ID.nl logo
Review Jabra Elite 10 Gen 2 en Jabra Elite 8 Active Gen 2 – De laatste ronde
© Wesley Akkerman
Huis

Review Jabra Elite 10 Gen 2 en Jabra Elite 8 Active Gen 2 – De laatste ronde

De situatie met Jabra is enigszins ongebruikelijk. Enerzijds brengt het bedrijf een licht verbeterde versie van een bestaand product uit, namelijk de Jabra Elite 10 Gen 2 en Elite 8 Active Gen 2. Anderzijds zullen deze modellen de laatste in hun soort zijn. Moederbedrijf GN trekt de stekker eruit.

Uitstekend
Conclusie

We willen benadrukken dat beide Jabra-setjes dezelfde eigenschappen hebben als de modellen die eerder uitgebracht werden. Dat betekent dat je fijne sets in huis haalt die comfortabel dragen en die muziek ruimtelijk en gebalanceerd verspreiden. De digitale equalizer is nog altijd zeer welkom en effectief, terwijl de ruisonderdrukking ondermaats is op dit prijspunt. Nog steeds zijn dit aangename producten, maar voor een laatste ronde zijn het geen knallende salvo’s die het einde van een tijdperk inluiden. En dat is zonde van het merk.

Plus- en minpunten
  • Helder, warm geluid
  • Ultiem draagcomfort
  • Draadloos opladen
  • Fysieke bediening
  • Flexibele equalizer
  • Slimme oplaadcase
  • Prijs gevoelsmatig hoog
  • Ruisonderdrukking kan beter
  • Audio mist wat kracht
  • Maar één nieuwe functie

Het nieuws werd bekend nadat Jabra de twee nieuwe setjes aankondigde. In het kort komt het erop neer dat het voor GN niet meer rendabel genoeg is om in het premium segment te concurreren met Apple, Sony, Samsung en andere spelers. Desondanks was Jabra wel een belangrijke speler op de markt voor oordopjes: het was namelijk het eerste merk dat multipoint omarmde. Het heeft de concurrentie jaren gekost om deze feature te implementeren.

Wat is multipoint? Multipoint is een functie die je bij veel moderne oordopjes en koptelefoons vindt. Het stelt je in staat om je hoofdtelefoon draadloos te verbinden met meerdere apparaten tegelijkertijd, zoals je smartphone en laptop. Normaal gesproken kan een bluetooth-headset slechts met één apparaat tegelijk verbonden zijn. Wanneer je dan een oproep op je telefoon krijgt terwijl je naar muziek op je laptop luistert, moet je de verbinding handmatig overschakelen. Met multipoint kunnen je oordopjes of koptelefoon echter automatisch schakelen tussen apparaten. Zo kun je naadloos van je muziek op de laptop overschakelen naar een binnenkomende oproep op je smartphone zonder de verbinding handmatig te moeten wijzigen.

Laten we vooropstellen dat we het als redactie zonde vinden dat Jabra de handdoek in de ring gooit. We hebben de verschillende producten met plezier getest en vaker wel dan niet een positieve beoordeling gegeven. De Jabra Elite 10, die in 2023 verscheen, vinden we nog steeds een van de meest comfortabele setjes oordoppen tot op dit moment. Je zou ergens kunnen verwachten het merk nu de ruimte neemt om nog één keer te laten zien wat het kan en wat het waard is. Maar niets is minder waar… We krijgen een herhaling van zetten, helaas.

©Wesley Akkerman

Eén nieuwe feature

We vallen meteen met de deur in huis: de tweede generatie van de Jabra Elite 10 en Jabra Elite 8 Active zijn identiek aan hun voorgangers. De specificaties en afmetingen zijn allemaal hetzelfde, met één belangrijk verschil: het doosje. De oplaadcase is namelijk voorzien van bijzondere technologie, die je in staat stelt altijd en overal te genieten van draadloos audio. Daarvoor maak je gebruik van de meegeleverde kabel. Dit is een usb-c-kabel met een opzetstuk voor een audiojack.

Wat kun je daarmee doen? Wanneer je de audiojack in een mediaspeler plugt en de kabel vervolgens in de usb-c-poort van de case stopt, dan kan dat doosje het geluid van de speler draadloos naar de oordoppen versturen. Dit is dus handig voor apparaten die een koptelefoonaansluiting hebben. Maar dit werkt óók voor allerlei apparaten zonder audiojack – want je kunt dat opzetstukje loshalen en dan gewoon de usb-c-aansluiting aan de andere kant van de kabel gebruiken.

