ID.nl logo
Kunnen we wel zonder Groningen-aardgas?
© jackie2k - stock.adobe.com
Energie

Kunnen we wel zonder Groningen-aardgas?

De Nederlandse regering heeft aangekondigd om de gasvelden in Groningen al op 1 oktober dit jaar te sluiten. Eerder had Den Haag oktober 2024 vooropgesteld als sluitingsdatum, maar de kraan wordt dus een jaar eerder dichtgedraaid. Wat betekent dat en welke gevolgen heeft dat voor de consument wiens apparaten op de specifieke eigenschappen van het Groningse gas zijn afgestemd?

In dit artikel leggen we het verschil uit tussen H-gas en L-gas, en wat de oplossingen in Nederland en België zijn nu er heel binnenkort geen Groningen-gas meer is. Deze oplossingen zijn totaal verschillend en in welke mate merk je daar als klant iets van?

Ook interessant: Waterstof: de energie van de toekomst?

Sneller dan gedacht komt er een eind aan 60 jaar gaswinning in Nederland en een belangrijke bron van aardgas voor een groot deel van West-Europa. Als reactie op deze beslissing sprongen de Europese gasprijzen zo’n 20 procent omhoog en valt er een alternatief voor het Russische gas weg. De gasputten worden nog niet allemaal ontmanteld, zodat in geval van nood toch opnieuw gas kan worden gewonnen. 

©Robert Hoetink

Adieu Groningen-gas

Bovendien betekent het ook het einde van de rechtstreekse winning van een aardgaskwaliteit waarop alle gastoestellen van Nederland en veel gastoestellen in België zijn ingesteld. Die specifieke gaskwaliteit kennen we onder de naam ‘Groningen-gas’. Toch is er geen reden tot ongerustheid, al is de oplossing die Nederland voorziet helemaal anders dan die van haar zuiderburen. Om de oplossingen en de gevolgen voor de consument beter te begrijpen, moeten we eerst de twee verschillende kwaliteiten van aardgas toelichten.  

Fossiel

Aardgas ontstaat uit restanten van heel oud organisch materiaal (fossielen), zeg maar planten of dieren. Vandaar de term ‘fossiele brandstof.’ Het is een gasmengel dat hoofdzakelijk bestaat uit methaan, stikstof en ethaan. In Nederland en op de Noordzee boort men 3 tot 4 kilometer diep om aardgas te winnen. Wanneer aardgas wordt bovengehaald is dat brandbaar, kleurloos en zelfs reukloos. De typische, indringende geur waaraan we aardgas herkennen, is afkomstig van een geurproduct dat men uit veiligheidsoverwegingen aan het gas toevoegt. Op die manier zijn we in staat om een gaslek te ruiken.

Het Groningen-gas wordt sneller afgebouwd dan aanvankelijk gepland. | Illustratie: Gasunie

H-gas versus L-gas

Het ene aardgas is het andere niet. In Nederland en België kennen we twee kwaliteiten van aardgas: hoogcalorisch gas (H-gas) en laagcalorisch gas (L-gas). Dat laatste noemen we ook wel Groningen-gas. Het L-gas komt inderdaad uit een reusachtig gasveld uit Slochteren. Toen dat gas eind jaren vijftig werd ontdekt en de winning begin jaren zestig werd uitgerold, werd dit L-gas de standaard voor gasfornuizen en cv-ketels in Nederland en deels in de ons omringende landen. Ook tuinbouw en industrie maken gebruik van dit gas.

Het grote verschil tussen L-gas en H-gas zit hem in het hogere stikstofgehalte van L-gas. Er zit relatief veel onbrandbare stikstof (14 procent) in Groningen-gas. H-gas bevat dus minder stikstof, maar meer methaan. Hierdoor is de calorische waarde van L-gas lager dan die van H-gas. De verbranding levert dus minder energie op. Tenslotte is de druk voor het transport van L-gas (25 mbar) hoger dan voor H-gas. Om in hetzelfde gebied zowel L-gas en H-gas te verdelen, zijn er dus gescheiden leidingnetwerken nodig.

Gasunie

In Nederland is de Gasunie (voluit de Gasunie Transport Services, of GTS) de eigenaar van het landelijke gasnetwerk. De Gasunie zorgt dat al het aardgas in de juiste mix naar de juiste plek gaat. Dat betekent dat 60 procent in de vorm van hoogcalorisch gas naar de industrie in binnen- en buitenland vertrekt, terwijl 40 procent als laagcalorisch Groningen-gas naar midden- en kleinverbruik gaat.

Omdat er steeds minder en uiteindelijk geen L-gas meer wordt geproduceerd, zal de Gasunie dat ondervangen door H-gas te importeren en daar de kwaliteit van aan te passen. In Nederland gaat er dus een kwaliteitsconversie plaatsvinden waarbij men H-gas omzet naar L-gas. In België gaat men voluit voor H-gas en past men indien nodig de betreffende apparaten aan. 

Stikstoffabrieken voor pseudo-Groningen-gas

Om de kwaliteitsconversie uit te voeren, heeft de Gasunie vier installaties verspreid over het land ingericht: Zuidbroek, Ommen, Pernis en Wieringermeer. Ze zullen de kwaliteit van het geïmporteerde hoogcalorische gas verlagen tot die van L-gas. Met deze vier installaties haalt men de stikstof uit gewone lucht en voegt men die toe aan het hoogcalorische gas.

Het resultaat is laagcalorisch gas waarvan de kwaliteit overeenkomt met Groningen-gas. Op die manier produceert zo’n installatie pseudo-Groningen-gas dat geschikt is voor de cv en huishoudelijke kookapparaten. Het is de bedoeling dat de Nederlandse consument tijdens het gebruik niets van die conversie merkt. 

©Sander van der Werf

De nieuwe stikstoffabriek in Zuidbroek om laagcalorisch gas te produceren. 

ONSCHULDIGE STIKSTOF Stikstof heeft de afgelopen jaren een bedenkelijke reputatie opgelopen: denk maar aan de term ‘stikstofcrisis’. Voor alle duidelijkheid, de stikstof die in deze enorme installaties wordt geproduceerd heeft niets te maken met de stikstof die men associeert met milieuproblemen. Onze lucht bestaat voor 78 procent uit stikstof, of N₂. Dit kleur- en reukloze gas is niet schadelijk voor mens en milieu. Chemische verbindingen met stikstof kunnen echter wel schadelijk zijn. Dan hebben we het over bijvoorbeeld stikstofoxiden of ammoniak. Stikstofoxiden (NOₓ) komen vooral in de lucht terecht door uitlaatgassen en de uitstoot van industrie. Ammoniak (NH₃) is voornamelijk afkomstig van dieren in de veeteelt. Slechts een klein deel komt uit overige bronnen, zoals industrie, de bouw en het verkeer.

Aan het hoogcalorische gas wordt extra stikstof toegevoegd om laagcalorische kwaliteit te verkrijgen. | Illustratie: Gasunie

Vloeibaar gas

Het H-gas dat Nederland voor haar kwaliteitsconversie importeert, komt binnen als LNG (liquefied natural gas). Dat vloeibaar gemaakte aardgas wordt getransporteerd en opgeslagen bij een temperatuur van -162 graden Celsius. Het volume van LNG is 600 maal kleiner dan van aardgas bij een normale temperatuur en normale druk. Dus 1 liter LNG levert 0,6m³ aardgas op. Zodra LNG weer aardgas is geworden, pompt de terminal het in het Nederlandse gastransportnet en gaat het op weg naar de eindgebruiker.

©aerial-drone - stock.adobe.com

H-gas komt via een tanker binnen in de vorm van LNG.

België gaat voor H-gas

In België volgt men de omgekeerde oplossing. De omschakeling begon daar in 2018 en loopt door tot 2024. Hier stapt men resoluut over van L-gas naar H-gas, en daarom heeft men dus geen stikstoffabrieken nodig. Stapsgewijs wordt in de zomerperiode een groep gebruikers gecontacteerd. De omschakelingscampagne betreft 1,6 miljoen particulieren en bedrijven. Dat betekent dat hun verwarmingsketels, boilers, fornuizen, kachels, kookplaten, convectoren en sierhaarden worden nagekeken door een erkend technicus. Toestellen die dateren van na 1978 zijn over het algemeen compatibel met rijk gas en kunnen met een eenvoudige aanpassing goed en veilig blijven werken. Oudere toestellen zullen vervangen moeten worden. In de meeste gevallen wordt die controle gedaan tijdens de verplichte tweejaarlijkse controle van de verwarmingsketel.  

Zelfde factuur

Wat Nederland en België gemeen hebben, is dat er op de factuur voor de consument niets verandert. Je leest daar wel hoeveel kubieke meter gas je verbruikt, maar je betaalt per eenheid energie in kWh en niet per kubieke meter gas. Als je dus evenveel energie verbruikt, betaal je hetzelfde bedrag als vóór de omschakeling.

Wil jij jouw huis verduurzamen?

Vraag een offerte aan voor verduurzaming:

▼ Volgende artikel
Pushnotificaties vanaf je thuisserver: zo werkt ntfy
© ID.nl
Huis

Pushnotificaties vanaf je thuisserver: zo werkt ntfy

Als je services op je eigen thuisserver draait, wil je daar ook eenvoudig meldingen van kunnen ontvangen. Ntfy stelt je in staat om eenvoudig pushnotificaties naar je telefoon of computer te sturen. Bovendien kun je ntfy op je eigen thuisserver draaien, zodat je alles in eigen handen hebt. In dit artikel gaan we ermee aan de slag.

Dit gaan we doen

In dit artikel zetten we een ntfy-server op die je zelf beheert. We regelen eerst de randvoorwaarden: hoe je server van buitenaf bereikbaar wordt (bijvoorbeeld via vpn of portforwarding) en hoe je https netjes afhandelt met een reverse proxy en een certificaat van Let's Encrypt. Daarna bouwen we de basis: configuratiebestand, opslagmappen en een draaiende container met Docker.

Vervolgens maken we gebruikers en rechten aan, zodat niet iedereen zomaar kan publiceren of meelezen. Je test met de webinterface en met de mobiele app, zodat je zeker weet dat meldingen ook echt binnenkomen. Tot slot koppel je ntfy aan je eigen tools: eerst met een simpele curl-oproep vanuit een shellscript, daarna met extra's zoals titel, prioriteit en tags. Als je wilt, breid je dat uit naar meldingen met bijlagen, acties (doorklikken naar een url) en integratie vanuit Python. 

Lees ook: Je oude Windows-pc als thuisserver: zo zet je Jellyfin en Syncthing op

Netwerkmonitoringsoftware, een programma dat je Docker-containers bijwerkt, een smarthomecontroller, back-upsoftware, ze hebben allemaal één ding gemeen: ze moeten je meldingen kunnen sturen als er iets gebeurt. Dat kan op verschillende manieren: via e-mail, instant messaging of pushnotificaties naar je telefoon. Dat laatste verloopt doorgaans via een gecentraliseerde dienst zoals Firebase Cloud Messaging (voorheen Google Cloud Messaging) of Apple Push Notification service.

Pushnotificaties zijn handig omdat ze bijna onmiddellijk aankomen en omdat zowel Android als iOS toestaan om in te stellen hoe je ervan op de hoogte wordt gebracht. Wil je pushnotificaties kunnen ontvangen zonder een server onder controle van een partij zoals Google of Apple, dan moet je ook hiervoor je eigen service installeren. Een opensource-project dat dit implementeert, is ntfy.

Werking van ntfy

Je ntfy-server ontvangt meldingen van je programma's via http over een REST-API en zet deze om in pushnotificaties voor de bijbehorende Android- of iOS-app of voor een webpagina op je computer. De API is in de documentatie van het project beschreven, zodat je ook je eigen software met ntfy kunt laten praten. Het project heeft ook een command-line-interface, zodat je bijvoorbeeld shellscripts op je Linux-server eenvoudig pushnotificaties kunt laten verzenden.

Ntfy gebruikt het bekende publish/subscribe-patroon. Een zender publiceert notificaties op een specifiek onderwerp door data te sturen naar een url via een http POST- of PUT-aanvraag. Het onderwerp wordt gedefinieerd door een segment van de url dat volgt op de domeinnaam. Een ontvanger kan zich dan abonneren op dit onderwerp. Elke keer dat de zender daarna een notificatie op dit onderwerp publiceert, stuurt ntfy de data naar alle ontvangers die zich op dit onderwerp hebben geabonneerd. Door ntfy op je eigen server te installeren, heb je de volledige controle over deze notificaties.

Met ntfy kun je services pushnotificaties laten verzenden naar je telefoon of computer.

