ID.nl logo
Snuffelen bedrijven straks door je banksaldo?
© Reshift Digital
Huis

Snuffelen bedrijven straks door je banksaldo?

Mag Google snuffelen in je bankafschriften? Die vraag lijkt absurd, maar vanaf volgend jaar gelden er nieuwe regels. Banken zijn dan verplicht derde partijen toegang te geven. Dat werpt de vraag op wie er bij je gegevens mogen komen.

Het zegt je misschien nog weinig, maar de gemiddelde bankier krijgt klamme handjes van de afkorting PSD2. Toegegeven, een wat saaie afkorting ... maar de Europese invoering van de ‘Payment Service Directive’ kan grote gevolgen hebben. Niet alleen voor banken, ook de consument zal er veel van merken.

Bankgegevens delen

Wat gaat er veranderen? Banken zijn vanaf volgend jaar verplicht om informatie over je transacties te delen met derde partijen, mits je daar toestemming voor hebt gegeven. Consumenten kunnen toestemming geven voor eenmalig of continu gebruik. Financiële instellingen zijn verplicht om de informatie kosteloos beschikbaar te stellen aan derden. De invoering van de nieuwe regels is vertraagd, maar verwacht wordt dat ze in januari 2019 alsnog van kracht worden (de Nederlandse Bank kon desgevraagd geen exacte datum geven).

De invoering van PSD2 kan grote gevolgen hebben. Het maakt allerlei nieuwe diensten mogelijk, bijvoorbeeld websites die financiële informatie bundelen. Door in te loggen op zo’n site, ziet de consument in één oogopslag hoe hij er financieel voor staat. De websites kunnen zelfs de financiële handel en wandel van consumenten analyseren en adviezen geven. Stel dat iemand ruimte heeft om te sparen? Met een druk op de knop krijgt hij een voorstel van de bank met de hoogste rente.

Kritiek

Er is veel kritiek op de plannen. Privacy-activisten verwijzen naar de dagelijkse praktijk van Facebook waar het mogelijk is om diensten te koppelen. Verbind een sport-app zoals Runkeeper met het sociale netwerk en je vrienden krijgen te horen hoe snel je laatste rondje was. Maar die informatie wordt ook gedeeld met commerciële partijen. Bij het maken van een koppeling is vaak niet duidelijk welke gegevens er precies worden gedeeld en met wie. Bovendien vergeten veel mensen na verloop van tijd dat zo’n koppeling bestaat, terwijl die wel actief blijft.

©CIDimport

“Ook bij PSD2 is er het risico dat consumenten niet goed weten wat er met de informatie gebeurt,” zegt directeur Jaap-Henk Hoepman van het Privacy & Identity Lab. Dat websites eerst een vergunning moeten hebben voordat ze een koppeling mogen maken, met banken stelt Hoepman niet gerust. “Zo’n vergunning mag in ieder Europees land zijn afgegeven. Het land dat de vergunning verleent, is verantwoordelijk voor de handhaving. Niet iedere Europese lidstaat zal even strikt zijn bij de controle.”

PSD2 is een Europees initiatief. “Het doel is om concurrentie te bevorderen”, legt Erik Driessen van The Moneyer uit. Zijn bedrijf ontwikkelt een digitaal kasboekje. Precies het soort diensten waar Europa op uit is, want volgens de Europese Commissie zijn banken op dit moment niet innovatief genoeg. De nieuwe regels moeten zogeheten fintech-bedrijven ertoe aansporen om vernieuwende diensten te ontwikkelen. Hoewel de nieuwe regels nog niet zijn ingevoerd, toont The Moneyer nu al informatie over bankrekeningen, creditcards, PayPal en pensioen. Driessen: “Als PSD2 er is, wordt het allemaal een stuk makkelijker.”

Meerdere financiële dashboards 

The Moneyer is niet het enige bedrijf dat een digitaal kasboekje ontwikkelt voor consumenten. Ook Cashflow Online en AFAS Personal zijn voorbeelden. Ze tonen actuele saldo’s van je bankrekeningen en brengen automatisch in kaart waar je geld heen gaat.

Bij sommige aanbieders kun je zelfs je uitgaven vergelijken met andere gebruikers. Zo weet je snel of je meer dan gemiddeld geld uitgeeft aan bijvoorbeeld vakantie, energie of boodschappen. Overigens heeft The Moneyer niet alleen een site gericht op consumenten. Het bedrijf ontwikkelt ook vergelijkbare diensten in opdracht van banken en andere financiële instellingen.

©CIDimport

Omslachtig

Het enthousiasme van Driessen over de nieuwe bankregels is begrijpelijk. De dienst moet nu op omslachtige wijze banktransacties importeren. “Wij vragen klanten een speciale browserplug-in te installeren, waarna ze bij de bank kunnen inloggen om de gegevens over te hevelen. Om de informatie actueel te houden, moet iemand regelmatig inloggen bij de bank”, vertelt Driessen. “Met PSD2 volstaat een eenmalige koppeling, waarna de informatie automatisch actueel blijft.”

Zo’n online dashboard klinkt leuk, maar het blijft de vraag wat er allemaal met de financiële gegevens zal gebeuren. Bescherming van de privacy is een gevoelig punt. Dat bleek enkele jaren geleden toen ING gerichte aanbiedingen wilde doen op basis van het bestedingspatroon van klanten. De negatieve reacties stroomden binnen. De PR-afdeling draaide overuren om reputatieschade te beperken. Er kwam een excuusbrief en van het plan is nooit meer wat vernomen.

Ook betalingsverwerker Equens kwam onder vuur te liggen toen het gegevens over pinbetalingen wilde doorverkopen. Winkeliers zouden kunnen analyseren waar klanten hun inkopen doen en welke bedragen zij bij concurrenten uitgeven. De publieke verontwaardiging was groot. Ook dit plan werd snel ingetrokken.

Facebook en Google

Al kwamen ING en Equens er in het verleden niet mee weg, toch is de verwachting dat het commercieel uitventen van betaalgegevens er wel aan zit te komen. “Grote Amerikaanse bedrijven hebben interesse in deze markt”, zegt Bart den Hollander van het online huishoudboekje CashFlow Online.

Hij benadrukt dat zijn bedrijf geen plannen heeft in die richting, maar andere bedrijven zullen hun diensten wel gratis willen aanbieden in ruil voor klantgegevens. Om aan te geven hoe verleidelijk het is om data te delen, geeft hij een voorbeeld: “Een hypotheekverstrekker kan toegang vragen tot financiële gegevens. Als daaruit blijkt dat de klant zijn financiën op orde heeft, kan zo’n instelling korting geven op de hypotheekrente.”

©CIDimport

Er wordt veel gespeculeerd over welke bedrijven zich op deze markt zullen storten. Voor de hand liggende namen zijn Facebook en Google. Financiële informatie kan voor hen een interessante aanvulling zijn op gegevens die ze toch al hebben over talloze consumenten. Maar Driessen heeft zijn twijfels. “Er gelden zeer strenge regels die bovendien vaak per land verschillend zijn. Het is de vraag of ze daar zin in hebben.”

Andere bedrijven zijn al wel druk met de voorbereidingen. Driessen: “Iedereen in de financiële sector is ermee bezig. De gevolgen van PSD2 zijn moeilijk in te schatten. Tot nu toe waren banken verantwoordelijk voor de hele keten: ze ontwikkelden het product en gaven toegang. PSD2 zorgt voor een fundamentele wijziging.

De financiële dienstverlening verandert in een platformindustrie. Dat is eerder gebeurd bij muziek en video, waar Spotify en Netflix de rol van distributeur op zich hebben genomen. Ik verwacht dat er in Europa op termijn een stuk of vijf bedrijven zullen overblijven die met hun platform zorgen voor toegang tot alle financiële diensten. Daardoor schuift de rol van banken wat meer naar de achtergrond.”

