ID.nl logo
Besturingssysteem op Raspberry Pi zetten doe je zo
© Reshift Digital
Huis

Besturingssysteem op Raspberry Pi zetten doe je zo

Raspberry Pi Imager maakt het eenvoudig om een besturingssysteem op je Raspberry Pi te installeren. Daarnaast biedt deze installatiemethode ook nog allerlei extra configuratie-opties. We nemen het proces met je door zodat je jouw Raspberry Pi in een handomdraai gebruiksklaar maakt.

Lange tijd moest je Raspberry Pi OS op een microSD-kaartje installeren via een programma zoals balenaEtcher of USBImager. In 2020 introduceerden de makers van de Raspberry Pi het programma Raspberry Pi Imager. In het begin had dit nog niet zoveel meerwaarde ten opzichte van die andere tools, behalve dat je in een menu de beschikbare besturingssystemen kon kiezen, waarna het programma direct het juiste image downloadde.

Maar bij elke nieuwe versie van Raspberry Pi Imager kwam er extra functionaliteit bij. Daardoor is Raspberry Pi Imager nu een volwaardig installatieprogramma voor de Raspberry Pi geworden. Terwijl je voorheen na het schrijven van het image nog wifi moest instellen en ssh moest inschakelen, en na de eerste start ook nog je wachtwoord en tijdzone moest veranderen, kun je dat nu allemaal regelen in Raspberry Pi Imager, nog vóór de eerste keer starten van je Raspberry Pi. En dat zowel op Windows en macOS als Linux.

Tip:Bestel ook de cursusbundel Knutselen met de Raspberry Pi

Installatie

Raspberry Pi Imager vind je op de softwarepagina van de Raspberry Pi Foundation. Klik op de downloadlink voor jouw besturingssysteem. Het Linux-pakket is voor Ubuntu. Gebruik je een andere distributie, kijk dan op het GitHub-project rpi-imager hoe je Raspberry Pi Imager vanuit de broncode compileert. Je kunt het programma ook op Raspberry Pi OS zelf installeren: open een terminalvenster en voer deze opdracht uit:

sudo apt install rpi-imager

Heb je al een oudere versie van Raspberry Pi Imager geïnstalleerd, dan meldt het programma zelf dat er een nieuwere versie beschikbaar is op de website. Het loont de moeite om die dan te downloaden, want er zijn de laatste tijd heel wat nieuwe functies toegevoegd.

Raspberry Pi Imager is beschikbaar voor Windows, macOS en Linux.

OS selecteren

Het hoofdscherm van Raspberry Pi Imager kan niet eenvoudiger. Je hebt maar drie knoppen: Selecteer OS, Kies opslagapparaat en Schrijf. Je begint met de eerste knop. Dan krijg je een lijst van beschikbare besturingssystemen, onderverdeeld per categorie. De bovenste keuze is de 32bit-versie van Raspberry Pi OS gebaseerd op Debian Bullseye met desktopomgeving, wat door de makers wordt aangeraden.

In de categorie Raspberry Pi OS (other) vind je andere varianten van het standaardbesturingssysteem. Zo vind je daar de Lite-versie zonder desktopomgeving, de 64bit-versie en ook de oudere versie gebaseerd op Debian Buster. Bij elke versie wordt ook de releasedatum getoond, de grootte van het image en eventueel de compatibiliteit als niet alle modellen van de Raspberry Pi ondersteund worden.

Lees ook:Zo kun je je slimme meter uitlezen met een Raspberry Pi

In de andere hoofdcategorieën vind je bijvoorbeeld Ubuntu, mediaspeler-besturingssystemen zoals LibreELEC, emulatiesystemen zoals RetroPie en zelfs Home Assistant OS. Klik je op de laatste categorie, Gebruik eigen bestand, dan kun je zelf een eerder gedownload image selecteren. En met Wissen wis je een microSD-kaartje en formatteer je het opnieuw met een FAT32-bestandssysteem.

Kies het gewenste besturingssysteem uit de lijst.

Opslagapparaat

Zodra je een besturingssysteem hebt gekozen, steek je een microSD-kaart in de kaartlezer van je computer en klik je op Kies opslagapparaat. Selecteer daar de kaart. Raspberry Pi Imager toont normaal gesproken alleen verwijderbare opslagmedia. Let evengoed op dat je het juiste apparaat selecteert en kijk eerst na of het microSD-kaartje geen nuttige informatie meer bevat. Het schrijven van het image overschrijft immers alle aanwezige data!

