ID.nl logo
Slimme sturing warmtepomp bespaart bij dynamisch stroomtarief
© Andreas Prott - stock.adobe.com
Energie

Slimme sturing warmtepomp bespaart bij dynamisch stroomtarief

In de toekomst zal de prijs van energie steeds scherper en sneller worden afgestemd op vraag en aanbod. Zeker nu het aandeel hernieuwbare energie steeds belangrijker wordt. Is er veel wind en zon, dan zal de prijs door het overschot aan energie zakken, terwijl de prijs per kWh bij weinig zon en wind juist zal toenemen. Energieleveranciers publiceren dagelijks de prijzen voor energie voor de komende tijdsblokken. Door de warmtepomp rekening te laten houden met deze informatie, kun je flink geld besparen als je een dynamisch energiecontract hebt.

Met een warmtepompcontroller kun je optimaal gebruikmaken van de energieprijzen die in de loop van de dag sterk uiteen kunnen lopen. Daar kun je handig gebruik van maken als je een dynamisch energiecontract hebt.

Ook interessant: Haal meer uit je warmtepomp met de juiste instellingen

Vast, variabel en dynamisch

Bij een vast of een variabel contract liggen de prijzen voor gas en elektriciteit voor een bepaalde tijd vast. Bij een vast contract is dat voor een lange looptijd en bij een variabel contract kunnen de prijzen bijvoorbeeld elke maand wijzigen. Bij een dynamisch energiecontract verandert de stroomprijs zelfs elk uur.

Die prijzen worden een dag van tevoren vastgelegd en als je dat weet, kun je berekenen wat voor jou de beste tijd is om bijvoorbeeld de wasmachine aan te zetten. Natuurlijk wil je je leven niet op die manier regelen. Je moet wel heel fanatiek prijsbewust zijn om ‘s nachts om drie uur een wasje te draaien omdat dan de stroomprijs negatief zou zijn. Het kan inderdaad gebeuren dat er een negatieve energieprijs is waardoor je niet hoeft te betalen en zelfs geld terugkrijgt omdat je stroom afneemt. En tijdens de uren dat er weinig vraag naar energie is, betaal je minder. 

Dynamisch betekent niet razend onvoorspelbaar

Bij een dynamisch energiecontract varieert de prijs voor elektriciteit en/of gas op basis van marktfluctuaties. Je betaalt dus de werkelijke marktprijs van het moment. Dat betekent dat de dynamische prijsstelling onvoorspelbaar kan zijn, maar over het algemeen valt die onvoorspelbaarheid nogal mee. In dit artikel richten we ons op de warmtepompcontroller, een technologie die het verbruik van de warmtepomp afstemt op de interessantste energieprijzen in de loop van de dag, zodat je nog minder bang hoeft te zijn voor onvoorspelbaar gedrag.  

Maximaal zelfverbruik Niet alleen om de dynamisch energieprijzen te volgen is zo’n controller interessant. De regelaar volgt ook de productie van de eigen zonnepanelen. Heb je zonnepanelen, dan gebruik je een deel van de energie zelf. De rest lever je terug aan het energienet. De controller zorgt dat je zo veel mogelijk zelf verbruikt en dat wordt in de toekomst steeds belangrijker. Volgens de huidige salderingsregeling trekt de energieleverancier het deel dat je teruglevert aan het net van jouw energierekening af. Dat kan nog in 2024, maar sinds 1 januari wordt die salderingsregeling al geleidelijk afgebouwd. In 2025 en 2026 mag je nog maar 64 procent salderen, daarna wordt de salderingsregeling jaarlijks met 9 procent verminderd. Dat betekent dat het in 2031 niet langer mogelijk is om de geïnjecteerde stroom te salderen.

Warmtepomp met Smart Price Adaption 

Er zijn warmtepompen die al zijn voorzien van zo’n controller. Warmtepompen met een Smart Price Adaptation-functie kunnen autonoom overweg met deze fluctuerende energieprijzen. Deze functie wordt op dit moment onder verschillende namen aangeboden, zoals Smart Price Adaption (SPA), Smart Energy Management (SEM), Smart Grid Price Solution en Smart Grid Control.

