ID.nl logo
Review Samsung QE55S95C - Nieuwe generatie QD-OLED
Huis

Review Samsung QE55S95C - Nieuwe generatie QD-OLED

Vorig jaar wierp Samsung zich opnieuw in de strijd met een OLED-tv, maar dan wel eentje met een nieuwe beeldtechnologie die quantum dots en OLED combineert. Die QD-OLED-tv bleek een schot in de roos. Maar kan Samsung die prestaties al na één jaar verbeteren met dit nieuw type panel in de QE55S95C?

Fantastisch
Conclusie

Dat Samsung al in de tweede generatie van zijn QD-OLED-tv’s een sprong van 30 procent kon maken voor piekhelderheid is een bijzonder aangename verrassing. We hadden wel graag gezien dat ook de audioprestaties wat meer aandacht kregen. Die verbleken bij de beeldkwaliteit en maken de aankoop van een soundbar eigenlijk een noodzaak als je volop van film en muziek wilt genieten. Daardoor vinden we ook zijn prijs wat te hoog. Van een ding zijn we zeker: je zal op de QE55S95C regelmatig een film gaan kijken. De beeldkwaliteit is uitmuntend, met uitstekende piekhelderheid, perfect contrast, bijzonder knappe en rijke kleuren, zeer brede kijkhoek en prima bewegingsscherpte. Ook voor sport en games zien we de S95C perfect geschikt. Het superslanke ontwerp met de handige One Connect Box garandeert een elegante opstelling, op een meubel of aan de muur. In de Smart Hub vind je niet alleen een zeer uitgebreid aanbod apps, maar ook tal van andere functies. Met de komst van een ingebouwde Zigbee Hub en Matter-ondersteuning is hij ook een knap dashboard voor je slimme apparaten.

Plus- en minpunten
  • Hoge piekhelderheid en perfect contrast
  • Mooi ontwerp
  • Zeer goede beeldverwerking en bijna perfecte kijkhoek
  • Ingebouwde Zigbee hub en Matter ondersteuning
  • Geen ondersteuning voor Dolby Vision
  • Zeer zwakke geluidskwaliteit
  • Prijzig

Samsung QE55S95C

  • Adviesprijs: 2.699 euro
  • Wat: Ultra HD 4K 144 Hz QD-OLED-tv
  • Schermformaat: 55 inch (139 cm)
  • Aansluitingen: 4x HDMI (4x v2.1 (40 Gbps), eARC, ALLM, VRR, 4K120), 1x optisch digitaal uit, 3x USB, 3x antenne, Bluetooth
  • Extra’s: HDR10, HLG, HDR10+ Adaptive, WiFi (802.11ac) ingebouwd, Tizen 7.0, AirPlay 2, USB/DLNA-mediaspeler, DVB-T2/C/S2, dual tuner, CI+-slot, Neural Quantum 4K Processor, Smart Calibration
  • Afmetingen: 1225 x 771 x 268 mm (incl. voet)
  • Gewicht: 23,9 kg (incl. voet)
  • Energieverbruik: SDR 84 W (G) / HDR 151 W (G)

Samsung positioneert zijn top QLED-model nog steeds boven dit OLED-model, maar aan sommige details kan je zien dat de Koreaanse fabrikant de S95C wel degelijk ook als een topmodel beschouwt. Kijk maar naar het Infinity one-design, oorspronkelijk alleen toegepast op de 8K-modellen en het 4K-topmodel. Dat superslanke ontwerp maakt het toestel amper 11mm dik. Toch is het scherm erg stevig, en buigt niet gemakkelijk, iets wat op het vorige model wel het geval was. De perfect vlakke rug is afgewerkt met een verticaal streeppatroon, en bevat onderaan een indrukwekkende rij luidsprekers. De zijkant is beschermd met een titanium zwart metalen frame, dat vooraan nauwelijks zichtbaar is. Centraal in de rug is er een enkele aansluiting voorzien voor de One Connect Box. De zware metalen voet heeft net als het frame een titanium zwarte kleur.

Aansluitingen

Nog een opmerkelijk detail, de Samsung S95C heeft nu een One Connect Box, ook een feature die alleen voor de topmodellen is. De QN95C, het Neo QLED 4K-topmodel moet het dit jaar zonder One Connect Box stellen. Het gemak van die One Connect Box is niet te onderschatten, zeker als je voor wandmontage kiest. Alle aansluitingen staan op de box en er loopt slechts een kabel naar de tv die zowel stroom als data vervoert. Dat maakt opstellen en het eventueel verbergen van allerlei kabels een pak gemakkelijker. De One Connect Bos staat gewoon bij de bronnen, zoals je spelconsoles of Blu-ray-speler, en je kan zelfs alles uit het zicht zetten in een kast.

