ID.nl logo
Waarom is tech zo goedkoop?
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Waarom is tech zo goedkoop?

We leven steeds meer in een wegwerpmaatschappij. Vooral elektronica is fors in prijs gedaald. Prijsvechters als Action en Big Bazar doen goede zaken. Maar hoe komt al die tech goedkoop in de schappen? Welke prijs moeten wij daarvoor (uiteindelijk) betalen?

De jongere generatie heeft weinig moeite met het weggooien van spullen. De verleiding is dan ook groot: nooit eerder was er zoveel te koop, voor zo weinig geld. Dat de kwaliteit soms te wensen overlaat lijkt minder belangrijk. Een miskoop levert weinig financiële schade op. En als het stuk is koop je gewoon een nieuwe, zo heerst de gedachte. Als een apparaat kapot gaat pakt alleen een enthousiaste hobbyist de soldeerbout er nog bij. Veel vaker wordt een complete printplaat vervangen. Fabrikanten en importeurs doen nog minder moeite en ruilen een defect apparaat veelal om voor een nieuw exemplaar. Een vakman laten voorrijden loont de moeite niet. Maar waarom is elektronica zo goedkoop? Veel vingers wijzen naar China waar productie door de lage lonen goedkoop is, en – door het ontbreken van milieu- en veiligheidsregels – ook een stuk gemakkelijker. Maar dat is niet de enige verklaring voor de prijzenslag.

©PXimport

De Prijsvechter

De driedelige documentaireserie ‘De Prijsvechter’ van de VPRO geeft een leuk inkijkje in de wereld van prijsvechters. De serie, gemaakt door Roland Duong en Marijn Frank, die je misschien kent van de Keuringsdienst van Waarde, is begin 2017 uitgezonden en online terug te kijken. Ze volgen onder meer het spoor van een spotgoedkoop windlichtje - een plastic lantaarn met led-kaars - van een Action-filiaal terug naar China. Hoe massaal daar wordt geproduceerd zien we als ze Shantou bezoeken, de ‘speelgoedhoofdstad’ van de wereld, waar meer dan 3.000 speelgoedfabrieken zijn. Tachtig tot negentig procent van het speelgoed van de wereld komt er vandaan. China kent veel van dit soort productiesteden. Hoewel nog steeds veel werknemers worden uitgebuit en soms met duizenden naast elkaar de nacht in een slaapzaal naast de fabriek doorbrengen, zien we ook dat de welvaart toeneemt en de werkomstandigheden langzaam verbeteren.

Iedereen naar China

Het zijn niet alleen de lage lonen die China tot de fabriek van de wereld maken. De meeste componenten voor smartphones, pc’s en andere consumentenelektronica worden óók in China of een buurland gemaakt. Om zo’n apparaat in andere landen te assembleren zou flinke logistieke problemen opleveren en meer geld kosten. Ook gekwalificeerd personeel is in China veel gemakkelijker te vinden. Het begint zelfs steeds meer een kenniseconomie te worden. Er lijkt geen weg meer terug. Het heeft voor een industriële leegloop in andere landen gezorgd. Ook de Nederlandse regio’s die vóór 1988 floreerden in de maakindustrie kregen grote klappen sinds China op de wereldmarkt is. Economen spreken niet voor niets van een ‘China shock’. Veel spullen die in Nederland werden gemaakt zijn uit de markt gedrukt door China. De laatste tijd willen echter steeds meer landen de eigen economie beschermen, bijvoorbeeld door handelsbarrières op te werpen en importtarieven in te stellen. De Verenigde Staten met president Donald Trump lopen daarbij voorop. In Nederland zou het deels de ‘ruk naar rechts’ verklaren.

