ID.nl logo
Blockchain-toepassingen in de financiële sector
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Blockchain-toepassingen in de financiële sector

Banken waren aanvankelijk niet erg enthousiast over blockchain, maar inmiddels stort de financiële sector zich wereldwijd op blockchainprojecten. In dit artikel bespreken we enkele van deze blockchain-toepassingen.

Hoe interessant Bitcoin en Ethereum ook zijn, ze zijn nooit ontworpen om door de financiële sector gebruikt te worden. Er kleven toch ook wel wat nadelen aan.

SWIFT (Society for Worldwide Interbank Financial Telecommunication), de organisatie verantwoordelijk voor het wereldwijde betaalverkeer, publiceerde in 2016 samen met adviesbureau Accenture een onderzoek over distributed ledger technology (DLT), waarvan blockchain één uiting is. De conclusie was dat de huidige dlt’s nog niet volwassen genoeg zijn voor de financiële sector. SWIFT is wel actief aan het experimenteren met DLT’s, onder andere Ethereum. De organisatie is ook medeoprichter van Hyperledger, een project van de Linux Foundation dat opensource-blockchaintechnologie voor de industrie ontwikkelt. Daarover lees je verderop meer.

Een groot verschil tussen blockchains voor consumenten, zoals Bitcoin en Ethereum, en blockchains die je in de zakelijke financiële sector inzet, is dat die eerste ‘permissionless’ zijn en die tweede ‘permissioned’. Met permissionless bedoelen we dat niemand toestemming hoeft te vragen om aan het bitcoinnetwerk deel te nemen. Iedereen kan een bitcoinclient draaien en de hele transactiegeschiedenis van Bitcoin doorzoeken. Dat is de ultieme transparantie.

Bedrijven in de financiële sector en hun klanten vinden zulke totale transparantie onprettig, omdat het toch om gevoelige informatie gaat. Ze zien meer in een zogeheten permissioned blockchain. Daarbij krijgen alleen geautoriseerde deelnemers toegang, en niet iedere deelnemer kan zomaar alles zien: er zijn gebruikersrechten die bepalen wie toegang heeft tot welke informatie. Op dit vlak schieten de huidige systemen trouwens nog erg tekort, aldus SWIFT.

Toepassingen door bedrijven

Een van die financiële partijen die Hyperledger gebruikt, is ABN Amro Clearing Bank. De bank heeft samen met de Nederlandse fintech Nxchange een derdengeldrekening ontwikkeld die gebaseerd is deze technologie. Dat is een traditioneel een afzonderlijke rekening bij een bank, waarop geld gestort en geblokkeerd wordt tot de transactie afgerond is.

Die ontwikkeling is interessant voor partijen zoals brokers, pensioenfondsen, notarissen en gerechtsdeurwaarders, die geld van klanten beheren voor beleggingen of betalingen.

Met het systeem van ABN Amro Clearing Bank kunnen ze elke klant een individuele rekening aanbieden via blockchain. De administratieve lasten van het aanhouden van een derdengeldrekening valt dan weg. Nxchange gebruikt de derdengeldrekening voor haar beursplatform, en ook de fintech BUX past de technologie van ABN Amro Clearing Bank toe voor de beleggingsapp STOCKS.

©PXimport

Een andere uitdaging waarmee elke bank te maken krijgt, is KYC (Know Your Customer). Om aan de strenge regelgeving, onder andere rond witwassen van geld, te voldoen, moet elke bank de identiteit van zijn klanten uitvoerig checken. Als klant moet je bij elke nieuwe bank weer laten zien wie je bent, en elke bank moet al die controles ook opnieuw doen. Veel dubbel werk dus. Voor bedrijven is het papierwerk nog groter: ook de belangrijkste aandeelhouders en ander bevoegde personen moeten worden gecontroleerd. En elke keer dat er gegevens veranderen (zoals een verhuizing, een nieuw paspoort, een nieuwe aandeelhouder) moet die informatie overal bijgewerkt worden.

De vier grootste Belgische banken (Belfius, BNP Paribas Fortis, ING en KBC) besloten om samen met de financiële dienstverlener Isabel Group het IBM’s Hyperledger-gebaseerd blockchainplatform te gebruiken, met als doel dit alles voor ondernemingen efficiënter te maken. Het project KUBE, dat in de zomer van 2020 klaar moet zijn en dan ook voor andere banken opengesteld wordt, gaat dubbel werk bij zowel de klanten als de banken tegen.

Dubbel werk vermijden

Als je bijvoorbeeld voor je bedrijf een bankrekening opent bij ING, vraagt die bank je om allerlei informatie, die de bank controleert. Van elk veld dat de bank geverifieerd heeft, wordt die verificatie (maar niet het veld zelf) op de blockchain geschreven. Als je daarna bij KBC een rekening opent, hoef je alleen maar te bevestigen dat je gegevens nog kloppen en dat de bank ze bij de blockchain kan opvragen. Frank Verhaest is binnen Isabel Group verantwoordelijk voor het KUBE-project: “Op deze manier kan een bedrijf in 1-2 dagen als klant goedgekeurd worden in plaats van 2-3 weken.”

De bank die de gegevens via de blockchain opslaat, krijgt een vergoeding van de banken die deze gegevens gebruiken. De inspanningen om aan de regelgeving te voldoen, worden dus gedeeld. Maar elke bank kan nog zijn eigen risicoanalyse van het klantenprofiel uitvoeren en beslissen om je als klant te weigeren. “De blockchain is een ideaal platform voor KYC-toepassingen, omdat je het proces zo efficiënter kunt maken terwijl je de vertrouwelijkheid van bedrijfsinformatie verzekert. De Isabel Group heeft op geen enkel moment toegang tot de gegevens van de ondernemingen die van KUBE gebruikmaken”, zegt Verhaest.

©PXimport

R3 Corda

Terwijl Hyperledger een algemeen blockchainplatform is, ontwikkelt het consortium R3 met Corda een opensource gedistribueerd grootboek specifiek voor de financiële sector. Corda is een platform voor slimme contracten, dat bedrijfslogica en bedrijfsgegevens koppelt aan juridisch afdwingbare rechten en verplichtingen voor de deelnemers. Grote namen zoals Credit Suisse, Goldman Sachs en Royal Bank of Scotland behoorden tot de oprichters, en ING was in 2015 de eerste Nederlandse bank die toetrad. Al zo’n driehonderd financiële instellingen hebben zich erbij aangesloten. Omdat Corda voor en door de financiële sector ontwikkeld wordt, houdt het rekening met alle strenge eisen en regels die er gelden in de sector.

Meer hierover lees je in een recente technische whitepaper ‘Corda: a distributed ledger’. Een algemener overzicht vind je in de introductiewhitepaper ‘Corda: An Introduction’.

Het grote verschil tussen Corda en Bitcoin of Ethereum is dat transacties niet wereldwijd zichtbaar zijn. Als transacties zich tussen een kleine subgroep afspelen, blijven de gegevens in die groep. Het basisobject in Corda is een ‘state object’, een digitaal document dat het bestaan, de inhoud en de huidige toestand van een overeenkomst tussen twee partijen beschrijft. Een state object wordt alleen gedeeld met belanghebbenden.

Het gedistribueerde grootboek bestaat bij Corda dan uit een verzameling niet te veranderen state objects. Een state object kan naar een hash van een slim contract en een hash naar juridische tekst verwijzen. Nieuwe state objects worden via transacties aangemaakt. Zo’n overeenkomst kan een eenvoudige betaling zijn, maar ook een complex contract. Corda gebruikt geen blockchain (en ook geen ‘miners’ die een puzzel dienen op te lossen) om te waarborgen dat alle deelnemers het eens zijn over de toestand van de overeenkomst, maar ‘notaries’.

©PXimport

De slimme contracten van Corda worden in een Java Virtual Machine uitgevoerd. De keuze voor Java, in plaats van bijvoorbeeld Ethereums programmeertaal Solidity, zorgt ervoor dat bedrijven gemakkelijker ontwikkelaars voor Corda kunnen vinden. Bovendien maakt Corda geen gebruik van Java op zich, maar van de Java Virtual Machine: alle talen die je naar JVM-bytecode kunt compileren, zijn dus bruikbaar, zoals Kotlin of Scala.

Bovendien kan het platform overweg met allerlei standaardtechnologie die in financiële instellingen ingeburgerd is. Slimme contracten kunnen ook in een beveiligd geheugengebied gedraaid worden dat gebruikmaakt van Intel SGX.

Ontwikkelingen gaan snel

Voor internationale en interbancaire betalingen levert de blockchain heel wat voordelen op. Dat zijn immers vaak fraudegevoelige transacties. Momenteel worden die nog vooral handmatig gecontroleerd. Uitbreiding van de blockchain kan er dus voor zorgen dat internationale betalingen sneller en accurater worden uitgevoerd, tegen lagere kosten en met minder risico op fraude. Mastercard heeft in september een overeenkomst met R3 gesloten om een gedistribueerd grootboek te ontwikkelen voor internationale overschrijvingen tussen bedrijven. Hoewel Mastercard vooral bekend is als uitgever van creditcards, speelt het bedrijf via zijn overnames van Nets en Transfast ook een rol in betaaldiensten.

Ook SWIFT bouwt op Corda voort. Twee jaar geleden begon de organisatie het Global Payments Initiative om het internationale betalingsverkeer sneller en veiliger te maken. Ondertussen heeft SWIFT het GPI ook met het Corda-platform gekoppeld, zodat dlt-gebaseerde handelsplatforms op het netwerk kunnen aansluiten.

ING was al vanaf het begin betrokken bij R3 en is ondertussen een voorloper in blockchaintoepassingen. Begin 2019 sloot ING een deal voor een vijfjarige samenwerking met R3. In 2018 verhandelden ING en Credit Suisse voor 25 miljoen euro liquide middelen over het Corda-platform met gebruik van de toepassing HQLAx, die zorgt voor een digitaal onderpand. De oplossing maakt het mogelijk om efficiënter te handelen in liquide middelen, waardoor banken gemakkelijker hun reserves kunnen aanhouden en zo aan de regelgeving voldoen.

ING werkt ook aan ‘zero-knowledge proofs’ en ontwikkelt daarvoor zelfs een opensource-project. Met de software kun je bijvoorbeeld bewijzen dat je banksaldo positief is, zonder het saldo zelf te hoeven vrijgeven.

©PXimport

Grondstoffenhandel

Begin 2017 presenteerden ING en Société Generale de resultaten van een pilot met hun platform Easy Trading Connect. De banken werkten samen met grondstoffenhandelaar Mercuria om live oliecontracten te verhandelen. Door het papierwerk in te ruilen voor een blockchainplatform, konden de banken de transactietijd gemiddeld verkorten van 180 tot 25 minuten.

Begin 2018 hebben ING en Société Generale samen met ABN Amro en Louis Dreyfus Company het platform verbeterd voor het verschepen en verkopen van sojabonen van de Verenigde Staten naar China. Dat leverde een behoorlijke snelheidswinst en vermindering van de papierwinkel op.

Eind 2018 besloten de ontwikkelaars van beide pilots om samen te werken aan een blockchainplatform voor grondstoffenhandel, komgo. Naast ING, ABN Amro en de Rabobank zijn de partners enkele internationale banken en grondstoffenhandelaars. Komgo heeft op zijn platform vorig jaar een digitale kredietbrief voor grondstoffenhandelaars gelanceerd en ook dit jaar zijn er veelbelovende projecten. Er is geen twijfel meer mogelijk: de financiële sector heeft blockchaintechnologie omarmd.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.