ID.nl logo
Let hierop als je je NAS gaat instellen
© Randolf
Huis

Let hierop als je je NAS gaat instellen

Een NAS kopen doe je vooral om heel veel data heel veilig op te slaan, om je fotoverzameling te beheren en de laatste films te streamen. Het is dan wel van belang dat je een NAS aanschaft die geschikt is voor wat je ermee van plan bent, en dat deze juist is ingesteld. We bespreken de meest gemaakte NAS-fouten (bij aankoop en configuratie) én hoe deze te voorkomen.

De verkeerde architectuur

Net als bij een pc is de processor ook bij de NAS het kloppende hart van het systeem. Maar waar het bij de pc voor de functionaliteit niet uitmaakt welke processor je koopt, doet het dat bij een NAS wel. Een NAS met een x86-processor van Intel of AMD kan andere dingen en soms meer dan een NAS met een ARM-processors van bijvoorbeeld Marvell, Realtek of Annapurna Labs. Dit verschil is goed zichtbaar in de app-store op de NAS waar alle installeerbare uitbreidingen staan, het aanbod verschilt op punten tussen de twee processorfamilies. Verschillen zijn er bij virtualisatie, sommige mediaservers maar soms ook minder bekende tools of toepassingen die veel geheugen vergen.

ARM-processors verbruiken daarentegen veel minder elektriciteit dan x86-processors, iets wat steeds belangrijker wordt én je maandelijks in de portemonnee voelt. Omdat het niet mogelijk is de processor van een NAS te upgraden of te wisselen van ARM naar x86 of omgekeerd, is het belangrijk al voor de aanschaf de juiste architectuur te kiezen.

Om zeker te zijn dat jouw beoogde aankoop de gewenste functionaliteit biedt, vind je op de site van elke NAS-aanbieder per model precies de uitbreidingen die voor dat model beschikbaar zijn. Voorkom dat je de verkeerde processor-architectuur koopt.

Lees ook: Wat kun je met een NAS?

Selecteer je bij Synology de Virtual Machine Manager als functie die je wilt gebruiken, dan blijven er alleen modellen met een x86-processor over.

Te weinig geheugen en niet uitbreidbaar

Een tweede fout bij de aankoop is een NAS te nemen met te weinig geheugen. Elke functie en elke gebruiker gebruikt een deel van het geheugen. Raakt het geheugen vol, dan wordt de NAS langzamer en ook instabieler. Dit kan ertoe leiden dat functionaliteit moet worden uitgeschakeld of onbruikbaar wordt. Zeker bij de goedkopere modellen zijn NAS-fabrikanten zuinig met geheugen, want dat is duur.

1 GB RAM is de onderkant van de markt, 2 GB de uitzondering. Voor alledaags NAS-gebruik thuis is dit doorgaans ook voldoende. Wil je meer en zwaardere functies tegelijk gebruiken (zoals mediaservices en virtualisatie) of werken meerdere mensen tegelijk op de NAS in bijvoorbeeld de kantoorapplicaties of databases, dan is 4 GB geheugen of meer echt aan te bevelen.

Opnieuw is de oplossing al bij de aanschaf de hoeveelheid geheugen van NAS af te stemmen op het toekomstige gebruik. Twijfel je nog, neem dan een NAS met een vrij geheugenslot. Dit maakt het mogelijk later een geheugenmodule bij te plaatsen. Dit is goedkoper dan het geheugen volledig vervangen, wat niet eens altijd mogelijk is.

512 MB geheugen is zelfs voor alledaags gebruik van een NAS al snel te weinig.

Geen processor voor multimedia

Een NAS met een ARM-processor kan prima films en muziek streamen, maar als het gaat om het transcoderen (het omrekenen van films voor weergave op een andere beeldformaat zoals een smartphone of tablet), schieten ze vaak tekort. Uitzonderingen zijn er wel, zoals de Realtek RTD1296, maar met een x86-processor zit je vaak beter.

Maar weer niet altijd, want ook tussen de x86-processors zit er heel veel verschil tussen de capaciteiten van de verschillende processoren. Een x86-processor met een geïntegreerde grafische processor zoals veel Intel-modellen is fors in het voordeel omdat de grafische rekeneenheid de transcoding hardwarematig uitvoert en daarmee de rest van de processor ontlast. En dit geldt helemaal bij hoge resoluties zoals 4K/H.265.

Ben je een medialiefhebber en wil je films ook streamen naar bijvoorbeeld mobiele apparaten, check dan voor aankoop de transcoderingskwaliteit van de processor in de beoogde NAS. Een goede bron van informatie is de Plex-compatibiliteitslijst www.kwikr.nl/plexlijst en ook de NAS-producten bieden online goede uitleg zoals op www.kwikr.nl/nasuitleg.

Lees hier meer over streamen met Plex.

Tot zover de fouten die je kunt maken bij het kopen van een nieuwe NAS. Hierna gaan we verder op het instellen ervan. Heb je nog geen NAS in huis? Bekijk hier het NAS-aanbod van Bol.com.