Toezicht

Om de gevolgen van PSD2 in goede banen te leiden, is een aantal instanties verantwoordelijk voor het toezicht. De Nederlandsche Bank (DNB) verleent vergunningen en is de voornaamste toezichthouder op betaaldienstverleners. Ook de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) en Autoriteit Consument en Markt (ACM) houden als respectievelijk privacy- en mededingingstoezichthouder toezicht. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) let met name op de informatieverstrekking. Desgevraagd wijst de AFM op risico’s die samenhangen met het verzamelen van transactiegegevens. 

“Het kan voor consumenten onduidelijk zijn waarvoor opgevraagde gegevens worden gebruikt”, zegt woordvoerder Michiel Gosens. “Ook mogen diensten geen misbruik maken van de toestemming die ze hebben voor het inzien van betaalgegevens”, vervolgt hij. Gosens wijst erop dat diensten zelf kunnen kiezen in welk land ze een vergunning aanvragen.

“Het wordt een uitdaging voor toezichthouders om ervoor te zorgen dat alle lidstaten op dezelfde wijze toezicht houden. Het mag bijvoorbeeld niet in de ene lidstaat gemakkelijker zijn om een vergunning te krijgen dan in de andere. Anders is er het risico dat kwalitatief minder goede spelers de lidstaat kiezen die het minst streng is bij het verlenen van vergunningen. Het kan ook gebeuren dat lidstaten terughoudend zijn in het aanpakken van fintech-spelers omdat ze zich willen profileren als centrum van innovatie in Europa.

Tekst: Dirkjan van Ittersum

▼ Volgende artikel
Microsoft Gaming-baas Phil Spencer en Xbox-president Sarah Bond vertrekken
Huis

Microsoft Gaming-baas Phil Spencer en Xbox-president Sarah Bond vertrekken

Microsoft Gaming-ceo Phil Spencer en Xbox-directeur Sarah Bond vertrekken bij het Amerikaanse bedrijf.

Dat hebben verschillende media vernomen, en Spencer zelf heeft het inmiddels ook bevestigd via social media. Daarbij publiceerde IGN ook interne e-mails van Microsoft's ceo Satya Nadella, de te vertrekken Spencer en de nieuwe Microsoft Gaming-ceo Asha Sharma en Matt Booty.

Naar verwachting vertrekt Spencer, die bijna veertig jaar bij Microsoft werkzaam was, aanstaande maandag. Xbox-president Sarah Bond - waarvan voorheen werd gedacht dat ze Spencer uiteindelijk zou vervangen - gaat ook weg. Asha Sharma is op dit moment nog de president van Microsofts CoreAI en gaat dus Microsoft Gaming bestieren. Matt Booty, het hoofd van Xbox Game Studios, wordt gepromoot naar chief content officer en zal nauw samenwerken met Sharma.

"Afgelopen najaar deelde ik met Satya dat ik nadacht over mijn vertrek en het beginnen aan het volgende hoofdstuk van mijn leven", zo stelt Spencer in zijn e-mail. "Vanaf dat moment gingen we aan de slag met onze aanpak, met het oog op het behoud van stabiliteit en het versterken van de fundering die we hebben gebouwd. Xbox is altijd meer dan een bedrijf geweest. Het is een levendige gemeenschap bestaande uit spelers, makers en teams die erg veel geven om wat we bouwen en hoe we dat doen. Het verdient een goed doordacht plan voor de toekomst."

"Ik wil Phil bedanken voor zijn uitzonderlijke leiderschap en samenwerking", aldus Nadella in zijn e-mail naar werknemers. "In meer dan 38 jaar bij Microsoft, waaronder 12 jaar aan het hoofd van de gamedivisie, heeft Phil geholpen met het transformeren van wat we doen en hoe we dat doen."

