ID.nl logo
Veel voorkomende netwerktermen uitgelegd
© Reshift Digital
Huis

Veel voorkomende netwerktermen uitgelegd

In artikelen over thuisnetwerken en in de specificaties van netwerkapparatuur kom je al snel allerlei termen tegen. We hebben een aantal van de meest voorkomende termen voor je op een rij gezet en we leggen natuurlijk ook uit wat ze betekenen.

Protocollen

DHCP

Een apparaat dat je aansluit op je netwerk via een kabel of wifi krijgt automatisch een verbinding met het netwerk en internet. Je router bevat hiervoor een dhcp-server (Dynamic Host Configuration Protocol). Deze zorgt ervoor dat netwerkapparatuur die je aansluit op het netwerk automatisch een ip-adres en andere netwerkinstellingen krijgt toegewezen. Je kunt in de webinterface van je router instellen hoeveel ip-adressen de dhcp-server kan gebruiken.

©PXimport

DNS

Dns, dat staat voor Domain Name System, zorgt voor de vertaling tussen de urls die je in je browser tikt en de ip-adressen van de achterliggende webservers. Wanneer je in je browser een webadres intikt, dan zorgt dns ervoor dat het adres automatisch naar het juiste ip-adres wordt omgezet, zodat de site op het internet ‘vindbaar’ is. Dns-gegevens worden gecached, waardoor je een website bij bijvoorbeeld een migratie naar een andere server mogelijk tijdelijk niet kunt bereiken.

IGMP (multicast)

In de specificaties van een switch kun je de term igmp-snooping (Internet Group Management Protocol) tegenkomen. Dit is een techniek die ervoor zorgt dat multicast ip-verkeer, dat bijvoorbeeld gebruikt wordt bij ip-televisie, juist afgehandeld wordt. Ip-televisie hangt tegenwoordig steeds vaker in het ‘gewone’ netwerk en zo krijgt de ontvangers dus een ip-adres in dat netwerk. Aparte kabels zijn dan niet nodig.

Een switch met ondersteuning voor igmp-snooping zorgt ervoor dat de televisiestream alleen wordt doorgestuurd naar de poorten die daarom hebben gevraagd en niet naar andere poorten. Hiermee wordt overbodig netwerkverkeer voorkomen, maar ook verbindingsproblemen zoals haperend beeld. Ervaar je dus problemen met of bij het kijken van ip-televisie, dan is het raadzaam om te controleren of je switches ondersteuning hebben voor igmp-snooping.

NFS

Nfs of Network File System is een netwerkprotocol voor Linux waarmee bestanden binnen een netwerk gedeeld kunnen worden. Nfs zorgt in combinatie met op Linux gebaseerde apparaten, zoals bijvoorbeeld mediaspelers, voor betere prestaties dan bij het gebruik van smb. Je kunt beide netwerkprotocollen naast elkaar draaien op bijvoorbeeld een nas en dan per client bepalen wat het beste protocol is.

SMB (CIFS)

Smb staat voor Server Message Block en is een netwerkprotocol waarmee bestanden voornamelijk onder Windows gedeeld kunnen worden. Smb wordt vaak smb/cifs genoemd waarbij cifs staat voor een specifieke oude variant van smb die niet meer gebruikt wordt. Daarnaast kom je op sommige nas-apparaten ook de term samba tegen. Samba is een opensource-implementatie van smb.

Smb wordt vooral voor Windows gebruikt en je komt in de configuratieopties van nas-apparaten dan ook vaak de aanduiding Windows-bestandsservice tegen. Er zijn verschillende versies van smb waarbij de nieuwere versies als smb 2.0 (sinds Windows Vista) en smb 3.0 (sinds Windows 8) sneller werken. Bij sommige nas-apparaten kun je de variant van smb instellen; zorg dan wel dat de nieuwere varianten ook ondersteund worden.

©PXimport

TCP

Tcp staat voor Transmission Communication Protocol. Dit communicatieprotocol wordt gebruikt als een programma een verbinding wil opzetten met een ander programma en wil dat deze verbinding actief blijft. Elk pakket dat ontvangen wordt met tcp, wordt door de ontvangen computer bevestigd naar de afzender. Krijgt de afzender geen bevestiging, dan wordt het pakket opnieuw gestuurd, totdat er wel een bevestiging komt. Tcp verzamelt daarna alle pakketjes en maakt de gegevens weer heel/compleet, voordat het wordt overgedragen aan de applicatie die de data inleest.

Tcp blinkt uit in correcte, goed geordende data, ten koste van wat overhead, zoals het erkennen van elk ontvangen pakket. Dat is een must als je bijvoorbeeld over het internet surft. Je wil niet dat af en toe een woord of letter ontbreekt vanwege een verloren pakket en dus incomplete data.

UDP

Udp is een communicatieprotocol en staat voor User Datagram Protocol. In tegenstelling tot tcp onderhoudt udp geen actieve verbinding. Het is in feite een simpelere variant van tcp dat alleen poortnummers en foutcontrole biedt. Berichten worden onafhankelijk van elkaar verstuurd en er wordt dus geen actieve verbinding onderhouden.