Verkeerde schijfconfiguratie

Een belangrijke keuze die al direct bij de eerste configuratie van de NAS gemaakt moet worden, is die van de indeling van de opslagruimte. Wel of geen RAID en wordt het dan RAID 1, 2 of toch een nog een andere? Het probleem is dat veel NAS-gebruikers dan nog helemaal geen idee hebben wat ze precies met de NAS gaan doen en wat dan de goede schijfindeling is.

Het is niet leuk om na de aanschaf van al die mooie schijven de opslag flink te zien slinken omdat RAID een groot deel ervan inpikt. Geen wonder dat vaak de verkeerde keuze wordt gemaakt voor JBOD of RAID 0, terwijl de gegevens dan niet zijn beschermd tegen verlies bij een defecte schijf.

De schijfindeling later aanpassen is eigenlijk alleen mogelijk door eerst alle gegevens naar een ander systeem of externe harde schijf te kopiëren, pas je de indeling van de opslag aan dan gaan namelijk alle gegevens op de NAS verloren. Betreft het een Synology-NAS, kies dan de volgende keer voor voor Synology Hybrid RAID (SHR), een flexibele RAID-vorm waarbij de NAS zelf de ideale indeling bepaalt gericht op zekerheid, snelheid en maximale opslagcapaciteit. SHR staat bovendien het gebruik van schijven met verschillende omvang toe, wat het makkelijker maakt de opslagcapaciteit later uit te breiden.

Een RAID-rekenmachine zoals deze van Synology bepaal is een prima hulpmiddel bij het bepalen van de gewenste schijfindeling.

Afhankelijk van het aantal schijven kun je bij de schijfconfiguratie kiezen voor JBOD, RAID 0, RAID 1, RAID 5, 6 of 10. Belangrijk is dat JBOD en RAID0 de gegevens op de NAS niet beschermen wanneer een harde schijf stuk gaat. Bij JBOD verlies je in elk geval de gegevens op de schijf die defect is geraakt, bij RAID 0 alle gegevens. RAID 1 en hoger beschermen de gegevens op de NAS wel tegen het falen van één of meer harde schijven maar gebruiken hiervoor een flink deel van de opslagruimte.

Wel verschillen deze RAID-vormen onderling in lees- en schrijfsnelheid én op het gebied van dataredundantie (zijn gegevens beschikbaar als de RAID beschadigd is of moet de RAID eerst herstellen) en fouttolerantie (het aantal schijven dat stuk kan gaan zonder gegevensverlies). RAID 1 vereist minimaal twee schijven, RAID 5 drie, RAID 6 en 10 vier.

Geen storagepools gebruikt

Een andere fout bij de schijfindeling is het niet gebruiken van de storagepools. De opslag van een NAS begint bij de harde schijven of ssd’s, daarboven zitten één of meer storagepools, daarboven één of meer volumes, en pas binnen een volume kun je mappen maken en bestanden opslaan. In een NAS met één schijf, is er ook maar één storagepool, zijn er meer schijven, dan kun je meerdere storagepools maken. Omdat de RAID-configuratie per storagepool gebeurt, kun je dan dus meerdere RAID-configuraties naast elkaar op dezelfde NAS hebben. Heeft de NAS zes schijven, dan kun je bijvoorbeeld drie storagepools maken.

De eerste drie schijven zijn samen storagepool 1, met RAID 5, schijven vier en vijf zijn storagepool 2 als RAID 1 en schijf 6 alleen als storagepool 3. Door dit zo te doen kun je verschillende soorten gegevens op één NAS bewaren en bij elke groep gegevens de indeling afstemmen op wat de gegevens nodig hebben. Foto’s wil je beschermen tegen een harde schijf die stuk gaat, daarvoor gebruik je storagepool 1, een database die vooral snelheid nodig heeft, zet je op storagepool 2 en bestanden die je altijd even maakt en dan weggooit, passen prima op storagepool 6. Storagepools zijn erg handig, zeker bij grotere NAS-apparaten!

Denken dat de NAS een back-up is

Een veelgemaakte fout die ook heel verkeerd kan aflopen, is denken dat het hebben van een NAS hetzelfde is als het hebben van een back-up. Dat is niet zo. Een goede back-up voldoet aan de 3-2-1-regel: er zijn minimaal drie kopieën van de data, op twee verschillende media en daarvan staat er minimaal één offline.

Staan gegevens alleen op een NAS, dan voldoet dat aan geen van de drie eisen. Weliswaar van de RAID in de NAS de gegevens beschermen tegen hardware-falen, maar neemt een inbreker de NAS mee of maakt iemand een configuratiefout, dan is alsnog alles weg. Een NAS kan dus heel goed een onderdeel zijn van een back-upstrategie maar alleen een NAS is nooit een back-up.

Meer weten over back-ups? Bestel de cursus back-up en herstel!

Admin-account niet uitgeschakeld

Met zoveel opgeslagen gegevens verdient de beveiliging van een NAS alle aandacht. Wat daarbij niet helpt, is dat het standaard hoofdaccount van de NAS bijna altijd het admin-account is. Dit account is extra krachtig omdat het verregaande rechten heeft. Weet een hacker of malware dit account te veroveren, dan heeft hij daarmee altijd toegang tot alle functionaliteit van de NAS. Een belangrijke maar helaas vaak niet genomen maatregel is het uitschakelen van het admin-account.