View post on X

De nieuwe Microsoft Gaming-ceo aan het woord

Sharma, de nieuwe ceo van Microsoft Gaming, meldt in haar e-mail: "Mijn eerste taak is simpel: begrijpen hoe dit werkt en het vervolgens beschermen. Dat begint bij drie verplichtingen. Ten eerste geweldige games - daar begint alles mee. We moeten geweldige games hebben die door onze spelers geliefd worden." Vervolgens vertelt Sharma over het belang van onvergetelijke personages, de macht geven aan ontwikkelstudio's en iconische franchises.

"Ten tweede: de terugkeer van Xbox. We verbinden ons opnieuw aan onze trouwe Xbox-fans en -spelers, die de afgelopen 25 jaar in ons hebben geïnvesteerd, en de ontwikkelaars waar we de uitgebreide universa en ervaringen die onze spelers wereldwijd omarmen mee hebben gebouwd. We zullen onze afkomst eren met een vernieuwde inzet voor Xbox, te beginnen bij de console, die heeft gevormd wie we zijn." Sharma benadrukt daarbij dat games tegenwoordig op meerdere apparaten te vinden zijn, en spreekt uit dat Microsoft zich niet wil limiteren aan één apparaat. "Terwijl we uitbreiden op pc, mobiel en cloud, moet Xbox naadloos, onmiddellijk en waardig voor de gemeenschappen die we serveren voelen."

Het derde punt van Sharma is "de toekomst van spelen. We nemen de heruitvinding van spelen waar. Daarom zullen we investeren in nieuwe zakenmodellen en nieuwe manieren om te spelen door gebruik te maken van wat we al hebben: iconische teams, personages en werelden waar mensen van houden. Maar we zullen die werelden niet behandelen als statische IP om uit te melken en geld uit te onttrekken. We bouwen een gedeeld platform en gereedschappen die ontwikkelaars en spelers de macht geven om hun eigen verhalen te creëren en delen."

Over Spencer en de staat van Xbox

Phil Spencer werd in 2014 hoofd van Xbox, toen hij de opdracht had Xbox One van een gebrekkige release het jaar ervoor te redden. Tijdens die consolegeneratie werd onder andere het populaire Xbox Game Pass gelanceerd. Dankzij onder andere die service en zijn veelvuldige interviews werd hij al snel populair onder gamers.

Na de Xbox Series X en S-release in 2020 begon de mening over Spencer om te slaan, vooral gevoed door de veranderingen rondom Xbox als merk. Sinds enkele jaren komen de spellen van Xbox-ontwikkelaar zelfs vaak ook op andere platforms uit - bijvoorbeeld op PlayStation 5 en Nintendo Switch. Tegelijkertijd loopt de verkoop van de huidige Xbox Series X en S-consoles flink terug. Spencer zelf verscheen de afgelopen jaren steeds minder vaak in interviews, en ook de vele ontslagrondes en studiosluitingen binnen de Xbox-divisie zorgden voor reputatieschade.

Tegelijkertijd werden onder Spencers leiding grote aankopen als Bethesda en Activision Blizzard gedaan, bekend van gamefranchises als The Elder Scrolls, Fallout en Call of Duty.

Microsoft heeft eerder laten weten aan een nieuwe console te werken, die de grenzen tussen consoles en pc moet vervagen. Voor zover bekend wordt dit een apparaat die in feite pc-games af gaat spelen, alsmede Xbox-games, en waarop verschillende digitale pc-winkels bereikbaar zullen zijn - en dus niet alleen die van Microsoft zelf.

Het vertrek van twee belangrijke kopstukken binnen Microsofts gamedivisie is opvallend, zeker in combinatie met het feit dat de gametak van het bedrijf schijnbaar in een transitieperiode zit. Ook het feit dat de nieuwe ceo van Microsoft Gaming van CoreAI afkomt, houdt de gemoederen onder gamers bezig. Microsoft zet groots in op kunstmatige intelligentie, maar onder gamers heerst vooral onvrede over de invloed die AI tegenwoordig heeft op hun hobby. Sharma benadrukte in haar interne e-mail echter dat Xbox zich niet gaat richten op "zielloze AI-slop".

