ID.nl logo
Review Apple Mac mini (2024) – Compacte krachtpatser
© Jeroen Boer - ID.nl
Huis

Review Apple Mac mini (2024) – Compacte krachtpatser

Alle Macs hebben sinds de overgang naar Apples eigen chips inmiddels een fraaie make-over gekregen. Op één uitzondering na: de Mac mini had tot voor kort nog altijd hetzelfde ontwerp dat we al sinds 2011 kennen. Dat verandert met de vernieuwde Mac mini met M4-processors. Behalve nieuwe krachtigere chips is ook de behuizing flink aangepakt en een stuk kleiner geworden. Is de Mac mini hiermee nog steeds een prima mini-pc?

Fantastisch
Conclusie

Hoewel de Mac mini al een prima desktop-pc was, heeft Apple hem in 2024 met het nieuwe ontwerp nog beter gemaakt. Eindelijk krijg je aansluitingen op de voorkant en is de computer van minimaal 16 GB RAM voorzien. Voor de instapconfiguratie betaal je nog steeds 719 euro en daarmee krijg je een computer waarop je gewoon alles soepel kunt doen voor thuisgebruik. De M4-processor is vergeleken met de M2 en M3 een razendsnelle chip en voor wie nog meer kracht nodig heeft, is er de M4 Pro. Wij zouden gewoon voor een Mac mini met M4 gaan. Alleen de opslagcapaciteit van 256 GB is in de instapconfiguratie wellicht wat krap als je met grote bestanden werkt. Uiteraard kun je de Mac mini bij aanschaf upgraden, maar daar betaal je hoge prijzen voor. De aanwezigheid van genoeg snelle usb-c-poorten maakt ook uitbreiden met een flink goedkopere externe ssd prima mogelijk.

Plus- en minpunten
  • Aansluitingen op voorkant
  • Compact ontwerp
  • Veel sneller dan voorgangers
  • Eindelijk 16 GB RAM standaard
  • Kan luidruchtiger dan voorganger zijn
  • Upgrades zijn prijzig
  • Misschien mis je usb-a
  • Aan-uitschakelaar op onderkant vreemd

De Mac mini was eind 2020 een van de eerste Macs die overging naar Apples eigen ARM-processors. Aan het uiterlijk veranderde toen niks: de Mac mini met M1-processor zag er precies hetzelfde uit als zijn Intel-voorgangers in een ontwerp dat Apple al sinds 2011 gebruikte. Ook de introductie van de Mac mini met M2-processor was vorig jaar geen reden tot een nieuw ontwerp, terwijl alle andere Macs met een eigen processor zoals de MacBook Air, iMac en MacBook Pro inmiddels wél van een fris nieuw ontwerp waren voorzien. Driemaal is kennelijk ook bij Apple scheepsrecht, want voor de nieuwe Mac mini met M4-processor voorziet Apple zijn goedkoopste Mac eindelijk van een totaal nieuw ontwerp.

©Jeroen Boer - ID.nl

Op de Mac mini sluit je je eigen toetsenbord, muis en beeldscherm aan.

Op de Mac mini sluit je je eigen toetsenbord, muis en beeldscherm aan.

Zoveel kleiner

Het basisidee blijft hetzelfde: de Mac mini is een compact aluminium kastje waarop je je eigen beeldscherm en invoerapparatuur aansluit. Vergeleken met de vorige Mac mini zijn de afmetingen echter een stuk compacter. Waar de vorige Mac mini 19,7 x 19,7 x 3,58 cm mat, is dat nu slechts 12,7 x 12,7 x 5 cm. De computer is dus iets hoger, maar neemt wel veel minder ruimte op je bureau in beslag (zo'n 41,6 procent van het vorige model). Alle aansluitingen (waarover we verderop meer vertellen) vind je op de voor- en achterkant. Op die achterkant was kennelijk geen plek voor de aan-uitschakelaar, want die is onderop geplaatst. Een beetje vreemde keuze, want hoewel veel gebruikers een Mac niet zullen uitschakelen of aanzetten via het toetsenbord, heb je de knop soms toch nodig. Indrukken kan niet zonder de hele Mac op te tillen en dat voelt toch beetje als een compromis. Ondanks de compacte afmetingen is ook de voeding ingebouwd; een soepel netsnoer zonder randaarde is alles dat nodig is voor de stroomvoorziening.

©Jeroen Boer - ID.nl

De aan-uitschakelaar zit op de onderkant, net als de sleuven voor de koeling.

De aan-uitschakelaar zit op de onderkant, net als de sleuven voor de koeling.

Lekker veel aansluitingen

Functioneel is de Mac mini ook een stuk handiger geworden, want Apple heeft in de vorm van twee usb-c-poorten en een 3,5mm-geluidsaansluiting eindelijk poorten op de voorkant geplaatst. Die twee usb-c-poorten ondersteunen usb 3.2-snelheden tot 10 Gbit/s en zijn dus snel genoeg voor de meeste doeleinden. Het ontwerp doet hierdoor denken aan Apples professionelere Mac Studio, al missen wel de kaartlezer om het echt af te maken.

©Jeroen Boer - ID.nl

Net als de Mac Studio heeft de Mac mini nu poorten op de voorkant.

Net als de Mac Studio heeft de Mac mini nu poorten op de voorkant.

Op de achterkant vind je nog meer aansluitingen in de vorm van drie usb-c-poorten, een netwerkaansluiting en een HDMI-aansluiting. Afhankelijk van de gekozen processor ondersteunen die drie usb-poorten Thunderbolt 4 of 5, in beide gevallen razendsnelle universele poorten die je kunt gebruiken voor snelle dataoverdracht of het aansluiten van een beeldscherm. Een scherm kun je ook via HDMI aansluiten. Het hangt van de gekozen processor af hoeveel schermen je tegelijkertijd kunt gebruiken. Een Mac mini met de M4-processor ondersteunt maximaal drie beeldschermen tegelijkertijd terwijl een Mac mini met M4 Pro maximaal vier beeldschermen kan bedienen. Iets dat mist ten opzichte van de vorige Mac mini zijn de twee usb-a-poorten. Die wisselen we echter graag in voor usb-c op de voorkant. De instapvariant van de Mac mini heeft deze generatie bovendien net zo veel aansluitingen als de duurdere varianten, dus de meeste gebruikers gaan er flink op vooruit. De netwerkaansluiting ondersteunt standaard een snelheid tot 1 Gbit/s. Voor een meerprijs van 115 euro krijg je een 10Gbit/s-aansluiting.

©Jeroen Boer - ID.nl

Op de achterkant sluit je onder andere het netsnoer en je monitor aan.

Op de achterkant sluit je onder andere het netsnoer en je monitor aan.

Eindelijk genoeg RAM

Een fijne trendbreuk – die overigens vanaf nu voor alle Macs geldt die momenteel te koop zijn – is dat de instapconfiguratie van de Mac mini eindelijk van 16 GB RAM is voorzien. De prijs voor de instapconfiguratie is met 719 euro hetzelfde gebleven, waardoor je dus veel meer Mac voor je geld krijgt dan twee weken geleden. Dat geldt overigens ook voor Macs die niet onlangs zijn vernieuwd, zoals de MacBook Air met M2- of M3-processor. Dat Apple je nu geen 230 euro meer vraagt voor een upgrade naar 16 GB RAM komt door de introductie van macOS Sequoia 15.1 dat Apples AI-platform Apple Intelligence naar macOS brengt. Die AI-toepassingen draaien soepeler als een systeem van 16 GB RAM is voorzien. Je kunt Apple Intelligence in Nederland gebruiken als je je Mac instelt op Amerikaans-Engels. Het geheugen upgraden kan uiteraard ook: zo krijg je op een Mac mini met M4-processor voor 230 euro meer 24 GB RAM terwijl je voor 460 euro extra je Mac voorziet van 32 GB RAM. Op een Mac mini met M4 Pro-processor krijg je minimaal 24 GB RAM en kun je voor 460 of 690 euro extra kiezen voor 48 of zelfs 64 GB geheugen. 

Opslag en processors

De goedkoopste Mac mini begint bij 719 euro en is daarvoor uitgerust met een M4-processor met 10 cores, 16 GB RAM en 256 GB opslag. Meer opslag is mogelijk, maar daar betaal je wel een forse meerprijs voor. Zo vraagt Apple op een Mac mini met M4-processor maar liefst 460 euro voor een ssd van 1 TB terwijl 2 TB 920 euro kost. De Mac mini met M4 Pro-processor heeft een prijs vanaf 1669 euro en biedt daarvoor 24 GB RAM en 512 GB opslag. Voor een ssd van 1 TB betaal je dan 230 euro, terwijl 2 TB je 690 euro kost. De variant met M4 Pro gaat tot maximaal 8 TB, maar daar vraagt Apple wel een duizelingwekkende 2760 euro extra voor. Opslag-upgrades kosten kortom wat we van Apple gewend zijn. Door aanwezigheid van snelle usb-c-poorten is het echter prima mogelijk om (op termijn) een externe ssd op de Mac mini aan te sluiten. Daar krijg je ook op de instapvariant genoeg snelle aansluitingen voor.

Ook qua processor heb je nog keuzes, want voor 230 euro extra kun je in plaats van M4 Pro met 12 cores ook kiezen voor een M4 Pro met 14 cores.

Wij ontvingen van Apple een Mac mini voorzien van een M4 Pro met 14 cores, 48 GB RAM, 1 TB opslag en multi-gigabit-ethernet, waarmee de prijs op een pittige 2704 euro komt. 

©Jeroen Boer - ID.nl

De drie snelste usb-c-poorten met Thunderbolt-ondersteuning vind je op de achterkant.

De drie snelste usb-c-poorten met Thunderbolt-ondersteuning vind je op de achterkant.

Uitstekende prestaties

Wij kregen van Apple dus een van de duurste configuraties voorzien van de krachtigste M4 Pro-processor met 14 cores. Dat biedt goed vergelijkingsmateriaal met de meest krachtige uitvoering van de vorige Mac mini die we in 2023 getest hebben, maar we vermoeden dat veel van jullie meer geïnteresseerd zijn in een goedkopere Mac mini met de normale M4-processor. Die chip hebben we helaas nog niet in een Mac mini kunnen testen, maar hebben we wel kunnen gebruiken in een MacBook Pro. Hierdoor hebben we dus wel grofweg een idee van de prestaties van een Mac mini met een normale M4. We hebben de prestaties onder andere getest met de benchmarks Geekbench 5 en Cinebench R23 waarvoor we genoeg vergelijkingsmateriaal met andere Apple-processors hebben.

In Cinebench 23 zet de Mac mini met M4 Pro een score van 2252 en 23471 punten neer voor respectievelijk de single- en multi-core-prestaties. Een flink gat met het vorige topmodel Mac mini met M2 Pro dat in dezelfde test 1649 en 14822 punten scoort. Interessanter is wellicht dat de M4 in een MacBook Pro in dezelfde test 2202 en 13733 punten neerzet en gemiddeld dus sneller is dan de M2 pro in de vorige Mac mini. En de M4 is zelfs flink sneller dan een normale M3 die we vorig jaar in de iMac hebben getest en die in deze test 1906 en 9767 punten neerzet.

Dat beeld wordt bevestigd in Geekbench 5 waar de M4 Pro een uitstekende 2742 en 22909 punten neerzet waarmee de M4 Pro een flink stuk sneller is dan de M2 Pro die in deze test 1958 en 15144 punten scoorde. Maar wederom maakt de normale M4 ook indruk met 2609 en 13268 punten. Dat is niet veel slechter dan de M2 pro in de voorganger en sneller dan een M3 die tot 2351 en 10730 punten komt. De M4 Pro is kortom een echt razendsnelle chip, maar de gewone M4 is ook erg snel en krachtiger dan veel van Apples voorgaande chips. De instapper met M4 is hiermee voor eigenlijk alles dat je thuis doet meer dan snel genoeg. De 1TB-ssd presteert uitstekend met een lees- en schrijfsnelheid van 5126,9 en 6288,1 MB/s; we vermoeden wel dat de kleinere capaciteit ssd's wat langzamer zullen zijn.

©Jeroen Boer - ID.nl

Lekker compact, maar indrukwekkend krachtig.

Lekker compact, maar indrukwekkend krachtig.

Soms wel luidruchtig

Tijdens normaal gebruik doet de geteste Mac mini onhoorbaar zijn werk, maar als je hem langdurig volle bak aan het werk zet in een benchmark of in een taak als het langer renderen van beeldmateriaal slaat de koeling aan. Die koeling gebruikt de onderkant van de Mac voor zowel het aanzuigen als uitblazen van lucht en is vermoedelijk door de kleinere oppervlakte van de Mac mini luidruchtiger dan de voorganger. Je zult de koeling gelukkig niet vaak horen, maar het apparaatje kan wel flink blazen. De koeling doet wel goed zijn werk: er is vrijwel geen verval in prestaties als taken langdurig draaien.

Als je het apparaat voluit aan het werk zet, verbruikt de Mac mini met M4 Pro zo'n 80 watt. Bij een beetje browsen is dat veel minder en zagen we doorgaans een verbruik van slechts 5 watt. 

Conclusie

Hoewel de Mac mini al een prima desktop-pc was, heeft Apple hem in 2024 met het nieuwe ontwerp nog beter gemaakt. Eindelijk krijg je aansluitingen op de voorkant en is de computer van minimaal 16 GB RAM voorzien. Voor de instapconfiguratie betaal je nog steeds 719 euro en daarmee krijg je een computer waarop je gewoon alles soepel kunt doen voor thuisgebruik. De M4-processor is vergeleken met de M2 en M3 een razendsnelle chip en voor wie weet dat er nog meer kracht nodig is, is er de M4 Pro. Wij zouden gewoon voor een Mac mini met M4 gaan. Alleen de opslagcapaciteit van 256 GB is in de instapconfiguratie wellicht wat krap als je met grote bestanden werkt. Uiteraard kun je de Mac mini bij aanschaf upgraden, maar daar betaal je hoge prijzen voor. De aanwezigheid van genoeg snelle usb-c-poorten maakt ook uitbreiden met een flink goedkopere externe ssd prima mogelijk.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.