Om deze fout op te lossen is het nodig eerst een extra account aan te maken en dat lid te maken van de gebruikersgroep Administrators. Bescherm de login van dit account met een sterk wachtwoord en liefst ook een tweede factor zoals een sms-code of code van een authenticatie-app. Log daarna in met dit nieuwe account en schakel dan het oorspronkelijke admin-account uit. Noteer de naam en het wachtwoord van het nieuwe admin-account veilig in een wachtwoordmanager.

Schakel het standaard admin-account op de NAS uit voor extra beveiliging.

Werken als admin

Het standaard admin-account niet uitschakelen, is niet de enige veelvoorkomende account-fout bij het gebruik van de NAS. Standaard inloggen met een ander account dat wel administrator-rechten heeft, is er ook zo een. Want zelfs al heeft het account een andere naam, zolang je met een administrator-account inlogt zijn de gegevens op de NAS onnodig kwetsbaar.

Een configuratiefout is snel gemaakt, maak daarom voor elke gebruiker van de NAS (dus ook de hoofdgebruiker) een persoonlijk account aan dat alleen in de groep gebruikers zit en niet in de groep administrators. De hoofdgebruiker heeft dus twee accounts, één met admin-rechten dat hij maar zelden gebruikt en één zonder admin-rechten voor dagelijks gebruik.

Gebruik voor alle normale NAS-activiteiten een standaard gebruikersaccount zonder administrator-rechten.

NAS op de verkeerde plek

Deze fout heeft niet zozeer met de NAS te maken, maar met de plek in huis waar het apparaat staat. Een NAS maakt best veel lawaai, zeker wanneer deze zwaarder wordt belast en vaak zelfs al bij langdurig normaal gebruik. De harde schijven ratelen en na verloop van tijd gaat ook de ventilator aan. Staat de NAS dan in de woonkamer of naast de werkplek, dan gaat dat lawaai al snel afleiden en irriteren. Staat jouw NAS ook binnen gehoorafstand, kijk dan of er niet elders in huis of schuur een plek is om het apparaat buiten gehoorafstand te plaatsen. Aansluiting op het elektriciteitsnet en netwerk is voldoende, dan kan de NAS overal staan.

Is er geen andere ruimte of wil je de NAS juist dicht bij de tv plaatsen zodat je deze er direct op kunt aansluiten, kies dan een specifieke silent-NAS. QNAP heeft een aantal passief gekoelde modellen die prima in elke woonomgeving passen. Kijk bij een bestaande NAS of je de belasting van de NAS kunt terugschroeven zodat de noodzaak tot actieve koeling minder wordt of dat je het apparaat automatisch kunt in- en uitschakelen zodat het slaapt als jij dat ook doet.

De Silent-NAS van QNAP zoals deze HD-453DX is passief gekoeld, fluisterstil en dus ideaal voor gebruik in de woonomgeving.

HDMI niet bruikbaar

Beschikt een NAS over een HDMI-poort, dan wordt die vaak gebruikt voor het in hoge kwaliteit weergeven van films of andere beelden op een direct aangesloten televisie of monitor. Vooral wanneer je een 4K-televisie hebt en de HDMI-poort deze snelheid ondersteunt, werkt dat beter dan alles via het netwerk streamen.

Maar let wel, ten onrechte wordt vaak gedacht dat elke functie van de NAS ook toegang heeft tot die HDMI-poort. Dit verschilt per package of app en dit kan ook betekenen dat jouw favoriete mediaserver geen toegang tot de HDMI-poort heeft, hoe graag je dat ook wilt. Een oplossing is er niet, behalve vooronderzoek doen voor je de NAS koopt. Gebruikersforums van de NAS-fabrikant en de bekende mediaservers zoals Plex Mediaserver kunnen hierbij helpen.

Een HDMI-poort op een NAS is nog geen garantie dat elke app of uitbreiding ermee overweg kan.

Uitbreidingen niet opschonen

Een NAS is een handig apparaat, waarop je met een paar klikken een nieuwe functie toevoegt. Maar daarin schuilt wel het gevaar van een almaar uitdijend arsenaal apps en packages. Een functie die niet meer gebruikt wordt, wordt zelden opgeruimd of zelfs maar uitgeschakeld. En dat terwijl juist dat de prestaties van de NAS zeer positief kan beïnvloeden.

De oplossing voor deze veelvoorkomende fout is daarom regelmatig eens kritisch naar alle geïnstalleerde extra’s te kijken en apps of packages die niet meer gebruikt worden eerst eens te stoppen of anders gewoon direct te verwijderen.

Schakel ongebruikte apps en packages uit of verwijder ze zelfs volledig om de NAS te ontlasten.

Systeemmeldingen niet ontvangen

Een gevaarlijke fout in de configuratie van veel NAS-apparaten, is dat er geen waarschuwingen en andere systeemmeldingen worden verstuurd. Het gevolg is dat de NAS in grote problemen kan verkeren of problemen ziet aankomen, maar de gebruikers en de systeemeigenaar van niets weten.

