ID.nl logo
UEFI-problemen oplossen doe je zo
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

UEFI-problemen oplossen doe je zo

Tenzij je pc al flink wat jaren oud is, is de kans groot dat het om een uefi-systeem gaat. UEFI is de opvolger van het klassieke BIOS dat lange tijd de standaardinterface was tussen het besturingssysteem en de eigenlijke systeemfirmware. UEFI heeft onmiskenbaar voordelen, maar de voorwaarden zijn behoorlijk streng en kunnen een succesvolle opstart zomaar in de weg zitten. We bekijken enkele typische opstartproblemen en bieden een uitweg.

Het BIOS oftewel basic input output system zorgt ervoor dat je pc kan opstarten, nog voor het besturingssysteem aan de beurt is. Het BIOS voert eerst een ‘post’ (power-on self test) uit en initialiseert cruciale hardwarecomponenten. Daarna zoekt het op de opslagmedia naar een besturingssysteem, of eigenlijk naar de mbr (master boot record), een sector aan het begin van de schijf. Die bevat informatie over het bestandssysteem en activeert uiteindelijk de bootloader, waarna het besturingssysteem opstart.

Bij opvolger UEFI (unified extensible firmware interface) loopt dat niet wezenlijk anders. Dat maakt dat men beide termen weleens door elkaar gebruikt of dat men het simpelweg over ‘UEFI-BIOS’ heeft. Toch biedt de UEFI enkele duidelijke voordelen. De configuratie-omgeving kan grafisch zijn, opstartschijven kunnen meer dan 2,2 TB bevatten, het opstartproces verloopt net iets sneller en vooral veiliger, mede dankzij ‘secure boot’. Deze functie zoekt naar een digitale handtekening in de bootloader van een besturingssysteem om te voorkomen dat malware als rootkits je systeem zomaar overnemen.

Op zich niets dan voordelen dus, maar UEFI stelt ook enkele technische voorwaarden en die kunnen weleens voor onverwachte problemen zorgen. Aangezien de UEFI als interface optreedt tussen de systeemfirmware en het besturingssysteem, zal het je weinig verbazen dat het meestal om bootproblemen gaat. Die kunnen zich vooral manifesteren bij het installeren en migreren van een bootschijf, bij het opstarten van een live bootmedium en in dualboot-opstellingen. In dit artikel bespreken we enkele uiteenlopende scenario’s.

01 Installatiemedium

Wanneer je Windows ‘schoon’ wilt (her)installeren gaat dat wellicht het makkelijkste met een usb-installatiemedium. Om hiervan zowel op UEFI- als legacy BIOS-systemen te kunnen opstarten, maak je het best gebruik van Microsofts Media Creation tool. Ga naar www.tiny.cc/w10down en klik op Hulpprogramma nu downloaden. Deze knop verschijnt alleen op een Windows-pc; bij macOS en Linux verschijnt een lijst met iso-bestanden die je dan met een andere tool op een installatiestick kunt plaatsen (zie ook paragraaf ‘Externe tool’).

Start het hulpprogramma op en kies Installatiemedia (USB-stick, dvd of ISO-bestand) voor een andere pc maken. In het volgende venster verwijder je het vinkje bij Gebruik de aanbevolen opties voor deze pc, zodat je zelf de opties Taal, Versie en Architectuur (64-bits, 32-bits of Beide) kunt selecteren. Vervolgens duid je USB-flashstation aan (tenzij je toch liever gewoon het ISO-bestand downloadt), verwijs je naar je usb-stick en start je het proces.

©PXimport

02 Partitiestructuur

Dit hulpprogramma is weliswaar een van de handigste manieren om Windows op zowat alle systemen geïnstalleerd te krijgen, maar toch kunnen ook hier obstakels opduiken.

We hebben het al een paar keer meegemaakt dat de tool de melding Kan geen USB-flashstationvinden toont, terwijl er wel degelijk een usb-stick in de pc zat.

Naast klassieke problemen als drivers of gebrekkige usb-hardware kan dat ook aan een foutieve partitiestijl van de stick liggen. Om op een UEFI-systeem van een extern station (zoals een usb-stick of -schijf) te kunnen opstarten, moet het station namelijk voorzien zijn van een mbr-partitiestructuur met een actieve partitie.

Dat kun je als volgt regelen en het is trouwens geen slecht idee om dit ‘preventief’ op elke usb-stick te doen die je als bootstick gaat gebruiken. Druk op Windows-toets+R, tik diskpart in, bevestig met Enter en voer de volgende commando’s uit:

list diskselect disk [n]detail diskcleanconvert mbrcreate partition primaryactiveselect partition 1detail partitionassign

Belangrijk is dat je [n] vervangt door het disk-nummer van de usb-stick. Om zeker te zijn dat je wel het juiste station te pakken hebt, vraag je met het commando detail disk extra informatie op. Na afloop formatteer je het nieuwe station via Verkenner als fat32, zodat de stick ook op UEFI-systemen kan booten.

©PXimport

03 Architectuur

Heeft het hulpprogramma succesvol een installatiestick gemaakt, maar krijg je bij het booten met die stick de melding winload.efi missing of een foutcode als 0x0000359, dan heeft dat weer met UEFI te maken. UEFI start namelijk alleen applicaties op die overeenkomen met de UEFI-architectuur, ongeacht of het om een os-loader of om een systeemtool als een geheugentester of een recoveryprogramma gaat.

Een UEFI op 64 bit kan dus in principe geen 32bit-applicaties opstarten (in tegenstelling tot bijvoorbeeld 64bit-Windows die wel met 32bit-toepassingen overweg kan). In dit geval zorg je er dus voor dat je voor een 64bit-Windows-versie selecteert tijdens het samenstellen van de stick (zie ook paragraaf ‘Installatiemedium’). Wil je om een of andere reden toch met een 32bit-Windows-installatie aan de slag, dan kun je overwegen om in de UEFI-setup csm-mode te selecteren. Dat staat voor Compatibility Support Mode en zorgt ervoor dat een ‘legacy’ besturingssysteem toch in een UEFI-omgeving kan opstarten.

Wil je voor een reeds geïnstalleerde Windows nagaan welke architectuur het besturingssysteem en de UEFI hebben? Druk dan op Windows-toets+R en voer msinfo32 uit, waar je in de rubriek Systeemoverzicht de waarden bij Systeemtype en BIOS-modus nagaat. Bij een 64bit-Windows op een 64bit-UEFI lees je hier respectievelijk x64-based PC en UEFI af, terwijl dat bij een 32bit-Windows op 32bit-UEFI respectievelijk x86-based PC en UEFI is. Staat er bij BIOS-modus Legacy of Verouderd dan is het besturingssysteem niet in UEFI-modus opgestart, maar in legacy BIOS of in csm.

©PXimport

04 Alternatief medium

In de paragraaf ‘Installatiemedium’ zijn we ervan uitgegaan dat je het iso-schijfkopiebestand nog moest downloaden. Maar wat als je liever een iso-image gebruikt dat je al in je bezit hebt?

Gaat het om een Windows-installatie, dan kun je zo’n stick ook zonder externe hulpmiddelen voorbereiden. Bewerk eerst je stick met de tool diskpart, zoals beschreven in de paragraaf ‘Partitiestructuur’. De rest van de voorbereidingen doe je vanuit Verkenner. Formatteer de stick met fat32, zodat die ook op een UEFI-systeem zal booten. Stel Verkenner via het menu Beeld bij voorkeur zo in dat die ook Verborgen items toont. Vervolgens dubbelklik je op je iso-bestand zodat dit aan een virtueel cd-station wordt gekoppeld. Navigeer naar dit station, druk op Ctrl+A zodat je de complete inhoud selecteert en kopieer alles naar je stick. Je beschikt nu over een werkend installatiemedium.

©PXimport

05 Externe tool

Je kunt ook een externe tool inzetten om een installatie- of live medium (voor Windows of een ander besturingssysteem) te maken op basis van een iso-bestand. Een van de meest flexibele is het gratis Rufus. In tegenstelling tot de Media Creation Tool of diskpart moet je bij Rufus wel andere instellingen voorzien naargelang je een UEFI- of een legacy BIOS-systeem beoogt.

Download (de portable versie van) Rufus van https://rufus.ie en start die op. Bevestig de vraag om naar programma-updates te zoeken met Ja. Verwijs bij Apparaat naar je usb-stick, kies bij Opstartselectie de optie Schijf of ISO-image (selecteren), klik op Selecteren en verwijs naar je iso-bestand. Heb je een UEFI-systeem op het oog, kies bij Partitie-indeling dan GPT (zie ook de paragraaf ‘Gpt versus mbr’) en stel Doelsysteem in op UEFI (geen CSM). Voor een legacy BIOS-systeem kies je respectievelijk MBR en BIOS of UEFI. Vul een Volumelabel in en druk op Starten.

Overigens maakt Rufus het mogelijk dat Windows Home-gebruikers een draagbare Windows-versie kunnen maken. De werkwijze is dezelfde als hierboven, alleen kies je bij Image-optie de optie Windows To Go, stel je Partitie-indeling in op MBR en Doelsysteem op BIOS of UEFI (lukt dit niet, druk dan op Alt+E), zodat de stick op zowel legacy BIOS als UEFI zal werken. Onderliggend maakt Rufus nu niet alleen een ntfs-partitie met de Windows-bootloader en installatiebestanden, maar ook een kleine fat-partitie met een NTFS-driver. Houd wel rekening met wat je in de paragraaf ‘Architectuur’ hebt gelezen.

©PXimport

06 Gpt versus mbr

We zijn er tot nu toe van uitgegaan dat je Windows vers installeert van een usb-medium en dan kiest de Windows-installatieprocedure automatisch de juiste partitiestructuur. Voor UEFI is dat gpt oftewel GUID Partition Table (althans voor ingebouwde schijven), waarbij de Windows-bootloader op een met fat32 geformatteerde efi-systeempartitie moet staan (zie het kader ‘Bootloader-corruptie’). Een legacy BIOS-systeem verwacht een mbr-schijf.

Om na te gaan welke partitiestructuur een schijf bevat, kun je op Windows-toets+R drukken en diskmgmt.msc uitvoeren. In het venster van Schijfbeheer klik je linksonder met rechts op de gewenste schijf en kies je Eigenschappen: je leest de Partitiestijl af op het tabblad Volumes.

Stel, je hebt Windows op een mbr-schijf draaien en nu wil je de Windows- installatie naar een nieuwer systeem op basis van UEFI migreren. Een mogelijke optie is dat je het nieuwe systeem instelt op csm-modus, maar dan zet je in feite een stap terug.

©PXimport

07 Migratie naar UEFI

Boot je Windows op het nieuwe systeem liever in UEFI-modus, dan heb je een paar alternatieven, maar die zijn vrij delicaat. Zorg alleszins voor een complete systeemback-up, zodat je nog kunt terugkeren.

Wil je de installatie op een andere schijf overzetten, koppel die dan eveneens aan je huidige pc, eventueel met een adapter. Zo’n migratie verloopt het makkelijkste met een externe tool als EaseUS Partition Master (zo’n 43 euro voor de Pro-versie). Hier kies je dan OS overzetten en duid je de bron- en doelschijf aan. Deze laatste moet natuurlijk wel over voldoende niet-toegewezen ruimte beschikken.

Wil je dezelfde schijf inclusief Windows behouden in het nieuwe UEFI-systeem, dan kun je een conversie naar gpt overwegen. We gaan er hierbij wel van uit dat je huidige Windows-architectuur overeenkomt met die van de UEFI-firmware (zie ook de paragraaf ‘Architectuur’). Start hiervoor Opdrachtprompt op als administrator en voer het volgende commando uit:

mbr2gpt /validate /allowfullos /disk:[n]

Hierbij vervang je [n] door het juiste schijfnummer, zoals je dat via het commando diskpart of in Windows Schijfbeheer te zien krijgt. Verschijnt de melding dat de validatie succesvol is verlopen, dan kun je verder en dan voer je het best eerst dit commando uit:

reagentc /disable

Hiermee schakel je (tijdelijk) de Windows-herstelomgeving uit, aangezien die het proces kan tegenwerken.

Daarna voer je de volgende opdracht uit:

mbr2gpt /convert /allowfullos /disk:[n]

Als het goed is, kun je Windows na afloop op het nieuwe toestel (uitsluitend) in UEFI-bootmodus opstarten. Na de opstart schakel je de Windows-herstelomgeving weer netjes in met:

reagentc /enable

©PXimport

08 Dualboot

Over naar een ander scenario: je hebt Windows geïnstalleerd en je wilt daarnaast ook Linux installeren in een dualboot-opstelling. Start je Windows in UEFI-modus op (zie de paragraaf ‘Architectuur’), dan controleer je via msinfo32 het best ook de status van het item Status beveiligd opstarten. Blijkt die niet ingeschakeld, dan is de secure-boot-functie van UEFI niet geactiveerd.

Op zich hoeft dat niet problematisch te zijn. Sommige, vooral oudere Linux-varianten kunnen juist problemen geven met een ingeschakelde secure boot. Anderzijds schakelen sommige UEFI-systemen weleens automatisch over op csm-modus wanneer je een besturingssysteem installeert met uitgeschakelde secure boot, en twee besturingssystemen in twee verschillende modi (UEFI versus legacy/csm) kan ook weer problemen geven. Toch is het geen optie om secure boot zomaar om te schakelen, aangezien je reeds geïnstalleerde Windows dan niet langer doorstart.

Hoe dan ook, na de installatie van Linux voer je op de Linux-console het best het commando efibootmgr uit. Krijg je een foutmelding in plaats van de UEFI-bootvariabelen te zien, dan is Linux opgestart in legacy/csm-modus.

©PXimport

09 Linux weg

We gaan er nu van uit dat je Linux (na Windows) in dualboot op een UEFI-systeem hebt geïnstalleerd, maar dat je na verloop van tijd Linux toch weer wilt verwijderen. Dan ga je best als volgt te werk. Start je pc op met Windows en verwijder alvast de Linux-partitie(s) vanuit het Schijfbeheer. Je herkent deze partitie(s) aan het feit dat er geen stationsletter aan werd toegekend en er evenmin een bestandssysteem wordt vermeld. Klik met rechts op zo’n Linux-partitie en kies Volume verwijderen; de vrijgekomen ruimte kun je toevoegen aan een bestaande partitie voor dataopslag.

Het probleem is wel dat Linux-bootloader grub nog actief is. Die moet je dus eerst verwijderen. Start hiervoor de Opdrachtprompt of PowerShell op als administrator en voer dit commando uit:

mountvol [n:] /S

Hierbij vervang je [n:] door een vrije stationsletter. Dit commando zorgt ervoor dat de efi-systeempartitie aan de opgegeven stationsletter wordt gekoppeld. Vervolgens tik je de stationsletter in (bevestigd met Enter), gevolgd door nog twee opdrachten:

[n:]cd /efidir

Je ziet nu een Linux-map verschijnen, bijvoorbeeld ubuntu of fedora, die de grub-bootloader bevat. Verwijder die met het dit commando:

rd <linux_mapnaam>

Bevestig dit met de Y-toets. Herstart je systeem: Windows duikt op en van Linux is geen spoor meer te zien.

