ID.nl logo
Review Samsung QE55S95C - Nieuwe generatie QD-OLED
Huis

Review Samsung QE55S95C - Nieuwe generatie QD-OLED

Vorig jaar wierp Samsung zich opnieuw in de strijd met een OLED-tv, maar dan wel eentje met een nieuwe beeldtechnologie die quantum dots en OLED combineert. Die QD-OLED-tv bleek een schot in de roos. Maar kan Samsung die prestaties al na één jaar verbeteren met dit nieuw type panel in de QE55S95C?

Fantastisch
Conclusie

Dat Samsung al in de tweede generatie van zijn QD-OLED-tv’s een sprong van 30 procent kon maken voor piekhelderheid is een bijzonder aangename verrassing. We hadden wel graag gezien dat ook de audioprestaties wat meer aandacht kregen. Die verbleken bij de beeldkwaliteit en maken de aankoop van een soundbar eigenlijk een noodzaak als je volop van film en muziek wilt genieten. Daardoor vinden we ook zijn prijs wat te hoog. Van een ding zijn we zeker: je zal op de QE55S95C regelmatig een film gaan kijken. De beeldkwaliteit is uitmuntend, met uitstekende piekhelderheid, perfect contrast, bijzonder knappe en rijke kleuren, zeer brede kijkhoek en prima bewegingsscherpte. Ook voor sport en games zien we de S95C perfect geschikt. Het superslanke ontwerp met de handige One Connect Box garandeert een elegante opstelling, op een meubel of aan de muur. In de Smart Hub vind je niet alleen een zeer uitgebreid aanbod apps, maar ook tal van andere functies. Met de komst van een ingebouwde Zigbee Hub en Matter-ondersteuning is hij ook een knap dashboard voor je slimme apparaten.

Plus- en minpunten
  • Hoge piekhelderheid en perfect contrast
  • Mooi ontwerp
  • Zeer goede beeldverwerking en bijna perfecte kijkhoek
  • Ingebouwde Zigbee hub en Matter ondersteuning
  • Geen ondersteuning voor Dolby Vision
  • Zeer zwakke geluidskwaliteit
  • Prijzig

Samsung QE55S95C

  • Adviesprijs: 2.699 euro
  • Wat: Ultra HD 4K 144 Hz QD-OLED-tv
  • Schermformaat: 55 inch (139 cm)
  • Aansluitingen: 4x HDMI (4x v2.1 (40 Gbps), eARC, ALLM, VRR, 4K120), 1x optisch digitaal uit, 3x USB, 3x antenne, Bluetooth
  • Extra’s: HDR10, HLG, HDR10+ Adaptive, WiFi (802.11ac) ingebouwd, Tizen 7.0, AirPlay 2, USB/DLNA-mediaspeler, DVB-T2/C/S2, dual tuner, CI+-slot, Neural Quantum 4K Processor, Smart Calibration
  • Afmetingen: 1225 x 771 x 268 mm (incl. voet)
  • Gewicht: 23,9 kg (incl. voet)
  • Energieverbruik: SDR 84 W (G) / HDR 151 W (G)

Samsung positioneert zijn top QLED-model nog steeds boven dit OLED-model, maar aan sommige details kan je zien dat de Koreaanse fabrikant de S95C wel degelijk ook als een topmodel beschouwt. Kijk maar naar het Infinity one-design, oorspronkelijk alleen toegepast op de 8K-modellen en het 4K-topmodel. Dat superslanke ontwerp maakt het toestel amper 11mm dik. Toch is het scherm erg stevig, en buigt niet gemakkelijk, iets wat op het vorige model wel het geval was. De perfect vlakke rug is afgewerkt met een verticaal streeppatroon, en bevat onderaan een indrukwekkende rij luidsprekers. De zijkant is beschermd met een titanium zwart metalen frame, dat vooraan nauwelijks zichtbaar is. Centraal in de rug is er een enkele aansluiting voorzien voor de One Connect Box. De zware metalen voet heeft net als het frame een titanium zwarte kleur.

