ID.nl logo
Besturingssysteem op Raspberry Pi zetten doe je zo
© Reshift Digital
Huis

Besturingssysteem op Raspberry Pi zetten doe je zo

Raspberry Pi Imager maakt het eenvoudig om een besturingssysteem op je Raspberry Pi te installeren. Daarnaast biedt deze installatiemethode ook nog allerlei extra configuratie-opties. We nemen het proces met je door zodat je jouw Raspberry Pi in een handomdraai gebruiksklaar maakt.

Lange tijd moest je Raspberry Pi OS op een microSD-kaartje installeren via een programma zoals balenaEtcher of USBImager. In 2020 introduceerden de makers van de Raspberry Pi het programma Raspberry Pi Imager. In het begin had dit nog niet zoveel meerwaarde ten opzichte van die andere tools, behalve dat je in een menu de beschikbare besturingssystemen kon kiezen, waarna het programma direct het juiste image downloadde.

Maar bij elke nieuwe versie van Raspberry Pi Imager kwam er extra functionaliteit bij. Daardoor is Raspberry Pi Imager nu een volwaardig installatieprogramma voor de Raspberry Pi geworden. Terwijl je voorheen na het schrijven van het image nog wifi moest instellen en ssh moest inschakelen, en na de eerste start ook nog je wachtwoord en tijdzone moest veranderen, kun je dat nu allemaal regelen in Raspberry Pi Imager, nog vóór de eerste keer starten van je Raspberry Pi. En dat zowel op Windows en macOS als Linux.

Tip:Bestel ook de cursusbundel Knutselen met de Raspberry Pi

Installatie

Raspberry Pi Imager vind je op de softwarepagina van de Raspberry Pi Foundation. Klik op de downloadlink voor jouw besturingssysteem. Het Linux-pakket is voor Ubuntu. Gebruik je een andere distributie, kijk dan op het GitHub-project rpi-imager hoe je Raspberry Pi Imager vanuit de broncode compileert. Je kunt het programma ook op Raspberry Pi OS zelf installeren: open een terminalvenster en voer deze opdracht uit:

sudo apt install rpi-imager

Heb je al een oudere versie van Raspberry Pi Imager geïnstalleerd, dan meldt het programma zelf dat er een nieuwere versie beschikbaar is op de website. Het loont de moeite om die dan te downloaden, want er zijn de laatste tijd heel wat nieuwe functies toegevoegd.

Raspberry Pi Imager is beschikbaar voor Windows, macOS en Linux.

OS selecteren

Het hoofdscherm van Raspberry Pi Imager kan niet eenvoudiger. Je hebt maar drie knoppen: Selecteer OS, Kies opslagapparaat en Schrijf. Je begint met de eerste knop. Dan krijg je een lijst van beschikbare besturingssystemen, onderverdeeld per categorie. De bovenste keuze is de 32bit-versie van Raspberry Pi OS gebaseerd op Debian Bullseye met desktopomgeving, wat door de makers wordt aangeraden.

In de categorie Raspberry Pi OS (other) vind je andere varianten van het standaardbesturingssysteem. Zo vind je daar de Lite-versie zonder desktopomgeving, de 64bit-versie en ook de oudere versie gebaseerd op Debian Buster. Bij elke versie wordt ook de releasedatum getoond, de grootte van het image en eventueel de compatibiliteit als niet alle modellen van de Raspberry Pi ondersteund worden.

Lees ook:Zo kun je je slimme meter uitlezen met een Raspberry Pi

In de andere hoofdcategorieën vind je bijvoorbeeld Ubuntu, mediaspeler-besturingssystemen zoals LibreELEC, emulatiesystemen zoals RetroPie en zelfs Home Assistant OS. Klik je op de laatste categorie, Gebruik eigen bestand, dan kun je zelf een eerder gedownload image selecteren. En met Wissen wis je een microSD-kaartje en formatteer je het opnieuw met een FAT32-bestandssysteem.

Kies het gewenste besturingssysteem uit de lijst.

Opslagapparaat

Zodra je een besturingssysteem hebt gekozen, steek je een microSD-kaart in de kaartlezer van je computer en klik je op Kies opslagapparaat. Selecteer daar de kaart. Raspberry Pi Imager toont normaal gesproken alleen verwijderbare opslagmedia. Let evengoed op dat je het juiste apparaat selecteert en kijk eerst na of het microSD-kaartje geen nuttige informatie meer bevat. Het schrijven van het image overschrijft immers alle aanwezige data!

Heb je nog geen microSD-kaart? Shop hier geheugenkaartjes bij Bol.com.

Klik tot slot op Schrijf. Bevestig bij de waarschuwing dat alle gegevens verwijderd zullen worden dat je door wilt gaan. Daarna downloadt Raspberry Pi Imager het image (indien dit recent nog niet is gebeurd), schrijft het dit image naar het microSD-kaartje en controleert het of het schrijven correct is gebeurd. Haal daarna de microSD-kaart uit de kaartlezer: je kunt hiermee nu je Raspberry Pi opstarten. De volgende keer dat je hetzelfde image wegschrijft, hoeft het overigens niet meer gedownload te worden. In het menu staat er dan Opgeslagen op computer bij.

Schrijf het image naar de microSD-kaart.

Extra instellingen

Heb je een van de varianten van Raspberry Pi OS of Ubuntu geselecteerd, die geavanceerde instellingen ondersteunen, dan verschijnt er rechts onderaan een knopje met een tandwiel. Klik je hierop, dan open je de geavanceerde instellingen. Je kunt die bij een ander image overigens ook openen met de toetscombinatie Ctrl+Shift+X, maar de image-gerelateerde instellingen zijn alleen van toepassing voor Raspberry Pi OS en Ubuntu.

De permanente instellingen, die helemaal onderaan staan, zijn instellingen voor Raspberry Pi Imager zelf. Hierin kies je bijvoorbeeld of je een geluid wilt horen zodra het schrijven voltooid is. Je kunt hier ook de telemetrie uitschakelen. Dan komen je downloads niet in de statistieken van Raspberry Pi Imager terecht.

Raspberry Pi Imager houdt statistieken bij van de downloads van de images.

Pi OS configureren

Bovenaan kun je kiezen of je de image-instellingen alleen voor deze sessie (tot je het programma afsluit) of altijd wilt gebruiken. Vul als eerste de hostnaam in, standaard is die raspberrypi, maar als je meer dan één Raspberry Pi met die hostnaam in je netwerk hebt, leidt dat tot problemen. Stel hier dus voor elke Raspberry Pi een unieke hostnaam in. Gebruik je geen desktopomgeving, dan vink je het best ook SSH inschakelen aan. Zo kun je je vanaf andere computers in je netwerk via de opdracht ssh of een programma zoals PuTTY op je Raspberry Pi aanmelden.

Standaard selecteert Raspberry Pi Image ssh-authenticatie via een wachtwoord en dan vinkt het ook Gebruikersnaam en wachtwoord instellen aan. Zo ben je verplicht om een wachtwoord in te stellen. Kies iets anders dan de standaardkeuze raspberry. Aanmelden via een publieke sleutel is veiliger. Lees daarvoor het kader ‘Aanmelden met publieke sleutel’.

Als je geen ethernet gebruikt voor het netwerk, vink dan Wifi instellen aan. Raspberry Pi Imager vult hier standaard al het op je computer actieve wifi-netwerk in. Wil je dit veranderen of gebeurt dat niet, vul dan de SSID en het bijbehorende wachtwoord in. Let op: modellen ouder dan de Raspberry Pi 3B+ ondersteunen geen 5GHz-netwerken. Vergeet ook niet bij Wifi land je landcode te kiezen (NL voor Nederland, BE voor België), zodat je Raspberry Pi op de juiste frequenties werkt. Vink tot slot Regio instellingen aan en kies je tijdzone en toetsenbordindeling.

Met de geavanceerde instellingen maak je je Raspberry Pi klaar vóór de eerste start.

Aanmelden met publieke sleutel

Als je je veiliger op je Raspberry Pi wilt aanmelden via ssh, kies dan de optie Gebruik uitsluitend public-key authenticatie. Dan wordt aanmelden met een wachtwoord niet meer toegestaan. Alleen als je op je computer waarop de ssh-client draait de geheime sleutel hebt die hoort bij de publieke sleutel die je in de instellingen kopieert, kun je je aanmelden. Dat sleutelpaar maak je op je computer met de opdracht ssh-keygen. Daarna staan in de map .ssh twee bestanden: id_rsa is je geheime sleutel en id_rsa.pub de bijbehorende publieke sleutel. De inhoud van die laatste kopieer je in de instellingen van Raspberry Pi Imager bij authorized_keys voor ‘pi’. Merk op dat je nu alleen op de Raspberry Pi kunt inloggen op de computer(s) waarop je geheime sleutel staat. Het is overigens nog altijd aan te raden om je geheime sleutel met een wachtwoordzin te beveiligen.