Heb je nog geen microSD-kaart? Shop hier geheugenkaartjes bij Bol.com.

Klik tot slot op Schrijf. Bevestig bij de waarschuwing dat alle gegevens verwijderd zullen worden dat je door wilt gaan. Daarna downloadt Raspberry Pi Imager het image (indien dit recent nog niet is gebeurd), schrijft het dit image naar het microSD-kaartje en controleert het of het schrijven correct is gebeurd. Haal daarna de microSD-kaart uit de kaartlezer: je kunt hiermee nu je Raspberry Pi opstarten. De volgende keer dat je hetzelfde image wegschrijft, hoeft het overigens niet meer gedownload te worden. In het menu staat er dan Opgeslagen op computer bij.

Schrijf het image naar de microSD-kaart.

Extra instellingen

Heb je een van de varianten van Raspberry Pi OS of Ubuntu geselecteerd, die geavanceerde instellingen ondersteunen, dan verschijnt er rechts onderaan een knopje met een tandwiel. Klik je hierop, dan open je de geavanceerde instellingen. Je kunt die bij een ander image overigens ook openen met de toetscombinatie Ctrl+Shift+X, maar de image-gerelateerde instellingen zijn alleen van toepassing voor Raspberry Pi OS en Ubuntu.

De permanente instellingen, die helemaal onderaan staan, zijn instellingen voor Raspberry Pi Imager zelf. Hierin kies je bijvoorbeeld of je een geluid wilt horen zodra het schrijven voltooid is. Je kunt hier ook de telemetrie uitschakelen. Dan komen je downloads niet in de statistieken van Raspberry Pi Imager terecht.

Raspberry Pi Imager houdt statistieken bij van de downloads van de images.

Pi OS configureren

Bovenaan kun je kiezen of je de image-instellingen alleen voor deze sessie (tot je het programma afsluit) of altijd wilt gebruiken. Vul als eerste de hostnaam in, standaard is die raspberrypi, maar als je meer dan één Raspberry Pi met die hostnaam in je netwerk hebt, leidt dat tot problemen. Stel hier dus voor elke Raspberry Pi een unieke hostnaam in. Gebruik je geen desktopomgeving, dan vink je het best ook SSH inschakelen aan. Zo kun je je vanaf andere computers in je netwerk via de opdracht ssh of een programma zoals PuTTY op je Raspberry Pi aanmelden.

Standaard selecteert Raspberry Pi Image ssh-authenticatie via een wachtwoord en dan vinkt het ook Gebruikersnaam en wachtwoord instellen aan. Zo ben je verplicht om een wachtwoord in te stellen. Kies iets anders dan de standaardkeuze raspberry. Aanmelden via een publieke sleutel is veiliger. Lees daarvoor het kader ‘Aanmelden met publieke sleutel’.

Als je geen ethernet gebruikt voor het netwerk, vink dan Wifi instellen aan. Raspberry Pi Imager vult hier standaard al het op je computer actieve wifi-netwerk in. Wil je dit veranderen of gebeurt dat niet, vul dan de SSID en het bijbehorende wachtwoord in. Let op: modellen ouder dan de Raspberry Pi 3B+ ondersteunen geen 5GHz-netwerken. Vergeet ook niet bij Wifi land je landcode te kiezen (NL voor Nederland, BE voor België), zodat je Raspberry Pi op de juiste frequenties werkt. Vink tot slot Regio instellingen aan en kies je tijdzone en toetsenbordindeling.

Met de geavanceerde instellingen maak je je Raspberry Pi klaar vóór de eerste start.

Aanmelden met publieke sleutel

Als je je veiliger op je Raspberry Pi wilt aanmelden via ssh, kies dan de optie Gebruik uitsluitend public-key authenticatie. Dan wordt aanmelden met een wachtwoord niet meer toegestaan. Alleen als je op je computer waarop de ssh-client draait de geheime sleutel hebt die hoort bij de publieke sleutel die je in de instellingen kopieert, kun je je aanmelden. Dat sleutelpaar maak je op je computer met de opdracht ssh-keygen. Daarna staan in de map .ssh twee bestanden: id_rsa is je geheime sleutel en id_rsa.pub de bijbehorende publieke sleutel. De inhoud van die laatste kopieer je in de instellingen van Raspberry Pi Imager bij authorized_keys voor ‘pi’. Merk op dat je nu alleen op de Raspberry Pi kunt inloggen op de computer(s) waarop je geheime sleutel staat. Het is overigens nog altijd aan te raden om je geheime sleutel met een wachtwoordzin te beveiligen.

Direct aan de slag

Klik vervolgens op Opslaan, kies je opslagapparaat en klik op Schrijven. Na het verifiëren van het schrijven voert Raspberry Pi Imager nu een extra stap uit: het past je instellingen aan in de juiste configuratiebestanden op het bestandssysteem van het microSD-kaartje.

Als je nu je Raspberry Pi vanaf dit microSD-kaartje opstart, zal die na een tijdje automatisch met je ingestelde wifi-netwerk verbinden en kun je via ssh inloggen met het ingestelde wachtwoord. Geef je Raspberry Pi wel even de tijd om op te starten, want de eerste keer vergroot die het bestandssysteem tot de volledige grootte van het microSD-kaartje om daarna nog eens op te starten.

Je Raspberry Pi is nu dus volledig klaar voor gebruik en je kunt er direct mee aan de slag. Het enige wat je nog hoeft te doen, is alle pakketten upgraden naar de nieuwste versie, met deze commando’s:

sudo apt update

sudo apt full-upgrade

Nadat het microSD-kaartje is beschreven, is je Raspberry Pi volledig klaar voor gebruik.
▼ Volgende artikel
Router of powerline-adapter: wat is de beste keuze voor betere wifi?
© ER | ID.nl
Huis

Router of powerline-adapter: wat is de beste keuze voor betere wifi?

Haperende streams en trage downloads op zolder zijn grote ergernissen in veel huishoudens. Om dat op te lossen twijfelen veel mensen tussen een krachtiger router of een set powerline-adapters. In dit artikel leggen we precies uit wanneer je voor welke oplossing moet kiezen, zodat je geen geld verspilt aan de verkeerde apparatuur.

Voordat je naar de winkel rent: je moet eerst begrijpen wat er precies misgaat met je verbinding. Wifi-problemen kun je doorgaans opdelen in twee categorieën: een gebrek aan bereik of een gebrek aan capaciteit. Bij een gebrek aan bereik komt het signaal simpelweg niet ver genoeg, bijvoorbeeld omdat dikke betonnen muren of plafonds het signaal blokkeren. Je hebt dan op zolder één streepje bereik of zelfs helemaal geen verbinding. Bij een gebrek aan capaciteit is het signaal wel sterk, maar is de router niet krachtig genoeg om alle data te verwerken. Dat merk je als het internet traag wordt zodra iedereen thuis tegelijk online is. Het onderscheid tussen deze twee oorzaken bepaalt of je een router of een powerline-adapter nodig hebt.

Wanneer is een nieuwe router de oplossing?

De router is het hart van je thuisnetwerk en regelt al het verkeer. Vaak gebruiken mensen het standaardmodem dat ze van hun internetprovider hebben gekregen, maar deze apparaten blinken zelden uit in prestaties. Een losse, hoogwaardige router kopen is de beste keuze wanneer je merkt dat de verbinding in de buurt van het modem al niet optimaal is of wanneer je regelmatig met veel apparaten tegelijk online bent.

Als je in de woonkamer zit en de verbinding hapert zodra de kids op hun tablets zitten, is je huidige router waarschijnlijk niet krachtig genoeg om al die gelijktijdige datastromen te verwerken. Een moderne router met ondersteuning voor wifi 6 kan veel meer apparaten tegelijk bedienen en zorgt voor een hogere, stabielere snelheid op de verdieping waar hij staat.

©Andrii

Internet via het stopcontact met powerline

Een powerline-adapter, ook wel homeplug genoemd, werkt volgens een totaal ander principe. Dit systeem maakt gebruik van het bestaande stroomnet in huis om het internetsignaal te verplaatsen. Je stopt één adapter in het stopcontact bij je router en de tweede adapter in een stopcontact op de plek waar je internet nodig hebt, bijvoorbeeld op zolder of in het tuinhuis.