Het is ook mogelijk om de One Connect Box achteraan op de voet van de tv te plaatsen, Samsung levert daarvoor een korte verbindingskabel mee. De box bevat vier HDMI 2.1-aansluitingen, elk met 40Gbps bandbreedte. Ze ondersteunen 4K120, ALLM en VRR (HDMI VRR, AMD FreeSync en NVIDIA G-Sync compatible). Gamers kunnen uitkijken naar een spectaculair lage input-lag, nauwelijks 10,4ms in 4K60 en 5,6ms in 2K120. Voor PC-gamers ondersteunt de S95C zelfs een 144Hz refreshrate. ARC/eARC is beschikbaar op HDMI 3. Verder beschikt de box over drie USB-poorten, ethernet, WiFi, Bluetooth en een optisch digitale audio-uitgang. Er is een dubbele tv-tuner voor DVB-T2/C/S2 en een CI+-slot. Opnemen en live tv pauzeren kan door het aansluiten van externe USB-opslag.

Uitgebreide Smart Hub

De Samsung Smart Hub biedt een bijzonder rijk aanbod streaming-apps, van de meest gekende internationale diensten tot bijna alle lokale diensten. Daarnaast kun je ook gebruik maken van Airplay2, of kan je Netflix of YouTube casten naar de tv. Maar dat is niet alles, Samsung heeft ook heel wat andere functies in petto. Denk bijvoorbeeld aan Ambient Mode, waarmee je de tv een decoratieve functie kunt geven geen tv kijkt. Of MultiView om twee bronnen tegelijk te bekijken, erg handig voor gamers die in een klein venster een YouTube walkthrough van hun spel willen bekijken.

Gamers kunnen overigens dankzij apps als Xbox, Utomik of Steam games vanuit de cloud streamen naar de tv. Met Workspace kan je dan weer verbinden met een PC of Mac, of gebruik maken van Windows 365. Smart Things, de IoT-hub van Samsung waar je slimme apparaten kunt beheren, is uitgebreid met een ingebouwde Zigbee Hub, en ondersteuning voor Matter, een nieuwe universele standaard voor slimme apparaten.

Aan de layout van de Smart Hub is weinig veranderd ten opzichte van vorig jaar, maar de Smart Hub werkt nu wel vlotter. Vorig jaar bleef hij al eens haperen. Door een paar kleine aanpassingen in de organisatie geraak je nu ook in minder klikken bij de instellingen of speciale functies. De nieuw afstandsbediening is erg klein en compact, en bevat een minimale selectie toetsen, maar dat heeft geen impact op het gebruiksgemak. Dankzij de ingebouwde oplaadbare batterij en fotovoltaïsch panel aan de achterzijde hoef je nooit nog batterijen te wisselen. Via de USB-C-poort kun je de afstandsbediening snel even bijladen moest dat toch nodig zijn.

QD-OLED: nu nog helderder

Samsung heeft in de S95C een nieuw type QD-OLED-panel toegepast. Dat gebruikt een efficiënter OLED-materiaal en verbeterd, real-time power management. Die combinatie resulteert volgens Samsung in meer helderheid, betere energie-efficiëntie en hogere betrouwbaarheid. Dat laatste verwijst naar het eventuele gevaar voor inbranden, want QD-OLED-panelen zijn daar, net als andere OLED-panelen gevoelig voor. Echte cijfers daarover zijn er niet, maar eerste testen lijken er toch op te wijzen dat QD-OLED gevoeliger is voor inbranden dan andere OLED-panelen. Bij normaal gebruik in de woonkamer zou dat geen probleem mogen vormen, maar vermijd toch zoveel mogelijk statische beelden langdurig op het scherm te zetten.

De piekhelderheid van de S95C kunnen we wel meten, en die ligt inderdaad ongeveer 30 procent hoger dan vorig jaar. Op het 10% venster meten we 1363 nits, en op het volledig wit scherm blijft er nog 272 nits over. Een flinke vooruitgang dus, maar net niet genoeg om de nieuwe LG G3 voorbij te steken. De S95C kan echter wel veel helderdere pure kleuren voorleggen dan de G3. Die laatste gebruikt immers niet alleen RGB-subpixels maar ook een witte subpixel, terwijl de S95C enkel RGB-subpixels gebruikt. De subpixelstructuur van de S95C is overigens niet veranderd, en gebruikt nog steeds een ietwat ongewoon driehoekspatroon. Dat is onzichtbaar en heeft geen nadelig effect bij tv-kijken, maar mogelijk wel als je de tv als computermonitor wilt gebruiken én er erg dichtbij zit. Dat driehoekspatroon veroorzaakt dan een bij bijvoorbeeld witte tekst op een donkere achtergrond een lichtjes groene tint bovenaan en magenta tint onderaan de letters.

Prachtige kleuren

Hoe vertalen die prestaties zich naar beeldkwaliteit? We schakelen naar de Filmmaker Mode. Daar blijkt al snel dat het beeld uitzonderlijk goed gekalibreerd is. Testscènes met veel kleur, zoals House of Flying Daggers of Hero, zien er prachtig uit. Huidskleuren bewaren hun natuurlijke uitstraling, en de kleurweergave is sprankelend, zonder ooit overdreven te zijn. In donkere scènes kan de S95C zijn perfecte contrast erg goed uitspelen, sterrenhemels fonkelen echt. We zien een klein beetje minder schaduwdetails dan verwacht, maar dat kan je aanpassen door de gammawaarde in de instellingen naar 2,2 te schakelen.

