ID.nl logo
Moet ik afvallen? En zo ja, hoeveel dan?
© Blue Planet Studio - stock.adobe.com
Gezond leven

Moet ik afvallen? En zo ja, hoeveel dan?

Wanneer is het echt nodig om af te vallen? Hoe bepaal je of je te zwaar (of te licht) bent? En hoeveel gewicht verliezen is gezond? We zetten de redenen om af te vallen en de gezondheidsrisico's van overgewicht op een rij.

🍎 Wil je een paar kilo kwijt? Kijk dan in ons Afvaldossier. In dit afvaldossier vind je artikelen over gezonde voeding, beweging en sporten, maar ook over apps, gadgets en connected health-apparaten waarmee je je voortgang kunt monitoren en die je helpen gemotiveerd te blijven. ID.nl weet het zeker: het gaat je lukken! 🍎

In dit artikel leggen we je uit wat de verschillende redenen zijn om af te vallen. We vertellen je wat een realistisch en gezond gewichtsverlies is en hoe je kunt bepalen of je te zwaar bent.

Afvallen om lekkerder in je vel te zitten

Misschien wil je aan de slag met afvallen omdat je wat slanker wilt zijn. Bijvoorbeeld omdat je beter in je vel wilt zitten of omdat je meer keuze wilt hebben bij het uitzoeken van kleding. Of omdat je met meer zelfvertrouwen in de spiegel wilt kijken. Het kan zijn dat je je energieker wilt voelen en meer uithoudingsvermogen wilt hebben. Of misschien wil je gewoon lekkerder en gemakkelijker kunnen bewegen.

Wanneer moet je afvallen voor je gezondheid?

Stuk voor stuk prima redenen om kilo's te verliezen. Gezonder eten en leven is altijd een goed idee. Maar wanneer is het nu echt noodzakelijk om af te vallen? Een gezond gewicht betekent minder kans op gezondheidsklachten. Als je te zwaar bent en je valt af, dan wordt je lichaam gezonder. Hoe groter het overgewicht, hoe meer en ernstiger de problemen voor je gezondheid.

Hoe kun je bepalen of je te zwaar bent?

Dat kun je bepalen door je BMI te berekenen en je middelomtrek te meten. BMI staat voor Body Mass Index en dat helpt te bepalen of je een gezond gewicht hebt in relatie tot je lengte. Daarnaast moet je je taille-omtrek meten. Bij overgewicht is het namelijk belangrijk om te weten waar het vet zich bevindt. Veel vet rond de buik verhoogt bijvoorbeeld het risico op hart- en vaatziekten, terwijl veel vet rond de heupen of billen hier weinig invloed op heeft.

Tools om je BMI te berekenen

Je vindt een tool om je BMI te berekenen op de site van de Nederlandse Hartstichting en bij het Voedingscentrum. Je vult daarvoor je geslacht, leeftijd, lengte en gewicht in. Is je BMI lager dan 18.5, dan heb je ondergewicht. Een BMI vanaf 18.5 tot 25 is normaal. Een BMI vanaf 25 tot 30 betekent overgewicht. Een BMI hoger dan 30 is obesitas.

Met tools als deze van de Hartstichting bereken je makkelijk je BMI. Klik op de afbeelding om hem in het groot te openen.

Taille-omtrek of buikomvang

Meet je taille- of middelomtrek met een meetlint en trek dit niet te strak aan. Een gezonde omtrek is voor mannen minder dan 94 cm en voor vrouwen minder dan 80 cm. Een verhoogd risico op hart- en vaatziekten ligt voor mannen tussen de 94 en de 102 cm en voor vrouwen tussen de 80 en 88 cm. Daarboven is het risico zeer hoog.

Wat is obesitas?

Niet iedereen die te zwaar is, heeft meteen obesitas. De Obesitaskliniek omschrijft obesitas als 'een chronische ziekte, waarbij overmatig vet zich opstapelt in het lichaam wat kan leiden tot gezondheidsrisico’s'. Wie obesitas heeft, heeft meestal verschillende klachten. Gezondheidsklachten van iemand met obesitas kunnen lichamelijk zijn, maar ook geestelijk - denk aan depressiviteit, weinig zelfvertrouwen en een laag zelfbeeld. Ook een gebrek aan energie kan een klacht zijn.

Met obesitas loop je hoog risico op: verminderde longfunctie, slaapapneu, slechte cholesterolwaarden, vervette lever, galstenen, kanker, slijtage van de gewrichten (artrose), hart- en vaatziekten, diabetes type 2 (suikerziekte), verminderde vruchtbaarheid, continentie- en menstruatieproblemen, beroerte, depressie, angststoornis. De klachten check je op de site van de Obesitaskliniek. Herken je meerdere klachten, raadpleeg dan altijd je huisarts.

Een realistisch en gezond gewichtsverlies

Wil je aan de slag met afvallen? Veilig is om een halve kilo per week af te vallen. Verlies je meer dan een kilo gewicht per week, dan gaat je lichaam andere reserves aanspreken en verlies je spiermassa. En dat wil je niet hebben als je wilt afvallen. Want dan ga je je moe en futloos voelen en dat zorgt ervoor dat je moeilijker op gewicht blijft of afvalt. Jojo-gedrag ligt dan op de loer.

Verder is een handige tip om in een BMI-tool je streefgewicht in te vullen. Wordt de BMI te laag, dan is je streefgewicht dus te laag. Ga dan voor een hoger streefgewicht. Overigens is voor sommige mensen een gezonde BMI geen realistisch doel op de korte termijn, vooral wanneer je BMI 30 of meer is. Een gewichtsverlies van 5 tot 10 procent van je huidige lichaamsgewicht is dan een realistisch doel als eerste stap. 

De kans vergroten om je doel om af te vallen te behalen? Schakel de hulp in van een coach, diëtist of voedingsdeskundige. Laat je bij gezondheidsproblemen altijd adviseren door de huisarts.

Ook interessant voor jou: De beste weegschaal voor thuis: analoog, digitaal of slim.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.