ID.nl logo
Dit doet een energiecoach – en zo kun je een energiecoach vinden!
© Thapana_Studio - stock.adobe.com
Energie

Dit doet een energiecoach – en zo kun je een energiecoach vinden!

Wil je graag minder energie verbruiken maar weet je niet hoe? Schakel dan een energiecoach in. Dit zijn vrijwilligers die je niet alleen advies geven, maar je vaak meteen ook praktisch helpen, bijvoorbeeld met het aanbrengen van radiatorfolie of andere kleine energiebesparende maatregelen. Energiecoach Marion Bakker vertelt ons over haar werk.

In het kort:

💡Een energiecoach is een vrijwilliger die je helpt om energie te besparen. 💡Een bezoek van de energiecoach is gratis. 💡Er zijn verschillende manieren om een energiecoach te vinden.

Ook interessant voor jou: 23 tips om energie te besparen.

Wat is een energiecoach?

“Een energiecoach is een vrijwilliger die je kan helpen om zuiniger om te gaan met energie. Hij* komt bij je thuis om te kijken welke kleine energiebesparende maatregelen je kunt nemen. Daarbij kan het gaan om aanpassingen van je gedrag (bijvoorbeeld het licht uitdoen in kamers waar je niet bent) of praktische toepassingen, zoals tochtstrips aanbrengen of overstappen op ledlampen,” zegt Marion Bakker. Ze is energiecoach bij !Woon en komt wekelijks bij allerlei mensen over de vloer.
* Waar we ‘hij’ zeggen, bedoelen we natuurlijk ook ‘of zij’!

“Energiecoaches hebben een korte opleiding gehad en hebben allerlei tools tot hun beschikking, bijvoorbeeld een speciale app of checklists, kunnen ze je heel gericht helpen. Bovendien is er onderling ook veel contact. Ik zit bijvoorbeeld in een appgroep met honderd energiecoaches. We delen onderling kennis en als je ergens niet uitkomt, is er altijd wel iemand die het antwoord weet. Door de training en door het uitwisselen van kennis kunnen we mensen echt heel gericht helpen.”

💡 Een energiecoach is geen verduurzamingsdeskundige: advies over grote maatregelen als zonnepanelen, warmtepompen en vloer- of dakisolatie krijg je niet van de coach.

Wat doet een energiecoach?

“Via Woon! maken mensen een afspraak en dan ga ik ernaar toe. Ik heb een rugzak met gesubsidieerde energiebesparende spullen bij me, zodat ik als dat nodig is meteen praktische hulp kan bieden.

Het eerste wat ik doe als ik binnenkom, is goed kijken en vragen stellen. Tocht het ergens? Hoe wordt het huis verwarmd? Wordt die warmte goed benut? Wat kan er verbeterd worden? Laatst was ik bijvoorbeeld bij iemand die zelf al met radiatorfolie (een voorbeeld daarvan zie je bijvoorbeeld hier) aan de slag was gegaan, maar die het toch nog steeds maar moeilijk warm kreeg in de kamer en de thermostaat dus nog steeds hoog zette. Het bleek dat zijn bank precies vóór de radiator stond – en de warmte dus tegenhield. Door de bank op een andere plek te zetten, was het probleem opgelost.

Als ik energiebesparende spullen bij me heb die specifiek van pas kunnen komen, krijgen de mensen die. Afhankelijk van hoe handig iemand is, help ik ook met het aanbrengen ervan. Mensen vinden het bijvoorbeeld fijn als ik het eerste vel radiatorfolie voordoe, waarna ze zelf de rest kunnen doen.”

Hoe vaak komt een energiecoach langs?

“De hulp van energiecoach is eenmalig,” zegt Marion. “Ons bezoek duurt een uur en dat is voldoende. Het gaat per slot van rekening om kleine maatregelen. Afhankelijk van de organisatie die de coaches coördineert, krijgen mensen na ons bezoek nog wel bericht. Iedereen die in Amsterdam een energiecoach heeft aangevraagd, krijgt na afloop bijvoorbeeld automatisch een mail met daarin tips en antwoorden over zijn of haar specifieke situatie.”

©Daisy Daisy

Wat kost een energiecoach?

“Een energiecoach is gratis. Gemeenten die energiecoaches inzetten, gebruiken daarvoor vaak de RREW-subsidie (Regeling Reductie Energiegebruik Woningen),” aldus Marion. Dankzij deze subsidie kunnen energiecoaches je vaak meteen ook al helpen met materialen zoals tochtstrips (klik voor een voorbeeld hier) en radiatorfolie. In ons artikel Energie besparen: deze spullen kun je gratis (!) krijgen via je gemeente kun je meer lezen over deze subsidie. Ook energiecoaches die via lokale verenigingen werken, zijn eigenlijk altijd gratis. Wil je het echt zeker weten? Vraag dan voordat je je afspraak met een energiecoach bevestigt, duidelijk of er kosten zijn.

💡 Komt er iemand aan de deur die ongevraagd energieadvies aanbiedt? Soms zijn het oplichters, zoals recentelijk in Leiden, soms zijn het commerciële bedrijfjes, die misschien wel verstand van zaken hebben, maar daar ook geld voor willen. Niet op ingaan dus: je weet inmiddels hoe je een gratis energiecoach kunt vinden!

Een energiecoach vinden

Er is in Nederland niet één overkoepelende organisatie voor energiecoaches. Het hangt dus af van de gemeente waar je woont. In grotere gemeentes worden energiecoaches vaak aangestuurd door (semi-)professionele organisaties. Zo is Marion bijvoorbeeld energiecoach bij !Woon, dat energiecoaches coördineert in een aantal grote gemeenten, waaronder Amsterdam, Haarlem en Zaanstad. In kleine gemeenten gaat het vaak om kleine groepjes vrijwilligers.

Dat betekent niet dat het vinden van een energiecoach ingewikkeld is. Mogelijkheden genoeg. Neem om te beginnen contact op met je gemeente: daar kunnen ze je vertellen of er waar jij woont energiecoaches worden ingezet en hoe je daar een afspraak mee kunt maken. Je kunt ook kijken op de sites van het Regionaal Energieloket, het Duurzaam Bouwloket en Hieropgewekt. Op die laatste site vind je alle energiecoöperaties die in jouw provincie actief zijn: lokale verenigingen die zich inzetten voor groenere energie en duurzamere woningen en die je graag helpen met advies. Huur je een huis van een woningcorporatie? Daar kunnen ze je vaak ook vertellen wat de mogelijkheden zijn.

Vijf supersnelle tips van de energiecoach 💡 Zorg dat de radiator vrij staat, zodat alle warmte je kamer in kan 💡 Het lijkt een open deur, maar: doe deuren dicht (scheelt echt!) 💡 Doe lichten uit in de kamers waar je niet bent 💡 Zet de verwarming tóch een graadje lager. Het went sneller dan je denkt. 💡 Gordijnen dicht tegen de kou? Let er dan wel op dat ze niet over je radiatoren vallen. Het is zonde als de warmte niet voorbij de gordijnen komt!

Watch on YouTube

Meer video’s over energiebesparing zien? Abonneer je op het ID.nl-kanaal op YouTube.

Kies voor ledlampen

(want die zijn zuiniger!)

💡Wil jij zelf groene stroom opwekken? Overweeg zonnepanelen!

Vraag een offerte aan voor zonnepanelen:

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.