Direct aan de slag

Klik vervolgens op Opslaan, kies je opslagapparaat en klik op Schrijven. Na het verifiëren van het schrijven voert Raspberry Pi Imager nu een extra stap uit: het past je instellingen aan in de juiste configuratiebestanden op het bestandssysteem van het microSD-kaartje.

Als je nu je Raspberry Pi vanaf dit microSD-kaartje opstart, zal die na een tijdje automatisch met je ingestelde wifi-netwerk verbinden en kun je via ssh inloggen met het ingestelde wachtwoord. Geef je Raspberry Pi wel even de tijd om op te starten, want de eerste keer vergroot die het bestandssysteem tot de volledige grootte van het microSD-kaartje om daarna nog eens op te starten.

Je Raspberry Pi is nu dus volledig klaar voor gebruik en je kunt er direct mee aan de slag. Het enige wat je nog hoeft te doen, is alle pakketten upgraden naar de nieuwste versie, met deze commando’s:

sudo apt update

sudo apt full-upgrade

Nadat het microSD-kaartje is beschreven, is je Raspberry Pi volledig klaar voor gebruik.
▼ Volgende artikel
Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig
© Blizzard
Huis

Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig

Liveservicegames en hero shooters waren in 2016 niet per se nieuw. Destiny ging al twee jaar hard, en hoewel nieuwkomer Overwatch erg goed ontvangen werd, trokken sommigen al snel vergelijkingen met Valve’s inmiddels oude Team Fortress 2. Toch wist de hero shooter van Blizzard een Game of the Year Award voor de neus van onder andere Uncharted 4: A Thief’s End weg te grissen. Het was een glorieus begin van een moeizaam traject.

In de afgelopen tien jaar onderging Overwatch grote veranderingen. Na een groot succes met ruim 50 miljoen totale spelers in de eerste drie jaar kondigde Blizzard in 2019 aan dat er een vervolg zou komen, dat ‘naast het originele Overwatch’ moest bestaan en uitgebreid werd met Player-versus-Environment-content. De 6-tegen-6 Player-versus-Player-gameplay waar Overwatch om bekendstaat, zou blijven bestaan en voorzien worden van dezelfde content in de twee games. Ook zou Overwatch 2 een exclusieve PvE-modus met een verhaallijn en skill-trees krijgen, waarmee ieder personage op zowel grote als subtiele wijze aangepast kon worden.

©Blizzard

Nee, toch niet

Wie Overwatch 2 sinds de early access-verschijning eind 2022 heeft gespeeld, weet dat daar maar bar weinig van is waargemaakt. Overwatch en Overwatch 2 werden ten eerste geen aparte titels: laatstgenoemde heeft de plaats van het origineel simpelweg ingenomen. Die verhaalmodus? Voor 15 euro kreeg je met de 1.0-release van Overwatch 2 in augustus 2023 toegang tot drie missies. Die verkochten niet goed genoeg voor Blizzard – volgens bronnen Bloomberg - waarmee de mogelijkheid van meer PvE-content direct werd begraven.

Het was toen zelfs al bekend dat de PvE-modus grotendeels geschrapt was, gezien de modus volgens regisseur Aaron Keller ‘de focus tijdens het ontwikkelproces van de game belemmerde’. Dat is geen vreemde redenering, maar PvE was wel juist datgene dat Overwatch 2… nou ja, Overwatch 2 maakte. Uiteindelijk was de lancering van de ‘nieuwe’ game vooral een grote update, met drie nieuwe personages, wat extra arena’s en een nieuwe 5v5-opzet in plaats van 6v6. Er stond nu slechts een ‘2’ achter.

©Blizzard

Een alternatieve toekomst

Recent werd aangekondigd dat Overwatch 2 het cijfer van de naam afknipt met het twintigste seizoen en dus weer gewoon Overwatch heet – we zijn dus weer terug bij af. Ik stapte zelf destijds op de Overwatch-trein door juist de belofte van PvE in het vervolg, en heb uiteindelijk pakweg 300 uren tussen beide games verdeeld. Hoewel ik naarmate de tijd vorderde wat uren in de competitieve modus stak, maakte het spelen met vrienden de ervaring écht vermakelijk.

Gezellig kletsen, schreeuwen tegen willekeurige teamgenoten en de mix van tactiek en variatie die de vele personages in Overwatch bieden: dat staat mij bij. Een PvE-modus waarin juist dat samenspel en de speelwijze van de verschillende heroes aan te passen zijn naar jouw speelstijl was een soort heilige graal, die uiteindelijk dus nooit verscheen. Dat is eeuwig zonde. De competitieve e-sportscene van Overwatch is al sinds het begin een belangrijk aspect van de game, dus ergens is het begrijpelijk dat het team dit niet uit het oog wilde verliezen.