Het idee is niet nieuw. Onder meer de Bowers & Wilkins Pi7 S2 biedt deze functionaliteit aan. De introductieprijzen van de drie sets kunnen echter niet verder uit elkaar liggen. De B&W kostte destijds bijna 400 euro, terwijl de Jabra Elite 10 Gen 2 een prijskaartje van 280 euro heeft en de Elite 8 Active Gen 2 eentje van 230 euro. Inmiddels is de Ps7 S2 in prijs gezakt en online verkrijgbaar voor minder dan 300 euro, waardoor de duurdere oordoppen bij elkaar in de buurt komen. De eerste generatie Elite 10 kost inmiddels 220 euro, waardoor je dus nog steeds iets te kiezen hebt.

©Wesley Akkerman

Meld je aan voor het Koptelefoonwijzer Eindrapport 2024

Door het invullen van jouw naam en e-mailadres meld je je aan voor ontvangst van de Kieskeurig.nl Koptelefoonwijzer-resultaten. Tevens ben je ingeschreven voor de Kieskeurig.nl nieuwsbrief.

Draadloze audio, overal

Dat klinkt misschien nog een beetje abstract, dus dan rest de vraag: wanneer gebruik je dit soort technologie? Je kunt de oplaadcase aansluiten op een tv (via de koptelefoonaansluiting bijvoorbeeld), zodat je toegang krijgt tot een betere audiocodec en bluetoothverbinding. En als fervent vliegtuigzitter kun je draadloos genieten van de on-board entertainment, mits dat schermpje in de stoel voor je een geschikte aansluiting heeft. Daarnaast zou je het doosje zelfs op gymapparatuur met ingebouwd scherm kunnen aansluiten, zodat je draadloos kunt trainen en geen rekening hoeft te houden met een snoer.

In principe zou dit moeten werken op élk media-apparaat met een koptelefoonaansluiting of usb-c-poort. We hebben de functie ook nog even uitgeprobeerd op een Google Pixel Tablet en Ayaneo Pocket S-handheld, die niet beschikken over een koptelefoonaansluiting. We hebben het hoesje via usb-c aangesloten, de koppeling verricht en vervolgens de audio draadloos naar de oortjes gestuurd. Ook dat werkte prima. En ja, je hebt gelijk: deze apparaten beschikken natuurlijk zelf over bluetooth en je kunt ze dus gewoon op de 'ouderwetse' manier aansluiten, maar we wilden toch ook graag de Jabra-manier van koppelen testen, vandaar.

Waar het onder aan de streep op neerkomt is het volgende: je kunt het hoesje aansluiten op apparaten die van zichzelf geen bluetooth hebben, waardoor je toch draadloos naar de audio luistert. Het enige waar dat bronapparaat over moet beschikken, is een audiojack of usb-c-aansluiting; de oplaadcase regelt verder de verbinding. Vanzelfsprekend werkt dit ook op apparaten mét een bluetoothverbinding. Het voordeel van deze manier aansluiten is dat je als gebruiker toegang krijgt tot een recentere bluetoothversie en wellicht een betere audiocodec.

©Wesley Akkerman

Een systeem met voor- en nadelen

Het systeem werkt in elk geval goed en is ontzettend toegankelijk. Maar toch is er iets waar je even rekening mee moet houden. De draadloze verbinding maakt gebruik van de LC3-audiocodec. Dit is op zich geen verkeerde codec: hij is energiezuinig en op papier beter dan bijvoorbeeld standaardoptie sbc. Maar dat betekent niet dat hij heel veel beter is. Niet alleen treedt er een merkbare vertraging op tijdens het gamen, ook mist de audio een punch. De kwaliteit is op zichzelf goed, met ruimte voor heldere en warme tonen, maar echt genieten is wat anders.

Wat dit draadloze systeem dan weer uniek maakt, is de ondersteuning voor ruimtelijke audio en head tracking via Dolby Atmos. Dat betekent dat het geluid – weliswaar zonder veel bombarie – de ruimte kan opzoeken en je veel beter onderdompelt in een concert of film. Daar zit wel een risico aan vast: de audio kan daardoor wat blikkig klinken, maar dat is lang niet altijd het geval. Verder houdt die head tracking rekening met de positie van je hoofd, waardoor je audio om je heen hoort bewegen zodra jij met je hoofd beweegt. Dat blijft toch iets magisch.

©Wesley Akkerman

Jabra Elite 10 Gen 2 of Jabra Elite 8 Active kopen?

Tot slot willen we benadrukken dat beide Jabra-setjes dezelfde eigenschappen hebben als de modellen die eerder uitgebracht werden. Dat betekent dat je fijne sets in huis haalt die comfortabel dragen en die muziek ruimtelijk en gebalanceerd verspreiden. De digitale equalizer is nog altijd zeer welkom en effectief, terwijl de ruisonderdrukking ondermaats is op dit prijspunt. Nog steeds zijn dit aangename producten, maar voor een laatste ronde zijn het geen knallende salvo’s die het einde van een tijdperk inluiden. En dat is zonde van het merk.

▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos