ID.nl logo
Zekerheid & gemak

Tien verkooptrucs

Hoeveel heeft de tekst op de verpakking van een digitaal apparaat te maken met de inhoud? Niemand liegt, maar als u de details niet kent, kunt u toch met iets thuiskomen dat niet doet wat u wilt. Wij houden de tien meest gebruikte trucs tegen het licht.

" Of het nu om gaat om de aanschaf van een harde schijf, een digitale camera of een cd-brander, u zult altijd specificaties tegenkomen die in praktijk niet helemaal blijken te kloppen. Wist u bijvoorbeeld dat een 52-speed cd-rom bij normaal gebruik niet ver boven de 24-speed uitkomt? Of dat de digitale zoom op uw camera totaal niet van belang is? Het is natuurlijk zonde om randapparatuur of een uitbreiding op uw computer te kopen, om vervolgens te ontdekken dat het niet zo presteert als u dacht. Gewapend met kennis van de bekendste adverteertrucs voorkomt u miskopen. ***hd.jpg Harde schijven Veruit de bekendste truc wordt uitgehaald bij de verkoop van harde schijven. Formeel gezien is een kilobyte 1024 bytes groot, en een megabyte 1024 kilobytes. Voor de beplakking van dozen wordt nog steeds standaard gewerkt met maten van 1000 in plaats van 1024. Dat lijkt niet zo erg, maar daardoor kan een zogenaamde 80 GB harde schijf in werkelijkheid slechts 76,3 GB bevatten: een verschil van 3,7 gigabytes. Als we dat vertalen naar bijvoorbeeld mp3-bestanden, betekent dit dat u ongeveer 758 nummers minder op de harde schijf kunt bewaren dan u bij aanschaf zou denken. ***Athlon-logo (zie logo AMD-Notebooks, PCM 1) Athlon XP Over de snelheid van AMD XP-processoren valt met betrekking tot de gebruikte cijfers ook nog wel wat op te merken. AMD heeft op de site benchmarks staan waarmee aangetoond wordt dat zowel de 3000 XP als de 3200 XP-processoren beter presteren dan de Pentium 4 van 3 GHz (www.amd.com/us-en/Processors/ProductInformation/). Deze betere prestaties zouden bereikt worden omdat de XP-processoren hun kloksnelheid van 2,2 GHz compenseren met een efficiëntere architectuur. In onafhankelijke tests maakt AMD dit verhaal deels waar. De Athlon XP presteert op de werkelijke kloksnelheid beter dan de Intel tegenhangers die op gelijke snelheid lopen. De 3000 en 3200 XP processoren komen echter qua snelheid niet in de buurt van de 3 GHz en 3,2 GHz Pentium 4-processoren. ***foto cd (uit archief Vormgeving) Cd's lezen De specificaties van de gemiddelde cd-rom speler leggen hun snelheid tegenwoordig tussen de 48- en de 52-speed in. De enkelvoudige snelheid van een cd-romspeler is 150 KB per seconde. Op deze snelheid kost het ongeveer een uur en een kwartier om een cd van 650 MB zijn geheel naar de pc te kopiëren. Als een cd-rom speler 52 keer zo snel zou zijn, betekent dit dat hij met een snelheid van 7800 KB per seconde kan lezen. Dezelfde cd zou dan in 85 seconden te kopiëren zijn. Dat dit in de praktijk nooit wordt gehaald zit als volgt: de fabrikant meet zijn leessnelheid door een hoeveelheid data onder optimale omstandigheden van de binnenkant van een schijf te lezen. In praktijk moet de cd-romspeler eerst op snelheid komen en dat kost tijd. Hierdoor leest hij in het begin trager dan aan het einde van een leesoperatie. De gemiddelde snelheid komt daardoor al lager uit. Gaat u een aantal kleine bestanden kopiëren dan wordt de snelheid nog verder gedrukt doordat er eerst gezocht moet worden. Daarnaast hebben leesfoutjes een negatieve invloed omdat sectoren dan opnieuw gelezen dienen te worden. Zo komt het dat een cd-romspeler bij normaal gebruik niet alleen nooit de geadverteerde snelheid haalt, maar dat een 48-speed apparaat beter presteert dan een 52-speed tegenhanger. Dat laatste ligt puur aan de kwaliteit van de speler. Cd's branden Als het al niet lukt om op52-speed te lezen, valt het helemaal te betwijfelen of schrijven op deze snelheid wel mogelijk is. Bij het maken van een één-op-één-kopie is de snelheid van de aanleverende drive natuurlijk van meer belang. Gaat u echter data van een harde schijf op cd zetten, dan kan een cd-brander hogere snelheden halen dan een cd-romspeler. Dat komt omdat de laser van het begin van de schijf naar het einde draait zonder naar de gegevens te hoeven zoeken. Andere factoren drukken de snelheid natuurlijk nog steeds en een brander die werkelijk 52-speed haalt bestaat niet. Een goed voorbeeld van haalbare brandsnelheden vindt u op www.cdspeed2000.com/go.php3?link=cdwriteresults.php3. Daarnaast is het de vraag of de extra snelheid wel noodzakelijk is. Een normale cd branden op 24-speed kost ongeveer vijf minuten. Branden op 52-speed kost ongeveer drie minuten. *** Usb-stekker.jpg (NB: ALLEEN USB-STEKKER AFBEELDEN) usb Het meest verwarrende staaltje marketing tegenover logica is te vinden bij de verkoop van usb-apparatuur. Technisch gezien zijn er drie usb-varianten: usb 1.0, 1.1 en 2.0. Deze drie leveren respectievelijk een snelheid van 1,5, 12 en 480 Mbit/s. Tegenwoordig wordt alle usb echter, ongeacht de snelheid, aangeduid als usb 2.0. De werkelijke snelheid wordt aangegeven door het te splitsen in low-, full- en high-speed usb. USB-IF (www.usb.org), de organisatie die over het usb-logo waakt, heeft echter maar twee merken voor usb en dat is het 'basic' merk voor zowel 1.0 als 1.1, en het 'hi-speed' merk voor usb 2.0. Dit laatste logo mag alleen worden gevoerd als het product door USB-IF op snelheid is getest. Als u een usb 2.0-apparaat koopt zonder logo's, is er dus geen garantie op de snelheid te geven. Koopt u een usb 2.0 product met een standaardlabel, dan is het zonder verdere vermelding onduidelijk of het op 1,5 of 12 Mbit/s werkt. Voor wie het zich afvraagt, het hernoemen van alle specificaties naar usb 2.0 is bedacht om de usb-specificaties voor klanten overzichtelijker te maken. ***tft-scherm (zie test PCM 1, kies een scherm) Beeldscherm Sommige verkooptrucs zitten zo ingebakken dat het erg eenvoudig is om er aan vast te houden. Een goed voorbeeld daarvan komt naar voren nu lcd-schermen steeds populairder worden. Een standaarduitspraak luidt dat het zichtbare oppervlak van een lcd-scherm een inch groter is dan dat van een equivalente beeldbuis- of crt-monitor. Dat is helemaal waar, maar tegelijkertijd een rare voorstelling van zaken. In werkelijkheid krijgt u bij aanschaf van een lcd-scherm namelijk precies het beeldoppervlak dat u beloofd wordt. Een crt-scherm daarentegen geeft u minder zichtbaar beeld dan op de doos staat. Dat komt omdat de beeldbuis voor een deel in de plastic behuizing valt. Zo kunt u bijvoorbeeld op het gemiddelde 17 inch crt-beeldscherm maar 16 inch zien. De meeste fabrikanten geven in de specificaties van hun crt-schermen niet alleen het beeldoppervlak, maar ook het zichtbare oppervlak weer. Het kan natuurlijk geen kwaad dit te controleren; afhankelijk van de gebruikte behuizing valt er namelijk een meer of minder groot deel van het scherm weg. ***Luidspreker.jpg Luidsprekers Als u op jacht gaat naar de perfecte luidsprekers, wordt u met een warboel aan Wattages geconfronteerd. Algemene wijsheid dicteert dat een hoger maximaal volume er voor zorgt dat de geluidskwaliteit op een buurvriendelijk volume beter is. De grote vraag is hoe het vermogen weergegeven wordt. Standaard gebeurt dit in Watt, maar er zijn twee manieren om het Wattage aan te geven. De eerste is door het noemen van de piekbelasting (pmpo). Dit is heel simpel gesteld het maximum Wattage dat de boxen kortstondig kunnen leveren. Pmpo Wattages kunnen heel erg hoog zijn, maar zegt heel weinig over de kwaliteit van boxen. De tweede methode is het noemen van het Wattage dat boxen continue kunnen leveren (rms). Dit zegt al iets meer over het vermogen, maar ook hier kan mee gespeeld worden. Bijvoorbeeld door bij een 5.1 speakerset de rms-Wattages van de boxen en de woofer bij elkaar op te tellen. Daarnaast wil een hoog Wattage van de boxen nog niet zeggen dat de meegeleverde versterker dit Wattage wel kan leveren. Tot slot is natuurlijk niet alleen het aantal Watts van belang, maar bijvoorbeeld ook de kwaliteit van de gebruikte materialen en het ontwerp van de boxen. De enige manier om echt goede speakers te vinden is dan ook niet door te kijken naar de specificaties op de doos, maar door naar de speakers zelf te luisteren. ***digi videocamera (PCM 10, pagina 54) Scanners en digitale camera's Digitale foto- en videocamera's worden net als scanners vaak aangeprezen met een resolutie die te hoog lijkt om waar te zijn. Dat komt meestal omdat de werkelijke resolutie een stuk lager ligt. Een fabrikant die zijn apparaat beter wil laten overkomen kan namelijk altijd de ge'nterpoleerde resolutie op de doos zetten in plaats van de optische resolutie. De optische resolutie is de maximale waarde die de ccd van een scanner of camera kan aflezen. De ge'nterpoleerde resolutie kan een scanner of camera bereiken door vervolgens het beeld te vergroten en de invulling van de extra beeldpunten erbij te 'gokken'. Dit levert in praktijk natuurlijk niet de beste kwaliteit op en is daarnaast misleidend. Achterhaal bij apparaten altijd of de genoemde resolutie de optische resolutie is, zodat u bij aanschaf een eerlijke vergelijking kunt maken. Digitale zoom De populairste verkooptruc voor digitale foto- of videocamera's is het noemen van de digitale zoom. In tegenstelling tot de optische zoom, die met de lens zorgt dat objecten dichterbij komen, bewerkt de digitale zoom de foto. Dit doet hij door het gedeelte van het beeld waar u op focust uit de foto te knippen en vervolgens op te rekken naar het maximale formaat van de camera. Dit werkt hetzelfde als de ge'nterpoleerde resolutie. Overigens hebt u uw digitale camera niet nodig om zo in te zoomen. Dat kan namelijk ook gewoon door het beeld op de computer te knippen en te rekken; de digitale zoom is dan zo groot als u maar wilt. Digitale zoom is een waarde die niets zegt over de kwaliteit van de camera. *** tapestreamer.gif Tapestreamers Alhoewel tapestreamers bij thuisgebruikers niet erg populair zijn, worden ze toch met enige regelmaat aangeprezen. Hierbij wordt bijna altijd gebruik gemaakt van de 'dubbele-inhoud-truc'. Dit houdt in dat u niet alleen de werkelijke opslagcapaciteit van de tape te zien krijgt, maar ook de capaciteit als de data gecomprimeerd op de tape worden gezet. Dit levert in advertenties altijd een verdubbeling van de normale capaciteit op. In werkelijkheid wordt zulke efficiënte compressie echter nooit gehaald. Niet ieder bestand laat zich precies halveren, hoe goed de compressie ook is. Om een gecomprimeerd bestand te kunnen uitpakken, moet er een klein beetje extra informatie aan het begin van het bestand toegevoegd worden om aan de software uit te leggen hoe het te werk moet gaan. Bij kleine bestanden en zeker bij bestanden die al op een andere manier gecomprimeerd zijn betekent dit dat het bestand in werkelijkheid niet veel kleiner of zelfs groter wordt. Als u behoefte hebt aan alle backupcapaciteit die een tapestreamer biedt, is het altijd verstandig om voor capaciteit uit te gaan van de ongecomprimeerde waarde. Wordt er maar één getal aangeprezen, ga dan zeker na of dit de werkelijke waarde weergeeft. Conclusie Voordat u een nieuw onderdeel of apparaat aanschaft kan het geen kwaad om eerst eens op internet en in de bladen te kijken hoe het apparaat werkelijk presteert. Klakkeloos de informatie op de doos voor waar nemen kan namelijk tot grote teleurstellingen leiden. Controleer voordat u tot aanschaf overgaat altijd of er onafhankelijke tests bestaan die meerdere vergelijkbare apparaten op een rij zetten. "

▼ Volgende artikel
Derde The Last of Us-seizoen is mogelijk de laatste
Huis

Derde The Last of Us-seizoen is mogelijk de laatste

De baas van HBO Max lijkt te suggereren dat het aankomende derde seizoen van de serie The Last of Us de laatste wordt.

In een interview met Deadline werd HBO-baas Casey Bloys gevraagd naar de mogelijkheid dat het derde seizoen van de live-action verfilming van de gamereeks de laatste wordt. Daarop antwoordde hij dat "het er wel op lijkt". Hij voegde echter wel toe dat de showrunners dit uiteindelijk beslissen.

Mogelijk toch een vierde seizoen?

Eerder suggereerde showrunner Craig Mazin al dat de serie mogelijk vier seizoenen zou tellen, en dat er geen manier was om het verhaal uit de tweede game in een derde seizoen te concluderen. Het is niet duidelijk of dat nog steeds het geval is, of dat de plannen misschien zijn gewijzigd.

Wel heeft Mazin altijd gezegd dat hij alleen het verhaal uit de games zou verfilmen, en dat er niet meer bij verzonnen zou worden om de serie langer te laten lopen. Het eerste seizoen van de serie behandelt de gebeurtenissen uit de eerste game, en het vorig jaar verschenen tweede seizoen een gedeelte van de gebeurtenissen uit de tweede game.