Aansluitingen

Nog een opmerkelijk detail, de Samsung S95C heeft nu een One Connect Box, ook een feature die alleen voor de topmodellen is. De QN95C, het Neo QLED 4K-topmodel moet het dit jaar zonder One Connect Box stellen. Het gemak van die One Connect Box is niet te onderschatten, zeker als je voor wandmontage kiest. Alle aansluitingen staan op de box en er loopt slechts een kabel naar de tv die zowel stroom als data vervoert. Dat maakt opstellen en het eventueel verbergen van allerlei kabels een pak gemakkelijker. De One Connect Bos staat gewoon bij de bronnen, zoals je spelconsoles of Blu-ray-speler, en je kan zelfs alles uit het zicht zetten in een kast.

Het is ook mogelijk om de One Connect Box achteraan op de voet van de tv te plaatsen, Samsung levert daarvoor een korte verbindingskabel mee. De box bevat vier HDMI 2.1-aansluitingen, elk met 40Gbps bandbreedte. Ze ondersteunen 4K120, ALLM en VRR (HDMI VRR, AMD FreeSync en NVIDIA G-Sync compatible). Gamers kunnen uitkijken naar een spectaculair lage input-lag, nauwelijks 10,4ms in 4K60 en 5,6ms in 2K120. Voor PC-gamers ondersteunt de S95C zelfs een 144Hz refreshrate. ARC/eARC is beschikbaar op HDMI 3. Verder beschikt de box over drie USB-poorten, ethernet, WiFi, Bluetooth en een optisch digitale audio-uitgang. Er is een dubbele tv-tuner voor DVB-T2/C/S2 en een CI+-slot. Opnemen en live tv pauzeren kan door het aansluiten van externe USB-opslag.

Uitgebreide Smart Hub

De Samsung Smart Hub biedt een bijzonder rijk aanbod streaming-apps, van de meest gekende internationale diensten tot bijna alle lokale diensten. Daarnaast kun je ook gebruik maken van Airplay2, of kan je Netflix of YouTube casten naar de tv. Maar dat is niet alles, Samsung heeft ook heel wat andere functies in petto. Denk bijvoorbeeld aan Ambient Mode, waarmee je de tv een decoratieve functie kunt geven geen tv kijkt. Of MultiView om twee bronnen tegelijk te bekijken, erg handig voor gamers die in een klein venster een YouTube walkthrough van hun spel willen bekijken.

Gamers kunnen overigens dankzij apps als Xbox, Utomik of Steam games vanuit de cloud streamen naar de tv. Met Workspace kan je dan weer verbinden met een PC of Mac, of gebruik maken van Windows 365. Smart Things, de IoT-hub van Samsung waar je slimme apparaten kunt beheren, is uitgebreid met een ingebouwde Zigbee Hub, en ondersteuning voor Matter, een nieuwe universele standaard voor slimme apparaten.

Aan de layout van de Smart Hub is weinig veranderd ten opzichte van vorig jaar, maar de Smart Hub werkt nu wel vlotter. Vorig jaar bleef hij al eens haperen. Door een paar kleine aanpassingen in de organisatie geraak je nu ook in minder klikken bij de instellingen of speciale functies. De nieuw afstandsbediening is erg klein en compact, en bevat een minimale selectie toetsen, maar dat heeft geen impact op het gebruiksgemak. Dankzij de ingebouwde oplaadbare batterij en fotovoltaïsch panel aan de achterzijde hoef je nooit nog batterijen te wisselen. Via de USB-C-poort kun je de afstandsbediening snel even bijladen moest dat toch nodig zijn.

QD-OLED: nu nog helderder

Samsung heeft in de S95C een nieuw type QD-OLED-panel toegepast. Dat gebruikt een efficiënter OLED-materiaal en verbeterd, real-time power management. Die combinatie resulteert volgens Samsung in meer helderheid, betere energie-efficiëntie en hogere betrouwbaarheid. Dat laatste verwijst naar het eventuele gevaar voor inbranden, want QD-OLED-panelen zijn daar, net als andere OLED-panelen gevoelig voor. Echte cijfers daarover zijn er niet, maar eerste testen lijken er toch op te wijzen dat QD-OLED gevoeliger is voor inbranden dan andere OLED-panelen. Bij normaal gebruik in de woonkamer zou dat geen probleem mogen vormen, maar vermijd toch zoveel mogelijk statische beelden langdurig op het scherm te zetten.

