ID.nl logo
UEFI-problemen oplossen doe je zo
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

UEFI-problemen oplossen doe je zo

Tenzij je pc al flink wat jaren oud is, is de kans groot dat het om een uefi-systeem gaat. UEFI is de opvolger van het klassieke BIOS dat lange tijd de standaardinterface was tussen het besturingssysteem en de eigenlijke systeemfirmware. UEFI heeft onmiskenbaar voordelen, maar de voorwaarden zijn behoorlijk streng en kunnen een succesvolle opstart zomaar in de weg zitten. We bekijken enkele typische opstartproblemen en bieden een uitweg.

Het BIOS oftewel basic input output system zorgt ervoor dat je pc kan opstarten, nog voor het besturingssysteem aan de beurt is. Het BIOS voert eerst een ‘post’ (power-on self test) uit en initialiseert cruciale hardwarecomponenten. Daarna zoekt het op de opslagmedia naar een besturingssysteem, of eigenlijk naar de mbr (master boot record), een sector aan het begin van de schijf. Die bevat informatie over het bestandssysteem en activeert uiteindelijk de bootloader, waarna het besturingssysteem opstart.

Bij opvolger UEFI (unified extensible firmware interface) loopt dat niet wezenlijk anders. Dat maakt dat men beide termen weleens door elkaar gebruikt of dat men het simpelweg over ‘UEFI-BIOS’ heeft. Toch biedt de UEFI enkele duidelijke voordelen. De configuratie-omgeving kan grafisch zijn, opstartschijven kunnen meer dan 2,2 TB bevatten, het opstartproces verloopt net iets sneller en vooral veiliger, mede dankzij ‘secure boot’. Deze functie zoekt naar een digitale handtekening in de bootloader van een besturingssysteem om te voorkomen dat malware als rootkits je systeem zomaar overnemen.

Op zich niets dan voordelen dus, maar UEFI stelt ook enkele technische voorwaarden en die kunnen weleens voor onverwachte problemen zorgen. Aangezien de UEFI als interface optreedt tussen de systeemfirmware en het besturingssysteem, zal het je weinig verbazen dat het meestal om bootproblemen gaat. Die kunnen zich vooral manifesteren bij het installeren en migreren van een bootschijf, bij het opstarten van een live bootmedium en in dualboot-opstellingen. In dit artikel bespreken we enkele uiteenlopende scenario’s.

01 Installatiemedium

Wanneer je Windows ‘schoon’ wilt (her)installeren gaat dat wellicht het makkelijkste met een usb-installatiemedium. Om hiervan zowel op UEFI- als legacy BIOS-systemen te kunnen opstarten, maak je het best gebruik van Microsofts Media Creation tool. Ga naar www.tiny.cc/w10down en klik op Hulpprogramma nu downloaden. Deze knop verschijnt alleen op een Windows-pc; bij macOS en Linux verschijnt een lijst met iso-bestanden die je dan met een andere tool op een installatiestick kunt plaatsen (zie ook paragraaf ‘Externe tool’).

Start het hulpprogramma op en kies Installatiemedia (USB-stick, dvd of ISO-bestand) voor een andere pc maken. In het volgende venster verwijder je het vinkje bij Gebruik de aanbevolen opties voor deze pc, zodat je zelf de opties Taal, Versie en Architectuur (64-bits, 32-bits of Beide) kunt selecteren. Vervolgens duid je USB-flashstation aan (tenzij je toch liever gewoon het ISO-bestand downloadt), verwijs je naar je usb-stick en start je het proces.

©PXimport

02 Partitiestructuur

Dit hulpprogramma is weliswaar een van de handigste manieren om Windows op zowat alle systemen geïnstalleerd te krijgen, maar toch kunnen ook hier obstakels opduiken.

We hebben het al een paar keer meegemaakt dat de tool de melding Kan geen USB-flashstationvinden toont, terwijl er wel degelijk een usb-stick in de pc zat.

