ID.nl logo
Stappenteller: op naar de 10.000 per dag!
© Nikola Bilic - stock.adobe.com
Gezond leven

Stappenteller: op naar de 10.000 per dag!

Met een stappenteller tel je – jawel – het aantal stappen dat je zet tijdens een wandeling. Sinds we hebben bedacht dat het gezond is om 10.000 stappen per dag te zetten, maken mensen daar een ware sport van. En daarbij is het zelf tellen dus gelukkig niet nodig.

Stappentellers bestaan alweer een tijdje. Waarschijnlijk al sinds de mens ‘tijd over’ had en iets met z’n vrije tijd moest doen. Het aantal gezette stappen vertelt namelijk iets over een verrichte sportieve prestatie. In dat opzicht kan het een competitief hulpmiddel zijn. Tegenwoordig is het meer een gezondheidstool geworden. Zo zou het bijvoorbeeld gezond zijn om elke dag 10.000 stappen te zetten. Om dat te getal te behalen (en te controleren) is een teller onontbeerlijk.

Ook lezen: Review Huawei Band 7

Een stappenteller is in z’n eenvoudigste vorm een mechanisch apparaatje, maar die zijn inmiddels volledig verdrongen door elektronische varianten die vaak nota bene goedkoper zijn. Bovendien beschikt het grootste deel ervan over extra functies, waaronder bijvoorbeeld het omzetten van stappen naar afgelegde kilometers en (of) verbrande calorieën. De smartphone en smartwatch zijn inmiddels geduchte concurrenten voor stappentellers geworden.

De stappenteller is al bijna zo oud als de weg naar Rome.

Hou het simpel: de pure stappenteller

Hoewel je er soms even naar moet zoeken, bestaan ze nog altijd: pure stappentellers zonder verdere poespas. Voorzien van een aan-uitknop en een resetknop doen ze hun ding. Deze basismodellen zijn ideaal voor mensen die geen feeling hebben voor de meer complexe gadgets die tegenwoordig in de winkels liggen. Je hoeft er geen pagina’s dikke handleiding voor door te spitten, geen gedoe met allerlei menu-opties en meer. Gewoon: reset indrukken om de teller op nul te zetten en lopen maar. Aan het eind van de wandeling zie je het aantal getelde stappen op het display van de teller. Niks meer, niks minder. Als dat voldoende is voor jou, dan zit je met zo’n ding prima. Om er eentje te vinden, kun je eens in de schappen van bijvoorbeeld de Action kijken, terwijl grote sportshops ze wellicht ook in het assortiment hebben. En anders wordt het even online zoeken.

©Nikola Bilic

Dit soort digitale stappentellers telt je stappen en doet verder niets.

Afstand en calorieën

De meeste basic stappentellers die anno nu verkrijgbaar zijn, bieden standaard meer dan alleen het tellen van stappen. Niet zo vreemd, want een basis-stappenteller is met een paar regels programmacode wel heel simpel uit te breiden zonder dat zoiets extra productiekosten met zich meebrengt. En met die extra’s doelen we dan op de eerder genoemde omrekenfuncties: van stappen naar kilometers en/of calorieën.

Kies je een net iets uitgebreider apparaat en heb je wat minder feeling voor techniek, check dan vóór aanschaf eerst of het beoogde exemplaar voor jou relatief eenvoudig te bedienen is. Zo ja, dan kun je van dit soort stappentellers jaren plezier hebben. Extra voordeel van de basic stappentellers is verder dat ze heel lang meegaan op een klein knoopcelletje, net zoals een digitaal horloge.

Op zoek naar een stappenteller? Hier vind je de beste modellen op een rij!

Sporthorloge ofwel activity tracker

De jongere generaties sportievelingen kan z’n hart ophalen aan een berg van sportgadgets. De standaard stappenteller is daarvan slechts een van de vele onderdelen. Meest praktische is een horlogeachtige vorm die je om de pols draagt, bekend onder de naam sporthorloge, fitnesstracker of activity tracker. Behalve stappen tellen zitten daar alle genoemde omrekenfuncties in, plus vaak ook nog een hartslagmeter, wat het plaatje helemaal compleet maakt.