Configureer daarom op de NAS het versturen van waarschuwingen en belangrijke systeemmeldingen per sms of e-mail naar je gewone mailbox of telefoon. Snel reageren is namelijk van groot belang het kan verlies van gegevens voorkomen.

▼ Volgende artikel
Derde The Last of Us-seizoen is mogelijk de laatste
Huis

Derde The Last of Us-seizoen is mogelijk de laatste

De baas van HBO Max lijkt te suggereren dat het aankomende derde seizoen van de serie The Last of Us de laatste wordt.

In een interview met Deadline werd HBO-baas Casey Bloys gevraagd naar de mogelijkheid dat het derde seizoen van de live-action verfilming van de gamereeks de laatste wordt. Daarop antwoordde hij dat "het er wel op lijkt". Hij voegde echter wel toe dat de showrunners dit uiteindelijk beslissen.

Mogelijk toch een vierde seizoen?

Eerder suggereerde showrunner Craig Mazin al dat de serie mogelijk vier seizoenen zou tellen, en dat er geen manier was om het verhaal uit de tweede game in een derde seizoen te concluderen. Het is niet duidelijk of dat nog steeds het geval is, of dat de plannen misschien zijn gewijzigd.

Wel heeft Mazin altijd gezegd dat hij alleen het verhaal uit de games zou verfilmen, en dat er niet meer bij verzonnen zou worden om de serie langer te laten lopen. Het eerste seizoen van de serie behandelt de gebeurtenissen uit de eerste game, en het vorig jaar verschenen tweede seizoen een gedeelte van de gebeurtenissen uit de tweede game.

Over The Last of Us

De The Last of Us-reeks draait om een wereld waarin een schimmel zich via mensen verspreid, en waardoor de geïnfecteerde mensen zich als een soort gewelddadige zombies op nog gezonde mensen storten. In deze wereld volgen gamers en kijkers Joel, een man die zijn kind heeft verloren en het meisje Ellie door de Verenigde Staten moet vervoeren.

Fans hopen al geruime tijd dat ontwikkelaar Naughty Dog een derde game binnen de reeks maakt, maar dat is vooralsnog niet bevestigd. Wel was er een multiplayergame gesitueerd in de The Last of Us-wereld in ontwikkeling, maar die game werd geannuleerd.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

▼ Volgende artikel
Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer
© Andrii - stock.adobe.com
Huis

Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer

Een NAS is voor de meeste gebruikers veel meer dan een netwerkschijf. Je kunt er eenvoudig extra toepassingen op draaien, bijvoorbeeld voor extra back-upmogelijkheden, productiviteit, multimedia en thuisautomatisering. Daarvoor is het vaak ook krachtig genoeg. Toepassingen kunnen bovendien bestanden op je NAS benutten. De makkelijkste manier om toepassingen te installeren en beheren is via Docker. We laten zien hoe je hiermee werkt op een NAS van Synology of QNAP.

In dit artikel

Je leest hoe Docker op een NAS werkt en waar je op moet letten bij Synology en QNAP. Je ziet hoe je images binnenhaalt, containers opzet en opslag goed regelt met bind mounts en volumes, zodat configuratie en data netjes op je NAS blijven staan. Ook leggen we uit hoe poortkoppelingen werken, wanneer Docker Compose handiger is dan losse containers en hoe je met Portainer het beheer overzichtelijker maakt.

Lees ook: Bouw je eigen dashboard met Homepage: al je webapplicaties overzichtelijk op één plek

Je hebt meestal geen zware server nodig voor toepassingen als Plex, Jellyfin, SABnzbd of Home Assistant. Een NAS is meestal krachtig genoeg. Soms is hooguit wat extra geheugen wenselijk. Zo heb je behalve je opslag ook al je toepassingen centraal. Mis je softwareopties op je NAS, bijvoorbeeld voor back-up of synchronisatie, dan is dat óók eenvoudig op te lossen met extra software. Maar hoe installeer je zulke toepassingen? Soms kun je een pakket installeren, bijvoorbeeld van SynoCommunity. Maar je moet dan precies de juiste variant vinden en er kunnen afhankelijkheden zijn, zoals php of Apache. Met Docker ben je veel flexibeler. Toepassingen zijn niet meer afhankelijk van de inrichting van je NAS en worden bovendien sneller bijgewerkt. Maar hoe werk je hier in de praktijk mee op een NAS? In dit artikel laten we dat zien. We beginnen met algemene uitleg over het werken met Docker op een NAS. Daarna behandelen we het downloaden van images en het maken en configureren van containers. We richten ons daarbij voornamelijk op Synology en QNAP. Heb je een NAS van een ander merk, dan zul je merken dat veel principes hetzelfde zijn. Bij het merk Ugreen lijkt de software bovendien sterk op die van Synology.