©PXimport

Bootloader-corruptie

Het valt nooit uit te sluiten dat de UEFI-bootloader corrupt raakt en Windows niet meer opstart. Probeer het dan als volgt. Start je pc op met een Windows-installatiestick (zie de paragraaf ‘Installatiemedium’). Stel taal, tijd en toetsenbord in, klik op Volgende en op Uw computer herstellen / Problemen oplossen / Opstartherstel. Lukt het hier niet mee, kies dan Opdrachtprompt (in plaats van Opstartherstel). Voer het commando diskpart uit, gevolgd door: list disk select disk 0 list volume select volume [n] assign letter [x:] exit Noteer de getoonde stationsletters en vervang [n] door het volumenummer dat bij de systeempartitie staat (doorgaans een fat32-volume van 100 tot 500 MB); [x:] vervang je door een vrije stationsletter. Voer dit commando uit: *cd /d [x:]\efi\microsoft\boot* Maak daarna een back-up van het bcd-bestand (Boot Configuration Data) met: copy bcd bcd.bak Tik achtereenvolgens de genoteerde stationsletters in en bevestig telkens met Enter. Via het commando dir ga je na welk station de \Windows-map bevat. Voer dan het volgende commando uit: bcdboot [y:]\Windows /s [x:] /l nl-nl /f ALL waarbij je [y:] vervangt door het station met je Windows-installatie. De parameter /l nl-nl verwijst naar de locale (in Vlaanderen gebruik je normaliter /l nl-be). Met f/ ALL kopieer je bootbestanden voor zowel UEFI- als BIOS-systemen. Windows hoort nu opnieuw door te starten.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Dekbed in de wasdroger: helpt een tennisbal echt?
© ID.nl
Huis

Dekbed in de wasdroger: helpt een tennisbal echt?

Wanneer je je dekbed gewassen hebt, wil je dat het natuurlijk weer lekker dik en luchtig aanvoelt. Maar wanneer je hem gewoon in de droger gooit, kan de vulling gaan klonteren, zodat er dunne stukken en dikke stukken ontstaan. Dat slaapt niet echt lekker. Om dat te voorkomen, gooien veel mensen er een paar tennisballen bij. Helpt dat echt?

In dit artikel

Je leest wat tennisballen in de droger doen en bij welke dekbedden dat wel of juist minder goed werkt. We leggen uit hoeveel ballen je nodig hebt, waar je op let bij het type tennisbal en waarom voldoende ruimte in de trommel belangrijk is. Ook staan we stil bij alternatieven zoals speciale drogerballen en geven we praktische tips om je dekbed gelijkmatig te laten drogen en mooi in vorm te houden.

Lees ook: 9 veelgemaakte fouten bij het drogen van je was

Wat tennisballen in de droger doen

Tijdens het drogen raken de tennisballen telkens het dekbed. Dat helpt vooral bij dons en veren. Als die nat zijn, blijven ze aan elkaar plakken en zakt de vulling in. Door de constante beweging vallen die samengepakte delen weer uiteen, waardoor de vulling zich opnieuw verspreidt. Zo kan de warme lucht overal beter bij en droogt het dekbed gelijkmatiger. De droogtijd wordt er niet korter van, maar het dekbed komt wel duidelijk voller uit de droger.

Hoe vaak moet je je dekbed eigenlijk wassen?

Een dekbed hoeft niet vaak in de was. Voor de meeste mensen is één tot twee keer per jaar genoeg. Dat komt omdat het meeste vuil (denk bijvoorbeeld aan zweet of huidschilfers) niet in het dekbed zelf terechtkomt, maar in het dekbedovertrek. Dat overtrek was je regelmatig, meestal eens per één à twee weken. Het dekbed blijft daardoor relatief schoon.

Soms is vaker wassen wel logisch. Bijvoorbeeld als je veel zweet in je slaap, last hebt van een huisstofmijtallergie of het overtrek niet zo vaak verschoont. Ook na ziekte of bij zichtbare vlekken is een extra wasbeurt verstandig.

Hoe vaak je kunt wassen, hangt ook af van de vulling. Niet elk dekbed kan namelijk even goed tegen veel wasbeurten. Dons- en verendekbedden kunnen meestal in de wasmachine, mits je het waslabel volgt en ze daarna goed laat drogen. Synthetische dekbedden zijn in dat opzicht wat vergevingsgezinder en kunnen vaak vaker gewassen worden zonder dat de vulling daaronder lijdt.

Twijfel je of wassen echt nodig is? Dan is luchten een goed alternatief. Hang je dekbed regelmatig buiten of bij een open raam. Daarmee kun je een wasbeurt vaak nog maanden uitstellen.

View post on TikTok

Hoeveel tennisballen zijn genoeg?

