ID.nl logo
10 tips om meer uit je webcam te halen
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

10 tips om meer uit je webcam te halen

Je hebt een webcam en de kans is aanwezig dat je die soms inschakelt voor een potje videochatten. Leuk, maar met zo'n goedkope webcam kun je nog wat andere dingen doen. Je woning bewaking bijvoorbeeld, je aanmelden bij Windows, gamen, live videobeelden streamen of in een virtuele paskamer stappen.

Tip 01: Bewaking

Er bestaan geavanceerde bewakingssystemen met camera en bewegingsdetectie, maar die hebben vaak een stevig prijskaartje. Je komt ook een heel eind met een degelijke webcam en goede surveillancesoftware. Een van de meest flexibele gratis tools is het opensourceprogramma iSpy, geschikt voor zowat alle edities van Windows en beschikbaar in een 32- en 64bit-variant. Lees ook: Zet je Android-telefoon in als beveiligingscamera.

Met enkele muisklikken is de installatie een feit. Mogelijk moet je wel nog even je firewall sussen: iSpy wil namelijk ook graag via het internet communiceren. De interface blijkt Engelstalig, maar via Options / Settings hoort ook het Nederlands tot de mogelijkheden. Het komt er nu op aan je - reeds aangesloten - webcam toe te voegen. Dat doe je logischerwijs via Toevoegen / Lokale camera (voor een netwerkcamera is dat IP camera wizard). Op het tabblad Lokaal apparaat verwijs je vervolgens naar je webcam en stel je de beoogde Video resolutie in. Bevestig met OK.

©PXimport

Tip 01 Met een paar muisklikken voeg je een webcam toe aan iSpy.

Tip 02: iSpy instellen

Je belandt nu in het instellingenvenster van de toegevoegde camera. Toch niet? Klik dan met de rechtermuisknop op het voorbeeldvenster van de camera en kies Bewerken. De instelmogelijkheden zijn zeer uitgebreid. We beperken ons hier tot een paar belangrijke opties. Zo kun je op het tabblad Camera bij Transform aangeven of je het beeld eventueel wilt roteren of omkeren (bijvoorbeeld als je camera omgekeerd aan het plafond ophangt). Via de knop Geavanceerde eigenschappen kun je het beeld optimaliseren. Op het tabblad Storage geef je aan waar de opgenomen beelden terecht horen te komen.

Die kun je dan bekijken via het menu Bekijk / Bestanden /Videobestanden. Belangrijk is ook het tabblad Bewegingsdetectie: hiermee zorg je ervoor dat je camera begint op te nemen zodra er beweging wordt geregistreerd. Met de muis baken je zelf de gewenste detectiezone(s) af op het voorbeeldvenster. Om de bewegingsdetectie uit te schakelen, stel je Gebruik detector in op Geen. Voor meer feedback klik je Gebruikstips aan.

©PXimport

Tip 03 Ook het automatisch uploaden van snapshots en videobeelden naar ftp zit erbij.

Tip 03: Automatisch opnemen

Wil je dat iSpy automatisch beelden begint op te slaan zodra er beweging wordt gedetecteerd, open dan het tabblad Opnemen en stip bij Opname mode de optie Bewegingsdetectie aan. Je legt hier ook de minimale en maximale opnametijd (in seconden) vast per bestand en je stelt tevens het gewenste videoformaat in, standaard is dat h264 mp4 met variabele framerate. Handig is nog dat je die beelden ook via ftp automatisch kunt uploaden. Open daartoe het tabblad FTP en klik op Servers.

Druk op de knop Toevoegen en vul de gegevens van je ftp-server in. Bevestig met OK, zorg dat er een vinkje staat bij Ingeschakeld en stip de optie Bewegingsdetectie aan. Bij Upload Recordings kun je nog aangeven dat je een live videostream wilt uploaden.

We kunnen ons voorstellen dat je de bewegingsdetectie niet altijd actief wilt hebben. Het tabblad Planning biedt uitkomst. Plaats een vinkje bij Tijdschema camera, klik op Toevoegen en voorzie de gewenste timing en acties. Vergeet het vinkje niet bij Opnemen op detect. Bevestig je keuze met Opslaan. Klik het voorbeeldvenster van je webcam met de rechtermuisknop aan en kies Tijdschema toepassen.

Spionage?

Er bestaat malware die jou via je (ingebouwde) webcam kan bespioneren. Om dat te vermijden zorg je er in elk geval voor dat je computer van up-to-date antivirussoftware is voorzien. Nog veiliger is het je webcam uit te schakelen wanneer je die zelf niet gebruikt. Een externe webcam kun je natuurlijk makkelijk loskoppelen. Voor (laptops met) geïntegreerde webcams ga je eerst na of je die via het BIOS kunt uitschakelen: raadpleeg hiervoor de handleiding bij je systeem. Houd er rekening mee dat je hierdoor vaak ook je microfoon uitschakelt. Je kunt de webcam ook in je besturingssysteem op non-actief zetten (hoewel niet 100% hackerproof). Druk op Windows-toets+R en voer het commando devmgmt.msc uit. Open de rubriek Beeldapparaten en klik je webcam met de rechtermuisknop aan, waarna je Uitschakelen kiest.