Grondstoffen belangrijk(er)

Wat de aantrekkingskracht van China nog groter maakt is de zeer ruime beschikbaarheid van belangrijke grondstoffen. China is bijvoorbeeld een belangrijke producent van germanium, wolfraam en antimonium en één van de grootste producenten van grafiet, een belangrijk ingrediënt voor accu’s. Van een groep zeldzame grondstoffen, waaronder het gewilde Neodymium, maar ook Lanthaan, Dysprosium en Cerium produceert China wereldwijd met ruim 97 procent veruit het meest. Voor de productie van consumentenelektronica, maar ook bijvoorbeeld windturbines, zonnecellen en elektrische auto’s zijn die grondstoffen essentieel. Zo bevat een Toyota Prius bijvoorbeeld twee kilo Neodymium in de elektromotor en vijftien kilo Lanthaan in de speciale batterijen. China slaagde er lang tijd in de export van die zeldzame grondstoffen te beperken. Alleen door naar China te verhuizen konden bedrijven de grondstoffen tegen de veel lagere lokale prijs krijgen. Ook diesel en elektriciteit worden er tegen bodemprijzen aangeboden, bijna nergens kan het goedkoper. Het zijn tegenwoordig niet de arbeidskosten, maar juist de grondstofprijzen die de winstmarge bepalen.

Miniaturisatie

Een belangrijke historische reden voor het goedkoper worden van elektronica is natuurlijk de snelle technologische vooruitgang, zeker op het gebied van chips. Gordon Moore, een van de oprichters van chipfabrikant Intel, riep het al in 1965. De Wet van Moore, wat eigenlijk meer een voorspelling was, stelt dat het aantal transistors in een geïntegreerde schakeling door de technologische vooruitgang grofweg elk jaar (in 1975 bijgesteld naar elke twee jaar) verdubbelt. De chips worden dus elke twee jaar twee keer zo klein. Maar dat niet alleen: de nieuwe generaties zijn ook zuiniger, sneller, functioneler en goedkoper dan hun voorgangers. De economische levensduur is kort waardoor producten relatief snel worden vervangen. Inmiddels is dit wel flink geremd: de industrie loopt tegen de grenzen aan van wat er mogelijk is met de huidige technologieën. De stroomdraadjes worden bijvoorbeeld bijna te dun (zo’n 14 nanometer) om nog goed te kunnen werken. Er zit nog een beetje rek in, maar door de complexere productie en hogere kosten levert het weinig winst op. Een belangrijkere ontwikkeling is dat chips naast digitale functies als rekenkracht en geheugen ook steeds meer analoge functies bevatten. Denk aan antennes voor draadloze communicatie (zoals wifi, bluetooth en gps) en diverse sensoren. Je hoort daarom soms de term More than Moore. Veel elektronica wordt dankzij zulke chips opgebouwd rondom één centrale chip, ook wel system-on-a-chip (SoC) genoemd. Zulke ‘ingebedde’ systemen vind je in steeds meer producten, waaronder naast smartphones en tablets ook bijvoorbeeld ip-camera’s, kopieermachines en wasmachines.

©PXimport

Massaproductie

Wat je in het groot kan maken is goedkoper. Machines nemen het merendeel van het werk uit handen. De paar werknemers die nog nodig zijn werken efficiënt aan één taak. Behalve de producten zelf rollen ook de onderdelen die daarin worden gebruikt ergens massaal van de band. Zo zijn veel smartphones bijvoorbeeld rondom een Snapdragon (SoC) van Qualcomm gebouwd. Zijn de investeringskosten voor een productielijn eenmaal terugverdiend, dan kan de prijs nog verder omlaag. De goedkoopste tv’s en monitoren zijn altijd die met de meest gangbare schermdiagonaal. Voor handelaren geldt ook de wet van de grote getallen. Ze krijgen alleen de laagste prijs als ze massaal inkopen. Het gevolg is een stuwmeer aan goedkope spullen, die allemaal verkocht moeten worden. Gaat de verkoop toch minder dan verwacht? Dan gaat de prijs omlaag om de vraag te stimuleren, zoals recent nog bij de 3d-tv. China helpt ook graag een handje mee: zo verstrekt de overheid een subsidie van 13 procent op huishoudelijke artikelen als wasmachines, koelkasten en televisietoestellen en krijgen kopers van een elektrische auto in sommige steden (van Chinese afkomst uiteraard) zelfs 32 procent korting. Verder zorgt een stevige concurrentie tussen fabrikanten zelf voor prijsschommelingen. De smartphone is daarvan een goed voorbeeld. Door die marktwerking worden smartphones op het moment overigens duurder (zie kader). Er is weliswaar veel aanbod, maar ook genoeg vraag én er zijn genoeg mensen die het grote bedrag ervoor over hebben.