Serververeisten

De mobiele app van ntfy moet met je server kunnen communiceren om te vragen of er notificaties zijn. Als je ntfy op een server in je lokale netwerk installeert, moet die dus van buitenaf bereikbaar zijn. Dat kun je met portforwarding in je modem regelen of door je telefoon buitenshuis automatisch met een VPN-server op je lokale netwerk te laten verbinden. Heeft je internetaansluiting thuis geen vast ip-adres, dan moet je ook een DynDNS-updater te draaien.

Een andere optie is om ntfy op een VPS (Virtual Private Server) te installeren. Hierop draai je dan ook een reverse proxy voor https-toegang, die een TLS-certificaat van Let's Encrypt opvraagt. Je hebt dan een domein nodig, waarvoor je een DNS A-record naar het ip-adres van je server laat verwijzen. In de rest van dit artikel gaan we uit van een installatie van ntfy op een lokale server met Debian 13 ("trixie") met behulp van Docker Compose.

Basisconfiguratie

Creëer eerst enkele directory's voor ntfy:

$ mkdir -p containers/ntfy/{cache,etc,lib}

Creëer dan het bestand containers/ntfy/etc/server.yml met de volgende configuratie voor ntfy:

base-url: "https://ntfy.example.com"

cache-file: "/var/cache/ntfy/cache.db"

attachment-cache-dir: "/var/cache/ntfy/attachments"

auth-file: "/var/lib/ntfy/user.db"

auth-default-access: "deny-all"

Vervang het domein achter base-url door het domein waarop je ntfy-server draait. Als je gebruikmaakt van een reverse proxy, dan moet dit de url zijn die door de proxy naar ntfy wordt doorgestuurd. Bovendien moet je dan ook een regel behind-proxy: true toevoegen. In de documentatie van ntfy staan voorbeeldconfiguraties voor nginx, Apache2 en Caddy.

Met auth-default-access: "deny-all" tot slot heeft standaard niemand toegang tot onderwerpen. Elke toegang moet dus expliciet worden toegestaan.

Account bij ntfy.sh

De ontwikkelaar van ntfy draait een publiek beschikbare ntfy-server op ntfy.sh. De webinterface daarvan is bereikbaar op https://ntfy.sh/app. Die kun je gratis gebruiken, bijvoorbeeld om ntfy uit te proberen, maar dat komt met beperkingen. Zo kun je geen onderwerpen reserveren en is er een maximum van 250 notificaties per dag en 2 MB per bijlage. Verder is er geen enkele vorm van authenticatie. De enige manier van beveiliging ligt dus in het geheimhouden van je onderwerpen. Die beperkingen heb je niet als je ntfy zelf installeert. Maar als je liever niet zelf een installatie onderhoudt, kun je een betaald plan nemen. Daarmee ondersteun je ook de ontwikkeling van het opensource-project. Dat begint met een Supporter-plan van 5 dollar per maand (circa 5 euro), waarmee je drie onderwerpen kunt reserveren en 2.500 notificaties mag sturen met maximum 25 MB per bijlage.

Betaal voor gebruik van de publieke ntfy-server en ondersteuning van het opensource-project.

Docker Compose

Definieer nu de container in het bestand docker-compose.yaml:

services:

  ntfy:

    image: binwiederhier/ntfy

    container_name: ntfy

    command: serve

    restart: always

    environment:

      - TZ=Europe/Amsterdam

    volumes:

      - ./containers/ntfy/cache:/var/cache/ntfy

      - ./containers/ntfy/etc:/etc/ntfy

      - ./containers/ntfy/lib:/var/lib/ntfy

    ports:

      - 80:80

Ga je voor de aanpak met een reverse proxy, dan definieer je in ditzelfde bestand ook een container voor die reverse proxy.

Start daarna de container met:

$ docker-compose up -d

Als alles goed gaat, is de webinterface van ntfy daarna bereikbaar op het ingestelde domein of ip-adres. Bovenaan links zie je een melding Notifications are disabled. Klik op Grant now om notificaties in je webbrowser toe te staan, en bevestig dit daarna in het dialoogvenster dat je webbrowser toont.

Sta notificaties in je webbrowser toe.