Het kan natuurlijk ook minder gesofisticeerd: je plakt de lens van je webcam eenvoudigweg met ondoorzichtige tape af.

©PXimport

Hoewel niet echt hackerproof, kun je je webcam ook via het Apparaatbeheer uitschakelen.

Tip 04: Videochatten

Wil je tijdens het videochatten verrassend uit de hoek komen, dan kun je je natuurlijk zelf met allerlei attributen opsmukken. Maar het kan ook makkelijker, met behulp van een 'virtuele webcam' die de beelden eerst van allerlei effecten voorziet voor je die met je (fysieke) webcam doorstuurt.

Een van de leukste tools is ManyCam, beschikbaar voor OS X en Windows. Wij gaan aan de slag met de gratis variant, maar het moet gezegd: de betaalversies bieden nog heel wat extra's aan (zie hier voor de versieverschillen). Tijdens de installatie stel je de gewenste taal in, waarbij Dutch beschikbaar is. Let er wel op het vinkje te verwijderen naast de onderdelen die je niet mee wenst te installeren, en te bevestigen met Decline! Als het goed is krijg je al meteen je webcambeelden te zien bij het opstarten van ManyCam. Krijg je geen beeld te zien of heb je twee camera's aangesloten (meer ondersteunt de gratis versie niet), klik dan met de rechtermuisknop op een 'video preset'-tegel en selecteer de gewenste camera.

Tip 05: Chat met extra's

Het kan overigens ook nuttig zijn dezelfde camera twee keer toe te voegen. ManyCam maakt er dan twee (virtuele) streams van en laat je toe met een muisklik tussen beide over te schakelen. Het is met dit programma mogelijk de beelden van je webcam op te leuken met allerlei effecten en (geanimeerde) objecten. Open het tabblad Effecten en klik het pijltje naar links aan tot je bovenaan Categorie ziet verschijnen. Je kunt hier nu kiezen uit onder meer Filters, Distortions, Backgrounds, Borders, Overlays, Objects, Face Access en Emoticons. Wil je nog meer van dit fraais, klik hier dan op Meer ophalen, je belandt dan hier waar je nog vele honderden effecten kunt downloaden.

Zo'n stream hoeft zich trouwens niet te beperken tot de beelden van je fysieke camera. Vanuit het contextmenu van zo'n video preset kun je namelijk ook een screencast (Desktop), eerder gemaakte en opgeslagen foto's of videoclips (Mediabestanden), een YouTube-filmpje (URL YouTube) of een spelletje (Game) doorsturen.

Je hebt het vast al gemerkt: onderaan tref je diverse tabbladen aan van waaruit je het beeld of het geluid kunt optimaliseren, en tekst of een whiteboard-functie (Tekenen) aan de videostream kunt toevoegen. Ook een afspeellijst samenstellen op basis van (opgeslagen) streams hoort tot de mogelijkheden. Die kun je dan op elk moment aan je chatpartners tonen.

Online webcams

Heb je zelf geen webcam, dan kun je nog altijd veel plezier beleven aan webcams ... van anderen! Immers, je kunt je browser afstemmen op vele duizenden live videostreams van (web- en IP-)cams die via het internet bereikbaar zijn. Een van de bekendste collecties van online webcams is Earthcam met live streams van over de hele wereld. Door in te zoomen op een wereldkaart kun je afstemmen op webcambeelden van een specifieke locatie. Of je tikt een trefwoord in de zoekbalk in. En voor wie er iets voor voelt: het is ook mogelijk je eigen webcamstream aan de collectie toe te voegen.

Liefhebbers van mooie toeristische plekjes zullen zeker ook gecharmeerd zijn van deze site (een verzameling van circa 29000 webcams) en www.lookr.com (waar je ook de beelden van de afgelopen 24 uur versneld kunt bekijken).

©PXimport

Duizenden webcams, van over de hele wereld.

Tip 06: Live streamen

Neem je wel vaker deel aan een evenement, zoals een sportwedstrijd, huwelijks- of verjaardagsfeest, dan is het mogelijk de gebeurtenissen live te streamen. Veel meer dan een vlotte internetverbinding, een streaming-app of -service en natuurlijk een webcam heb je niet nodig. Tot de betere services voor live videostreaming horen www.livestream.com en www.ustream.tv. We bekijken even deze laatste. Na je aanmelding (met Sign up en Start free trial - de gratis versie kan wel advertenties op je videobeelden plaatsen), krijg je eigen videokanaal en een bijhorende url die je met vrienden en kennissen kunt delen. Je hoeft je overigens weinig zorgen te maken over een beperkte bandbreedte: Ustream laat duizenden kijkers per kanaal toe.

De werking is eenvoudig. Klik op Go live now, kies een geschikte kanaalnaam en bevestig met Take me to the broadcaster. Bevestig in het venstertje van Adobe Flash Player dat de service je webcam mag aanspreken. In een voorbeeldvenster verschijnt het beeld van je webcam en met een druk op de knop Uitzenden ga je meteen live. Chatten tijdens de uitzending is eveneens mogelijk.

Op de site kun je tevens een Desktop Broadcaster downloaden die nog veel meer mogelijkheden biedt dan de browseromgeving, waaronder het doorsturen van screencasts.

©PXimport

Live video streamen, vanuit je browser.

Tip 07: Aanmelden

Er komen steeds meer apparaten uit die Windows Hello ondersteunen: deze technologie zorgt ervoor dat je je op basis van biometrische gegevens, zoals je vingerafdruk, gezicht of iris bij een Windows 10-apparaat kunt aanmelden. Het kan ook wel met een eenvoudige webcam in combinatie met de gratis tool KeyLemon (er zijn versies beschikbaar voor Windows Vista en hoger en voor OS X 10.6 en hoger). Je hebt ook MS Visual C++ 2013 RTL nodig, maar dat wordt normaliter automatisch voor je geregeld.

Na de installatie start je KeyLemon Control Center op en klik je bij Face op Set up now en op Create your face profile. Kijk nu recht in de cameralens, bevestig met Create a new facemodel en met Next step. Selecteer een van de beschikbare miniatuurfoto's, geef het model een naam, kies het bijhorende Windows-account en rond af met Finish. In principe ben je nu klaar en kun je meteen gaan testen: druk op Windows-toets+L en ontgrendel je Windows-sessie door even naar de camera te blikken. Of toch maar door je wachtwoord in te voeren mocht de biometrische authenticatie onverhoopt niet blijken te werken.

©PXimport

Biometrische authenticatie (gelaatsherkenning) kan ook zonder Windows Hello.

Tip 08: Geanimeerde avatars

Afbeeldingen van gebruikers (avatars) heb je ongetwijfeld al vaker zien passeren op blogs, webfora of sociale media. Heel wat van deze diensten laten ook toe dat je hiervoor geanimeerde gif's gebruikt. Dat zijn afzonderlijke snapshots (van jezelf) die je dan als opeenvolgende frames in een gif-bestand stopt. Je raad het al: dat kun je prima doen met je webcam, vooral dan in combinatie met een (gratis) service als WebCam Avatar. Zodra je de site toegang tot je webcam hebt gegeven, verschijnt het camerabeeld in je browser. Telkens als je op TakeSnapshot klikt wordt een foto genomen. De fotobestanden verschijnen onder aan het beeld en laten zich nog van plaats wisselen of selectief verwijderen.

Is alles naar wens, vul dan de gevraagde gegevens in (zoals Avatar Name, Frame interval (ms) en Width of Height (px). Rond af met Create: even later is het geanimeerde gif'je klaar voor download. Deze dienst laat zich trouwens prima combineren met het in tip 4 en 5 besproken ManyCam, bijvoorbeeld op basis van een van de vele gratis avatars. Krijg je wel het beeld van je fysieke webcam maar niet dat van ManyCam door, druk dan op het knopje Configure en selecteer ManyCam Virtual Webcam in het uitklapmenu van het Adobe Flash Player-venstertje.

©PXimport

Ook WebCam Avatar werkt prima samen met (de avatars van) ManyCam.

Tip 09: Augmented reality

Augmented reality is de combinatie van virtuele objecten en (wat we ervaren als) de echte werkelijkheid. In ManyCam heb je al voorbeelden van dergelijke combinaties kunnen zien, zoals een virtuele hoed die op je hoofd wordt geplaatst en die tijdens het streamen van de beelden ook effectief de bewegingen van je hoofd volgt. Ook bedrijven hebben de afgelopen jaren kleinschalige augmented reality-projecten uitgevoerd in combinatie met webcams, zoals de virtuele spiegel van (zonne)brillenfabrikant Ray-Ban. Surf hiernaartoe, bevestig met I accept, selecteer desgevraagd de gewenste webcam en geef de site toestemming die te gebruiken. Kijk in de camera en klik een van de beschikbare brillen aan: een virtuele spiegel!

Jammer genoeg werden heel wat van deze projecten intussen weer afgevoerd. Dat heeft natuurlijk veel te maken met het feit dat slimme brillen of mobiele apparaten als smartphones en tablets (in combinatie met apps als Layar en Wikitude) meer geschikt zijn voor 'augmented reality'.

Er komt weliswaar nog heel wat op ons af met augmented reality, maar het is zeer de vraag of webcams daar nog een significante rol in zullen spelen.

©PXimport

Spiegeltje aan de wand: wie heeft de mooiste bril van het land?

Tip 10: Interactief aansturen

Een aantal jaar geleden bracht Sony een speciale webcam uit (EyeToy) waarmee de PlayStation-console meteen een NUI oftewel Natural User Interface kreeg: de webcam liet je namelijk toe de console met 'natuurlijke' gebaren aan te sturen. Met de bewegingssensor Kinect deed Microsoft enkele jaren later iets gelijkaardigs voor zijn eigen gameconsole Xbox 360.

Start-up Flutter bewees dat ook de combinatie van een desktop-pc met een gewone webcam werkte. Je hoefde maar bepaalde handbewegingen in de richting van je webcam te maken om programma's als iTunes, Rdio en Spotify aan te sturen. Intussen heeft Google deze technologie ingekocht.