Containers of virtuele machines

Bij Docker draait een toepassing in een lichte en geïsoleerde container. De image, het uitgangspunt van een container, bevat alles wat de toepassing nodig heeft. Gegevens worden buiten de container opgeslagen, bijvoorbeeld in een gedeelde map op de NAS zelf. Een update is eenvoudig: je herbouwt gewoon de container op basis van een nieuwe image. Er zijn ook alternatieven, zowel bij QNAP als Synology. Zo kun je met virtuele machines werken, via Virtual Machine Manager (Synology) of Virtualization Station (QNAP). Maar in zo'n virtuele machine moet je een heel besturingssysteem installeren. Daar is een NAS niet altijd krachtig genoeg voor. Iets praktischer zijn de lichtgewicht Linux-containers die je bij QNAP kunt opzetten, maar dat vraagt meer technische kennis. Gevorderde gebruikers kunnen daarnaast bij QNAP vaak Kubernetes inzetten voor containerbeheer. Dat biedt veel mogelijkheden voor schaalbare omgevingen, maar is voor de meeste thuistoepassingen onnodig complex. Om snel een toepassing op je NAS te installeren, is Docker vrijwel ongeslagen.

Wat heb je nodig?

Niet alle modellen van Synology en QNAP ondersteunen Docker. Synology vereist een model met x86-cpu van Intel of AMD. Bij ARM-modellen kun je het soms via een omweg installeren, maar dat is niet officieel en ook niet zonder risico's. Verder hangt het van het model af. Vooral de Plus-series (zoals de DS224+ en DS923+) en hogere modellen ondersteunen Docker. Je kunt het eenvoudig controleren door in Synology Package Center te zoeken naar Container Manager (DSM 7.2 of hoger) of (als je een oudere DSM-versie hebt) naar Docker. Bij QNAP is de toepassing, onder de naam Container Station, beschikbaar via App Center. Het is geschikt voor de meeste niet al te oude modellen. Zowel bij Synology als QNAP is 2 GB werkgeheugen aanbevolen, maar we raden minimaal 4 GB RAM aan. Voor dit artikel gebruiken we een wat oudere Synology DS918+ en QNAP TS-453Be. Beide komen nog goed mee en beschikken over recente software.

Container Manager kun je vinden in Synology Package Center.

Opslag bij Docker

Belangrijke gegevens zoals configuratiebestanden, databases en cachebestanden worden in principe buiten een container bewaard. Dat kan op twee manieren. Normaal zal Docker voor de paden in de container die persistent moeten zijn een anoniem volume gebruiken. Dat krijgt een lange hash als naam. Je kunt ook zelf een naam toewijzen. We noemen dat dan een named volume. Die kun je makkelijker herkennen of hergebruiken in andere containers. De tweede optie is een zogeheten bind mount. Je koppelt dan de persistente paden in de container aan mappen op de host (het systeem waarop Docker draait), zoals je NAS. Zeker bij een NAS van Synology is dat het meest praktisch. Synology verbergt in de webinterface namelijk volumes, ook al zijn ze er wel! Bij een bind mount zie je de bestanden altijd netjes in de gedeelde mappen, zodat jij ze zelf kunt raadplegen of back-uppen.

QNAP maakt volumes met opslag voor een container wél zichtbaar.

Opslag bij een NAS

Voor het organiseren van je bestanden op een NAS gebruik je standaard al gedeelde mappen. Ga je met Docker werken, dan zul je óók zo'n map gebruiken voor de opslag voor je containers. Synology maakt die map standaard onder /docker. Bij QNAP is dat (meestal) /Container. Stel dat je WordPress wilt installeren. Het persistente pad in de container is in dit geval /var/www/html. Daar worden alle websitebestanden opgeslagen. Bij Synology zul je dan een map zoals /docker/wordpress maken die je bij de configuratie koppelt aan het container-pad /var/www/html. Er kunnen ook meerdere paden zijn. SearXNG gebruikt in de container bijvoorbeeld /etc/searxng voor de configuratie (zoals settings.yml) en /var/cache/searxng voor data en cachebestanden. Beide kun je dan koppelen met de NAS, bijvoorbeeld onder /docker/searxng/config en /docker/searxng/cache. Gebruik eventueel de bestandsbeheerder (zoals File Station) om de mappen vooraf aan te maken of aangemaakte bestanden te bekijken!

Het is handiger om gegevens van containers in een gedeelde map te bewaren.
Bestanden op je NAS gebruiken

Het mooie van Docker op een NAS is dat je een container toegang kunt geven tot bestanden op die NAS, zoals foto's, video's, documenten en back-ups. Je koppelt daarvoor gewoon de gewenste gedeelde mappen of submappen. Op die manier kun je bijvoorbeeld de muziekspeler NaviDrome direct toegang tot de muziek op de NAS geven. De muziek kun je daarna netjes georganiseerd bekijken en afspelen via de vlotte webinterface. Het werkt ook samen met verschillende bekende apps. Ook bijvoorbeeld voor video's zijn goede toepassingen beschikbaar, zoals Plex en Jellyfin. Of probeer eens een toepassing als Immich of Photoprism voor je fotobibliotheek.

Met NaviDrome kun je heel handig de muziek op je NAS beluisteren.

