ID.nl logo
Hoe energiezuinig is een televisie?
© ©alexlmx 2021
Huis

Hoe energiezuinig is een televisie?

Er zijn diverse beeldtechnieken voor televisies die allemaal hun eigen voor- en nadelen kennen. Maar welk effect hebben die verschillende technologieën eigenlijk op het energieverbruik van een tv? En wat kun je zelf nog instellen om je televisie zuiniger te maken?

De beeldtechnologie van een televisie heeft veel minder impact op je verbruik dan je in eerste instantie zou denken. Lang geleden waren er wel technologieën die effectief meer verbruikten. Denk maar aan plasma, maar ook crt en de eerste lcd-televisies die nog gebruik maakten van buislampen als achtergrondverlichting. Nu delen we tv’s op in twee categorieën: lcd en oled.

De oled-categorie bevat zowel de w-oled-tv’s als de qd-oled-tv’s. En in de lcd-categorie zitten alle vormen van verschillende led-achtergrondverlichtingen, zoals direct, edge en full array. In de praktijk zien we echter dat beeldtechnologie veel minder impact heeft dan sommige andere factoren. Zo veel zelfs, dat je je eigenlijk niet druk hoeft tet maken over de eventuele besparing die het zou opleveren als je voor de ene of andere technologie kiest.

Stroomverbruik meten Het is heel eenvoudig om te controleren hoeveel stroom jouw televisie verbruikt. Er zijn namelijk handige, slimme stekkers op de markt waarmee je kunt meten hoeveel het aangesloten apparaat verbruikt. Die werken natuurlijk niet alleen voor televisies, maar voor alle apparaten die je erop aansluit.

Op Kieskeurig.nl vind je makkelijk een selectie van zulke slimme stekkers.

Energielabels

Voor televisies (maar ook monitoren) geldt sinds 1 maart 2021 een nieuw energielabel. Deze loopt van de letter G tot A, waarbij G zeer onzuinig is en A het meest zuinig. Naast het energielabel zie je ook het energieverbruik in kWh per 1000 uur en wordt ook aangegeven wat de energie-efficiëntie is bij HDR-beelden, eveneens aangeduid met een letter (ook van A tot G). Bij de informatie over HDR zie je ook wat het energieverbruik in Kilowattuur per 1000 uur is. Kortom: de nieuwe energielabels bevatten behoorlijk wat nuttige informatie die jou kunnen helpen een goede keuze te maken voor de juiste balans. De informatie over HDR is puur ter informatie, want de regels hiervoor zo soepel dat fabrikanten ze zeer uiteenlopend kunnen gebruiken. De informatie omtrent het normale (SDR-) verbruik is in dit geval betrouwbaarder, want daar gelden striktere regels voor.

©Bron: eprel.ec.europa.eu

Vooral in de winkel is het handig dat de energielabels zijn voorzien van een QR-code, die stuurt je naar een webpagina waar je nog meer informatie vindt over het scherm, zoals de garantie en een uitgebreidere specificaties. Bekijk hier een voorbeeld van zo'n pagina.

Schermgrootte

Eén van de belangrijkste factoren die het energieverbruik bepalen is de schermgrootte. Een grotere tv vereist immers een grotere achtergrondverlichting (de lichtbron) en die verbruikt meer energie. De stap van 40 inch naar 55 inch lijkt misschien niet zo groot, maar je verdubbelt wel bijna het schermoppervlak. En stap je over van 55 inch naar 65 inch, dan krijg je nog eens 40 procent extra schermoppervlak. Kijken we even snel naar wat energielabels, dan verbruikt een 40 inch ongeveer 50 Watt, een 55 inch zit al snel aan 70-80 Watt en een 85 inch heeft 150-170W nodig.

©alexlmx | Adobe Stock

Resolutie

Ook de beeldschermresolutie heeft een impact op het verbruik. Naarmate resoluties hoger worden, is er meer energie nodig om dezelfde lichtopbrengst te creëren. De reden is dat het pixeloppervlak nooit 100 procent gebruikt kan worden om licht te tonen. Er is namelijk altijd wat verlies door de transistoren die op een pixel staan, en dat verlies is groter bij kleinere pixels. Bovendien vergen meer pixels ook meer rekenkracht om alle beeldverwerking uit te voeren. Energieverbruik is dus een reden om twee keer na te denken of je echt wel een 8K-tv nodig hebt.

