan gebruik je waarschijnlijk een Microsoft-account. Wil je geen lokaal account aanmaken, dan omzeil je dit als volgt. Ga opnieuw naar Uitvoeren en voer regedit uit. Navigeer naar HKEY_LOCAL_MACHINE\SOFTWARE\Microsoft\Windows NT\CurrentVersion\PasswordLess\Device. Dubbelklik in het rechterdeelvenster op DevicePasswordLessBuildVersion en zet de waarde op 0 (in plaats van 2). Na een herstart van je pc zou de optie alsnog zichtbaar moeten zijn.

Als enige gebruiker kun je wellicht ook zonder aanmeldwachtwoord leven. 

UEFI/BIOS

Hoewel tools (zoals BootRacer) de opstarttijd van het UEFI/BIOS niet kunnen meten, kan deze fase toch ook enige tijd kosten. Hier controleert de firmware van je moederbord de hardware en start zij het verdere proces. Met enkele instellingen kun je de opstarttijd wellicht iets verkorten.

Om in het UEFI/BIOS te komen, druk je direct na het aanzetten van de pc op een toets als F10, F2 of Del (zie je systeemhandleiding). Zoek daar naar opties als Fast Boot, Quick Boot of Quick Power on Self Test en schakel deze in om bepaalde zelftesten of wachttijden over te slaan. Controleer ook de bootvolgorde: je stelt de Windows-schijf bij voorkeur in als eerste boot device. Vaak kun je ook ongebruikte hardware, zoals bepaalde poorten, uitschakelen, wat soms wat extra tijdwinst oplevert bij de initialisatie.

Je checkt ook even enkele instellingen in het UEFI/BIOS, zoals Fast boot.