ID.nl logo
De beste mesh-routers in diverse prijsklassen vergeleken
© Reshift Digital
Huis

De beste mesh-routers in diverse prijsklassen vergeleken

Als je een lijst met prangende eerstewereldproblemen zou opstellen, dan staat ‘slechte wifi’ geheid bovenaan. Er zijn redenen genoeg te bedenken om met een mesh-router overal goed bereik te verwezenlijken. Ben je op zoek naar de beste mesh-routers van het moment? We vergelijken enkele modellen met diverse prijskaartjes voor je.

Wat is het idee van een gewone router eigenlijk onnozel en achterhaald: een enkel kastje dat een fatsoenlijk signaal door het hele huis moet zien te verspreiden. Zo bezien is het nagenoeg onmogelijk om een plek te vinden waar zo’n router dan ook écht elk hoekje van het huis goede wifi verschaft, waardoor je in de praktijk vaak in de helft van het huis genoodzaakt bent op 4G over te schakelen.

In het geval van een mesh-router verspreid je apparaten door het huis, zodat die samen één groot netwerk vormen. Elk mesh-punt is verbonden met de rest en versterkt het algehele signaal. Bij sommige systemen kun je de punten zelfs met ethernet aan elkaar koppelen om zo de optimale snelheid te halen en overal in huis een perfect signaal te creëren. Omdat een mesh-netwerk is gebouwd om op die manier te werken, steekt het ook efficiënter in elkaar dan signaalversterkers die je voor oude routers kunt kopen.

Dat gezegd hebbende, zijn dit enkele interessante mesh-systemen die nu te koop zijn.

Google Nest Wifi -Speaker met wifi, of wifi met speaker?

©PXimport

Wie tien jaar geleden zei dat Google ooit eigen routers zou maken, werd voor gek verklaard. Toch is het precies wat de zoekgigant nu al een tijdje doet: de Nest Wifi is de tweede generatie van Googles mesh-routers, nu met een strakker ontwerp dan voorheen. Volgens Google een must omdat de apparaten nu eenmaal het best tot hun recht komen op een tafel of vensterbank. Daar hebben ze een beter bereik dan in de meterkast.

Misschien wel het interessantst aan de Nest Wifi zijn de ingebouwde speaker en microfoon. De losse mesh-punten zijn hierdoor ook als slimme speakers te gebruiken, die uiteraard met Google Assistent worden bediend. Privacy-minded bezitters kunnen de microfoon met een schakelaar achterop uitzetten, waarna via wifi en bluetooth nog wel muziek kan worden afgespeeld.

Het hoofdpunt heeft overigens geen speaker en microfoon, en werkt alleen als router. Dat is meteen ook het enige mesh-punt met ethernetpoorten achterop. Het is niet mogelijk om de nieuwe Nest Wifi-punten via ethernet met elkaar te verbinden; een optie die je wel had bij de oudere Google Wifi-routers. Daarnaast bedien je de instellingen niet vanuit je webbrowser, maar met de Google Home-app.

De Nest Wifi wordt als pakket (één hoofdpunt en één mesh-punt) verkocht, maar je kunt de onderdelen ook los kopen. Samen kunnen ze volgens Google een ruimte van 210 vierkante meter van snelle wifi voorzien met snelheden van ruim 100 Mbit/s.

Netgear Orbi -Duurder maar krachtiger

©PXimport

Wie bereid is iets dieper in de buidel te tasten, komt al snel uit bij de Orbi, een mesh-netwerk van de traditionele routerfabrikant Netgear. Het gebruikte 802.11ac-protocol is krachtig genoeg om een downloadsnelheid van bijna 100 Mbit/s te behalen en de apparaten zijn voorzien van flink wat extra’s. De hoofdrouter heeft één ethernetpoort om je modem mee te verbinden en drie aansluitingen voor andere apparaten, terwijl de mesh-punten elk vier ethernetpunten hebben. Hierdoor kun je niet alleen het mesh-netwerk bekabeld aan elkaar knopen, maar ook andere apparatuur met een snoer verbinden zonder dat je extra switches hoeft aan te schaffen.