Bij NIBE zijn de meeste warmtepompen uitgerust met SPA. Zo’n warmtepomp anticipeert weliswaar op de lagere energietarieven, maar hij zal er in de eerste plaats altijd voor zorgen dat de woning op gewenste temperatuur wordt gebracht en dat er voldoende warm water is op het juiste moment. Wanneer de prijs hoog is, moduleert de compressor terug of schakelt die zichzelf uit. Is de prijs laag, dan past de compressor zich aan en slaat hij deze extra warmte op in het verwarmingssysteem of de warmwaterboiler.

Tado warmtepompcontroller en energiebesparingsabonnement

Is de warmtepomp niet voorzien van SPA, dan bestaan er ook kleine externe controllers die je relatief gemakkelijk aansluit op deze verwarmingsbron. Tado komt met een warmtepompconnector, waardoor je de werking van de warmtepomp via de Tado-app kunt fijnregelen.

Naast de controller heb je ook een abonnement nodig op de service Balance. Balance peilt voortdurend de dynamische energietarieven en zorgt automatisch dat de kamers voorverwarmd zijn en dat de warmwater- en buffertanks op temperatuur zijn wanneer de energieprijzen laag zijn. Dankzij functies zoals geolocatie en slimme schema's gebruik je alleen energie wanneer het nodig is. Als gebruiker kun je Balance ook negeren en de bediening zelf overnemen, bijvoorbeeld als je eerder thuiskomt dan het vooraf ingestelde schema. 

©Tado

De Tado Heat Pump Connector is een klein maar slim apparaatje.

Zelf installeren

De connector kost 299 euro en bij aanschaf krijg je een jaar Balance gratis erbij. Daarna kost een abonnement 50 euro per jaar of 6 euro per maand. In de verpakking zit een draadloze ontvanger, een internet bridge en de accessoires om de controler aan te sluiten. Het apparaat is slechts 8 cm hoog, 14 cm breed en 2,6 cm diep. Deze warmtepompcontroller (of Heat Pump Connector, zoals hem Tado hem noemt) kun je zelf installeren. Volgens de website is er geen installateur voor nodig. Je volgt de online installatie-assistent om hem stap voor stap te monteren. 

De Tado Heat Pump Connector sluit je rechtstreeks aan op de warmtepomp of warmtepompboiler. (Afbeelding:

Ecosoft Smart Grid Controller

Ook de Ecosoft Smart Grid Controller 2 is zo’n slimme schakeleraar die het verbruik van een warmtepomp of warmtepompboiler afstemt op de schommelende energieprijzen. De SGC 2 haalt energieprijzen op via ethernet (of wifi) en maakt elke dag een planning met zogenaamde schakelmomenten. Daarbij houdt de SGC rekening met de elektriciteitsprijzen en andere belangrijke factoren, zoals de buitentemperatuur, het rendement van de warmtepomp en natuurlijk je eigen voorkeuren.

Ook hier regel je de werking via een smartphone-app. Combineer de SGC 2 met een relais om zonnepanelen te schakelen, om zo te voorkomen dat de zonnepanelen energie aan het net leveren op de uren waarop de energieprijs negatief is. De Ecosoft Smart Grid Controller kost 249,95 euro. Ook deze controller is geschikt voor zowel hybride als volledig elektrische warmtepompen, maar je moet uiteraard wel een dynamisch energiecontract hebben. 

©Ecosoft

Bij Ecosoft adviseert men om de aansluiting door een installateur te laten doen.

Tegelijk CO₂-besparend

Door de warmtepomp maximaal in te zetten als de stroom goedkoop is, maak je ook meer gebruik van groene stroom. De lage prijs is vaak het gevolg van een sterke energieproductie uit windmolens en zonnepanelen. Via zo’n controller maak je optimaal gebruik van groene stroom en vermijd je stroomconsumptie tijdens de piekuren, wanneer er grijze stroom wordt opgewekt om aan de grote vraag te voldoen. Vanuit dat standpunt is zo’n controller niet alleen economisch, maar ook ecologisch interessant. 

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.