Met één tennisbal in de wasdroger merk je vaak weinig, zeker bij een groot dekbed. Die verdwijnt al snel in de stof en heeft dan weinig effect. Met twee tot vier ballen werkt het beter, omdat ze het dekbed op meerdere plekken tegelijk in beweging houden. Zolang de ballen vrij kunnen bewegen en niet vast blijven zitten in de vulling, doen ze hun werk.

Kun je elke tennisbal gebruiken bij het drogen van een dekbed in de droger?

iet elke tennisbal is even geschikt. Vooral nieuwe of felgekleurde ballen kunnen bij hogere temperaturen kleur afgeven en kleine pluisjes verliezen van de vilten buitenlaag. Dat komt niet vaak voor, maar het risico is wel aanwezig. Gebruik je oudere tennisballen, dan is de kans hierop kleiner. Wil je dat verder beperken, dan kun je de ballen in een oude witte sok stoppen en die dichtknopen. Het effect blijft grotendeels hetzelfde, al is het iets minder uitgesproken dan met losse ballen.

Speciale drogerballen

Er bestaan ook speciale drogerballen van wol of kunststof. Die zijn bedoeld voor gebruik in de droger en geven geen kleur af. Ze doen hetzelfde als tennisballen: ze zorgen dat het dekbed tijdens het drogen in beweging blijft. Wolballen maken minder lawaai en zijn milder voor stoffen. Stop je je dekbed regelmatig in de droger? Dan kun je beter deze speciale bollen gebruiken in plaats van tennisballen.  

Geef het dekbed genoeg ruimte in de droger

Tennisballen helpen alleen als het dekbed voldoende ruimte heeft om te bewegen. Is de trommel te vol, dan draait alles als één geheel rond en gebeurt er weinig. Wil je grote tweepersoonsdekbedden drogen, dan heb je een droger met een ruime trommel nodig. Heb je die niet zelf? Kijk dan of er een wasserette bij je in de buurt is. Meer ruimte zorgt voor meer beweging en daarmee voor een beter eindresultaat.

Niet elk dekbed kan in de droger

Tennisballen hebben vooral effect bij dons- en verendekbedden. Bij synthetische vulling is dat verschil kleiner en kan de constante beweging van de ballen de vulling na verloop van tijd zelfs vervormen. Wol, zijde en andere natuurlijke materialen mogen meestal helemaal niet in de droger. Check daarom altijd eerst het waslabel voordat je het dekbed in de trommel legt.

Even tussendoor opschudden helpt

Haal het dekbed halverwege het programma even uit de droger en schud het los, alsof je het bed opmaakt. Leg het daarna omgedraaid terug in de trommel. Zo verdeelt de vulling zich opnieuw en kan het dekbed gelijkmatiger drogen.

Wat kun je van het eindresultaat verwachten?

Tennis- of drogerballen zijn vooral een hulpmiddel, geen vervanging voor de juiste drooginstellingen. Droog het dekbed niet te vaak of te heet: kies een lage of middelhoge temperatuur en selecteer een speciaal dons- of beddengoedprogramma als dat op je droger zit. Zorg ook voor voldoende ruimte in de trommel. Als je dan ook nog eens ballen laat meedraaien, heb je er alles aan gedaan om te zorgen dat je dekbed weer lekker vol uit de droger komt!

▼ Volgende artikel
SSD vs. HDD: waarom is een SSD zo veel sneller dan een harde schijf?
© arinahabich
Huis

SSD vs. HDD: waarom is een SSD zo veel sneller dan een harde schijf?

Waarom start een computer met een SSD binnen enkele seconden op, terwijl een oude harde schijf blijft ratelen? Het vervangen van een HDD door een SSD is de beste upgrade voor een trage laptop of pc. We leggen in dit artikel uit waar die enorme snelheidswinst vandaan komt en wat het fundamentele verschil is tussen deze twee opslagtechnieken.

Iedereen die zijn computer of laptop een tweede leven wil geven, krijgt vaak hetzelfde advies: vervang de oude harde schijf door een SSD. De snelheidswinst is direct merkbaar bij het opstarten en het openen van programma's. Maar waar komt dat enorme verschil in prestaties vandaan? Het antwoord ligt in de fundamentele technologie die schuilgaat onder de behuizing van deze opslagmedia.