In HDR komen alle sterke eigenschappen van de S95C nog meer naar voren. Het kleurbereik haalt een indrukwekkende 99% P3, en door de RGB-subpixelstructuur en hoge helderheid creëert hij ook een zeer groot kleurvolume, waarbij zeer heldere kleuren hun volle intensiteit behouden. Ook de HDR-versie van Filmmaker Mode bleek zeer goed gekalibreerd. De S95C clipt enkel een beetje witdetail weg in zeer helder gemasterde beelden. Dat kan je vermijden door “HDR Toontoewijzing” van “Statisch” naar “Actief” te schakelen zodat de S95C dynamische tonemapping toepast op HDR10-beelden. Dat maakt de schaduwnuances iets beter zichtbaar, maar maakt veel andere scènes ook wat te helder. We lieten het liever uit staan, maar bij veel omgevingslicht kan het zeker nuttig zijn.

De S95C liet ook bij heel donkere scènes zoals de strandscène in House of Dragons geen steken vallen, de weergave toonde veel nuance zonder hinderlijke tinten of weggedrukt detail. HDR-beelden bleken in elk geval een lust voor het oog, de S95C speelt zijn kleur en helderheid prima uit, en is een knappe showcase voor de meerwaarde van HDR. Samsung ondersteunt HDR10+, maar geen Dolby Vision, dat blijft jammer.

Goede beeldverwerking

De S95C gebruikt dezelfde Neural Quantum Processor 4K als de QN90C. Het is dan ook geen verrassing dat we nagenoeg dezelfde prestaties zien. Zeer goede upscaling, uitstekende deinterlacing van 1080i-beelden en prima ruisonderdrukking. Voor de ruisonderdrukking moet je wel volledig vertrouwen op de expertise van Samsung; er is namelijk alleen een “auto”-stand, je kunt zelf niet bepalen hoe sterk de ruisonderdrukking werkt. Geen zorgen, want het resultaat bleek erg betrouwbaar, en elimineert ruis zonder ook detail weg te vegen.

We willen wel graag nog wat verbetering zien in de behandeling van kleurstroken in zachte kleurovergangen. Die kan de processor alleen maskeren als ze erg subtiel zijn. Duidelijkere stroken, zeker in donkere beelden, blijven storend zichtbaar. Het QD-OLED-scherm heeft een zeer snelle pixelreactietijd, waardoor de bewegingsscherpte erg goed is. Bewegende voorwerpen hebben geen dubbele of vage rand. Experimenteer ook met “Trilvermindering” die je onder de beeldscherpte-instellingen vindt. Die kan het soms hinderlijk gestotter in filmbeelden netjes verwijderen zodat snelle camerabewegingen vloeiend blijven.

 Audio valt tegen

In dat superslanke profiel heeft Samsung 70 watt audiovermogen gestopt, en de rij luidsprekers in de rug deden ons hopen op een goede geluidskwaliteit. Dat viel helaas tegen. Al van bij de eerste muziekstukken (Krupa van Apollo 440 of The Struggle Within van Metallica) valt op dat er eigenlijk geen sprake is van enige bas. Erg luid krijgen we de audio ook niet, het volume is erg beperkt. Het mag duidelijk zijn dat wie meeslepende filmsoundtracks of live-concerten beluistert, toch een extra soundbar nodig heeft. Dat zagen we ook bij een andere Samsung-tv, de QE55QN90C, die we ook gereviewed hebben.

Conclusie: Samsung QE55S95C kopen?

 Dat Samsung al in de tweede generatie van zijn QD-OLED-tv’s een sprong van 30 procent kon maken voor piekhelderheid is een bijzonder aangename verrassing. We hadden wel graag gezien dat ook de audioprestaties wat meer aandacht kregen. Die verbleken bij de beeldkwaliteit en maken de aankoop van een soundbar eigenlijk een noodzaak als je volop van film en muziek wilt genieten. Daardoor vinden we ook zijn prijs wat te hoog. Van een ding zijn we zeker: je zal op de QE55S95C regelmatig een film gaan kijken. De beeldkwaliteit is uitmuntend, met uitstekende piekhelderheid, perfect contrast, bijzonder knappe en rijke kleuren, zeer brede kijkhoek en prima bewegingsscherpte. Ook voor sport en games zien we de S95C perfect geschikt. Het superslanke ontwerp met de handige One Connect Box garandeert een elegante opstelling, op een meubel of aan de muur. In de Smart Hub vind je niet alleen een zeer uitgebreid aanbod apps, maar ook tal van andere functies. Met de komst van een ingebouwde Zigbee Hub en Matter-ondersteuning is hij ook een knap dashboard voor je slimme apparaten.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.