ID.nl logo
Teenage Mutant Ninja Turtles: Shredder’s Revenge - veilig en tijdloos vermaak
© Reshift Digital
Huis

Teenage Mutant Ninja Turtles: Shredder’s Revenge - veilig en tijdloos vermaak

Teenage Mutant Ninja Turtles heeft de tand des tijds doorstaan. Tekenfilms, films, speelgoed en natuurlijk videogames: in de afgelopen decennia is het allemaal voorbijgekomen. De Turtles hebben veel veranderingen doorgemaakt om relevant te blijven, maar in de basis zijn ze altijd hetzelfde gebleven. Dat geldt ook voor hun nieuwste game, Shredder’s Revenge.

Het is een cliché om te claimen dat vroeger alles beter was, maar op het gebied van Turtles-games is er zeker draagvlak. Veel oudere gamers hebben warme herinneringen aan de door Konami ontwikkelde TMNT-games die uitkwamen op de NES en SNES, waaronder natuurlijk Turtles in Time. De aankleding, animaties, combo’s en persoonlijkheden: gevoelsmatig klopte alles gewoon.

Konami heeft al eeuwen niet meer omgekeken naar de franchise en andere ontwikkelaars hebben de afgelopen jaren met wisselende resultaten nieuwe spellen afgeleverd. Het toepasselijke genaamde Tribute Games neemt nu het stokje over en krijgt daarvoor hulp van Streets of Rage 4-uitgever Dotemu, die zich voornamelijk richt op het uitbrengen van nieuwe iteraties van titels van weleer. Windjammers, Metal Slug, Wonder Boy en zelfs King of Fighters; het lijkt erop dat Dotemu weet wat gamers willen.

Ouderwetse gameplay

Wat veel gamers willen is namelijk ouderwetse, authentieke gameplay. Shredder’s Revenge is een side-scrolling beat ‘em up die dan ook rechtstreeks uit de jaren 90 lijkt te komen. Dat merk je aan de felle kleuren, de pixelstijl van de personages en de omgeving, de ‘stoere’ muziek en vormgeving en de stemacteurs uit de tekenfilmserie uit 1987 die hun rollen voortzetten.

Spelers krijgen de optie om als Leonardo, Donatello, Michelangelo, Raphael, April O'Neil en Master Splinter te spelen. Met die personages dien je veertien levels te voltooien, waarin je het opneemt tegen allerlei gespuis van de Foot Clan. De Clan-leden onderscheiden zich door verschillende outfitkleuren, waardoor je ze meteen herkent en weet wat je te doen staat. Elke kleur heeft zo zijn eigen vaardigheid: sommigen hebben zwaarden, anderen zijn echte ninja’s en dan heb je ook nog de vijanden die van een afstandje kunnen schieten. Uiteindelijk blijkt er verrassend veel diepgang en variatie qua vijanden te zijn, zonder dat het te ingewikkeld wordt.

Verder zijn er natuurlijk nog allerlei eindbazen, die je waarschijnlijk herkent uit de tekenfilms of andere games die mettertijd verschenen. Denk aan Krang, Bebop en Rocksteady, met als kers op de taart verschillende versies van opperbaas Shredder. Het verhaal in de Story- en Arcade-modi stelt weinig voor en dient slechts als rode draad om spelers een reden te geven te blijven spelen. Let er vooral niet teveel op en concentreer je lekker op de uiteenlopende gevechten. De variatie zit hem namelijk niet alleen in de vele vijanden die je soms om de oren vliegen.

©PXimport

Turtle power!

Alle Turtles (en mensen en ratten) hebben namelijk hun eigen sterke en zwakke punten. De ene Turtle heeft een groter bereik, terwijl April net even wat sneller is. Hoewel de verschillen niet immens groot zijn, moet je wel rekening houden met de mindere kanten van een personage. De unieke, sterke punten van elk personage houden het spel gevarieerd en zelfs leuk om meerdere keren te doorlopen. Je bereikt waarschijnlijk binnen twee à drie uur de aftiteling. Door de simpele arcadegameplay leent Shredder’s Revenge zich perfect voor meerdere speelsessies.

Bovendien biedt de Story-modus nog wat geheimen en collectables waar je naar kunt zoeken en dien je voor het behalen van alle Achievements of Trophies de game met alle personages uit te spelen. Ook een extra uitdagende moeilijkheidsgraad draagt bij aan het feit dat je flink wat uren in Shredder’s Revenge kunt steken. Je kunt dit natuurlijk in je eentje doen, maar ook met maximaal vijf andere vrienden (lokaal of online) in de coöperatieve stand. Wanneer je met z’n zessen speelt maakt de chaos op het scherm het spel soms onoverzichtelijk, maar dat is tegelijk ook wel weer onderdeel van de charme van de game.

Wat Shredder’s Revenge verder zo tof maakt, is dat het spel op zichzelf staat. De game heeft – ondanks de vele verwijzingen – een eigen smoelwerk, loopt ontzettend soepel en voelt dankzij de vele combo’s en aanvallen modern aan. De levels zijn grotendeels uniek en nieuw, maar zo nu en dan kan Tribute Games het toch niet laten een level te presenteren dat rechtstreeks uit een andere game lijkt te komen (zoals een prehistorisch level uit Turtles in Time). Deze mix van oud en nieuw zorgt voor een gevarieerde selectie aan levels.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Verwijzingen naar andere titels

Niet alleen bepaalde levels verwijzen naar oudere titels, ook sommige moves doen dat. Zo kun je vijanden vastgrijpen en op verschillende manieren door het level gooien. Je werpt ze naar de camera en je pakt ze op alsof je de Hulk bent die Loki rondsmijt. Daarnaast valt op dat de one-liners die de Turtles gedurende de game gebruiken soms direct uit andere games vandaan komen, bijvoorbeeld wanneer je in een put valt. Niet alle spelers zullen deze verwijzigingen meekrijgen meekrijgen, maar de oudere spelers kunnen dit des te meer waarderen.

Zet je de nostalgische bril af, dan komen de minpunten wat duidelijker naar voren. De audiokwaliteit laat soms wat te wensen over en soms kan het lastig zijn om je positie te bepalen ten opzichte van de vijand. Ook lastig is dat je jezelf op het scherm kunt verliezen in de chaotische multiplayer voor zes mensen. Verder stuwt Shredder’s Revenge het genre nergens vooruit, maar dat is in dit geval ook alles behalve noodzaak. Het spel is – of je het nou alleen of met vrienden in de huiskamer of op de headset speelt – simpelweg te leuk.

Uitstekend
Plus- en minpunten
  • Ouderwetse gameplay
  • Mooie pixelstijl
  • Oorspronkelijke stemacteurs
  • Uitdagende gameplay
  • Twee modi
  • Coöperatieve multiplayer
  • Verwijzingen
  • Multiplayer kan chaotisch en overweldigend zijn
  • Matige audiokwaliteit
  • Gebrekkige positiebepaling van spelers
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.