ID.nl logo
Zo kies je de beste monitor
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Zo kies je de beste monitor

Het kiezen van een monitor kan best lastig zijn, vooral als je hem ook wilt inzetten voor zwaardere toepassingen, zoals videobewerking of games. We leggen je precies uit hoe jij de beste monitor uitkiest.

In tegenstelling tot de meeste onderdelen van een volledige pc-opstelling zijn beeldschermen juist goedkoper geworden het afgelopen jaar. Het aanbod in het budgetsegment is dankzij toename in productie en nieuwe technieken flink toegenomen. In het high-end-segment komen er continu monitors bij die verschillenden nieuwe technieken implementeren zoals 240Hz, 4K, HDR en nieuwe paneeltechnieken. Kortom, we hebben tegenwoordig genoeg te kiezen als het om monitoren gaat.

Resolutie en beeldverhouding

Een belangrijke en vrij makkelijke keuze om mee te beginnen is de gewenste resolutie en beeldverhouding. De resolutie bepaalt het aantal pixels van het beeldscherm en wordt meestal aangegeven met een tweeledig getal, waarbij het eerste cijfer staat voor het horizontale aantal pixels terwijl de tweede de verticale pixeltelling aangeeft. Hoe groter deze getallen, hoe hoger de resolutie waardoor er meer detail zichtbaar is, en hoe scherper alles wordt weergeven. Omdat resoluties altijd gekoppeld zijn aan een bepaalde beeldverhouding is het slim om eerst te kiezen of je een breedbeeldmonitor wil (aangeduid met de beeldverhouding 16:9), of een ultrabreedbeeldmonitor (aangeduid met 21:9).

©PXimport

Onder de 16:9 beeldverhouding vallen de meest gebruikte en bekende resoluties, zoals 1920x1080 (HD), 2560x1440 (WQHD) en 4096x2160 (UHD), ook bekend als 4K. Voor elk van deze standaardresoluties is er ook een ultrabreedbeeld-resolutie, vaak aangeduid met ‘UW’ voor de naam: 2560x1080 (UWHD), 3440x1440 (UWQHD) en 5120x2160 (UWUHD). Voor ultrawijd 4K bestaan nog geen betaalbare monitoren, 1440p (verwijzend naar de verticale telling) is vooralsnog dus het hoogst haalbare. Een hogere resolutie is bijna altijd beter, maar deze vereisen wel een krachtigere videokaart om aan te kunnen drijven. Voor gamen op 1440p volstaat een GTX 1070/RX 580, terwijl voor 4K-gamen een GTX 1080 Ti eigenlijk de enige optie is.

Formaat

De keuze voor het formaat van je monitor is deels gekoppeld aan de resolutie die je hebt gekozen. Windows en applicaties voor Windows zijn namelijk jarenlang geoptimaliseerd voor 90 ppi (pixels per inch). Windows 10 heeft gelukkig sterk verbeterde ondersteuning voor het schalen van deze applicaties naar andere pixeldichtheden, maar dat neemt niet weg dat toepassingen er doorgaans het beste uitzien op ~90 ppi of een veelvoud hiervan.

Voor wie per se 90 ppi wil behalen moet een 1080p-monitor dus een diagonaal hebben van 24” (92 ppi), een 1440p-monitor een diagonaal van 32” (92 ppi) en een 4K-monitor een diagonaal van 48” (92 ppi). Dat laatste is natuurlijk niet praktisch, daarom is een diagonaal van 24” ook een optie, om vervolgens het beeld op te schalen in Windows zelf. Omdat Windows 10 het schalen van applicaties stukken beter afhandelt dan voorgaande versies van Windows is het allang geen ramp meer om een afwijkend aantal pixels per inch te hebben. Het is dan ook doorgaans beter om een monitor te kiezen die past op je werkplek qua formaat en een pixeldichtheid heeft die past bij de toepassing van de monitor. Moderne toepassingen schalen bijna altijd perfect mee met pixeldichtheid en zien er zelfs vaak beter uit met een hogere pixeldichtheid. Als gamen de belangrijkste toepassing van je monitor is meer ppi dan ook beter.

