ID.nl logo
Onze overheid gaat investeren in energieopslag: wat betekent dat?
© ER - ID.nl
Energie

Onze overheid gaat investeren in energieopslag: wat betekent dat?

Energie is de levensader van onze moderne samenleving. Het verwarmt onze huizen, drijft onze auto's aan en zorgt ervoor dat onze elektrische apparaten (blijven) werken. Maar hoe we energie opslaan en gebruiken, dat verandert snel. In dit artikel duiken we in het belang van energieopslag, de voordelen ervan en hoe de Nederlandse overheid zich inzet om de capaciteit van energieopslag in ons land te vergroten. 

Energieopslag is het proces van het opslaan van geproduceerde energie om deze later te gebruiken. Dat kan op verschillende manieren, zoals in de vorm van elektriciteit, moleculen (zoals gas en waterstof) en warmte. Deze vormen van energieopslag zijn essentieel om flexibiliteit te bieden in een energiesysteem dat steeds meer afhankelijk is van variabele energiebronnen, zoals zon en wind.

Waarom is energieopslag belangrijk?

Energieopslag speelt een cruciale rol in de overgang naar een duurzamere toekomst. Het stelt ons in staat om energie op te slaan als er een overschot is, bijvoorbeeld wanneer de zon schijnt of de wind waait, en deze energie te gebruiken als er minder aanbod is. Dat helpt om de betrouwbaarheid en efficiëntie van het energiesysteem te verbeteren.

Een ander belangrijk voordeel van energieopslag is dat het ons elektriciteitsnet ontlast. Door energie op te slaan, hoeft niet alle opgewekte elektriciteit in één keer op het net te worden gezet. En dat kan weer helpen om piekbelastingen te verminderen en de stabiliteit van het net te verbeteren.

Energieopslag kan ook zorgen voor strategische voorraden en leveringszekerheid. In tijden van hoge vraag of beperkt aanbod kan opgeslagen energie worden gebruikt om aan de vraag te voldoen en de energievoorziening te waarborgen.

©malp

Zo zou een opstelling van thuisbatterijen er in de toekomst uit kunnen zien.

De inzet van de Nederlandse overheid

De Nederlandse overheid erkent het belang van energieopslag en heeft een aantal stappen ondernomen om de capaciteit van energieopslag in Nederland te vergroten. Een van deze stappen is de zogeheten Routekaart Energieopslag, die de belangrijkste acties beschrijft om energieopslag te bevorderen, zowel op korte als lange termijn.

Een belangrijk onderdeel van deze inzet is de investering in de opslag van energie bij zonneparken. De overheid heeft besloten om 416,6 miljoen euro te reserveren voor de verplichting van opslag bij zonneparken. Daarnaast wordt er gekeken naar de mogelijkheid van energieopslag in regio's, buurten en huishoudens.

De overheid onderzoekt daarnaast nieuwe toepassingen en technieken, waaronder innovatieve technieken met een langere opslagduur, zoals Compressed Air Energy Storage (CAES), Liquid Air Energy Storage (LAES) en flowbatterijen. Voor de slimme aansluiting van elektrische auto's op het net, waarbij dubbel gebruik wordt gemaakt van de batterij (voor rijden en voor ondersteuning van het net), is met de Voorjaarsnota nog eens 403,8 miljoen euro gereserveerd (dus boven op het bedrag voor de verplichting van opslag bij zonneparken). Dat onze overheid ruim 820 miljoen investeert geeft wel aan dat het een serieuze aangelegenheid is.

Wat is de Routekaart Energieopslag? De Routekaart Energieopslag is een plan van de Nederlandse overheid om de capaciteit van energieopslag in Nederland te vergroten. Het beschrijft de belangrijkste acties die nodig zijn om energieopslag te bevorderen, zowel op korte als op lange termijn. Dit omvat investeringen in de opslag van energie bij zonneparken, onderzoek naar nieuwe toepassingen en technieken, en de ontwikkeling van een langetermijnvisie voor gasopslagen.

Moleculenopslag: gas en waterstof

Een ander belangrijk aspect van energieopslag is de opslag van moleculen, zoals gas en waterstof. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) zal samen met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) binnenkort een langetermijnvisie voor gasopslagen opstellen. Daarnaast wordt er beleid gemaakt voor nieuwe vormen van ondergrondse energieopslag en wordt er gekeken hoe financiële zekerheid voor opslag in ondergrondse zoutcavernes kan worden gegarandeerd. Er wordt bovendien een pilot ontwikkeld voor waterstofopslag in gasvelden. Met de voorjaarsnota is 125 miljoen euro gereserveerd om de financiële risico's van grootschalige waterstofopslag te dekken.