Voor interactief gamen met behulp van gebaren kun je wel nog terecht bij WebCam Mania en bij CamSpace. Deze laatste service is geen spel maar laat je toe je eigen games via je webcam (in combinatie met en een desktop-applicatie) aan te sturen. Behoorlijk rudimentair, dat wel, maar proberen kan geen kwaad.

©PXimport

Interactief gamen met een eenvoudige webcam (en wat oefening en een dosis goede wil).

▼ Volgende artikel
Derde The Last of Us-seizoen is mogelijk de laatste
Huis

Derde The Last of Us-seizoen is mogelijk de laatste

De baas van HBO Max lijkt te suggereren dat het aankomende derde seizoen van de serie The Last of Us de laatste wordt.

In een interview met Deadline werd HBO-baas Casey Bloys gevraagd naar de mogelijkheid dat het derde seizoen van de live-action verfilming van de gamereeks de laatste wordt. Daarop antwoordde hij dat "het er wel op lijkt". Hij voegde echter wel toe dat de showrunners dit uiteindelijk beslissen.

Mogelijk toch een vierde seizoen?

Eerder suggereerde showrunner Craig Mazin al dat de serie mogelijk vier seizoenen zou tellen, en dat er geen manier was om het verhaal uit de tweede game in een derde seizoen te concluderen. Het is niet duidelijk of dat nog steeds het geval is, of dat de plannen misschien zijn gewijzigd.

Wel heeft Mazin altijd gezegd dat hij alleen het verhaal uit de games zou verfilmen, en dat er niet meer bij verzonnen zou worden om de serie langer te laten lopen. Het eerste seizoen van de serie behandelt de gebeurtenissen uit de eerste game, en het vorig jaar verschenen tweede seizoen een gedeelte van de gebeurtenissen uit de tweede game.

Over The Last of Us

De The Last of Us-reeks draait om een wereld waarin een schimmel zich via mensen verspreid, en waardoor de geïnfecteerde mensen zich als een soort gewelddadige zombies op nog gezonde mensen storten. In deze wereld volgen gamers en kijkers Joel, een man die zijn kind heeft verloren en het meisje Ellie door de Verenigde Staten moet vervoeren.

Fans hopen al geruime tijd dat ontwikkelaar Naughty Dog een derde game binnen de reeks maakt, maar dat is vooralsnog niet bevestigd. Wel was er een multiplayergame gesitueerd in de The Last of Us-wereld in ontwikkeling, maar die game werd geannuleerd.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

▼ Volgende artikel
Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer
© Andrii - stock.adobe.com
Huis

Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer

Een NAS is voor de meeste gebruikers veel meer dan een netwerkschijf. Je kunt er eenvoudig extra toepassingen op draaien, bijvoorbeeld voor extra back-upmogelijkheden, productiviteit, multimedia en thuisautomatisering. Daarvoor is het vaak ook krachtig genoeg. Toepassingen kunnen bovendien bestanden op je NAS benutten. De makkelijkste manier om toepassingen te installeren en beheren is via Docker. We laten zien hoe je hiermee werkt op een NAS van Synology of QNAP.

In dit artikel

Je leest hoe Docker op een NAS werkt en waar je op moet letten bij Synology en QNAP. Je ziet hoe je images binnenhaalt, containers opzet en opslag goed regelt met bind mounts en volumes, zodat configuratie en data netjes op je NAS blijven staan. Ook leggen we uit hoe poortkoppelingen werken, wanneer Docker Compose handiger is dan losse containers en hoe je met Portainer het beheer overzichtelijker maakt.

Lees ook: Bouw je eigen dashboard met Homepage: al je webapplicaties overzichtelijk op één plek

Je hebt meestal geen zware server nodig voor toepassingen als Plex, Jellyfin, SABnzbd of Home Assistant. Een NAS is meestal krachtig genoeg. Soms is hooguit wat extra geheugen wenselijk. Zo heb je behalve je opslag ook al je toepassingen centraal. Mis je softwareopties op je NAS, bijvoorbeeld voor back-up of synchronisatie, dan is dat óók eenvoudig op te lossen met extra software. Maar hoe installeer je zulke toepassingen? Soms kun je een pakket installeren, bijvoorbeeld van SynoCommunity. Maar je moet dan precies de juiste variant vinden en er kunnen afhankelijkheden zijn, zoals php of Apache. Met Docker ben je veel flexibeler. Toepassingen zijn niet meer afhankelijk van de inrichting van je NAS en worden bovendien sneller bijgewerkt. Maar hoe werk je hier in de praktijk mee op een NAS? In dit artikel laten we dat zien. We beginnen met algemene uitleg over het werken met Docker op een NAS. Daarna behandelen we het downloaden van images en het maken en configureren van containers. We richten ons daarbij voornamelijk op Synology en QNAP. Heb je een NAS van een ander merk, dan zul je merken dat veel principes hetzelfde zijn. Bij het merk Ugreen lijkt de software bovendien sterk op die van Synology.

Containers of virtuele machines

Bij Docker draait een toepassing in een lichte en geïsoleerde container. De image, het uitgangspunt van een container, bevat alles wat de toepassing nodig heeft. Gegevens worden buiten de container opgeslagen, bijvoorbeeld in een gedeelde map op de NAS zelf. Een update is eenvoudig: je herbouwt gewoon de container op basis van een nieuwe image. Er zijn ook alternatieven, zowel bij QNAP als Synology. Zo kun je met virtuele machines werken, via Virtual Machine Manager (Synology) of Virtualization Station (QNAP). Maar in zo'n virtuele machine moet je een heel besturingssysteem installeren. Daar is een NAS niet altijd krachtig genoeg voor. Iets praktischer zijn de lichtgewicht Linux-containers die je bij QNAP kunt opzetten, maar dat vraagt meer technische kennis. Gevorderde gebruikers kunnen daarnaast bij QNAP vaak Kubernetes inzetten voor containerbeheer. Dat biedt veel mogelijkheden voor schaalbare omgevingen, maar is voor de meeste thuistoepassingen onnodig complex. Om snel een toepassing op je NAS te installeren, is Docker vrijwel ongeslagen.

Wat heb je nodig?

Niet alle modellen van Synology en QNAP ondersteunen Docker. Synology vereist een model met x86-cpu van Intel of AMD. Bij ARM-modellen kun je het soms via een omweg installeren, maar dat is niet officieel en ook niet zonder risico's. Verder hangt het van het model af. Vooral de Plus-series (zoals de DS224+ en DS923+) en hogere modellen ondersteunen Docker. Je kunt het eenvoudig controleren door in Synology Package Center te zoeken naar Container Manager (DSM 7.2 of hoger) of (als je een oudere DSM-versie hebt) naar Docker. Bij QNAP is de toepassing, onder de naam Container Station, beschikbaar via App Center. Het is geschikt voor de meeste niet al te oude modellen. Zowel bij Synology als QNAP is 2 GB werkgeheugen aanbevolen, maar we raden minimaal 4 GB RAM aan. Voor dit artikel gebruiken we een wat oudere Synology DS918+ en QNAP TS-453Be. Beide komen nog goed mee en beschikken over recente software.

Container Manager kun je vinden in Synology Package Center.

Opslag bij Docker

Belangrijke gegevens zoals configuratiebestanden, databases en cachebestanden worden in principe buiten een container bewaard. Dat kan op twee manieren. Normaal zal Docker voor de paden in de container die persistent moeten zijn een anoniem volume gebruiken. Dat krijgt een lange hash als naam. Je kunt ook zelf een naam toewijzen. We noemen dat dan een named volume. Die kun je makkelijker herkennen of hergebruiken in andere containers. De tweede optie is een zogeheten bind mount. Je koppelt dan de persistente paden in de container aan mappen op de host (het systeem waarop Docker draait), zoals je NAS. Zeker bij een NAS van Synology is dat het meest praktisch. Synology verbergt in de webinterface namelijk volumes, ook al zijn ze er wel! Bij een bind mount zie je de bestanden altijd netjes in de gedeelde mappen, zodat jij ze zelf kunt raadplegen of back-uppen.

QNAP maakt volumes met opslag voor een container wél zichtbaar.

Opslag bij een NAS

Voor het organiseren van je bestanden op een NAS gebruik je standaard al gedeelde mappen. Ga je met Docker werken, dan zul je óók zo'n map gebruiken voor de opslag voor je containers. Synology maakt die map standaard onder /docker. Bij QNAP is dat (meestal) /Container. Stel dat je WordPress wilt installeren. Het persistente pad in de container is in dit geval /var/www/html. Daar worden alle websitebestanden opgeslagen. Bij Synology zul je dan een map zoals /docker/wordpress maken die je bij de configuratie koppelt aan het container-pad /var/www/html. Er kunnen ook meerdere paden zijn. SearXNG gebruikt in de container bijvoorbeeld /etc/searxng voor de configuratie (zoals settings.yml) en /var/cache/searxng voor data en cachebestanden. Beide kun je dan koppelen met de NAS, bijvoorbeeld onder /docker/searxng/config en /docker/searxng/cache. Gebruik eventueel de bestandsbeheerder (zoals File Station) om de mappen vooraf aan te maken of aangemaakte bestanden te bekijken!

Het is handiger om gegevens van containers in een gedeelde map te bewaren.
Bestanden op je NAS gebruiken

Het mooie van Docker op een NAS is dat je een container toegang kunt geven tot bestanden op die NAS, zoals foto's, video's, documenten en back-ups. Je koppelt daarvoor gewoon de gewenste gedeelde mappen of submappen. Op die manier kun je bijvoorbeeld de muziekspeler NaviDrome direct toegang tot de muziek op de NAS geven. De muziek kun je daarna netjes georganiseerd bekijken en afspelen via de vlotte webinterface. Het werkt ook samen met verschillende bekende apps. Ook bijvoorbeeld voor video's zijn goede toepassingen beschikbaar, zoals Plex en Jellyfin. Of probeer eens een toepassing als Immich of Photoprism voor je fotobibliotheek.

Met NaviDrome kun je heel handig de muziek op je NAS beluisteren.

Werken met poorten

Containers gebruiken vaak één of meerdere poorten voor bijvoorbeeld een webinterface. Een voorbeeld is de webserver nginx met http-poort 80. Bij de configuratie koppel je die interne poort 80 aan een poort op de host en daarmee je lokale netwerk. Je kunt soms hetzelfde poortnummer (in dit voorbeeld 80) kiezen, maar dat hoeft niet. In dit geval is dat ook af te raden. Liever gebruik je een hogere, vrije poort. Let goed op de bezette poorten van de NAS zelf. Dat zijn er vaak best veel. Een voorbeeld is de veelgebruikte poort 8080 die QNAP voor de webinterface gebruikt. Bij Synology zie je een overzicht van gebruikte poorten in Configuratiescherm / Infocenter op het tabje Service. Bij QNAP ga je naar Systeem / Systeemstatus / Systeemdiensten. Een blok als 6000-6999 is bij beide merken een goede optie. Heb je een container gestart, dan moet je deze vaak even de tijd geven om te starten voordat je de webinterface kunt benaderen via de ingestelde poort.

Je maakt een koppeling tussen poorten op de host en poorten in de container.

Docker Compose

Bij een NAS kun je een container relatief makkelijk via een wizard starten. Maar de details die je opgeeft, zoals poorten en volumes, kun je naderhand niet aanpassen. Wil je iets veranderen, dan zul je een nieuwe container moeten maken met de juiste instellingen. Bij zowel Synology als QNAP kun je ook werken met Docker Compose. Bij Synology heet dit een project, QNAP noemt het een toepassing. Je kunt dan de instellingen voor één of meerdere containers beheren in één yaml-bestand, meestal met de naam docker-compose.yml. Een groot voordeel is dat je dan eenvoudiger achteraf de configuratie kunt aanpassen. Het werken met meerdere containers is bovendien veel overzichtelijker. Je groepeert ze samen in één bestand, ook wel 'stack' genoemd. En je kunt alle containers in één handeling starten, stoppen of verwijderen. Bij problemen zul je overigens wel nog steeds de individuele containers moeten inspecteren (zie kader 'Problemen oplossen').

Via een wizard kies je vooraf de gewenste instellingen voor een container.
Problemen oplossen

Heb je een probleem met een container? Open dan het overzicht met containers. Klik vervolgens op de naam van de container. De logboeken die je hier kunt bekijken, geven vaak goede aanwijzingen voor problemen. Ook als je met Docker Compose werkt, zul je bij problemen de individuele containers moeten inspecteren. Soms is het ook weleens handig om opnieuw te beginnen. Stop daarvoor eerst de relevante containers, verwijder de volumes én bestanden die in de gekozen gedeelde mappen zijn gemaakt en start je project opnieuw.

Synology: Docker installeren

Docker is meestal niet standaard geïnstalleerd. Je logt eerst in bij DSM, het besturingssysteem van je NAS. Vervolgens installeer je de toepassing via

Package Center. De toepassing heet Container Manager (sinds DSM 7.2) of (bij een eerdere versie) Docker. Bij de installatie wordt gevraagd om een brugnetwerk te configureren. Dat is het netwerk waarop containers intern communiceren. Je hoeft dit subnet (172.17.0.0/16) niet te veranderen, tenzij dit conflicteert met jouw eigen netwerk (wat heel zeldzaam is).

Installeer de toepassing via de downloadtool van je NAS.

Synology: images downloaden

Om een container met een bepaalde toepassing te starten, heb je een image nodig. Open daarvoor Container Manager en ga naar Register. Hier kun je images op naam opzoeken. Dubbelklik dan op een image om deze te downloaden. Vaak zul je de officiële of populairste optie kiezen. De images van LinuxServer.io zijn ook altijd goed. Omdat ze dezelfde opbouw en documentatie volgen, zijn ze herkenbaar en makkelijk te gebruiken. Je kunt bij het downloaden een tag kiezen. Vaak kies je latest voor de laatste stabiele versie. Alle images die je hebt gedownload, vind je terug onder Image. Als er updates zijn, kun je die daar ook downloaden. Je containers blijven overigens draaien op de versie waarmee ze zijn gemaakt. Pas als je een nieuwe container start, wordt de nieuwe image gebruikt.

Je kunt direct binnen Container Manager de gewenste images downloaden.

Synology: container maken

We gaan als voorbeeld een container voor SearXNG maken, een privacyvriendelijke zoekmachine die live resultaten bij andere zoekmachines ophaalt. Ga hiervoor naar Container en kies Maken. We gebruiken de image searxng/searxng. Bij het maken van de container hoef je bij Algemene instellingen niet veel te veranderen. Wel handig is de optie Automatisch opnieuw starten inschakelen, voor hogere beschikbaarheid. Op het tweede scherm, bij Geavanceerde instellingen, zie je onder het kopje Poortinstellingen dat deze toepassing in de container poort 8080 gebruikt. Bij Lokale poort kies je de lokale poort (op de host), zoals 8080 (of iets anders, als deze al in gebruik is). Na het maken van de container kun je de zoekmachine bereiken via de gekozen lokale poort, zoals http://ip-NAS:8080. Onder het kopje Volume-instellingen maak je zoals eerder toegelicht een bind mount. Koppel /docker/searxng/config met /etc/searxng en koppel /docker/searxng/cache met /var/cache/searxng. Via het venster kun je naar de map op de NAS bladeren om deze aan te wijzen (en eventueel ook aan te maken).

We maken koppelingen tussen gedeelde mappen en volumes in de container.

Synology: lokale bestanden gebruiken

Een van de voordelen is dat toepassingen bestanden op de NAS kunnen gebruiken. We noemden NaviDrome al, een populaire muziekspeler. Bij het maken van deze container koppel je poort 4533 aan de lokale poort, zoals 4533. Bij de volumes moet je opletten. NaviDrome gebruikt /data voor gegevensopslag en /music voor muziek. Koppel bij Volume-instellingen daarom bijvoorbeeld /docker/navidrome/data aan /data. Staat je muziek op de NAS onder /music/albums, dan koppel je precies die map aan /music in de container. Kies hier eventueel voor alleen leestoegang, omdat deze toepassing geen bestanden hoeft te wijzigen. Na het starten van de container zul je het programma even de tijd moeten geven om alle muziek te indexeren.

We geven NaviDrome toegang tot muziek op de NAS.

Synology: project maken

Wil je bij Synology met Docker Compose werken dan ga je naar Project en kies je Maken. Je kunt bij Bron kiezen om zelf een docker-compose.yml te uploaden, maar ook een nieuw bestand maken. Dat laatste heeft meestal de voorkeur. Je kunt de configuratie dan in het venster plakken en meteen nog wat persoonlijke aanpassingen maken. We nemen WordPress als voorbeeld dat twee containers heeft: één voor WordPress zelf en één voor een database (zoals MySQL of MariaDB). Je zet ze samen in één project en beheert ze daarna als geheel, in plaats van als twee losse containers. Bij Naam van project vullen we in wordpress (alleen kleine letters). Bij Pad kiezen we een gedeelde map op de NAS, zoals /docker/wordpress. Bij Bron kiezen we voor het maken van een docker-compose.yml. Hieronder zie je het voorbeeld voor de officiële image voor WordPress, waar we wat aanpassingen in gaan maken voor de NAS:

services:

  wordpress:

    image: wordpress

    restart: always

    ports:

      - 8080:80

    environment:

      WORDPRESS_DB_HOST: db

      WORDPRESS_DB_USER: exampleuser

      WORDPRESS_DB_PASSWORD: examplepass

      WORDPRESS_DB_NAME: exampledb

    volumes:

      - wordpress:/var/www/html

  db:

    image: mysql:8.0

    restart: always

    environment:

      MYSQL_DATABASE: exampledb

      MYSQL_USER: exampleuser

      MYSQL_PASSWORD: examplepass

      MYSQL_RANDOM_ROOT_PASSWORD: '1'

    volumes:

      - db:/var/lib/mysql

volumes:

  wordpress:

  db:

Begin met het maken van een nieuw project.

Synology: configuratie aanpassen

Hoewel de configuratie werkt, zijn enkele aanpassingen wel wenselijk. In het voorbeeld worden twee named volumes gebruikt, terwijl bind mounts handiger zijn, zeker bij Synology. Daarom halen we de onderste drie regels weg. We maken op de NAS de mappen /docker/wordpress/db en /docker/wordpress/html aan. Ten slotte passen we het volume aan voor de twee containers. Voor WordPress wordt dit als volgt:

- /volume1/docker/wordpress/html:/var/www/html

Voor de database passen we het aan naar:

- /volume1/docker/wordpress/db:/var/lib/mysql

Controleer op jouw NAS of de volumenaam volume1 klopt. Kies ook een betere gebruikersnaam en een sterker wachtwoord voor de database. Let wel op: wat je bij WORDPRESS_DB_USER en WORDPRESS_DB_PASSWORD invult, moet hetzelfde zijn als bij MYSQL_USER en MYSQL_PASSWORD. MySQL maakt met die toegangsgegevens de database, terwijl WordPress ze gebruikt om daar toegang toe te krijgen.

Je kunt de configuratie via een YAML-bestand aanpassen.

Nieuwe NAS? Kijk en vergelijk op Kieskeurig.nl

QNAP: Docker installeren

Om Docker te installeren op je NAS van QNAP log je eerst in bij het besturingssysteem QTS. Daarna installeer je de toepassing via App Center. Je vindt het onder de naam Container Station. De installatie wijst zichzelf. Als je de toepassing de eerste keer start, wordt gevraagd waar je gegevens van containers op wilt slaan. Je kunt de standaardmap /Container accepteren.

Installeer de toepassing via de downloadtool van je NAS.

