ID.nl logo
Fifa 18 - Geweldig voetbal voor iedereen
© Reshift Digital
Huis

Fifa 18 - Geweldig voetbal voor iedereen

Vorig jaar lag de nadruk bij Fifa vooral op de introductie van de Frostbite Engine, dit jaar kon de EA weer ouderwets bijschaven en finetunen. Het is dan ook fijn om te zien dat bekende minpunten van vorig jaar succesvol zijn aangepakt voor Fifa 18. Op het gras is Fifa 18 simpelweg aangenamer om te spelen door wat kleine tweaks in het speltempo en de manier waarop je medespelers zich gedragen.

Vorig jaar waren vleugelspelers een behoorlijke doorn in het oog. Enerzijds trokken ze te veel naar binnen waardoor de Hollandse school met een 4-3-3-formatie nauwelijks tot zijn recht kwam. Anderzijds won snelheid het altijd van spierkracht waardoor rappe vleugelspelers met wat slimmigheden wel te misbruiken waren om eenvoudig voorbij je tegenstander te komen. Dat is nu allebei minder het geval. Spelers vullen hun rol wat logischer in en met een 4-3-3-opstelling ontstaan er precies die driehoekjes waar Johan Cruijff altijd zo over elaboreerde. Tegelijkertijd hebben vleugelspelers nét even wat meer tijd nodig om op stoom te komen, waardoor je als verdedigende partij de gelegenheid krijgt om in te grijpen. Is Robben, Messi, of zelfs Justin Kluivert echter weg, dan heb je het nakijken—maar dat is in het echt natuurlijk ook zo.

©PXimport

Fijn tempo

Dat korte moment dat je de gelegenheid krijgt aan de noodrem te trekken, komt mede voort uit het fijne tempo van Fifa 18. Dat ligt ietsje lager dan vorig jaar, waardoor je net iets meer de gelegenheid hebt om uit te kiezen of je de bal kopt, volleyt of toch eerst aanneemt, of dat je tijdens een dribbel nog een extra stapje zet en zo een tegenspeler fysiek passeert alvorens de bal door te spelen. Tegelijkertijd kun je met de juiste aanname, passjes op maat of dus de juiste vleugelspeler weldegelijk de boel versnellen waardoor Fifa 18 geen moment stroperig aanvoelt. EA weet wat tempo betreft echt de juiste snaar te raken, waardoor Fifa 18 even spectaculair als realistisch is.

Als we écht spijkers op laag water gaan zoeken, gaan ballen vanaf een afstand er soms wel erg makkelijk in en wordt zeker in een multiplayerpotje het aluminium bovengemiddeld vaak geraakt. Misschien dat de meter dus soms net wat meer uitslaat naar spektakel.

©PXimport

Makkelijker kunnen we het niet maken

Ook buiten het pure veldspel heeft EA ingegrepen. Zo kun je nu snelle wissels toepassen iedere keer als het spel stilligt, zonder dat je daarvoor naar het pauzemenu hoeft. Standaard worden er wissels voorgesteld op basis van vermoeidheid, wat vooral in de multiplayer een erg fijne manier is om je team fit en fris te houden. Je kunt echter ook zelf maximaal drie snelle wissels vooraf instellen wat vooral weer handig is in de carrièremodus. Zo kun je iedere wedstrijd makkelijker jeugdspelers ervaring op laten doen, of een pinchhitter inbrengen als je een doorbraak moet forceren.

Ook een leuke toevoeging is de ‘Trainer Indicator’ in herhalingen. Hierdoor zie je met pijlen en strepen wat je precies op je controller invoerde en hoe zich dat vertaalde naar de game. Gebeurt het je dus vaak dat je de bal het stadion uit knalt terwijl je steeds verwacht de touwen te zien trillen, dan kun je nu in de herhaling precies zien wat er fout ging. Maar druk je bijvoorbeeld twee keer op rondje voor een schot over de grond, dan zie je grappig genoeg ook even kort hoe hoog je bal zou zijn gegaan als je een normaal schot uitvoerde. De Trainer Indicator is dus zeker een interessant systeem voor wie zijn innerlijke Jan van Halst op de vrije loop wil laten.

Een ander prominent minpunt is niet aangepakt. The Journey wordt nog steeds geplaagd door laadschermen, menu’s en andere rompslomp zoals de saaie trainingssessies die de vaart uit deze modus halen. Dat is erg jammer, want het idee van een jongensdroom najagen en doorbreken als profvoetballer blijft leuk. Net als vorig jaar is de uitvoering verder voldoende, en is het vooral grappig om je bewust als arrogante galbak (inclusief overdadige tatoeages en kleding) te gedragen, of juist als de voorbeeldige prof die altijd het team boven zichzelf stelt. Wel is het wederom jammer dat je vrij weinig invloed op het verloop van het verhaal hebt, al is het logisch dat de tussenfilmpjes waar onder andere Rio Ferdinand, Cristiano Ronaldo en Thierry Henry aan meewerkten (en overigens vrij belabberd stemwerk leveren) een bepaald verloop dicteren.

©PXimport

Compleet pakket

Los van de stroperigheid bij The Journey valt er eigenlijk maar weinig te klagen over Fifa 18. Scheidsrechters doen hun werk en zijn zelden op een fout te betrappen, al fluiten ze soms iets te snel voor een simpele schouderduw. Grafisch scoort Fifa 18 hoog. Zo hoog dat op een zonnige speeldag het veld overbelicht is als je op dat moment in de schaduw speelt, waardoor je soms nauwelijks je teamgenoten kunt zien. Het geeft Fifa net dat beetje extra realisme mee.

Los van het jaarlijks terugkerende manco van eredivisiespelers die in de verste verte niet op hun realistische evenknie lijken, biedt Fifa 18 een extreem compleet pakket. Fifa Ultimate Team, de carrièremodus voor spelers en trainers, The Journey, onlinecompetities, live-updates en vrouwenelftallen waaronder onze eigen Leeuwinnen (die overigens wél lijken, in tegenstelling tot de eredivisiespelers); Fifa 18 biedt voor ieder wat wils. Van de casual speler die na afgelopen EK eens met Lieke Martens en Jackie Groenen wil spelen, tot FUT-heads die hun ultieme team willen samenstellen, verbeten supporters die Ajax of PSV een langer Europees avontuur hadden gegund dit jaar, en voetbalfanitici die vooral een realistische benadering van voetbal zoeken. Fifa 18 is de veiligste keuze dit je dit jaar kan maken.

Fifa 18 is vanaf 29 september beschikbaar op pc, Xbox One, PlayStation 4, Xbox 360 en PlayStation 3. Voor deze recensie is de game gespeeld op een PS4 Pro. De recensie is gebaseerd op de offlineversie van de game.

Uitstekend
Conclusie

**Uitgever:** EA **Prijs:** €64,99 **Genre:**Sport **Platform:**PS3, PS4, Xbox 360, Xbox One, pc, Switch **Website:**[fifa.com](https://www.easports.com/fifa/fifa-18-cristiano-ronaldo)

Plus- en minpunten
  • Lekker tempo
  • Veldbezetting
  • Nuttige toevoegingen
  • Veel modi en teams
  • Teveel rompslomp in The Journey
  • Scheids wat streng
  • Eredivisiespelers lijken niet
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.