ID.nl logo
In 10 stappen je NAS volledig dichtgetimmerd
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

In 10 stappen je NAS volledig dichtgetimmerd

NAS-apparaten hebben ontzettend veel functies. Al die functies kun je behalve op je thuisnetwerk ook via het internet gebruiken. Maar als een NAS via internet verbonden is, maakt dat hem ook kwetsbaar voor misbruik door derden en dus moet je de NAS goed beveiligen. Maar hoe doe je dat?

Een NAS is eigenlijk een goedkope server die geoptimaliseerd is voor het opslaan en delen van bestanden. Als je dit externe opslagmedium met je netwerk verbindt, kun je hierdoor via elke computer op het thuisnetwerk de bestanden bekijken en bewerken. En niet alleen vanaf het thuisnetwerk, ook vanaf het internet heb je toegang tot de NAS en al zijn functies. Een goede beveiliging is dan extra belangrijk. Iedere NAS heeft een webinterface waarmee je het apparaat instelt. Deze interface is uiteraard per fabrikant verschillend. Wij hebben ervoor gekozen om in dit artikel de precieze instellingen van de drie populairste fabrikanten (Synology, QNAP en NETGEAR) te behandelen. Lees ook: Wat is de beste NAS? 14 NAS-modellen getest.

01 Basisconfiguratie

Een goede basisconfiguratie is belangrijk voor de beveiliging van de NAS en dat begint bij de meest recente firmware. Controleer of je NAS de meest recente firmware draait en of updates automatisch worden geïnstalleerd. Heb je een Synology-NAS, open dan Configuratiescherm / Bijwerken en herstellen. Heb je een QNAP-NAS, dan vind je de firmware-instellingen via Configuratiescherm / Firmware update. Bij NETGEAR zit de optie Controleren op updates direct op de hoofdpagina van de webinterface.

Schakel daarna ongebruikte services uit, immers: hoe minder services, hoe veiliger de NAS. Bij Synology kies je Configuratiescherm / Bestandsservices, bij QNAP is het Configuratiescherm / Netwerkdiensten, bij NETGEAR Instellingen / Services. Controleer ook extra geïnstalleerde apps en verwijder de apps die je niet gebruikt of schakel ze uit. Dit kan bij Synology via de Toepassingsportaal, bij QNAP via het AppCenter en bij NETGEAR via het menu Apps. Geef tot slot de NAS een vast IP-adres. Bij NETGEAR stel je een vast IP-adres in via Netwerk / Instellingen / TCP/IP, bij QNAP is het Configuratiescherm / Netwerk / TCP/IP en bij Synology Configuratiescherm / Netwerk / Netwerkinterface. Schakel DHCP uit en kies voor een Statisch IP-adres. In het kader 'Verder lezen' vind je als aanvullende informatie een artikel over het instellen van je thuisnetwerk.

©PXimport

Zorg voor je begint met het delen van bestanden, dat de configuratie van de NAS optimaal is en de firmware helemaal bijgewerkt.

02 Gebruikers en groepen

Een belangrijke beveiligingsmaatregel is om elke gebruiker van de NAS een eigen account en wachtwoord te geven. Geef ook jezelf zo'n account en gebruik het beheeraccount (ook het admin- of -administratoraccount genoemd) alleen als je de configuratie moet wijzigen. Bij zowel QNAP als Synology ga je naar Configuratiescherm / Gebruiker en daar klik je op Maken of Creëer. Bij NETGEAR klik je in het hoofdscherm op Accounts. Volg daarna de stappen in de wizard. Geef elke gebruiker niet meer rechten dan nodig en maak ze geen lid van de admin-groep.

©PXimport

Voor het aanmaken van nieuwe gebruikers bieden Synology en QNAP een handige wizard.

03 Groepen

Behalve gebruikers zijn er ook groepen. In een groep kun je meerdere gebruikers opnemen. Elke gebruiker in een groep krijgt de rechten zoals die voor de hele groep zijn ingesteld. Zo kun je makkelijker grote aantallen gebruikers gelijke rechten geven en is ook het wijzigen van rechten voor grotere aantallen gebruikers makkelijker. Gebruikers kunnen lid zijn van meerdere groepen, bijvoorbeeld iedereen in de groep 'Gezin' krijgt rechten voor gebruik binnen het thuisnetwerk en alleen de ouders en schoolgaande kinderen zijn lid van een tweede groep met rechten voor internettoegang. In de wizard om een gebruiker te maken, kun je al kiezen tot welke groep iemand behoort, maar via het submenu Groepen kun je apart nieuwe groepen maken en de gebruikers die in een groep zitten toevoegen of juist weer verwijderen.

