ID.nl logo
Wie is de baas van jouw smarthome?
© Reshift Digital
Huis

Wie is de baas van jouw smarthome?

In een ideale wereld zijn alle smarthome-producten compatibel met elkaar en maakt het niet uit van welk merk je iets koopt, want standaarden zorgen voor samenwerking. Hoewel die compatibiliteit tussen slimme producten door platformen van Google, Amazon en Apple doorgaans gewaarborgd wordt, is het door de focus hierop ook steeds lastiger om zelf een systeem te bouwen op basis van je favoriete producten.

Een paar jaar geleden stonden smarthome-producten aan het begin van hun ontwikkeling en probeerde iedereen een eigen ecosysteem te bouwen waarbij producten niet compatibel waren met elkaar. Lastig, maar de verwachting was dat dit uiteindelijk wel opgelost zou worden. Om slimme producten echt te laten doorbreken, moeten producten van verschillende partijen immers kunnen samenwerken. Op het eerste gezicht is dat eigenlijk ook prima gelukt. Op steeds meer verpakkingen prijken logo’s van Amazon, Google en Apple: een teken dat deze producten samenwerken met die ecosystemen. En veel producten ondersteunen meerdere van deze platformen. Kortom, missie geslaagd. Voor veel gebruikers is dat ook zo, want de producten zijn prima te bedienen met de bijbehorende app en werken bovendien samen met de gewenste slimme assistent. Maar geldt dat ook voor iedereen?

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Wat is een standaard?

Wanneer je het over smarthome-producten hebt, dan heb je het al snel over standaarden. En die standaarden worden vaak op één hoop gegooid. Standaarden als Apple HomeKit, Google Home, Zigbee en Z-Wave worden in één adem als smarthome-standaarden genoemd. De ene standaard is echter de andere niet. Je moet onderscheid maken tussen enerzijds standaarden die een achterliggend ecosysteem beschrijven (zoals Google Home en Apple HomeKit, die ervoor zorgen dat producten op netwerkniveau met elkaar gekoppeld kunnen worden) en anderzijds standaarden die producten op een ander niveau met elkaar koppelen. Dat andere niveau betreft in het geval van producten die voor de doorsnee consument interessant zijn, draadloze standaarden in de vorm van Zigbee, Z-Wave en onbeveiligde 433MHz-protocollen zoals Klik-Aan-Klik-Uit (KAKU). Zo vormt Zigbee en dan specifiek het profiel Zigbee Light Link (ZLL) de draadloze basis van slimme lampen van onder andere Philips Hue, Ikea Trådfri, Osram Lightify en Innr. Z-Wave wordt dan weer veel gebruikt voor schakelaars en sensoren (zoals bewegingssensoren en rookmelders), terwijl je KAKU-producten in iedere bouwmarkt vindt. Daarnaast worden natuurlijk ook andere draadloze standaarden gebruikt variërend van wifi of bluetooth tot bedrijfseigen protocollen in het geval van verwarmingsproducten.

©PXimport

Meer dan draadloze standaard

Een draadloze standaard als Z-Wave of Zigbee is nog geen domoticasysteem. Je wilt je product immers kunnen bedienen met een computer of je smartphone. Zonder iets dat een koppeling maakt tussen de draadloze producten als een lamp en je smartphone is dat niet mogelijk. Vandaar dat veel kant-en-klare producten die gebruikmaken van een open standaard voorzien zijn van een bridge (of basisstation). Die bridge verzorgt uiteindelijk de koppeling met je thuisnetwerk. Die bridge is in het geval van verlichtingssystemen overigens doorgaans ook de oorzaak dat verlichtingssystemen niet compatibel zijn met lampen van een ander merk. In theorie voldoen al deze lampen aan de ZLL-specificaties en zijn ze hierdoor compatibel met elkaar. In de praktijk zul je soms toch problemen ondervinden, omdat de bridge de lamp herkent als lamp van een ander merk waardoor die uiteindelijk niet door de bridge aan de achterliggende app getoond wordt. En ook het updaten van de software is via de bridge van een andere fabrikant onmogelijk. Vandaar dat je ook bij systemen van een fabrikant die zogenaamd gebruikmaakt van ‘open standaarden’ vaak toch het beste de eigen spullen kunt gebruiken.