De piekhelderheid van de S95C kunnen we wel meten, en die ligt inderdaad ongeveer 30 procent hoger dan vorig jaar. Op het 10% venster meten we 1363 nits, en op het volledig wit scherm blijft er nog 272 nits over. Een flinke vooruitgang dus, maar net niet genoeg om de nieuwe LG G3 voorbij te steken. De S95C kan echter wel veel helderdere pure kleuren voorleggen dan de G3. Die laatste gebruikt immers niet alleen RGB-subpixels maar ook een witte subpixel, terwijl de S95C enkel RGB-subpixels gebruikt. De subpixelstructuur van de S95C is overigens niet veranderd, en gebruikt nog steeds een ietwat ongewoon driehoekspatroon. Dat is onzichtbaar en heeft geen nadelig effect bij tv-kijken, maar mogelijk wel als je de tv als computermonitor wilt gebruiken én er erg dichtbij zit. Dat driehoekspatroon veroorzaakt dan een bij bijvoorbeeld witte tekst op een donkere achtergrond een lichtjes groene tint bovenaan en magenta tint onderaan de letters.

Prachtige kleuren

Hoe vertalen die prestaties zich naar beeldkwaliteit? We schakelen naar de Filmmaker Mode. Daar blijkt al snel dat het beeld uitzonderlijk goed gekalibreerd is. Testscènes met veel kleur, zoals House of Flying Daggers of Hero, zien er prachtig uit. Huidskleuren bewaren hun natuurlijke uitstraling, en de kleurweergave is sprankelend, zonder ooit overdreven te zijn. In donkere scènes kan de S95C zijn perfecte contrast erg goed uitspelen, sterrenhemels fonkelen echt. We zien een klein beetje minder schaduwdetails dan verwacht, maar dat kan je aanpassen door de gammawaarde in de instellingen naar 2,2 te schakelen.

In HDR komen alle sterke eigenschappen van de S95C nog meer naar voren. Het kleurbereik haalt een indrukwekkende 99% P3, en door de RGB-subpixelstructuur en hoge helderheid creëert hij ook een zeer groot kleurvolume, waarbij zeer heldere kleuren hun volle intensiteit behouden. Ook de HDR-versie van Filmmaker Mode bleek zeer goed gekalibreerd. De S95C clipt enkel een beetje witdetail weg in zeer helder gemasterde beelden. Dat kan je vermijden door “HDR Toontoewijzing” van “Statisch” naar “Actief” te schakelen zodat de S95C dynamische tonemapping toepast op HDR10-beelden. Dat maakt de schaduwnuances iets beter zichtbaar, maar maakt veel andere scènes ook wat te helder. We lieten het liever uit staan, maar bij veel omgevingslicht kan het zeker nuttig zijn.

De S95C liet ook bij heel donkere scènes zoals de strandscène in House of Dragons geen steken vallen, de weergave toonde veel nuance zonder hinderlijke tinten of weggedrukt detail. HDR-beelden bleken in elk geval een lust voor het oog, de S95C speelt zijn kleur en helderheid prima uit, en is een knappe showcase voor de meerwaarde van HDR. Samsung ondersteunt HDR10+, maar geen Dolby Vision, dat blijft jammer.

Goede beeldverwerking

De S95C gebruikt dezelfde Neural Quantum Processor 4K als de QN90C. Het is dan ook geen verrassing dat we nagenoeg dezelfde prestaties zien. Zeer goede upscaling, uitstekende deinterlacing van 1080i-beelden en prima ruisonderdrukking. Voor de ruisonderdrukking moet je wel volledig vertrouwen op de expertise van Samsung; er is namelijk alleen een “auto”-stand, je kunt zelf niet bepalen hoe sterk de ruisonderdrukking werkt. Geen zorgen, want het resultaat bleek erg betrouwbaar, en elimineert ruis zonder ook detail weg te vegen.

We willen wel graag nog wat verbetering zien in de behandeling van kleurstroken in zachte kleurovergangen. Die kan de processor alleen maskeren als ze erg subtiel zijn. Duidelijkere stroken, zeker in donkere beelden, blijven storend zichtbaar. Het QD-OLED-scherm heeft een zeer snelle pixelreactietijd, waardoor de bewegingsscherpte erg goed is. Bewegende voorwerpen hebben geen dubbele of vage rand. Experimenteer ook met “Trilvermindering” die je onder de beeldscherpte-instellingen vindt. Die kan het soms hinderlijk gestotter in filmbeelden netjes verwijderen zodat snelle camerabewegingen vloeiend blijven.