©PXimport

QNAP laat je bij het maken van een nieuwe gebruiker ook meteen zijn groepslidmaatschap regelen.

©PXimport

Groepen kun je ook altijd achter maken en leden toevoegen of juist verwijderen.

Weg met het admin-account

De admin (beheerder, administrator) is de baas van de NAS. Op bijna elke NAS is zo'n account aanwezig. Dat weet jij, maar dat weten hackers ook. Van de combinatie gebruikersnaam en wachtwoord hebben ze de helft al binnen. Een belangrijke beveiligingsmaatregel is daarom het uitschakelen van het admin-account. Omdat beheer noodzakelijk blijft, log je eerst in met het admin-account. Maak een nieuwe gebruiker aan en plaats die in de admin-groep. Geef het account een moeilijk wachtwoord. Geef zo nodig rechten op applicaties en mappen. Log dan uit. Log vervolgens in met het nieuwe admin-account. Open weer het onderdeel Gebruikers en selecteer het standaard admin-account. Kies Bewerken en schakel het admin-account uit.

©PXimport

Vervang het standaard admin-account door een nieuwe als extra beveiliging.

04 Shares, lezen, schrijven

Een 'share' is een gedeelde map op een NAS. Op een share zitten toegangsrechten. Heb je niet de juiste rechten, dan kun je de map niet openen. Daarnaast kun je ook beperkte rechten hebben zodat je documenten bijvoorbeeld wel kunt lezen, maar niet kunt aanpassen. Bij Synology vind je in het Configuratiescherm het onderdeel Gedeelde map waar je nieuwe mappen kunt maken en de rechten instellen. QNAP heeft hiervoor Configuratiescherm / Privilege-instellingen / Gedeelde mappen. Bij NETGEAR ga je naar Shares / Nieuwe map. Veel NAS-apparaten hebben standaard al shares voor bekende bestandssoorten zoals foto's en muziek en een map genaamd Public die voor iedereen toegankelijk is.

©PXimport

Zelfgemaakte shares én standaard-shares op een QNAP-NAS.

©PXimport

Bij het vergeven van rechten is er de keuze tussen helemaal geen toegang, het alleen lezen van documenten of het volledig lezen/schrijven waarmee ook documenten kunnen worden bewerkt en toegevoegd.

05 Apps en services

De meeste NAS-apparaten bieden behalve gedeelde schijfruimte nog een groot aantal andere diensten zoals een webserver, een mailserver of multimediaserver. Een aantal van deze services zijn standaard al geïnstalleerd, maar kunnen elk apart in- of uitgeschakeld worden. Functies toevoegen gaat bij NETGEAR via Apps / Beschikbare apps. Bij Synology en QNAP staat deze functie direct op het hoofdscherm, de naam is respectievelijk Package Center en App Center.

Elk van de genoemde services draait op een andere TCP/IP-poort van de NAS en voor elke service die je via het internet beschikbaar wilt maken, zul je een poort moeten forwarden op de router (zie de cursus Portforwarding). Gebruik je veel services, dan moet je dus veel poorten openen.

©PXimport

De grote NAS-merken Synology, QNAP en NETGEAR bieden een groot aantal modules om de functies van de NAS uit te breiden.

06 Poorten instellen

Een service kun je behalve op de standaardpoort ook op een andere poort laten draaien, waardoor je de NAS een beetje kunt verstoppen. Je kunt dit behalve via de NAS ook op de router doen, de poort op de router en die op de NAS hoeven bij portforwarding immers niet dezelfde te zijn. Je kunt een service op de NAS zelf ook al op een andere poort zetten. Bij Synology regel je dit via Configuratiescherm / Toepassingsportaal. Selecteer de service en klik op Bewerken. Voor de standaard-bestandsservices zoals ftp en WebDAV ga je naar Configuratiescherm / Bestandsservices. Bij QNAP ga je naar Systeeminstellingen / Algemene instellingen / Systeembeheer voor de standaard-systeempoorten en voor de services naar Netwerkdiensten.

©PXimport

Gebruik een alternatieve poort om de services op de NAS een beetje te verstoppen.

©PXimport

Door een niet-standaard poort te configureren voor een webservice, maak je deze QNAP iets veiliger.

