ID.nl logo
Skullcandy Grind Fuel - maakt muziek persoonlijk
© Reshift Digital
Huis

Skullcandy Grind Fuel - maakt muziek persoonlijk

Met features als Skull IQ, waterdichtheid en Spotify Tap- en Tile-ondersteuning lijkt de Skullcandy Grind Fuel behoorlijk op de Skullcandy Push Active. Er is echter een aantal verschillen, waardoor je keuze toch juist nog op het ander model kan vallen. Dat verschil zit hem niet alleen in de prijs, maar ook een exclusieve functie als Personal Sound. Lees er meer over in deze Skullcandy Grind Fuel review.

Met een prijs 99,99 euro zit de Skullcandy Grind Fuel al redelijk aan de grens van het goedkope segment draadloze oordoppen. Maar daar dat is niet geheel zonder reden. De set biedt namelijk behoorlijk veel waar voor dat geld aan. Zo is er de technologie genaamd Skull IQ, waar we voor het eerst mee kennismaakten op de Skullcandy Push Active. Dit is technologie voor stembediening. 

Met een simpel commando (“Hey, Skullcandy”) spreek je de oordoppen aan en voer je een commando uit. Denk dan aan het pauzeren of afspelen van muziek of het aannemen van een telefoontje. Daarnaast activeer je Spotify, dankzij Spotify Tap, en roep je een eigen stemassistent op.

Skullcandy luistert naar je

Helaas is het zo dat je Skull IQ alleen in de Engelse taal gebruikt. Je geeft dus geen Nederlandse commando’s, zoals bij de Google Assistent of Siri. Voor het gebruik maakt het weinig uit welke commando’s je uit je hoofd wil leren, maar dan nog gaat het wellicht sneller wanneer de Nederlandse taal beschikbaar is in Nederland. 

Skull IQ reageert snel en accuraat. Wat we ook aan het doen waren, we kwamen geen moment tegen dat het platform ons niet hoorde. Wat wel jammer is: om van deze functie gebruik te kunnen maken, dien je altijd je locatie aan te hebben staan. Dat zorgt voor een hoger energieverbruik op je smartphone, dus dat is iets om rekening mee te houden.

©PXimport

Gelukkig zijn er alternatieve bedieningsmethoden beschikbaar. Je kunt altijd de muziek bedienen via een muziekstreamingdienst naar keuze. Ja, de Skullcandy Grind Fuel werkt nauw samen met Spotify. Maar aangezien je de oordoppen via bluetooth (versie 5.2) aansluit, bepaal je zelf welke dienst je gebruikt.

De oordoppen ondersteunen handelingen via de ingebouwde knop op de apparaatjes. Binnen de app stel je in wat één, twee of drie keer tappen doet; datzelfde geldt voor één seconde lang de oordop indrukken. Je hebt de keuze uit een aantal slimme functies. Denk dan aan Spotify activeren, je stemassistent oproepen of de Stay Away-modus activeren.

Slimme functies

De gratis Skullcandy-applicatie biedt een aantal slimme functies aan. Zo schakel je de stembediening in en uit, stel je de equalizer voor audio in luister je samen naar dezelfde muziek vanaf één apparaat wanneer je samen met iemand anders een ondersteund Skullcandy-product gebruikt. De equalizer heeft vier standaardprofielen, waaronder Custom, en is te combineren met de Personal Sound-functie. Dit is een optie die niet aanwezig is op de Push Active. 

Met Personal Sound stelt de app de audiokwaliteit in op jouw gehoor, zoals het bedrijf dat ook doet bij de Crusher Evo. Daardoor kan het zijn dat bepaalde elementen van de muziek net even wat beter naar voren komen dan je gewend bent.

Een andere, fijne functie van de Skullcandy Grind Fuel is de Stay-Aware-modus. Dit is de transparante modus. Omgevingsgeluiden worden versterkt wanneer je de functie activeert, waardoor je tijdens het hardlopen of wielrennen altijd goed hoort wat er om je heen gebeurt. De oordoppen hebben geen actieve ruisonderdrukking, maar kunnen wel degelijk enkele geluiden buiten de deur houden wanneer je de modus uitschakelt. 