Smartphones steeds duurder

Er lijkt een einde te komen aan prijsdalingen bij smartphones. Volgens onderzoeksbureau GfK zal de gemiddelde prijs van smartphones dit jaar met zes procent stijgen. Sinds 2015 zijn de adviesprijzen al zo’n zeven procent gestegen, ongeveer zes procent na inflatiecorrectie. Toestellen blijken ook waardevaster: de prijs daalt minder snel dan voorheen. De voornaamste reden is marktwerking. Als er voldoende mensen zijn die een hogere prijs willen betalen, dan zullen fabrikanten die ook gewoon vragen. Als de prijs te hoog is en de telefoon verkoopt daardoor veel minder, dan zal die prijs vermoedelijk snel dalen. De winstmarge blijft overigens op hetzelfde niveau. Kijk je slechts naar de productiekosten van smartphones dan ligt die winstmarge voor fabrikanten als Apple en Samsung doorgaans tussen 60 en 70 procent. De iPhone X is daarop geen uitzondering, zo blijkt uit recente analyses. Je krijgt wel steeds meer voor hetzelfde geld: toestellen worden volgepropt met functies. Als je het op die manier bekijkt worden smartphones dus toch nog goedkoper.

Lage verzendkosten

Bij een webshop in Nederland betaal je vrij stevige verzendkosten, zelfs als die winkel bij jou om de hoek zit. Opvallend genoeg geldt dat niet voor Chinese webwinkels. Zelfs als je een kabeltje van een paar euro koopt hoef je geen verzendkosten af te rekenen. Hoe kan dit nu precies? Inmenging van de Chinese overheid speelt hierbij een grote rol. Zij wil graag een economische grootmacht worden en houdt de exportkosten daarom zo laag mogelijk (terwijl ze met hoge importkosten vaak juist de eigen markt beschermt). Dat kan ze ook gemakkelijk, want China Post - de grootste vervoerder - is een staatsbedrijf. Verkopers betalen uiteraard verzendkosten, maar dat gaat om lage bedragen. Sommige webshops verkopen dusdanig grote aantallen dat ze speciale prijsafspraken kunnen maken. Wat ook helpt is dat er geen haast achter zit. Het is prima als een pakje pas na enkele weken wordt bezorgd. Dus er wordt gewacht tot een container gevuld is voor vervoer per schip. Veel fabrieken staan al dicht bij een haven. De Chinese postbedrijven moeten uiteraard wel afspraken met de Nederlandse postbedrijven maken. Maar omdat China als ontwikkelingsmarkt wordt aangemerkt krijgen Chinese vervoerders veel korting. Je betaalt de verzendkosten uiteindelijk natuurlijk wel zelf, maar het zit al bij de prijs in. Let wel op mogelijke extra kosten voor invoerrechten en btw, bij bedragen boven de 22 euro.

Pas op voor miskoop

Door de lage prijzen moet je zelf steeds beter opletten: de tussenhandel probeert er een slaatje uit te slaan. Een treffend voorbeeld is de Mixxar Flashlight Q250 die vorig jaar even een hype was. De ‘militaire’ zaklamp, te koop voor zo’n 50 euro, zou gebruik maken van techniek die recentelijk door het leger is vrij gegeven. De specificaties liegen er niet om: het lampje zou een waanzinnig hoge lichtopbrengst hebben (4.000 Lumen) en extreem hoog bereik (3.000 meter). Later werden die specificaties overigens drastisch naar beneden bijbesteld. Dat bleek ook hard nodig, getuige de testen op onder meer www.ledscherp.nl en Knives and Tools. De lampjes bestaan uit louter een aluminium behuizing, een led, 3 AAA-batterijen en een verschuifbare focus. De gebruikte led’s zijn al jaren oud en de batterijen zijn bij lange na niet krachtig genoeg om dergelijke prestaties te leveren. In China zijn vergelijkbare zaklampjes voor zo’n vijf euro te koop. De meeste zaklampen komen uit de Chinese havenstad Ningbo dat ook wel de ‘zaklamphoofdstad’ van de wereld wordt genoemd. Meer dan een miljoen mensen werken er in de zaklampenindustrie.