Werken met poorten

Containers gebruiken vaak één of meerdere poorten voor bijvoorbeeld een webinterface. Een voorbeeld is de webserver nginx met http-poort 80. Bij de configuratie koppel je die interne poort 80 aan een poort op de host en daarmee je lokale netwerk. Je kunt soms hetzelfde poortnummer (in dit voorbeeld 80) kiezen, maar dat hoeft niet. In dit geval is dat ook af te raden. Liever gebruik je een hogere, vrije poort. Let goed op de bezette poorten van de NAS zelf. Dat zijn er vaak best veel. Een voorbeeld is de veelgebruikte poort 8080 die QNAP voor de webinterface gebruikt. Bij Synology zie je een overzicht van gebruikte poorten in Configuratiescherm / Infocenter op het tabje Service. Bij QNAP ga je naar Systeem / Systeemstatus / Systeemdiensten. Een blok als 6000-6999 is bij beide merken een goede optie. Heb je een container gestart, dan moet je deze vaak even de tijd geven om te starten voordat je de webinterface kunt benaderen via de ingestelde poort.

Je maakt een koppeling tussen poorten op de host en poorten in de container.

Docker Compose

Bij een NAS kun je een container relatief makkelijk via een wizard starten. Maar de details die je opgeeft, zoals poorten en volumes, kun je naderhand niet aanpassen. Wil je iets veranderen, dan zul je een nieuwe container moeten maken met de juiste instellingen. Bij zowel Synology als QNAP kun je ook werken met Docker Compose. Bij Synology heet dit een project, QNAP noemt het een toepassing. Je kunt dan de instellingen voor één of meerdere containers beheren in één yaml-bestand, meestal met de naam docker-compose.yml. Een groot voordeel is dat je dan eenvoudiger achteraf de configuratie kunt aanpassen. Het werken met meerdere containers is bovendien veel overzichtelijker. Je groepeert ze samen in één bestand, ook wel 'stack' genoemd. En je kunt alle containers in één handeling starten, stoppen of verwijderen. Bij problemen zul je overigens wel nog steeds de individuele containers moeten inspecteren (zie kader 'Problemen oplossen').

Via een wizard kies je vooraf de gewenste instellingen voor een container.
Problemen oplossen

Heb je een probleem met een container? Open dan het overzicht met containers. Klik vervolgens op de naam van de container. De logboeken die je hier kunt bekijken, geven vaak goede aanwijzingen voor problemen. Ook als je met Docker Compose werkt, zul je bij problemen de individuele containers moeten inspecteren. Soms is het ook weleens handig om opnieuw te beginnen. Stop daarvoor eerst de relevante containers, verwijder de volumes én bestanden die in de gekozen gedeelde mappen zijn gemaakt en start je project opnieuw.

Synology: Docker installeren

Docker is meestal niet standaard geïnstalleerd. Je logt eerst in bij DSM, het besturingssysteem van je NAS. Vervolgens installeer je de toepassing via

Package Center. De toepassing heet Container Manager (sinds DSM 7.2) of (bij een eerdere versie) Docker. Bij de installatie wordt gevraagd om een brugnetwerk te configureren. Dat is het netwerk waarop containers intern communiceren. Je hoeft dit subnet (172.17.0.0/16) niet te veranderen, tenzij dit conflicteert met jouw eigen netwerk (wat heel zeldzaam is).

Installeer de toepassing via de downloadtool van je NAS.

Synology: images downloaden

Om een container met een bepaalde toepassing te starten, heb je een image nodig. Open daarvoor Container Manager en ga naar Register. Hier kun je images op naam opzoeken. Dubbelklik dan op een image om deze te downloaden. Vaak zul je de officiële of populairste optie kiezen. De images van LinuxServer.io zijn ook altijd goed. Omdat ze dezelfde opbouw en documentatie volgen, zijn ze herkenbaar en makkelijk te gebruiken. Je kunt bij het downloaden een tag kiezen. Vaak kies je latest voor de laatste stabiele versie. Alle images die je hebt gedownload, vind je terug onder Image. Als er updates zijn, kun je die daar ook downloaden. Je containers blijven overigens draaien op de versie waarmee ze zijn gemaakt. Pas als je een nieuwe container start, wordt de nieuwe image gebruikt.

Je kunt direct binnen Container Manager de gewenste images downloaden.

Synology: container maken

We gaan als voorbeeld een container voor SearXNG maken, een privacyvriendelijke zoekmachine die live resultaten bij andere zoekmachines ophaalt. Ga hiervoor naar Container en kies Maken. We gebruiken de image searxng/searxng. Bij het maken van de container hoef je bij Algemene instellingen niet veel te veranderen. Wel handig is de optie Automatisch opnieuw starten inschakelen, voor hogere beschikbaarheid. Op het tweede scherm, bij Geavanceerde instellingen, zie je onder het kopje Poortinstellingen dat deze toepassing in de container poort 8080 gebruikt. Bij Lokale poort kies je de lokale poort (op de host), zoals 8080 (of iets anders, als deze al in gebruik is). Na het maken van de container kun je de zoekmachine bereiken via de gekozen lokale poort, zoals http://ip-NAS:8080. Onder het kopje Volume-instellingen maak je zoals eerder toegelicht een bind mount. Koppel /docker/searxng/config met /etc/searxng en koppel /docker/searxng/cache met /var/cache/searxng. Via het venster kun je naar de map op de NAS bladeren om deze aan te wijzen (en eventueel ook aan te maken).

We maken koppelingen tussen gedeelde mappen en volumes in de container.

Synology: lokale bestanden gebruiken

Een van de voordelen is dat toepassingen bestanden op de NAS kunnen gebruiken. We noemden NaviDrome al, een populaire muziekspeler. Bij het maken van deze container koppel je poort 4533 aan de lokale poort, zoals 4533. Bij de volumes moet je opletten. NaviDrome gebruikt /data voor gegevensopslag en /music voor muziek. Koppel bij Volume-instellingen daarom bijvoorbeeld /docker/navidrome/data aan /data. Staat je muziek op de NAS onder /music/albums, dan koppel je precies die map aan /music in de container. Kies hier eventueel voor alleen leestoegang, omdat deze toepassing geen bestanden hoeft te wijzigen. Na het starten van de container zul je het programma even de tijd moeten geven om alle muziek te indexeren.

We geven NaviDrome toegang tot muziek op de NAS.

Synology: project maken

Wil je bij Synology met Docker Compose werken dan ga je naar Project en kies je Maken. Je kunt bij Bron kiezen om zelf een docker-compose.yml te uploaden, maar ook een nieuw bestand maken. Dat laatste heeft meestal de voorkeur. Je kunt de configuratie dan in het venster plakken en meteen nog wat persoonlijke aanpassingen maken. We nemen WordPress als voorbeeld dat twee containers heeft: één voor WordPress zelf en één voor een database (zoals MySQL of MariaDB). Je zet ze samen in één project en beheert ze daarna als geheel, in plaats van als twee losse containers. Bij Naam van project vullen we in wordpress (alleen kleine letters). Bij Pad kiezen we een gedeelde map op de NAS, zoals /docker/wordpress. Bij Bron kiezen we voor het maken van een docker-compose.yml. Hieronder zie je het voorbeeld voor de officiële image voor WordPress, waar we wat aanpassingen in gaan maken voor de NAS:

services:

  wordpress:

    image: wordpress

    restart: always

    ports:

      - 8080:80

    environment:

      WORDPRESS_DB_HOST: db

      WORDPRESS_DB_USER: exampleuser

      WORDPRESS_DB_PASSWORD: examplepass

      WORDPRESS_DB_NAME: exampledb

    volumes:

      - wordpress:/var/www/html

  db:

    image: mysql:8.0

    restart: always

    environment:

      MYSQL_DATABASE: exampledb

      MYSQL_USER: exampleuser

      MYSQL_PASSWORD: examplepass

      MYSQL_RANDOM_ROOT_PASSWORD: '1'

    volumes:

      - db:/var/lib/mysql

volumes:

  wordpress:

  db:

Begin met het maken van een nieuw project.

Synology: configuratie aanpassen

Hoewel de configuratie werkt, zijn enkele aanpassingen wel wenselijk. In het voorbeeld worden twee named volumes gebruikt, terwijl bind mounts handiger zijn, zeker bij Synology. Daarom halen we de onderste drie regels weg. We maken op de NAS de mappen /docker/wordpress/db en /docker/wordpress/html aan. Ten slotte passen we het volume aan voor de twee containers. Voor WordPress wordt dit als volgt:

- /volume1/docker/wordpress/html:/var/www/html

Voor de database passen we het aan naar:

- /volume1/docker/wordpress/db:/var/lib/mysql

Controleer op jouw NAS of de volumenaam volume1 klopt. Kies ook een betere gebruikersnaam en een sterker wachtwoord voor de database. Let wel op: wat je bij WORDPRESS_DB_USER en WORDPRESS_DB_PASSWORD invult, moet hetzelfde zijn als bij MYSQL_USER en MYSQL_PASSWORD. MySQL maakt met die toegangsgegevens de database, terwijl WordPress ze gebruikt om daar toegang toe te krijgen.

Je kunt de configuratie via een YAML-bestand aanpassen.

Nieuwe NAS? Kijk en vergelijk op Kieskeurig.nl

QNAP: Docker installeren

Om Docker te installeren op je NAS van QNAP log je eerst in bij het besturingssysteem QTS. Daarna installeer je de toepassing via App Center. Je vindt het onder de naam Container Station. De installatie wijst zichzelf. Als je de toepassing de eerste keer start, wordt gevraagd waar je gegevens van containers op wilt slaan. Je kunt de standaardmap /Container accepteren.

Installeer de toepassing via de downloadtool van je NAS.

QNAP: image zoeken en gebruiken

Voor het zoeken van een image open je Container Station en klik je op Verkennen. Hier kun je images op naam opzoeken. Voor Docker gebruik je de resultaten van Docker Hub, de centrale verzamelplek voor Docker-images. Kies bij de gewenste image de optie Implementeer. Je kunt dan een tag kiezen (zoals latest). Vervolgens kun je direct de container configureren. Dit behandelen we in de volgende stap. Voor een overzicht van alle gedownloade images kun je naar Installatiekopieën. Wij installeren ook in dit voorbeeld een container voor SearXNG.

Gebruik voor Docker de resultaten van Docker Hub.

QNAP: container configureren

Bij de configuratie van de container kan de optie Standaardpoort voor web-URL wat verwarrend zijn. In feite maakt Container Station op basis van die poort een klikbare link die je in de webinterface ziet om de container te openen in je browser. Je kunt het dus zien als een soort shortcut. Je moet daaronder dus nog steeds de benodigde poorten openstellen. In dit voorbeeld vul je dus achter Host een poortnummer in, zoals 8000 (8080 is bij QNAP bezet!). Verander de poort bij Container (8080) niet. Vul bij Standaardpoort voor web-URL ook 8000 in, zodat de shortcut ook werkt.

Om andere opties in te kunnen stellen, zoals opslag, klik je op Uitgebreide instellingen.

Let bij de configuratie van de container vooral op de lokale poort.

QNAP: opslag configureren

SearXNG heeft in de container de persistente paden /etc/searxng en /var/cache/searxng. Bij QNAP kun je prima met (anonieme of named) volumes werken. In dit voorbeeld zullen we dat doen voor de wegwerpbare cachebestanden. Voor de configuratiebestanden maken we via File Station vooraf een map aan onder /Container/searxng/config. Achter Volume vullen we nu de naam searxngcache in, in het deel waar bij Container het pad /var/cache/searxng staat. Hier wordt dan een named volume voor gemaakt. We verwijderen de andere optie (met het pad /etc/searxng). Via het pijltje achter Voeg volume toe kiezen we Gekoppelde hostlocatie binden. Blader dan achter Host naar de zojuist gemaakte map (/Container/searxng/config). Achter Container vul je het pad /etc/searxng in. SearXNG zal zijn configuratie nu in de gekozen map bewaren en de cache in een named volume. Rond het maken van de container af. Die zal daarna worden gestart. Onder Volumes zie je alle volumes die zijn gemaakt, zoals searxngcache. Merk op dat In gebruik hier betekent dat het volume is gekoppeld aan een container, en dus niets over de status van de container zegt! Je kunt ongebruikte volumes eventueel verwijderen.

We gebruiken een named volume voor cache en een bind mount voor de configuratie.

QNAP: toepassingen

QNAP ondersteunt het werken met Docker Compose. Hiervoor ga je naar Toepassing en kies je Maken. Bij Naam van de toepassing vul je een herkenbare naam in. Daaronder kun je de yaml-code invullen. Voor SearXNG, ingesteld zoals hiervoor met een bind mount voor de configuratiebestanden en een named volume voor cache, vul je het in zoals hieronder. Let op het absolute pad /share/Container/searxng/config. Dat is hoe je naar die map moet verwijzen. De code is als volgt:

services:

  searxng:

    image: searxng/searxng

    container_name: searxng

    restart: unless-stopped

    ports:

      - "8000:8080"

    volumes:

      - /share/Container/searxng/config:/etc/searxng

      - searxngcache:/var/cache/searxng

volumes:

  searxngcache:

Het maken van eventuele aanpassingen is niet heel intuïtief. Je gaat hiervoor naar Toepassingen en klikt achter de toepassing op het instellingenicoontje. Kies dan de optie Opnieuw maken. Je kunt nu de yaml-code bewerken. Na het maken van de aanpassingen zal een nieuwe container worden opgebouwd met deze nieuwe configuratie.

QNAP ondersteunt ook het werken met Docker Compose.
Beheer containers op je NAS met Portainer

Het kan om meerdere redenen praktisch zijn om Portainer te installeren op je NAS, een grafische webinterface voor het beheer van je containers. Het is wat overzichtelijker en er blijft, zeker in vergelijking met Container Manager van Synology, minder verborgen. Je kunt Portainer gewoon via Docker installeren. Het is handig eerst een map te maken voor Portainer, waar het zijn configuratie persistent kan bewaren. Maak dan een project in Container Manager met de onderstaande configuratie:

services:

  portainer:

    image: portainer/portainer-ce:latest

    container_name: portainer

    restart: always

    ports:

      - "9443:9443"   # HTTPS toegang

      - "9000:9000"   # (optioneel, oudere HTTP-poort)

    volumes:

      - /var/run/docker.sock:/var/run/docker.sock

      - /volume1/docker/portainer:/data

Bij QNAP kun je dezelfde configuratie gebruiken, maar vervang dan /volume1/docker/portainer:/data door /share/Container/portainer:/data. Na het starten zie je op https://ip-NAS:9443 (of http://ip-NAS:9000) de webinterface van Portainer. De eerste keer wordt gevraagd om een wachtwoord aan te maken. Portainer heeft (ook) een kleine leercurve, maar het geeft je veel opties, en werkt op elk systeem hetzelfde.

Je kunt nu in Portainer alles rondom Docker beheren, zoals containers en images.