07 Netwerkbeveiliging en firewall op de NAS

Om de NAS nog verder te beveiligen, biedt een NAS soms nog extra opties. Bij Synology is er het onderdeel Beveiliging, bereikbaar via Configuratiescherm / Connectiviteit. Hier kun je de Afmeldtimer instellen, waarmee je aangeeft na hoeveel minuten een ongebruikte verbinding wordt afgesloten. Bij Automatisch blokkeren kun je regelen dat een IP-adres waarvan geprobeerd wordt een verbinding te maken met de NAS, na een aantal mislukte aanmeldpogingen voor een aantal minuten niet opnieuw kan proberen een verbinding te maken. En tot slot is er de Firewall waar je voor elke service regels kunt opstellen wie wel en wie niet die dienst mogen gebruiken. Ook QNAP heeft vergelijkbare functies onder Systeeminstellingen / Veiligheid / Security Niveau en Netwerk Toegang Beveiliging.

©PXimport

Met regels in de firewall van de NAS kun je misbruik van services voorkomen.

©PXimport

Je kunt de toegang tot de NAS bij QNAP beperken tot één, enkele of een reeks IP-adressen. De rest kan dan geen verbinding maken met de NAS.

08 DDNS

Om je NAS via internet te gebruiken, moet je je eigen router kunnen bereiken. Het IP-adres van de router op het internet bepaal je echter niet zelf, dat bepaalt de internetprovider. En dat adres kan zomaar veranderen. Om dit probleem op te lossen, gebruik je een Dynamische DNS-dienst (DDNS). Bij DDNS stuurt jouw router of NAS regelmatig zijn internet-IP-adres naar die DDNS-provider en koppelt het aan jouw DDNS-naam. Je surft dan ook niet meer naar het IP-adres van de router, maar naar je DDNS-naam. QNAP en Synology bieden een gratis DDNS-dienst aan. Bij Synology vind je DDNS onder Externe toegang in het Configuratiescherm, bij QNAP onder Systeeminstellingen / Netwerk. NETGEAR biedt geen DDNS op de NAS en dat geldt vast ook voor andere fabrikanten. In dat geval kun je kijken of je router DDNS-mogelijkheden biedt.

©PXimport

DDNS zorgt ervoor dat je de thuisrouter altijd kunt vinden op internet ook als zijn IP-adres is gewijzigd.

©PXimport

QNAP integreert met meerdere commerciële en gratis DDNS-diensten.

De router als NAS

Beschikt je router over een usb-poort, dan kun je daarmee doorgaans bestanden op een usb-geheugenstick delen op het netwerk. De router is dan ook een NAS. De opties om die bestanden te delen en te beveiligen verschillen per router. Op onze Linksys AC1900 kan binnen het thuisnetwerk de toegang tot bepaalde mappen worden afgeschermd door op het tabblad Maptoegang de optie Beveiligde maptoegang in te schakelen. Ook kan hier een Gebruikersnaam en Wachtwoord worden opgegeven en eventueel een gedeelde map gemaakt. Op het tabblad FTP server kan de ftp-server worden ingeschakeld. Dan kun je vanaf het internet met een ftp-programma of browser inloggen op de router en de bestanden benaderen. Meestal is ftp het enige protocol dat gebruikt kan worden voor toegang tot de gedeelde opslagruimte van een router. Als beveiliging kun je nog een gebruikersnaam en wachtwoord instellen voor de ftp-toegang.

©PXimport

Ook op een router kun je bestanden delen en beveiligen met een gebruikersnaam en wachtwoord.

©PXimport

Ftp is vaak het enige protocol om vanaf het internet toegang te krijgen tot gedeelde mappen en bestanden op de usb-opslag van de router.

09 SSL voor veilige verbinding

Om de gegevens tijdens het transport over het internet te beveiligen, moet je van http naar https (HyperText Transfer Protocol Secure) overschakelen. Op een Synology-NAS open je Configuratiescherm / Toepassingen / Webservices. Bij HTTP-service vink je de optie HTTPS-verbinding inschakelen voor webdiensten aan, evenals de optie HSTS. Met deze laatste optie zorg je ervoor dat een beveiligde verbinding ook echt beveiligd blijft. Via de optie Aanvullende HTTPS-poort toevoegen kun je de onderdelen Photo Station en Web Station via een beveiligde verbinding laten lopen. Wil je losse diensten op https-overschakelen, dan kan dat via het Toepassingsportaal. Bij QNAP vind je deze optie onder Algemene instellingen / Systeembeheer. Hier kun je omschakelen naar de optie Alleen via beveiligde verbinding en ook het poortnummer configureren. Bij NETGEAR ga je naar Instellingen / Services en vink je HTTPS aan. Je kunt eventueel nog een extra poort opgeven.

©PXimport

Schakel voor veilige communicatie over van http naar https met standaard én extra diensten.

©PXimport

Photo Station extra veilig met een versleutelde verbinding op een niet-standaardpoort.

©PXimport

NETGEAR biedt de optie om een tweede SSL-beveiligde poort te openen.

Certificaatfout

Schakel je over naar https, de versleutelde variant van http, dan zul je in de browser nog wel een foutmelding krijgen. Het beveiligingscertificaat op de NAS is namelijk een zogenoemd 'self-signed' (zelfondertekend) certificaat dat bij de installatie is gegenereerd. De herkomst van zo'n certificaat kan niet gecontroleerd worden door de browser, zoals het dat bij een certificaat van een bank bij internetbankieren wel kan. De kwaliteit van beveiliging via een zelfondertekend certificaat is dus minder.

Wel kun je er de verbinding mee versleutelen, maar je kunt niet garanderen dat de NAS waarmee je communiceert ook echt de eigen NAS is. Een officieel certificaat kost echter al snel meer dan tweehonderd dollar. Mocht je dat toch willen, elke NAS biedt de optie zo'n certificaat te installeren en dan ook de authenticiteit van de NAS te garanderen.

©PXimport

Een 'selfsigned' certificaat is niet zo waardevol als een volledig certificaat, maar zorgt wel voor extra veiligheid én is gratis.

10 Clouddiensten

Het configureren van veilige toegang vanaf het internet is lastig door de vele mogelijkheden en opties. Dat hebben ook de NAS-fabrikanten onderkent. De NAS is steeds vaker onderdeel van het eigen thuisnetwerk waarin pc's, Macs, smartphones en tablets allemaal samenwerken. De NAS is dan de spil in dat web. Om deze manier van NAS-gebruik te vereenvoudigen bieden de grotere NAS-merken cloudmogelijkheden aan waarbij je niet zelf poorten hoeft te openen. Synology heeft hiervoor QuickConnect en CloudStation, QNAP biedt MyQNAPCloud en NETGEAR heeft ReadyCloud. Doordat bij deze functies de NAS zelf verbinding maakt met een centrale server van de NAS-fabrikant op het internet, hoeven bijvoorbeeld veel minder poorten worden geopend. Zaken als gebruikers en wachtwoorden en rechten blijven wel van belang.

©PXimport

Met ReadyCloud van NETGEAR maak je verbinding met de NAS via een online portal waardoor veel minder configuratie nodig is.

©PXimport

Met QuickConnect van Synology kunt u altijd en overal verbinding maken met de NAS.

Verder lezen

Wat kun je met een NAS?

Thuisnetwerk instellen

▼ Volgende artikel
Arc Raiders is meer dan 14 miljoen keer verkocht
Huis

Arc Raiders is meer dan 14 miljoen keer verkocht

De extraction shooter Arc Raiders is een groot succes: de game is sinds release 30 oktober vorig jaar meer dan 14 miljoen keer verkocht.

Dat heeft uitgever Nexon deze week aangekondigd bij het bekendmaken van de kwartaalcijfers van het bedrijf. In januari was er daarbij een piek van 960.000 gelijktijdige spelers over alle platforms waarneembaar, en sindsdien zijn er zo'n zes miljoen wekelijkse actieve spelers. Arc Raiders heeft wat Nexon betreft dan ook alle verwachtingen overtroffen.

Arc Raiders kwam zoals gezegd afgelopen oktober uit en is ontwikkeld door het in Stockholm gevestigde bedrijf Embark Studios, dat bestaat uit voormalige Battlefield-ontwikkelaars, waronder de voormalige ceo van DICE, Patrick Söderlund. Hiervoor bracht Embark al de shooter The Finals uit.

Over Arc Raiders

Toen Arc Raiders uitkwam, bleek het spel al snel een hit op Steam en consoles. Dit terwijl de markt voor multiplayershooters zeer competitief is, met franchises als Call of Duty en Battlefield waarvan afgelopen najaar ook nieuwe delen zijn uitgekomen.