Udp is handig voor toepassingen waarbij je snel wilt zijn met lage overhead. Nuttige toepassingen daarvoor zijn audio en video. Het is erg frustrerend als de audio- of videoverbinding traag is, waarbij het beeld steeds stilstaat en het even duurt voordat alles aankomt. Udp geeft je sneller beeld, ten koste van af en toe wat beschadiging of vervorming van beeld of geluid.

VPN

Vpn staat voor virtual private network en is een manier om netwerkverkeer tussen twee plaatsen te versleutelen. Je kunt vpn gebruiken om veilig gebruik te maken van internet, bijvoorbeeld op een openbaar netwerk. De beheerder van dat netwerk ziet dan alleen de vpn-tunnel, maar niet de informatie die daar overheen gaat. Veel nas-apparaten zijn voorzien van een vpn-server. Hierdoor kun je overal ter wereld surfen via je internetverbinding thuis. Dit kun je gebruiken voor meer privacy, maar ook om landrestricties te omzeilen en zo overal met een Nederlands ip-adres te surfen.

Routerfunctionaliteit

Bridge modus

Vaak krijg je van je internetprovider een(modem)router die weliswaar gebruikt moet worden, maar mogelijk niet alle gewenste functionaliteit biedt. Als je er dan een eigen router op aansluit, heb je te maken met een dubbele nat met alle nadelen van dien. Sommige (modem)routers hebben daarom een bridgemodus.

In bridgemodus worden beide netwerken van de routers aan elkaar gekoppeld en fungeert het apparaat van je internetprovider enkel als modem. Je eigen router krijgt hierdoor dus een extern ip-adres van de internetprovider toegewezen dat direct vanaf internet benaderbaar is. Niet alle (modem)routers bieden een bridgemodus, in dat geval biedt dmz mogelijk uitkomst.

DDNS

Met een ddns of Dynamic Domain Name System koppel je een url aan je ip-adres. Hierdoor kun je je ip-adres van je netwerkverbinding en − indien je dit hebt ingesteld − je apparatuur in je netwerk bereiken via een url.

Het bijzondere van een ddns zit hem in het woordje dynamic. Je internetverbinding heeft doorgaans een dynamisch ip-adres dat door je internetprovider veranderd kan worden. Door een ddns-dienst te koppelen met je nas (of router) wordt dit nieuwe ip-adres doorgegeven aan de ddns-dienst en blijven de ingestelde apparaten in je thuisnetwerk bereikbaar via de ingestelde url. Een ddns-mogelijkheid is zeker handig als je de nas wilt gebruiken als vpn-server. Sommige router- en nas-fabrikanten bieden een gratis ddns-dienst.

©PXimport

Dfs

In de configuratiepagina’s van een draadloze router of accesspoint kun je de term dfs tegenkomen, dat staat voor dynamic frequency selection. Dit zijn de hogere kanalen (boven kanaal 48) op de 5GHz-band waarvoor extra regels bestaan omdat de gebruikte frequenties ook door weer- en luchtvaartradars gebruikt worden en daardoor deze radars kunnen storen.

Wifi-apparatuur moet dergelijke radars voorrang geven, waardoor het gebruik van deze dfs-kanalen in de praktijk niet altijd even soepel werkt. Wordt een radar gedetecteerd, dan moet de router overschakelen naar een ander kanaal. Zeker als je in de buurt van een (lucht)haven woont, kunnen deze kanalen lastiger te gebruiken zijn.

DMZ

Dmz staat voor demilitarized zone en is een gedeelte van een netwerk dat direct voor de buitenwereld toegankelijk is. In een bedrijf is dat een compleet apart netwerk (extranet) waarin bijvoorbeeld webservers zijn opgenomen. Bij een thuisrouter betekent een dmz dat de router dan alle poorten voor een specifiek netwerkapparaat openzet. In de praktijk wordt dmz thuis doorgaans gebruikt om een eigen router in de dmz van de (modem-)router van een internetprovider te zetten als er geen bridge-modus ondersteund wordt. Hierdoor blokkeert de router van de internetprovider geen poorten naar de eigen router en kun de eigen router gebruiken om je netwerk te beheren.

©PXimport

NAT

Nat staat voor Network Adress Translation, en is een functie in de router die zorgt voor de vertaling in het ip-verkeer tussen het netwerk van je internetprovider en je eigen netwerk. Dat is nodig, want je internetprovider geeft je per internetaansluiting maar één ip-adres en met dat ene ip-adres kun je dus precies één apparaat met internet verbinden.

De router lost dat probleem op door als enige direct in verbinding te staan met je provider en daarmee dus dat ip-adres aan te nemen, en vervolgens zelf ip-adressen aan je eigen apparaten uit te delen. Het verkeer wordt vervolgens doorgezet naar het juiste apparaat.

Portforwarding

Met een poort wordt onderscheid gemaakt tussen de verschillende services die op een netwerkapparaat draaien. Zo wordt poort 20 gebruikt voor ftp, poort 80 voor http-verkeer en poort 443 voor https-verkeer. Poorten worden altijd gebruikt in combinatie met het ip-adres dat aan een apparaat is toegewezen. Omdat apparaten binnen je netwerk door het gebruik van nat niet direct vanaf buiten bereikbaar zijn, is je router voorzien van portforwarding. Hiermee wordt verkeer doorgestuurd naar de juiste poort van een apparaat binnen het netwerk.