Lees ook: Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer

Notificaties testen

Omdat je ntfy zo geconfigureerd hebt dat alle toegang standaard wordt geblokkeerd, kun je nog niets doen in de webinterface. Je dient dus eerst gebruikers aan te maken en die de toelating te geven om op specifieke onderwerpen te publiceren of zich te abonneren. Open daarvoor een shell in de container van ntfy met de opdracht docker exec -ti ntfy /bin/sh. Als je daarna ntfy user list intypt, krijg je te zien dat anonieme, niet geauthenticeerde gebruikers geen enkele permissies hebben. Met de opdracht ntfy user add --role=admin admin voeg je dan een admin-gebruiker met de naam admin toe. Gebruikers met de rol admin kunnen op alle onderwerpen publiceren en zich erop abonneren. Geef de gebruiker een wachtwoord en bevestig.

Klik nu in de webinterface van ntfy links op Settings en dan onder Manage users op Add user. Vul de url van je ntfy-server in, de gebruikersnaam admin en het wachtwoord dat je zojuist hebt ingesteld. Klik dan links op Subscribe to topic. Kies een naam of klik op Generate name om ntfy een willekeurige naam te laten kiezen en abonneer je dan op het onderwerp met Subscribe. Klik dan op Publish notification en vul hetzelfde onderwerp in. Voer ook een titel en een bericht voor je notificatie in en klik op Send. Als alles goed gaat, verschijnt je testbericht nu in een 'conversatie' met de naam van het onderwerp, en wijst je webbrowser je op een notificatie.

Publiceer notificaties in je webbrowser.

Gebruikersrechten

De webapplicatie is leuk voor een test, maar een mobiele app is vaak handiger. De app van Ntfy voor Android en iOS stelt je in staat om op je telefoon je te abonneren op onderwerpen (publiceren is niet mogelijk) en daarvoor notificaties te ontvangen. Als je de Android-app via F-Droid installeert, is dat zonder ondersteuning voor Firebase; de versie op Google Play gebruikt wél de servers van Google. Je maakt voor je app bij voorkeur een gebruiker aan die alle onderwerpen alleen kan lezen. Dat doe je weer in de shell van de container van ntfy met ntfy user add android om de gebruiker android aan te maken (voer een wachtwoord in) en dan ntfy access android "*" read-only voor de leesrechten.

Open daarna de Android-app en tik op de drie stippen rechtsboven. Kies Settings en stel dan Default server in op het domein van je ntfy-server. Tik daarna op Manage users en Add new user en vul de url van je ntfy-server in, de gebruikersnaam android en het bijbehorende wachtwoord. Tik dan op Add user. Keer dan terug naar het hoofdscherm van de app en klik op het plusicoontje rechtsonder. Voer het onderwerp in dat je tijdens de test in stap 5 hebt gebruikt en tik op Subscribe om je erop te abonneren. Vanaf nu zal de app voor elk ontvangen bericht op dit onderwerp een notificatie tonen. Je krijgt zelfs de al verzonden berichten te zien. Overigens toont de app twee waarschuwingen. Voor betrouwbare notificaties volg je de suggesties om batterijoptimalisaties uit te schakelen en naar WebSockets over te schakelen in plaats van een http-stream.

De Android-app ontvangt een notificatie voor elk bericht dat op een geabonneerd onderwerp wordt verstuurd.

Shellscripts

Nu je hebt getest dat je ntfy-server werkt, is het tijd om je eigen services notificaties te laten uitsturen. Hoe je dat precies configureert, hangt van de service af. Maar je zult altijd eerst een gebruiker met schrijfpermissies voor een specifiek onderwerp moeten aanmaken. Voor een back-upproces dat je op de hoogte moet houden van de status van je back-ups, maak je bijvoorbeeld een gebruiker aan met de opdracht ntfy user add backup in de container van ntfy. Geef die dan schrijfrechten op het onderwerp backup met ntfy access backup backup write-only.

Het publiceren van een bericht op een specifiek onderwerp behelst niet meer dan het sturen van een http POST-aanvraag naar de webserver. Dat kan bijvoorbeeld in een shellscript op je Linux-server met de opdracht curl:

curl -u backup:password -d "Backup successful" ntfy.example.com/backup

Als je in de ntfy-app op je telefoon je op dit onderwerp abonneert, ontvang je deze notificatie nadat het back-upscript is uitgevoerd. Op deze manier is het heel eenvoudig om je eigen shellscripts notificaties te laten verzenden.

