ID.nl logo
Review Logitech MX Brio – Vangt licht veel beter op
© Wesley Akkerman
Huis

Review Logitech MX Brio – Vangt licht veel beter op

De Logitech MX Brio moet een webcam zijn voor een breed publiek. Of je nu geregeld online een vergadering bijwoont, gezellig belt met je vrienden en familie of complete livestreams organiseert, dat zou voor de hardware niet uit hoeven maken. De webcam kost 229 euro. Is hij zijn geld waard?

Fantastisch
Conclusie

Hoewel we tijdens het testen vooral van de automatische functies gebruikt hebben, konden we het beeld helemaal finetunen zoals we wilden. En dan voelt de Logitech MX Brio wel heel goed geprijsd ineens. Als je alles aan hardware en software bij elkaar optelt, haal je een compleet pakket binnen. Hoewel de AI soms het beeld kan verstoren (vooral qua kleur) en de autofocus soms even een momentje nodig heeft, zijn we heel enthousiast over dit model. De prijs kan voor veel mensen het grootste struikelblok zijn.

Plus- en minpunten
  • Algemene beeldkwaliteit
  • Reageert snel op lichtveranderingen
  • Veel aanpassingsmogelijkheden binnen G Hub
  • Installatie
  • Camera laten meekijken op je bureau
  • Autofocus reageert soms langzaam
  • AI kan in uitzonderlijke gevallen beeld verstoren
  • Prijs
  • Korte usb-c-kabel

Feit: door de coronacrisis zijn we meer thuis gaan doen. Sommige mensen zijn minder vaak aanwezig op kantoor en spreken hun collega’s dus geregeld via online meetings. Andere mensen hebben van hun hobby hun werk gemaakt door content te gaan streamen; of dat nu gaat om gezellig babbelen, gaming of meer. Sommige streamers zullen daarvoor misschien een normale (video)camera gebruiken, maar voor veel streamers en voor al die online vergadertijgers is een webcam meestal wel voldoende, vooral wanneer de prijs-kwaliteitverhouding meespeelt.

Dat is waar de Logitech MX Brio om de hoek komt kijken. Met een prijs van 229 euro betaal je relatief veel voor ‘een simpele webcam’. Maar in vergelijking met echte videocamera’s valt dat mee. De MX Brio is geen opvolger van de eerder gelanceerde Logitech MX 4K, maar moet ernaast bestaan. Desondanks biedt de Brio betere beeldkwaliteit aan ten opzichte van het vorige model; daarover later meer. De webcam is 98 millimeter breed, 62 millimeter hoog (wanneer de houder dichtgeklapt is) en 52 millimeter diep, waardoor hij prima past op elk beeldscherm.

©Wesley Akkerman

De korte kabel

Het beeldscherm waarop wij de Logitech MX Brio gebruikten tijdens online bijeenkomsten heeft een lichte bolling achterop. Dar is voor de houder geen probleem. Die kun je in allerlei hoeken vouwen en draaien, waardoor het niet uitmaakt of het scherm dik, dun of bol is. Aansluiten gaat via een anderhalve meter lange usb-c-kabel. Dit is voor de dataverwerking en stroomtoevoer. De kabel is helaas wel wat kort. Staat je laptop op je bureau, dan hoeft dit geen probleem te zijn. Heb je een desktop op de grond staan, dan ben je waarschijnlijk aangewezen op een usb-hub.

De camera biedt met 90, 78 en 65 graden verschillende kijkhoeken aan (vergelijkbaar met een selfiecamera op een smartphone). Ook kun je tot vier keer digitaal inzoomen en is er geavanceerde autofocus aanwezig. Door deze specificaties hebben we het idee dat Logitech zich met de webcam vooral focust op één gebruiker; niet per se gebruikers in een groep. Ga je dus met meerdere mensen vergaderen, streamen of videobellen, dan kan het zijn dat er mensen buiten het beeld vallen. Opnemen gaat in 4k/30fps of 1080p/60fps; redelijk standaard dus.

©Wesley Akkerman

Logitech MX Brio-software

Als je echt alles uit de Logitech MX Brio wilt halen, dan dien je de Logitech G Hub te downloaden voor je computer. Binnen die software tref je allerlei handige functies aan (maar het staat je uiteraard vrij je eigen streaming- of opnameprogramma’s te gebruiken). Binnen de G Hub kun je bijvoorbeeld de Show Mode activeren. Wanneer je de camera naar voren trekt en naar je bureau laat kijken, dan draait het systeem het beeld automatisch om zodat de rest kan zien wat je presenteert. Dit kan een aantekening, tekening of een of ander object zijn.

Deze functionaliteit is niet nieuw, aangezien de Logitech Brio 500 die ook al aanbood. Desondanks kan het een degelijke aanwinst zijn voor menig vergadering of online bijeenkomst. Verder pas je het gezichtsveld aan, kun je digitaal inzoomen en gebruikmaken van automatische belichting. De webcam past het beeld dan automatisch aan, op basis van kunstmatige intelligentie, zodat je daar geen omkijken naar hebt. Is het heel donker of licht in de kamer, dan zorgt de Logitech MX Brio voor een aangename kijkervaring.

Hier staan de opties met betrekking tot kleur, contrast en scherpte.
En hier zie je de opties voor bij bijsnijden en inzoomen staan.

Beter omgaan met licht

Alle automatische opties kun je overigens ook gewoon uitschakelen. Heb je dus behoefte aan meer controle over de beeldkwaliteit, of ben je niet tevreden over wat de automatische stand van het beeld maakt, dan kun je dat verder verfijnen. Opties als Belichtingscompensatie en Compensatie bij weinig licht (dit zijn twee verschillende opties) moeten ervoor zorgen dat directe lichtbronnen geen problemen vormen. Ze tasten de kleuren en de warmte van het beeld in elk geval niet aan – maar ramen kunnen nog steeds overbelicht vastgelegd worden.

Op ramen na gaat de Logitech MX Brio verder prima om met licht en de lichtopbrengst. Dat komt door de toevoeging van de zogenaamde Starlight-sensor, die beschikt over pixels die zeventig procent groter zijn. Ze vangen daardoor meer licht op, waardoor je ook in donkere ruimtes veel meer detail kunt zien (en natuurlijk speelt de HDR-stand daar eveneens een rol in). Mochten de lichtomstandigheden snel veranderen (bijvoorbeeld door een wolk die voorbij zweeft), dan past de MX Brio de kwaliteit moeiteloos aan. Op een paar frames na zie je haast geen verschil.

©Wesley Akkerman

Er zit ook een privacyklepje op deze webcam. Even dichtdraaien en je weet zeker dat niemand meekijkt.

De algemene beeldkwaliteit

Door alle instellingen en hardware-aanpassingen zijn we dik tevreden over de algemene beeldkwaliteit van de Logitech MX Brio. Voor sommige webcams kan het soms lastig zijn om huidskleur vast te leggen, maar daar lijkt dit model weinig moeite mee te hebben. Huid wordt natuurgetrouw vastgelegd en komt niet kunstmatig over. Maar hoe meer foefjes de webcam en de software moeten gebruiken om de kleuren en contrast bij te sturen, hoe meer fouten er kunnen ontstaan. En dan kun je wel wat rood of bleek opgenomen worden (afhankelijk van de situatie).

Mocht je toch nog ergens over twijfelen of iets willen aanpassen, dan is het gewoon fijn om in elk geval binnen de Logitech G Hub het beeld verder aan te passen. Zo kun je ook knoeien met de witbalans en opties als helderheid, contrast, verzadiging, levendigheid en scherpte aanpassen. Autofocus werkt goed, maar mag wat sneller omschakelen. En de audio-opname klinkt redelijk. Natuurlijk is investeren in een externe microfoon beter. Maar tijdens het videobellen of vergaderen volstaat dit. Iedereen kan je verstaan, zelfs met wat achtergrondruis.

©Wesley Akkerman

Logitech MX Brio kopen?

Hoewel we tijdens het testen vooral van de automatische functies gebruikt hebben, konden we het beeld helemaal finetunen zoals we wilden. En dan voelt de Logitech MX Brio wel heel goed geprijsd ineens. Als je alles aan hardware en software bij elkaar optelt, haal je een compleet pakket binnen. Hoewel de AI soms het beeld kan verstoren (vooral qua kleur) en de autofocus soms even een momentje nodig heeft, zijn we heel enthousiast over dit model. De prijs zal voor sommige mensen het grootste struikelblok zijn.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.