ID.nl logo
Review Apple MacBook Air M3 - Van buiten hetzelfde, van binnen iets beter
Huis

Review Apple MacBook Air M3 - Van buiten hetzelfde, van binnen iets beter

Waar de vorige MacBook Air een compleet nieuw ontwerp kreeg, is er aan de buitenkant van het nieuwe model verdacht weinig veranderd. De grootste wijzigingen zitten vooral onder de motorkap. Zijn die voldoende om je oude laptop de deur uit te doen?

Fantastisch
Conclusie

De nieuwe MacBook Air M3 is simpel gezegd een snellere MacBook Air M2. Helemaal in orde als je toe was aan een nieuwe laptop, maar we zouden een M1- of M2-variant niet nu al van een upgrade voorzien. De sprong in processorkracht is namelijk zo klein, dat we misschien nog wel meer de MacBook Air met M2-chip aanraden. Die is met de komst van de M3-laptop in prijs verlaagd en daardoor een erg aantrekkelijke optie geworden.

Plus- en minpunten
  • Nog steeds een fraai ontwerp
  • Snel genoeg voor wat je ermee wilt
  • Accu houdt het zo tien uur vol
  • Draait zelfs intensieve games zonder ventilator
  • Geen gigantisch grote sprong in snelheid sinds het vorige model
  • Twee externe schermen tegelijk is meer, maar eigenlijk ook weer niet

Van buiten is de MacBook Air met M3-chip zo goed als identiek aan het M2-model. Hij heeft dezelfde iets dikkere behuizing ten opzichte van oude MacBook Airs, die nog steeds dunner is dan Apples Pro-laptops. Aan de linkerzijde zitten twee usb-c-poorten en een MagSafe-oplaadpoort, terwijl je rechts een enkele aansluiting voor je koptelefoon vindt. 

Klap de laptop open en je ziet een identiek scherm met bovenaan een inkeping voor de webcam. Het is simpel gezegd een MacBook: het ontwerp is niet alleen identiek aan de vorige Air, maar lijkt ook sterk op de Pro-laptops die Apple op dit moment verkoopt.

Dat is logisch: het bedrijf heeft in 2020 zijn volledige laptoplijn overhoopgehaald met de introductie van nieuwe, eigen chips die veel efficiënter bleken te zijn dan de Intel-processors die daarvoor werden gebruikt. Die revisie werd buitengewoon goed ontvangen, waarna is besloten deze machines zachtjes aan steeds te upgraden met krachtigere hardware.

Opladen doe je met de MagSafe-aansluiting.

Een snellere M3-chip

Bij de nieuwe MacBook Air gebeurt dat met de introductie van een M3-processor, die we eerder in de nieuwe MacBook Pro zagen. In deze laptop is hij iets minder krachtig, maar daar staat tegenover dat hij geen ventilator heeft die herrie kan maken. 

Volgens Apple is de M3 in de Air 'zestig procent sneller dan de M1-chip van de Air uit 2020'. Ze vergelijken hem niet met de recentere M2-Air uit 2022, vermoedelijk expres: vergeleken daarmee is het verschil niet zo heel erg groot. Dat merkten we ook bij het testen van onze leenexemplaren. Wij hadden zowel het model van 13 als 15 inch tot onze beschikking, ieder met een identieke processor.

Een kleine 15 procent krachtiger

Neem bijvoorbeeld een test met benchmarksoftware Geekbench 6. Daarin scoort een MacBook Air met M2-processor gemiddeld een score van rond de 2600 in de single-core-test, waarbij een hoger getal beter is. Doen we diezelfde test op de M3, dan schiet de test iets boven de 3000 uit. Een kleine 15 procent krachtiger. Dezelfde test scoort op een MacBook Pro met M3-processor overigens zo'n 3200 punten.

Dat komt ongeveer overeen met onze praktijktests. Render je een gemonteerde video op een MacBook Air met M2, dan wacht je daar misschien drie minuten op. Op de nieuwe chip wordt daar zo’n vijftien tot twintig seconden vanaf gehaald. Geen noemenswaardige getallen, al zul je het wel gaan merken als je op een dag veelvuldig zulke zware taken uitvoert. 