©PXimport

Al met al is een monitor van tussen de 24” en 27” gangbaar voor games, waarbij een hogere resolutie vaak een grotere monitor rechtvaardigt. Formaten groter dan dit kosten vaak onevenredig veel meer en bieden vaak weinig meerwaarde in programma's of worden zelfs helemaal niet ondersteund. De uitzondering hierop zijn op dit moment 32”-monitoren, waar een redelijk budgetaanbod voor bestaat. Mocht de monitor ook gebruikt worden voor productiviteit is dit wellicht een interessant formaat in combinatie met een 4K-paneel.

Type paneel

©PXimport

Er zijn grofweg drie types lcd-panelen die op dit moment verkrijgbaar zijn, die allemaal hun voor- en nadelen hebben. Het meest voorkomende type is TN, wat staat voor Twisted Nematic. TN-panelen hebben als voordeel een lage prijs en lage responstijd, wat ze bij uitstek geschikt maakt voor monitors met een hoge verversingssnelheid. Het nadeel van TN is dat ze doorgaans een slechte kleurweergave hebben en zeer slechte kijkhoeken, eigenschappen die met name bij goedkopere panelen benadrukt worden.

IPS-panelen zijn in veel opzichten de tegenpool van TN-panelen: ze hebben betere kleurweergave, veel betere kijkhoeken (doorgaans 180 graden) en hebben een constante responstijd met scherper beeld. Het nadeel van IPS (In-Plane Switching) is het hogere stroomverbruik, de hogere prijs en de hogere responstijd. IPS-panelen worden vanwege de accuratere kleurweergave vaak gebruikt voor beeldbewerking, maar deze betere kleurweergave zorgt er ook voor dat toepassingen er kleurrijker en in het algemeen mooier uitzien.

Bovendien hebben de betere moderne IPS-panelen ondersteuning voor HDR. Met de opkomst van comptabiliteit voor HDR in games en films kan het daarom interessant zijn om een paneel te kopen die over HDR beschikt, met het oog op de toename van dit soort materiaal in de toekomst.

Het derde type paneel dat veel voorkomt is VA, wat staat voor Vertical Alignment. VA-panelen zitten qua verversingsnelheid, beeldkwaliteit en prijs ongeveer tussen TN en IPS in. Vaak beschikken deze panelen ook over een kijkhoek van ongeveer 180 graden, maar zijn in vergelijking met IPS een stuk goedkoper. VA-panelen zijn een goed compromis tussen IPS en TN en zijn bovendien beschikbaar in verversingsnelheden tot 165Hz.

Gebruikers op een budget zullen waarschijnlijk het meeste profijt ondervinden van een TN-paneel, die tegenwoordig niet meer dan honderd euro hoeven te kosten voor een 1080p-monitor met een redelijke verversingssnelheid. Voor gamers en beeldbewerkers met meer budget is VA of IPS wellicht een betere keuze vanwege de betere beeldkwaliteit en kijkhoeken die deze panelen bieden.

Verversingssnelheid

De verversingssnelheid bepaalt hoe vaak per seconde de monitor een nieuw beeld weergeeft. Hoe hoger dit getal, dat wordt aangeduid in frames per seconde of hertz (Hz), hoe soepeler het beeld wordt weergeven. Voor games biedt een hoge verversingssnelheid, ofwel verversingsfrequentie, een duidelijke meerwaarde. De actie op het scherm kan namelijk beter worden weergeven met minder bewegingsonscherpte.

De feitelijke standaard voor beeldschermen is al jaren 60Hz, maar in de afgelopen jaar zijn monitoren die een hogere verversingsnelheid bieden flink in opkomst. Zo zijn monitoren inmiddels verkrijgbaar met verversingssnelheden tot aan 240Hz, al zit daar natuurlijk een significant prijskaartje aan. Een meer gematigde snelheid, zoals 120Hz/144Hz is vaak een stuk goedkoper en voor veel gamers zal het verschil met 240Hz niet bijzonder merkbaar zijn.

©PXimport

Bovendien zijn panelen met 240Hz bijna altijd van het type TN, met slechte kijkhoeken en kleurweergave als gevolg. 120Hz is daarentegen ook verkrijgbaar in IPS/VA-uitvoeringen, die significant betere kleurweergave hebben of zelfs ondersteuning voor HDR.

Behalve een hogere verversingssnelheid is er ook een andere manier om games soepeler te weergeven: Adaptive Sync. Technieken zoals FreeSync en G-Sync zorgen dat de videokaart pas een beeld naar de monitor stuurt als deze er klaar voor is: niet eerder of later. Zo worden artefacten in het beeld voorkomen die anders storend zouden zijn.

Het nadeel is dat FreeSync van AMD en G-Sync van NVIDIA beperkt zijn tot videokaarten van dezelfde fabrikant. Iemand met een AMD RX 580 zou dus geen voordeel ondervinden van een G-Sync paneel, terwijl deze techniek wel doorgaans een hogere prijs oplevert.

Een goed paneel alleen maakt nog geen goede monitor, het moet namelijk ook beeld kunnen ontvangen van de computer. Dit gaat logischerwijs via een videoaansluiting, waarin we twee categorieën onderscheiden: analoog en digitaal. Onder analoog valt tegenwoordig eigenlijk nog maar een verbinding: de alom bekende blauwe VGA-aansluiting. Deze aansluiting is nog zelden aanwezig op monitors en het gebruik ervan valt niet aan te raden vanwege de beperkte ondersteuning voor hogere resoluties en verversingssnelheden.

Op dit moment zijn er drie gangbare digitale aansluitingen: HDMI, DisplayPort en DVI-I/D. HDMI en DisplayPort zijn grotendeels vergelijkbaar wat betreft functionaliteit, maar DisplayPort heeft betere ondersteuning voor hogere resoluties en verversingssnelheden. Daar staat tegenover dat HDMI meer alom aanwezig is op laptops en als enige aansluiting op consoles. DVI-I en DVI-D zijn inmiddels sterk verouderde aansluitingen die voor compatibiliteit met oudere apparaten nog wel wordt ingebouwd bij nieuwe monitoren, maar die eigenlijk niet geschikt is voor werken op hogere resoluties en verversingssnelheden.

Een recentere toevoeging aan monitoren is de mogelijkheid om deze aan te sluiten via Thunderbolt over USB-C, mits de computer/laptop dit ondersteunt. Het DisplayPort-signaal wordt dan samen met eventuele USB-data over de USB-C-kabel verstuurd. Monitoren die dit ondersteunen hebben vaak meerdere USB-porten zodat je ook randapparatuur zoals een muis, toetsenbord, webcam en speakers aan kunt sluiten.

De meeste moderne monitoren, met name degene gemaakt voor gamingdoeleinden, zijn voorzien van in ieder geval één HDMI- en één DisplayPort-aansluiting. Beide zijn geschikt voor 4K 60Hz, maar voor hogere resoluties en/of verversingsnelheden biedt alleen DisplayPort soelaas. Op zéér budget-georiënteerde modellen of oudere monitoren ontbreken beide aansluitingen soms. In dat geval is DVI, te herkennen aan de witte aansluiting, de beste keuze. Mocht ook dat ontbreken, dan ben je toegewezen op VGA met als beperking lage resoluties en verversingssnelheden.

©PXimport

Responstijd

Pixels op een lcd-paneel hebben enige tijd nodig om van kleur te veranderen: hoe lang dit duurt wordt aangeduid met de term responstijd, wat wordt gemeten in milliseconden. Als deze responstijd erg lang is, geven pixels de kleur van een nieuw beeld weer nog voordat de kleur van het oude volledig is weggevaagd met bewegingsonscherpte of een witte waas als gevolg.

Dit is met name bij games storend, waarbij snel bewegende objecten zoals auto’s, vliegtuigen en rennende personages een strook van slome pixels achter zich meetrekken. Bij het kopen van een gamingmonitor is een responstijd van minder dan 15ms ernstig aan te raden. High-end-schermen hebben vaak een responstijd van minder dan vijf milliseconden.

Sommige fabrikanten proberen dit tegen te gaan door de pixels eerst volledig zwart te laten worden voordat ze een nieuwe kleur aannemen, zodat enige bewegingsonscherpte uitblijft. Deze techniek heet Black Frame Insertion (BFI). Een andere manier om bewegingsonscherpte af te weren is het zogenaamde Backlight Strobing: razendsnel aan- en uitzetten van de backlight (de lightbron voor de pixels). Zodoende kan een paneel met een lage responstijd en/of verversingssnelheid alsnog een scherp beeld opleveren.

©PXimport

Hoewel meeste fabrikanten de responstijd vermelden als gray-to-gray-responstijd is er geen standaard voor het meten hiervan. Fabrikanten gebruiken zelfs vaak de meest ideale omstandigheden om deze responstijd vast te stellen. Om de responstijd van twee panelen te kunnen vergelijken is dan ook een consistente testmethode vereist van een externe partij, zoals DisplayLag.com of Hardware.Info. Voor een monitor is het verstandig om een model te pakken met een responstijd van 5ms of minder, maar voor gebruikers op een budget is 10ms (of nét iets hoger) een mooi streven.

Ergonomie en extra functies

Een werk- of speelplek zo ergonomisch mogelijk inrichten is nooit een slecht idee, met name voor degene die voor langere periodes aaneen achter hun bureau zitten. Meeste monitors bieden voor dit doeleinde een voet die in ieder geval in hoogte verstelbaar is. Alleen in het budgetsegment zijn er nog monitoren die besparen op de totaalprijs door een verstelbare voet weg te laten.

Voor een opstelling met een enkele monitor volstaat hoogteverstelling meestal, maar voor een bureau waar meerdere monitoren op staan is het wel fijn dat deze naar de zitplek toe kunnen draaien, zodat alle monitoren een kijkhoek hebben van nul graden. Bovendien bieden monitoren met een draaivoet vaak ook de mogelijkheid om de monitor negentig graden te kantelen in elke richting zodat deze in portretmodus kan worden gebruikt. Dit is met name handig voor mensen die de monitor ook willen gebruiken om lange documenten te lezen/bewerken of tussendoor hun pc gebruiken om te programmeren.

Hierboven hintten we al naar de mogelijkheid om een monitor aan te sluiten via een USB-C-kabel, die zowel het videosignaal als meerdere USB-signalen door kan voeren. Sommige monitoren beschikken over de mogelijkheid om op deze manier, of via een losse videokabel en USB-kabel, twee apparaten aan te sluiten. Door middel van een snelkoppeling op het toetsenbord dat vervolgens aan de monitor wordt gekoppeld kun je wisselen tussen de twee aangesloten apparaten. De monitor fungeert op deze manier als een zogenaamde KVM-switch, waardoor je makkelijk op twee apparaten kunt werken, zoals een laptop voor werk en een pc voor gamen na de kantooruren.

▼ Volgende artikel
Je smartphone als afstandsbediening voor je slimme huis: zo werkt dat
© ImageFlow - stock.adobe.com
Huis

Je smartphone als afstandsbediening voor je slimme huis: zo werkt dat

Je smartphone gebruik je wellicht voor allerlei handige zaken, maar wist je dat je je telefoon ook kunt gebruiken om apparaten in je huis te bedienen? Vaak heb je daar niet eens zoveel voor nodig. Maar hoe begin je en waar moet je allemaal op letten?

In dit artikel

Je ziet hoe je je telefoon inzet als afstandsbediening voor verlichting, verwarming, tv en andere slimme functies in huis. We laten je stap voor stap zien hoe je apparaten toevoegt, kamers indeelt, routines bouwt en je slimme huis laat reageren op tijd, locatie en aanwezigheid. Ook lees je waar je op let bij compatibiliteit en hoe je alles netjes en veilig houdt met onderhoud en updates. 

Lees ook: Starten met smarthome in één middag: een stappenplan voor beginners

We gebruiken thuis steeds meer slimme apparaten die het leven moeten vergemakkelijken. Bijna alle apparaten die je op internet aansluit, zoals een televisie of een basisstation voor slimme lampen, kun je op afstand bedienen of in ieder geval via je wifi-verbinding thuis aansturen. Dat hangt natuurlijk af van het merk en type producten dat je gebruikt en via welke protocollen dit gaat, maar het heeft ook te maken met je telefoon.

Wanneer is een apparaat slim?

Een slim apparaat is een lamp, thermostaat, tv, stekker, gordijnmotor of sensor die via wifi, bluetooth of een standaard als Matter verbonden is met internet en op afstand te bedienen is. Dat bedienen kan bijvoorbeeld via een app van de fabrikant van de apparatuur, maar het is ook mogelijk met de app van Google, Google Home. Deze app is op de meeste Android-toestellen aanwezig, maar als dat bij jou niet het geval is, kun je deze downloaden via de Google Play Store. De app is er ook voor de iPhone en werkt vrijwel hetzelfde. We gebruiken in dit artikel de Android-versie voor alle uitleg en afbeeldingen.