Als je een poort door wilt sturen in de router naar een bepaald apparaat, dan kan de router onderscheid maken tussen de twee protocollen udp en tcp. Het is belangrijk dat je het juiste protocol kiest, want sommige applicaties maken alleen gebruik van een van de twee protocollen. Je gebruikt portforwarding als je een apparaat binnen je thuisnetwerk vanaf het internet wilt kunnen benaderen. Denk aan een stream van een ip-camera, een webserver of een nas.

QoS

Dankzij Quality of Service kan bepaald netwerkverkeer voorrang krijgen ten opzichte van ander netwerkverkeer. Zo worden bijvoorbeeld streams voor videobellen niet verstoord als een andere netwerkgebruiker iets gaat downloaden.

Subnet

Een subnet is feitelijk een reeks ip-adressen die bij elkaar horen en samen een netwerk vormen. Binnen je lokale netwerk zijn dat privé ip-adressen die niet op internet bestaan. Het eerste deel van elk ip-adres verwijst naar het bijbehorende netwerk, het tweede deel naar een bepaald apparaat ofwel host. Een subnetmasker geeft aan welk deel het netwerk beschrijft.

Vaak heeft je router het ip-adres 192.168.1.1 en je netwerkapparaten adressen tussen 192.168.1.2 en 192.168.1.254. In dat geval geeft het subnetmasker 255.255.255.0 aan welk deel van het ip-adres naar het netwerk verwijst. In dit geval precies de eerste drie getallen, die dus voor elk ip-adres in dat subnet hetzelfde zijn.

Je komt ook vaak de verkorte cidr-notatie tegen (Classless Inter-Domain Routing). Dit specifieke subnet kun je dan schrijven als 192.168.1.0/24.

©PXimport

UPnP

Upnp staat voor Universal Plug and Play en stelt netwerkapparaten in staat om met elkaar te communiceren. Een van de functies is automatische portforwarding, zodat je zelf niets hoeft in te stellen op bijvoorbeeld je spelcomputer om deze te gebruiken als server voor multiplayer-spellen.

Op zich handig, maar upnp brengt een groot beveiligingsrisico met zich mee omdat ieder apparaat zelf portforwarding kan instellen en hier geen authenticatie of toestemming voor nodig is. Ook apparaten die besmet zijn met bijvoorbeeld malware kunnen poorten openzetten. Daarnaast zitten er soms fouten in de upnp-implementatie in routers waardoor dit op afstand te misbruiken is. Het wordt daarom aangeraden om upnp op je router uit te schakelen.

©PXimport

Techniek

Link aggregation (lacp)

Sommige netwerkapparaten zoals een nas zijn voorzien van twee netwerkaansluitingen. Deze kun je combineren voor een hogere snelheid of een extra verbinding (failover) waarmee je voorkomt dat de nas onbereikbaar wordt als de primaire netwerkverbinding uitvalt. Het combineren van twee netwerkaansluitingen wordt link aggregation genoemd. Voor het combineren van twee aansluitingen tot één snellere aansluiting is ook een switch nodig die link aggregation ondersteunt. De nas is dan met een snellere verbinding met je netwerk verbonden waardoor meer clients tegelijkertijd sneller kunnen werken.

Het gebruiken van link aggregation in combinatie met clients zoals een pc zal in de praktijk vaak tot teleurstellingen leiden omdat veel protocollen niet over meerdere verbindingen verdeeld kunnen worden, waardoor bijvoorbeeld een kopieer-actie nog steeds beperkt is door de snelheid van één netwerkaansluiting. Voor hogere snelheden op clientapparaten moet worden overgestapt op een multigigabit-verbinding.

©PXimport

Mac-adres

Het mac-adres is een uniek adres dat toegekend is aan netwerkapparaten en gebruikt wordt om de apparaten uit elkaar te houden en het verkeer naar het juiste apparaat te sturen. Het mac-adres wordt ook wel het hardware-adres of fysieke adres genoemd.

Een mac-adres wordt door de fabrikant van een apparaat toegekend en zou uniek moeten zijn, toch komt het weleens voor dat meerdere apparaten hetzelfde adres hebben. Dat leidt tot problemen als meerdere van deze apparaten binnen hetzelfde netwerk gebruikt worden. Op sommige apparaten is het mogelijk om het mac-adres zelf (tijdelijk) te veranderen (mac-spoofing).

Mesh-netwerk

De laatste jaren zijn wifi-mesh-systemen in opkomst waarin een router gecombineerd wordt met draadloos aangesloten wifi-accesspoints die ook wel nodes worden genoemd. Mesh slaat op de eigenschap dat alle nodes in het systeem onderling verbinding kunnen maken. Een verbinding tussen nodes kan hierdoor potentieel via meerdere routes worden gelegd. In de basis geldt dat hoe meer nodes je plaatst, hoe beter het mesh-netwerk zal functioneren.

©PXimport

Multi-gigabit-ethernet

Gigabit-ethernet is al een decennium de standaard voor thuis én kantoor, maar langzamerhand begint er ook thuis behoefte aan meer snelheid te komen. Snelheden hoger dan gigabit noemen we ook wel multigigabit.