Maximale helderheid

De piekhelderheid van een tv heeft een grote invloed op het energieverbruik. Hogere helderheidsinstellingen verbruiken meer energie. Ja, een direct led-tv kan veel zuiniger lijken dan een full array local dimming-model, maar die eerste levert maximaal 300 nits, en de tweede 1.000 nits. Dat is eigenlijk appels met peren vergelijken.

Beeldmodus

Elke tv heeft verschillende beeldmodi zoals levendig, sport, film, eco enzovoort. Welke beeldmode je gebruikt kan flink wat impact hebben op het energieverbruik. Wanneer je een televisie voor de eerste keer instelt, komt het meestal uit de doos in een eco-beeldmodus, al zal die benaming per fabrikant verschillen. Schakel je naar een andere beeldmode, dan zal het verbruik vrijwel zeker stijgen. Je kunt de eenvoudige regel aanhouden: hoe helderder een beeldmodus is, hoe hoger het verbruik.

©© Eric Beeckmans

Lichtsensor helpt besparen

Het aanpassen van de helderheid aan de omgevingsverlichting in de kamer kan helpen energie te besparen. De lichtsensor in de tv is daarbij je beste vriend, want die doet dat automatisch voor je. Over het algemeen vind je in de eco-instellingen ook andere energiebesparende instellingen. Die verminderen het energieverbruik effectief, maar verlagen vaak ook de schermhelderheid.

©Eric Beeckmans

Welke content kijk je?

Het klinkt misschien niet heel logisch, maar wat voor content je kijkt bepaalt mede het energieverbruik. Kijk je bijvoorbeeld veel HDR-beelden, dan zul je merken dat de tv meer verbruikt. Dat is logisch, want HDR-beelden kunnen veel meer helderheid eisen van je televisie.  HDR zelf is weliswaar niet per definitie helderder, maar in sommige gevallen zou de impact best groot kunnen zijn. Wie bijvoorbeeld vooral HDR-games speelt op de tv zal dat merken. Wie gewoon elke dag naar live tv kijkt, in SDR, heeft een veel minder verbruik.

©Vasiliy | Adobe Stock

Stroomverbruik in stand-by

Het stroomverbruik van een tv in stand-by is vaak zo'n 0,5W of minder. Dat is ongeveer 4kWh op jaarbasis, met een gemiddelde prijs van 0,4€/kWh is dat dus nog net geen twee euro, dus zoveel bespaar je daar niet. Maar er zijn wel een paar zaken om rekening mee te houden. Want een smart-tv die je bijvoorbeeld kunt aanzetten met behulp van een app verbruikt al snel een stuk meer; 5W of hoger. En daarmee kom je op jaarbasis al gauw uit op 20 euro. Gebruik je die functionaliteit niet, schakel deze dan uit.

©Bigc Studio | Adobe Stock

Je kunt natuurlijk ook de tv volledig uit het stopcontact halen om sluipverbruik helemaal uit te schakelen, maar doe dat  alleen bij lcd-tv’s. OLED-tv’s doen regelmatig een onderhoudscyclus voor het scherm wanneer je geen tv kijkt. Hiermee vermijden ze burn-in. Zet je ook een oled-tv helemaal uit, dan kunnen ze dat onderhoudsprogramma niet afdraaien of storen ze juist tijdens het tv-kijken dat een onderhoudscyclus noodzakelijk is.

Tot slot

Het type schermtechnologie in je televisie speelt een rol bij energieverbruik, maar de impact is beperkt vergeleken bij andere factoren. De schermgrootte, resolutie, maximale helderheid, beeldmode, helderheidsinstellingen en energiebesparende functies spelen allemaal een rol bij het verbruik. De vuistregel is dat grotere, helderdere televisies meer verbruiken.  

▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos