ID.nl logo
Zekerheid & gemak

Alternatieve Browsers

Alternatieve browsers. De browseroorlog is nog altijd in volle gang, en Internet Explorer krijgt er steeds meer concurrenten bij. De dreiging komt niet langer Netscape, maar uit de hoek van de open source gemeenschap. Zijn er voldoende redenen om IE achter te laten en over te stappen op een Mozilla-variant?

"Internet Explorer is nog altijd de meest gebruikte browser, maar helemaal vanzelfsprekend is de keuze voor deze met Windows meegeleverde browser niet. Open sorce-oplossingen als Firebird, K-Meleon en Beonex Communicator worden steeds populairder. Hoewel we het hier over drie verschillende browsers hebben, hebben ze allemaal één ding gemeen: ze behoren allemaal tot de Mozilla-familie. Denkt u echter dat het gaat om drie keer dezelfde browser in een ander jasje, dan hebt u het bij het verkeerde eind. De motor van de drie browsers is weliswaar dezelfde, maar daar houdt de gelijkenis ook wel mee op. Vergelijk het met het chassis van een auto: op dezelfde basis kunnen verschillende modellen gebouwd worden. Oorsprong Toen Microsoft met Internet Explorer de browseroorlog tegen Netscape leek te gaan winnen, besloot het laatste bedrijf een compleet nieuwe browser uit de grond te stampen. Netscape koos daarbij voor een open source-standaard, wat betekende dat het iedereen vrij stond hiervan gebruik te maken. Het resultaat hiervan moest de Mozilla-browser worden, met als basis de compacte en snelle Gecko-engine. Jammer genoeg verliep de ontwikkeling van Mozilla erg stroef, en bleek het resultaat uiteindelijk behoorlijk log. Daarom laten we Mozilla in dit overzicht achterwege en bekijken we drie Mozilla-varianten. Het is andere ontwikkelaars namelijk gelukt om op basis van de Gecko engine browsers voor Windows te ontwikkelen die beter functioneren en gebruiksvriendelijker zijn dan Mozilla zelf. Drie browsers, één motor Waarom zou u Internet Explorer eigenlijk vervangen door een Mozilla-variant? Het voornaamste argument is, dat de laatste kleiner, sneller en veiliger zijn. Helemaal als u nog I0E4 gebruikt: wie van IE4 naar IE6 overschakelt, zal heel wat technische problemen tegenkomen, van een browser die niet meer opstart tot vastlopers. De enige manier om goed over te stappen is door eerst een update uit te voeren naar versie 5.5 en pas dán te kiezen voor IE6 - met de kanttekening dat IE 5.5 inmiddels niet meer officieel te downloaden is. Maar zelfs al hebt u IE6, dan blijven er nog voldoende redenen over om voor een Mozillavariant te kiezen. Wat veiligheid betreft bijvoorbeeld scoren ze aanmerkelijk beter. En dan hebben we het nog niet gehad over het van Opera overgenomen Tabbed Browsing: waar je normaal verschillende websites in een ander venster opent, open je nu alle websites op verschillende tabbladen in hetzelfde venster. Zo hebt u een snel en duidelijk overzicht van alle geopende pagina's. Bovendien tonen de Mozilla-varianten webpagina's sneller door al voordat de hele pagina geladen is direct onderdelen weer te geven. Verder ondersteunen zij volledig alle w3c-standaarden, iets wat helaas niet geldt voor Internet Explorer. Stabiliteit Het belangrijkste voordeel van een Mozilla-variant is evenwel het gebrek aan bugs. De browsers zijn alle drie stabieler, dan Internet Explorer. Bovendien dateert de laatste nieuwe versie van IE al weer van 2001; sindsdien zijn er alleen bugfixes verschenen. Zoals het er nu voor staat, zou het wel eens tot 2006 kunnen duren voor Internet Explorer 7 het daglicht ziet - samen met Windows Longhorn. Daarentegen gaat de ontwikkeling van Mozilla en de browsers die gebruik maken van dezelfde engine wél gestaag verder. Tot slot: kiest u voor een Mozilla-variant, dan beperkt u zich niet tot het Windows-platform; er bestaan ook varianten voor Linux, MacOSX, Solaris, BeOS en bijvoorbeeld FreeBDS. Firebird Firebird wordt vaak omschreven als de uitgeklede versie van de Mozilla-browser, omdat het alleen de browserfunctie van de Mozilla Suite heeft overgenomen. Hierdoor is het programma zelfs kleiner dan de update van Internet Explorer; aangenaam downloaden dus! Handig - maar ook noodzakelijk als u wat meer controle wilt hebben - is dat u de standaardversie van Firebird vlot kunt uitbreiden met verschillende plug-in's en add-ons. In de originele versie zijn de instelmogelijkheden namelijk nogal mager. Belangrijk voordeel is dat Firebird automatisch alle pop-up vensters uitschakelt. Deze optie zit overigens ook in de originele Mozilla Suite, maar werd daar standaard uitgeschakeld. Gelukkig krijgt u hierover wel een waarschuwing via een uitroepteken in de werkbalk, zodat u een pop-up venster makkelijk alsnog kunt openen. Verder is er veel aandacht geschonken aan de vensterruimte waarin de websites verschijnen. Vergeleken met andere browsers kan deze extra ruimte oplopen tot wel 10 procent. Beonex Communicator Bent u bekend met Netscape, dan hebt u direct een goed idee van wat u van Beonex kunt verwachten. Niet alleen lijken de programma's uiterlijk veel op elkaar: maakt u gebruik van een oudere versie van Netscape, dan kunt u ook het profiel probleemloos importeren. Beonex is ook de enige browser in dit artikel die over een eigen mailclient (MailNews) beschikt en verder is uitgerust met een html-editor (Composer) en een chatprogramma (ChatZilla). Dit komt overeen met wat er bij Mozilla zelf wordt meegeleverd. De vergelijking tussen Beonex Communicator en de Mozilla Suite gaat echter maar gedeeltelijk op. Beonex is zeer stabiel en legt de nadruk op privacy en veiligheid, waardoor de browser ook binnen bedrijven kan worden ingezet. Zo verwijdert Beonex bij het afsluiten van Windows automatisch alle cookies en kunt u bepaalde inhoud blokkeren. Ook is MailNews een bijzonder veilige mailclient; mails die in html zijn vormgegeven, worden automatisch omgezet naar de standaard opmaak html, wat betekent dat er alleen met vet en cursief gewerkt wordt en dat MailNews rekening houdt met de indeling van een alinea. Uiteraard kunt u ook kiezen voor onopgemaakte tekst. Beonex beschikt eveneens over een beperkt aantal add-ons, waaronder een spellingchecker (ook in het Nederlands!) - al moet u deze wel handmatig installeren. K-Meleon K-Meleon is uiterlijk een kopie van Internet Explorer, maar dan één die gebruik maakt van de Gecko-engine van Mozilla. Hij is ontwikkeld door de programmeur van WinAmp. K-Meleon kunt u zien als het antwoord van de Windows-gemeenschap op Galeon, de op de Gecko-engine gebaseerde browser voor Linux. Of het een voordeel dan wel een nadeel is dat K-Meleon zo op IE lijkt, is aan u. Wel is het zo dat een aantal overeenkomsten erg ver doorgetrokken is. Denk bijvoorbeeld aan het beheer van de favorieten, wat in de twee andere browsers een stuk gebruikersvriendelijker geregeld wordt. Tabbed Browsing heet hier Layers, wat het vooral in het begin een beetje verwarrend maakt. Hebt u dit eenmaal door, dan werkt het prima. Bij het opstarten van de pc wordt K-Meleon voor een groot deel al in het werkgeheugen geplaatst, waardoor hij sneller opstart dan alle andere browsers. Het nadeel is wel dat u hiermee een deel van uw geheugen opoffert aan een toepassing die u misschien niet altijd geactiveerd hebt. Opvallend is ook de eenvoud waarmee u opdrachten toevoegt of verwijdert in de uitklapbare menu's. Ook het in- en uitschakelen van plug-in's, bijvoorbeeld voor uw IE-favorieten, Opera Hotlist of Netscape bladwijzers is simpel. Ook kunt u websites blokkeren via de proxy-instellingen (hoewel een beetje computerkenner die beveiliging gemakkelijk kan omzeilen). Op PCMweb.nl vindt u een overzicht van de ontwikkeling van de verschillende browser-families. Conclusie Afhankelijk van uw keuze bieden de genoemde browsers een aantal voordelen ten opzichte van Internet Explorer. Een hogere snelheid en minder bugs zijn pluspunten die voor alledrie gelden. Vervolgens is het een kwestie van prioriteiten: wilt u een compacte browser dan kiest u Firebird, kiest u voor veiligheid dan is Beonex een optie en voor een vertrouwd IE-uiterlijk bent u bij K-Meleon aan het beste adres. ***Kader Links Firebird: www.mozilla.org/products/firebird/ Mozilla algemeen: www.mozilla.org, www.mozDev.org Mozilla in het Nederlands: www.mozbrowser.nl/ K-Meleon: http://kmeleon.sourceforge.net/ Beonex Communicator: www.beonex.com/communicator/ Veranderingen Internet Explorer: http://msdn.microsoft.com/ieupdate/ "

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.