ID.nl logo
PlayStation VR - Volledig van de wereld
© PXimport
Zekerheid & gemak

PlayStation VR - Volledig van de wereld

Virtual reality, het is waar iedere gamer van heeft gedroomd vanaf de allereerste minuten op een console. Want games worden mooier, spectaculairder, maar hoe zou het nu toch zijn om daadwerkelijk in een game rond te kunnen lopen? De tijd van dromen is voorbij, want PlayStation VR maakt het mogelijk om precies dat te doen: écht onderdeel uitmaken van een game. Maar de grote vraag is natuurlijk, is dat ook écht zo leuk?

Vanaf het allereerste moment dat de PlayStation VR werd aangekondigd was ik razend enthousiast. Van VR droom ik letterlijk al sinds ik als klein jongetje bij de Maxis in een of ander kolossaal apparaat stond dat me een wereld toonde met vier lijntjes (en me twee dagen lang koppijn bezorgde). Nu, bijna dertig jaar later is de technologie klaar voor de huiskamer en met íets meer dan een paar lijntjes en krijg ik eindelijk de kans om te ontdekken of ik dit al die jaren heb verromantiseerd, of dat virtual reality echt is waar ik al die jaren van heb gedroomd. Lees ook: Ben jij klaar voor VR?

©PXimport

Flinke aanschaf

Wie gebruik wil maken van PlayStation VR, maar alleen de console heeft staan met twee controllers, begint met een onaangename verrassing. Je hebt namelijk nogal wat nodig om te kunnen spelen. Ten eerste natuurlijk de bril zelf, die 399 euro kost. Vervolgens heb je een PlayStation Camera V2 nodig (€ 59,99) en twee Move Controllers (een set kost je tachtig euro). Als je al die zaken al in huis hebt (wat natuurlijk goed mogelijk is), dan ben je voor die vierhonderd euro klaar. Moet je het allemaal nog aanschaffen, dan ben je voor je PlayStation VR avontuur direct 540 euro kwijt, hetgeen waarschijnlijk meer is dan je voor de PS4 zelf hebt betaald.

©PXimport

Aansluiten

Ik ben niet bang voor kabeltjes. Ik heb in mijn leven heel wat apparatuur aangesloten en schrik niet snel ergens voor terug. Toch keek ik even op van de hoeveelheid kabels die je aan moet sluiten wanneer je de headset wilt installeren. Wanneer je alles uiteindelijk hebt aangesloten valt het allemaal best mee, maar wanneer je de boel hebt uitgestald (knolling, zoals Adam van Mythbusters dat zo mooi noemt) realiseer je je dat Sony echt wel de trukendoos open heeft moeten trekken om VR mogelijk te maken. Dat heeft uiteraard alles te maken met de extra processing unit die onder andere zorgt voor 3D-geluid (en niet voor extra processorkracht zoals regelmatig wordt gesuggereerd). Al met al zul je ongeveer een kwartiertje bezig zijn met aansluiten. Niet omdat het extreem ingewikkeld is (overal staan netjes cijfertjes bij), maar omdat je net 400 euro voor een bril hebt betaald die je niet wilt slopen.

©PXimport

Pasvorm

Voor ik aan de slag ging heb ik eerst de bril zelf even goed bekeken. Het ontwerp is echt superstrak, ook zónder de wetenschap wat dit apparaat gaat doen. Wel is het een flinke accessoire die je niet zomaar even in een lade stopt. Mijn zoontje heeft geopperd om een levensgrote Stormtrooper te kopen voor op kantoor, en die te gebruiken als brillenhouder, en dat vind ik eigenlijk een verdraaid goed idee. Heb je die optie niet (of ben je een normaal mens met gezond verstand), dan is het opbergen van de bril best nog een uitdaging. Hij voelt vrij zwaar in de hand en ook wanneer de bril op je hoofd zet voel je dat gewicht hangen. Erg vervelend is dat niet, want de pasvorm is perfect. Geen harde randen tegen je schedel, niet het gevoel dat de bril constant van je hoofd zakt, het zit gewoon lekker en stevig. Wel had ik onmiddellijk vingerafdrukken op de lens gemaakt, hetgeen iets is waar je echt even op moet letten. Het audiokabeltje dat aan de zijkant van de bril naar beneden loopt stoorde me enigszins, iets dat ook later nog een paar keer terug zou komen. Je zult er een manier voor vinden, maar zeker met de meegeleverde oordopjes, zorgt het ervoor dat je die regelmatig uit je oor trekt.

©PXimport

De eerste stappen in VR

En toen was het tijd om de wereld van virtual reality te betreden. Uiteraard dien je eerst een software-update uit te voeren en de bril te kalibreren, maar zoals we van Sony gewend zijn is dat zó eenvoudig dat dit geen extra woorden behoeft. Het was inmiddels half 1 ’s nachts, ik zat alleen op mijn kantoor en was een beetje huiverig om de bril te activeren. Waarom? Omdat dit het moment was waar ik eigenlijk al mijn hele leven op gewacht had. Het kon zomaar eens vies tegenvallen. Vooral omdat de kritiek op de bril niet mild was. De resolutie zou te laag zijn, het zichtveld te smal, de kwaliteit van de bril zou in het niet vallen bij die van de Oculus Rift en de HTC Vive. Het is dan ook om die reden dat ik pertinent heb geweigerd om beide brillen te proberen. Mijn eerste ervaring in virtual reality zou op de PlayStation zijn. Omdat ik geloof dat Sony het verschil gaat maken (waarover later meer).

Fe-no-me-naal

Ik besloot veilig in te stappen met behulp van het meegeleverde demoschijfje. Effectief hield dit in dat ik in een Matrix-achtige witte ruimte terechtkwam waar ik kon kiezen wel spel ik wilde starten. Dat eerste moment, het moment waarop je daadwerkelijk om je heen kunt kijken in een virtuele wereld, dat vergeet je nooit meer. Na alle negatieve reacties van, sorry, Oculus-snobs, had ik eerlijk gezegd gerekend op een tegenvallende ervaring en extreem low-res beeld. Of dat zo was kon ik echter niet meteen beoordelen, ik was simpelweg te overweldigd door het feit dat ik eindelijk de ervaring had waar ik als kleine jongen van droomde. De mate van blijdschap die ik daarbij voelde was een beetje gênant. Het is immers maar een spelletje. Dat laatste is echter precies het probleem: dat is het niet.

©PXimport

Weg van de wereld

Zodra je namelijk de bril op zet en de oortjes in doet, verdwijn je namelijk effectief van de planeet. Dat klinkt een beetje dramatisch, maar dat gevoel is heel wezenlijk. Kun je je The Matrix nog herinneren, en dan vooral de scene hoe de personages weerloos in hun stoel lagen terwijl ze vrolijk ronddartelden in de computerversie van de wereld? Dat is precies hoe kwetsbaar het voelt. Het was een gedachte die ik vooral het eerste half uur niet los kon (en wilde) laten. Ik liep in een andere wereld, maar ondertussen wist ik dat ik in mijn eigen wereld zat, op een bank, zonder iets te zien of te horen van wat er in die echte wereld gebeurde, dat is best een beetje eng (vooral ook om half één ’s nachts).

©PXimport

Misselijk

De eerste scheurtjes in mijn jubelstemming verschenen nadat ik de bril een minuut of tien ophad en rondliep in de wereld van RIGS, een spel waarin je plaatsneemt in een Mech-suit om het op te nemen tegen andere robots. Dat gevoel is fenomenaal, vooral wanneer je daadwerkelijk in je pak gehesen wordt en je elk detail daarvan kunt zien door om je heen te kijken. Het voelde fantastisch, maar ik voelde me niet zo heel fantastisch. Ik had het gevoel alsof ik in de auto een boek had gelezen of op mijn smartphone aan het spelen was, iets waar ik al mijn hele leven kotsmisselijk van word. En dat is dan ook direct de grote makke van VR (in ieder geval de Sony-versie), als je last hebt van wagenziekte, word je hier binnen no-time kots, maar dan ook kotsmisselijk van. In alle eerlijkheid: het was niet slim van me om dit platform uit te testen om half 1 ’s nachts met verdraaid weinig slaap de nacht ervoor, en toegegeven, de dagen erna nam de misselijkheid langzaam af, maar helemaal weg gaat het helaas niet. Het goede nieuws? De pilletjes tegen wagenziekte werken ook voor de PlayStation VR, al is het natuurlijk bizar om een pilletje te nemen zodat je kunt gamen.

Realiteit

Wat me het meest heeft verbaasd bij het spelen in VR, is hoe snel je de grip op de werkelijkheid verliest. Zo is er een demo, WayWard Sky, waarin je (tijdens het laden) aan een bureau zit met allerlei objecten die je kunt oprapen en aanpakken. De eerste paar seconden realiseer je je nog prima dat je op de bank zit (en zitten raad ik echt aan, staan en lopen is levensgevaarlijk door je verlies van besef van de realiteit), maar daarna ben je zo bezig met de objecten dat je de echte wereld al snel bent vergeten. Dat klinkt schattig, maar is behoorlijk riskant. Wanneer je je niet meer bewust bent van je omgeving, houd je daar ook geen rekening meer mee. Zo zul je gemakkelijk je knie stoten tegen tafels, je hand keihard tegen de grond rammen omdat je iets probeert op te rapen in een wereld waarin de vloer veel verder weg is of je vuist in het gezicht van iemand naast je planten tijdens een gevecht, immers, als je naast je kijkt zit er niemand.

©PXimport

Fantastisch…en niet

Het feit dat de VR-wereld je zo opslokt is fantastisch, maar ook een beetje zorgelijk. Ten eerste omdat je al je besef van plek en tijd verliest, maar vooral ook omdat het – nog veel meer dan ik had gedacht – de grens tussen echt en niet echt doet vervagen. Natuurlijk voel je niet echt wat er gebeurt, maar vergis je niet in de kracht van je brein en hoe makkelijk die zich laat foppen. Een goed voorbeeld daarvan is: wanneer ik terugdenk aan de demo van WayWard Sky, herinner ik me hoe ik de objecten in mijn hand voel, terwijl ik natuurlijk alleen maar een Move-controller in mijn hand had. Het is precies om die reden dat ik games als Resident Evil en Until Dawn: Rush of Blood nooit zal spelen op VR. Geesten en zombies bestaan niet…tenzij je in een andere wereld rondloopt. Dit gaat mensen hartaanvallen bezorgen en dat bedoel ik niet figuurlijk.

©PXimport

Besturing

Even terug naar de hardware. Games bestuur je op dit moment met de gewone controller of de Move-controllers. Ik had daar zo mijn bedenkingen bij, want twee staafjes in je hand is natuurlijk niet hetzelfde als je handen gebruiken, maar zoals gezegd, je vergeet dit vrij snel. Ook al heb je twee Move-controllers vast, zodra je twee handen in beeld ziet, heb je al snel het gevoel dat dat is waarmee je aan het werk bent, je handen. Wat wél heel storend is, is dat je als je van spel wisselt soms moet wisselen van controller, en dan wordt ineens heel duidelijk dat je eigenlijk blind bent met je bril op. Je moet je controllers dan namelijk op de tast vinden en dat voelt een beetje knullig. Ook als je een spel speelt waarin je vaak van speler moet wisselen (dus om beurten de bril dragen), is dit een beetje irritant, omdat de speler altijd op dezelfde plek moet zitten, en met de kabels die aan de bril zitten is dat lastig. Je kunt ervoor kiezen om dat niet te doen, zoals ik besloot tijdens het spelen van Driveclub VR, maar dan zul je ontdekken dat je ineens niet in de auto zit, maar ernaast hangt (wat op zich ook een prima ervaring is, het stuurt alleen lastig).

Games

Dan de spellen, de aanjager van iedere console of in dit geval, accessoire. De kwaliteit van Sony VR mag dan lager zijn dan die van de Oculus Rift of HTC Vive, maar Sony heeft natuurlijk een gigantisch platform en daarmee ontwikkelaars die aan de slag gaan om VR games te maken. Het is een beetje zoals de strijd tussen Betamax en VHS (voor de oudgedienden onder ons). Betamax was superieur qua kwaliteit, maar verloor de strijd omdat de porno-industrie koos voor VHS. Dat gezegd hebbende, is het startaanbod voor VR een beetje teleurstellend. Er zijn games beschikbaar in ieder genre (sport, shooters, racen, adventure), maar écht veel keus is er nog niet. De kans bestaat daarom dat je 60 euro gaat neertellen voor een game die je normaal nooit zou kopen (zoals ik deed met RIGS) omdat de spellen die je echt wilt er nog niet zijn. Mijn tip: koop VR Worlds. Dit is een verzameling korte spellen die je de ultieme VR-ervaring geven en die je voor 40 euro, in combinatie met de demodisc die je erbij krijgt genoeg te doen geven tot de spellen van je keuze verschijnen (voor het einde van het jaar is het aanbod al verdrievoudigd).

©PXimport

Conclusie

De paar dagen dat ik de PlayStation VR nu in huis heb zijn fantastisch geweest. Ik merk dat het voortdurend in mijn hoofd aanwezig is, en ik constant de behoefte voel om stiekem even te ontsnappen naar die andere wereld (verslaving ligt op de loer, waak daarvoor). Perfect is het systeem allerminst. Natuurlijk zie je dat de wereld gerenderd, het is niet pixelig, maar je ziet dat het niet perfect is. Het punt is alleen dat de – juiste – games je zo meeslepen in de ervaring dat je daar helemaal niet mee bezig bent. PlayStation VR slokt je volledig op en dat is zowel fantastisch als een beetje eng. Zeker wanneer je er een 3D koptelefoon bij koopt die de plaatsing van het geluid (dankzij de processing unit) hyperrealistisch maakt, worden je ogen en oren gefopt. Je speelt geen spel meer, je bént het spel. Het is jammer dat ik niet te lang kan spelen omdat ik er fysiek echt naar van word (mijn vrouw en zoontje hebben overigens nergens last van, ik ben het mietje hier in huis), maar eigenlijk is dat misschien maar goed ook. Ik kan me namelijk eenvoudig voorstellen dat ik die bril anders op een zondagochtend opzet, en hem pas ’s avonds laat weer van mijn neus laat glijden. En dat is toch wel een beetje zonde van het leven. Hoe dan ook, na vijf dagen Sony PlayStation VR mag het duidelijk zijn, dit is precies waar je altijd van hebt gedroomd, en een klein beetje meer. Dat is fantastisch… en een beetje gevaarlijk.

Fantastisch
Conclusie

PlayStation VR -------------- **Ontwikkelaar:**Sony **Prijs:**€ 399,99 **Scherm:**5,7 inch OLED, 1920 x RGB x 1080 px **Website:**[playstation.com](https://www.playstation.com/nl-nl/explore/playstation-vr/tech-specs/)

Plus- en minpunten
  • Je bent écht van de planeet
  • Heerlijke pasvorm
  • VR is fenomenaal
  • Je bent écht van de planeet
  • Nog wat weinig games
▼ Volgende artikel
Waarom moeilijk doen? Beheer je thuisserver met CasaOS
© Vatcharachai
Huis

Waarom moeilijk doen? Beheer je thuisserver met CasaOS

Met een NUC of Raspberry Pi zet je snel een thuisserver op, bijvoorbeeld door allerlei services in Docker-containers te draaien en bestanden op je netwerk te delen. CasaOS maakt dit wel heel eenvoudig dankzij een toegankelijk dashboard waarmee je diensten kunt installeren en beheren.

In dit artikel laten we zien hoe je met CasaOS een thuisserver kunt beheren:

  • Installeer CasaOS op een Raspberry Pi, NUC of Linux-systeem
  • Beheer bestanden en deel mappen
  • Installeer en draai Docker-containers vanuit de ingebouwde App Store
  • Importeer extra applicaties via third-party-appstores of Docker Compose-bestanden

Lees ook deze oplossingen voor als je thuisserver het laat afweten: De beste remedies tegen downtime van je thuisserver

Een thuisserver draaien is nog nooit zo eenvoudig geweest. Een Raspberry Pi of NUC kosten niet veel en draaien relatief energiezuinig 24/7 in je thuisnetwerk. Je installeert er een Linux-distributie op en deelt de bestanden die op de aangesloten schijf staan met je netwerk. Daarbovenop draai je dan allerlei opensource-services, bijvoorbeeld als Docker-containers. Het is een beproefd recept met mooie resultaten.

CasaOS maakt dit proces nog eenvoudiger om te realiseren. Het biedt een gebruiksvriendelijke webinterface aan waarmee je met één klik allerlei services op een Linux-server installeert. In dit artikel doen we dat op een Intel NUC met Debian 12 (codenaam Bookworm), het door CasaOS aanbevolen besturingssysteem. Raadpleeg het kader ‘Systeemeisen’ voor andere opties.

1 CasaOS installeren

In dit artikel gaan we ervan uit dat je al Debian 12, of een van de andere aanbevolen besturingssystemen, op ondersteunde hardware hebt geïnstalleerd. Je dient op je besturingssysteem ook een gewoon gebruikersaccount (zonder beheerrechten) te hebben, die het commando sudo kan uitvoeren. Raadpleeg de documentatie van je besturingssysteem voor de instructies hiervoor.

Update daarna de pakketbronnen en upgrade de geïnstalleerde pakketten:

sudo apt update && sudo apt upgrade

Daarna start je de installatie van CasaOS met de volgende regel, waarmee je het installatiescript downloadt en vervolgens met rootrechten uitvoert:

wget -qO- https://get.casaos.io | sudo bash

Het installatiescript controleert allerlei systeemvereisten en installeert ook pakketten die nodig zijn voor CasaOS. Dat kan enige tijd duren. Als alles naar behoren verloopt, krijg je op het einde in je terminalvenster het ip-adres te zien waarop de webinterface van CasaOS bereikbaar is.

Installeer CasaOS in Debian 12.

2 Eerste keer inloggen

Wanneer je dit ip-adres in je browser bezoekt, krijg je de vraag om een account aan te maken. Klik op Go, kies een gebruikersnaam en wachtwoord, en klik daarna op Create. Je ziet daarna het dashboard. Dat toont standaard de huidige datum en tijd, de systeemstatus (CPU en RAM), de gebruikte opslag, netwerkstatistieken en enkele knoppen om extra apps te installeren of te activeren.

De icoontjes linksboven geven je toegang tot je account (naam en wachtwoord aanpassen, en uitloggen), de instellingen, en de terminal en logs. De terminal laat je toe om via je browser met SSH in te loggen op de computer waarop CasaOS draait. Vul de gebruikersnaam en het bijbehorende wachtwoord in van een geldig account op de computer en klik dan op Connect om een inlogsessie te starten. Doorgaans zul je dit niet vaak nodig hebben: CasaOS is juist ontworpen om zoveel mogelijk via de gebruiksvriendelijke webinterface te gebruiken.

Via het dashboard van CasaOS heb je toegang tot allerlei apps en widgets.

3 Instellingen

Als je op het instellingenicoontje klikt, kun je een reeks algemene instellingen aanpassen. Zo kies je hier of je de zoekbalk wilt zien en welke zoekmachine je daarin gebruikt, en configureer je de taal van CasaOS (Nederlands behoort tot de opties). Ook de achtergrondafbeelding is te wijzigen naar een van de andere meegeleverde afbeeldingen of een bestand dat je zelf uploadt.

Als je bovenaan geen aanbevelingen voor apps te zien wilt krijgen, schakel dit hier dan uit. Het automatisch aankoppelen van usb-schijven die je aansluit, is hier ook uit te schakelen. Daarnaast zie je hier of je de nieuwste versie van CasaOS draait en kun je de computer herstarten of uitschakelen.

Onderaan heb je een widget met de naam Widgetinstellingen. Hier kun je de widgets met de tijd, systeemstatus, opslagstatus en netwerkstatus individueel in- en uitschakelen. De meeste van die widgets laten ook nog lichte aanpassingen toe. Klik je bijvoorbeeld op de widget met de tijd, dan schakel je over van 24- naar 12-uursnotatie. Bij Opslag en Netwerkstatus schakel je over naar een andere schijf of netwerkkaart.

De instellingen van CasaOS zijn beperkt, maar bieden de belangrijkste configuratiemogelijkheden.

Systeemeisen

CasaOS kan op diverse Linux-distributies geïnstalleerd worden. De ontwikkelaars bevelen Debian 12 aan, maar ook Ubuntu Server 20.04 en Raspberry Pi OS zijn officieel ondersteund. Vanuit de community is er bovendien ondersteuning voor Elementary 6.1 en Armbian 22.04. Als hardware-architectuur worden x86-64 (AMD64) ondersteund (bijvoorbeeld een Intel NUC of de ZimaBoard van de makers van CasaOS), en ARM64 en ARMv7 (64- en 32bit-ARM-processoren, zoals die van de Raspberry Pi).