De game houdt een derdepersoonsaanzicht aan en betreft een extraction shooter. Spelers gaan in Arc Raiders richting de oppervlakte van de aarde, waar buitenaardse robots genaamd Arcs voor chaos zorgen. Spelers proberen hier waardevolle materialen, wapens en medicijnen te vinden - alleen of in teamverband. Andere spelers lopen echter ook rond op het oppervlak en kunnen je team helpen of juist tegenzitten. Het doel is heelhuids weer ondergronds te geraken met de verzamelde spullen.

▼ Volgende artikel
Je smartphone als afstandsbediening voor je slimme huis: zo werkt dat
© ImageFlow - stock.adobe.com
Huis

Je smartphone als afstandsbediening voor je slimme huis: zo werkt dat

Je smartphone gebruik je wellicht voor allerlei handige zaken, maar wist je dat je je telefoon ook kunt gebruiken om apparaten in je huis te bedienen? Vaak heb je daar niet eens zoveel voor nodig. Maar hoe begin je en waar moet je allemaal op letten?

In dit artikel

Je ziet hoe je je telefoon inzet als afstandsbediening voor verlichting, verwarming, tv en andere slimme functies in huis. We laten je stap voor stap zien hoe je apparaten toevoegt, kamers indeelt, routines bouwt en je slimme huis laat reageren op tijd, locatie en aanwezigheid. Ook lees je waar je op let bij compatibiliteit en hoe je alles netjes en veilig houdt met onderhoud en updates. 

Lees ook: Starten met smarthome in één middag: een stappenplan voor beginners

We gebruiken thuis steeds meer slimme apparaten die het leven moeten vergemakkelijken. Bijna alle apparaten die je op internet aansluit, zoals een televisie of een basisstation voor slimme lampen, kun je op afstand bedienen of in ieder geval via je wifi-verbinding thuis aansturen. Dat hangt natuurlijk af van het merk en type producten dat je gebruikt en via welke protocollen dit gaat, maar het heeft ook te maken met je telefoon.

Wanneer is een apparaat slim?

Een slim apparaat is een lamp, thermostaat, tv, stekker, gordijnmotor of sensor die via wifi, bluetooth of een standaard als Matter verbonden is met internet en op afstand te bedienen is. Dat bedienen kan bijvoorbeeld via een app van de fabrikant van de apparatuur, maar het is ook mogelijk met de app van Google, Google Home. Deze app is op de meeste Android-toestellen aanwezig, maar als dat bij jou niet het geval is, kun je deze downloaden via de Google Play Store. De app is er ook voor de iPhone en werkt vrijwel hetzelfde. We gebruiken in dit artikel de Android-versie voor alle uitleg en afbeeldingen.

Google Home tref je aan in Google Play, maar kan soms al geïnstalleerd zijn. Check sowieso altijd op updates als je de app al hebt.
Google Home

Google Home is de app die al die apparaten verzamelt en bestuurt; je bedient ze met tikken op je scherm, via het snelle bedieningspaneel van Android en met spraak via de Google Assistant. Wanneer je apparaten in de Google Home-app toevoegt, kun je er routines mee bouwen: vaste acties die automatisch of met één tik worden uitgevoerd, zoals alle lampen uit zodra je het huis verlaat of de verwarming lager zodra iedereen slaapt. Inmiddels kun je met Google Home al meer dan 50.000 apparaten aansturen; je herkent ze aan de Works with Google Home of Matter-logo's.

Starten met aansturen

Om je slimme apparaten te kunnen aansturen, gebruik je een Android-telefoon met Android 11 of hoger. Het werkt in principe ook met oudere versies, maar sinds versie 11 kun je de meeste opties voor slimme apparaten direct vanaf je vergrendelingsscherm benaderen en hoef je dus niet eerst de app te openen om je apparaten te bedienen. Installeer de Google Home-app uit de Play Store en meld je aan met je Google-account. Aanmelden is vereist zodat de instellingen voor al je apparaten worden opgeslagen en ook via andere Android-toestellen zijn te bereiken. Je kunt er ook voor kiezen om een nieuw account aan te maken, dat je dan bijvoorbeeld met je huisgenoten kunt delen. Op die manier kan iedereen in huis bij dezelfde instellingen voor je slimme apparaten en hoef je je persoonlijke data niet met je huisgenoten te delen. Met de Google Home-app kun je eenvoudig schakelen tussen meerdere accounts, dus het is in theorie mogelijk om meerdere slimme huizen te beheren.

Met de Google Home-app kun je - net als alle andere Google-apps - eenvoudig schakelen tussen meerdere accounts.

Systemen zijn niet altijd compatibel

Voordat je een slim apparaat kunt toevoegen aan Google, moet dat apparaat eerst al zijn ingesteld met de app van de fabrikant, bijvoorbeeld Philips Hue, IKEA Home smart, Tado of de app van je gordijnmotor. Daarna koppel je ze in Google Home. Het is handig om minstens één slimme lamp of slimme stekker te hebben om mee te oefenen, plus bijvoorbeeld een televisie met Chromecast-functionaliteit. Heb je een smartspeaker of smartdisplay met ingebouwde Google Assistant (zoals de Nest Hub), dan kun je die gebruiken als extra microfoon in huis, maar strikt nodig is die niet, omdat je ook via je telefoon tegen de Assistant kunt praten. Apple-gebruikers hebben een vergelijkbaar systeem via Apple HomeKit en de Apple Home-app. Apple gebruikt een gesloten systeem, waardoor je niet kunt communiceren met Google Home en moeten de apparaten die je met een Apple-smartphone wilt aansturen, ook specifiek compatibel zijn met Apple HomeKit. Via Home Assistant - een losstaand protocol voor slimme apparaten - is het mogelijk om een koppeling te maken tussen Android-apparaten en Apple-apparaten, maar daar gaan we in dit artikel niet verder op in.

©sdx15 - stock.adobe.com

Ook Apple heeft een Home-app, maar die is niet compatibel met Android.

Lees ook: Philips Hue SpatialAware: dit is het en zo gebruik je het

Apparaten toevoegen en huis indelen

Om Google Home te gebruiken voeg je je eerste apparaten toe aan de Google Home-app en deel je ze logisch in kamers in, zodat aansturen en automatiseren later veel eenvoudiger wordt. Je opent eerst Google Home, controleert of het juiste huis geselecteerd is; als dit nog niet is aangemaakt, maak je dat aan. Vervolgens voeg je een nieuw apparaat toe met de +-knop, rechts bovenin. Tot slot kies je voor Apparaat.

Een nieuw apparaat toevoegen aan Google Home doe je hier.

Koppelen

Je krijgt nu de mogelijkheid om een apparaat direct toe te voegen door middel van een QR-code, die je vaak achter op een product vindt. Apparaten die Matter of Nest ondersteunen, kun je op deze manier dus direct toevoegen. Wil je een apparaat toevoegen dat geen Matter-ondersteuning biedt, dan kan dat alleen als je het betreffende apparaat hebt geconfigureerd via het systeem van dat merk, bijvoorbeeld een lamp van Philips Hue die aan de Hue-bridge is gekoppeld. In dat geval kies je voor de optie Apps of services koppelen. Vervolgens krijg je een overzicht van alle compatibele diensten die met Google Home werken.

Kies uit de lijst met compatibele merken om een koppeling te maken.

Lees ook: Matter uitgelegd: de nieuwe standaard voor een zorgeloos slim huis

Toestemming verlenen

Om een apparaat via deze route toe te voegen aan Google Home, moet je inloggen bij het account van de fabrikant waarvan je de dienst afneemt, bijvoorbeeld Philips Hue. Er komen nog wat meldingen in beeld omtrent de mogelijkheden die Google krijgt met betrekking tot de data van je externe account.

Wanneer de apparaten zichtbaar zijn als tegels, houd je een tegel even vast en kies je voor het tandwieltje. Vervolgens tik je op Ruimte en kun je het apparaat eventueel nog in een andere ruimte plaatsen. Dat kan door de betreffende ruimte aan te tikken uit de lijst, of zelf een nieuwe ruimte aan te maken. Het is handig om je apparaten onder te verdelen in ruimtes, omdat je - bijvoorbeeld in het geval van lampen - deze per ruimte in één keer kunt uitschakelen. Zo kun je dan bij je bedtijdroutine eerst de lichten in de woonkamer uitschakelen en daarna die op de overloop, zonder dat je je hele huis in duisternis brengt of juist iedere lamp afzonderlijk moet uitzetten.

Soms moet je extra toestemmingen goedkeuren om een apparaat te kunnen gebruiken.

