ID.nl logo
Review Philips 65OLED937/12 - Spetterend beeld én geluid
Huis

Review Philips 65OLED937/12 - Spetterend beeld én geluid

De Philips 65OLED937 biedt de beste beeldkwaliteit die Philips kan leveren én indrukwekkende geluidsprestaties dankzij een uitgekiende luidsprekerbalk van het gerenommeerde Bowers & Wilkins. Dat is genoeg om de aandacht van elke filmfan te trekken. Maar hoe goed is die combinatie eigenlijk?

Legendarisch
Conclusie

We zeiden het al aan de start van deze review: de Philips 65OLED+937 is niet voor iedereen. Maar, als je op zoek bent naar een echte thuisbioscoop, een toestel dat top beeld- én geluidskwaliteit levert, dan mag, misschien zelfs moet, deze bovenaan je lijst staan. De combinatie van het nieuwe OLED-paneel en de Philips P5 AI Dual Picture Engine zorgt voor knallende beeldkwaliteit met spetterende lichtaccenten, veel schaduwnuance, en intense maar natuurlijke kleuren.  De Bowers & Wilkins luidsprekerbalk geeft veel soundbars het nakijken. Draai het volume gerust open, en dompel de kamer onder in muziek. Ook op features is er niet bespaard, van HDMI 2.1 tot Android TV en natuurlijk Ambilight Plus, deze tv heeft veel plezier voor je in petto. Al dat moois zit in een strak en luxueus afgewerkt design. Goedkoop is hij niet, maar hij is het waard.

Plus- en minpunten
  • Nieuw OLED-paneel met uitstekende helderheid
  • Prachtige HDR-beelden, dankzij Advanced Tonemapping
  • Uitstekende beeldverwerking, met slimme lichtsensor
  • Universele HDR-ondersteuning
  • Sublieme audioprestaties, Dolby Atmos
  • Vierzijdige Ambilight Plus
  • HDMI 2.1 met alle gamefeatures
  • Rijke Android TV omgeving en DTS Play-Fi
  • Remote veroorzaakt soms foute toetsaanslagen
  • Slechts twee HDMI 2.1-aansluitingen

PHILIPS 65OLED937/12

  • Adviesprijs: 3.499 euro
  • Wat: Ultra HD OLED-tv
  • Schermformaat: 65 inch (165 cm), vlak
  • Aansluitingen: 4x HDMI (2x v2.1 48 Gbps, 2x v2.0 18 GBps, ARC/eARC, ALLM, 4K120 HFR, VRR, AMD Freesync, NVIDIA GSync), 3x USB, 1x optisch digitaal uit, 1x hoofdtelefoon, subwoofer pre-out, 2x antenne, 1x Ethernet, Bluetooth
  • Extra’s: HDR10, HLG, Dolby Vision, HDR10+ Adaptive, Dolby Atmos, WiFi ingebouwd, Android 11.0, DTS Play-Fi, USB/DLNA-mediaspeler, DVB-T2/C/S2, CI+-slot, 6th Gen P5 AI Dual Picture Engine, vierzijdige Ambilight Plus
  • Afmetingen: 1.444 x 929 x 268 mm (incl. voet)
  • Gewicht: 40,4 kg (incl. voet)
  • Verbruik: SDR 112 (G) / HDR 108 watt (G)

Van de OLED937 kan je onmogelijk zeggen dat hij er gewoontjes uitziet. Dat is niet te wijten aan het scherm, dat ziet er uit zoals we OLED-schermen ondertussen al lang kennen. Het is slank, met een fijne metalen rand, het woord kader is hier niet op zijn plaats. Nee, het is die forse luidsprekerbalk die tegelijk dienst doet als voet die het toestel zo opmerkelijk maakt. 

Dat design is ongetwijfeld niet voor iedereen. Wie echt een thuisbioscoop wilt, zweert misschien bij een AV-receiver en luidsprekers. Maar wie zo dicht mogelijk bij bioscoopgeluid wil geraken zonder extra toestellen mag deze Philips zeker op zijn lijst zetten. De afwerking is in elk geval top. 

De slanke maar stevige chrome hals verbindt het toestel met de luidsprekerbalk. Philips voorziet twee verschillende versies van die hals in de doos, een voor wandmontage, en een voor opstelling op een meubel.

Nieuwe Ambilight

Het spreekt vanzelf dat Ambilight niet mag ontbreken op een topmodel. De vierzijdige versie op de OLED937 is bovendien de vernieuwde Ambilight Plus. Daarbij wordt elke LED individueel aangestuurd, op gewone Ambilight gebeurt die aansturing in groep. Zo kan Ambilight Plus een veel meer gedetailleerde gloed op de muur projecteren die nauwkeuriger de actie op het scherm volgt. 

Ambilight smeert niet alleen de sfeer van de film over heel de muur uit, het is ook een feature waarvan je de mogelijkheden wat moet ontdekken. Je kan Ambilight inzetten als bias-light met een zachtwitte gloed, of als sfeerlamp. Je kan het laten reageren op de muziek van je party. En dankzij Aurora kan je nu ingebouwde sfeerbeelden op het scherm zetten, met Ambilight omkadering, zodat de tv de kamer opfleurt als er geen tv gekeken wordt.

©PXimport

Sprankelende beelden met het nieuwste OLED-paneel

Voor deze topper is enkel het beste goed genoeg, en dus koos Philips voor het nieuwste OLED-EX paneel met heatsink. En de resultaten stellen niet teleur. Op een 10% venster haalt deze tv 843 nits piekhelderheid (en op een 2% venster zelfs 970 nits). Die cijfers zijn goed maar laten geen grote winst zien. Dat verandert echter als je naar het volledig witte veld kijkt, daar haalt de OLED937 een vlotte 203 nits, en dat is voor een OLED-paneel erg goed, en bijvoorbeeld 10% meer dan de 55OLED807. 

Ook het kleurbereik scoort uitstekend, maar daar zien we geen significante verbetering, 97% P3 is in elk geval uitstekend. Verwacht je dus aan knappe HDR-beelden, over de gebruikte standaard hoef je je alvast geen zorgen te maken, er is ondersteuning voor HDR10, HLG, HDR10+ en Dolby Vision. 

De Filmmaker-modus is goed gekalibreerd, zowel in SDR als HDR, met heel wat schaduwdetail en uitstekend witdetail, en vooral erg accurate kleuren. Wie dat laatste extra beetje nauwkeurigheid wil en zijn toestel naar filmstudio referentieniveau wil krijgen, kan een kalibratie laten uitvoeren. De OLED937 ondersteunt automatische kalibratie met de Calman software van Portrait Displays.

Top beeldverwerking

De OLED+ topmodellen van Philips, te herkennen aan de 6th Gen P5 AI Dual Picture Engine, genieten van een aantal exclusieve voordelen op vlak van beeldverwerking. Dat betekent dat je alvast mag rekenen op de goede resultaten die we al zagen op de OLED807. Een slimme lichtsensor (Ambient Intelligence) die helderheid, tonecurve en kleurtemperatuur kan aanpassen, uitstekende upscaling, en goede ruisonderdrukking. 

©PXimport

Als extra’s biedt de OLED937 AI-gebaseerde scherpte die binnen één beeld verschillende instellingen gebruikt. Zo haalt hij extra detail naar boven, zonder de typische artefacten van te hoge scherpte instelling. De processor werkt ook een van de zwakke punten van de OLED807 weg, want hij heeft een goede anti-banding oplossing die goed kleurstroken wegwerkt in zachte gradiënten, zonder overmatig veel detail weg te drukken. 

Een extra speciale behandeling voor HDR

De beeldprocessor van de OLED937 heeft ook een verbeterde aanpak voor HDR-beelden, onder de naam ‘Advanced HDR Tonemapping’. Daarbij wordt elk frame van de video volledig geanalyseerd en bepaalt de processor hoe hij het best dat specifiek frame toont. De tonecurve kan dus van frame tot frame verschillen. Dat heeft verschillende voordelen. Donkere en matig heldere scenes worden niet donkerder gemaakt. En in heldere scènes wordt clipping van witdetail vermeden. 