©Philips Hue

Focus op slimme assistenten

Voor een domoticasysteem is dus meer nodig dan het gebruik van een draadloze standaard en de meeste fabrikanten bieden daarom een eigen app waarmee een product te bedienen is, vaak gekoppeld aan een achterliggende clouddienst. Fabrikanten zien daarnaast in de platformen die door Google, Amazon en Apple worden aangeboden een eenvoudige manier om hun producten te integreren met die van andere fabrikanten. Daar is wel iets voor te zeggen, want voor een eindgebruiker werken deze platformen eenvoudig en je kunt je hele huis vervolgens bedienen met bijvoorbeeld je Google Home. Het probleem is alleen dat voor veel producten die ondersteuning voor één of meerdere van deze slimme platformen ook de enige mogelijk vorm van koppelen is. Wanneer je na enige tijd bijvoorbeeld zelf een domoticasysteem wilt bouwen met een eigen controller, al dan niet op basis van software als Domoticz of Home Assistant, dan heb je in het gunstigste geval een grote uitdaging en in een minder gunstig geval een probleem.

©PXimport

Tuya-platform

Steeds meer fabrikanten en winkels waaronder Action komen met een eigen lijn aan smarthome-producten. Wie wat aandachtiger kijkt, zal opvallen dat de gebruikte apps wel heel erg op elkaar lijken. Veel van deze smarthome-systemen zijn dan ook gebaseerd op het Tuya-platform. Fabrikanten kopen bij Tuya een compleet platform in dat onder andere bestaat uit een app en achterliggende cloud. Het Tuya-platform kan (deels naar keuze van de fabrikant) communiceren met Amazon Alexa, Google Assistant en Apple Siri. Fabrikanten zullen dat zelf niet al te nadrukkelijk melden, maar Tuya-producten zijn in beginsel compatibel met elkaar. Lukt koppelen niet met de ‘eigen’ app, dan kun je altijd een beroep doen op de generieke Tuya-app. Veel Tuya-producten gebruiken wifi en hebben hierdoor doorgaans geen basisstation nodig. De software communiceert echter direct met de clouddienst en lokale integratie met een eigen systeem is dan ook niet mogelijk. Grappig om te weten is dat Tuya-producten vaak gebaseerd zijn op de ESP8266-wifi-chip die ook de basis vormt van het populaire knutselbordje NodeMCU. Er zijn dan ook alternatieve firmwares waarmee je Tuya-producten wel kunt koppelen aan een eigen domoticasysteem. Tuya probeert zijn producten hiertegen steeds strenger te beveiligen. Met zijn achterliggende cloud en koppeling met de grote smarthome-platformen is Tuya misschien wel hét schoolvoorbeeld van een modern smarthome-platform.

©PXimport

In eigen hand?

Wil je niet afhankelijk zijn van een slimme assistent, dan kan dat op drie manieren. De eerste is het gebruik van producten volgens open standaarden als Z-Wave en Zigbee. Lampen, sensoren, schakelaars enzovoort die voldoen aan de door jou gekozen open standaard kun je koppelen aan een geschikte radio in een eigen domoticacontroller. Hetzij een compleet product met eigen radio’s zoals de Athom Homey, of een zelfbouwoplossing op basis van bijvoorbeeld Domoticz of Home Assistant op iets van een Raspberry Pi die je voorziet van de juiste radio’s. Je kunt op die manier ook slimme lampen die gebruikmaken van Zigbee direct koppelen zonder de bijbehorende bridge.

De tweede manier is een lokale api die door een slim product op je thuisnetwerk wordt aangeboden. Een bekend voorbeeld van een product met een lokale api is Philips Hue. Niet alleen blijft een lokale api ook werken als de internetverbinding een storing heeft, het biedt ook voordelen als de fabrikant stopt met de ondersteuning. Signify (het voormalige Philips Lighting) is dit jaar bijvoorbeeld gestopt met de ondersteuning van de eerste variant van de bridge, waardoor deze niet meer volledig werkt in de eigen app. Dankzij de lokale api blijft een koppeling met een eigen domoticasysteem toch werken. Wel kan het zo zijn dat er Hue-producten op de markt komen die niet meer te koppelen zijn aan de oude bridge. Het volledig vasthouden aan open standaarden of een lokale api heeft ook nadelen. Vaak is het duurder, moet je veel uitzoeken en is het configureren van je systeem lastiger.