Google Home tref je aan in Google Play, maar kan soms al geïnstalleerd zijn. Check sowieso altijd op updates als je de app al hebt.
Google Home

Google Home is de app die al die apparaten verzamelt en bestuurt; je bedient ze met tikken op je scherm, via het snelle bedieningspaneel van Android en met spraak via de Google Assistant. Wanneer je apparaten in de Google Home-app toevoegt, kun je er routines mee bouwen: vaste acties die automatisch of met één tik worden uitgevoerd, zoals alle lampen uit zodra je het huis verlaat of de verwarming lager zodra iedereen slaapt. Inmiddels kun je met Google Home al meer dan 50.000 apparaten aansturen; je herkent ze aan de Works with Google Home of Matter-logo's.

Starten met aansturen

Om je slimme apparaten te kunnen aansturen, gebruik je een Android-telefoon met Android 11 of hoger. Het werkt in principe ook met oudere versies, maar sinds versie 11 kun je de meeste opties voor slimme apparaten direct vanaf je vergrendelingsscherm benaderen en hoef je dus niet eerst de app te openen om je apparaten te bedienen. Installeer de Google Home-app uit de Play Store en meld je aan met je Google-account. Aanmelden is vereist zodat de instellingen voor al je apparaten worden opgeslagen en ook via andere Android-toestellen zijn te bereiken. Je kunt er ook voor kiezen om een nieuw account aan te maken, dat je dan bijvoorbeeld met je huisgenoten kunt delen. Op die manier kan iedereen in huis bij dezelfde instellingen voor je slimme apparaten en hoef je je persoonlijke data niet met je huisgenoten te delen. Met de Google Home-app kun je eenvoudig schakelen tussen meerdere accounts, dus het is in theorie mogelijk om meerdere slimme huizen te beheren.

Met de Google Home-app kun je - net als alle andere Google-apps - eenvoudig schakelen tussen meerdere accounts.

Systemen zijn niet altijd compatibel

Voordat je een slim apparaat kunt toevoegen aan Google, moet dat apparaat eerst al zijn ingesteld met de app van de fabrikant, bijvoorbeeld Philips Hue, IKEA Home smart, Tado of de app van je gordijnmotor. Daarna koppel je ze in Google Home. Het is handig om minstens één slimme lamp of slimme stekker te hebben om mee te oefenen, plus bijvoorbeeld een televisie met Chromecast-functionaliteit. Heb je een smartspeaker of smartdisplay met ingebouwde Google Assistant (zoals de Nest Hub), dan kun je die gebruiken als extra microfoon in huis, maar strikt nodig is die niet, omdat je ook via je telefoon tegen de Assistant kunt praten. Apple-gebruikers hebben een vergelijkbaar systeem via Apple HomeKit en de Apple Home-app. Apple gebruikt een gesloten systeem, waardoor je niet kunt communiceren met Google Home en moeten de apparaten die je met een Apple-smartphone wilt aansturen, ook specifiek compatibel zijn met Apple HomeKit. Via Home Assistant - een losstaand protocol voor slimme apparaten - is het mogelijk om een koppeling te maken tussen Android-apparaten en Apple-apparaten, maar daar gaan we in dit artikel niet verder op in.

©sdx15 - stock.adobe.com

Ook Apple heeft een Home-app, maar die is niet compatibel met Android.

Lees ook: Philips Hue SpatialAware: dit is het en zo gebruik je het

Apparaten toevoegen en huis indelen

Om Google Home te gebruiken voeg je je eerste apparaten toe aan de Google Home-app en deel je ze logisch in kamers in, zodat aansturen en automatiseren later veel eenvoudiger wordt. Je opent eerst Google Home, controleert of het juiste huis geselecteerd is; als dit nog niet is aangemaakt, maak je dat aan. Vervolgens voeg je een nieuw apparaat toe met de +-knop, rechts bovenin. Tot slot kies je voor Apparaat.

Een nieuw apparaat toevoegen aan Google Home doe je hier.

Koppelen

Je krijgt nu de mogelijkheid om een apparaat direct toe te voegen door middel van een QR-code, die je vaak achter op een product vindt. Apparaten die Matter of Nest ondersteunen, kun je op deze manier dus direct toevoegen. Wil je een apparaat toevoegen dat geen Matter-ondersteuning biedt, dan kan dat alleen als je het betreffende apparaat hebt geconfigureerd via het systeem van dat merk, bijvoorbeeld een lamp van Philips Hue die aan de Hue-bridge is gekoppeld. In dat geval kies je voor de optie Apps of services koppelen. Vervolgens krijg je een overzicht van alle compatibele diensten die met Google Home werken.