In de vorm van 10GBase-T is er al jarenlang een snellere standaard die gebruikmaakt van normale ethernetkabels, maar deze is prijzig en heeft een relatief hoog energieverbruik. Een 10gigabit-netwerk op basis van sfp+ in combinatie met glasvezelkabels is voor veel consumenten dan weer niet heel praktisch. Met 2.5GBase-T en 5GBase-T, ook wel aangeduid als 802.3bz, is er een oplossing die snelheden van 2,5 en 5 Gbit/s biedt. De benodigde chips zijn aanzienlijk goedkoper en energiezuiniger, en dit jaar lijkt de opmars van in ieder geval 2.5GBase-T op stoom te komen. Op steeds meer moederborden en nas-apparaten vind je een 2,5Gbit-netwerkaansluiting.

©PXimport

PoE

PoE staat voor power over ethernet en wordt gebruikt om netwerkapparaten via de netwerkkabels van voeding te voorzien. Via één netwerkkabel kun je dan bijvoorbeeld een accesspoint van zowel een netwerksignaal als spanning voorzien. Er zijn verschillende PoE-standaarden. Accesspoints hebben doorgaans genoeg aan het ‘normale’ PoE oftewel 802.3af. Let er wel op dat sommige krachtigere accesspoints PoE+ (oftewel 802.3at) vereisen, dat meer vermogen kan leveren. PoE-switches die enkel 803.af ondersteunen zijn goedkoper.

Soms krijg je bij een accesspoint een PoE-injector, deze kun je ook los kopen. Dit is een adapter die je tussen de switch en accesspoint aansluit, en de voeding verzorgt voor het bedraad aangesloten accesspoint. Let er overigens op dat een injector doorgaans gebruikmaakt van passieve PoE, waarbij de spanning altijd op de netwerkkabel staat. Hierdoor kunnen netwerkapparaten die hier niet mee om kunnen gaan, beschadigen. Heb je een switch die de PoE-standaarden 802.3af of 802.3at ondersteunt, dan kun je wel veilig alle apparaten aansluiten.

Roaming

In de praktijk heb je vaak meerdere accesspoints nodig voor een dekkend netwerk, en wil je dat een netwerkapparaat automatisch met het beste accesspoint verbinding maakt. Dit wordt roaming genoemd. In de praktijk blijven netwerkapparaten soms echter aan het verkeerde accesspoint plakken. Het is bij wifi zo dat de roaming beslissing uiteindelijk door de client wordt genomen.

Roamen tussen verschillende accesspoints werkt beter als de accesspoints zo identiek mogelijk zijn. Door gebruik te maken van een centraal beheerd wifi-systeem zoals gekoppelde bekabelde accesspoints of een wifi-mesh-systeem heb je hier extra zekerheid over. Daarnaast kunnen accesspointsystemen clients een handje helpen door roamingstandaarden als 802.11v/k/r te ondersteunen, waarmee clients soepeler schakelen tussen accesspoints. Wel moeten clients deze standaarden ook ondersteunen.

SFP(+)

Op steeds meer routers en switches vind je sfp-aansluitingen. Sfp staat voor small for-factor pluggable en is een aansluiting waar je sfp-modules of speciale dac-kabels op aansluit. Een sfp-aansluiting ondersteunt doorgaans snelheden tot 1 Gbit/s terwijl met sfp+ een snelheid van 10 Gbit/s ondersteund wordt.

Sfp wordt vaak gebruikt voor sfp(+)-glasvezelmodules om een router met sfp-aansluiting direct op de glasvezel van een internetprovider aan te sluiten. Glasvezel kan ook gebruikt worden voor het aanleggen van een 10Gbit-netwerk. Er zijn ook sfp-modules die sfp omzetten naar een normale ethernetaansluiting. Let op: niet elke sfp-module werkt gegarandeerd samen met iedere sfp-aansluiting.

Vlan

Vlan staat voor virtual lan en is precies dat: een virtueel netwerk binnen je netwerk, waarmee je apparaten van elkaar kunt scheiden. Een virtueel netwerk is feitelijk een afgezonderd netwerk – ofwel subnet – dat gewoon je bestaande kabels en switches gebruikt. Om gebruik te kunnen maken van vlans moeten zowel je routers als switches overweg kunnen met vlan. Wil je vlan gebruiken in combinatie met draadloze apparaten, dan moeten ook je accesspoints om kunnen gaan met vlan.

Als alternatief kun je met goedkopere accesspoints een tweede draadloos netwerk maken door ze op de juiste poort van een switch met vlan-ondersteuning aan te sluiten. Vlans worden uit elkaar gehouden door een unieke ‘tag’ of ‘vlan-id’, een waarde van 1 t/m 4094. Een switch bepaalt op basis van de vlan-id naar welke poorten het verkeer moet worden gestuurd.

©PXimport

WOL

Wol, dat staat voor Wake-On-Lan, is een netwerkstandaard waarmee een computer of netwerkapparaat op afstand via het netwerk is in te schakelen. Dit wordt gedaan met een speciaal commando dat ook wel een magic packet wordt genoemd. In de bios van een computer met ingebouwde netwerkadapter vind je doorgaans een instelling om wol in of uit te schakelen.