▼ Volgende artikel
Het geheugen van je computer: dit is het verschil tussen DDR4 en DDR5
© Ayo man | Law of God
Huis

Het geheugen van je computer: dit is het verschil tussen DDR4 en DDR5

Toen je je laptop kocht, keek je waarschijnlijk vooral naar de processor, de grafische chip en hoeveel GB werkgeheugen erin zit. Of dat werkgeheugen DDR4 of DDR5 is, is voor de meeste mensen geen doorslaggevende factor. Toch is het wel handig om te weten wat de verschillen zijn tussen DDR4, dat je vooral in oudere laptops tegenkomt, en DDR5, dat bij nieuwe modellen meestal de standaard is. DDR5 kan per seconde meer data verwerken dan DDR4. Wat dat verschil betekent en wanneer extra gigabytes meer opleveren dan de stap naar DDR5, lees je in dit artikel.

In dit artikel

je leest wat DDR4 en DDR5 precies van elkaar onderscheidt, wanneer je dat verschil in snelheid en energieverbruik echt merkt en waarom het voordeel van DDR5 ten opzichte van DDR4 bij gamen vaak beperkt blijft. Ook leggen we uit waarom DDR4 niet automatisch meer de goedkope keuze is, waarom je DDR4 en DDR5 niet kunt uitwisselen en wat dat betekent voor upgraden bij laptops en desktops. Tot slot lees je hoe je op Windows en Mac snel checkt of je meer RAM nodig hebt.

Lees ook: RAM(p)-scenario: waarom tech in 2026 duurder wordt

De techniek achter DDR4 en DDR5

Het grootste verschil tussen DDR4 en DDR5 zit in de datasnelheid en bandbreedte. Zie het als een digitale weg: DDR4 is een prima route waar het verkeer netjes doorrijdt, DDR5 is een bredere snelweg waar per seconde meer data overheen kan. Daardoor hoeft de processor bij zware taken waarbij veel data heen en weer gaat (denk bijvoorbeeld aan videobewerking) minder vaak te wachten op nieuwe informatie. Let wel: die extra 'rijstroken' leveren pas winst op als je processor, grafische chip en software er ook echt gebruik van maken. Bij lichte taken, zoals browsen en tekstverwerken, is werkgeheugenbandbreedte zelden de bottleneck. Gaat dat langzaam, dan heeft dat eerder te maken met de processor, opslag, of de browser.

DDR5 kan ook helpen met het energieverbruik, omdat het op een lagere spanning werkt: 1,1 volt in plaats van 1,2 volt bij DDR4. In een laptop kan dat iets schelen, al hangt het effect af van wat je doet en hoe de rest van het systeem is opgebouwd. Daarnaast zit bij DDR5 een deel van de stroomregeling op de geheugenmodule zelf. Dat kan de stroomvoorziening stabieler maken, maar het maakt de module ook wat complexer om te produceren.

Wat biedt DDR5 in de praktijk?

DDR5 komt vooral tot zijn recht bij taken die veel werkgeheugenbandbreedte vragen, zoals 8K videobewerking of complexe simulaties. Daarbij blijft de processor (en soms de GPU) meestal de doorslaggevende factor: die bepaalt of je systeem zo'n klus überhaupt vlot aankan. DDR5 kan helpen om wachttijd te verminderen, maar het maakt een trage CPU niet ineens snel. Een ander voordeel is dat je per module hoge capaciteiten kunt halen. Voor zware desktop-werkstations zijn systemen met 256 GB aan werkgeheugen inmiddels realiteit. Bij laptops ligt die grens doorgaans lager, vaak rond de 128 GB, omdat ze meestal minder geheugenslots hebben. Bovendien is het werkgeheugen bij veel modellen vastgesoldeerd, waardoor je later niet kunt uitbreiden.