Kies uit de lijst met compatibele merken om een koppeling te maken.

Lees ook: Matter uitgelegd: de nieuwe standaard voor een zorgeloos slim huis

Toestemming verlenen

Om een apparaat via deze route toe te voegen aan Google Home, moet je inloggen bij het account van de fabrikant waarvan je de dienst afneemt, bijvoorbeeld Philips Hue. Er komen nog wat meldingen in beeld omtrent de mogelijkheden die Google krijgt met betrekking tot de data van je externe account.

Wanneer de apparaten zichtbaar zijn als tegels, houd je een tegel even vast en kies je voor het tandwieltje. Vervolgens tik je op Ruimte en kun je het apparaat eventueel nog in een andere ruimte plaatsen. Dat kan door de betreffende ruimte aan te tikken uit de lijst, of zelf een nieuwe ruimte aan te maken. Het is handig om je apparaten onder te verdelen in ruimtes, omdat je - bijvoorbeeld in het geval van lampen - deze per ruimte in één keer kunt uitschakelen. Zo kun je dan bij je bedtijdroutine eerst de lichten in de woonkamer uitschakelen en daarna die op de overloop, zonder dat je je hele huis in duisternis brengt of juist iedere lamp afzonderlijk moet uitzetten.

Soms moet je extra toestemmingen goedkeuren om een apparaat te kunnen gebruiken.

Apparaten handmatig en met spraak bedienen

Heb je al je apparaten toegevoegd en eventueel onderverdeeld in verschillende ruimtes, dan kun je ze nu bedienen via je Google Home-app. Open de app, tik op de knop Alle apparaten bovenaan en je ziet alle tegels van de in Google Home aanwezige apparaten. Tik bijvoorbeeld op een lamptegel om die direct aan of uit te schakelen, of houd de tegel even vast om een schuifregelaar voor helderheid of kleur te zien.

Voor een slimme thermostaat tik je op de thermostaat-tegel en verschuif je de temperatuur hoger of lager; vaak kun je ook kiezen tussen de modi Verwarmen of Verkoelen, maar dat is afhankelijk van de aangeboden functies in het apparaat zelf, want niet alle functies zijn ook altijd te benaderen vanuit Google Home. Ook een andere handige optie is het bedienen van je televisie. Heb je een tv of Chromecast gekoppeld, dan kun je via de tegel media pauzeren of stoppen. Vervolgens activeer je spraakbediening door op je Android-telefoon de Google Assistant op te roepen, bijvoorbeeld via de Assistant-knop, een veegbeweging of door "Hey Google" te zeggen. Vervolg die aanroep dan door concrete opdrachten als "Doe de lampen in de woonkamer uit", "Zet de thermostaat op 20 graden" of "Speel Netflix op tv woonkamer". Omdat de Google Assistant de door jou opgegeven namen en kamers uit Google Home gebruikt, loont het dat je die eerder netjes hebt ingesteld.

Tik je op een slimme lamp in de Google Home-app, dan zie je de opties die geboden worden, bijvoorbeeld het aanpassen van de kleurtoon en de helderheid.

Slimme routines maken

Nu je weet hoe je apparaten direct bedient, laten we je zien dat je ook automatiseringen of routines kunt instellen, zodat combinaties van acties met één tik of automatisch worden uitgevoerd. Om dat voor elkaar te krijgen in de Google Home-app tik je onderaan op de knop Automatisering en kun je kiezen uit een aantal voorgestelde routines, zoals wat er gebeurt als je van huis weggaat, of juist aankomt. Het nadeel hiervan is dat je wel de locatie-instellingen op je telefoon moet aanzetten en je huisadres in Google Home moet instellen, maar we kunnen goed voorstellen dat je daar niet op zit te wachten, privacytechnisch gezien dan. Als je een nieuwe routine wilt maken, tik je rechtsboven op de knop Nieuw > Automatisering. Geef de automatisering eerst een naam, zodat deze alvast kan worden opgeslagen nog voordat je iets instelt. Een routine bestaat altijd uit drie delen: een starter, een voorwaarde (die is optioneel) en een actie. Een starter kun je het beste zien als een gebeurtenis, bijvoorbeeld: het is 20:00, er wordt een beweging gedetecteerd, of de temperatuur van de slimme thermostaat is lager dan 16 graden. Een starter kan ook een spraakopdracht zijn. Stel dat je een 'Alles uit'-routine wilt: je geeft de routine een naam, kiest als trigger bijvoorbeeld het spraakcommando "Ik ga weg" en voegt als acties toe dat alle lampen uit moeten, de thermostaat naar 17 graden gaat en de tv wordt uitgezet.

De opbouw van een routine in Google Home.

Lampen automatisch aanpassen

Voor een filmavond-scenario maak je een automatisering die handmatig start of op een spraakzin als "Filmavond": je selecteert dan bij Actie bewerken de lampen in de woonkamer en zet de helderheid naar bijvoorbeeld 20 procent, je zet eventueel gekleurde lampen op warm wit en schakelt een slimme stekker van de sfeerverlichting in. Heb je gordijnen met een slimme motor, dan voeg je toe dat die naar 100 procent dichtgaan. Tot slot wijs je de tv- of Chromecast-tegel toe om een bepaalde app te starten of in elk geval de tv in te schakelen. Omdat deze routines gebruikmaken van de apparaten en kamers die je eerder hebt ingericht, zie je direct hoe belangrijk een goede basisconfiguratie is.

De kleur en helderheid van de lampen kun je automatisch aanpassen bij het inschakelen van de tv.

Automatiseren op tijd, locatie en aanwezigheid

Nu je basisroutines hebt, ga je een stap verder door je huis zichzelf te laten aanpassen op tijd, locatie en aanwezigheid, zodat je smartphone meer regisseur dan bedieningspaneel wordt. In Automatisering kun je een routine laten starten op vaste tijden, bij zonsopkomst of zonsondergang of wanneer de toestand 'Thuis' of 'Afwezig' verandert. Stel bijvoorbeeld een ochtendroutine in die op werkdagen om 7:00 uur de thermostaat naar 20 graden zet, de gordijnen in de woonkamer op 50 procent opent en de keukenlampen op 60 procent helderheid inschakelt. In de avond kun je een routine laten starten rond zonsondergang, zodat de buitenlamp en de lamp bij de voordeur automatisch aangaan. Aanwezigheidsdetectie gaat nog een stap verder: Google Home kan via de locatie van je telefoon en sensors van bijvoorbeeld een Nest-thermostaat of Nest-speakers bepalen of er iemand thuis is. Wanneer iedereen weg is, kan de Afwezig-routine lampen uitzetten, de thermostaat terugschakelen en eventueel een robotstofzuiger starten. Je stelt dat in via de Instellingen in Google Home onder aanwezigheidsdetectie, waar je toestemming geeft voor gebruik van je telefoonlocatie en aangeeft welke apparaten mogen 'meekijken'.

Concrete scenario's

Nu je de algemene principes beheerst, richt je je op drie alledaagse toepassingen die samen veel comfort opleveren: licht, warmte en entertainment. Voor verlichting maak je in Google Home aparte scènes aan via Automatisering, zoals 'Thuiswerken' met helder wit licht op 80 procent in je werkkamer en 'Ontspannen' met warm licht op 30 procent in de woonkamer. Je roept ze op met "Hey Google, thuiswerken" of via een tegel in het bedieningspaneel. Voor verwarming stel je in de Google Home-app temperatuurschema's in voor je Nest-thermostaat, bijvoorbeeld overdag 20 graden en 's nachts 17 graden; voor warm water kun je eveneens schema's instellen, zodat de slimme boiler niet onnodig aanstaat. De routine 'We zijn weg' verlaagt de temperatuur en zet lampen uit. Voor tv-bediening koppel je je Chromecast of ingebouwde Chromecast-tv aan Google Home en wijs je die toe aan de kamer 'Woonkamer'. Daarna werkt "Hey Google, speel YouTube op tv woonkamer" of je tikt in de app op de tv-tegel om afspelen te pauzeren of te stoppen. Als je deze drie functies eenmaal soepel bedient, zie je hoe makkelijk het is om extra apparaten, zoals gordijnen of een slimme stekker voor je koffiezetapparaat, in bestaande routines in te passen.