WPS

Wps (Wi-Fi Protected Setup) is een methode waarmee netwerkapparaten eenvoudig aan het draadloze netwerk zijn te koppelen middels een pincode of het indrukken van een knopje. Het voordeel hiervan is dat je het wpa2-wachtwoord niet hoeft in te geven.

Wps is echter onveilig en we raden aan wps indien mogelijk uit te schakelen op je router. Helaas is wps op sommige routers niet uit te schakelen of blijft het ondanks de optie het uit te schakelen stiekem toch actief.

▼ Volgende artikel
Review Apple Watch Series 11 – Kleine verbeteringen
© Jeroen Boer - ID.nl
Gezond leven

Review Apple Watch Series 11 – Kleine verbeteringen

Je kunt er bijna de klok op gelijkzetten: elk jaar komt er een nieuwe generatie Apple Watch op de markt. Vergelijk je de nieuwe Apple Watch Series 11 met zijn voorganger, dan zul je aan de buitenkant geen verschil zien. Wat is er dit jaar dan wel nieuw?

Uitstekend
Conclusie

De Apple Watch Series 11 is een prima smartwatch, maar brengt weinig vernieuwing. Heb je een Apple Watch Series 9 of 10, dan kun je deze nieuwe variant daarom rustig overslaan. Ben je wel toe aan een nieuwe Apple Watch, dan krijg je met de Series 11 een goede smartwatch om je pols, al heeft de goedkopere SE met iets minder functies nu ook dezelfde chip.

Plus- en minpunten
  • Goed scherm
  • Goede activiteitentracking
  • Goede slaaptracking
  • Batterijduur
  • Zelfde chip als voorganger
  • Weinig vernieuwing

De Apple Watch Series 11 heeft een identiek ontwerp als de Series 10 en is nog steeds beschikbaar in een titanium- of aluminiumvariant als 42- of 46mm-uitvoering. De enige kleine in het oog springende vernieuwing is dat de aluminiumvariant nu ook in de kleur spacegrijs beschikbaar is. Dat is de kleur waarin wij het horloge hebben getest. Bedienen doe je afhankelijk van de functie met het aanraakscherm, de draaikop of een drukknop.

©Jeroen Boer - ID.nl

Uiterlijk is er geen verschil met de vorige Apple Watch.

Zelfde chip

De buitenkant is dus weinig vernieuwend en ook binnenin heeft Apple geen heel spannende wijzigingen doorgevoerd. De gebruikte chip is dezelfde S10 die ook in de voorganger te vinden was. Opmerkelijk is dat ook de tegelijkertijd verschenen duurdere Apple Watch Ultra 3 en goedkopere Apple Watch SE 3 voorzien zijn van dezelfde S10-chip. De flink goedkopere instapper is dus net zo snel als de duurdere modellen. Apple is bij de GPS + Cellular-variant wel overgestapt naar een 5G-modem in plaats van een 4G-modem, maar daar zul je in de praktijk niks van merken.

©Jeroen Boer - ID.nl

Op de achterkant vind je de sensors die onder andere je hartslag detecteren.

Prima scherm

De Apple Watch 11 heeft een oledscherm met afhankelijk van de gekozen variant een diameter van 1,77 of 1,96 inch. De beeldkwaliteit van het scherm is uitstekend en ook buiten is de Apple Watch dankzij de hoge helderheid goed af te lezen. Het scherm is afgewerkt met gehard glas. Vrijwel krasongevoelig saffierglas krijg je bij de Apple Watch 11 alleen op de duurdere titaniumvariant. De door mij geteste aluminiumvariant is voorzien van gehard glas dat Apple net als op de voorganger 'Ion-X' noemt. Dat geharde glas is volgens Apple dankzij een keramische coating deze generatie wel twee keer zo krasbestendig geworden. Tijdens het testen van de aluminiumvariant zijn er geen krassen op het scherm gekomen.

Twee apps

Op je iPhone gebruik je twee in iOS standaard geïntegreerde apps om het horloge te beheren. De instellingen vind je in de app Watch, waarmee je bijvoorbeeld de meldingen kunt instellen en de wijzerplaat kunt veranderen. De gegevens rondom je activiteiten vind je in de app Gezondheid, waarin je allerlei tegels met informatie rondom je stappen, activiteiten en slaap vindt. De Gezondheid-app bevat veel gegevens, maar zou wat overzichtelijker kunnen. Er staan wel erg veel losse tegels onder elkaar als je op Alle gegevens tikt. Gelukkig kun je de voor jou belangrijke gegevens vastmaken op het dashboard, want waarschijnlijk vind je lang niet alle data belangrijk.

Je vindt alle gegevens in de Watch- en Gezondheid-apps.

Goede activiteittracking

De Apple Watch is een uitgebreide activiteitstracker die uitstekend werkt. Het enige dat we een beetje irritant vonden, is dat de Apple Watch wel automatisch activiteiten als fietsen of wandelen kan detecteren, maar dat er een handmatige actie nodig is om deze activiteit echt als work-out op te slaan. Zie je de melding over het hoofd, dan is de activiteit als losse work-out verdwenen.

De automatische detectie is verder wat ons betreft nauwkeurig genoeg. Bij het tracken van bewuste sportactiviteiten speelt dat minder omdat je dan via het horloge een work-out voor de gewenste activiteit kunt starten. Daarnaast wordt je slaapgedrag bijgehouden en word je gewaarschuwd bij afwijkingen rondom je hartslag, slaap(apneu) en bloeddruk. Dat is overigens niet nieuw; de vorige Apple Watch kan dat ook allemaal.