Over The Last of Us

De The Last of Us-reeks draait om een wereld waarin een schimmel zich via mensen verspreid, en waardoor de geïnfecteerde mensen zich als een soort gewelddadige zombies op nog gezonde mensen storten. In deze wereld volgen gamers en kijkers Joel, een man die zijn kind heeft verloren en het meisje Ellie door de Verenigde Staten moet vervoeren.

Fans hopen al geruime tijd dat ontwikkelaar Naughty Dog een derde game binnen de reeks maakt, maar dat is vooralsnog niet bevestigd. Wel was er een multiplayergame gesitueerd in de The Last of Us-wereld in ontwikkeling, maar die game werd geannuleerd.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

▼ Volgende artikel
Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer
© Andrii - stock.adobe.com
Huis

Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer

Een NAS is voor de meeste gebruikers veel meer dan een netwerkschijf. Je kunt er eenvoudig extra toepassingen op draaien, bijvoorbeeld voor extra back-upmogelijkheden, productiviteit, multimedia en thuisautomatisering. Daarvoor is het vaak ook krachtig genoeg. Toepassingen kunnen bovendien bestanden op je NAS benutten. De makkelijkste manier om toepassingen te installeren en beheren is via Docker. We laten zien hoe je hiermee werkt op een NAS van Synology of QNAP.

In dit artikel

Je leest hoe Docker op een NAS werkt en waar je op moet letten bij Synology en QNAP. Je ziet hoe je images binnenhaalt, containers opzet en opslag goed regelt met bind mounts en volumes, zodat configuratie en data netjes op je NAS blijven staan. Ook leggen we uit hoe poortkoppelingen werken, wanneer Docker Compose handiger is dan losse containers en hoe je met Portainer het beheer overzichtelijker maakt.

Lees ook: Bouw je eigen dashboard met Homepage: al je webapplicaties overzichtelijk op één plek

Je hebt meestal geen zware server nodig voor toepassingen als Plex, Jellyfin, SABnzbd of Home Assistant. Een NAS is meestal krachtig genoeg. Soms is hooguit wat extra geheugen wenselijk. Zo heb je behalve je opslag ook al je toepassingen centraal. Mis je softwareopties op je NAS, bijvoorbeeld voor back-up of synchronisatie, dan is dat óók eenvoudig op te lossen met extra software. Maar hoe installeer je zulke toepassingen? Soms kun je een pakket installeren, bijvoorbeeld van SynoCommunity. Maar je moet dan precies de juiste variant vinden en er kunnen afhankelijkheden zijn, zoals php of Apache. Met Docker ben je veel flexibeler. Toepassingen zijn niet meer afhankelijk van de inrichting van je NAS en worden bovendien sneller bijgewerkt. Maar hoe werk je hier in de praktijk mee op een NAS? In dit artikel laten we dat zien. We beginnen met algemene uitleg over het werken met Docker op een NAS. Daarna behandelen we het downloaden van images en het maken en configureren van containers. We richten ons daarbij voornamelijk op Synology en QNAP. Heb je een NAS van een ander merk, dan zul je merken dat veel principes hetzelfde zijn. Bij het merk Ugreen lijkt de software bovendien sterk op die van Synology.

Containers of virtuele machines

Bij Docker draait een toepassing in een lichte en geïsoleerde container. De image, het uitgangspunt van een container, bevat alles wat de toepassing nodig heeft. Gegevens worden buiten de container opgeslagen, bijvoorbeeld in een gedeelde map op de NAS zelf. Een update is eenvoudig: je herbouwt gewoon de container op basis van een nieuwe image. Er zijn ook alternatieven, zowel bij QNAP als Synology. Zo kun je met virtuele machines werken, via Virtual Machine Manager (Synology) of Virtualization Station (QNAP). Maar in zo'n virtuele machine moet je een heel besturingssysteem installeren. Daar is een NAS niet altijd krachtig genoeg voor. Iets praktischer zijn de lichtgewicht Linux-containers die je bij QNAP kunt opzetten, maar dat vraagt meer technische kennis. Gevorderde gebruikers kunnen daarnaast bij QNAP vaak Kubernetes inzetten voor containerbeheer. Dat biedt veel mogelijkheden voor schaalbare omgevingen, maar is voor de meeste thuistoepassingen onnodig complex. Om snel een toepassing op je NAS te installeren, is Docker vrijwel ongeslagen.

Wat heb je nodig?

Niet alle modellen van Synology en QNAP ondersteunen Docker. Synology vereist een model met x86-cpu van Intel of AMD. Bij ARM-modellen kun je het soms via een omweg installeren, maar dat is niet officieel en ook niet zonder risico's. Verder hangt het van het model af. Vooral de Plus-series (zoals de DS224+ en DS923+) en hogere modellen ondersteunen Docker. Je kunt het eenvoudig controleren door in Synology Package Center te zoeken naar Container Manager (DSM 7.2 of hoger) of (als je een oudere DSM-versie hebt) naar Docker. Bij QNAP is de toepassing, onder de naam Container Station, beschikbaar via App Center. Het is geschikt voor de meeste niet al te oude modellen. Zowel bij Synology als QNAP is 2 GB werkgeheugen aanbevolen, maar we raden minimaal 4 GB RAM aan. Voor dit artikel gebruiken we een wat oudere Synology DS918+ en QNAP TS-453Be. Beide komen nog goed mee en beschikken over recente software.

Container Manager kun je vinden in Synology Package Center.

Opslag bij Docker

Belangrijke gegevens zoals configuratiebestanden, databases en cachebestanden worden in principe buiten een container bewaard. Dat kan op twee manieren. Normaal zal Docker voor de paden in de container die persistent moeten zijn een anoniem volume gebruiken. Dat krijgt een lange hash als naam. Je kunt ook zelf een naam toewijzen. We noemen dat dan een named volume. Die kun je makkelijker herkennen of hergebruiken in andere containers. De tweede optie is een zogeheten bind mount. Je koppelt dan de persistente paden in de container aan mappen op de host (het systeem waarop Docker draait), zoals je NAS. Zeker bij een NAS van Synology is dat het meest praktisch. Synology verbergt in de webinterface namelijk volumes, ook al zijn ze er wel! Bij een bind mount zie je de bestanden altijd netjes in de gedeelde mappen, zodat jij ze zelf kunt raadplegen of back-uppen.

QNAP maakt volumes met opslag voor een container wél zichtbaar.

Opslag bij een NAS

Voor het organiseren van je bestanden op een NAS gebruik je standaard al gedeelde mappen. Ga je met Docker werken, dan zul je óók zo'n map gebruiken voor de opslag voor je containers. Synology maakt die map standaard onder /docker. Bij QNAP is dat (meestal) /Container. Stel dat je WordPress wilt installeren. Het persistente pad in de container is in dit geval /var/www/html. Daar worden alle websitebestanden opgeslagen. Bij Synology zul je dan een map zoals /docker/wordpress maken die je bij de configuratie koppelt aan het container-pad /var/www/html. Er kunnen ook meerdere paden zijn. SearXNG gebruikt in de container bijvoorbeeld /etc/searxng voor de configuratie (zoals settings.yml) en /var/cache/searxng voor data en cachebestanden. Beide kun je dan koppelen met de NAS, bijvoorbeeld onder /docker/searxng/config en /docker/searxng/cache. Gebruik eventueel de bestandsbeheerder (zoals File Station) om de mappen vooraf aan te maken of aangemaakte bestanden te bekijken!

Het is handiger om gegevens van containers in een gedeelde map te bewaren.
Bestanden op je NAS gebruiken

Het mooie van Docker op een NAS is dat je een container toegang kunt geven tot bestanden op die NAS, zoals foto's, video's, documenten en back-ups. Je koppelt daarvoor gewoon de gewenste gedeelde mappen of submappen. Op die manier kun je bijvoorbeeld de muziekspeler NaviDrome direct toegang tot de muziek op de NAS geven. De muziek kun je daarna netjes georganiseerd bekijken en afspelen via de vlotte webinterface. Het werkt ook samen met verschillende bekende apps. Ook bijvoorbeeld voor video's zijn goede toepassingen beschikbaar, zoals Plex en Jellyfin. Of probeer eens een toepassing als Immich of Photoprism voor je fotobibliotheek.

Met NaviDrome kun je heel handig de muziek op je NAS beluisteren.

Werken met poorten

Containers gebruiken vaak één of meerdere poorten voor bijvoorbeeld een webinterface. Een voorbeeld is de webserver nginx met http-poort 80. Bij de configuratie koppel je die interne poort 80 aan een poort op de host en daarmee je lokale netwerk. Je kunt soms hetzelfde poortnummer (in dit voorbeeld 80) kiezen, maar dat hoeft niet. In dit geval is dat ook af te raden. Liever gebruik je een hogere, vrije poort. Let goed op de bezette poorten van de NAS zelf. Dat zijn er vaak best veel. Een voorbeeld is de veelgebruikte poort 8080 die QNAP voor de webinterface gebruikt. Bij Synology zie je een overzicht van gebruikte poorten in Configuratiescherm / Infocenter op het tabje Service. Bij QNAP ga je naar Systeem / Systeemstatus / Systeemdiensten. Een blok als 6000-6999 is bij beide merken een goede optie. Heb je een container gestart, dan moet je deze vaak even de tijd geven om te starten voordat je de webinterface kunt benaderen via de ingestelde poort.