De Orbi is ook voorzien van een usb-poort waar je een printer aan kunt koppelen. Handig, want dan werkt je oude wifi-loze printer ook gewoon op je netwerk. Officieel kun je geen externe schijf of usb-stick voor opslag via usb verbinden, maar sommige gebruikers lukt dat met enkele tweaks alsnog. Netgear verkoopt de Orbi in een pakket met één router en twee mesh-punten.

Bereid om écht diep in de buidel te tasten? Dan kun je het nog duurdere model met wifi 6 kopen, die op ondersteunde apparaten snelheden tot 2400 Mbit/s moet kunnen halen. Handig als je een huis toekomstbestendig wilt maken, maar onthoud dat deze wifi-standaard nog niet door veel apparaten wordt ondersteund.

D-Link Covr Tri-band - Goedkoop en stabiel

©PXimport

De Covr Tri-band van D-Link wint wellicht geen schoonheidsprijs, maar met een prijskaartje van 195 euro en vrij degelijke specificaties is het een prima budgetoptie. Het woordje ‘Tri-band’ in de naam slaat op de frequentiebanden van deze mesh-router. De apparaatjes hebben twee banden voor wifi (2,4 GHz en 5 GHz) plus een derde waarmee de mesh-punten onderling communiceren. Het zorgt voor een prima snelheid, waarbij de Covrs gezamenlijk volgens de fabrikant 550 vierkante meter kunnen dekken.

De theoretische snelheid van 2,2 Gbit/s zul je waarschijnlijk vooral halen als je de twee ethernetpoorten achter op elk punt benut; via wifi ligt de snelheid door het gebruik van 802.11g en 802.11n iets lager dan bij de duurdere concurrenten. Die twee ethernetpoorten achterop zijn trouwens maar net afdoende voor een mesh-systeem. Op het hoofdpunt gebruik je er één om het modem te koppelen en een ander om een lijn naar een mesh-punt te leggen, zodat die bekabeld de beste verbinding heeft.

Wil je meerdere apparaten met een snoer verbinden, dan kun je voor 20 à 30 euro een switch kopen om meerdere poorten tot je beschikking te hebben. De Covr Tri-band wordt in een pakket met één mesh-punt en de router verkocht. Een goedkoper alternatief van 155 euro heeft zelfs drie apparaten, maar dan mis je de derde frequentieband die hem juist zo interessant maakt.

Synology RT2600ac en MR2200ac - Om te pielen

©PXimport

Strikt gezien is de Synology RT2600ac een gewone router zoals je nu wellicht ook al in huis hebt. Maar als je de MR2200ac erbij koopt, kun je hem transformeren tot een volwaardig mesh-systeem. Vooruit, eentje met een wat nerdy design, maar dan wel eentje die juist voor diezelfde nerds de nodige toeters en bellen in huis heeft. Zo heeft de RT2600ac vier ethernetpoorten achterop en haal je dankzij de 802.11ac-standaard met gemak een snelheid van 100 Mbit/s.

De theoretische snelheid van 2,6 Gbit/s haal je in de praktijk nooit, tenzij je de nieuwste snoeren en krachtige apparatuur verbindt. Wel kun je maar liefst zes MR220ac-punten aan de router hangen, waarmee je zelfs de grootste villa van prima wifi voorziet. Daar staat tegenover dat het instellen van dit mesh-systeem wat technische kennis vergt. Voor de gemiddelde PCM-lezer vast geen probleem, maar het is geen mesh-netwerk dat je moet aanraden bij een minder technisch aangelegde oom of buurvrouw.

Het systeem gebruikt twee frequentiebanden, maar de vele antennes zorgen ervoor dat de vertraging relatief laag ligt. Dat maakt de RT2600ac ideaal voor bijvoorbeeld gamen. Let trouwens wel op: hoewel de router zelf vier poorten achterop heeft, doet het goedkopere mesh-punt het met slechts twee poorten; net genoeg om een bekabelde verbinding te leggen. Daarnaast zijn beide apparaten voorzien van usb-poorten om externe opslag te koppelen.

