ID.nl logo
Zekerheid & gemak

Koopadvies lcd-monitor. Alles over resolutie, schermmaat, garantiebepa

Een (nieuw) lcd-scherm kopen? Natuurlijk moet uw nieuwe monitor er mooi uitzien, niet teveel ruimte innemen of juist lekker groot zijn. Maar ook garantiebepalingen en dode pixelbeleid spelen een rol bij de aankoop. We zetten alle belangrijke aspecten op een rijtje, zodat u in de winkel goed beslagen ten ijs komt

Niet alleen is de kwaliteit van de lcd-schermen de afgelopen twee jaar enorm toegenomen, ook het aanbod is flink gestegen, al moeten we hierbij wel een kanttekening plaatsen; fabrikanten van lcd-monitoren zijn er namelijk genoeg, maar er zijn slechts 6 fabrikanten van de lcd-panelen die hierin verwerkt zijn – veel monitoren hebben dus dezelfde panelen. Niettemin kunnen de eigenschappen van de monitoren wel verschillen door de wijze waarop de panelen worden aangestuurd en zijn ingebouwd. Gebruiksdoel Welke monitor u koopt, is onder meer afhankelijk van uw gebruiksdoel. Gaat u het scherm voornamelijk gebruiken voor kantoortoepassingen waarbij u vooral goed voor het scherm zult zitten, dan is bijvoorbeeld de kijkhoek van minder groot belang, evenals een snelle reactietijd. Wel belangrijk zijn een goede verstelbaarheid en eventueel een roteerbaar scherm zodat documenten helemaal op het scherm passen. Gebruikt u voornamelijk grafische toepassingen, dan spelen de kleurweergave en de mogelijkheid deze bij te stellen een grote rol. Een gamer daarentegen zal veel waarde hechten aan de snelheid van de monitor. Design Uiterlijk blijft een kwestie van persoonlijke smaak. Toch heeft het ontwerp op verschillende manieren invloed op de gebruikseigenschappen. Laat u dus niet verleiden door alleen het mooie uiterlijk, maar kijk ook naar de consequenties van het ontwerp. Schermmaat De schermmaat geeft de afmeting van de beeldschermdiagonaal aan in inches. In tegenstelling tot beeldbuismonitoren geeft deze maat altijd de zichtbare beelddiagonaal aan. Minstens zo belangrijk bij de afmetingen van het scherm is de daarbij gebruikte beeldschermverhouding en de resolutie. Kortom, heeft het beeld de traditionele verhouding van 4:3 of is het een breedbeeldscherm met de verhouding 16:9? Resolutie Een vaak onderschat criterium bij de aanschaf is de eigen resolutie van de monitor. Zo heeft een 15 inch lcd-monitor vrijwel altijd een xga-resolutie van 1024x768 pixels. Dit betekent dat het beeld op het scherm altijd uit 1024x768 pixels wordt opgebouwd. Gebruikt een programma een lagere resolutie, dan zal het beeld geïnterpoleerd worden – de beeldpunten van het weer te geven beeld worden dan over meerdere fysieke pixels verdeeld. Afhankelijk van de kwaliteit leidt deze interpolatie tot een minder scherpe weergave. Een ander aspect is de dichtheid van de pixels. Zo hebben vrijwel alle 17, 18 en 19 inch monitoren een resolutie van 1280x1024 (sxga). Een 17 inch scherm heeft dan 0,294 mm grote beeldpunten. Tekst en pictogrammen zijn daarmee erg klein. Pas op een 19 inch monitor wordt de optimale beeldgrootte bereikt. Omgekeerd geredeneerd past op een 17 inch monitor evenveel informatie als op een 19 inch monitor – een kwestie van goede ogen en de juiste kijkafstand dus? Wilt u nog meer kwijt op een monitor, dan zijn er schermen met de uxga resolutie van 1600x1200 pixels bij lcd-schermen van 20 inch of groter. Beeldkwaliteit De beeldkwaliteit hangt af van een groot aantal eigenschappen: Lichtsterkte ofwel luminantie: deze specificatie wordt weergegeven in cd/m2 en bepaalt hoe helder het beeld is. Contrastverhouding ofwel contrast ratio: de verhouding in lichtsterkte tussen een volledig zwart en een volledig wit beeld. Egaliteit: een belangrijke eigenschap van een monitor. De lcd's laten wel of geen licht door dat afkomstig is van achter het paneel gebouwde lampen. Hoe gelijkmatiger dit licht wordt verdeeld, hoe egaler het beeld. Sommige monitoren laten hier nog wel eens een steekje vallen met donkere vlekken. Kijkhoek: als gevolg van de bouwwijze van een lcd-scherm en afhankelijk van de gebruikte technologie verschilt de hoek waarbinnen het beeld goed is te zien en niet van kleur verandert, nogal eens. De beleving hiervan is persoonlijk en afhankelijk van het beoogde gebruik. Reactietijd: belangrijk voor gamers. De snelheid waarmee beelden kunnen wisselen wordt bij lcd's niet bepaald door de verversingsfrequentie van de signaalbron, maar door de snelheid waarmee een enkele pixel aan- en uitgezet kan worden. De gespecificeerde snelheid is