Dit is de ideale oplossing wanneer het wifi-signaal door dikke betonnen muren of plafonds moet dringen. Waar wifi-golven afketsen op gewapend beton, stuurt de powerline het signaal simpelweg via de koperdraden in de muur naar boven. Dat maakt powerline-adapters uitermate geschikt voor specifieke 'dode zones' die te ver weg liggen voor het bereik van een gewone router.

Populaire merken voor netwerkoplossingen

Als je op zoek gaat naar powerline-adapters, kom je al snel uit bij Devolo. Dit Duitse merk is de onbetwiste marktleider op het gebied van homeplugs en staat bekend om de Magic-serie die zeer stabiele verbindingen via het stroomnet garandeert.

Voor routers en mesh-systemen is TP-Link een zeer populaire keuze vanwege de goede balans tussen prijs en prestaties, met modellen voor elk budget. Netgear richt zich met de Nighthawk-serie vaak op de veeleisende gebruiker en gamers die maximale snelheid wensen. Tot slot is AVM, bekend van de FRITZ!Box, een merk dat zowel uitstekende routers als powerline-oplossingen biedt die naadloos met elkaar samenwerken in één netwerk.

Stabiliteit versus snelheid

Bij de keuze tussen deze twee speelt ook het gebruiksdoel een rol. Powerline-adapters zijn vaak de favoriete keuze voor gamers of mensen die thuiswerken op een vaste pc. De reden hiervoor is dat de tweede adapter vaak beschikt over een netwerkafsluiting, waardoor je je computer met een kabel kunt aansluiten. Een bekabelde verbinding via powerline is doorgaans stabieler en heeft een lagere vertraging (ping) dan wifi, wat cruciaal is bij online gamen. Een nadeel is wel dat de snelheid van powerline afhankelijk is van de kwaliteit van je stroomnet. Oude bedrading of zware apparaten zoals een wasmachine kunnen storing veroorzaken, waardoor de snelheid soms fluctueert. Een high-end router biedt daarentegen vaak een hogere topsnelheid, maar is dus gevoeliger voor afstand en obstakels.

De opkomst van mesh-systemen

Tegenwoordig is er een hybride oplossing die de traditionele router steeds vaker vervangt: Multiroom Wifi of Mesh. Dit zijn feitelijk meerdere routers die met elkaar communiceren. Als je een groot huis hebt en overal perfecte wifi wilt zonder kabels te trekken, is dit vaak een betere, maar ook duurdere oplossing dan een simpele powerline-set. Kies je echter voor een budgetvriendelijke oplossing om snel internet op één specifieke, lastig bereikbare kamer te krijgen, dan wint de powerline-adapter het vaak op prijs-kwaliteitverhouding. Is je doel echter om de algehele snelheid en capaciteit in de woonkamer en keuken te verbeteren, investeer dan in een goede router.

▼ Volgende artikel
Professioneel en gratis video's bewerken? Aan de slag met VSDC Free Video Editor
Huis

Professioneel en gratis video's bewerken? Aan de slag met VSDC Free Video Editor

Maak jij tijdens een welverdiende vakantie talloze video’s? Met VSDC Free Video Editor giet je de leukste fragmenten in een gelikte film. Dankzij het gebruik van mooie overgangen en fraaie effecten oogt het resultaat zeer professioneel. Het kost je bovendien geen cent, want je installeert deze zeer uitgebreide videobewerker gratis op een Windows-computer.

Tegenwoordig liggen er best wat goede gratis videobewerkers voor het oprapen. Zeker wanneer je geen torenhoge eisen aan de videomontage stelt, heb je niet per se een betaald programma als Adobe Premiere Elements of Magix Video Deluxe nodig. Zo krijg je met het gebruiksvriendelijke VSDC Free Video Editor al een heleboel voor elkaar. In tegenstelling tot diverse gratis alternatieven voegt dit programma geen lelijk watermerk toe aan jouw film. Deze freeware heeft daarnaast een verrassend uitgebreide gereedschapskist.

Videobewerker installeren

VSDC Free Video Editor heeft relatief lage systeemeisen. Zeker voor video’s tot een resolutie van 1920 × 1080 pixels heb je geen supersnelle pc of laptop nodig. Wil je haarscherpe 4K-video’s bewerken? In dat geval adviseren de makers een systeem met 8 of 16 GB werkgeheugen. Daarnaast is een krachtige processor met meerdere rekenkernen geen overbodige luxe.