QNAP: image zoeken en gebruiken

Voor het zoeken van een image open je Container Station en klik je op Verkennen. Hier kun je images op naam opzoeken. Voor Docker gebruik je de resultaten van Docker Hub, de centrale verzamelplek voor Docker-images. Kies bij de gewenste image de optie Implementeer. Je kunt dan een tag kiezen (zoals latest). Vervolgens kun je direct de container configureren. Dit behandelen we in de volgende stap. Voor een overzicht van alle gedownloade images kun je naar Installatiekopieën. Wij installeren ook in dit voorbeeld een container voor SearXNG.

Gebruik voor Docker de resultaten van Docker Hub.

QNAP: container configureren

Bij de configuratie van de container kan de optie Standaardpoort voor web-URL wat verwarrend zijn. In feite maakt Container Station op basis van die poort een klikbare link die je in de webinterface ziet om de container te openen in je browser. Je kunt het dus zien als een soort shortcut. Je moet daaronder dus nog steeds de benodigde poorten openstellen. In dit voorbeeld vul je dus achter Host een poortnummer in, zoals 8000 (8080 is bij QNAP bezet!). Verander de poort bij Container (8080) niet. Vul bij Standaardpoort voor web-URL ook 8000 in, zodat de shortcut ook werkt.

Om andere opties in te kunnen stellen, zoals opslag, klik je op Uitgebreide instellingen.

Let bij de configuratie van de container vooral op de lokale poort.

QNAP: opslag configureren

SearXNG heeft in de container de persistente paden /etc/searxng en /var/cache/searxng. Bij QNAP kun je prima met (anonieme of named) volumes werken. In dit voorbeeld zullen we dat doen voor de wegwerpbare cachebestanden. Voor de configuratiebestanden maken we via File Station vooraf een map aan onder /Container/searxng/config. Achter Volume vullen we nu de naam searxngcache in, in het deel waar bij Container het pad /var/cache/searxng staat. Hier wordt dan een named volume voor gemaakt. We verwijderen de andere optie (met het pad /etc/searxng). Via het pijltje achter Voeg volume toe kiezen we Gekoppelde hostlocatie binden. Blader dan achter Host naar de zojuist gemaakte map (/Container/searxng/config). Achter Container vul je het pad /etc/searxng in. SearXNG zal zijn configuratie nu in de gekozen map bewaren en de cache in een named volume. Rond het maken van de container af. Die zal daarna worden gestart. Onder Volumes zie je alle volumes die zijn gemaakt, zoals searxngcache. Merk op dat In gebruik hier betekent dat het volume is gekoppeld aan een container, en dus niets over de status van de container zegt! Je kunt ongebruikte volumes eventueel verwijderen.

We gebruiken een named volume voor cache en een bind mount voor de configuratie.

QNAP: toepassingen

QNAP ondersteunt het werken met Docker Compose. Hiervoor ga je naar Toepassing en kies je Maken. Bij Naam van de toepassing vul je een herkenbare naam in. Daaronder kun je de yaml-code invullen. Voor SearXNG, ingesteld zoals hiervoor met een bind mount voor de configuratiebestanden en een named volume voor cache, vul je het in zoals hieronder. Let op het absolute pad /share/Container/searxng/config. Dat is hoe je naar die map moet verwijzen. De code is als volgt:

services:

  searxng:

    image: searxng/searxng

    container_name: searxng

    restart: unless-stopped

    ports:

      - "8000:8080"

    volumes:

      - /share/Container/searxng/config:/etc/searxng

      - searxngcache:/var/cache/searxng

volumes:

  searxngcache:

Het maken van eventuele aanpassingen is niet heel intuïtief. Je gaat hiervoor naar Toepassingen en klikt achter de toepassing op het instellingenicoontje. Kies dan de optie Opnieuw maken. Je kunt nu de yaml-code bewerken. Na het maken van de aanpassingen zal een nieuwe container worden opgebouwd met deze nieuwe configuratie.

QNAP ondersteunt ook het werken met Docker Compose.
Beheer containers op je NAS met Portainer

Het kan om meerdere redenen praktisch zijn om Portainer te installeren op je NAS, een grafische webinterface voor het beheer van je containers. Het is wat overzichtelijker en er blijft, zeker in vergelijking met Container Manager van Synology, minder verborgen. Je kunt Portainer gewoon via Docker installeren. Het is handig eerst een map te maken voor Portainer, waar het zijn configuratie persistent kan bewaren. Maak dan een project in Container Manager met de onderstaande configuratie:

services:

  portainer:

    image: portainer/portainer-ce:latest

    container_name: portainer

    restart: always

    ports:

      - "9443:9443"   # HTTPS toegang

      - "9000:9000"   # (optioneel, oudere HTTP-poort)

    volumes:

      - /var/run/docker.sock:/var/run/docker.sock

      - /volume1/docker/portainer:/data

Bij QNAP kun je dezelfde configuratie gebruiken, maar vervang dan /volume1/docker/portainer:/data door /share/Container/portainer:/data. Na het starten zie je op https://ip-NAS:9443 (of http://ip-NAS:9000) de webinterface van Portainer. De eerste keer wordt gevraagd om een wachtwoord aan te maken. Portainer heeft (ook) een kleine leercurve, maar het geeft je veel opties, en werkt op elk systeem hetzelfde.

Je kunt nu in Portainer alles rondom Docker beheren, zoals containers en images.