Verwacht geen wonderen, maar de ruisonderdrukking die er is, is subtiel en kun je op sommige momenten echt wel waarderen. Daarnaast maak je met een druk op de oordop een foto en vind je de oordoppen altijd terug dankzij de ingebouwde Tile-ondersteuning.

©PXimport

Ruimte voor warme tonen

De Skullcandy Grind Fuel hebben redelijk grote drivers van twaalf millimeter. Ze zijn dus twee keer zo groot als in de Push Active. Onder meer dit aspect zorgt ervoor dat de audiokwaliteit van een hoger niveau is. Er is namelijk veel meer ruimte voor audiobeleving. Tonen zijn warmer, rijker en dieper. Daarnaast gaan ze ook mooi de breedte in, waardoor je behoorlijk wat meekrijgt van de verschillende lagen in de muziek. 

Toegegeven, naast een duurder product van Sennheiser hoor je echt wel verschil, maar voor 99 euro kun je veel slechter treffen. Met zo’n uitspraak doen we dit setje echter geen recht aan, aangezien de geluidskwaliteit echt goed te noemen is.

De equalizer kan een grote rol in de audiobeleving spelen. Zeker wanneer je het persoonlijke geluid activeert. In het geval van ondergetekende kwamen de hogere tonen een stuk beter uit de verf, zonder dat dit echt ten koste gaat van de lagere tonen. Wellicht dat de tonen in het midden daardoor een beetje naar de achtergrond verdwijnen. 

Een nadeel van de oordoppen is dat ze echter diep het gehoorkanaal ingaan en dat dat voor irritatie kan zorgen, maar dat is even aanvoelen wat voor jezelf het prettigst is. Een ander nadeel is dat niet elke genre geschikt is voor de producten van Skullcandy, een kanttekening die we vaker plaatsen. De oordoppen floreren bij elektronische muziek.

©PXimport

Skullcandy Grind Fuel – conclusie

Er zijn veel dingen om van te houden als het om de Skullcandy Grind Fuel gaat. Zo zijn we onder de indruk van de audiokwaliteit (binnen dit segment) en maakt Personal Sound de muziek echt persoonlijk. Daarnaast zien ze er iets beter uit dan de Push Active-oordoppen en zijn we tevreden over de verschillende bedieningselementen.

De accu in de oordoppen gaat met negen uur iets minder lang mee dan de Push Active, maar een totale accuduur van veertig uur is desondanks meer dan genoeg voor de meeste luisteraars. Kan het beter? Ja, maar je betaalt hier 99 euro voor. Opladen kan overigens via usb-c of draadloos; daardoor hoef je dus niet met draden te rommelen.

In deze review vergeleken we veel met de Push Active van Skullcandy. Dat is niet gek, omdat de oordoppen een basis delen en kort na elkaar uitgekomen zijn. Maar binnen dit segment vind je natuurlijk nog veel meer moois. Als je in de markt bent voor een nieuw setje oordoppen van ongeveer honderd euro, dan kun je ook eens de 1More ColorBuds2 overwegen. En anders doe je er goed aan de OnePluds Buds Z2 of de Nothing Ear 1 in overweging te nemen.

Uitstekend
Conclusie

**Adviesprijs** € 99,99 **Kleur** zwart **Verbinding** Bluetooth 5.2 **Accuduur** 40 uur (totaal) **Gewicht** 76 gram (oplaaddoosje) **Features** microfoon, omgevingsgeluidmodus, IP55, stembediening **Opladen** Usb-c, draadloos **Website** [www.skullcandy.eu](https://www.skullcandy.eu/)

Plus- en minpunten
  • Draadloos opladen
  • IP55-certificaat
  • Skull IQ
  • Personal Sound
  • Gaan diep in oren
  • Geen echte ruisonderdrukking
  • Knoppen op de oordoppen
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.