Noodzakelijk onderhoud en uitbreiden

Nu je smartphone de centrale afstandsbediening van je slimme huis is, is het belangrijk dat je installatie veilig, overzichtelijk en toekomstbestendig blijft. Controleer regelmatig in Google Home onder Settings en Devices of er geen oude of dubbele apparaten meer staan, bijvoorbeeld een lamp die je hebt vervangen; verwijder ongebruikte apparaten, zodat routines niet breken en blijven hangen omdat een bepaald apparaat niet meer bestaat. Kijk af en toe ook kritisch naar machtigingen: in aanwezigheidsdetectie bepaal je expliciet welke apparaten en telefoons mogen meedoen aan 'Thuis' en 'Afwezig' en dus jouw locatie kunnen opvragen. Dat is misschien niet altijd gewenst. Koop je uitbreidingen, test die nieuwe apparaten eerst in een simpele routine, zoals een losse scène voor één kamer, voordat je ze in al je automatiseringen opneemt. Controleer daarnaast ook op updates: Google Home wordt bijvoorbeeld regelmatig bijgewerkt, zeker nu er ook steeds meer AI-functies worden toegevoegd. En ook je slimme apparatuur: vaak wordt er nieuwe firmware uitgebracht, maar die kun je niet vanuit Google Home updaten; dat moet doorgaans via het slimme apparaat zelf of de aangesloten hub. Tot slot kun je, mocht je later voor het Apple-ecosysteem kiezen, veel apparaten dankzij Matter eenvoudig ook aan Apple Home koppelen, al beheer je ze dan in een aparte app. Door regelmatig op te ruimen, updates te installeren en je routines te finetunen, blijft je slimme huis betrouwbaar en voelt je smartphone echt als een krachtige, maar toch overzichtelijke universele afstandsbediening.

Het updaten van de firmware van aangesloten apparaten gaat doorgaans via de app van de fabrikant zelf, niet via Google Home.
View post on TikTok
▼ Volgende artikel
It Takes Two- en Split Fiction-maker bezig met opnames voor nieuwe game
Huis

It Takes Two- en Split Fiction-maker bezig met opnames voor nieuwe game

Hazelight Studios, de ontwikkelaar van de succesvolle coöperatieve games It Takes Two en Split Fiction, heeft een nieuwe game in ontwikkeling en is op dit moment bezig met de opnames ervoor.

Enige tijd geleden gaf regisseur Josef Fares al aan dat er een nieuwe game in ontwikkeling was bij de studio, maar nu heeft hij op social media een foto geplaatst waarop Fares te zien is met drie acteurs in motion capturing-pakken. Daarmee wordt dus duidelijk gemaakt dat de opnames voor de game in ieder geval al in volle gang zijn.

Overigens is de identiteit van de acteurs niet bekend. Fares houdt zijn arm voor de gezichten van de acteurs. Mogelijk zijn het dus bekende acteurs en wil hij dat nog verhullen, al is dat speculatie. Over speculatie gesproken: het feit dat er drie acteurs te zien zijn, doet sommige fans vermoeden dat de nieuwe game van Hazelight mogelijk met drie spelers tegelijk te spelen valt in plaats van twee, maar ook dat is nog alles behalve bevestigd.

View post on X

Over de games van Hazelight Studios

Hazelight Studios is gespecialiseerd in het creëren van games die coöperatief doorlopen moeten worden. No Way Out, It Takes Two en Split Fiction vergen allen twee spelers. Daarbij draait het om samenwerken, wat hun games een populaire bezigheid maakt voor gamende koppels en vrienden.

It Takes Two bleek een grote hit voor de studio. In het spel spreekt een dochter van een ruziënd stel een vloek over het tweetal uit, waardoor ze minuscuul worden. Ze zullen moeten leren communiceren en samenwerken om zich uit deze hachelijke situatie te redden, terwijl ze als kleine poppen door een uitvergrote versie van hun huis en tuin reizen.

Na het succes van It Takes Two bracht Hazelight het conceptueel vergelijkbare Split Fiction uit. Die game draait om twee schrijvers, Mio en Zoe, die worden ingehuurd om verhalen te creëren voor een technologie die deze verhalen levensecht kan simuleren. De vrouwen worden door het bedrijf achter de technologie echter gevangen in een simulatie, en in de game wordt er constant tussen de twee verhalen van Mio en Zoe geschakeld. Dat levert zowel fantasievolle als futuristische settings op.

Zowel It Takes Two als Split Fiction komen met een Friend Pass. Dat houdt in dat maar één speler de game hoeft te kopen, en de tweede speler gratis online mee kan spelen. De games zijn ook via splitscreen samen op de bank speelbaar.

Watch on YouTube