Apparaten handmatig en met spraak bedienen

Heb je al je apparaten toegevoegd en eventueel onderverdeeld in verschillende ruimtes, dan kun je ze nu bedienen via je Google Home-app. Open de app, tik op de knop Alle apparaten bovenaan en je ziet alle tegels van de in Google Home aanwezige apparaten. Tik bijvoorbeeld op een lamptegel om die direct aan of uit te schakelen, of houd de tegel even vast om een schuifregelaar voor helderheid of kleur te zien.

Voor een slimme thermostaat tik je op de thermostaat-tegel en verschuif je de temperatuur hoger of lager; vaak kun je ook kiezen tussen de modi Verwarmen of Verkoelen, maar dat is afhankelijk van de aangeboden functies in het apparaat zelf, want niet alle functies zijn ook altijd te benaderen vanuit Google Home. Ook een andere handige optie is het bedienen van je televisie. Heb je een tv of Chromecast gekoppeld, dan kun je via de tegel media pauzeren of stoppen. Vervolgens activeer je spraakbediening door op je Android-telefoon de Google Assistant op te roepen, bijvoorbeeld via de Assistant-knop, een veegbeweging of door "Hey Google" te zeggen. Vervolg die aanroep dan door concrete opdrachten als "Doe de lampen in de woonkamer uit", "Zet de thermostaat op 20 graden" of "Speel Netflix op tv woonkamer". Omdat de Google Assistant de door jou opgegeven namen en kamers uit Google Home gebruikt, loont het dat je die eerder netjes hebt ingesteld.

Tik je op een slimme lamp in de Google Home-app, dan zie je de opties die geboden worden, bijvoorbeeld het aanpassen van de kleurtoon en de helderheid.

Slimme routines maken

Nu je weet hoe je apparaten direct bedient, laten we je zien dat je ook automatiseringen of routines kunt instellen, zodat combinaties van acties met één tik of automatisch worden uitgevoerd. Om dat voor elkaar te krijgen in de Google Home-app tik je onderaan op de knop Automatisering en kun je kiezen uit een aantal voorgestelde routines, zoals wat er gebeurt als je van huis weggaat, of juist aankomt. Het nadeel hiervan is dat je wel de locatie-instellingen op je telefoon moet aanzetten en je huisadres in Google Home moet instellen, maar we kunnen goed voorstellen dat je daar niet op zit te wachten, privacytechnisch gezien dan. Als je een nieuwe routine wilt maken, tik je rechtsboven op de knop Nieuw > Automatisering. Geef de automatisering eerst een naam, zodat deze alvast kan worden opgeslagen nog voordat je iets instelt. Een routine bestaat altijd uit drie delen: een starter, een voorwaarde (die is optioneel) en een actie. Een starter kun je het beste zien als een gebeurtenis, bijvoorbeeld: het is 20:00, er wordt een beweging gedetecteerd, of de temperatuur van de slimme thermostaat is lager dan 16 graden. Een starter kan ook een spraakopdracht zijn. Stel dat je een 'Alles uit'-routine wilt: je geeft de routine een naam, kiest als trigger bijvoorbeeld het spraakcommando "Ik ga weg" en voegt als acties toe dat alle lampen uit moeten, de thermostaat naar 17 graden gaat en de tv wordt uitgezet.

De opbouw van een routine in Google Home.

Lampen automatisch aanpassen

Voor een filmavond-scenario maak je een automatisering die handmatig start of op een spraakzin als "Filmavond": je selecteert dan bij Actie bewerken de lampen in de woonkamer en zet de helderheid naar bijvoorbeeld 20 procent, je zet eventueel gekleurde lampen op warm wit en schakelt een slimme stekker van de sfeerverlichting in. Heb je gordijnen met een slimme motor, dan voeg je toe dat die naar 100 procent dichtgaan. Tot slot wijs je de tv- of Chromecast-tegel toe om een bepaalde app te starten of in elk geval de tv in te schakelen. Omdat deze routines gebruikmaken van de apparaten en kamers die je eerder hebt ingericht, zie je direct hoe belangrijk een goede basisconfiguratie is.

De kleur en helderheid van de lampen kun je automatisch aanpassen bij het inschakelen van de tv.