4 Bestanden

CasaOS biedt diverse apps aan, weergegeven als tegels in het dashboard. Standaard zijn er al twee apps geïnstalleerd: App Store en Files. Als je op die laatste klikt, kom je in een interface van een bestandsbeheerder, die standaard de inhoud van de map DATA toont, die CasaOS in de Root-directory van het bestandssysteem heeft gemaakt.

Daarin zijn ook de volgende subdirectory’s gemaakt: AppData (waarin de gegevens van de containers terechtkomen), Documents, Downloads, Gallery en Media. Overigens krijg je ook gewoon toegang tot het hele bestandssysteem van je Linux-distributie via deze app: links bovenaan brengt het menu-item Root je naar de Root-directory.

In elke map kun je bovenaan op Uploaden of aanmaken klikken om een bestand of map te uploaden, of een nieuw bestand of nieuwe map aan te maken. In een lege map krijg je deze mogelijkheden ook wat zichtbaarder te zien als icoontjes in het midden van de mapweergave.

Een klik op een bestand geeft een voorvertoning, zodat je bijvoorbeeld een Word- of pdf-document rechtstreeks in je browser kunt bekijken. Uiteraard kun je de bestanden ook downloaden. Bij een map klik je op de drie puntjes rechts bovenaan en dan op Downloaden om een zip-bestand met de volledige inhoud van de map te downloaden.

De webgebaseerde bestandsbeheerder van CasaOS geeft je toegang tot het hele bestandssysteem.

5 Mappen delen

Verder maakt CasaOS het delen van mappen op het netwerk heel eenvoudig. Klik op de drie puntjes rechts bovenaan de gewenste map en kies dan Delen in het contextmenu dat verschijnt. De map wordt onmiddellijk gedeeld en je krijgt te zien via welk netwerkpad de map toegankelijk is in Verkenner (Windows) of in Finder (macOS).

Merk op dat CasaOS nu zonder enige authenticatie mappen op je netwerk deelt. Iedereen op je netwerk kan dus als anonieme gebruiker toegang krijgen tot de gedeelde map. De app Files toont een groen icoontje over de rechteronderhoek van het icoontje van de map om aan te duiden dat hij gedeeld is. Onder Gedeeld (helemaal linksonder van de webpagina) krijg je een overzicht van alle gedeelde mappen. Je stopt het delen met een klik op de drie puntjes bij de map en dan Delen stoppen.

CasaOS maakt bestanden op het netwerk delen heel eenvoudig.

6 App Store

Wanneer je de app Files afsluit met een klik op het kruisje helemaal rechts bovenaan, keer je terug naar het dashboard. Klik vervolgens op App Store om de applicatiewinkel van CasaOS te openen. Je krijgt hier een honderdtal apps te zien, die je eenvoudig installeert. Bovenaan loopt een slideshow van enkele aanbevolen apps.

Je kunt de hele lijst met apps doorbladeren of links bovenaan de lijst All veranderen naar een specifieke categorie waarvoor je de apps wilt zien. En ernaast kun je de apps filteren tot de door CasaOS of de community aangeboden apps. Uiteraard kun je ook eenvoudig zoeken door een naam of term uit de beschrijving in te typen in het zoekveld.

In de App Store vind je een honderdtal apps en diensten die je in CasaOS kunt installeren.

7 App installeren

Klik je op een van de apps in de lijst, dan krijg je een korte beschrijving, en een of meerdere screenshots te zien. Vaak staat er ook bij hoeveel MB geheugen de app nodig heeft. Klik op de blauwe knop Installeren om de app met de standaardconfiguratie te installeren. Op de achtergrond downloadt CasaOS dan een Docker-image van de app en installeert deze als een container op je Linux-server.

Dit gebeurt allemaal transparant op de achtergrond. Wil je meer flexibiliteit, klik dan op het pijltje-omlaag helemaal rechts in de knop Installeren en kies dan de optie Aangepaste installatie. Je krijgt nu alle mogelijke eigenschappen van de container te zien en kunt deze individueel aanpassen. Zo kun je een ander Docker-image of andere tag kiezen, en omgeleide poorten, volumes en omgevingsvariabelen configureren. Je kunt de container ook toegang tot specifieke apparaten geven, een specifieke opdracht laten uitvoeren en een limiet instellen op de hoeveelheid geheugen die de container mag innemen.