Kantelpunt lijkt bereikt

Een neveneffect van de sterke groei van de economie in China is dat het zelf steeds meer een consumptiemaatschappij aan het worden is. Lonen stijgen en het wordt voor fabrieken lastiger om personeel te vinden. Ook dreigen er tekorten, die in sommige gevallen overigens tijdelijk zijn. Zo zorgen de nieuwe randloze schermen in smartphones en de Europese honger naar mega-tv’s voor een tekort aan schermen. In China wordt momenteel een groot aantal fabrieken voor schermen gebouwd, vooral om aan de Chinese vraag te voldoen, die over een paar jaar juist weer een overproductie hebben. Door de opmars van elektrisch rijden zijn er snel veel meer accu’s nodig. Fabrieken schieten uit de grond in met name Azië en de Verenigde Staten. Er dreigt wel een ander tekort, dat ironisch genoeg in eerste instantie de groene initiatieven als elektrisch rijden en windturbines lijkt te raken: belangrijke grondstoffen raken op.

©PXimport

Grondstoffen schaarste

Grondstoffen zijn voor productielanden van enorm belang, waardoor ook China veel buiten de eigen grenzen investeert, met name in Zuid-Amerika en Afrika. De grondstoffen zijn er weliswaar vaak wel, maar het kost veel te veel energie om ze te winnen, omdat de stoffen te diep zitten of de concentraties te laag zijn. Ook levert het grote milieuschade op. Er wordt zelfs al naar de zeebodem en andere planeten gekeken als toekomstige vindplaatsen. Nu grondstoffen schaars worden, en prijzen stijgen, wordt het rendabel ze opnieuw te gebruiken. Er ligt genoeg: Milieu Centraal becijferde dat van de drie miljoen mobieltjes die stof verzamelen in onze ladekastjes 15.000 gouden trouwringen gemaakt kunnen worden. Door te recyclen krijgt de economische groei een stabiele basis. Niet voor niets spreekt Europa steeds meer over de wens voor een circulaire economie. Er zijn talloze initiatieven op dat vlak. Ook om andere redenen wordt de discussie over duurzaamheid steeds vaker gevoerd. Overal op aarde zijn inmiddels de sporen van de mens zichtbaar. Treffende voorbeelden daarvan zijn de plastic soep en broeikasgassen. Geologen spreken daarom zelfs over een nieuw tijdperk: het Antropoceen, ofwel het tijdperk van de mens. Helaas is dat óók de prijs die we betalen voor onze elektronica.

©PXimport

Conclusie

China drijft al lang niet meer op oude ambachten. Bijna alles wordt gemaakt in het land, dat inmiddels de fabriek van de wereld wordt genoemd. De lage lonen hebben dit aangejaagd maar zeker zo belangrijk zijn de ruime beschikbaarheid van belangrijke grondstoffen en de subsidies op energie, grondstoffen en vervoer. China doet er zelf immers ook alles aan om een wereldmacht te worden. Dit, en de razendsnelle technologische ontwikkelingen, zorgen ervoor dat prijzen voor elektronica door de jaren heen fors zijn gedaald. Door de hoge lonen hier is reparatie zelden interessant. Ook is een apparaat voordat je het weet al weer opgevolgd door een beter, goedkoper en zuiniger model. De technologische ontwikkelingen gaan tegenwoordig wel een stuk minder hard. Er zijn snel nieuwe technologische innovaties nodig om het proces in stand te kunnen houden. Daarnaast dreigen snel tekorten aan belangrijke grondstoffen. We moeten daarom zuiniger omgaan met onze bronnen. Grote kans dat de innovaties ook uit China gaan komen: het land kopieert niet alleen, het innoveert tegenwoordig ook, met dank aan de zeer sterke kenniseconomie die het heeft opgebouwd.

▼ Volgende artikel
Wifi wel snel op je telefoon, maar traag op je laptop? Hier ligt dat aan!
© A Stockphoto
Huis

Wifi wel snel op je telefoon, maar traag op je laptop? Hier ligt dat aan!

Je zit op de bank en streamt probleemloos een 4K-video op je telefoon, maar zodra je je laptop openklapt om een webpagina te laden, lijkt het alsof de verbinding vastloopt. Ligt het aan de router of aan je computer? In dit artikel leggen we uit waarom wifi-snelheden zo sterk kunnen verschillen per apparaat en wat je eraan kunt doen.

