ID.nl logo
🎧 Waarom kiezen voor een goedkope of dure noise-cancelling koptelefoon?
© Bowers & Wilkins
Huis

🎧 Waarom kiezen voor een goedkope of dure noise-cancelling koptelefoon?

Op zoek naar een hoofdtelefoon die dankzij noise-cancelling omgevingsgeluid wegdrukt? Er zijn heel veel modellen, zowel goedkoop als bijzonder prijzig. Maar waarom zou je niet voor een goedkope koptelefoon kiezen?

In dit artikel kom je te weten op welke vlakken noise-cancelling hoofdtelefoons van elkaar kunnen verschillen. Op welke vlakken is die dure hoofdtelefoon beter dan een goedkoper toestel? Het antwoord uit zich op verschillende vlakken:

Welke gaat het worden?

Noise-cancelling koptelefoons

Powered by Kieskeurig.nl

Hoofdtelefoons met noise-cancelling of ruisonderdrukking zijn enorm populair. Word je bij het thuiswerken gestoord door huisgenoten of lawaai van buiten? Krijg je hoofdpijn van het roemoer in de achtergrond bij de open kantoorruimte van je werk? Wil je in alle rust naar je muziek luisteren of een video meepikken in de trein?

In al die situaties is een noise-cancelling hoofdtelefoon erg handig. De ingebouwde elektronica analyseert het omgevingsgeluid en drukt deze weg met ‘anti-geluid’. Wat overblijft, is de muziek of het geluid van die film of game.  

Ga je shoppen voor een hoofdtelefoon met noise-cancelling? Dan ontdek je al snel talloze modellen met prijskaartjes die variëren van plusminus 50 euro tot 400 of zelfs 500 euro. Er zijn zelfs luxemodellen die vanwege hun design en afwerking nog veel meer kosten. Die laten we even buiten beschouwing, want deze luxebeesten mikken op een publiek dat iets exclusiefs wil. De hoofdmoot van noise-cancelling hoofdtelefoons kost minder dan 400 euro.

Ook lezen: Welke soorten hoofdtelefoons zijn er?

©RIVER JORDAN

Met een noise-cancelling hoofdtelefoon kun je ook bellen.

Design

 Bij het woord ‘design’ denk je misschien aan kleuren en vormen. Die zaken spelen natuurlijk wel mee, maar in de regel zijn hoofdtelefoons relatief vergelijkbaar qua uiterlijk. Je hebt natuurlijk uitzonderingen op de regel, zoals de Dyson Zone, maar in de meeste gevallen is de opzet hetzelfde.

Belangrijker zijn de gebruikte materialen en het draagcomfort. Die twee zaken hangen samen. Het streefdoel bij NC-koptelefoons is een zo laag mogelijk gewicht. Dat is bij deze toestellen belangrijk omdat ze vaak langdurig worden gedragen. Daarnaast worden NC-hoofdtelefoons ook dikwijls mobiel gebruikt. Daarbij is een lager gewicht echt troef.

🎧 Bij duurdere modellen is de bediening vaak met touch, al kiezen sommige merken voor fysieke knoppen die je echt moet indrukken. Dat is vooral handig in de winter, als je handschoenen draagt.

Voor een echt lichte hoofdtelefoon van minder dan 300 gram moet je meestal een duurder exemplaar kiezen. Let daarbij ook op de gebruikte materialen. De koptelefoon moet wel licht zijn, maar ook stevig blijven. Zeker als je hem bij het heen-en-weer reizen draagt of gedurende de dag vaak op- en afzet is dat belangrijk.

Bijna alle noise-cancelling hoofdtelefoons zijn over-ears; ze hebben oorkussens die over je oorschelpen vallen. Ook hierbij speelt het materiaal een grote rol, zowel qua gevoel als qua warmte-ontwikkeling. Wil je een hoofdtelefoon die je lang kunt dragen, dan is het belangrijk om er een te kiezen met dikkere kussens van een ademend materiaal. Ook daar betaal je wel iets meer voor.

🎧 Bij de meeste duurdere hoofdtelefoons kun je de kussens vervangen. Bij intens gebruik zijn oorkussens na een jaar of twee versleten en/of viezig. Het is dus handig als je ze kunt vervangen om je hoofdtelefoon een opfrisbeurt te geven.

Batterijleven

De autonomie of het batterijleven van een noise-cancelling hoofdtelefoons is afhankelijk van de ingebouwde accu en de gebruikte chips. Sowieso gaat de batterij minder lang mee als je noise-cancelling inschakelt – soms wel 30 tot 40 procent minder lang.

Sommige fabrikanten spelen in hun marketing vals door een batterijleven aan te halen, met alleen in kleine lettertjes de vermelding dat het gaat om de accuduur zonder noise-cancelling. Bij duurdere modellen kun je rekenen op 25 à 30 uur met noise-cancelling; goedkopere hoofdtelefoons zitten op 10 tot 20 uur. 

Een kleinere accu hoeft trouwens geen ramp te zijn als je de hoofdtelefoon snel kunt opladen. Helaas vind je die snellaadfuncties wel eerder op een duurder exemplaar.

🎧 Hoe luider je de muziek afspeelt en hoe groter de afstand tussen telefoon en hoofdtelefoon, hoe meer stroom je koptelefoon zal verbruiken. Nieuwe bluetooth-standaarden zijn overigens zuiniger dan oudere varianten.

Sommige modellen komen met touchbediening.

Meld je aan voor het Koptelefoonwijzer Eindrapport 2024

Door het invullen van jouw naam en e-mailadres meld je je aan voor ontvangst van de Kieskeurig.nl Koptelefoonwijzer-resultaten. Tevens ben je ingeschreven voor de Kieskeurig.nl nieuwsbrief.

Functies

Duurdere modellen hebben meestal ook wat meer functies aan boord. Multi-point bluetooth bijvoorbeeld, waardoor je het toestel simultaan met je smartphone en laptop kunt verbinden. Of ruimtelijke audio, waarbij er 3D-geluid wordt gecreëerd van je muziek of gamegeluid. Deze extra's zijn zelden de enige reden om een bepaald model te kiezen, maar kunnen wel nuttig of leuk zijn.

Geluid

Geluidskwaliteit is een heel vage term. Er zijn natuurlijk technische zaken die spelen. Zo mag een hoofdtelefoon het geluid niet vervormen of veel ruis laten horen, maar zulke problemen zul je normaal gesproken alleen bij heel goedkope exemplaren tegenkomen. Duurdere modellen hebben wel vaker betere speakers ingebouwd. Grotere speakers zijn niet per se betere, want het gaat meer om de technische kwaliteit. Ze kunnen daardoor beter overweg met complexere muziek met veel dynamiek, zoals orkestrale werken of elektronische tracks met strakke beats. 

Wat veel meer speelt als het gaat om ‘geluidskwaliteit’ zijn de subjectieve keuzes die een merk voor een bepaald model maakt. Vaak heeft dat te maken met de beoogde doelgroep. Of liever: wat een merk denkt dat een bepaald publiek leuk vindt.

Zo zal JBL zich bijvoorbeeld meer richten op een jonger publiek en iets meer bassen voorzien, terwijl Bowers & Wilkins met z’n hifi-verleden zorgt voor een streepje extra detail. De kostprijs speelt hier minder een rol dan je eigen voorkeuren. Al zul je wel merken dat duurdere modellen meestal volmaakter zijn en bij meerdere genres goed klinken.

Noise-cancelling

Noise-cancelling is best complex. Té complex voor de meeste hoofdtelefoonfabrikanten. Daarom kopen zij chips in van bedrijven als Qualcomm of Sony. Deze chips zijn eigenlijk kleine computers die microfoons aan de buitenkant én aan de binnenkant van de hoofdtelefoon gebruiken. Zo wordt het buitengeluid waargenomen, maar tegelijkertijd ook hetgeen waarnaar je luistert.

©Sony

In een drukke omgeving zoals een station is noise-cancelling heel handig.

Om te vermijden dat je jouw muziek niet meer kunt horen vanwege het geluid van vliegtuigmotoren, wordt er een geluidsgolf gegenereerd die exact het tegenovergestelde is van het lawaai rondom je. Deze anti-golf wordt vervolgens in je oor afgespeeld. Hierdoor wordt het lawaai ‘gecanceld’ of tegengewerkt, en blijft alleen het geluid van je muziek of video over. Best complex allemaal, vooral omdat dit alles in milliseconden moet plaatsvinden.

🎧 Minder efficiënte noise-cancelling produceert ook meer ruis. Bij veel muziek is dat niet zo hinderlijk, maar bij stillere nummers of podcasts kan dat behoorlijk storend zijn.

Het grootste verschil tussen goedkopere en duurdere hoofdtelefoons zit 'm dus waarschijnlijk in deze chips. De duurdere exemplaren gebruiken duurdere chips én hebben meer en betere microfoons. Een betaalbaar model zal normaal gesproken twee microfoons per kant (vier in totaal dus) hebben, een duurder model drie per oor. Daarbij zullen er bij het high-end model ook bijkomende technieken worden toegepast om windturbulentie weg te werken, zowel bij de noise-cancelling als bij het bellen. 

Welke past dan bij mij?

 Welke noise-cancelling hoofdtelefoon bij je past, hangt dus sterk af van jouw gebruik en wat je precies van een hoofdtelefoon vereist. Ook de omgeving waarin je de koptelefoon het meest zult gebruiken telt mee. Zoek je bijvoorbeeld een toestel om te dragen tijdens lange vluchten of in een zeer luidruchtige omgeving? Dan is een duurder model een echte aanrader. Bij het thuiswerken kan een goedkoper model dan weer volstaan.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.