Particulieren mogen VSDC Free Video Editor voor nop installeren. Ga naar de site via www.kwikr.nl/vsdc en download het installatiebestand. Je hebt keuze tussen de 32bit- en 64bit-versie. De meeste computers kunnen met de 64bit-versie uit de voeten. Dubbelklik op het gedownloade exe-bestand en doorloop de stappen van de installatie. 

Nieuw project starten

Zodra je de videobewerker voor de eerste keer opstart, verschijnt er een pop-upvenster met een aanbeveling voor de betaalde Pro-versie (zie kader). Je klikt dat via het kruisje weg. Laat de ietwat drukke gebruikersomgeving even op je inwerken. Het beginscherm toont diverse instructies voor geavanceerde bewerkingen. Laat die als beginnende gebruiker links liggen. Je kunt wel alvast even de tabbladen doornemen, want die herbergen verschillende bruikbare functies.

Je gaat nu eerst een nieuw (video)project starten. Klik op het tabblad Projects en daarna op New project. Er verschijnt een nieuw venster waarin je diverse instellingen voor de videomontage kunt bepalen. Het belangrijkste is de waarde achter Resolution. Voor een scherp beeld en soepele montage laat je de huidige waarde van 1920 × 1080 pixels (16:9) staan. Filmt jouw smartphone of videocamera in een hogere resolutie, dan kun je een andere waarde overwegen. Laat de overige opties ongewijzigd. Je typt achter Project title een relevante projectnaam en kiest onderaan voor Blank project. Bevestig tot slot met Finish.

Welke resolutie ken je aan de videomontage toe?
VSDC Pro

Naast de hier besproken gratis versie bestaat er met VSDC Pro (www.videosoftdev.com/video-editor-pro) ook een betaalde variant. Die bevat allerlei extra snufjes voor geavanceerde gebruikers. Je kunt bijvoorbeeld een achtergrondkleur verwijderen, gesproken commentaar toevoegen en trillende beelden stabiliseren. Daarnaast ondersteunt de Pro-versie hardwareversnelling door een geschikte grafische kaart. Dit leidt tot betere prestaties, omdat de processor minder hoeft te rekenen. Je merkt dat bijvoorbeeld aan kortere wachttijden en een vloeiendere videoweergave. VSDC Pro kost op het moment van schrijven circa 31 euro. 

Video’s toevoegen

Nu ga je met het zojuist aangemaakte videoproject aan de slag. Merk op dat het tabblad Editor is geopend. Je zit nu dus in de videobewerker. Zoals je ziet, zijn er flink wat opties beschikbaar. Laat je hierdoor niet afschrikken, want we nemen de basisfuncties stap voor stap met je door.

Je dient eerst relevante videoclips aan het programma toe te voegen. Gunstig is dat VSDC Free Video Editor alle bekende beeldformaten ondersteunt. Klik bovenaan in de werkbalk op Add object / Video en navigeer naar de map met de bestanden. Je selecteert één of meer video’s, waarna je bevestigt met Openen / OK. Wanneer je minimaal twee fragmenten toevoegt, kies je Add to layer.

Wegens de talloze toeters en bellen ziet deze videobewerker er nogal imponerend uit.

De videoclips verschijnen allemaal in de tijdlijn onderaan het venster. Deze tijdlijn is belangrijk, want die bepaalt welke momenten er in de uiteindelijke film terechtkomen. Verder kun je hieraan bijvoorbeeld ook titels, overgangen, speciale effecten en audiotracks toevoegen. Vind je de tijdlijn te klein? Je kunt dit onderdeel eenvoudig vergroten. Zweef onder Layer 1 op de scheidslijn totdat er een dubbele pijl verschijnt. Beweeg de muis nu met ingedrukte muisknop omlaag. In VSDC Free Video Editor pas je op soortgelijke wijze de grootte van alle deelvensters aan. Kortom, richt op die manier het bewerkvenster naar eigen wens in.

Alle geïmporteerde videobestanden belanden op de tijdlijn.

Volgorde clips wijzigen

Waarschijnlijk heb je een bepaalde volgorde voor de videoclips in gedachten. Geen probleem, want je kunt de clips op de tijdlijn verplaatsen. Sleep het beoogde fragment met ingedrukte muisknop één laag omlaag. De overgebleven video’s schuif je daarna naar links of rechts. Creëer op die manier een ‘gat’ en sleep het fragment ernaartoe. Het is belangrijk dat er geen loze ruimtes op de tijdlijn achterblijven. Anders zie je namelijk zwart beeld.

Sleep videoclips naar onder, boven, rechts en links om de volgorde op de tijdlijn te wijzigen.

Scènes inkorten

Vanzelfsprekend wil je alleen boeiende scènes in de film tonen. Saaie passages snijd je daarom resoluut weg. Dat doe je door een videoclip in te korten. Gebruik hiervoor wederom de tijdlijn. Selecteer een fragment en beweeg de rode schuifregelaar naar deze clip. Het bijbehorende beeld verschijnt nu in de voorbeeldweergave. Vind je dit beeld te klein? Klik dan helemaal rechtsonder in het programma op het kleine plusteken. Je past daarmee het zoomniveau aan. Klik nu onder de voorbeeldweergave op de rode afspeelknop (PijltjeRechts) om de video te starten. Begint of eindigt het saaie gedeelte? Via dezelfde rode knop (twee verticale streepjes) pauzeer je de video.

Inkorten is vrij eenvoudig. Een geselecteerde videoclip heeft op de tijdlijn aan weerszijden twee piepkleine vierkanten. Klik daarop en houd de muisknop ingedrukt. Beweeg de muis nu naar links of rechts tot de rode schuifregelaar. Laat de muisknop als laatste los. Het fragment is nu een kopje kleiner gemaakt! 

Fragmenten splitsen

Je kunt een lang fragment ook in twee (of meer) delen opsplitsen. Dat is nuttig wanneer je deze videootjes op verschillende momenten in de film wilt tonen. Selecteer in de tijdlijn een videoclip en bepaal met de rode schuifregelaar een geschikt ‘splitmoment’. Overigens kun je met de mediaknoppen onder de voorbeeldweergave dit moment heel precies bepalen. Spoel bijvoorbeeld een seconde voor- of achteruit. Het is zelfs mogelijk om een video frame voor frame door te nemen. Staat de rode schuifregelaar exact op de goede plek? Klik dan in de werkbalk boven de tijdlijn op het pictogram met de twee rode haakjes. Je ziet vervolgens twee aparte clips.

Maak via de optie Split into parts van één clip twee losse fragmenten.

Roteren en bijsnijden

Soms is het noodzakelijk om een video negentig graden te roteren, omdat het beeld in VSDC Free Video Editor is gedraaid. Gelukkig herstel je deze ‘fout’ simpel. Je selecteert in de tijdlijn de juiste video en klikt helemaal bovenaan bij de sectie Tools op het pictogram met de gebogen pijl. De video draait meteen.

Staat er een ongewenst persoon, lelijk logo of storend object in beeld? Gooi de videoclip dan nog niet weg! Je kunt het fragment namelijk nog bijsnijden. Beslis welk deel van de video je wilt gebruiken en gooi het overtollige beeldmateriaal weg. Je klikt met de rechtermuisknop op een videoclip in de tijdlijn en kiest Crop tools / Custom region. Bepaal in het nieuwe venster welk deel uit beeld moet verdwijnen. Je regelt dat door de zwarte vierkantjes aan de randen van de voorbeeldweergave te verslepen. Tevreden? Met OK voer je de actie definitief uit.

Nuttig om te weten is dat je met deze functie de oorspronkelijke resolutie verkleint. Zeker wanneer je de uiteindelijke film op een grote televisie of pc-monitor bekijkt, zie je mogelijk korrelige beelden. Snijd daarom liever niet te veel beeldmateriaal weg.

Alles buiten de rechthoekige selectie verdwijnt uit de video.

Video-effecten

Wie dat wil, gaat in deze videobewerker helemaal los met speciale effecten. Klik maar eens bovenaan in de werkbalk op Video effects. Er verschijnt een uitgebreid menu. Voordat je iets uitkiest, selecteer je eerst een clip op de tijdlijn. Via Quick styles pas je heel makkelijk een effect toe, omdat hiervoor geen extra instellingen zijn vereist. Laat de video bijvoorbeeld op een gedateerde film uit de jaren ‘70 lijken of pas automatisch de contrastwaarden aan.

Wil je zelf meer invloed op in hoeverre het programma een video-effect toepast? Bij veel filters stel je naar eigen inzicht de intensiteit in. Bekijk hiervoor de mogelijkheden via Video effects / Adjustments. Zo wijzig je onder andere de kleurverzadiging en helderheid. Daarnaast kun je ook een stijlvol sepia- of zwart-wit-effect op de video loslaten. Zodra je eenmaal iets hebt gekozen, pas je in het deelvenster Properties window aan de rechterkant de waarden aan. Als je dit deelvenster niet ziet, klik je achtereenvolgens op het tabblad View en Properties. Tot slot zijn ook de video-effecten binnen de rubrieken Filters en Nature de moeite waard. Spijt van een bepaalde keuze? Met de sneltoets Ctrl+Z maak je de laatste handeling weer ongedaan. Experimenteer er dus lustig op los!

Met het Auto contrast-filter optimaliseer je heel eenvoudig de contrastwaarden.
Gebruik het deelvenster Properties window om de instellingen van een video-effect te wijzigen.

Overgangen

Tijdens de montage van een video ontkom je eigenlijk niet aan het gebruik van overgangen. Doe je dat niet, dan lopen de fragmenten nogal abrupt in elkaar over. Dat is onprettig voor de kijker. Met een overgang wordt een nieuwe videoclip op subtiele wijze geïntroduceerd.

Klik in de tijdlijn op de videoclip waarbij je aan het einde een overgang wilt toevoegen. Je opent zo nodig eerst het tabblad Editor en navigeert daarna naar Video effects / Transitions. Probeer nu één van de beschikbare overgangen uit. Zo laat je het oude fragment bijvoorbeeld in vlammen opgaan (Paper burn) of in scherven uit elkaar vallen (Shattered glass). Kies een overgang en controleer in het pop-upvenster of de optie To the end of scene is geselecteerd. Klik op OK.

Merk op dat er op de tijdlijn een verse laag met de gekozen overgang verschijnt. Klik op de rode afspeelknop onder de videoweergave om de overgang te bekijken. Je past in het eigenschappenvenster aan de rechterkant diverse zaken aan, waaronder de tijdsduur en transparantie.

Deze videobewerker heeft een aantal spectaculaire overgangen in huis.

Geluid

De audiokwaliteit van zelfgeschoten video’s is vaak matig. Stond er toentertijd tijdens de opname een stevig briesje, dan hoor je waarschijnlijk voornamelijk windgeruis. Zet het geluid van dergelijke videoclips daarom gewoon uit. Klik in de tijdlijn op een fragment om de bijbehorende eigenschappen aan de rechterkant te tonen. Verschijnt dat niet, dan klik je op View / Properties. Je scrolt zo nodig een stukje omlaag totdat je de optie Audio track tegenkomt. Klik achter Track 1 op het kleine pijltje en kies Don’t use audio.

Je kunt eventueel zelf audio aan de videomontage toevoegen, zoals achtergrondmuziek of een voice-over. Klik zo nodig op het tabblad Editor en kies Add object / Audio. Je selecteert nu pakweg een mp3-, wma-, wav- of flac-bestand op de computer. Via Openen / OK belandt de audiotrack als nieuwe laag op de tijdlijn. Kies een geschikte plek en pas diverse eigenschappen in het Properties window desgewenst aan. Denk hierbij onder meer aan de snelheid en het volumeniveau.

Schakel bij video’s met slecht geluid het audiospoor eenvoudig uit.

Film opslaan

Deze workshop is slechts een bescheiden introductie van VSDC Free Video Editor. Je kunt namelijk nog veel meer met deze veelzijdige videobewerker doen. Ga er dus vooral ook zelf mee stoeien. Ben je eenmaal klaar, dan sla je het resultaat op. Je kunt de film daarna op verschillende schermen bewonderen.

Klik in de werkbalk op het tabblad Export project en speel zekerheidshalve de volledige videomontage nog eens af. Ben je helemaal tevreden, dan geef je in de werkbalk het gewenste videoformaat aan. Kies bijvoorbeeld voor mp4, mkv, mov, flv of mts. Het is ook mogelijk om de film op een dvd te branden. Wijzig via Change name zo nodig de bestandsnaam en opslaglocatie. Je bevestigt bovenaan ten slotte met Export project / Continue.

VSDC Free Video Editor ondersteunt een heleboel exportformaten.