Je betaalt voor een snelle internetverbinding, dus is de verwachting dat elk apparaat in huis die snelheid ook daadwerkelijk haalt. Toch voelt het surfen op je computer soms stroperig aan, terwijl je smartphone ernaast nergens last van heeft. Vaak wordt er direct naar de internetprovider gewezen, maar het probleem zit meestal in de apparatuur zelf. Het verschil in hardware, leeftijd en software tussen mobiele apparaten en computers is namelijk groter dan je denkt. Na het lezen van dit stuk weet je precies waar die vertraging vandaan komt.

Generatiekloof: waarom je laptop vaak achterloopt

Het snelheidsverschil tussen je telefoon en je computer komt vaak neer op een simpele generatiekloof. We vervangen onze telefoons gemiddeld elke twee tot drie jaar, waardoor ze vaak uitgerust zijn met de nieuwste wifi-chips (zoals wifi 6 of 6E). Een laptop gaat vaak veel langer mee, soms wel vijf tot zeven jaar. Hierdoor probeert een verouderde netwerkkaart in je laptop te communiceren met een moderne router, wat resulteert in een lagere maximumsnelheid.

Daarnaast speelt de manier waarop data wordt verwerkt een grote rol. Een telefoon is geoptimaliseerd voor directe consumptie: apps op de achtergrond worden gepauzeerd om de app die je nú gebruikt voorrang te geven. Een computer werkt anders. Terwijl jij probeert te surfen, kan Windows of macOS op de achtergrond bezig zijn met zware updates, het synchroniseren van clouddiensten of het maken van back-ups. Je laptop snoept dus al bandbreedte weg zonder dat jij het doorhebt, waardoor er voor je browser minder overblijft.

Wanneer je laptop de strijd wél wint

De laptop wint het van de telefoon wanneer de omstandigheden optimaal zijn voor stabiliteit in plaats van pure mobiliteit. Als je beschikt over een moderne laptop met een recente netwerkkaart en je bevindt je in dezelfde ruimte als de router, kan de laptop vaak stabieler grote bestanden binnenhalen.

Dat geldt vooral als je laptop verbonden is met de 5GHz-frequentieband. Deze frequentie is veel sneller dan de oude 2.4GHz-band, maar heeft een korter bereik. Als je dicht bij het toegangspunt zit, profiteert je laptop van zijn krachtigere processor om complexe webpagina's sneller op te bouwen dan een telefoon dat kan, mits de verbinding zelf niet de bottleneck is.

Waarom je telefoon soepeler aanvoelt

Het verschil wordt pijnlijk duidelijk zodra je verder van de wifi-bron af gaat zitten, bijvoorbeeld op zolder of in de tuin. Smartphones zijn vaak agressiever geprogrammeerd om het sterkste signaal te pakken of snel tussen frequenties te schakelen. Veel laptops blijven daarentegen te lang plakken op een zwak 5GHz-signaal of vallen onnodig terug op de trage en vaak overvolle 2.4GHz-band (het zogeheten 'sticky client'-probleem).

Daarnaast hebben smartphones een trucje dat laptops helaas moeten missen: wifi-assist (of een vergelijkbare term). Als de wifi even hapert, gebruikt de telefoon ongemerkt een beetje 4G- of 5G-data om de stroom stabiel te houden. Je laptop heeft die optie meestal niet en laat direct een laadicoontje zien. Hierdoor voelt de telefoon sneller aan, terwijl hij eigenlijk een beetje vals speelt door mobiele data bij te schakelen.

Harde grenzen: wanneer traagheid onvermijdelijk is

Er zijn situaties waarin je laptop de strijd sowieso verliest, ongeacht hoe dicht je bij de router zit. Dit zijn de harde grenzen:

  • Verouderde standaarden: Als je laptop alleen wifi 4 (802.11n) ondersteunt, zul je nooit de snelheden halen van een telefoon met wifi 6 (802.11ax). De hardware kan het simpelweg niet aan.

  • Actieve VPN-verbinding: Veel werklaptops hebben een actieve VPN-verbinding voor beveiliging. Dit vertraagt de internetsnelheid aanzienlijk vergeleken met een 'open' telefoonverbinding.

  • De 2,4GHz-valkuil: In dichtbevolkte wijken is de 2,4GHz-band zo vervuild door signalen van de buren, dat een laptop die hierop vastzit nauwelijks vooruitkomt.

  • Batterijbesparing: Als je laptop niet aan de lader ligt en in Eco-modus staat, wordt de stroom naar de wifi-kaart vaak geknepen, wat direct ten koste gaat van het bereik en de snelheid.

Zo check je of jouw hardware het probleem is

Om te bepalen of je laptop de boosdoener is, moet je eerst kijken naar de verbinding. Klik op het wifi-icoon op je laptop en controleer of je verbonden bent met een 5GHz-netwerk (vaak te zien bij Eigenschappen of netwerkinformatie). Is dat niet het geval en sta je wel dicht bij de router? Dan is je netwerkkaart waarschijnlijk verouderd of staan de instellingen niet goed.

Kijk ook eens kritisch naar je gebruik. Heb je toevallig nog applicaties openstaan zoals Steam, OneDrive of Dropbox? Deze programma's kunnen de verbinding volledig dichttrekken. Op een telefoon gebeurt dit zelden automatisch op de achtergrond. Als je laptop ouder is dan vijf jaar, kan een simpele upgrade met een moderne wifi-usb-dongle het probleem vaak al verhelpen, zonder dat je een hele nieuwe computer hoeft aan te schaffen.

Kortom: leeftijd en software maken het verschil

Dat je telefoon sneller is op wifi dan je laptop, komt meestal doordat telefoons nieuwere netwerkchips hebben en slimmer omgaan met datastromen. Laptops hebben vaak last van zware achtergrondprocessen of blijven hangen op een tragere frequentieband. Daarnaast schakelen telefoons bij zwak wifi soms ongemerkt over op 4G/5G, wat de ervaring vloeiender maakt. Controleer of je laptop op de 5GHz-band zit en sluit zware achtergrondprogramma's af om snelheid te winnen.

▼ Volgende artikel
Tomodachi Life: Waar Dromen Uitkomen arriveert op 16 april
Huis

Tomodachi Life: Waar Dromen Uitkomen arriveert op 16 april

Tomodachi Life: Waar Dromen Uitkomen komt op 16 april uit voor Nintendo Switch.

Dat heeft Nintendo vanmiddag aangekondigd in een speciale Direct-uitzending die om de game draait. Ondanks dat de game voor de eerste Switch verschijnt, zal hij via backwards compatibility ook speelbaar zijn op Nintendo Switch 2.

In de Tomodachi Life-games van Nintendo kunnen spelers zelf Mii-personages creëren en bijvoorbeeld baseren op het uiterlijk van henzelf, vrienden en familie of beroemdheden. Deze Mii's leiden vervolgens hun eigen leven op een eiland, wat allerlei gekke en hilarische situaties oplevert. Spelers kunnen zelf ook invloed uitoefenen op deze verschillende situaties.

Watch on YouTube

Over Tomodachi Life: Waar Dromen Uitkomen

In de Direct-uitzending werd meer informatie gegeven over het aankomende Tomodachi Life: Waar Dromen Uitkomen. Zo is duidelijk dat spelers hun Mii-personages unieke persoonlijkheden, gewoontes en woningen kunnen geven. Spelers kunnen tijdens de game zien waar de personages aan denken, en ze helpen bij problemen. De tijd in de game verstrijkt daarbij net zo snel als in de echte wereld, wat het de moeite waard maakt om het spel op verschillende momenten op te starten.

Het is daarbij mogelijk om de verschillende Mii-personages kennis met elkaar te laten maken, om te zien wat er vervolgens gebeurd. Personages kunnen bijvoorbeeld praten over hun favoriete eten en filmgenres. Het is daarnaast mogelijk om acht Mii-personages bij elkaar in een huis te laten wonen, wat weer unieke reacties van de personages veroorzaakt.

Op het eiland waar de game zich afspeelt kunnen spelers de personages winkels te laten bezoeken. Bijvoorbeeld een supermarkt waar allerlei etenswaren worden verkocht, of de mogelijkheid om kleding en kostuums te kopen. In een speciale marktkraam worden redelijk geprijsde artikelen meerdere malen per dag ververst.

Ook is er een ontwerpatelier, waar spelers verschillende voorwerpen kunnen maken, waaronder kledingstukken, versiering voor huizen en zelfs huisdieren. Het eiland kan sowieso naar eigen smaak worden ingedeeld, met bankjes, bomen, planten en meer.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.