Je maakt een koppeling tussen poorten op de host en poorten in de container.

Docker Compose

Bij een NAS kun je een container relatief makkelijk via een wizard starten. Maar de details die je opgeeft, zoals poorten en volumes, kun je naderhand niet aanpassen. Wil je iets veranderen, dan zul je een nieuwe container moeten maken met de juiste instellingen. Bij zowel Synology als QNAP kun je ook werken met Docker Compose. Bij Synology heet dit een project, QNAP noemt het een toepassing. Je kunt dan de instellingen voor één of meerdere containers beheren in één yaml-bestand, meestal met de naam docker-compose.yml. Een groot voordeel is dat je dan eenvoudiger achteraf de configuratie kunt aanpassen. Het werken met meerdere containers is bovendien veel overzichtelijker. Je groepeert ze samen in één bestand, ook wel 'stack' genoemd. En je kunt alle containers in één handeling starten, stoppen of verwijderen. Bij problemen zul je overigens wel nog steeds de individuele containers moeten inspecteren (zie kader 'Problemen oplossen').

Via een wizard kies je vooraf de gewenste instellingen voor een container.
Problemen oplossen

Heb je een probleem met een container? Open dan het overzicht met containers. Klik vervolgens op de naam van de container. De logboeken die je hier kunt bekijken, geven vaak goede aanwijzingen voor problemen. Ook als je met Docker Compose werkt, zul je bij problemen de individuele containers moeten inspecteren. Soms is het ook weleens handig om opnieuw te beginnen. Stop daarvoor eerst de relevante containers, verwijder de volumes én bestanden die in de gekozen gedeelde mappen zijn gemaakt en start je project opnieuw.

Synology: Docker installeren

Docker is meestal niet standaard geïnstalleerd. Je logt eerst in bij DSM, het besturingssysteem van je NAS. Vervolgens installeer je de toepassing via

Package Center. De toepassing heet Container Manager (sinds DSM 7.2) of (bij een eerdere versie) Docker. Bij de installatie wordt gevraagd om een brugnetwerk te configureren. Dat is het netwerk waarop containers intern communiceren. Je hoeft dit subnet (172.17.0.0/16) niet te veranderen, tenzij dit conflicteert met jouw eigen netwerk (wat heel zeldzaam is).

Installeer de toepassing via de downloadtool van je NAS.

Synology: images downloaden

Om een container met een bepaalde toepassing te starten, heb je een image nodig. Open daarvoor Container Manager en ga naar Register. Hier kun je images op naam opzoeken. Dubbelklik dan op een image om deze te downloaden. Vaak zul je de officiële of populairste optie kiezen. De images van LinuxServer.io zijn ook altijd goed. Omdat ze dezelfde opbouw en documentatie volgen, zijn ze herkenbaar en makkelijk te gebruiken. Je kunt bij het downloaden een tag kiezen. Vaak kies je latest voor de laatste stabiele versie. Alle images die je hebt gedownload, vind je terug onder Image. Als er updates zijn, kun je die daar ook downloaden. Je containers blijven overigens draaien op de versie waarmee ze zijn gemaakt. Pas als je een nieuwe container start, wordt de nieuwe image gebruikt.

Je kunt direct binnen Container Manager de gewenste images downloaden.

Synology: container maken

We gaan als voorbeeld een container voor SearXNG maken, een privacyvriendelijke zoekmachine die live resultaten bij andere zoekmachines ophaalt. Ga hiervoor naar Container en kies Maken. We gebruiken de image searxng/searxng. Bij het maken van de container hoef je bij Algemene instellingen niet veel te veranderen. Wel handig is de optie Automatisch opnieuw starten inschakelen, voor hogere beschikbaarheid. Op het tweede scherm, bij Geavanceerde instellingen, zie je onder het kopje Poortinstellingen dat deze toepassing in de container poort 8080 gebruikt. Bij Lokale poort kies je de lokale poort (op de host), zoals 8080 (of iets anders, als deze al in gebruik is). Na het maken van de container kun je de zoekmachine bereiken via de gekozen lokale poort, zoals http://ip-NAS:8080. Onder het kopje Volume-instellingen maak je zoals eerder toegelicht een bind mount. Koppel /docker/searxng/config met /etc/searxng en koppel /docker/searxng/cache met /var/cache/searxng. Via het venster kun je naar de map op de NAS bladeren om deze aan te wijzen (en eventueel ook aan te maken).

We maken koppelingen tussen gedeelde mappen en volumes in de container.

Synology: lokale bestanden gebruiken

Een van de voordelen is dat toepassingen bestanden op de NAS kunnen gebruiken. We noemden NaviDrome al, een populaire muziekspeler. Bij het maken van deze container koppel je poort 4533 aan de lokale poort, zoals 4533. Bij de volumes moet je opletten. NaviDrome gebruikt /data voor gegevensopslag en /music voor muziek. Koppel bij Volume-instellingen daarom bijvoorbeeld /docker/navidrome/data aan /data. Staat je muziek op de NAS onder /music/albums, dan koppel je precies die map aan /music in de container. Kies hier eventueel voor alleen leestoegang, omdat deze toepassing geen bestanden hoeft te wijzigen. Na het starten van de container zul je het programma even de tijd moeten geven om alle muziek te indexeren.

We geven NaviDrome toegang tot muziek op de NAS.

Synology: project maken

Wil je bij Synology met Docker Compose werken dan ga je naar Project en kies je Maken. Je kunt bij Bron kiezen om zelf een docker-compose.yml te uploaden, maar ook een nieuw bestand maken. Dat laatste heeft meestal de voorkeur. Je kunt de configuratie dan in het venster plakken en meteen nog wat persoonlijke aanpassingen maken. We nemen WordPress als voorbeeld dat twee containers heeft: één voor WordPress zelf en één voor een database (zoals MySQL of MariaDB). Je zet ze samen in één project en beheert ze daarna als geheel, in plaats van als twee losse containers. Bij Naam van project vullen we in wordpress (alleen kleine letters). Bij Pad kiezen we een gedeelde map op de NAS, zoals /docker/wordpress. Bij Bron kiezen we voor het maken van een docker-compose.yml. Hieronder zie je het voorbeeld voor de officiële image voor WordPress, waar we wat aanpassingen in gaan maken voor de NAS:

services:

  wordpress:

    image: wordpress

    restart: always

    ports:

      - 8080:80

    environment:

      WORDPRESS_DB_HOST: db

      WORDPRESS_DB_USER: exampleuser

      WORDPRESS_DB_PASSWORD: examplepass

      WORDPRESS_DB_NAME: exampledb

    volumes:

      - wordpress:/var/www/html

  db:

    image: mysql:8.0

    restart: always

    environment:

      MYSQL_DATABASE: exampledb

      MYSQL_USER: exampleuser

      MYSQL_PASSWORD: examplepass

      MYSQL_RANDOM_ROOT_PASSWORD: '1'

    volumes:

      - db:/var/lib/mysql

volumes:

  wordpress:

  db:

Begin met het maken van een nieuw project.

Synology: configuratie aanpassen

Hoewel de configuratie werkt, zijn enkele aanpassingen wel wenselijk. In het voorbeeld worden twee named volumes gebruikt, terwijl bind mounts handiger zijn, zeker bij Synology. Daarom halen we de onderste drie regels weg. We maken op de NAS de mappen /docker/wordpress/db en /docker/wordpress/html aan. Ten slotte passen we het volume aan voor de twee containers. Voor WordPress wordt dit als volgt:

- /volume1/docker/wordpress/html:/var/www/html

Voor de database passen we het aan naar:

- /volume1/docker/wordpress/db:/var/lib/mysql

Controleer op jouw NAS of de volumenaam volume1 klopt. Kies ook een betere gebruikersnaam en een sterker wachtwoord voor de database. Let wel op: wat je bij WORDPRESS_DB_USER en WORDPRESS_DB_PASSWORD invult, moet hetzelfde zijn als bij MYSQL_USER en MYSQL_PASSWORD. MySQL maakt met die toegangsgegevens de database, terwijl WordPress ze gebruikt om daar toegang toe te krijgen.

Je kunt de configuratie via een YAML-bestand aanpassen.

Nieuwe NAS? Kijk en vergelijk op Kieskeurig.nl

QNAP: Docker installeren

Om Docker te installeren op je NAS van QNAP log je eerst in bij het besturingssysteem QTS. Daarna installeer je de toepassing via App Center. Je vindt het onder de naam Container Station. De installatie wijst zichzelf. Als je de toepassing de eerste keer start, wordt gevraagd waar je gegevens van containers op wilt slaan. Je kunt de standaardmap /Container accepteren.

Installeer de toepassing via de downloadtool van je NAS.

QNAP: image zoeken en gebruiken

Voor het zoeken van een image open je Container Station en klik je op Verkennen. Hier kun je images op naam opzoeken. Voor Docker gebruik je de resultaten van Docker Hub, de centrale verzamelplek voor Docker-images. Kies bij de gewenste image de optie Implementeer. Je kunt dan een tag kiezen (zoals latest). Vervolgens kun je direct de container configureren. Dit behandelen we in de volgende stap. Voor een overzicht van alle gedownloade images kun je naar Installatiekopieën. Wij installeren ook in dit voorbeeld een container voor SearXNG.

Gebruik voor Docker de resultaten van Docker Hub.

QNAP: container configureren

Bij de configuratie van de container kan de optie Standaardpoort voor web-URL wat verwarrend zijn. In feite maakt Container Station op basis van die poort een klikbare link die je in de webinterface ziet om de container te openen in je browser. Je kunt het dus zien als een soort shortcut. Je moet daaronder dus nog steeds de benodigde poorten openstellen. In dit voorbeeld vul je dus achter Host een poortnummer in, zoals 8000 (8080 is bij QNAP bezet!). Verander de poort bij Container (8080) niet. Vul bij Standaardpoort voor web-URL ook 8000 in, zodat de shortcut ook werkt.

Om andere opties in te kunnen stellen, zoals opslag, klik je op Uitgebreide instellingen.

Let bij de configuratie van de container vooral op de lokale poort.

QNAP: opslag configureren

SearXNG heeft in de container de persistente paden /etc/searxng en /var/cache/searxng. Bij QNAP kun je prima met (anonieme of named) volumes werken. In dit voorbeeld zullen we dat doen voor de wegwerpbare cachebestanden. Voor de configuratiebestanden maken we via File Station vooraf een map aan onder /Container/searxng/config. Achter Volume vullen we nu de naam searxngcache in, in het deel waar bij Container het pad /var/cache/searxng staat. Hier wordt dan een named volume voor gemaakt. We verwijderen de andere optie (met het pad /etc/searxng). Via het pijltje achter Voeg volume toe kiezen we Gekoppelde hostlocatie binden. Blader dan achter Host naar de zojuist gemaakte map (/Container/searxng/config). Achter Container vul je het pad /etc/searxng in. SearXNG zal zijn configuratie nu in de gekozen map bewaren en de cache in een named volume. Rond het maken van de container af. Die zal daarna worden gestart. Onder Volumes zie je alle volumes die zijn gemaakt, zoals searxngcache. Merk op dat In gebruik hier betekent dat het volume is gekoppeld aan een container, en dus niets over de status van de container zegt! Je kunt ongebruikte volumes eventueel verwijderen.

We gebruiken een named volume voor cache en een bind mount voor de configuratie.

QNAP: toepassingen

QNAP ondersteunt het werken met Docker Compose. Hiervoor ga je naar Toepassing en kies je Maken. Bij Naam van de toepassing vul je een herkenbare naam in. Daaronder kun je de yaml-code invullen. Voor SearXNG, ingesteld zoals hiervoor met een bind mount voor de configuratiebestanden en een named volume voor cache, vul je het in zoals hieronder. Let op het absolute pad /share/Container/searxng/config. Dat is hoe je naar die map moet verwijzen. De code is als volgt:

services:

  searxng:

    image: searxng/searxng

    container_name: searxng

    restart: unless-stopped

    ports:

      - "8000:8080"

    volumes:

      - /share/Container/searxng/config:/etc/searxng

      - searxngcache:/var/cache/searxng

volumes:

  searxngcache:

Het maken van eventuele aanpassingen is niet heel intuïtief. Je gaat hiervoor naar Toepassingen en klikt achter de toepassing op het instellingenicoontje. Kies dan de optie Opnieuw maken. Je kunt nu de yaml-code bewerken. Na het maken van de aanpassingen zal een nieuwe container worden opgebouwd met deze nieuwe configuratie.

QNAP ondersteunt ook het werken met Docker Compose.
Beheer containers op je NAS met Portainer

Het kan om meerdere redenen praktisch zijn om Portainer te installeren op je NAS, een grafische webinterface voor het beheer van je containers. Het is wat overzichtelijker en er blijft, zeker in vergelijking met Container Manager van Synology, minder verborgen. Je kunt Portainer gewoon via Docker installeren. Het is handig eerst een map te maken voor Portainer, waar het zijn configuratie persistent kan bewaren. Maak dan een project in Container Manager met de onderstaande configuratie:

services:

  portainer:

    image: portainer/portainer-ce:latest

    container_name: portainer

    restart: always

    ports:

      - "9443:9443"   # HTTPS toegang

      - "9000:9000"   # (optioneel, oudere HTTP-poort)

    volumes:

      - /var/run/docker.sock:/var/run/docker.sock

      - /volume1/docker/portainer:/data

Bij QNAP kun je dezelfde configuratie gebruiken, maar vervang dan /volume1/docker/portainer:/data door /share/Container/portainer:/data. Na het starten zie je op https://ip-NAS:9443 (of http://ip-NAS:9000) de webinterface van Portainer. De eerste keer wordt gevraagd om een wachtwoord aan te maken. Portainer heeft (ook) een kleine leercurve, maar het geeft je veel opties, en werkt op elk systeem hetzelfde.

Je kunt nu in Portainer alles rondom Docker beheren, zoals containers en images.