©Jeroen Boer - ID.nl

De Apple Watch vraagt je om een herkende activiteit te bevestigen om deze daadwerkelijk als work-out op te slaan.

Accuduur

De accucapaciteit is niet bekend, maar volgens Apple gaat het horloge de hele dag mee en dat wordt probleemloos gehaald. Een keertje de Apple Watch vergeten op te laden en dan toch naar je werk gaan is geen probleem. Leg je hem aan de lader als je bijvoorbeeld gaat douchen of even als je thuis komt, dan heb je altijd genoeg energie.

De Apple Watch klikt trefzeker op de meeleverde magnetische laadpuck. Die laadpuck zelf blijft ook magnetisch plakken op metalen meubels zoals een nachtkastje. Heb je een metalen kastje, dan is dat extra handig omdat de lader dan zelf ook niet verschuift. Het laden gaat best vlot; het duurt ongeveer een uur om een volledig lege accu weer helemaal op te laden.

Conclusie

De Apple Watch Series 11 is een prima smartwatch, maar brengt weinig vernieuwing. Heb je een Apple Watch Series 9 of 10, dan kun je deze nieuwe variant daarom rustig overslaan. Ben je wel toe aan een nieuwe Apple Watch, dan krijg je met de Series 11 een goede smartwatch om je pols, al heeft de goedkopere SE met iets minder functies nu ook dezelfde chip.

▼ Volgende artikel
Handige tweaks: zo maak je Windows 11 sneller
© ID.nl
Huis

Handige tweaks: zo maak je Windows 11 sneller

Windows 11 is ontworpen om je pc beter te laten presteren dan zijn voorganger Windows 10. Toch geldt ook hier dat het systeem gaandeweg steeds trager wordt. Gelukkig zijn er eenvoudige trucs om je computer weer vleugels te geven.

Zelfs een modern besturingssysteem kan na verloop van tijd trager aanvoelen. Met de onderstaande tips kun je Windows 11 opnieuw optimaliseren. Uiteindelijk draait het vooral om keuzes. Het systeem zit boordevol functies en opties, maar niet alles heb je echt nodig. Schakel overbodige onderdelen uit, dan win je meestal direct aan snelheid. 

Zet Widgets uit

Veel klassieke trucs om Windows sneller te maken, werken ook in Windows 11. Maar er zijn ook enkele optimalisaties die specifiek voor dit besturingssysteem gelden en echt merkbaar verschil maken. Zo introduceert Windows 11 Widgets: interactieve kaarten die dynamisch informatie tonen over het weer, nieuws, aandelen of sport… Handig, maar ze verbruiken geheugen en bandbreedte. Vind je dit te veel van het goede, dan kun je ze beter uitschakelen. Dat doe je eenvoudig via de taakbalk: klik met de rechtermuisknop op een lege plek. Kies Taakbalkinstellingen en zet Widgets uit.

Geen fan van Widgets? Vergeet ze dan niet uit te zetten.

Visuele effecten en animaties uitschakelen

Windows 11 bevat heel wat grafische tierlantijntjes die er fraai uitzien, maar wel extra rekenkracht vragen. Denk aan animaties bij het minimaliseren of maximaliseren van vensters, transparante achtergronden en schaduwen. Vooral op systemen met weinig RAM of een oudere grafische kaart kan dit merkbare vertraging opleveren. Kies je liever voor prestaties dan voor cosmetica, dan schakel je deze visuele effecten uit. Druk op Win+I om de Instellingen te openen en ga naar Toegankelijkheid / Visuele effecten. Zet daar de schakelaars bij Transparantie-effecten en Animatie-effecten uit. Omdat Windows 11 hierdoor minder grafische elementen hoeft te renderen, merk je direct een vlottere werking, vooral bij het openen en sluiten van vensters.

Hoe minder grafische effecten, hoe sneller Windows Verkenner zal aanvoelen.
Instellingen voor prestaties

Er bestaat ook een snelle manier om in één keer alle visuele effecten te beheren. Typ in de zoekfunctie van Start: De weergave en prestaties van Windows aanpassen. Standaard staat dit ingesteld op Automatisch selecteren. Ga naar het tabblad Visuele effecten en je leest precies welke opties voor de vormgeving actief zijn. Wil je alle grafische franje in één klap uitschakelen, kies dan voor Beste prestaties. Klik vervolgens op Toepassen en bevestig met OK.

In de instelling Beste prestaties worden alle visuele effecten uitgeschakeld.

Kritisch voor opstartprogramma’s

Telkens wanneer je Windows opstart, worden automatisch programma’s in de achtergrond geladen. Veel software installeert zo’n opstartprogramma zonder dat je het beseft. Applicaties die je zelden gebruikt, verbruiken daardoor onnodig geheugen en processorkracht en vertragen bovendien de opstartprocedure. Hoe meer programma’s mee opstarten, hoe langer het duurt voor je pc gebruiksklaar is. Controleer dit via Instellingen / Apps / Opstarten. Daar vind je een overzicht van alle apps die samen met Windows starten. Bekijk de lijst kritisch en zet de schakelaar uit bij programma’s die je niet meteen nodig hebt. Zo start je pc merkbaar sneller op.