TP-Link Deco M5 - Goedkope middelmaat

©PXimport

Voor wie geld toch best een grote rol speelt, heeft TP-Link een mesh-systeem dat je voor slechts 150 euro al in huis haalt. De Deco M5 wordt in een pakket met twee apparaten geleverd die als router en als mesh-punt ingezet kunnen worden. Voor dat bedrag moet je wel rekenen op het meest basale op de markt: elk mesh-apparaat heeft slechts twee usb-poorten en een stroomverbinding achterop. Het draadloze bereik is bovendien iets kleiner dan bij concurrenten.

Het netwerk beperkt zich daarnaast tot slechts 100 verbonden apparaten, al is dat in de meeste huishoudens geen probleem. Instellen doe je verder niet vanuit je webbrowser, maar met een losse app van TP-Link. Toch is de Deco M5 een aardige upgrade vergeleken met de standaard router van je internetprovider. Een setje van twee stuks dekt volgens de fabrikant een ruimte van 350 vierkante meter, mits je ze op ideale plekken aansluit.

De theoretische snelheid van 1267 Mbit/s ligt lager dan bij andere routers in dit artikel, maar in de praktijk haal je met gemak een snelheid hoger dan 75 Mbit/s – voldoende om in de meeste kamers Netflix te streamen. TP-Link verkoopt ook een pakket met drie mesh-routers, maar dan ben je al in een prijsklasse waarin we andere modellen zouden adviseren.

Ubiquiti UAP-AC-M-PRO - Ook voor buiten

©PXimport

Goede wifi in huis is één ding, maar tijdens de warme zomerdagen is snel internet in de tuin ook buitengewoon fijn. Daarvoor is de UAP-AC-M-PRO van Ubiquiti een goede optie: alle drie de geleverde mesh-punten zijn namelijk beschermd tegen de elementen. Het pakket wordt geleverd met een weerbaar bevestigingssysteem en flinke schroeven, zodat je een mesh-punt aan bijvoorbeeld je tuinhuisje of aan een losse paal hangt.

De draadloze verbinding moet een theoretische snelheid van 1300 Mbit/s bereiken, al zal dat in de praktijk waarschijnlijk een stuk lager liggen. Daarnaast zitten er achter op elke router twee netwerkpoorten om het modem te verbinden en een stabielere onderlinge connectie te creëren. Dat is in dit geval een must, want deze mesh-routers krijgen hun stroom via de ethernetkabel binnen. Hierdoor hoef je ook maar één snoer voor elk punt aan te leggen en is voeding geen probleem.

De software van Ubiquiti is net als bij Synology wat technischer, maar biedt ook veel geavanceerde functies die je bij andere mesh-routers niet snel tegenkomt. Daar staat echter ook een flinke prijs tegenover. Een pakket met vijf mesh-punten wordt verkocht voor rond de 950 euro. Wil je er één punt bij, dan kost dat doorgaans 200 euro extra.

Linksys Velop - Simpel en snel

©PXimport

Linksys is een van de oudste routerboeren op de markt, bekend om zijn vaak wat nerdy draadloze apparaten. Met de Velop probeert het bedrijf dat imago van zich af te schudden; het apparaat heeft een minimalistisch ontwerp waarbij de twee ethernetpoorten aan de onderkant zijn geplaatst, waardoor je ze niet zomaar ziet. Het mesh-systeem wordt ingesteld met een gelikte app die geavanceerde instellingen alleen toont als je er actief naar op zoek gaat. Op die manier moet de Velop ideaal zijn voor de wat minder technisch onderlegde huishoudens.

Het gebruik van drie frequentiebanden zorgt bovendien voor een hoge snelheid en capaciteit, wat de Velop een van de snellere mesh-routers op de markt maakt. Omdat elk apparaat een router of mesh-punt kan zijn, kan het systeem vrij modulair worden aangesloten. De meeste webwinkels hebben bovendien meerdere pakketten met twee, drie, vier of zelfs vijf Velop-punten, wat het makkelijk maakt om jouw benodigde hoeveelheid in huis te halen.

Maar ben je technisch aangelegd? Dan is de Velop wellicht minder snel interessant voor je. In de app missen namelijk best veel van de geavanceerdere opties die je wel zou verwachten. Wat dat betreft is dit de tegenhanger van de eerder besproken mesh-routers van Ubiquiti en Synology, die wat technischer en uitgebreider zijn.

Tekst: Bastiaan Vroegop

▼ Volgende artikel
Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig
© Blizzard
Huis

Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig

Liveservicegames en hero shooters waren in 2016 niet per se nieuw. Destiny ging al twee jaar hard, en hoewel nieuwkomer Overwatch erg goed ontvangen werd, trokken sommigen al snel vergelijkingen met Valve’s inmiddels oude Team Fortress 2. Toch wist de hero shooter van Blizzard een Game of the Year Award voor de neus van onder andere Uncharted 4: A Thief’s End weg te grissen. Het was een glorieus begin van een moeizaam traject.

In de afgelopen tien jaar onderging Overwatch grote veranderingen. Na een groot succes met ruim 50 miljoen totale spelers in de eerste drie jaar kondigde Blizzard in 2019 aan dat er een vervolg zou komen, dat ‘naast het originele Overwatch’ moest bestaan en uitgebreid werd met Player-versus-Environment-content. De 6-tegen-6 Player-versus-Player-gameplay waar Overwatch om bekendstaat, zou blijven bestaan en voorzien worden van dezelfde content in de twee games. Ook zou Overwatch 2 een exclusieve PvE-modus met een verhaallijn en skill-trees krijgen, waarmee ieder personage op zowel grote als subtiele wijze aangepast kon worden.

©Blizzard

Nee, toch niet

Wie Overwatch 2 sinds de early access-verschijning eind 2022 heeft gespeeld, weet dat daar maar bar weinig van is waargemaakt. Overwatch en Overwatch 2 werden ten eerste geen aparte titels: laatstgenoemde heeft de plaats van het origineel simpelweg ingenomen. Die verhaalmodus? Voor 15 euro kreeg je met de 1.0-release van Overwatch 2 in augustus 2023 toegang tot drie missies. Die verkochten niet goed genoeg voor Blizzard – volgens bronnen Bloomberg - waarmee de mogelijkheid van meer PvE-content direct werd begraven.

Het was toen zelfs al bekend dat de PvE-modus grotendeels geschrapt was, gezien de modus volgens regisseur Aaron Keller ‘de focus tijdens het ontwikkelproces van de game belemmerde’. Dat is geen vreemde redenering, maar PvE was wel juist datgene dat Overwatch 2… nou ja, Overwatch 2 maakte. Uiteindelijk was de lancering van de ‘nieuwe’ game vooral een grote update, met drie nieuwe personages, wat extra arena’s en een nieuwe 5v5-opzet in plaats van 6v6. Er stond nu slechts een ‘2’ achter.

©Blizzard

Een alternatieve toekomst

Recent werd aangekondigd dat Overwatch 2 het cijfer van de naam afknipt met het twintigste seizoen en dus weer gewoon Overwatch heet – we zijn dus weer terug bij af. Ik stapte zelf destijds op de Overwatch-trein door juist de belofte van PvE in het vervolg, en heb uiteindelijk pakweg 300 uren tussen beide games verdeeld. Hoewel ik naarmate de tijd vorderde wat uren in de competitieve modus stak, maakte het spelen met vrienden de ervaring écht vermakelijk.

Gezellig kletsen, schreeuwen tegen willekeurige teamgenoten en de mix van tactiek en variatie die de vele personages in Overwatch bieden: dat staat mij bij. Een PvE-modus waarin juist dat samenspel en de speelwijze van de verschillende heroes aan te passen zijn naar jouw speelstijl was een soort heilige graal, die uiteindelijk dus nooit verscheen. Dat is eeuwig zonde. De competitieve e-sportscene van Overwatch is al sinds het begin een belangrijk aspect van de game, dus ergens is het begrijpelijk dat het team dit niet uit het oog wilde verliezen.