De vertraging van mechanische onderdelen

Om te begrijpen waarom een Solid State Drive (SSD) zo snel is, moeten we eerst kijken naar de beperkingen van de traditionele harde schijf (HDD). Een HDD werkt met magnetische roterende platen. Dat kun je vergelijken met een geavanceerde platenspeler. Wanneer je een bestand opent, moet een fysieke lees- en schrijfkop zich naar de juiste plek op de draaiende schijf verplaatsen om de data op te halen. Dat fysieke proces kost tijd, wat we latentie noemen. Hoe meer de data op de schijf verspreid staat, hoe vaker de kop heen en weer moet bewegen en wachten tot de juiste sector onder de naald doordraait. Dit mechanische aspect is de grootste vertragende factor in traditionele opslag.

©Claudio Divizia

Flashgeheugen en directe gegevensoverdracht

Een SSD rekent definitief af met deze wachttijden omdat er geen bewegende onderdelen in de behuizing zitten. De naam 'Solid State' verwijst hier ook naar; het is een vast medium zonder rammelende componenten. In plaats van magnetische platen gebruikt een SSD zogenoemd NAND-flashgeheugen. Dat is vergelijkbaar met de technologie in een usb-stick, maar dan veel sneller en betrouwbaarder. Omdat de data op microchips wordt opgeslagen, is de toegang tot bestanden volledig elektronisch. Er hoeft geen schijf op toeren te komen en er hoeft geen arm te bewegen. De controller van de SSD stuurt simpelweg een elektrisch signaal naar het juiste adres op de chip en de data is direct beschikbaar.

Toegangstijd en willekeurige leesacties

Hoewel de maximale doorvoersnelheid van grote bestanden bij een SSD indrukwekkend is, zit de echte winst voor de consument in de toegangstijd. Een besturingssysteem zoals Windows of macOS is constant bezig met het lezen en schrijven van duizenden kleine systeembestandjes. Een harde schijf heeft daar enorm veel moeite mee, omdat de leeskop als een bezetene heen en weer moet schieten. Een SSD kan deze willekeurige lees- en schrijfopdrachten (random read/write) nagenoeg gelijktijdig verwerken met een verwaarloosbare vertraging. Dat is de reden waarom een pc met een SSD binnen enkele seconden opstart, terwijl een computer met een HDD daar soms minuten over doet.

©KanyaphatStudio

Van SATA naar NVMe-snelheden

Tot slot speelt de aansluiting een rol in de snelheidsontwikkeling. De eerste generaties SSD's gebruikten nog de SATA-aansluiting, die oorspronkelijk was ontworpen voor harde schijven. Hoewel dat al een flinke verbetering was, liepen snelle SSD's tegen de grens van deze aansluiting aan. Moderne computers maken daarom gebruik van het NVMe-protocol via een M.2-aansluiting. Deze technologie communiceert rechtstreeks via de snelle PCIe-banen van het moederbord, waardoor de vertragende tussenstappen van de oude SATA-standaard worden overgeslagen. Hierdoor zijn snelheden mogelijk die vele malen hoger liggen dan bij de traditionele harde schijf.

Populaire merken voor SSD's

Als je op zoek bent naar een betrouwbare en snelle SSD, is er een aantal fabrikanten dat de markt domineert. Samsung wordt door velen gezien als de marktleider op het gebied van flashgeheugen en staat bekend om de uitstekende prestaties van hun EVO- en PRO-series. Daarnaast is Western Digital (WD) een vaste waarde; dit merk heeft de transitie van traditionele harde schijven naar SSD's succesvol gemaakt met hun kleurgecodeerde (Blue, Black en Red) series voor verschillende doeleinden. Ook Transcend is een uitstekende keuze; dit merk staat al jaren bekend om zijn betrouwbare geheugenproducten en biedt duurzame SSD's die lang meegaan. Tot slot bieden merken als Kingston en Seagate betrouwbare alternatieven die vaak net iets vriendelijker geprijsd zijn, zonder dat je daarbij veel inlevert op stabiliteit.