Snoei in de lijst opstartprogramma’s.

Dubbelchecken in Taakbeheer

Daarna kun je ook nog een keer via Taakbeheer snoeien in de programma’s die op de achtergrond draaien. Open deze app door met de rechtermuisknop op een lege plek in de taakbalk te klikken en Taakbeheer te kiezen. Deze handige tool toont alle actieve programma’s en services. Klik in de linkerbalk op het vijfde pictogram van boven om de lijst met opstart-apps te openen. Sorteer vervolgens op Status, zodat de ingeschakelde apps bovenaan verschijnen. In de kolom Invloed op opstarten zie je meteen of een app geen, weinig of juist veel invloed heeft op de systeemprestaties. Wil je voorkomen dat een programma automatisch meedraait, klik er dan met de rechtermuisknop op en kies Uitschakelen. Hiermee verwijder je de toepassingen niet. Je voorkomt alleen dat ze bij het opstarten worden geladen. Je kunt de apps dus nog altijd handmatig starten. Besluit je later dat een programma tóch automatisch mee moet opstarten, dan schakel je het op dezelfde manier weer in.

In Taakbeheer zie je ook de invloed die de opstartprogramma’s en -processen hebben.
Zuiniger in plaats van sneller

In Taakbeheer zit een handige functie om het energieverbruik van Windows 11 te verbeteren: de Efficiëntiemodus. Deze modus verlaagt de prioriteit van achtergrondapplicaties, waardoor je pc sneller werkt en de batterijduur wordt verlengd. Daarom heeft deze modus een eco-pictogram in de vorm van twee blaadjes. Een belangrijke kanttekening: niet alle processen en apps ondersteunen deze modus. Bij sommige zul je het pictogram dus niet zien. Start Taakbeheer en ga naar de weergave Processen (het derde pictogram van boven in de linkerbalk, bestaande uit drie vierkantjes). Hier zie je de lijst van actieve apps en processen. Selecteer de app of het proces dat je in de efficiëntiemodus wilt zetten en klik op het Efficiëntiemodus-pictogram rechtsboven in het scherm. Bevestig je keuze. Je kunt dezelfde optie ook bereiken door met de rechtermuisknop op een app of proces te klikken. Sommige apps, zoals Microsoft Edge, staan standaard al in de efficiëntiemodus. Bij deze apps kun je de modus niet uitschakelen.

Sommige applicaties ondersteunen de efficiëntiemodus.

Sta automatisch Windows-onderhoud toe

Windows 11 voert voortdurend onderhoud uit om te controleren of alles naar behoren functioneert. Dit omvat systeemdiagnoses en beveiligingsscans. Het lost bovendien automatisch gevonden problemen op. Dit automatisch onderhoud vindt plaats op een vastgesteld tijdstip wanneer het apparaat in slaapstand staat en is aangesloten op een stroombron. Het is mogelijk dat je deze functie per ongeluk hebt uitgeschakeld, of dat het een tijd niet actief was. Bijvoorbeeld als je de laptop ’s nachts hebt uitgeschakeld in plaats van in slaapstand te zetten, of als hij tijdelijk niet op het lichtnet was aangesloten. Zorg er daarom voor dat de functie dagelijks actief is. Typ in het zoekvak van de taakbalk Configuratiescherm en selecteer in deze app Systeem en beveiliging. In het gedeelte Onderhoud klik je onder Automatisch onderhoud op Onderhoud starten als je het direct wilt uitvoeren. Om ervoor te zorgen dat dit dagelijks gebeurt, klik je op Onderhoudsinstellingen wijzigen. Kies het gewenste tijdstip en vink het vakje aan: Gepland onderhoud toestaan om mijn computer aan te zetten.

Standaard wordt dit Windows-onderhoud om 2 uur ’s nachts uitgevoerd.

Verwijder bloatware

Bij de installatie van Windows 11 worden automatisch programma’s meegeleverd waar je niet om hebt gevraagd. Sommige zijn logisch en nuttig, veel andere worden niet eens door Microsoft zelf ontwikkeld, maar door externe leveranciers. Soms gebeurt het ook dat bij de installatie van een programma een andere applicatie ongemerkt mee op je pc wordt gezet. Deze adware en bloatware zijn verraderlijk, omdat ze vaak automatisch starten zonder dat je het merkt. Je zult merken hoeveel beter je pc presteert wanneer je er vanaf bent. Je kunt Taakbeheer gebruiken om adware en bloatware te herkennen, maar gemakkelijker is het gebruik van een externe tool. Een handige optie is O&O AppBuster: volledig gratis en zonder installatie. Download de tool via https://www.oo-software.com/en/ooappbuster en start het exe-bestand. De tool scant het systeem en maakt het verwijderen eenvoudig. Je ziet telkens de uitgever van elke app en een aanbeveling. Een rode stip met het label Remove betekent dat je moet overwegen of je deze software echt nodig hebt. Is dat niet het geval, selecteer dan de titel en klik op Remove. Je kunt O&O AppBuster ook gebruiken om reguliere software te verwijderen die via de standaardmethode moeilijk te de-installeren is.

