ID.nl logo
Review Hisense 85UXKQ - Erg groot en erg helder
Huis

Review Hisense 85UXKQ - Erg groot en erg helder

Deze 85 inch Hisense past wellicht niet in iedere woonkamer, maar dat er vraag is naar grotere televisies is wel duidelijk. Met de 85UXKQ levert Hisense het beste wat miniled-tv’s op dit moment te bieden hebben. Prachtig contrast én enorme piekhelderheid.

Uitstekend
Conclusie

De Hisense 85UXKQ biedt onmiskenbaar goede prestaties, met grensverleggend contrast en uitstekende helderheid. Deze tv presteert in veel of weinig omgevingslicht heel goed. Maar tegelijkertijd toont het dat Hisense nog niet het volledige potentieel benut. Zeker wat betreft HDR10 is er nog veel nodig om de weergave van donkere content te verbeteren, en kan ook tonemapping optimaler worden ingezet. Toch lieten de HDR-beelden al een sterke indruk achter en met ondersteuning voor Dolby Vision en HDR10+ zit je echt wel gebeiteld. Het enorme beeld krijgt prima ondersteuning van de ruime audioconfiguratie die knap surroundgeluid levert. VIDAA U is een gebruiksvriendelijke omgeving, al blijft het ontbreken van lokale Belgische apps nog steeds een pijnpunt. Dat je voor dit soort technologie meer betaalt, lijkt voor de hand liggend. We hopen wel dat Hisense er voor die prijs nog wat aan kan verbeteren via software updates.

Plus- en minpunten
  • Topprestatie qua piekhelderheid en constrast
  • Veel bewegingsscherpte en 240Hz-mode
  • Prima beeldverwerking
  • Donkere HDR-beelden zijn tè donker
  • HDR-tonemapping geeft geen consistent betere beelden
  • Slechts twee HDMI 2.1-aansluitingen

Hisense 85UXKQ

  • Adviesprijs: 5.999 euro
  • Wat: Ultra HD 4K 144 Hz Full Array miniled QLED LCD-tv met lokale dimming (5.184 zones)
  • Schermformaat: 85 inch (216 cm), vlak
  • Aansluitingen: 4x HDMI (2x v2.0, 2x v2.1 eARC/ARC, ALLM, VRR, 4K120), 1x composiet video, 1x stereo minijack, 1x optisch digitaal uit, 2x USB, 1x hoofdtelefoon, 2x antenne, Bluetooth
  • Extra’s: Dolby Vision IQ, HDR10+ Adaptive, HDR10, HLG, WiFi (802.11b/g/n/ac/ax) ingebouwd, VIDAA U7 OS, USB/DLNA-mediaspeler, DVB-T2/C/S2, CI+-slot
  • Afmetingen: 1947 x 1156 x 447 mm (incl. voet)
  • Gewicht: 56,2 kg (incl. voet)
  • Verbruik: SDR 155 (F) / HDR 340 watt (G)

Van een televisie met een hoog prijskaartje als deze moet toch wel een aantrekkelijk design hebben. Meer nog dan bij kleine modellen is het beeld zo overweldigend dat je liefst van al zo min mogelijk kader ziet. Zo geeft het grote beeld een nog sterkere indruk. Een klein kader dus, met als enige accent de zijkanten die 45° afgeschuind zijn. Perforaties in het metaal verraden daar, en aan de bovenzijde, de aanwezigheid van luidsprekers.

De tv is verder opvallend vlak, hij meet nauwelijks vier centimeter in diepteprofiel. De achterzijde is afgewerkt in verschillende panelen met streepmotief. Sommige daarvan staan wat bol en buigen onder heel lichte druk wat door. Dat is een detail dat we liever niet zien. De tv staat op twee eenvoudige smalle poten die je kunt monteren in een brede of smalle stand.

Aansluitingen

Op een topmodel zoals dit hadden we gehoopt op vier HDMI 2.1-poorten, maar helaas. We vinden twee HDMI 2.0-aansluitingen, en twee HDMI 2.1-aansluitingen. Op die laatste poorten krijg je 48Gbps bandbreedte. Gamers kunnen dan ook aan de slag in 4K120, pc-gamers zelfs in 4K144 of 2K@240. De tv ondersteunt ALLM, HDMI VRR, AMD FreeSync, en NVIDIA G-Sync Compatible. De input lag bedraagt 16,8ms in 4K60. Een van de HDMI 2.1-poorten ondersteunt ARC/eARC.