meestal de som van de tijd die nodig is voor een pixel om van zwart naar wit (rising response time) te gaan plus de tijd om van wit naar zwart te gaan (falling). Het kan bij een pixel weliswaar 16 ms duren om volledig heen en weer te gaan, maar slechts weinig toepassingen bevatten zulke extreme overgangen. Alleen voor een gamer die meerdere uren per dag speelt is het de moeite waard het snelste beeldscherm (momenteel ca. 16 ms) aan te schaffen. Voor ander gebruik volstaat een reactietijd van rond de 20 tot 25 ms. Kleur: moderne lcd-schermen (met mva- of pva-technologie) hebben door hun bouwwijze meestal een groter kleurbereik en een grotere helderheid. Dit gaat veelal ten koste van de reactiesnelheid, maar dat is voor beeldbewerking minder van belang. Lcd-schermen voor beeldbewerking hebben een kleurbereik van 16,7 miljoen kleuren en bieden veel mogelijkheden voor onder andere kleurinstelling, kleurfilters en gamma-instelling. Voor een exacte kleurweergave hebt u echter altijd een kleurkalibrator nodig, die de werkelijk weergegeven kleuren meet en de aansturing in het kleurprofiel in de sofware kan aanpassen. Aansluitingen Veel lcd-monitoren hebben nog een traditionele analoge vga-aansluiting. Hoewel dit meestal wel goed werkt, is een digitale dvi-aansluiting zeker aan te bevelen voor wie beschikt over een moderne videokaart. Bij analoge aansturing van de lcd-monitor vindt er namelijk een volslagen overbodige conversie van digitaal naar analoog en weer terug plaats, wat kan zorgen voor een verminderde kwaliteit van het getoonde beeld. Ook ontstaan er soms synchronisatieproblemen die alleen door handmatig bijstellen kunnen worden verholpen. Bij gebruik van dvi is de hele weg die het beeldsignaal aflegt digitaal. Naast een vga- of dvi-aansluiting is er soms een s-video aansluiting aanwezig waarmee beelden van analoge videobronnen, zoals camcorders of tv-tuners, rechtstreeks op de monitor kunnen worden weergegeven. Verstelbaarheid Geen halszaak maar wel een aandachtspunt is de verstelbaarheid van de monitor. Verticaal zijn ze altijd wel min of meer kantelbaar, sommige hebben een draaibare voet zodat u het scherm makkelijk naar u toe kunt draaien. Vaak zijn ze ook in hoogte verstelbaar en soms kan het hele beeld worden geroteerd. Om dit te gebruiken moet er ook zogenaamde 'pivot'-software worden meegeleverd, zodat ook het weer te geven beeld wordt gekanteld. Handig voor kantoortoepassingen. Voeding Een vaak vergeten eigenschap van monitoren is de voeding. Goedkope monitoren hebben vaak een losse externe voeding. Tenzij u losse kabels en voedingsblokken op het bureau geen probleem vindt, genieten de monitoren met ingebouwde netvoeding toch de voorkeur. Extra's Soms kan een leuke extra de keuze voor een monitor wat makkelijker maken. Denk bijvoorbeeld aan geluidsvoorzieningen. Bij sommige monitoren zijn er speakers en een versterker met volumeregeling ingebouwd. Over het algemeen laat de geluidskwaliteit hiervan wel wat te wensen over, maar voor eenvoudige kantoorgeluidjes is het ruim voldoende en kunt u zich een losse speakerset besparen. Andere mogelijke extra's zijn een ingebouwde tv-tuner zodat u met de monitor ook tv kunt kijken, vesa-standaard montagegaten zodat de monitor op een monitorsteun kan worden gemonteerd en een aansluiting voor een Kensington-slot, zodat niet iedereen er met de monitor vandoor kan gaan. Dode pixelbeleid Vrijwel alle lcd-monitoren voldoen aan de ISO13406-2 klasse 2 richtlijn, dat een aantal pixelfoutjes toelaat: afhankelijk van de plaats op het scherm twee tot vijf (sub)pixels. Is een foutloos scherm voor u belangrijk, dan is het zaak daar voor de aankoop aandacht aan te besteden. Sommige leveranciers bieden een nul-dode-pixelgarantie voor een korte periode, bijvoorbeeld een week of een maand na aankoop. Krijgt u die niet expliciet, inspecteer de monitor dan vooraf in de winkel. Garantie De garantie op een lcd-monitor kan uiteenlopen van één tot drie jaar, al dan niet met on-site omruilen- dan wel een carry-in regeling. Omruilen kan betekenen dat u een nieuw exemplaar krijgt maar ook dat u een (gerepareerde) ruilmonitor krijgt. Conclusie Let voor aankoop op de mogelijkheden, grootte, resolutie, kijkhoek en reactiesnelheid van de monitor. Vergeet ook niet om de monitoren in werkende toestand te bekijken en te vergelijken, en let op de afwezigheid van dode (sub)pixels. Onderhandel zonodig over de dodepixelgarantie en de totale garantie.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.