Meer geavanceerde sporthorloges beschikken ook nog over een gps-ontvanger. Handig, want daarmee kun je achteraf niet alleen je afgelegde route achterhalen, maar ook tot op de meter nauwkeurig je afgelegde afstand. Veel nauwkeuriger dan wat de stappenteller kan, want die baseert de afstand op de lengte van een gemiddelde stap.

©PXimport

Een fitnesstracker is in staat allerlei gegevens bij te houden, zoals je stappen, maar ook je calorieverbruik en je hartslag.

Koppelen aan app op je smartphone

Extra voordeel van sporthorloges is dat ze vaak draadloos aan de smartphone te koppelen zijn. Voor de meeste bekende merken (laat bij voorkeur de Chinese grabbelton-exemplaren links liggen als je echt plezier van je klokje wilt hebben) staat een app klaar waarmee nog veel meer mogelijk is, inclusief het loggen van prestaties. Daardoor kun je niet alleen terugkijken of je bepaalde doelen hebt gehaald, maar ook de vooruitgang van je conditie en afgelegde afstanden bijhouden.

Hét voordeel van zo’n horloge is dat je je smartphone tijdens het lopen, joggen enzovoort in principe thuis kunt laten. Handig, want in sportkleding zit dat apparaat toch vaak een beetje in de weg. Bij thuiskomst koppel je sporthorloge en smartphone weer met elkaar om data over te hevelen.

Stappen tellen doe je zo!

De beste sporthorloges vind je hier

Smartphone heeft alles al aan boord

Ben je meer een gewone wandelaar en geen jogger of hardloper? Dan heb je eigenlijk helemaal geen losse stappentellers en sporthorloges meer nodig. Als je over een moderne smartphone beschikt, is de kans groot dat daar een ‘gezondheidsmodule’ in is verwerkt. Zelfs als je daar nog nooit naar hebt gekeken, houdt dit onderdeel op de achtergrond je dagelijkse bezigheden in de gaten, waarbij het aantal stappen en de afgelegde afstand keurig worden bijgehouden.

Open die app eens en je zult zien wat je sinds de aanschaf van je telefoon zoal aan activiteiten hebt verricht. Veel van die gezondheids-apps kunnen bovendien gegevens van een scala aan merken sporthorloges uitlezen, als je dat wilt. Als een fabrikant een eigen smartwatch heeft (dat gaat weer net een stapje verder dan louter een sporthorloge), integreert dat ook naadloos met je telefoon van hetzelfde merk. Een bekend voorbeeld is de Watch van Apple, die naadloos verbonden is met de iPhone.

Handig, zo’n actieve stappenteller in je smartphone. Maar je moet hem tijdens je wandelingen dan wel altijd bij je dragen voor een correct gemiddelde.

Welke moet je hebben?

Een stappenteller hoeft je qua prijs de kop niet te kosten. Heb je al een smartphone, dan in principe zelfs helemaal niks omdat de functionaliteit (en meer) al is ingebouwd. De meest simpele basis-stappenteller wisselt al voor een tientje (of minder als je heel goed zoekt) van eigenaar. De ‘bovengrens’ is afhankelijk van hoe gek je het wilt maken.

Ook lezen: Review Fitbit Sense 2 - waar blijft Google?

Sporthorloges met vele extra’s aan boord inclusief gps en smartwatches zijn het duurst – denk aan tot enkele honderden euro’s. Maar een dagelijkse wandelaar die alleen z’n 10.000-stappen-challenge wil halen, zit net zo goed met een teller van een tientje. Met als bijkomend voordeel dat je je hoofd niet hoeft te breken over technische uitdagingen qua bediening. Extra voordeel: de teller draait maar op een klein batterijtje. Smartphones en smartwatches moeten met regelmaat worden bijgeladen, zeker als je er ook nog andere dingen mee doet, zoals communiceren en navigeren.

©PXimport

Links de Apple Watch, een slim horloge met naast bio-meetmogelijkheden ook nog een scala aan andere opties. Rechts een fitnesstracker ofwel sporthorloge.

Meer weten over smartwatches? Check de video hieronder!

Watch on YouTube
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.