Naast klassieke problemen als drivers of gebrekkige usb-hardware kan dat ook aan een foutieve partitiestijl van de stick liggen. Om op een UEFI-systeem van een extern station (zoals een usb-stick of -schijf) te kunnen opstarten, moet het station namelijk voorzien zijn van een mbr-partitiestructuur met een actieve partitie.

Dat kun je als volgt regelen en het is trouwens geen slecht idee om dit ‘preventief’ op elke usb-stick te doen die je als bootstick gaat gebruiken. Druk op Windows-toets+R, tik diskpart in, bevestig met Enter en voer de volgende commando’s uit:

list diskselect disk [n]detail diskcleanconvert mbrcreate partition primaryactiveselect partition 1detail partitionassign

Belangrijk is dat je [n] vervangt door het disk-nummer van de usb-stick. Om zeker te zijn dat je wel het juiste station te pakken hebt, vraag je met het commando detail disk extra informatie op. Na afloop formatteer je het nieuwe station via Verkenner als fat32, zodat de stick ook op UEFI-systemen kan booten.

©PXimport

03 Architectuur

Heeft het hulpprogramma succesvol een installatiestick gemaakt, maar krijg je bij het booten met die stick de melding winload.efi missing of een foutcode als 0x0000359, dan heeft dat weer met UEFI te maken. UEFI start namelijk alleen applicaties op die overeenkomen met de UEFI-architectuur, ongeacht of het om een os-loader of om een systeemtool als een geheugentester of een recoveryprogramma gaat.

Een UEFI op 64 bit kan dus in principe geen 32bit-applicaties opstarten (in tegenstelling tot bijvoorbeeld 64bit-Windows die wel met 32bit-toepassingen overweg kan). In dit geval zorg je er dus voor dat je voor een 64bit-Windows-versie selecteert tijdens het samenstellen van de stick (zie ook paragraaf ‘Installatiemedium’). Wil je om een of andere reden toch met een 32bit-Windows-installatie aan de slag, dan kun je overwegen om in de UEFI-setup csm-mode te selecteren. Dat staat voor Compatibility Support Mode en zorgt ervoor dat een ‘legacy’ besturingssysteem toch in een UEFI-omgeving kan opstarten.

Wil je voor een reeds geïnstalleerde Windows nagaan welke architectuur het besturingssysteem en de UEFI hebben? Druk dan op Windows-toets+R en voer msinfo32 uit, waar je in de rubriek Systeemoverzicht de waarden bij Systeemtype en BIOS-modus nagaat. Bij een 64bit-Windows op een 64bit-UEFI lees je hier respectievelijk x64-based PC en UEFI af, terwijl dat bij een 32bit-Windows op 32bit-UEFI respectievelijk x86-based PC en UEFI is. Staat er bij BIOS-modus Legacy of Verouderd dan is het besturingssysteem niet in UEFI-modus opgestart, maar in legacy BIOS of in csm.

©PXimport

04 Alternatief medium

In de paragraaf ‘Installatiemedium’ zijn we ervan uitgegaan dat je het iso-schijfkopiebestand nog moest downloaden. Maar wat als je liever een iso-image gebruikt dat je al in je bezit hebt?

Gaat het om een Windows-installatie, dan kun je zo’n stick ook zonder externe hulpmiddelen voorbereiden. Bewerk eerst je stick met de tool diskpart, zoals beschreven in de paragraaf ‘Partitiestructuur’. De rest van de voorbereidingen doe je vanuit Verkenner. Formatteer de stick met fat32, zodat die ook op een UEFI-systeem zal booten. Stel Verkenner via het menu Beeld bij voorkeur zo in dat die ook Verborgen items toont. Vervolgens dubbelklik je op je iso-bestand zodat dit aan een virtueel cd-station wordt gekoppeld. Navigeer naar dit station, druk op Ctrl+A zodat je de complete inhoud selecteert en kopieer alles naar je stick. Je beschikt nu over een werkend installatiemedium.

©PXimport

05 Externe tool

Je kunt ook een externe tool inzetten om een installatie- of live medium (voor Windows of een ander besturingssysteem) te maken op basis van een iso-bestand. Een van de meest flexibele is het gratis Rufus. In tegenstelling tot de Media Creation Tool of diskpart moet je bij Rufus wel andere instellingen voorzien naargelang je een UEFI- of een legacy BIOS-systeem beoogt.

Download (de portable versie van) Rufus van https://rufus.ie en start die op. Bevestig de vraag om naar programma-updates te zoeken met Ja. Verwijs bij Apparaat naar je usb-stick, kies bij Opstartselectie de optie Schijf of ISO-image (selecteren), klik op Selecteren en verwijs naar je iso-bestand. Heb je een UEFI-systeem op het oog, kies bij Partitie-indeling dan GPT (zie ook de paragraaf ‘Gpt versus mbr’) en stel Doelsysteem in op UEFI (geen CSM). Voor een legacy BIOS-systeem kies je respectievelijk MBR en BIOS of UEFI. Vul een Volumelabel in en druk op Starten.

Overigens maakt Rufus het mogelijk dat Windows Home-gebruikers een draagbare Windows-versie kunnen maken. De werkwijze is dezelfde als hierboven, alleen kies je bij Image-optie de optie Windows To Go, stel je Partitie-indeling in op MBR en Doelsysteem op BIOS of UEFI (lukt dit niet, druk dan op Alt+E), zodat de stick op zowel legacy BIOS als UEFI zal werken. Onderliggend maakt Rufus nu niet alleen een ntfs-partitie met de Windows-bootloader en installatiebestanden, maar ook een kleine fat-partitie met een NTFS-driver. Houd wel rekening met wat je in de paragraaf ‘Architectuur’ hebt gelezen.

©PXimport

06 Gpt versus mbr

We zijn er tot nu toe van uitgegaan dat je Windows vers installeert van een usb-medium en dan kiest de Windows-installatieprocedure automatisch de juiste partitiestructuur. Voor UEFI is dat gpt oftewel GUID Partition Table (althans voor ingebouwde schijven), waarbij de Windows-bootloader op een met fat32 geformatteerde efi-systeempartitie moet staan (zie het kader ‘Bootloader-corruptie’). Een legacy BIOS-systeem verwacht een mbr-schijf.

Om na te gaan welke partitiestructuur een schijf bevat, kun je op Windows-toets+R drukken en diskmgmt.msc uitvoeren. In het venster van Schijfbeheer klik je linksonder met rechts op de gewenste schijf en kies je Eigenschappen: je leest de Partitiestijl af op het tabblad Volumes.

Stel, je hebt Windows op een mbr-schijf draaien en nu wil je de Windows- installatie naar een nieuwer systeem op basis van UEFI migreren. Een mogelijke optie is dat je het nieuwe systeem instelt op csm-modus, maar dan zet je in feite een stap terug.

©PXimport

07 Migratie naar UEFI

Boot je Windows op het nieuwe systeem liever in UEFI-modus, dan heb je een paar alternatieven, maar die zijn vrij delicaat. Zorg alleszins voor een complete systeemback-up, zodat je nog kunt terugkeren.

Wil je de installatie op een andere schijf overzetten, koppel die dan eveneens aan je huidige pc, eventueel met een adapter. Zo’n migratie verloopt het makkelijkste met een externe tool als EaseUS Partition Master (zo’n 43 euro voor de Pro-versie). Hier kies je dan OS overzetten en duid je de bron- en doelschijf aan. Deze laatste moet natuurlijk wel over voldoende niet-toegewezen ruimte beschikken.

Wil je dezelfde schijf inclusief Windows behouden in het nieuwe UEFI-systeem, dan kun je een conversie naar gpt overwegen. We gaan er hierbij wel van uit dat je huidige Windows-architectuur overeenkomt met die van de UEFI-firmware (zie ook de paragraaf ‘Architectuur’). Start hiervoor Opdrachtprompt op als administrator en voer het volgende commando uit:

mbr2gpt /validate /allowfullos /disk:[n]

Hierbij vervang je [n] door het juiste schijfnummer, zoals je dat via het commando diskpart of in Windows Schijfbeheer te zien krijgt. Verschijnt de melding dat de validatie succesvol is verlopen, dan kun je verder en dan voer je het best eerst dit commando uit:

reagentc /disable

Hiermee schakel je (tijdelijk) de Windows-herstelomgeving uit, aangezien die het proces kan tegenwerken.

Daarna voer je de volgende opdracht uit:

mbr2gpt /convert /allowfullos /disk:[n]

Als het goed is, kun je Windows na afloop op het nieuwe toestel (uitsluitend) in UEFI-bootmodus opstarten. Na de opstart schakel je de Windows-herstelomgeving weer netjes in met:

reagentc /enable

©PXimport

08 Dualboot

Over naar een ander scenario: je hebt Windows geïnstalleerd en je wilt daarnaast ook Linux installeren in een dualboot-opstelling. Start je Windows in UEFI-modus op (zie de paragraaf ‘Architectuur’), dan controleer je via msinfo32 het best ook de status van het item Status beveiligd opstarten. Blijkt die niet ingeschakeld, dan is de secure-boot-functie van UEFI niet geactiveerd.

Op zich hoeft dat niet problematisch te zijn. Sommige, vooral oudere Linux-varianten kunnen juist problemen geven met een ingeschakelde secure boot. Anderzijds schakelen sommige UEFI-systemen weleens automatisch over op csm-modus wanneer je een besturingssysteem installeert met uitgeschakelde secure boot, en twee besturingssystemen in twee verschillende modi (UEFI versus legacy/csm) kan ook weer problemen geven. Toch is het geen optie om secure boot zomaar om te schakelen, aangezien je reeds geïnstalleerde Windows dan niet langer doorstart.

Hoe dan ook, na de installatie van Linux voer je op de Linux-console het best het commando efibootmgr uit. Krijg je een foutmelding in plaats van de UEFI-bootvariabelen te zien, dan is Linux opgestart in legacy/csm-modus.

©PXimport

09 Linux weg

We gaan er nu van uit dat je Linux (na Windows) in dualboot op een UEFI-systeem hebt geïnstalleerd, maar dat je na verloop van tijd Linux toch weer wilt verwijderen. Dan ga je best als volgt te werk. Start je pc op met Windows en verwijder alvast de Linux-partitie(s) vanuit het Schijfbeheer. Je herkent deze partitie(s) aan het feit dat er geen stationsletter aan werd toegekend en er evenmin een bestandssysteem wordt vermeld. Klik met rechts op zo’n Linux-partitie en kies Volume verwijderen; de vrijgekomen ruimte kun je toevoegen aan een bestaande partitie voor dataopslag.

Het probleem is wel dat Linux-bootloader grub nog actief is. Die moet je dus eerst verwijderen. Start hiervoor de Opdrachtprompt of PowerShell op als administrator en voer dit commando uit:

mountvol [n:] /S

Hierbij vervang je [n:] door een vrije stationsletter. Dit commando zorgt ervoor dat de efi-systeempartitie aan de opgegeven stationsletter wordt gekoppeld. Vervolgens tik je de stationsletter in (bevestigd met Enter), gevolgd door nog twee opdrachten:

[n:]cd /efidir

Je ziet nu een Linux-map verschijnen, bijvoorbeeld ubuntu of fedora, die de grub-bootloader bevat. Verwijder die met het dit commando:

rd <linux_mapnaam>

Bevestig dit met de Y-toets. Herstart je systeem: Windows duikt op en van Linux is geen spoor meer te zien.

©PXimport

Bootloader-corruptie

Het valt nooit uit te sluiten dat de UEFI-bootloader corrupt raakt en Windows niet meer opstart. Probeer het dan als volgt. Start je pc op met een Windows-installatiestick (zie de paragraaf ‘Installatiemedium’). Stel taal, tijd en toetsenbord in, klik op Volgende en op Uw computer herstellen / Problemen oplossen / Opstartherstel. Lukt het hier niet mee, kies dan Opdrachtprompt (in plaats van Opstartherstel). Voer het commando diskpart uit, gevolgd door: list disk select disk 0 list volume select volume [n] assign letter [x:] exit Noteer de getoonde stationsletters en vervang [n] door het volumenummer dat bij de systeempartitie staat (doorgaans een fat32-volume van 100 tot 500 MB); [x:] vervang je door een vrije stationsletter. Voer dit commando uit: *cd /d [x:]\efi\microsoft\boot* Maak daarna een back-up van het bcd-bestand (Boot Configuration Data) met: copy bcd bcd.bak Tik achtereenvolgens de genoteerde stationsletters in en bevestig telkens met Enter. Via het commando dir ga je na welk station de \Windows-map bevat. Voer dan het volgende commando uit: bcdboot [y:]\Windows /s [x:] /l nl-nl /f ALL waarbij je [y:] vervangt door het station met je Windows-installatie. De parameter /l nl-nl verwijst naar de locale (in Vlaanderen gebruik je normaliter /l nl-be). Met f/ ALL kopieer je bootbestanden voor zowel UEFI- als BIOS-systemen. Windows hoort nu opnieuw door te starten.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Nieuwe Resident Evil Requiem-beelden tonen wat je te wachten staat
Huis

Nieuwe Resident Evil Requiem-beelden tonen wat je te wachten staat

Capcom heeft eerder deze week een livestream uitgezonden waarin nieuwe beelden werden getoond van het aankomende horrorspel Resident Evil Requiem. Ook werd er meer informatie gegeven over de game.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

Nadat eind vorig jaar al werd aangekondigd dat spelers niet alleen Grace Ashcroft zullen besturen, maar ook Leon S. Kennedy - een bekend gezicht voor mensen die eerdere delen hebben gespeeld - werd er tijdens de livestream uitgebreid gameplay van dit personage getoond.

Twee verschillende hoofdpersonages

Daarbij werd de nadruk gelegd op de verschillende speelstijlen van Leon en Grace. Op verschillende momenten gedurende de game wordt er automatisch tussen deze personages gewisseld, en ze zullen elk compleet andere gameplay bieden.

De segmenten met Leon - onder andere bekend uit Resident Evil 2 en Resident Evil 4 - zijn erg op actievolle schietgevechten gericht. Leon kan daarnaast ook de kelen van vijanden doorsnijden. Hij heeft ook een bijl waarmee hij aanvallen kan afweren. Grace's segmenten zijn juist erg gericht op spanning en horror en draaien vooral om het vermijden van intense gevechten.

Tijdens de livestream werd ook onthuld dat de game niet alleen naar consoles en pc komt, maar dat leden van Nvidia GeForce Now de game ook kunnen spelen. Ook werd er gepraat over de verschillende moeilijkheidsgraden - zo is er een extra makkelijke moeilijkheidsgraad voor mensen die weinig ervaring hebben met dit type spellen.

De complete livestream kan hieronder worden bekeken. In verband met de volwassen inhoud van de livestream kan het mogelijk zijn dat je op de link in de video moet klikken om naar YouTube te gaan en te bewijzen dat je volwassen bent.

Vanaf 27 februari verkrijgbaar

Resident Evil Requiem verschijnt op 27 februari (pre-orderen kan nu al) voor PlayStation 5, Xbox Series X en S, Nintendo Switch 2 en pc. Het is het negende hoofddeel in de horrorserie die al sinds de jaren negentig bestaat. In de loop der jaren is de franchise meermaals flink op de schop gegaan. Zo richtte Resident Evil 4 zich meer op actie, en zijn horrorelementen sinds Resident Evil 7: Biohazard weer teruggekeerd. Resident Evil Requiem lijkt dan ook een combinatie van al deze elementen te gaan bieden.

Op 27 februari zullen overigens ook Resident Evil 7 en Resident Evil Village (het achtste deel) op Nintendo Switch 2 uitkomen. Daarnaast verschijnt Village later deze maand op PlayStation Plus en Xbox Game Pass.

Watch on YouTube
▼ Volgende artikel
Slechte wifi thuis? Dit zijn de 3 grootste wifi-fouten die je signaal verpesten
© chadchai - stock.adobe.com
Huis

Slechte wifi thuis? Dit zijn de 3 grootste wifi-fouten die je signaal verpesten

Je kijkt een spannende serie en opeens bevriest het beeld. Dat bekende draaiende cirkeltje… er zijn weinig dingen zó frustrerend. Gelukkig ligt de oplossing vaak binnen handbereik. De snelheid van je internet hangt namelijk sterk samen met de manier waarop je thuis met je apparatuur omgaat. Door een paar veelgemaakte fouten te vermijden en de juiste techniek te kiezen, merk je vaak direct dat je netwerk stabieler wordt, zonder dat daar een duurder abonnement voor nodig is.

In het kort

In dit artikel lees je welke drie wifi-fouten het vaakst zorgen voor traag internet of haperingen: een onhandige plek voor je router, drukte op 2,4 GHz en verouderde firmware of hardware. Je ziet ook hoe je zelf een rustiger kanaal vindt en wanneer het slim is om te kiezen voor 5 GHz of 6 GHz. Tot slot leggen we uit wat wifi 6 en wifi 7 doen en waarom een netwerkkabel van minimaal cat5e verschil kan maken.

Lees ook: Router of powerline-adapter: wat is de beste keuze voor betere wifi?

Fout 1: De router op de verkeerde plek neerzetten

Een router wint qua looks zelden een schoonheidsprijs. De neiging om het apparaat uit het zicht te plaatsen is daarom groot. Toch is een verkeerde locatie de meest gemaakte fout die je bereik merkbaar (en soms zelfs dramatisch) kan verkleinen.

Dat zit zo.  Je kunt wifi-signalen vergelijken met het licht van een gloeilamp. Als je die lamp in een houten kast of achter een dikke bank zet, blijft de rest van de kamer donker. Obstakels zoals muren, meubels en zelfs grote kamerplanten blokkeren de onzichtbare golven. Vooral metaal en water zijn beruchte boosdoeners; een router naast een aquarium of achter een radiator plaatsen is vragen om problemen.

Ook de hoogte is bepalend. Veel mensen zetten de router op de grond, maar op de grond zit het signaal sneller 'achter' meubels en andere blokkades. Zet het apparaat liever op een kast of boekenplank op ooghoogte voor een vrije weg naar je apparaten.

©ID.nl

Fout 2: Storing door andere apparatuur over het hoofd zien

Je staat er waarschijnlijk niet bij stil, maar veel apparaten in huis gebruiken dezelfde onzichtbare digitale snelweg als je internetverbinding. De magnetron, sommige babyfoons en zelfs de draadloze koptelefoon van de buren vechten om een plekje op de 2,4GHz-band. Ook andere wifi-netwerken in de buurt kunnen voor digitale files zorgen.

De meeste moderne routers ondersteunen gelukkig ook de 5GHz-frequentie. Deze band is veel breder en heeft minder last van andere apparatuur. Het handmatig selecteren van het 5GHz-netwerk levert vaak direct een snelheidswinst op. Heb je een router met wifi 6e of wifi 7, dan kun je soms ook de 6 GHz-band gebruiken. Die is vaak rustiger, maar het bereik is meestal wat kleiner dan bij 5 GHz.

Tip: geef je netwerken duidelijke namen

Veel routers zenden meerdere wifi-netwerken tegelijk uit: 2,4 GHz voor bereik, 5 GHz voor snelheid en soms ook 6 GHz voor extra ruimte in drukke omgevingen. Als al die banden onder één naam vallen, kiest je smartphone of laptop automatisch. Dat gaat vaak goed, maar niet altijd: je toestel kan blijven “plakken” aan 2,4 GHz terwijl 5 GHz op dat moment sneller en stabieler is.

Door je netwerken een herkenbare naam te geven, maak je de keuze simpel. Geef de 2,4 GHz-band bijvoorbeeld de naam thuis-2g, de 5 GHz-band thuis-5g en, als je die hebt, de 6 GHz-band thuis-6g. Dan zie je in één oogopslag welk netwerk je pakt. Zit je ver van de router, dan is 2,4 GHz vaak de veiligste optie. Zit je dichtbij en wil je vooral snelheid, dan ligt 5 GHz of 6 GHz meer voor de hand. Zo kun je bij haperingen of traag internet meteen testen of een andere band het probleem oplost, zonder dat je in instellingen hoeft te graven.

View post on TikTok

Fout 3: Verouderde software en hardware blijven gebruiken

Technologie verandert razendsnel en dat geldt ook voor de beveiliging en snelheid van je netwerk. Veel huishoudens werken nog met de router die ze jaren geleden bij hun eerste abonnement kregen. Deze oude techniek kan de moderne eisen van streaming en videobellen simpelweg niet meer bijbenen. Daarnaast vergeten veel gebruikers om de firmware van hun apparaat te updaten. Fabrikanten brengen deze software-updates uit om prestaties te verbeteren en lekken te dichten. Een verouderd systeem is niet alleen trager, maar ook een makkelijker doelwit voor hackers.


1️⃣2️⃣3️⃣Stappenplan: de beste wifi-kanalen scannen

Als je buren ook allemaal op hetzelfde wifi-kanaal zitten, ontstaat er interferentie. Je kunt dit zelf eenvoudig oplossen door een rustiger kanaal te zoeken.

1) Download een app zoals WiFi Analyzer (Android) of NetSpot (Windows, macOS, Android & iOS).

2) Open de app en bekijk de grafiek van de omgeving. Je ziet hier welke kanalen drukbezet zijn door netwerken in de buurt. Noteer het kanaalnummer dat het minst wordt gebruikt. Vaak zijn kanaal 1, 6 of 11 op de 2,4GHz-band de beste keuzes.

3) Log in op de webinterface van je router via je browser (meestal via een adres als 192.168.1.1). Zoek naar de draadloze instellingen en wijzig het kanaal van 'Automatisch' naar het door jou gekozen nummer. Sla de instellingen op en test of je verbinding stabieler aanvoelt.

Het verschil tussen wifi 6 en wifi 7

Sta je op het punt om een nieuwe router of laptop te kopen? Dan kom je de termen wifi 6 en wifi 7 tegen. Wifi 6 was een grote stap vooruit omdat het beter omgaat met veel apparaten tegelijk op één netwerk. Het zorgt voor een efficiëntere verdeling van de data. Wifi 7 is de allernieuwste standaard en gaat nog een flinke stap verder. Het maakt gebruik van extreem brede kanalen en kan verbinding maken via meerdere frequenties tegelijkertijd. Dit wordt Multi-Link Operation genoemd. Hierdoor is de vertraging merkbaar lager en kun je hogere snelheden halen, vooral op korte afstand en met geschikte apparaten. Voor een gemiddeld huishouden is wifi 6 momenteel een uitstekende keuze, terwijl wifi 7 echt voor de toekomst is gebouwd.

Heel belangrijk: de juiste bekabeling

Draadloos internet begint voor de meeste mensen bij een kabel: heb je een los modem en een losse router, dan vormt de kabel ertussen de basis. Gebruik je hier een oude kabel, dan wordt de snelheid al beperkt voordat het signaal de lucht in gaat. Controleer of er Cat 5e, Cat6 of Cat6a op de kabel staat, dan zit je meestal goed. Cat5 haalt soms maar 100 Mbps door kwaliteit/afmontage. Heb je cat5 liggen? Vervang dat dan in ieder geval door cat5e; dat is een veilige keuze voor gigabit. Een kleine investering in een kwalitatieve netwerkkabel kan een wereld van verschil maken voor de uiteindelijke wifi-snelheid op je telefoon.

Slechte wifi? Oplossen is makkelijker dan je denkt

Alles bij elkaar komt goed wifi minder neer op toeval dan veel mensen denken. Met een slimme plek voor je router, een rustige frequentie en actuele software haal je vaak al verrassend veel winst. Combineer dat met een fatsoenlijke netwerkkabel en je voorkomt dat de dat de verbinding al beperkt wordt voordat het signaal draadloos wordt verspreid. Door deze stappen een voor een toe te passen, los je de meest voorkomende wifi-problemen op zonder dat een duurder internetabonnement nodig is, en maak je van een haperende verbinding weer een stabiele basis voor alles wat je online doet.

Consumenten testen: TP-Link Deco BE25 WiFi 7 mesh set

Op Review.nl, het testplatform waarop consumenten nieuwe technologie uitproberen en hun bevindingen delen, krijgt de TP-Link Deco BE25, een router met dualband wifi 7,  een stevige 8,7 op Review.nl. En dat betekent iets: want omdat op Review.nl producten getest worden door een panel van echte gebruikers, zie je hoe iets in een normaal huishouden presteert.

Wat opvalt is hoe vaak testers terugkomen op de snelheid en stabiliteit. De overstap naar wifi 7 levert volgens veel gebruikers merkbaar meer rust in het netwerk op, vooral in huizen waar voorheen op zolder, in de tuin of achterin de woonkamer nauwelijks een bruikbaar signaal was. De Deco BE25 vult dat soort gaten zichtbaar op. Apparaten blijven stabiel verbonden, streamen gaat zonder haperingen en ook gamers merken volgens de testers dat de latency laag blijft. Wie een gigabitverbinding heeft, ziet die snelheid nu ook daadwerkelijk terug op plekken waar dat eerst niet haalbaar was.

Een tweede punt dat veel lof krijgt, is de installatie. De meeste testers spreken over een proces van enkele minuten. De app begeleidt je stap voor stap, herkent automatisch de nieuwe units en geeft advies over de beste plek voor elk wifipunt. Daardoor voelt het hele systeem toegankelijk, ook voor wie zichzelf niet technisch vindt. Eenmaal ingesteld blijkt het netwerk bovendien weinig onderhoud nodig te hebben: de app verdeelt verkeer slim, laat je apparaten prioriteren en biedt opties voor gastnetwerken en ouderlijk toezicht.

Het ontwerp en de functionaliteit leveren wel discussie op. Een deel van de testers vindt de units wat groot en mist montageopties of extra ethernetpoorten. Ook melden sommige gebruikers dat smartphones niet altijd direct naar het dichtstbijzijnde wifipunt schakelen. Toch wordt dat in de meeste reviews gezien als een detail naast de verbeterde dekking en het gemak van dagelijks gebruik.

Alles bij elkaar laat het testpanel zien dat de Deco BE25 vooral scoort op prestaties waar consumenten echt iets van merken: hogere snelheden, betere dekking en een probleemloos installatieproces. Voor veel huishoudens voelt het als een upgrade die een onrustig wifi-netwerk verandert in een betrouwbaar en snel geheel.