De derde manier is een api die door de fabrikant van je smarthomeproduct wordt aangeboden, maar die wel afhankelijk is van een clouddienst van een fabrikant. Dat kan prima werken, maar je bent dan natuurlijk nog wel steeds afhankelijk van een internetverbinding.

©PXimport

Wat als de ondersteuning stopt?

Maar ook als je er op let dat je slimme product een api heeft, dan is dat geen garantie dat het altijd blijft werken. Veel api’s maken gebruik van achterliggende clouddiensten en die moeten natuurlijk ondersteund worden. Dat ondersteuning stopt als een fabrikant failliet gaat of als een product al lange tijd niet meer te koop is, is nog enigszins te begrijpen. Maar een fabrikant kan natuurlijk altijd van strategie veranderen. Een bekend voorbeeld van een fabrikant die stopte met ondersteuning voor een api is Google. Voor de Nest-producten zoals de thermostaat bood Google in de vorm van ‘Works with Nest’ een api aan die behalve door ontwikkelaars ook gebruikt kon worden door eindgebruikers om hun slimme apparaten te integreren in een eigen domoticasysteem. Google besloot echter te stoppen met ‘Works with Nest’ en over te gaan naar ‘Werkt met de Google Assistent’.

Wanneer je enkel de apps van Google gebruikt niet zo’n groot probleem, voor gebruikers die hun thermostaat willen integreren in een eigen domoticasysteem een cruciaal verschil, want Googles nieuwe platform biedt niet langer een api. Gebruikers van domoticasystemen hebben inmiddels wel omwegen gevonden om de Nest-thermostaat weer te integreren, maar ideaal is deze situatie niet, want deze methodes worden sowieso niet ondersteund. Dit voorbeeld geeft aan dat ook als een fabrikant de mogelijkheid van een api biedt en het product goed verkocht wordt, het toch geen garantie is dat de koers van een fabrikant later niet verandert. In het geval van Google is de nieuwe koers duidelijk: er wordt gefocust op de Google Assistent als centrale spil van het slimme huis.

Een bijeffect van clouddiensten is natuurlijk ook dat het voor een fabrikant eenvoudig wordt om (eventueel later) een abonnementsmodel te hanteren. Iets om zeker rekening mee te houden.

©PXimport

Niet altijd keuze

Helaas is een api voor lokaal gebruik zonder cloud vrij zeldzaam. De meeste bekende en ‘gebruiksvriendelijke’ smarthome-producten hebben zo’n api niet. Soms kun je via een omweg als IFTTT nog toegang krijgen, maar ook dat gaat via een webdienst. Wil je een product dat bij je past, dan ontkom je meestal niet aan de afhankelijkheid van clouddiensten. Je zult zien dat die ene slimme thermostaat die alles doet wat jij wilt, volledig afhankelijk is van een achterliggende clouddienst. Zolang je je realiseert dat je afhankelijk bent van een clouddienst, kun je die afweging natuurlijk maken. In het gunstigste geval zorgt een verandering ervoor dat je een product niet meer aan een eigen systeem kunt koppelen, in een minder gunstig geval werkt je product helemaal niet meer en moet je het vervangen.

En andersom?

Wanneer je zelf een domoticasysteem bouwt, bijvoorbeeld op basis van Domoticz of Home Assistant, dan wil je wellicht juist wel gebruikmaken van een slimme luidspreker. Heb je op je eigen domoticasysteem dingen aangesloten via bijvoorbeeld Z-Wave, dan kun je die met je slimme luidspreker bedienen door een koppeling te maken. Dit is met plug-ins voor Amazon Alexa, Google Assistent of Apple HomeKit mogelijk. De componenten die je aan je eigen domoticasysteem hebt verbonden, kun je dan via de assistent op je smartphone of met je stem via een slimme speaker bedienen.

Conclusie

De verbindende factor tussen verschillende smarthome-producten lijkt steeds sterker te komen vanuit slimme assistenten als Google Assistant, Amazon Alexa en Apple Siri. Aan de ene kant is dit positief: de toenemende mate van integratie met deze platformen zorgt ervoor dat het voor de eindgebruiker eenvoudig is om producten van verschillende fabrikanten met elkaar te koppelen. En je hebt vaak ook nog eens de keuze uit meerdere platformen. Wil je echter meer, bijvoorbeeld een zelfgebouwd systeem, dan is de focus op de slimme assistentplatformen een beperking. Veel fabrikanten bieden naast ondersteuning voor deze platformen geen andere api aan. Wil je kortom een smarthome-systeem hebben dat je ook zonder tussenkomst van bijvoorbeeld Google kunt bedienen, dan heb je alleen echte zekerheid als je jouw systeem qua communicatie baseert op open standaarden als Z-Wave of Zigbee.

▼ Volgende artikel
Al je bestanden veilig in de cloud: zo stel je OneDrive in als slimme back-up
© Andreas Prott - stock.adobe.com
Huis

Al je bestanden veilig in de cloud: zo stel je OneDrive in als slimme back-up

Een gecrashte laptop, gestolen smartphone of een defecte harde schijf of ssd: je persoonlijke en zakelijke bestanden zijn dan in één klap kwetsbaar. Met OneDrive kun je diezelfde bestanden automatisch in de cloud opslaan, synchroniseren tussen apparaten en als archief bewaren. In dit artikel lees je hoe je OneDrive inricht als betrouwbaar back-up- en archiefsysteem, hoe je Windows-instellingen meeneemt naar andere pc's en welke abonnementsvorm echt bij je past.

In dit artikel

je leest hoe je OneDrive instelt als slimme back-up voor je pc, hoe je belangrijke Windows-mappen automatisch laat meedraaien, hoe je instellingen tussen computers synchroniseert en hoe je OneDrive inzet als archief voor de langere termijn. Ook helpen we je bepalen welke OneDrive-variant past bij de hoeveelheid data die je bewaart.

Lees ook: Zo maak je met OneDrive een online fotoalbum voor heel de familie

Voordat je OneDrive serieus als back-up en archief gaat gebruiken, is het belangrijk dat je snapt wat de dienst precies doet en waar de grenzen liggen. OneDrive is in de kern een cloudopslagdienst: je bestanden worden via internet opgeslagen op Microsoft-servers, zodat je ze vanaf verschillende apparaten kunt openen, delen en bewerken. Zodra je OneDrive op je pc installeert en je aanmeldt met je Microsoft-account, verschijnt er een OneDrive-map in Verkenner. Alles wat je in die map bewaart, wordt gesynchroniseerd met de cloud en – als je dat ook zo hebt ingesteld – met andere apparaten waarop je hetzelfde account gebruikt. Synchroniseren betekent echter niet automatisch dat dit een echte back-up is voor alles: een bestand dat je per ongeluk verwijdert, verdwijnt ook van andere apparaten, al kun je het nog een tijd terughalen via de prullenbak en versiegeschiedenis. OneDrive maakt ook geen volledige systeemback-up van Windows zelf. Het is dus ideaal voor documenten, foto's, projectmappen en instellingen, maar niet voor een complete herstelkopie van je hele pc.

OneDrive is een geïntegreerd onderdeel van Windows 11.

OneDrive en Microsoft-account instellen

Om OneDrive als back-up- en archiefsysteem te gebruiken, heb je dus een Microsoft-account en de OneDrive-client op je pc nodig. Op Windows 10 en 11 is OneDrive standaard aanwezig; je vindt het pictogram als een wit of blauw wolkje in het systeemvak rechtsonder. Klik daarop en kies voor Aanmelden om in te loggen met je Microsoft-account. Heb je nog geen account, dan maak je er in dit venster eenvoudig één aan. Na het aanmelden kies je in een wizard waar je de OneDrive-map op je pc wilt plaatsen en welke mappen in eerste instantie moeten synchroniseren. Alles wat je straks in deze OneDrive-map bewaart, wordt automatisch geüpload. Standaard krijg je 5 GB gratis opslag en via Microsoft 365 Basic, Personal of Family breid je dat uit tot respectievelijk 100 GB, 1 TB of 6 TB in totaal.

Het is verstandig nu al kort uit te rekenen hoeveel ruimte je nodig hebt: tel de grootte van je mappen Documenten, Afbeeldingen, Video's en belangrijke projectmappen bij elkaar op in Verkenner en houd een stevige marge aan. Zo voorkom je dat je later halsoverkop moet opschonen. Maar hoe werkt het allemaal in de praktijk? We laten je zien hoe je speciale Windows-mappen, zoals Bureaublad en Documenten, automatisch kunt back-uppen naar OneDrive.

De initiële installatie en configuratie van de OneDrive-app.
Back-up versus synchronisatie

Wie OneDrive als back-up gebruikt, overschat soms onbewust wat er precies gebeurt. Synchronisatie betekent dat OneDrive jouw bestanden tussen verschillende locaties gelijk houdt. Verwijder je een bestand in de gesynchroniseerde OneDrive-map, dan verdwijnt het ook in de cloud en op andere apparaten. Wel is het zo dat je de in OneDrive verwijderde items een tijd lang kunt terughalen uit de prullenbak en vaak oudere versies van bestanden herstellen via versiegeschiedenis, maar dat is tijdsgebonden en niet bedoeld als eeuwig vangnet. Een klassieke back-up daarentegen maakt een momentopname die daarna niet vanzelf verandert. Denk aan een periodieke kopie op een externe schijf of een NAS, waarop een bestand gewoon blijft bestaan, zelfs als je het op je pc verwijdert. OneDrive zit daar tussenin: het biedt synchronisatie met extra veiligheidslagen zoals versiegeschiedenis en ransomwarebescherming bij sommige Microsoft 365-abonnementen, maar het vervangt geen volledige meertrapsstrategie met bijvoorbeeld ook een lokale back-up. In de rest van dit artikel behandelen we OneDrive daarom als primaire online kopie van je werk- en privébestanden, maar raden we je aan die later aan te vullen met minstens één extra, onafhankelijke back-uplaag.

Bureaublad, documenten en afbeeldingen

Nu je OneDrive-map klaarstaat, kun je de belangrijkste Windows-mappen automatisch laten beschermen. Microsoft noemt dit de back-up van pc-mappen; technisch is dit een slimme omleiding waardoor mappen als Bureaublad, Documenten en Afbeeldingen voortaan fysiek in je OneDrive-opslag staan. Klik in Windows in het systeemvak op het OneDrive-wolkje, kies Instellingen, ga naar het tabblad Synchroniseren en back-up maken en klik op de knop Back-up beheren. Als het goed is zie je nu de mappen Desktop, Documenten en Afbeeldingen. Schakel per map het schuifje in om de back-up te activeren en bevestig met Wijzigingen opslaan. OneDrive verplaatst de inhoud van die mappen naar de bijbehorende locaties binnen je OneDrive-map en synchroniseert voortaan alle wijzigingen. De mappen die verwijzen naar Desktop, Documenten en Afbeeldingen worden dan uiteindelijk symbolische links naar de OneDrive-locaties en vanaf nu maakt OneDrive doorlopend een online kopie van je meest gebruikte mappen.

Hier geef je aan of je alles op de desktop en in de mappen Documenten en Afbeeldingen naar OneDrive wilt opslaan.

Windows-instellingen en apps synchroniseren tussen pc's

Een van de prettige voordelen van OneDrive is dat naast het maken van back-ups van fysieke bestanden ook instellingen van Windows 11 zelf worden opgeslagen. In Windows 11 gebeurt dat via de Windows Back-up en je Microsoft-account. Open het menu Start, klik op Instellingen, ga naar Accounts en kies Windows back-up. Hier zie je onder meer opties om je OneDrive-maplocaties, bureaubladindeling en bepaalde app-instellingen in de cloud te bewaren. Belangrijk is de sectie waarin je aangeeft dat Windows je voorkeuren moet onthouden. Onder Mijn voorkeuren onthouden kun je categorieën zoals personalisatie (thema, achtergrond), taalinstellingen, toegankelijkheidsopties, geluidsschema's en andere Windows-instellingen laten back-uppen. Log je in op een andere Windows-computer met hetzelfde account, en is OneDrive actief, dan worden de instellingen die je op de ene computer hebt opgeslagen, op de andere computer toegepast.

Hier geef je aan welke instellingen van Windows zelf geback-upt moeten worden.
Welke Windows-instellingen worden in de cloud bewaard?

Windows 11 leunt steeds zwaarder op je Microsoft-account en OneDrive om persoonlijke voorkeuren tussen apparaten te synchroniseren. In de Windows Back-up-omgeving, te vinden via Instellingen / Accounts / Windows back-up, geef je aan welke soorten instellingen mogen worden meegenomen. Niet alles wordt gesynchroniseerd; driverinstellingen, zware programma's en specialistische tools moet je zelf opnieuw installeren en configureren. Browsers zoals Microsoft Edge en andere Microsoft 365-apps hebben daarnaast hun eigen synchronisatielagen, zodra je je daar met hetzelfde account aanmeldt. Zo ontstaat een gelaagd geheel: OneDrive voor bestanden, Windows Back-up voor besturingssysteemvoorkeuren en app-specifieke sync voor bijvoorbeeld je browser. Het voordeel is dat een nieuwe pc daardoor in korte tijd heel vertrouwd aanvoelt, zeker als je de stappen uit de hoofdtekst netjes doorloopt. Het nadeel is dat je soms even moet zoeken waar een bepaalde instelling precies wordt bewaard, maar in de praktijk wen je daar snel aan.

OneDrive als langetermijnarchief inrichten

Nu je OneDrive werkend hebt, kun je het als een makkelijk te raadplegen archief voor de langere termijn gebruiken. Hierdoor kun je dan niet alleen je actuele werk bewaren, maar ook afgeronde projecten en oude jaargangen van documenten en foto's gestructureerd opslaan. Maak in je OneDrive-hoofdmap bijvoorbeeld een map '_Archief' en daarbinnen submappen per jaar of per thema, zoals '2023_Foto', '2024_Projecten' of 'Administratie_oud'. Verplaats afgeronde dossiers vanuit de actieve projectmappen naar deze archiefstructuur. Omdat alles in OneDrive staat, blijft het online beschikbaar. Maar met Files On-Demand in Windows 10 en 11 kun je instellen dat oudere archiefbestanden alleen in de cloud blijven en niet standaard schijfruimte innemen. Klik met de rechtermuisknop op een archiefmap, kies Ruimte vrijmaken zodat Windows het lokale exemplaar verwijdert en alleen nog een cloud-pictogram toont. Open je het bestand later, dan wordt het weer tijdelijk gedownload.

Met de optie Ruimte vrijmaken worden bestanden van je eigen computer verwijderd, maar blijven ze nog wel online en op andere apparaten beschikbaar.

Kies de juiste OneDrive-variant

Hoe verder je OneDrive als back-up en archief gebruikt, hoe belangrijker voldoende opslagruimte wordt. Met een gratis Microsoft-account krijg je 5 GB cloudopslag, gedeeld tussen OneDrive, sommige Outlook.com-gegevens en Microsoft 365-apps. Dat is genoeg voor wat documenten en een redelijke fotocollectie, maar voor een volledige pc-back-up plus archief is het meestal te krap. Microsoft 365 Basic geeft je 100 GB opslag zonder desktop-apps van Office; Microsoft 365 Personal biedt 1 TB opslag voor één gebruiker, terwijl Microsoft 365 Family tot 6 TB levert: maximaal zes personen krijgen ieder 1 TB. Heb je al een Personal- of Family-abonnement, dan kun je daar per account nog tot 10 TB extra opslag bovenop kopen. Meer informatie over de meest up-to-date prijzen vind je hier.

Denk praktisch: een gemiddelde mix van documenten, foto's en enkele video's past voor de meeste mensen jarenlang in 1 TB, zeker als je archiefbestanden die je zelden nodig hebt, lokaal of op een NAS of externe harde schijf zet. Ontwikkel je veel video's of werk je met grote datasets, dan is OneDrive vooral je werkruimte en schakel je een aanvullende opslagoplossing in voor ruwe bestanden. Met je abonnement op orde kun je in de volgende stap ontspannen focussen op hoe je dagelijks met gesynchroniseerde bestanden werkt.

OneDrive combineren met een externe schijf

Hoewel OneDrive krachtige mogelijkheden biedt, blijft één principe uit de back-upwereld verstandig: de 3-2-1-regel. Bewaar minstens drie kopieën van belangrijke data, op twee verschillende soorten media, waarvan één buiten je eigen locatie. In deze context is OneDrive je externe locatie, terwijl je pc de eerste kopie heeft. Voeg daar een derde laag aan toe door regelmatig een lokale back-up naar een externe schijf te maken. In Windows kan dat bijvoorbeeld met Bestandsgeschiedenis of met de nieuwere Windows Back-up-app, waarmee je naar een externe schijf of netwerkopslag schrijft. Het voordeel is dat je bij een internetstoring of een grote cloudstoring nog steeds een recente kopie in huis hebt. Andersom dekt OneDrive je bij brand, diefstal of een defecte schijf, waar een lokale back-up alleen niet voldoende zou zijn. Door OneDrive als primaire, altijd-aan kopie te gebruiken en een externe schijf als periodieke momentopname te gebruiken, combineer je het beste van twee werelden. Zeker voor kleine organisaties en zelfstandigen is dit een betaalbare manier om professionele back-uppraktijken toe te passen zonder dure infrastructuur.

Dagelijks werken met gesynchroniseerde bestanden

Als je OneDrive eenmaal hebt ingericht, wordt het pas echt krachtig als je er dagelijks vanzelf mee werkt. Het uitgangspunt is simpel: sla je documenten standaard op in de OneDrive-map, niet ergens los op je C-schijf. In Word, Excel of een andere applicatie kies je bij Opslaan als of Bladeren bewust de OneDrive-locatie en eventueel een specifieke project- of archiefmap. Op die manier worden nieuwe bestanden direct geback-upt en gesynchroniseerd. Met Files On-Demand zie je in Verkenner bij elk bestand een statusicoon: volledig lokaal beschikbaar, alleen online of tijdelijk gedownload. Heb je weinig schijfruimte, stel OneDrive dan via Instellingen en Synchronisatie en back-up zo in dat alleen vaak gebruikte mappen standaard offline worden bewaard. Werk je op een laptop zonder constante internetverbinding, dan kun je belangrijke projectmappen juist als Altijd bewaren op dit apparaat markeren via het contextmenu, zodat je daar ook offline bij kunt. Zodra je weer online bent, synchroniseert OneDrive de wijzigingen automatisch. Dankzij deze werkwijze zijn je actuele bestanden altijd onderdeel van je back-up, wat de laatste stap – controle en noodherstel – een stuk betrouwbaarder maakt.

Met de optie Altijd bewaren op dit apparaat blijft het gedownloade bestand op de schijf staan, ook wanneer het op een andere computer wordt bewerkt.

Onderhoud, controle en noodgevallen

Een back-up- en archiefsysteem is nooit helemaal klaar; af en toe onderhoud voorkomt problemen op een slecht moment. Kijk regelmatig in het OneDrive-pictogram of de status 'Up to date' aangeeft en of er geen foutmeldingen over conflicten of onvoldoende opslag verschijnen. Via OneDrive op het web kun je onder Settings en Storage zien hoeveel ruimte je verbruikt en welke mappen of bestandstypen de meeste ruimte innemen. Ruim bijvoorbeeld oude, grote downloadbestanden op die geen archiefwaarde hebben. In geval van nood – denk aan per ongeluk verwijderen of overschrijven – kun je in de webinterface naar de prullenbak gaan om bestanden terug te zetten, of in de versiegeschiedenis van een document een oudere staat herstellen. Bij Microsoft 365-abonnementen biedt OneDrive bovendien bescherming tegen ransomware-aanvallen: je krijgt dan hulp bij het grootschalig terugzetten van bestanden naar een gezond tijdstip. Door deze controles in te bedden in je maandelijkse routine, zorg je dat je back-upstrategie blijft kloppen met hoe je echt werkt. Daarmee is de cirkel rond en ben je klaar om je persoonlijke data structureel beter te beschermen.

▼ Volgende artikel
Ontwerp van Nothing Phone (4a) onthuld
Huis

Ontwerp van Nothing Phone (4a) onthuld

Het Britse bedrijf Nothing heeft het design van de aankomende nieuwe smartphone Phone (4a) onthuld.

Dat deed het bedrijf gisteren via social media. De smartphone komt op 5 maart uit. In de tweet hieronder is het ontwerp alvast te zien, met de typische drukke achterkant die we inmiddels gewend zijn van het bedrijf.

De aankomende Phone (4a) heeft een zogeheten 'Glyph Bar'. Dit is een micro-led-paneel aan de zijkant, die mensen zelf kunnen programmeren om ze in verschillende patronen te laten knipperen. Het gaat om de vierkantjes aan de rechterzijde, naast het camera-eiland. De led-lampjes zijn volgens het bedrijf 40 procent feller dan die op de Phone (3a).

Over de precieze technologie van de Nothing Phone (4a) zijn nog geen aankondigingen gedaan, maar volgens geruchten krijgt de smartphone een Snapdragon 7s Gen 4-chip. Er zal ook een duurdere en snellere Phone (4a) Pro verschijnen, al is daar het uiterlijk nog niet van onthuld.

Officieel wordt de Phone (4a) op 5 maart onthuld.

View post on X