©Batorskaya Larisa

DDR5 voor gamers: nodig of niet?

Voor gamers blijft het voordeel van DDR5 vaak beperkt. In veel games gaat het om een klein verschil, en op 1440p of 4K zie je dat meestal nog minder terug omdat je dan eerder tegen de grens van de videokaart aanloopt dan tegen die van het werkgeheugen. Ook hier geldt: de keuze voor CPU en vooral GPU bepaalt je gameprestaties veel sterker dan de stap van DDR4 naar DDR5. Dat verschil tussen DDR4 en DDR5 is onderzocht in een vergelijkingstest van de gezaghebbende site Tom's Hardware. Daarbij ging het bijvoorbeeld om 3% verschil in gameprestaties in Assassin's Creed Valhalla, 2% in Far Cry 6, Tom Clancy's Ghost Recon Breakpoint, Watch Dogs: Legion en Borderlands 3, en 1% in Shadow of the Tomb Raider en Wolfenstein: Youngblood.

©Crystal Dynamics

Het verschil tussen RAM en opslag

Veel mensen halen werkgeheugen (RAM) en opslaggeheugen (SSD of HDD) door elkaar, terwijl ze iets heel anders doen: RAM is het korte-termijngeheugen waarin de gegevens staan van programma's die je nú gebruikt, waardoor je met meer RAM makkelijker en sneller tussen meerdere apps schakelt, maar zodra je de computer uitzet is dit geheugen weer leeg. Opslaggeheugen is juist het lange-termijngeheugen waarop je foto's, documenten en andere bestanden blijven staan, ook als er geen stroom is.

Is een laptop met DDR4 nog goed genoeg?

Ja, voor de meeste Nederlanders is een laptop met DDR4 nog steeds goed genoeg. Gebruik je hem vooral voor internetten, Netflix kijken, Microsoft Office en af en toe een simpele fotobewerking, dan merk je in de praktijk nauwelijks verschil tussen DDR4 en DDR5. Bij laptops is DDR4 of DDR5 bovendien vaak geen losse keuze: het hangt samen met de generatie processor die in het model zit.

DDR5 kan wel voordeel geven bij zwaardere taken waarbij de computer grote hoeveelheden data tegelijk moet verwerken, maar dat wordt pas echt interessant als je met zware programma's werkt, of als je games zo soepel mogelijk wilt laten lopen - ervan uitgaande dat je CPU en GPU die werklast ook aankunnen. Denk aan situaties waarin je merkt dat je laptop moeite heeft om alles bij te houden, ook al staat de beeldkwaliteit niet eens extreem hoog. In veel situaties blijft het verschil klein. Belangrijker is vaak de hoeveelheid werkgeheugen: 16 GB voelt meestal merkbaar fijner dan 8 GB, ongeacht of het DDR4 of DDR5 is.

DDR4 is niet meer vanzelfsprekend goedkoop

Lange tijd was DDR4 de slimme, goedkope keuze als je vooral op de prijs lette: het verschil met DDR5 was groot. Door de huidige tekorten klopt dat beeld minder. DDR4-geheugen is flink duurder geworden; in sommige gevallen is de prijs zelfs meer dan verdubbeld. DDR5 is ook duurder geworden, maar omdat de productie van DDR4 wordt afgebouwd, kan DDR4 relatief harder in prijs oplopen. Daardoor ligt DDR4 in veel gevallen dichter tegen DDR5 aan dan je zou verwachten. Wie nu een nieuw systeem koopt, is met DDR4 vaak nog steeds het minst kwijt, alleen is 'goedkoop' bij werkgeheugen momenteel een rekbaar begrip.