©Stock57

Als het aan onze overheid ligt, tanken we in de toekomst allemaal waterstof.

Warmteopslag: een belangrijke aanvulling

Warmteopslag is een belangrijke aanvulling op andere opslagtechnieken. Het speelt een cruciale rol in de warmtepiekvraag gedurende de winterperiode en kan bijvoorbeeld worden ingezet om overtollige elektriciteit om te zetten naar warmte. Om tot voldoende capaciteit te komen en warmteopslag voor eindgebruikers beter toegankelijk te maken, zijn innovaties en verdere opschaling nodig. EZK en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) werken samen om gemeentes en de industrie meer informatie te geven over de voordelen van warmteopslag.

Thuis energie opslaan?

Ondertussen wordt energieopslag thuis toegankelijker, wat huiseigenaren kan helpen om hun energieverbruik te optimaliseren en hun energierekening te verlagen. Een van de meest voor de hand liggende vormen van energieopslag thuis is een thuisbatterij, die overtollige energie van zonnepanelen opslaat voor later gebruik.

Wanneer de zonnepanelen meer energie produceren dan nodig is, wordt deze energie opgeslagen in de thuisbatterij in plaats van teruggevoerd naar het elektriciteitsnet. Wanneer de zonnepanelen niet genoeg energie produceren, bijvoorbeeld 's nachts of op bewolkte dagen, kan de opgeslagen energie in de thuisbatterij worden gebruikt. Een nadeel is dat deze batterijen nu nog enorm prijzig zijn, maar wellicht dat daar in de toekomst verandering in komt.

Een ander voorbeeld van energieopslag thuis is een warmtepomp met een ingebouwd thermisch opslagsysteem. Zo'n systeem kan overtollige energie gebruiken om warmte op te slaan, die vervolgens kan worden gebruikt om het huis te verwarmen wanneer dat nodig is. 

Elektrische auto's als energieopslag

Ook elektrische auto's (EV's) kunnen fungeren als mobiele energieopslagunits. Dit concept, bekend als Vehicle-to-Grid (V2G), maakt gebruik van de batterij van een elektrische auto om energie op te slaan en terug te leveren aan het net wanneer dat nodig is.

Als een EV is aangesloten op een oplaadpunt, kan die niet alleen energie uit het net halen om de batterij op te laden, maar kan die ook overtollige energie terugleveren aan het net. Dat kan erg nuttig zijn tijdens piekuren, wanneer de vraag naar elektriciteit hoog is. De auto kan energie juist opslaan tijdens daluren, wanneer de vraag naar elektriciteit laag is en de energieprijzen vaak lager zijn.

Het gebruik van EV's als energieopslag kan helpen om het elektriciteitsnet te stabiliseren en netcongestie (zie kader hieronder) te verminderen. Het kan huiseigenaren bovendien de mogelijkheid bieden om hun energiekosten te verlagen door energie aan het net te verkopen wanneer de prijzen hoog zijn.

De Nederlandse overheid erkent het potentieel van V2G. Dit toont de toewijding van de overheid om innovatieve oplossingen te onderzoeken en te implementeren om de capaciteit van energieopslag in Nederland te vergroten en de overgang naar een duurzamere toekomst te bevorderen.

Netcongestie en de heilige balans tussen vraag en aanbod Netcongestie is een term die wordt gebruikt om een situatie te beschrijven waarin het elektriciteitsnetwerk niet in staat is om alle elektriciteit die wordt geproduceerd of gevraagd, te transporteren. Dat kan gebeuren als er een piek is in de vraag naar elektriciteit of als er een overschot aan elektriciteit wordt geproduceerd, bijvoorbeeld door zonnepanelen of windturbines.

Netcongestie kan leiden tot instabiliteit in het elektriciteitsnetwerk en kan in sommige gevallen zelfs leiden tot stroomuitval. Het kan ook de efficiëntie van het elektriciteitsnetwerk verminderen en de kosten voor het beheer en onderhoud van het netwerk verhogen.

Energieopslag kan een belangrijke rol spelen bij het beheersen van netcongestie. Door overtollige energie op te slaan in plaats van deze terug te voeren naar het net, kan energieopslag helpen om piekbelastingen te verminderen en de stabiliteit van het netwerk te verbeteren. Bovendien kan het de efficiëntie van het elektriciteitsnetwerk verbeteren door de energieproductie en -consumptie beter op elkaar af te stemmen.

Laadpaal laten installeren?

Snel een offerte aanvragen doe je via onze zustersite Kieskeurig.nl!

Wil jij jouw huis verduurzamen?

Vraag een offerte aan voor thuisbatterij:

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.