 Audio valt tegen

In dat superslanke profiel heeft Samsung 70 watt audiovermogen gestopt, en de rij luidsprekers in de rug deden ons hopen op een goede geluidskwaliteit. Dat viel helaas tegen. Al van bij de eerste muziekstukken (Krupa van Apollo 440 of The Struggle Within van Metallica) valt op dat er eigenlijk geen sprake is van enige bas. Erg luid krijgen we de audio ook niet, het volume is erg beperkt. Het mag duidelijk zijn dat wie meeslepende filmsoundtracks of live-concerten beluistert, toch een extra soundbar nodig heeft. Dat zagen we ook bij een andere Samsung-tv, de QE55QN90C, die we ook gereviewed hebben.

Conclusie: Samsung QE55S95C kopen?

 Dat Samsung al in de tweede generatie van zijn QD-OLED-tv’s een sprong van 30 procent kon maken voor piekhelderheid is een bijzonder aangename verrassing. We hadden wel graag gezien dat ook de audioprestaties wat meer aandacht kregen. Die verbleken bij de beeldkwaliteit en maken de aankoop van een soundbar eigenlijk een noodzaak als je volop van film en muziek wilt genieten. Daardoor vinden we ook zijn prijs wat te hoog. Van een ding zijn we zeker: je zal op de QE55S95C regelmatig een film gaan kijken. De beeldkwaliteit is uitmuntend, met uitstekende piekhelderheid, perfect contrast, bijzonder knappe en rijke kleuren, zeer brede kijkhoek en prima bewegingsscherpte. Ook voor sport en games zien we de S95C perfect geschikt. Het superslanke ontwerp met de handige One Connect Box garandeert een elegante opstelling, op een meubel of aan de muur. In de Smart Hub vind je niet alleen een zeer uitgebreid aanbod apps, maar ook tal van andere functies. Met de komst van een ingebouwde Zigbee Hub en Matter-ondersteuning is hij ook een knap dashboard voor je slimme apparaten.

▼ Volgende artikel
Review: In Reanimal mag je samen naar de gemuteerde kinderboerderij
© Tarsier Studios/Tijn Kranen
Huis

Review: In Reanimal mag je samen naar de gemuteerde kinderboerderij

Achtpotige mottenballen, levende huidplooien en gemuteerde pelikanen: in het ‘schattige’ Reanimal kom je het allemaal tegen. Gelukkig sta je er niet alleen voor, want je kunt er voor kiezen om samen met een medespeler via coöp dit levende schilderij in te duiken - al is het resultaat vooral dat je sámen geen snars van het verhaal snapt.

Het Zweedse Tarsier Studios heeft al even geoefend met het concept van Reanimal. De game heeft namelijk een hoop weg van hun vorige games, Little Nightmares 1 en 2: ook hier wandel je door een stel surrealistische, levende horrorschilderijen.

Hoewel het niet letterlijk om een schilderij gaat, kan ik het gevoel niet anders beschrijven. Je beweegt je door een reeks prachtige omgevingen gevuld met bizarre monsters, die vooral de logica volgen van nachtmerries en kinderangsten. Reanimal lijkt in de verte wel een verhaal te willen vertellen, maar Tarsier beseft dondersgoed dat minimalisme het alleen maar griezeliger maakt.

Watch on YouTube

Simpel doch effectief

De mist hangt over het waterlichaam. Er zit een kind in een bootje. Als je aan de knoppen zit te morren, heb je door dat jij het kind bestuurt - tijd om naar dat rode licht in de verte te varen. Als je dichterbij komt, blijkt het een boei te zijn, met daarnaast spartelend in het water een vriendje. Ze klimt bij je in de boot. Als je een tweede controller aansluit of online speelt, is dit je coöp-partner. Zo niet, dan blijft het een computergestuurde vriend die vooral gezelschap biedt.

Terwijl je samen van boei naar boei vaart, doemt er in de verte een rotspartij op. Oh, die ziet er groot uit. Wacht, die is écht groot! Als je eenmaal bij het strand komt, ram je je bootje het zand in. Zo, die ligt lekker stevig.

Als je een dichte deur tegenkomt, snap je als gamer wel wat je missie is: zoek maar naar een sleutel. Vervolgens blijf je zonder echte reden maar een pad volgen, al kom je er gaandeweg achter dat je andere kinderen probeert te redden van monsters.

©THQ Nordiq/Tarsier Studios

Een versleten screenshotknop

Het verhaal staat dus niet echt voorop - en eerlijk gezegd staat diepgaande gameplay óók niet echt voorop. Maar wat maakt deze game dan in godsnaam zo indrukwekkend? Dat komt allemaal neer op fenomenaal ontworpen omgevingen en geniaal ontworpen monsters.

Het helpt daarbij dat Reanimal een ontzettend goed gevoel van schaal weet over te brengen: je voelt je piepklein, en grote dingen in de spelwereld voelen gigantisch. Daar komt ook een sterk staaltje camerawerk bij kijken. Op precies de juiste momenten wordt de camera naar achteren getrokken om te onthullen dat er in de achtergrond al de hele tijd een of ander gemuteerd boerderijdier op je ligt te wachten.

Op de PlayStation 5, waar we de game op hebben gespeeld, ziet Reanimal er prachtig uit. Op een zeldzame lelijke texture na is het spel gevuld met visuele meesterwerkjes. Je kunt op ieder willekeurig moment een screenshot maken, en het bij wijze van spreken inlijsten en ophangen. In vijf uur speeltijd heb ik 108 screenshots gemaakt, mede vanwege de mooie lichtinval.

Slide
Slide
Slide
Slide

Niet meer dan een middag

Daar is dan ook meteen het grootste struikelblok: in vijf uurtjes was ik wel door de game heen, terwijl ik het best rustig aan deed. Het spel gaat voor vier tientjes over de toonbank - toch best een hoge prijs voor zo’n korte game. In coöp doe je er misschien nog iets langer over, maar ik zou er niet op rekenen.

In de omgeving zijn er nog enige collectibles te vinden: posters met concept art en dierenmaskers, waar je je personages mee kan aankleden. Dat is best leuk, want die art is belachelijk mooi en die maskers worden steeds absurder. Gelukkig spat de kwaliteit er wel van af, want iedere omgeving is een kunstwerk op zich.

©Tarsier Studios/Tijn Kranen

Lekker rondkijken

Om nog even op die coöp-gameplay terug te komen: we hebben hier niet te maken met een game als Portal 2, waarbij de puzzels zijn gebouwd om als duo op te lossen. Hoewel de functie een van de selling points is, heb je absoluut geen tweede speler nódig.

De coöp-modus is zowel online als lokaal beschikbaar, al is er geen matchmaking. Je moet de lobbycode invoeren van de persoon met wie je wil spelen, dus met een vreemdeling spelen is er niet bij. We hebben de functie daardoor niet uitvoerig kunnen testen, maar het lijkt prima te werken.

Voor de puzzels heb je ook geen twee sets hersenen nodig: het zijn vrij simpele puzzels die er vooral voor zorgen dat je aandacht naar de mooie locaties getrokken wordt. Ingewikkelder hoeft het ook niet te zijn, want als je echt je hersens had moeten gaan kraken, dan had het die melancholische droomsfeer misschien wel kapotgemaakt.

©Tarsier Studios/Tijn Kranen

Hypnotiserend

Tarsier Studios weet precies wat Reanimal moet zijn: hypnotiserend, surrealistisch, schattig en tegelijkertijd doodeng. Het minimalistische verhaal is lastig te volgen, maar de gevoelens raken wél - al is het einde wat abrupt. Het grijpt je niet bij de keel, maar glijdt langzaam om je strot heen en knijpt zonder dat je het doorhebt.

Het voelt als de vreemdste plekken uit Silent Hill, of de Dark Place uit Alan Wake 2, maar het heeft ook weer wat weg van Coraline en Guillermo Del Toro’s Pinocchio. Het deed me misschien nog het meest denken aan deze concept trailer van Silent Hills, een game die helaas nooit het daglicht heeft mogen zien.