©ronstik

Upgraden: wat wel en niet kan

DDR4 en DDR5 zijn nooit onderling uitwisselbaar, ook niet in een desktop. De inkeping zit op een andere plek en het platform moet het juiste type werkgeheugen ondersteunen. Je kunt dus geen DDR5 plaatsen in een systeem dat voor DDR4 is gemaakt, en andersom ook niet.

Bij laptops betekent dit meestal dat als je wilt overstappen op DDR5 je een nieuwe laptop zult moeten kopen. Veel laptops hebben namelijk geen uitbreidbaar werkgeheugen meer: de geheugenchips zitten voor ruimte- en kostenbesparing op het moederbord gesoldeerd, en bij sommige ontwerpen zelfs in hetzelfde pakket als de processor. Dan kun je later niets meer bijprikken. Dat is ook precies waarom DDR4 vs DDR5 bij laptops zelden de hoofdvraag is: je kiest een model, en daar hoort dit type geheugen bij.

Bij een desktop heb je vaak meer speelruimte, maar ook daar is het geen kwestie van alleen de geheugenmodules wisselen. Wil je van DDR4 naar DDR5, dan heb je een moederbord nodig dat DDR5 ondersteunt, en vaak ook een processor die bij dat moederbord past. Heb je vooral te weinig werkgeheugen (bijvoorbeeld 8 of 16 GB) en merk je dat je pc daardoor traag wordt, dan is extra DDR4 bijplaatsen meestal de goedkoopste verbetering. Pas als je toch al toe bent aan een grotere upgrade van je pc, wordt de stap naar DDR5 logisch.

Wanneer moet je echt upgraden?

Echt upgraden is pas zinvol als je merkt dat je huidige machine niet meer probleemloos werkt bij zware klussen zoals grote fotobestanden bewerken, video's monteren of veel dingen tegelijk doen. Heb je nu een laptop met 16 GB of 32 GB DDR4 die nog vlot werkt? Blijf die dan vooral gebruiken zolang de prijzen zo hoog liggen. Twijfel je, kijk dan eerst wat de oorzaak van de mindere prestaties is: zit je werkgeheugen tegen zijn limiet, of zijn het vooral je processor of GPU die de klus niet bijbenen?

Zo controleer je of je extra RAM nodig hebt

Voordat je besluit om een flinke investering te doen in een nieuw systeem of extra geheugen, is het slim om te kijken hoe je huidige computer presteert onder druk. Je kunt dit eenvoudig zelf testen op zowel Windows als Mac.

Windows

Open eerst de programma's die je normaal gesproken tegelijk gebruikt, zoals je browser met veel tabbladen, Word en een videocall. Druk daarna op Ctrl + Shift + Esc om Taakbeheer te openen. Ga naar het tabblad Prestaties en klik op Geheugen. Kijk vervolgens naar de grafiek en het percentage dat in gebruik is: blijft dat langere tijd rond de 80 tot 90 procent hangen terwijl je gewoon je dagelijkse werk doet, dan zit je tegen de grens van je werkgeheugen aan. Dat merk je vaak aan kleine haperingen, zoals tabbladen die trager laden of apps die later reageren. Zie je tegelijk dat je pc veel met de schijf bezig is, bijvoorbeeld omdat programma's ineens langzamer worden terwijl je opslaglampje blijft knipperen, dan is de kans groot dat Windows tijdelijk data op de SSD parkeert omdat het werkgeheugen volloopt.

Apple

Open je gebruikelijke programma's en druk daarna op Command + Spatiebalk. Typ Activiteitenweergave en druk op enter. Klik bovenin op het tabblad Geheugen en kijk onderaan naar de grafiek bij Geheugendruk. Is die groen, dan is er niets aan de hand. Wordt de grafiek geel of rood, dan heeft je Mac meer geheugen nodig om alles vlot te blijven draaien. Let ook op Gebruikte swap: als dat oploopt tot meerdere gigabytes, dan is je werkgeheugen in de praktijk te krap.