ID.nl logo
Drie mesh-routers met wifi 6: TP-Link, Asus, Netgear
© Reshift Digital
Huis

Drie mesh-routers met wifi 6: TP-Link, Asus, Netgear

Met wifi 6 zijn hogere snelheden mogelijk en blijven de prestaties beter op niveau wanneer je veel apparaten in één netwerk hebt. We vergelijken drie mesh-routers met wifi 6 aan boord. Welke is de beste en heeft het al nut om er nu in te investeren?

Op technisch vlak is wifi 6 enorm interessant.In de praktijk is de meerwaarde echter vooralsnog beperkt. Recente high-end-telefoons en -laptops hebben een wifi6-chip, maar het gros van de hardware niet. En nog lastiger: mesh-producten met wifi 6 zijn zowel beperkt beschikbaar als enorm prijzig.

Of je op wifi 6 wilt inzetten, zul je vooral zelf moeten afwegen: wat verwacht jij van je netwerk? Ga je op korte termijn geen genoegen nemen met gewoon goede wifi, maar wil je ultieme wifi? En vooral: heb je daar die flinke meerprijs voor over?

Ons advies is, zoals bij de meeste hardware: als je vandaag iets nodig hebt, koop dan iets wat nu bij je situatie past. Voor de meeste gebruikers zal dat een goede set met wifi 5 zijn. Heb je niet direct haast met een nieuwe wifi-oplossing, dan is ons advies gewoon even te wachten. De kans is groot dat er - tegen de tijd dat jij het echt nodig hebt - gewoon iets beters is voor minder geld.

Let op: mesh-sets met wifi 6 ondersteunen uiteraard ook oudere wifi-apparaten. Je profiteert echter pas van de extra investering zodra je een aantal apparaten met wifi 6 in handen hebt.

TP-Link Deco X60

©PXimport

Opvallend genoeg lopen de eerste drie mesh-systemen met wifi 6 die op de markt zijn, extreem uiteen. De goedkoopste is de opvallend kleine TP-Link Deco X60. Met een wifi6-laptop zien we direct meerwaarde: flink hogere snelheden. Heb je twee wifi6-laptops? Dan zien we de snelheden van de X60 de gigabit ruimschoots voorbij schieten.

De budgetpositie van deze TP-Link wordt echter duidelijk zodra we met de satellieten verbinden: er zit namelijk geen dedicated backhaul op. Daardoor legt hij het daar uiteraard af tegen de veel duurdere ASUS- en Netgear-alternatieven, maar ook tegen de ZenWiFi met wifi 5. Dat zet dit product van TP-Link op een lastige positie, ondanks dat de installatie en app goed voor elkaar zijn.

Als je echter een deel van je huis hebt bekabeld, is het mogelijk om die bekabeling als backhaul in te zetten. Dan profiteer je wel van wifi 6, zonder enorme kosten. In dat geval is de X60 wel ideaal.

TP-Link Deco X60

  • Pluspunten

  • Hoge snelheden via bekabelde backhaul

  • Goede gebruikerservaring

  • Minpunten

  • Matige snelheden via draadloze backhaul

Asus ZenWiFi AX

©PXimport

Net als de ZenWiFi AC doet de ZenWiFi AX het gewoon heel goed. Hij heeft, net als z’n wifi5-broertje, lekker veel mogelijkheden. En hij biedt snelheden die een gigabit-lan-poort praktisch voltrekken. We zien snelheden die zelfs via een satelliet hoger liggen dan menig wifi5-apparaat direct op de router haalt. Dit zijn het soort resultaten waarvoor je zou overwegen meer te betalen.

De meerprijs is echter wel heel extreem: 500 euro voor de kit met twee satellieten, waar we eerder al zagen dat je voor minder dan 300 euro wifi5-kits met drie satellieten kunt vinden. En de echte netwerk-nerd zal teleurgesteld kijken naar de afwezigheid van multigigabit-lan-poorten ondanks de aanwezigheid van een 2,5Gbit-wan-poort. Zo blijf je in je interne netwerk toch tot die een gigabit beperkt.

We vrezen dat hij té veel is voor praktisch elke consument, maar dan net weer niet extreem genoeg voor de echte netwerkfanatiekeling.

Asus ZenWiFi AX

9Score90

  • Pluspunten

  • Uitstekende prestaties

  • Extreem uitgebreide mogelijkheden

  • Minpunten

  • Prijs

  • Geen multigigabit-lan

Netgear Orbi RBK852

©PXimport

Mocht je denken dat de nog duurdere Orbi RBK852 dan wel de puntjes op de i zet, dan moeten we je teleurstellen. Netgear gaat weliswaar nog iets verder dan ASUS: de Orbi heeft nog iets meer antennes, capaciteit en snelheid in huis. Maar ook hier zien we een product dat enerzijds veel te extreem is voor de meeste gebruikers en aan de andere kant net weer die paar extra opties mist die een echte netwerkliefhebber zou willen zien om echt geld te willen investeren: lan-poorten die hogere snelheden dan een gigabit aankunnen. Vergis je namelijk niet: de RKB852 kan dat met meerdere apparaten tegelijk eenvoudig aan.

Je kunt (in tegenstelling tot bij de ASUS) met lan-teaming een nas met twee lan-poorten weliswaar naar twee gigabit tillen. Toch is het ontbreken van multigigabit, zeker voor de nabije toekomst, een onnodige beperking die we lastig kunnen slikken voor een prijs van bijna 800 euro voor twee satellieten.

De Orbi RBK852 is extreem snel, goed doordacht en tot dusver enorm indrukwekkend, maar kan de huidige prijs lastig verdedigen. Of hij moet zakken, of Netgear moet zorgen voor minimaal 2,5Gbit/s-poorten.

Netgear Orbi RBK852

9Score90

  • Pluspunten

  • Ultieme prestaties

  • Uitgebreide mogelijkheden

  • Goede gebruikservaring

  • Minpunten

  • Bizarre prijsstelling

  • Geen multigigabit-lan

Conclusie

Kijkende naar de resultaten in wifi 6 zien we duidelijk waar de toekomst ligt. Maar vooralsnog zijn dit prijzige opties, met ook nog wat flinke concessies. Dat maakt ze lastig om te verdedigen. Heb je niet direct iets nodig? Wacht dan simpelweg nog even, want wifi6-mesh zal binnen nu en een jaar absoluut gangbaar worden. En mogelijk ook een stuk betaalbaarder.

▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos