ID.nl logo
Bouw een extra router in je thuisnetwerk
© Reshift Digital
Huis

Bouw een extra router in je thuisnetwerk

De kans is groot dat je router afkomstig is van je internetprovider, want heel vaak zitten router en modem in één toestel. Dat is misschien wel makkelijk, maar er hangen best ook wel nadelen aan vast. Je kunt echter een extra router in je netwerk hangen. Waarom en hoe? Je leest het in dit artikel.

Je hebt misschien nog een oude (draadloze) router liggen en anders kun je er vast één voor een prikkie op de kop tikken. Leuk, maar wat doe je daar nou mee? Wij kunnen alvast een boel redenen bedenken waarom een extra router in je netwerk best zinvol kan zijn.

01 Redenen voor een extra router

De modem-router van je provider staat bijvoorbeeld in de meterkast en het draadloze bereik is ondermaats. Dan kan een range-extender of wifi-repeater nog wel uitkomst brengen, maar daarmee halveer je in principe wel de snelheid van je draadloze verbinding. Een andere reden om een tweede router in je netwerk op te nemen is dat je standaardrouter weinig extra opties biedt (en zelf frunniken aan de firmware laat de provider je uiteraard niet toe). En vaak is er geen usb-poort voor een externe schijf, geen vpn-ondersteuning en geen gastnetwerk-mogelijkheid. Of wellicht stellen de uitgebouwde wifi-mogelijkheden teleur: geen simultane dualband, geen ac-wifi enzovoort. Of het handjevol lan-poortjes van de router zit al volgestouwd en je hebt dus behoefte aan extra koppelingsmogelijkheden. Je kunt dan uiteraard een switch kopen, maar een oude router kun je doorgaans ook als switch gebruiken.

Maar je kunt ook een meer ‘geavanceerde’ reden hebben voor zo’n tweede of zelfs derde router: je wilt bijvoorbeeld je netwerk in subnetten opdelen, waarbij gebruikers (of hackers …) van het ene subnet niet bij de apparaten van het andere kunnen. Zo’n afgeschermd subnet kan nuttig zijn voor gebruik door je kinderen of gasten, of wanneer je een server draaien hebt die je van de rest van je netwerk wilt afscheiden. Ook voor onveilige IoT-apparatuur komt een dergelijk gescheiden netwerk van pas.

Een eigen router betekent overigens wel dat je zelf instaat voor de configuratie en upgrades. Even naar de provider bellen voor ondersteuning van je tweede router zit er natuurlijk niet in. Maar dat schrikt een lezer van Computer!Totaal natuurlijk niet af!

©PXimport

02 Routers achter elkaar

Er zijn eigenlijk twee manieren waarop je routers achter elkaar kunt verbinden. Bij het eerste type koppel je een lan-poort van de eerste router via een utp-kabel met een lan-poort van je tweede router. En wel zo dat beide routers zich in hetzelfde lan-ip-segment bevinden, zodat computers en andere netwerkapparaten met beide routers kunnen verbinden. Deze setup is aanbevolen wanneer je bestanden en andere bronnen binnen je hele netwerk wilt kunnen delen, de tweede router dient dan als wifi-accesspoint of switch in je normale netwerk.

Bij het tweede type wordt het wat complexer: hier verbind je een lan-poort van de eerste router met het wan-poort van je tweede router. Beide routers hebben dan verschillende ip-segmenten, zodat apparaten uit het ene segment niet zomaar toestellen uit het andere segment kunnen benaderen. Het omgekeerde is normaliter wel nog mogelijk. Wil je echt twee volledig gescheiden segmenten die elkaar niet kunnen benaderen, dan kun je een Y-opstelling met drie routers overwegen. In dit artikel komen al deze mogelijkheden expliciet aan bod.

©PXimport

©PXimport

02 Lan-lan versus lan-wan: fundamenteel verschillend van opzet.

De eerste methode om twee routers te koppelen, een lan-naar-lan-verbinding, biedt vaak een uitkomst als je extra lan-poorten nodig hebt of wanneer het wifi-bereik van je eerste router ontoereikend is.

03 Basisinformatie verzamelen

Je kunt het gebrek aan wifi-bereik, zoals gezegd, oplossen met een range-extender, repeater of met een powerlinesetje met meerdere adapters (al dan niet met geïntegreerd draadloos toegangspunt), maar dat kost natuurlijk geld. Een extra draadloos toegangspunt kan ook, maar zo’n toestel is doorgaans duurder dan een extra router – zeker als je er nog eentje ergens hebt liggen.

Wij opteren dus voor een extra router, en gaan ervan uit dat je eerste router met het modem is verbonden – voor zover het al niet om één modem-router gaat. Zorg er tevens voor dat een computer met een van de lan-poorten van die eerste router is verbonden. Open vervolgens de opdrachtprompt op die pc en voer het commando ipconfig uit. Noteer het ip-adres van de Standaardgateway (Default Gateway) bij je ethernet-connectie, evenals het Subnetmasker. Dit laatste is normaliter 255.255.255.0.

©PXimport

04 Router-adres

Hang nu je tweede router aan het stroomnet en koppel voorlopig alleen een computer aan een lan-poort van deze router. We gaan er wel van uit dat je het ip-adres en de inloggegevens van die router kent. Ben je die vergeten, dan kun je de router nog resetten zodat die op de standaardconfiguratie terugvalt. Zo’n reset kan gewoonlijk met de 30/30/30-regel: houd het resetknopje met een puntig voorwerp gedurende 30 seconden ingedrukt, schakel de router vervolgens uit en schakel die na 30 seconden weer in waarbij je het knopje nog steeds ingedrukt houdt gedurende een laatste 30 seconden. Raadpleeg ook de (online) handleiding van het apparaat, hier vind je vaak wel het standaard ingestelde ip-adres met gebruikersnaam en wachtwoord.

Start vervolgens je browser op en stem die af op het ip-adres van deze tweede router. Na je aanmelding kun je aan de slag. Allereerst zorg je ervoor dat dit ip-adres binnen hetzelfde ip-segment (subnet) van je eerste router valt. Stel, je eerste router heeft als (lan-)ip-adres 192.168.0.254, dan zou je de tweede router het adres 192.168.0.253 kunnen geven (alleen het laatste cijfer verschilt), met hetzelfde subnetmasker. Om adresconflicten te vermijden, zorg je er wel voor dat dit adres nog niet in gebruik is binnen je netwerk en dat het niet binnen het dhcp-bereik van je eerste router valt. Eventueel moet je dat eerst nog even controleren in de webinterface van je eerste router.

©PXimport

05 Router-configuratie

De eerste stap is gezet, maar gezien er binnen één subnet maar één dhcp-server actief mag zijn, moet je deze service op je tweede router nog deactiveren, zodat het uitdelen van adressen een voorrecht van je eerste router blijft. Verder moet je ook aandacht hebben voor het draadloze gedeelte. Vermoedelijk wil je tussen beide routers kunnen ‘roamen’ en het meest gangbare scenario is in dat geval dat je beide routers dezelfde ssid meegeeft, weliswaar bij voorkeur een andere ssid voor de 2,4 GHz- en de 5 GHz-band (indien beide beschikbaar). Kies op beide routers indien mogelijk voor dezelfde wifi- en encryptiestandaard, met hetzelfde wachtwoord (bijvoorbeeld 802.11n en wpa2-aes). Voor de 2,4GHz-band stel je de tweede router wel op een ander kanaal in, dat idealiter minstens 5 nummers verschilt van dat van je eerste router (bijvoorbeeld kanaal 1 en 6 of kanaal 6 en 11). Positioneer je tweede router optimaal in je woning. Software als het gratis NetSpot kan je bij deze ‘site survey’ helpen, beschikbaar voor Windows en macOS). Verbind beide routers nu met elkaar door middel van een netwerkkabel die je op de lan-poorten aansluit.

©PXimport

Bridge-modus

Sommige routers zijn voorzien van een zogenoemde bridge-modus. Hiermee wordt het nog iets makkelijker om een router als een extra toegangspunt binnen je bestaande netwerk(segment) in te stellen. In de bridge-modus functioneert je router als een accesspoint en worden zaken als de dhcp-server automatisch uitgeschakeld. Ontbeert je router die functionaliteit, dan lukt het misschien wel met een firmware-update of desnoods via een flash met de alternatieve firmware van DD-WRT. Zo’n flash voer je wel geheel op eigen risico uit. We gaan er alvast van uit dat je eerste router geconfigureerd is voor draadloze toegang. Ga vervolgens naar de webinterface van je tweede router en activeer de Bridge Mode of een optie die hierop lijkt. Die vind je wellicht terug in een rubriek als Network Mode, Wireless Mode of Connection Type. Geef deze router een ip-adres mee in hetzelfde ip-segment als de andere router, met hetzelfde subnetmasker. Is je router ingesteld op de bridge-modus, dan kun je de router via de wan-poort met een netwerkkabel aan je netwerk hangen waarna het apparaat functioneert als accesspoint.

©PXimport

Is het je bedoeling om met twee gescheiden subnetten te werken waarbij de computers van het buitenste subnet (verbonden met je eerste router) de toestellen van het binnenste subnet (verbonden met je tweede router) niet kunnen bereiken, dan moet je voor een lan-naar-wan-opstelling gaan. We maken hier de I-opstelling.

06 Wan-gedeelte

Bij een lan-naar-wan-opstelling kun je bijvoorbeeld een of meer servers op het buitenste subnet draaien, of dit subnet inzetten als (draadloze) netwerk voor je kinderen of gasten – eventueel zelfs in combinatie met dns-webfiltering (zie stap 8). Een dergelijke opstelling is bijvoorbeeld ook handig om onveilige IoT-apparatuur te scheiden van je andere netwerkapparaten.

Noteer alvast het ip-adres en het subnetmasker van je eerste router. Ga via de webinterface na of de dhcp-service op deze router wel actief is. Koppel nu een pc aan een lan-poort van je tweede router en ga naar de webinterface van dit toestel (zie stap 4 voor een eventuele router-reset). Ga naar de internetinstellingen van deze tweede router en stel die in op automatische configuratie via dhcp. Dat heeft als gevolg dat het wan-ip-adres van deze router door de dhcp-server van je eerste router wordt toegewezen. Om ervoor te zorgen dat dit ip-adres hetzelfde blijft, kun je je eerste router zo instellen dat je tweede router met dit adres in de lijst met dhcp-reserveringen (oftewel statische leases) wordt opgenomen. Een alternatief is dat je het wan-ip-adres van je tweede router zelf vast instelt, weliswaar buiten het dhcp-bereik van je eerste router. Als standaardgateway van je tweede router vul je in dit geval zelf het lan-ip-adres van je eerste router in.

07 Lan-gedeelte

Over naar het lokale netwerk-gedeelte van je tweede router. Die geef je een lan-ip-adres mee dat in een ander ip-segment ligt dan dat van je eerste router. Je zou je tweede router bijvoorbeeld het adres 192.168.1.1 kunnen meegeven als je eerste router als adres 192.168.0.1 heeft. Wellicht wil je dat ook deze tweede router ip-adressen binnen zijn ip-segment kan uitdelen. Dan moet je op deze router ook de dhcp-service activeren. Je zou die adressen kunnen laten toekennen binnen een bereik van bijvoorbeeld 192.168.1.2 tot 192.168.1.50.

Ben je hiermee klaar en zijn alle instellingen correct doorgevoerd, dan verbind je een lan-poort van je eerste router via een netwerkkabel met de wan-poort van je tweede router. Stel een verschillende ssid in voor elke router en laat het draadloze signaal over een zo uiteenlopend mogelijk kanaal lopen (bijvoorbeeld 1 en 6 of 6 en 11 bij 2,4 GHz, zie ook stap 5).

©PXimport

08 Dns

Zoals gezegd is het voor computers uit het buitenste subnet niet zomaar mogelijk om toestellen uit het binnenste subnet te benaderen, wat maakt dat het buitenste subnet bijvoorbeeld geschikt is voor gebruik door gasten (via wifi) of voor gebruikers die graag experimenteren. Je werkt zelf dan (als je niet aan het knutselen bent) uitsluitend op toestellen in het binnenste subnet. Als je dat verkiest, kun je bijvoorbeeld ook verschillende dns-servers instellen op beide routers. Op de tweede router gebruik je dan de standaard dns-servers van je provider of die van Google (8.8.8.8 en 8.8.4.4), terwijl je op de eerste router eventueel dns-servers met ‘geïntegreerde webfiltering’ instelt, zoals die van OpenDNS (208.67.220.220 en 208.67.222.222). Meer uitleg over deze dns-filtering vind je hier.

©PXimport

09 Port forwarding

Het feit dat je nu met gescheiden subnetten werkt, kan ook onvermoede nadelen opleveren. Wanneer je interne servers (zoals een nas, webcam of een of andere server op een pc) in het binnenste subnet (van je tweede router) plaatst, dan laten die zich niet zomaar benaderen vanaf het internet. Wil je dat toch, dan kun je dat via een dubbele port forwarding oplossen.

Stel, je draait een server op een toestel met lan-ip-adres 192.168.1.148 op poort 8000 en je tweede router heeft als wan-ip-adres 192.168.0.253. Dan stel je eerst port forwarding op je eerste router in, waarbij je aanvragen van buitenaf op poort 8000 naar ip-adres 192.168.0.253 doorstuurt. Vervolgens stel je port forwarding op je tweede router in met aanvragen op poort 8000 naar ip-adres 192.168.1.148. Via het wan-ip-adres van je eerste router is die server op je binnenste subnet nu wel weer bereikbaar vanaf het internet. Weet je niet precies hoe je port forwarding instelt, ga dan hiernaartoe, daar vind je voor talrijke routers de nodige instructies om port forwarding in te stellen.

©PXimport

Je kunt het netwerk nog ‘veiliger’ maken door twee compleet geïsoleerde subnetten te creëren die elkaar niet kunnen bereiken. Daarvoor heb je dan wel drie routers nodig, waarbij je de eerste router rechtstreeks naar de twee andere vertakt – vandaar de naam Y-opstelling. Net als de I-opstelling met twee routers is ook deze oplossing geschikt om onveilige IoT-apparatuur te scheiden van je andere netwerkapparaten.

10 Twee subnetten

Om onze Y-opstelling te maken, hebben we drie routers nodig. De eerste hangt direct aan het internet, met de tweede en derde router creëren we de gescheiden subnetten. Hiervoor ga je op deze twee routers eigenlijk grotendeels op dezelfde manier te werk als hiervoor beschreven bij Manier 2.

Het wan-ip-adres van je eerste router is afkomstig van je internetprovider en als lan-ip-adres heeft die bijvoorbeeld 192.168.0.254. Je zou dan als wan-ip-adres voor je tweede router 192.168.0.253 en voor je derde router 192.168.0.252 kunnen instellen. Dat kan telkens een vast ip-adres zijn of je plaatst beide adressen in de dhcp-reserveringen van je eerste router. Zie hiervoor stap 6. Vervolgens geef je aan je tweede en derde router een lan-ip-adres mee binnen een ip-segment dat zowel van de eerste router als ook van elkaar verschilt. Dat zou bijvoorbeeld 192.168.1.x voor je tweede router en 192.168.2.x voor je derde router kunnen zijn. Zorg ervoor dat op de drie routers de dhcp-service is geactiveerd.

Door deze configuratie krijg je de volgende situatie. Alle verbonden toestellen kunnen internet bereiken. Elke pc kan de andere toestellen benaderen, indien die zich binnen hetzelfde subnet bevinden. De pc’s kunnen ook de drie routers pingen. Heb je servers op je subnet(ten) draaien, dan moet je de nodige port forwarding-regels instellen, zoals beschreven bij stap 9.

Router enkel als switch

Wil je een oude router enkel als switch gebruiken, dan stel en sluit je de router aan op de manier die we in dit artikel als eerste beschrijven (lan-lan). Vervolgens schakel je het wifi-accesspoint van deze tweede router uit. Je kunt de tweede router dan probleemloos als een normale switch gebruiken. Let er wel op dat een wat oudere router misschien niet is voorzien van gigabit-aansluitingen.

▼ Volgende artikel
Personalisatie: zo zet je Android en iOS naar je hand
© MG | ID.nl
Huis

Personalisatie: zo zet je Android en iOS naar je hand

Met het kiezen van een eigen thema, bedieningspanelen en omgeving zet je je Android- of iOS-toestel pas echt naar je hand. Android 16 en iOS/iPadOS 26 bevatten voldoende mogelijkheden voor een gepersonaliseerde omgeving. Hoe je te werk gaat, lees je hier.

In dit artikel kijken we naar Android 16 en iOS 26. Voor Android maken we gebruik van een Samsung-toestel in combinatie met One UI 8. We beginnen met Android, want de meest recente versie beschikt over interessante opties om de omgeving te personaliseren. Verderop lees je over iOS 26.

Ben je wat uitgekeken op de statische achtergronden van je Android-toestel, dan kun je een dynamische achtergrond gebruiken. Open de instellingen en kies Achtergrond en stijl, Achtergronden wijzigen. Blader naar beneden en tik op Dynamisch vergrendelscherm. Hier kun je verschillende categorieën kiezen. Kies maximaal vijf aansprekende categorieën. Vervolgens wordt elke 2 weken een nieuwe set afbeeldingen geladen. Standaard worden de nieuwe afbeeldingen alleen gedownload met een wifi-verbinding. Wil je dat de plaatjes ook via een mobiele verbinding worden bijgewerkt, dan activeer je Downloaden met mobiele gegevens. Als je geen veranderende foto’s wilt zien, maar in plaats hiervan veranderende kleuren, kies je in de sectie Kleuren voor Dynamisch.

Dynamische achtergronden zorgen voor afwisseling.

Bediening met één hand

Als je gebruikmaakt van een telefoon met een relatief groot scherm, kun je het systeem hier beter rekening mee laten houden. Tik in de instellingen op Geavanceerde functies en schakel de optie Bediening met één hand in. Je kunt de verschillende elementen op het scherm nu beter met één hand (je duim) bedienen.

Wil je een specifieke app in een andere taal gebruiken, dan hoef je hiervoor niet de volledige gebruikersomgeving om te zetten. Kies in de instellingen voor

Algemeen beheer, Talen van app. Kies de app waarvoor je de taal wilt instellen en kies een taal uit de lijst Alle talen. Je kunt op elk moment terugkeren naar de oorspronkelijke instelling: kies in hetzelfde venster voor Systeemstandaard.

Handig: voor specifieke apps een andere taal hanteren.

Snelle instellingen

Geef het onderdeel Snelle instellingen (Quick Panel) een eigen indeling. Het onderdeel verschijnt wanneer je met de vinger vanuit de rechterbovenhoek naar beneden veegt. Tik op de knop met de pen. Eerst bepaal je de volgorde van de elementen: tik op een component en sleep het vervolgens naar de gewenste locatie. Tik hierna op Bewerken: je vindt deze knop bij de onderdelen die je kunt aanpassen. Je kunt vervolgens de individuele knoppen verplaatsen naar een andere locatie. Ook kun je deze knoppen verwijderen (gebruik het minteken linksboven elk pictogram) en andere knoppen toevoegen via het venster Beschikbare knoppen. Tot slot is het mogelijk om het gedeelte met de knoppen groter te maken, zodat je meer knoppen in één keer ziet. Pak de onderrand van het blok en sleep de rand naar beneden, totdat een extra rij met knoppen verschijnt. Tevreden met de instellingen? Bevestig met een tik op Gereed.

Het venster Snelle instellingen is flink op de schop gegaan.

Niet meer los

Geeft je Android-toestel het onderdeel Snelle instellingen apart weer van het scherm met de meldingen? In het verleden waren beide schermen gecombineerd in één weergave. Wil je terug naar die oude situatie? Open het onderdeel Snelle instellingen in de bewerkingsmodus (via de knop met de pen). Tik hierna op Vensterinstellingen. Kies voor Samen: beide vensters worden weer gecombineerd zoals vanouds. Je kunt ook kiezen om het venster Snelle instellingen links in plaats van rechts te tonen. Kies in hetzelfde scherm voor Quick Panel aan linkerkant.

Je hoeft geen genoegen te nemen met losse vensters.

Aangepaste pictogrammen

Toe aan andere vormen voor de pictogrammen in Android? Dat is mogelijk. Tik op een leeg gedeelte van het thuisscherm. Onderin verschijnt een balk met keuzen. Kies voor Achtergrond en stijl. Kies voor Pictogrammen. Vervolgens kun je kiezen uit verschillende vormen, waaronder een boog, vierkant en rechthoek. Of je deze functie aantreft op je telefoon, is afhankelijk van de fabrikant. Bij Samsung heb je de app Good Lock nodig. Je vindt deze als beschikbare download in de Galaxy Store. Bij Pixel-telefoons is de optie direct toegankelijk via de gebruikersomgeving. 

Verlichtingseffect

Krijg je een melding binnen, dan kun je het als een subtiele lijn rondom het scherm tonen. Via instellingen kies je voor Meldingen, Pop-upstijl melding. Tik op Verlichtingseffect toevoegen. De optie Basis geeft een subtiele lijn, maar je kunt ook uitgebreidere effecten tonen, zoals Spotlight of Echo. Kies de tab Kleur om een aangepaste kleur te kiezen. Normaal gesproken past de kleur zich aan de app aan. In de sectie Geavanceerd kun je details aanpassen, zoals transparantie, breedte en duur van het effect. De kleur kan ook op basis van een trefwoord veranderen. Tik op Kleur van verlichtingseffect op trefwoord. In de sectie Trefwoord tik je op het plusteken (+) om nieuwe trefwoorden (bijvoorbeeld van contactpersonen) op te geven. Kies hierna de kleur die je wilt toepassen op het verlichtingseffect.

Een verlichtingseffect zodra je een melding ontvangt.

iOS

Ook iOS (en iPadOS) kun je goed naar je hand zetten. Recent bracht Apple iOS 26 uit. Mogelijk verwachtte je iOS 19 als logische opvolger van versie 18, maar de makers uit Cupertino hanteren voortaan een ander naamschema. iOS 26 verwijst naar 2026. Opvallend aan deze editie is het nieuwe Liquid Glass Design, waarin transparantie en spiegelingen een grote rol spelen. Er zijn volop aanpassingsmogelijkheden, beginnend bij het vergrendelingsscherm. Tik hierop en kies Pas aan, Pas huidige achtergrond aan.

Tik op de datum bovenin om een widget te kiezen en meer informatie te tonen, bijvoorbeeld het weer. In het venster vind je een overzicht van bruikbare widgets en suggesties. Waar mogelijk gebruikt iOS het ‘glass’-ontwerp, dus ook bij de klok. Gelukkig kun je dit aanpassen als je niet enthousiast bent. Tik erop en schakel onderin het venster tussen Glas en Effen. In hetzelfde venster kun je ook een kleur selecteren, terwijl je met de schuifregelaar de dikte van de klok kiest. Via Voeg widgets toe kun je extra widgets op het vergrendelingsscherm plaatsen. Via het element onderin kun je swipen tussen verschillende achtergronden.

iOS 26 hanteert het Liquid Glass-design.

Zonder achtergrond

iOS bevat de nieuwe app Voorvertoning. Hiermee kun je documenten scannen, invullen en opslaan als pdf-bestand. Wil je een nieuwe achtergrond op het vergrendel- of thuisscherm instellen, maar heeft de afbeelding een achtergrond die je liever niet ziet? Ook dan kun je de app Voorvertoning inzetten. Open de afbeelding en tik op de knop rechtsboven (herkenbaar aan >>). Kies voor Verwijder achtergrond. Sla de afbeelding opnieuw op en gebruik deze vervolgens als achtergrond. 

Thuisscherm

Ook het thuisscherm zetten we naar onze hand. Tik op een leeg gedeelte en kies Wijzig, Pas aan. Je kunt nu kiezen hoe de pictogrammen worden getoond. De standaardmodus ken je al van eerdere versies. Kies voor Donker om de pictogrammen donker te maken. Dit werkt nog niet voor alle pictogrammen: de app-maker moet hiermee rekening houden. Kies Helder als je alle pictogrammen een uniforme, lichte uitstraling wilt geven. Tot slot is er Getint: hiermee kun je de pictogrammen een eigen kleur en contrast geven.

Bepaal hoe de pictogrammen worden getoond.

Uniforme kleuren

Je kunt het kleurenschema van iOS ook overeen laten komen met de kleur van de behuizing van het toestel, bijvoorbeeld oranje. In het vak Getint vind je uiterst links een knop met het pictogram van een telefoon. Klik hierop om de kleuren te laten ‘matchen’. iOS weet op basis van het serienummer welke telefoon en welke kleur je gebruikt.

Minderen

Je kunt de transparante uitstraling van iOS 26 niet volledig uitschakelen. Toch bestaan er een paar trucs om het Liquid Glass-ontwerp iets te verminderen. In de instellingen kies je voor Toegankelijkheid, Beweging en activeer je de optie Verminder beweging. Verder kies je Toegankelijkheid, Weergave en tekstgrootte en kies je Maak minder doorzichtig.

Liquid Glass kan niet helemaal uitgeschakeld worden, maar je kunt een eind komen.

Donkere modus

Via de app Instellingen kun je meer onderdelen van de gebruikersomgeving tweaken. Tik in de instellingen op Scherm en helderheid en kies tussen de lichte en donkere modus (Licht en Donker). Bovendien kun je hier de tekstgrootte aanpassen en de tekst op het scherm dikker tonen (via Vette tekst). Dit kan helpen om de tekst beter leesbaar te maken. Om eenvoudig achtergronden aan te passen, kun je via instellingen ook kiezen voor Achtergrond en tikken op Voeg nieuwe achtergrond toe.

Werp ook een blik bij Beginscherm en appbibliotheek. Hier bepaal je onder meer of aanbevolen en recente apps moeten worden getoond in het Dock (het gedeelte onderaan het scherm). Wil je het Dock zo opgeruimd mogelijk houden, dan haal je de vinkjes weg bij Toon appbibliotheek in Dock en Toon aanbevolen en recente apps in Dock.

Kies tussen een lichte en donkere modus.

Volledig scherm

Vooral als je een iPad hebt, kun je meer uit het schermoppervlak halen door te werken met vensters. Je kunt dan meerdere apps naast elkaar plaatsen. Werken met vensters is overigens niet verplicht. Schuif met je vinger vanaf de rechterbovenhoek naar beneden, zodat het bedieningspaneel opent. Tik op de knop Apps in vensters. Je vindt deze op de onderste rij, naast het pictogram van de batterij. Kies vervolgens tussen Apps in vensters of Stage Manager. Die laatste optie zorgt ervoor dat apps schermvullend worden getoond. 

Berichten

Ook voor veel apps hoef je niet genoegen te nemen met de standaardinstellingen en kun je deze personaliseren. Goed voorbeeld is de app Berichten. Geef personen met wie je vaak communiceert een eigen achtergrond. Open de app en tik op de naam van de persoon voor wie je een achtergrond wilt instellen. Tik op Achtergronden. Je kunt kiezen uit foto’s, maar ook uit vaste kleuren. In de sectie Suggesties vind je een combinatie van standaardfoto’s en foto’s die je eerder zelf hebt gemaakt. Sommige foto’s zijn geanimeerd: je kiest eerst de foto en kunt dan vaak ook een kleurenschema selecteren. Heb je na verloop van tijd geen behoefte meer aan een specifieke achtergrond, dan selecteer je de naam van de contactpersoon en kies je Geen. Houd er rekening mee dat de achtergrond ook wordt aangepast bij de contactpersoon.

Je kunt aangepaste achtergronden kiezen in de app Berichten.

Safari

Maak je gebruik van Safari? De gebruikersomgeving is ook onder handen genomen en vooral op dieet gegaan: het aantal knoppen is teruggebracht en het grootste deel van de bediening loopt nu via swipes. Zet ook de browser naar je hand. Via instellingen kies je voor Apps, Safari. In de sectie Tabbladen geef je aan in hoeverre je wél de bedieningselementen wilt zien. Standaard is Compact geactiveerd, maar je kunt hier ook kiezen voor Onder en Boven

Bestanden

De app Bestanden heeft in iOS 26 ook volwassen opties om de omgeving verder te personaliseren. Zo kun je mappen een eigen kleur geven zodat je ze beter kunt onderscheiden. Tik op een map en houd de map vast totdat het menu verschijnt. Kies Pas map en tags aan. Tik op Tags en kies de gewenste kleur. Je kunt via hetzelfde venster ook emoji’s aan de map toevoegen.

Op bestandsgebied kun je ook aangeven welke app voor het bestand moet worden geopend. Tik op een bestandsnaam en houd ingedrukt totdat het menu verschijnt. Kies voor Open met en selecteer de gewenste app. In hetzelfde menu kun je ook de elders besproken app Voorvertoning kiezen. Vooral bij documenten en foto’s (zoals pdf- en jpg-bestanden) werkt deze app goed. 

▼ Volgende artikel
Waar voor je geld: 5 accuboormachines met een hoog review-cijfer
© ID.nl
Huis

Waar voor je geld: 5 accuboormachines met een hoog review-cijfer

Bij ID.nl zijn we gek op producten waar je niet de hoofdprijs voor betaalt of die door gebruikers een hoge waardering krijgen. Op Kieskeurig.nl kunnen kopers van producten een review achterlaten en hiermee aangeven hoe goed (of slecht) ze een product vinden. Wij vonden vijf accuboormachines die door gebruikers zijn gewaardeerd met een 7 of hoger.

Consumentenreviews zijn een van de beste manieren om erachter te komen of een product goed of slecht is. Op Kieskeurig.nl kunnen kopers van producten aangeven wat ze ervan vinden, zodat ze potentiële nieuwe kopers kunnen helpen een aankoopbeslissing te maken. Wij vonden vijf accuboormachines die door kopers op Kieskeurig.nl zijn voorzien van een waardering van minimaal 7 van de 10 punten.

Metabo PowerMaxx BS 

De Metabo PowerMaxx BS is een compacte schroefboormachine met een Li‑ion‑accu. Dit model weegt circa 2,08 kg in de verpakking en is voorzien van een koolborstelloze motor. De machine heeft twee snelheden en werkt op 10,8 volt, waardoor hij geschikt is voor lichte boor- en schroefklussen. Door het ergonomische ontwerp ligt het toestel prettig in de hand en kun je nauwkeurig werken. De set wordt geleverd met oplader, bits en een koffer. Gebruikers waarderen het apparaat met een hoge score (9,8). Door de relatief lage spanning is hij met name bedoeld voor kleinere klussen in huis.

DeWalt DCD777S2T

Deze DeWalt schroefboormachine werkt met een 18 V Li‑ion‑accu en heeft een compacte behuizing. Hij beschikt over twee snelheden en een 13 mm boorkop. Het gewicht in de verpakking is 3,85 kg en de boormachine wordt geleverd met twee accu’s en een oplader. Dankzij de stevige koffer kun je de machine makkelijk meenemen. Het model heeft een reviewscore van 9,0 en is daarmee geschikt voor deze selectie. De brushless motor zorgt voor een langere levensduur en meer kracht per acculading. De machine is van recente bouwjaar en wordt nog steeds verkocht.

Bosch PSB 18 LI‑2 Ergonomic

De Bosch PSB 18 LI‑2 Ergonomic is een klopboormachine voor gebruik met 18 volt. Het apparaat is uitgerust met een brushless motor en wordt geleverd met een Li‑ion‑accu en lader. Dankzij de ergonomische grip ligt het toestel comfortabel in de hand. Het maximale koppel is geschikt voor klussen in hout, metaal en lichte steen. In de verpakking zit een koffer zodat je alles netjes kunt opbergen.

Makita DDF485RFJ

De Makita DDF485RFJ is een 18 V accu‑schroefboormachine met een brushless motor. Het apparaat heeft twee versnellingen en een metalen boorkop van 13 mm. De machine wordt geleverd in een Mbox met twee 3,0 Ah accu’s en lader, zodat je langere tijd achtereen kunt werken. Dankzij de ergonomische handgreep en het gewicht van circa 5 kg inclusief verpakking ligt het toestel stabiel in de hand. De machine behaalt een goede gebruikerswaardering en is geschikt voor zwaardere schroef- en boorklussen.

Makita DF457DWE

De Makita DF457DWE is een accuboormachine die vooral bedoeld is voor huis-, tuin- en keukenklussen. Hij werkt op een 18 V Li‑ion‑accu en wordt geleverd met twee accu’s en een oplader. De machine heeft twee snelheden en een 13 mm boorkop, waardoor je zowel kunt schroeven als boren. Het toestel wordt geleverd in een koffer zodat je het gemakkelijk kunt opbergen. Ondanks dat het model al enkele jaren op de markt is, is deze Makita nog steeds verkrijgbaar bij diverse winkels.