De resultaten van die aanpak mogen gezien worden. De Philips haalt heel veel kleur naar boven in heldere beelden, hij benadrukt lichtaccenten en bewaart heel goed witnuances. Philips kan misschien nog wat schaven aan het algoritme, want een keer zagen we ook witdetail verdwijnen, maar dat kijken we graag door de vingers.

Om echt het maximum uit het nieuwe OLED-scherm te halen kan je bovendien HDR Perfect activeren. Daarmee gebruikt de tv de lichtreserves die hij heeft bij matig heldere scènes om het beeld extra helder te maken. Dat is een handige truc als je HDR kijkt bij veel omgevingslicht.

©PXimport

Bowers & Wilkins audio om van te smullen

Die luidsprekerbalk onderaan de tv is niet alleen een blikvanger, het is ook een indrukwekkende audio-oplossing. Je herkent de Bowers & Wilkins signature ‘Tweeter-on-top’, die zorgt voor kristalheldere dialogen. Daarnaast bouwde de Britse fabrikant verder op het ontwerp van vorig jaar, met drie tweeters, vier midrange speakers, een krachtige woofer, en twee opwaarts gerichte Dolby Atmos speakers. Dat werd nog verder uitgebreid met twee extra zijwaarts gerichte speakers. 

Samen goed voor een 5.1.2-systeem met 95 Watt vermogen, en een geluidskwaliteit waar we zowaar stil van worden. Want wat je ook speelt, subtiele soundtracks, krachtige, epische filmmuziek, maar ook harde metal of ingetogen stemmen, deze luidsprekerbalk levert knappe klank. En hij is bovendien echt in staat om je midden in de actie te zetten met uitstekende surround en een duidelijk Atmos-effect, met geluid dat van boven je komt.

©PXimport

Android TV en gamerplezier

Deze Philips heeft vier HDMI-aansluitingen, waarvan twee de volledige HDMI 2.1 48Gbps bandbreedte leveren en ondersteuning voor 4K120, ALLM en VRR (HDMI VRR, AMD Freesync en NVIDIA Gsync). De input-lag van 21,7 ms in 4K60 en 11,0 ms in 2K120 is erg goed. Philips levert ARC op alle aansluitingen, maar wie eARC wil moet daarvoor een van de twee HDMI 2.1-aansluitingen opofferen.

Philips blijft voorlopig nog bij de Android TV interface, maar het kan zijn dat je bij een volgende software update toch de stap naar Google TV maakt. Het verschil tussen beide neemt af, en je krijgt hoe dan ook het ruimste app-aanbod op de markt. Wie de tv wilt opnemen in een multi-room audiosysteem kan dat doen met DTS Play-Fi. Philips levert helaas geen Airplay 2 op zijn toestellen.

De afstandsbediening herkennen we van de OLED807. Het is een stijlvolle verschijning met verlichtte toetsen en een Muirhead leder rug die de remote een fijne luxe-touch geeft. Onze enige klacht is dat de nauw op elkaar aansluitende toetsen zo volledig vlak zijn afgewerkt dat je duim gemakkelijk afdwaalt en een foute toets aanslaat.

Conclusie

We zeiden het al aan de start van deze review: de Philips 65OLED+937 is niet voor iedereen. Maar, als je op zoek bent naar een echte thuisbioscoop, een toestel dat top beeld- én geluidskwaliteit levert, dan mag, misschien zelfs moet, deze bovenaan je lijst staan. De combinatie van het nieuwe OLED-paneel en de Philips P5 AI Dual Picture Engine zorgt voor knallende beeldkwaliteit met spetterende lichtaccenten, veel schaduwnuance, en intense maar natuurlijke kleuren. 

De Bowers & Wilkins luidsprekerbalk geeft veel soundbars het nakijken. Draai het volume gerust open, en dompel de kamer onder in muziek. Ook op features is er niet bespaard, van HDMI 2.1 tot Android TV en natuurlijk Ambilight Plus, deze tv heeft veel plezier voor je in petto. Al dat moois zit in een strak en luxueus afgewerkt design. Goedkoop is hij niet, maar hij is het waard.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.