Berichten met extra's

Ntfy ondersteunt talloze extra functies om je berichten te laten opvallen of om hun gedrag aan te passen. Je gebruikt deze allemaal door een http-header aan je aanvraag toe te voegen. Zo kun je aan de notificaties van je back-upscript een titel, prioriteit en tags toevoegen. De tags worden als pictogrammen getoond door de mobiele app. Een voorbeeld:

curl -u backup:password -H "Title: Backup failure" -H "Priority: urgent" -H "Tags: warning,skull" -d "Backup unsuccessful" ntfy.example.com/backup

Als de Android-app een bericht met standaardprioriteit ontvangt, doet ze je telefoon kort vibreren en speelt ze een kort geluidje af. Door de prioriteit op urgent te zetten, wordt het standaardnotificatiegeluidje vergezeld van een langer getril van je telefoon, waardoor je onmiddellijk merkt dat dit dringend je aandacht vereist.

Een ntfy-bericht met een titel, prioriteit en pictogrammen.

Plaatjes en lay-out

Ntfy kan ook plaatjes sturen, bijvoorbeeld een foto van een ip-camera die beweging detecteert, maar niet in combinatie met een tekstbericht. Om een bestand naar ntfy te uploaden met curl in een http PUT-aanvraag gebruik je de optie -T en de bestandsnaam. Met de header Filename voeg je de bestandsnaam toe die de ntfy-app je moet tonen. Dat ziet er dan als volgt uit:

curl -u admin:password -T foto.jpg -H "Filename: beweging.jpg" -H "Title: Beweging voordeur" -H "Tags: boom" ntfy.example.com/beweging

Als je een tekstbericht als Markdown opmaakt, kun je wel plaatjes in een tekst opnemen, maar dan moet je naar het bestand linken. Alleen ntfy's webinterface ondersteunt dit; de mobiele app toont gewoon de Markdown-brontekst. Een Markdown-bericht stuur je door de header Markdown: yes of Content-Type: text/markdown aan je http POST-aanvraag toe te voegen. Ntfy ondersteunt overigens alleen beperkte Markdown-functies, zoals vette en schuine tekst, lijsten, links en afbeeldingen.

Je services kunnen ook plaatjes naar ntfy sturen.

Acties

Je ontvangt de notificaties van ntfy in de app in een 'conversatie' per onderwerp. Wanneer je op een notificatie tikt, kopieert dit standaard gewoon de tekst van het bericht naar het klembord. Als je de header Click: URL toevoegt, opent de app die url wanneer je op de notificatie tikt. Zo kun je in een notificatie van je back-upscript bijvoorbeeld een link naar de webinterface van je back-upserver opnemen om het gemelde probleem snel te onderzoeken.

Je kunt ook tot drie 'actieknoppen' definiëren, die dan onderaan een notificatie verschijnen. Door op een van die knoppen te tikken, open je een website of app, activeer je een Android broadcast intent waarop andere apps dan weer kunnen reageren, of zend je een http POST-, PUT- of GET-aanvraag. De manier om dit alles te definiëren is wat omslachtig, maar wordt volledig in de documentatie van ntfy uitgelegd.

Klik op een van de knoppen van het bericht in ntfy om een actie uit te voeren.

Python-code

Curl is natuurlijk niet de enige tool waarmee je notificaties naar je ntfy-server kunt sturen. Sommige tools bieden rechtstreeks ondersteuning voor notificaties via ntfy. Dan hoef je alleen maar het domein van je server, het onderwerp, de gebruikersnaam en het bijbehorende wachtwoord in te vullen. Maar ook in je eigen Python-scripts kun je eenvoudig ondersteuning voor ntfy inbouwen. Dat gaat via het pakket Requests, waarmee je http POST-aanvragen naar de server stuurt. Een eenvoudig voorbeeld ziet er als volgt uit:

import requests

requests.post("http://ntfy.example.com/backup",

    data="Backup unsuccessful",

    headers={

        "Authorization": "Basic Z2VicnVpa2Vyc25hYW06d2FjaHR3b29yZA==",

        "Title": "Backup failure",

        "Priority": "urgent",

        "Tags": "warning,skull"

    })

Met de header Authorization stel je http Basic-authenticatie in. De tekenreeks die na Basic komt, is een Base64-codering van de gebruikersnaam en het wachtwoord met een dubbele punt ertussen. Je creëert die codering op je Linux-systeem met de opdracht echo "Basic $(echo -n 'gebruikersnaam:wachtwoord' | base64)".