Stel je voor dat je door een bioscoop heen loopt, waar een dood (of gehypnotiseerd) publiek zit te kijken naar iets dat je alleen kan vergelijken met de videoband uit The Ring. Als je naar buiten komt, staat er een grote spinachtige man met een ijscowagen op je te wachten om je op te grissen. Als je eenmaal aan hem bent ontsnapt, wordt je geconfronteerd met de volgende griezelige omgeving en een nieuw, prachtig, tragisch en doodeng gemuteerd monster. In Reanimal snap je misschien niet precies wat er gebeurt, maar je gaat het zeker niet vergeten.

Reanimal is vanaf 13 februari verkrijgbaar voor PlayStation 5, Xbox Series-consoles, Nintendo Switch 2 en pc. Voor deze review is de game op PlayStation 5 gespeeld.

Goed
Conclusie

De visie achter Reanimal is duidelijk: geen ingewikkelde puzzels of verhaallijnen, maar een gestroomlijnde, sfeervolle koortsdroom met gedetailleerde plaatjes (en monsters) die nog lang in je hoofd blijven hangen. Tarsier Studios had de game kunnen opvullen met meer omgevingen of meer simplistische puzzels, maar dat zou wellicht alleen maar aan de ervaring af doen. Reanimal is daardoor wat aan de simpele en korte kant, maar de game blijft na het uitspelen wel nog veel langer door je hoofd spoken.

Plus- en minpunten
  • Kunstzinnige monsters en omgevingen
  • Mooie graphics
  • Co-op-functie is een welkome toevoeging
  • Gameplay maar weinig diepgaand
  • Kort en een tikje anticlimactisch
  • Niet erg uitdagend
▼ Volgende artikel
De iPad als smarthome-hub is verleden tijd: dit moet je weten
© DENYS PRYKHODOV
Huis

De iPad als smarthome-hub is verleden tijd: dit moet je weten

Met de introductie van een nieuwe Home-architectuur heeft Apple de ondersteuning voor de iPad als centrale woninghub stopgezet. Gebruikers moeten nu overstappen op een Apple TV of HomePod om hun slimme apparaten op afstand te bedienen en automatiseringen uit te voeren.

Het idee was altijd zo handig: die oude tablet die toch maar in de kast lag te verstoffen kreeg een tweede leven als het brein van je woning. Je plakte hem tegen de muur of zette hem op een standaard in de keuken, en plotseling kon je overal ter wereld je lampen bedienen. Toch merkten veel gebruikers dat de betrouwbaarheid vaak te wensen overliet, met apparaten die niet reageerden of automatiseringen die simpelweg weigerden te starten. Apple heeft nu de knoop doorgehakt en de tablet officieel uit de lijst van ondersteunde hubs geschrapt. In dit artikel leggen we uit waarom deze besluitvorming logisch is en wat dat voor jouw huidige opstelling betekent.

Overstap naar een stabiele architectuur

De reden dat de tablet niet langer als hub fungeert, ligt diep in de softwarematige fundering van de Woning-app verborgen. Met de komst van de nieuwe architectuur in iOS 16.2 heeft Apple de manier waarop apparaten met elkaar communiceren volledig herzien. Waar de iPad voorheen als een soort tussenstation fungeerde dat af en toe signalen doorgaf, vereist het nieuwe systeem een apparaat dat altijd aan de stroom hangt en een constante, bekabelde of zeer stabiele draadloze verbinding heeft.

We hebben in onze tests gemerkt dat een iPad die in de slaapstand gaat of waarvan de batterij net onder een bepaald percentage zakt, de communicatie met de rest van het huis direct verstoort. Bovendien ontbreekt in de iPad de hardware voor Thread, een netwerkprotocol dat zorgt dat apparaten razendsnel en zonder vertraging op elkaar reageren. Wanneer je nu op een knop drukt, hoor je bij een moderne hub direct de klik van de schakelaar, terwijl de iPad daar voorheen merkbare seconden over kon doen.

©PHILIPPE RAMAKERS

Soms werkte het wel...

In een heel specifieke context kon de iPad nog wel dienstdoen, mits je geen behoefte had aan de nieuwste snufjes. Voor een simpel huishouden met slechts een paar lampen die alleen via bluetooth of een eigen bridge werkten, was de tablet een prima interface. Het gaf toch een gevoel van controle om een visueel overzicht te hebben op een groot scherm in de woonkamer. Je kon de iPad inzetten als een soort veredelde afstandsbediening die ook toevallig de automatiseringen draaide wanneer je zelf niet thuis was.

Dit werkte vooral goed in kleine appartementen waar de afstand tussen de tablet en de slimme verlichting minimaal was, waardoor de bluetooth-verbinding stabiel bleef. De koopintentie voor een iPad was in die tijd vaak gebaseerd op deze multifunctionaliteit, maar die vlieger gaat met de huidige eisen voor een modern slim huis niet meer op.

Mobiliteit is niet goed voor een hub

Een centraal zenuwstelsel van een woning hoort niet verplaatsbaar te zijn, en dat is precies waar het in de praktijk misging met de iPad. Zodra iemand de tablet van de lader haalde om even op de bank een video te kijken, liep de verbinding met de beveiligingscamera buiten gevaar. We zien vaak dat een hub die op wifi werkt in plaats van via een ethernetkabel, kwetsbaar is voor storingen van andere apparaten in de buurt.

De iPad is ontworpen als een persoonlijk apparaat dat energie bespaart zodra het scherm uitgaat, wat natuurlijk haaks staat op de rol van een server die 24 uur per dag paraat moet staan. In grotere woningen merkten we bovendien dat de iPad simpelweg het bereik niet had om apparaten op de bovenverdieping aan te sturen, iets wat een systeem met meerdere verdeelde hubs veel beter oplost.

©IHAR ULASHCHYK

Signalen om over te stappen

Er zijn een paar duidelijke situaties waarin je de iPad als hub direct moet vervangen door een volwaardige slimme speaker of mediaspeler. Als je van plan bent om apparaten aan te schaffen die met de Matter-standaard werken, heb je eigenlijk geen keuze meer, aangezien de iPad dit protocol niet ondersteunt als hub. Ook wanneer je merkt dat je automatiseringen vaker niet dan wel werken zodra je de voordeur achter je dichttrekt, is dat een teken dat de iPad de verbinding niet stabiel kan houden.

Een ander breekpunt is de behoefte aan beveiligde video-opslag in iCloud. Voor het streamen en analyseren van beelden van je deurbel is simpelweg meer rekenkracht en een constantere verbinding nodig dan een (vaak oudere) tablet kan bieden. Tot slot is het onmogelijk om de woning te upgraden naar de nieuwste softwareversies zonder een ondersteunde hub, waardoor je bijvoorbeeld nieuwe functies en beveiligingsupdates misloopt.

De juiste opvolger kiezen

Het toetsen van je eigen woonsituatie begint bij de vraag hoeveel apparaten je wilt aansturen en of je ook behoefte hebt aan een fysieke interface. Voor de meeste mensen is een mediaspeler zoals de Apple TV de beste keuze, omdat deze (de duurdere versies in elk geval) met een kabel aan je router verbonden kan worden voor de meest betrouwbare verbinding.

Heb je echter geen televisie in de buurt van je slimme apparaten, dan is een compacte speaker die ook als hub fungeert een slimmer alternatief. Je plaatst deze eenvoudig op een centrale plek in huis waar de microfoons ook je stemcommando's kunnen opvangen. Kijk hierbij goed naar de ruimte die je hebt; een kleine speaker past op elk nachtkastje, terwijl een volwaardige mediaspeler vaak een vaste plek in het tv-meubel vereist.

Nee, de iPad is definitief geen woninghub meer

De iPad kan officieel niet meer als hub worden ingesteld in de vernieuwde Woning-app van Apple omdat de hardware niet voldoet aan de eisen van de nieuwe woningarchitectuur. Voor het bedienen van je huis op afstand en het configureren van automatiseringen heb je nu minimaal een HomePod of een Apple TV nodig (mocht je wel bij Apple willen blijven). Deze apparaten bieden ondersteuning voor Thread en Matter, wat zorgt voor een snellere en betrouwbaardere communicatie tussen je slimme apparaten. Hoewel de iPad een handig bedieningspaneel blijft voor op de muur, vinden de processen achter de schermen nu plaats op hardware die altijd met het stroomnetwerk en internet is verbonden.