Automatiseren op tijd, locatie en aanwezigheid

Nu je basisroutines hebt, ga je een stap verder door je huis zichzelf te laten aanpassen op tijd, locatie en aanwezigheid, zodat je smartphone meer regisseur dan bedieningspaneel wordt. In Automatisering kun je een routine laten starten op vaste tijden, bij zonsopkomst of zonsondergang of wanneer de toestand 'Thuis' of 'Afwezig' verandert. Stel bijvoorbeeld een ochtendroutine in die op werkdagen om 7:00 uur de thermostaat naar 20 graden zet, de gordijnen in de woonkamer op 50 procent opent en de keukenlampen op 60 procent helderheid inschakelt. In de avond kun je een routine laten starten rond zonsondergang, zodat de buitenlamp en de lamp bij de voordeur automatisch aangaan. Aanwezigheidsdetectie gaat nog een stap verder: Google Home kan via de locatie van je telefoon en sensors van bijvoorbeeld een Nest-thermostaat of Nest-speakers bepalen of er iemand thuis is. Wanneer iedereen weg is, kan de Afwezig-routine lampen uitzetten, de thermostaat terugschakelen en eventueel een robotstofzuiger starten. Je stelt dat in via de Instellingen in Google Home onder aanwezigheidsdetectie, waar je toestemming geeft voor gebruik van je telefoonlocatie en aangeeft welke apparaten mogen 'meekijken'.

Concrete scenario's

Nu je de algemene principes beheerst, richt je je op drie alledaagse toepassingen die samen veel comfort opleveren: licht, warmte en entertainment. Voor verlichting maak je in Google Home aparte scènes aan via Automatisering, zoals 'Thuiswerken' met helder wit licht op 80 procent in je werkkamer en 'Ontspannen' met warm licht op 30 procent in de woonkamer. Je roept ze op met "Hey Google, thuiswerken" of via een tegel in het bedieningspaneel. Voor verwarming stel je in de Google Home-app temperatuurschema's in voor je Nest-thermostaat, bijvoorbeeld overdag 20 graden en 's nachts 17 graden; voor warm water kun je eveneens schema's instellen, zodat de slimme boiler niet onnodig aanstaat. De routine 'We zijn weg' verlaagt de temperatuur en zet lampen uit. Voor tv-bediening koppel je je Chromecast of ingebouwde Chromecast-tv aan Google Home en wijs je die toe aan de kamer 'Woonkamer'. Daarna werkt "Hey Google, speel YouTube op tv woonkamer" of je tikt in de app op de tv-tegel om afspelen te pauzeren of te stoppen. Als je deze drie functies eenmaal soepel bedient, zie je hoe makkelijk het is om extra apparaten, zoals gordijnen of een slimme stekker voor je koffiezetapparaat, in bestaande routines in te passen.

Noodzakelijk onderhoud en uitbreiden

Nu je smartphone de centrale afstandsbediening van je slimme huis is, is het belangrijk dat je installatie veilig, overzichtelijk en toekomstbestendig blijft. Controleer regelmatig in Google Home onder Settings en Devices of er geen oude of dubbele apparaten meer staan, bijvoorbeeld een lamp die je hebt vervangen; verwijder ongebruikte apparaten, zodat routines niet breken en blijven hangen omdat een bepaald apparaat niet meer bestaat. Kijk af en toe ook kritisch naar machtigingen: in aanwezigheidsdetectie bepaal je expliciet welke apparaten en telefoons mogen meedoen aan 'Thuis' en 'Afwezig' en dus jouw locatie kunnen opvragen. Dat is misschien niet altijd gewenst. Koop je uitbreidingen, test die nieuwe apparaten eerst in een simpele routine, zoals een losse scène voor één kamer, voordat je ze in al je automatiseringen opneemt. Controleer daarnaast ook op updates: Google Home wordt bijvoorbeeld regelmatig bijgewerkt, zeker nu er ook steeds meer AI-functies worden toegevoegd. En ook je slimme apparatuur: vaak wordt er nieuwe firmware uitgebracht, maar die kun je niet vanuit Google Home updaten; dat moet doorgaans via het slimme apparaat zelf of de aangesloten hub. Tot slot kun je, mocht je later voor het Apple-ecosysteem kiezen, veel apparaten dankzij Matter eenvoudig ook aan Apple Home koppelen, al beheer je ze dan in een aparte app. Door regelmatig op te ruimen, updates te installeren en je routines te finetunen, blijft je slimme huis betrouwbaar en voelt je smartphone echt als een krachtige, maar toch overzichtelijke universele afstandsbediening.

Het updaten van de firmware van aangesloten apparaten gaat doorgaans via de app van de fabrikant zelf, niet via Google Home.
View post on TikTok