Sssssssssschattig

Speciaal voor de kleinste Python-fans

En verder

Ntfy biedt een betrouwbare manier om notificaties van allerlei services te centraliseren, terwijl je zelf de volledige controle behoudt. Het programma blinkt uit in flexibiliteit om het overal in te integreren. Als een service bijvoorbeeld geen http POST-aanvragen ondersteunt, kun je ook http GET-aanvragen doen. En als een service je niet de mogelijkheid geeft om de headers aan te passen, laat ntfy je toe om de berichten inclusief headers in JSON-formaat door te sturen. En als een service webhooks ondersteunt maar daarvoor zijn eigen JSON-formaat gebruikt, kan ntfy die met berichtsjablonen omzetten naar leesbare berichten.

Ook via e-mail is ntfy te integreren. Je kunt bijvoorbeeld berichten die op je ntfy-server aankomen automatisch laten doorsturen naar een SMTP-server om ze ook als e-mail te ontvangen. Maar ook de andere richting is voorzien: ntfy kan dan zelf een ingebouwde SMTP-server draaien, handig voor services die alleen maar notificaties via e-mail ondersteunen. Elk onderwerp op de ntfy-server heeft dan een bijbehorend e-mailadres op je domein. De service hoeft dan alleen maar een e-mail naar dat adres te sturen om berichten op dat onderwerp te publiceren op je ntfy-server. Deze en andere geavanceerde functies zijn uitgebreid gedocumenteerd op de website van ntfy.

De documentatie van ntfy is uitgebreid en praktisch. 

▼ Volgende artikel
Nieuwe FromSoftware-game The Duskbloods komt echt alleen naar Switch 2
Huis

Nieuwe FromSoftware-game The Duskbloods komt echt alleen naar Switch 2

The Duskbloods, de nieuwe game van Elden Ring- en Dark Souls-ontwikkelaar FromSoftware, zal echt alleen op Nintendo Switch 2 uitkomen.

Dat heeft de ontwikkelaar benadrukt bij het bekendmaken van zijn kwartaalcijfers (via VGC). Daarbij werd ook nog eens benadrukt dat The Duskbloods nog altijd gepland staat om ergens dit jaar uit te komen, net zoals de Switch 2-versie van Elden Ring.

Over de exclusieve Switch 2-release van The Duskbloods: "Het wordt verkocht via een samenwerking met Nintendo, met verkoopverantwoordelijkheden verdeeld per regio. De game komt alleen voor Nintendo Switch 2 beschikbaar." Daarmee is dus duidelijk gemaakt dat Nintendo een nauwe samenwerking met FromSoftware is aangegaan voor de game en dat het spel niet zomaar op andere platforms uit zal komen.

Over The Duskbloods

The Duskbloods werd begin vorig jaar aangekondigd in een speciale Nintendo Direct waarin de eerste Switch 2-games werden getoond, maar sindsdien zijn er geen nieuwe beelden van het spel uitgebracht. Zoals gezegd is de game ontwikkeld door FromSoftware, het Japanse bedrijf dat naam voor zichzelf heeft gemaakt met enorm uitdagende spellen, waaronder de Dark Souls-serie en Bloodborne. Met de openwereldgame Elden Ring scoorde de ontwikkelaar enkele jaren geleden nog een megahit.

Watch on YouTube

The Duskbloods wordt een PvPvE-game, waarbij spelers het dus tegen elkaar en tegen computergestuurde vijanden opnemen. Maximaal acht spelers doen aan potjes mee. Na het kiezen van een personage in een hub-gebied wordt men naar een gebied getransporteerd waar er met andere spelers en vijanden gevochten wordt, al kan men soms ook samenwerken om vijanden te verslaan.

Spelers besturen een 'Bloodsworn', wezens die dankzij een speciaal bloed dat in hun lichaam zit meer krachten tot hun beschikking hebben dan reguliere mensen. Ondertussen is het einde van de mensheid nabij, en bestaat de wereld uit verschillende tijdperken, wat voor een mengelmoes van stijlen zorgt.