Bovenaan het scherm zit nog steeds een inkeping voor de webcam.

Stabiele games zonder koeling

Bij grafische handelingen merkten we iets meer verschil. We speelden ter test Death Stranding, een vrij intensieve game die op een MacBook met oudere chip best wel moeite had een hoog framerate vast te houden. Op de MacBook Air met M3-chip bleef deze framerate stabiel boven de 50 frames per seconde op gemiddelde kwaliteitsinstellingen.

Dat is niet heel indrukwekkend vergeleken met bijvoorbeeld een PlayStation 5, totdat je je herinnert dat de MacBook Air geen ventilatoren heeft. Deze laptop zet goede prestaties neer zonder zichzelf te hoeven koelen, zelfs bij complexe 3D-games. We zouden hem niet kopen als primaire gamemachine - daar is de bibliotheek te beperkt voor - maar het is een leuk extraatje.

Snellere schijf

Eén klein punt van ophef bij de MacBook Air met M2-processor was de ssd: die had een relatief lage schrijfsnelheid, waardoor de laptop in theorie langzamer kon zijn dan de M2-chip mogelijk maakte. Bij alledaags gebruik was dat amper op te merken, maar technische analyses waren kritisch op de laptop.

Bij de nieuwe MacBook Air M3 merkten we daar bij onze tests niks meer van. De schrijfsnelheid ligt duidelijk hoger dan bij de vorige MacBook. Een YouTuber die de Air M3 uit elkaar haalde, ontdekte hoe dit kan: Apple heeft de opslag in de laptop opgesplitst in twee onderdelen, zodat er simultaan geschreven en gelezen kan worden. 

Watch on YouTube

Twee beeldschermen gebruiken

Ook nieuw is de mogelijkheid om twee beeldschermen tegelijkertijd te gebruiken. Apple beperkt al sinds de introductie van de M1-processor hoeveel displays je tegelijkertijd aan de MacBook Air kunt hangen, waardoor je tot voor kort maar naar één extern display tegelijk kon kijken. Dat aantal is dus verdubbeld.

Volgens Apple heeft dat te maken met de grafische upgrade van de chip, maar het voelt wat als een wassen neus: je kunt alleen twee displays verbinden als je de laptop dichtklapt. Dan hoeft er immers geen beeld voor het laptopscherm te worden getoond.

De hoeveelheid schermen is dus eigenlijk hetzelfde als op oude Macs, waarbij je naast je ene externe display de laptop opengeklapt kon houden.

Prima accu, maar die 18 uur halen we niet

Apple belooft een accuduur van maar liefst 18 uur bij regulier gebruik op de MacBook Air M3. Dat hebben we zelf nog niet waar weten te maken, maar met lage beeldscherminstellingen tikten we wel de tien uur aan. Voor een laptop ruim voldoende, het is immers genoeg om een werkdag mee vol te maken.

Vermoedelijk krijg je de batterijtijd nog iets omhoog als je Apples eigen webbrowser Safari gebruikt. Bij onze tests zaten we op Chrome, dat in de instellingen werd vermeld als een batterijvreter. 

Foto genomen met de webcam van de MacBook Air M3.

Dezelfde webcam

Alles wijst erop dat Apple bij de nieuwe MacBook Air dezelfde webcam gebruikt als in het vorige model. Hij heeft wederom een 1080p-resolutie en een sensor die prima gevoelig is voor licht; voor alledaags gebruik is dat meer dan genoeg. 

Fijn is de ondersteuning voor Apples software-trucs in macOS, zodat de webcam bijvoorbeeld automatisch jou centreert en onnodige ruimte wegsnijdt.

Conclusie

De nieuwe MacBook Air M3 is simpel gezegd een snellere MacBook Air M2. Helemaal in orde als je toe was aan een nieuwe laptop - al zouden we onze M1 of M2 niet nu al van een upgrade voorzien.

De sprong in processorkracht is zo klein, dat we misschien nog wel eerder de MacBook Air met M2-chip aanraden. Die is met de komst van de M3-laptop in prijs verlaagd en daardoor een erg aantrekkelijke optie geworden.


▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.