©Blizzard

Maar juist in de laatste jaren zien we een interessante verschuiving naar PvE, of in ieder geval multiplayer-ervaringen die niet geheel om competitie draaien. Denk aan Helldivers 2 van een paar jaar terug, waarin vrienden en willekeurige spelers het opnemen tegen legioenen aan vijanden – en zelfs wereldwijd samen naar een doel werken. Of de explosie aan zogenaamde ‘friendslop’ games als Peak en Lethal Company, die geheel draaien om het samen uitvoeren van taken als een berg beklimmen of het verzamelen van schroot. Een game als Arc Raiders bevat daarbij ook PvP-elementen, maar staat ook bij omdat meerdere spelers samen kunnen komen om een gigantische robot te verslaan. Video’s waarbij spelers plots oude vrienden tegenkomen in de game tonen aan waarom PvE momenteel zó ontzettend leuk kan zijn.

De realiteit

Het is achteraf makkelijk te zeggen, maar de originele visie voor Overwatch 2 had best een prominente rol in het huidige gamelandschap kunnen bekleden. Met de aankondiging werden uitgebreide skilltrees getoond voor de verschillende personages waar Overwatch om bekendstaat.

©Blizzard

Een van Mei’s speciale vaardigheden is bijvoorbeeld het veranderen in een ijspegel, om zo health terug te verdienen en een paar seconden onverwoestbaar te zijn. Met een van de skills die getoond werd veranderde deze ijspegel in een ijsbal, waarmee ze op spectaculaire wijze door groepen vijanden kan kegelen. De PvE-modus had de potentie om een soort zandbak voor dergelijke ideeën en ingrijpende veranderingen voor het klassieke Overwatch te worden. Een speelsere mix van skills en samenwerking om juist die avonturen uit bijvoorbeeld een Helldivers 2 te nabootsen. De tactische teamgameplay had dan ook niet hoeven verdwijnen, het zou juist vet geweest zijn om met vrienden verschillende skills af te stemmen en los te laten op de robots van Null Sector.

Dat is nog zoiets: de lore en verhaallijn van Overwatch zijn ontzettend interessant, en had meer in de schijnwerpers kunnen staan met de PvE-insteek. Nog voordat ik de games überhaupt had aangeraakt, verslond ik de prachtig geanimeerde filmpjes van Blizzard en verhalen die ze voor de personages uitbrachten.

Watch on YouTube

Wat ik dan ook zie van de nieuwe update wringt met mijn gevoel. Ja, het lijkt erop dat Blizzard een inhaalslag maakt en sneller met nieuwe personages komt om de game fris te houden. Het wekt de indruk dat we weer terug zijn bij het ‘oude’ Overwatch, en dat de ontwikkelaar nog altijd een sterke hero shooter wil behouden nu concurrenten als Marvel Rivals het speelveld hebben betreden. Toch kan ik het niet laten om te fantaseren over hoe Overwatch meer had kunnen zijn dan een hero shooter.

De realiteit is dat het Overwatch-team geen goede balans wist te vinden tussen het bijhouden van de PvP- en competitieve scene van Overwatch en de ontwikkeling van de PvE. Zonde, want zeker in het huidige multiplayerklimaat, waar mensen steeds meer achterover lijken te hangen om met elkaar te spelen in plaats van tegen elkaar, had het originele Overwatch 2 perfect gepast.

▼ Volgende artikel
We geven Mario Tennis Fever weg voor de Switch 2
Huis

We geven Mario Tennis Fever weg voor de Switch 2

Samen met onze vrienden van bol geven we wekelijks een nieuwe game weg, en deze week is dat natuurlijk Mario Tennis Fever.

Fever verscheen namelijk deze week voor de Nintendo Switch 2 en is volgens onze Simon een uitstekende Mario-sportgame. Met z'n Fever Rackets - die speciale slagen vol onvoorspelbare effecten mogelijk maken - goede basisgameplay en flink wat content weet Fever boven de afgelopen delen uit te stijgen:

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Winnen

Wat moet je doen om te winnen? Ga naar de website van bol, vind de productcode in de url (bestaande uit zestien cijfers) en vul die hieronder in het invulformulier in! Vergeet ook niet je naam en emailadres in te vullen, dan sturen we je zo snel mogelijk een code om de game fysiek op bol.com te bestellen!

Werkt het formulier niet? Klik dan hier.

Watch on YouTube