AppBuster geeft zelf aan welke bloatware het graag zou verwijderen, maar jij beslist.

Zoekindexering uitschakelen

De zoekfunctie van Windows 11 maakt gebruik van indexering op je harde schijf. Dit gebeurt op de achtergrond, waardoor je pc sneller doorzocht kan worden dan zonder indexering. Zonder index moet Windows elk bestand en elke map bij iedere zoekopdracht opnieuw doorzoeken, wat langer duurt. Bovendien zorgt de indexering ervoor dat je bestanden kunt vinden op basis van de tekst die ze bevatten. Dit is handig, maar op tragere pc’s kan de indexering de prestaties verminderen. Je kunt de snelheid van een trage computer verbeteren door de indexering uit te schakelen. Zelfs op een pc met een ssd kan dit de prestaties ten goede komen. Open de app Services door in het zoekvak van de taakbalk services.msc te typen. Scroll naar Indexeringsservice of Windows Search in de lijst met services. Dubbelklik erop en klik in het venster dat verschijnt op Stoppen. Herstart daarna de pc. Je zoekopdrachten kunnen iets trager zijn, maar het verschil merk je mogelijk niet. Wel zul je waarschijnlijk een algemene snelheidsverbetering ervaren.

Op tragere systemen schakel je de zoekindexering beter uit.

Opslaginzicht

Een harde schijf vol overbodige bestanden kan de pc vertragen. Door deze op te schonen, kun je vaak een snelheidsboost krijgen. Windows 11 biedt hiervoor een ingebouwde tool: Opslaginzicht. Open Instellingen en ga naar Systeem in de linkerbalk, zodat je rechts Opslag kunt openen. Schakel hier de optie Opslaginzicht in.

Vanaf dat moment controleert Windows voortdurend de opslag op je pc en verwijdert oude of overbodige bestanden die je waarschijnlijk niet meer nodig hebt. Denk aan tijdelijke bestanden, bestanden in de map Downloads en oude bestanden in de Prullenbak. Standaard komt Opslaginzicht pas in actie wanneer er weinig vrije schijfruimte overblijft. In dat geval verwijdert het systeem bestanden die al langer dan 30 dagen in de Prullenbak of Downloads staan. Je kunt dit ook instellen op dagelijks, elke 14 dagen of elke 60 dagen.

Deze opties zijn vooral handig voor wie vergeet deze mappen regelmatig handmatig leeg te maken. 

Stop de synchronisatie via OneDrive

De Microsoft-cloudopslagtool OneDrive zorgt ervoor dat de bestanden op je pc perfect gesynchroniseerd worden met de cloud. Het is een efficiënte back-uptool voor het geval je pc te maken krijgt met een virusinfectie of hardwareschade. OneDrive is zo diep geïntegreerd in Windows dat veel gebruikers denken dat het niet uit te schakelen is, maar dat klopt niet. De automatische OneDrive-synchronisatie kan je computer aanzienlijk vertragen. Als je ervoor kiest om je back-up op een andere manier te organiseren, kun je de synchronisatie eenvoudig uitschakelen. Klik op het OneDrive-cloudpictogram in het systeemvak en daarna op het tandwielpictogram om de Instellingen te openen. Ga naar het tabblad Account en klik op Deze pc ontkoppelen. Dit betekent niet dat je de bestanden kwijt bent die in de lokale OneDrive-map staan.

Wil je liever van een andere back-up gebruikmaken, dan kun je OneDrive beter uitschakelen.
Geheugenintegriteit uitschakelen

Merk je dat Windows 11 op een oudere computer niet soepel draait? Dit kan te maken hebben met ingebouwde beveiligingsfuncties zoals TPM 2.0 en Geheugenintegriteit. Geheugenintegriteit helpt je pc te beschermen tegen geavanceerde aanvallen, maar kan op oudere of minder krachtige hardware een impact op de prestaties hebben. Als je bereid bent om een klein beetje veiligheid in te ruilen voor betere prestaties, kun je Geheugenintegriteit uitschakelen via Instellingen / Privacy & Beveiliging / Windows-beveiliging / Apparaatbeveiliging / Kernisolatie en Geheugenintegriteit.

Vooral op oudere pc’s heeft de Geheugenintegriteit een negatieve invloed op de snelheid.

Schakel de Gamemodus uit

De Gamemodus van Windows 11 optimaliseert je pc voor het spelen van games. Wanneer Windows merkt dat je een game speelt, geeft het de prioriteit aan de systeembronnen voor gaming door deze tijdelijk weg te nemen bij andere apps en achtergrondprocessen. Dit is interessant voor serieuze gamers, maar wanneer je geen games speelt, kan het systeem juist vertragen omdat het resources reserveert ‘voor het geval dat’ je toch een game zou starten. Het uitschakelen van de Gamemodus kan je pc daarom ook sneller maken. Je kunt de functie altijd opnieuw inschakelen wanneer je een game wilt spelen. Zelfs als je nog nooit een game op je pc hebt gespeeld, staat de Gamemodus standaard ingeschakeld. Om deze uit te schakelen, ga je naar Instellingen / Gaming / Gamemodus. Zet de schakelaar Gamemodus uit.

Je kunt uiteraard de Gamemodus nog handmatig aanzetten als je een game speelt.