De resterende aansluitingen zijn twee USB-aansluitingen, een composiet video en stereo cinch ingang, hoofdtelefoonaansluiting, optisch digitale audio-uitgang, ethernet, WiFi (802.11ax) en Bluetooth. Alle aansluitingen wijzen naar opzij, een strakke wandmontage is dus mogelijk. Voorzie wel stevige muurankers, de tv weegt 54,4kg. Met externe USB-opslag kan je via de enkelvoudige DVB-T/T2/C-tuner, DVB-S/S2-tuner en een CI+-slot live tv bekijken, opnemen en pauzeren.

Super contrast en helderheid 

Hisense had dit jaar al mooie dingen getoond met de U7K- en U8K-reeks. Maar de UXK-reeks gaat echt nog wel een stapje verder. De miniled-achtergrondverlichting van deze 85 inch-reus is onderverdeeld in 5.184 zones, dat zijn er vijfmaal zoveel als op de U8K. Het VA-paneel is vermoedelijk van hetzelfde type als de ULED-modellen. We zien een prima eigen ANSI-contrast van 4.100:1, dat met local dimming stijgt naar 44.000:1 of zelfs meer in het gemakkelijkere testpatroon. De SDR-beelden zijn dan ook erg knap, en naderen OLED-prestaties.

We zien geen halo’s of zonegrenzen, hoogstens uitzonderlijk bij heel contrastrijke content maar dan zelfs bijna alleen als je vanuit een hoek kijkt. Het VA-paneel heeft een goede kijkhoek voor kleur, maar contrast daalt licht als je uit het centrum zit. De uniformiteit in donkere beelden was echter prima. In heldere beelden zagen we een klein lichtjes donkere vlek in het centrum. Dat stoorde ons niet, maar het is iets om rekening mee te houden als je een hekel hebt aan het zogeheten Dirty Screen-effect (dit kan verschillen van toestel tot toestel).

De Filmmaker-mode was erg helder, iets te helder zelfs, dus laat zeker de lichtsensor geactiveerd. De grijsschaal vertoonde wat tinting, lichtjes rood in de middentinten en blauw in de heldere tinten. Op witte content kan dat soms storen. Er was heel veel schaduwnuance en kleuren zijn goed.

De echte verrassing vinden we bij HDR. Het beeld piekt op een helderheid van 3.478 nits op het 10% venster en 934 nits op een volledig wit scherm. Dat is verbazingwekkend goed, en verlegt echt wel de grens voor HDR-prestaties. De piek bereik je pas na een seconde, maar we zagen altijd minimaal 2.500 nits op het 10% venster. Het kleurbereik van de quantum dots is 99% P3, ook al uitstekend. Maar de processor heeft het blijkbaar moeilijk om zoveel helderheid, contrast en kleur in de pas te laten lopen.

Donkere tinten worden consequent te donker getoond, de heldere tinten volgen we de gewenste curve. Dat drukt een beetje zwartdetail weg, maar wat erger is, in donkere scènes lijkt de local dimming ook veel schaduwnuance te maskeren, zodat het wat uitgeveegd lijkt. Beide effecten konden we wat milderen door ‘Verbeterde schaduwdetails’ te activeren.

Ook in de HDR-tonemapping zien we ruimte voor verbetering. In sommige beelden haalde dat extra kleur en contrast naar boven, in andere verborg het wat witdetail. Kortom, al zijn de beelden vaak bijzonder indrukwekkend, Hisense benut het volledige potentieel van dit toestel niet optimaal. Mogelijk kunnen software updates dat verbeteren, maar dat is nooit zeker.

Beeldverwerking

Op een groot scherm is beeldverwerking des te belangrijker, want elk detail staat immers in het groot op het scherm. Bij onze eerste test laat het toestel een paar steken vallen, zowel de MPEG-ruisonderdrukking als het filter dat kleurbanden verwijdert, lijkt niet te werken. Met een inderhaast geleverde software update is het probleem echter weer opgelost. We zien dan dat de resultaten heel sterk aanleunen bij die van de U8KQ. Goede de-interlacing, upscaling, en ruisonderdrukking zorgen voor een prima basis. Video waarin zware compressie-artefacten (blokvorming) zichtbaar zijn, kan de processor niet opschonen. En kleurstroken werkt hij alleen weg als deze relatief zacht zijn.

Het paneel heeft een goede bewegingsscherpte. Snel bewegende voorwerpen hebben een heel fijne vage rand. De optionele 240Hz-mode veroorzaakt verlies van verticale resolutie, en op dit formaat vinden we dat een geen optimale zaak. Tenzij je echt opteert voor maximale bewegingsscherpte laat je het beter uitstaan. De processor zorgt voor goede motion interpolation, zodat snelle camerabewegingen er vloeiend uitzien.

Meeslepende audiobeleving

Hisense heeft dit model voorzien van een uitgebreide luidsprekerconfiguratie. Die moet garant staan voor een meeslepende beleving waarbij ook Dolby Atmos en DTS:X tracks tot hun recht komen. Daarvoor zijn twee opwaarts gerichte speakers en twee zijwaarts gerichte speakers toegevoegd aan de stereo luidsprekers onderaan en de woofer in de rug.

De configuratie levert samen 82 Watt vermogen. Die extra luidsprekers zijn een stevige troef voor surround-tracks. Onze Dolby Atmos-testen zetten ons midden in het geluid, en ook het hoogtekanaal is goed hoorbaar. Voor de beste surround kies je de ‘theater’ preset, al kan die soms nogal overdreven klinken. De tv levert heel wat volume en een flink portie bas.

Ook voor muziek konden we de prestaties van deze Hisense wel waarderen. Enkel wanneer er erg veel bas in de soundtrack zit, kan de woofermodule een klikkend geluid maken. Dat probleem kwamen we overigens ook al tegen op de U8KQ. Voor de meeste kopers zullen deze audioprestaties volstaan.

VIDAA U7: gebruiksvriendelijk en vlot 

In ons overzicht van VIDAA U7 vind je alles wat je moet weten over het smart tv-systeem van Hisense. Het werkt vlot en heeft een gebruiksvriendelijke interface. We hebben wel twee minpunten. Het Home-scherm is grotendeels gereserveerd voor reclame of gesponsorde content. Dat is een ontwikkeling die we betreuren en we steeds vaker bij andere fabrikanten zien.

De tweede opmerking betreft de aanwezigheid van Belgische lokale apps, of beter gezegd: de afwezigheid ervan. Dat is anno 2023 eigenlijk niet meer van deze tijd. Hisense liet wel weten dat VTM Go er aankomt, maar voor Streamz en VRT Max is er nog geen nieuws, ook al staan ze op hun verlanglijst.

Net zoals bij de U8KQ en U7KQ kreeg de UXKQ dezelfde zilverkleurige, compacte lichtmetalen afstandsbediening. Die werkt goed, heeft een degelijke toetsaanslag, goede selectie toetsen en prima layout. De toetsen zitten dicht bij elkaar, maar hebben wel een duidelijk profiel zodat je je zelfs op de tast niet gemakkelijk vergist. Er zijn zes sneltoetsen voor de belangrijkste streamingdiensten.

Conclusie

De Hisense 85UXKQ biedt onmiskenbaar goede prestaties, met grensverleggend contrast en uitstekende helderheid. Deze tv presteert in veel of weinig omgevingslicht heel goed. Maar tegelijkertijd toont het dat Hisense nog niet het volledige potentieel benut. Zeker wat betreft HDR10 is er nog veel nodig om de weergave van donkere content te verbeteren, en kan ook tonemapping optimaler worden ingezet.

Toch lieten de HDR-beelden al een sterke indruk achter en met ondersteuning voor Dolby Vision en HDR10+ zit je echt wel gebeiteld. Het enorme beeld krijgt prima ondersteuning van de ruime audioconfiguratie die knap surroundgeluid levert. VIDAA U is een gebruiksvriendelijke omgeving, al blijft het ontbreken van lokale Belgische apps nog steeds een pijnpunt. Dat je voor dit soort technologie meer betaalt, lijkt voor de hand liggend. We hopen wel dat Hisense er voor die prijs nog wat aan kan verbeteren via software updates.

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.