©Blizzard

Maar juist in de laatste jaren zien we een interessante verschuiving naar PvE, of in ieder geval multiplayer-ervaringen die niet geheel om competitie draaien. Denk aan Helldivers 2 van een paar jaar terug, waarin vrienden en willekeurige spelers het opnemen tegen legioenen aan vijanden – en zelfs wereldwijd samen naar een doel werken. Of de explosie aan zogenaamde ‘friendslop’ games als Peak en Lethal Company, die geheel draaien om het samen uitvoeren van taken als een berg beklimmen of het verzamelen van schroot. Een game als Arc Raiders bevat daarbij ook PvP-elementen, maar staat ook bij omdat meerdere spelers samen kunnen komen om een gigantische robot te verslaan. Video’s waarbij spelers plots oude vrienden tegenkomen in de game tonen aan waarom PvE momenteel zó ontzettend leuk kan zijn.

De realiteit

Het is achteraf makkelijk te zeggen, maar de originele visie voor Overwatch 2 had best een prominente rol in het huidige gamelandschap kunnen bekleden. Met de aankondiging werden uitgebreide skilltrees getoond voor de verschillende personages waar Overwatch om bekendstaat.

©Blizzard

Een van Mei’s speciale vaardigheden is bijvoorbeeld het veranderen in een ijspegel, om zo health terug te verdienen en een paar seconden onverwoestbaar te zijn. Met een van de skills die getoond werd veranderde deze ijspegel in een ijsbal, waarmee ze op spectaculaire wijze door groepen vijanden kan kegelen. De PvE-modus had de potentie om een soort zandbak voor dergelijke ideeën en ingrijpende veranderingen voor het klassieke Overwatch te worden. Een speelsere mix van skills en samenwerking om juist die avonturen uit bijvoorbeeld een Helldivers 2 te nabootsen. De tactische teamgameplay had dan ook niet hoeven verdwijnen, het zou juist vet geweest zijn om met vrienden verschillende skills af te stemmen en los te laten op de robots van Null Sector.

Dat is nog zoiets: de lore en verhaallijn van Overwatch zijn ontzettend interessant, en had meer in de schijnwerpers kunnen staan met de PvE-insteek. Nog voordat ik de games überhaupt had aangeraakt, verslond ik de prachtig geanimeerde filmpjes van Blizzard en verhalen die ze voor de personages uitbrachten.

Watch on YouTube

Wat ik dan ook zie van de nieuwe update wringt met mijn gevoel. Ja, het lijkt erop dat Blizzard een inhaalslag maakt en sneller met nieuwe personages komt om de game fris te houden. Het wekt de indruk dat we weer terug zijn bij het ‘oude’ Overwatch, en dat de ontwikkelaar nog altijd een sterke hero shooter wil behouden nu concurrenten als Marvel Rivals het speelveld hebben betreden. Toch kan ik het niet laten om te fantaseren over hoe Overwatch meer had kunnen zijn dan een hero shooter.

De realiteit is dat het Overwatch-team geen goede balans wist te vinden tussen het bijhouden van de PvP- en competitieve scene van Overwatch en de ontwikkeling van de PvE. Zonde, want zeker in het huidige multiplayerklimaat, waar mensen steeds meer achterover lijken te hangen om met elkaar te spelen in plaats van tegen elkaar, had het originele Overwatch 2 perfect gepast.

▼ Volgende artikel
We geven Mario Tennis Fever weg voor de Switch 2
Huis

We geven Mario Tennis Fever weg voor de Switch 2

Samen met onze vrienden van bol geven we wekelijks een nieuwe game weg, en deze week is dat natuurlijk Mario Tennis Fever.

Fever verscheen namelijk deze week voor de Nintendo Switch 2 en is volgens onze Simon een uitstekende Mario-sportgame. Met z'n Fever Rackets - die speciale slagen vol onvoorspelbare effecten mogelijk maken - goede basisgameplay en flink wat content weet Fever boven de afgelopen delen uit te stijgen:

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Winnen

Wat moet je doen om te winnen? Ga naar de website van bol, vind de productcode in de url (bestaande uit zestien cijfers) en vul die hieronder in het invulformulier in! Vergeet ook niet je naam en emailadres in te vullen, dan sturen we je zo snel mogelijk een code om de game fysiek op bol.com te bestellen!

Werkt het formulier niet? Klik dan hier.

Watch on YouTube