Installatie van een app start op de achtergrond een container op.

8 Apps gebruiken

Na de installatie van een app draait de software in een Docker-container en toont het dashboard van CasaOS onder App een extra icoontje. Klik hierop om de webinterface van de app in een nieuw tabblad van je browser te openen. Zowel het icoontje als de url van de webinterface zijn instellingen die via de optie Aangepaste installatie te vinden waren.

De meeste apps zullen de eerste keer vragen een account aan te maken. De container slaat zijn data overigens op in een submap van de map /DATA/AppData met de naam van de container.

Klik je op de drie puntjes rechts bovenaan van het icoontje van een geïnstalleerde app, dan open je een contextmenu met meer mogelijkheden. Zo kun je de app hier verwijderen, herstarten of afsluiten. Ook kun je controleren of er een nieuwe versie van de container beschikbaar is en deze bijwerken. En als je op Instellingen klikt, krijg je dezelfde containereigenschappen te zien als bij de optie Aangepaste installatie. Je kunt deze eigenschappen nu ook aanpassen, opslaan, en dan de container opnieuw aanmaken.

Via CasaOS pas je allerlei containerinstellingen van een app aan.

9 Containerbeheer

Als je in het contextmenu van een app op Instellingen klikt, zie je rechts bovenaan ook twee icoontjes links van het kruisje om het instellingenvenster te sluiten. Met het meest linkse icoontje open je een terminal in de container. Op deze manier kun je Linux-opdrachten in de container uitvoeren, bijvoorbeeld om problemen op te lossen. Het tabblad Logboeken daarnaast toont je de loguitvoer van de container.

Met het meest rechtse icoontje in het instellingenvenster exporteer je de huidige containerconfiguratie naar een yaml-bestand voor Docker Compose. Hiermee kun je op elke andere Linux-machine met Docker Compose de app opstarten. Eventueel moet je dan wel het pad met de data voor de container aanpassen.

Op deze manier kun je de app ook naar een andere computer met CasaOS verplaatsen. Klik daar in CasaOS op App Store, vervolgens bovenaan rechts op Aangepaste installatie en daarna op het icoontje bovenaan rechts naast het kruisje. Upload je Docker Compose-bestand van de app en bevestig. Daarna worden de containereigenschappen ingevuld en kun je deze nog wijzigen voordat de container geïnstalleerd wordt.

Importeer een app in CasaOS via een Docker Compose-bestand.

10 Willekeurige containers installeren

Op dezelfde manier kun je in CasaOS willekeurige containers installeren, ook als CasaOS daarvoor geen app aanbiedt, door in de App Store bovenaan op Aangepaste installatie te klikken en dan op het importeerknopje. Als de documentatie van de software een Docker Compose-bestand beschrijft, kun je dit op dezelfde manier als in de vorige paragraaf uploaden, of de Docker Compose-code in het tekstveld plakken. En als de documentatie een Docker-opdracht beschrijft om de container te starten, plak die dan in het tekstveld van het tabblad Docker CLI.

Na een klik op Bevestigen worden alle containereigenschappen ingevuld en kun je deze nog aanpassen. Als de documentatie geen Docker Compose-code of Docker-opdracht beschrijft, vul dan al deze eigenschappen handmatig in. De belangrijkste zijn het Docker-image en de tag, die bepalen welk image er wordt uitgevoerd. Vul ook de titel in, want die wordt getoond in de lijst met apps. Na een klik op Installeren wordt de container geïnstalleerd en verschijnt hij bij je andere apps in het dashboard van CasaOS.

Kopieer en plak een Docker-opdracht om een container in CasaOS te importeren.

11 Andere appstores

Als een app niet in de officiële appstore van CasaOS beschikbaar is, betekent dat niet dat je onmiddellijk zelf een Docker-container hoeft aan te maken. CasaOS ondersteunt namelijk ook andere appstores. Open hiervoor de App Store, klik rechts bovenaan de lijst met apps op het aantal apps en kies dan Meer apps. Vul de url van de extra appstore in en klik op Toevoegen.

Deze zogenoemde third-party-appstores voor CasaOS worden door communityleden beheerd. Zo is er de Big Bear CasaOS-appstore met allerlei interessante apps, of de CasaOS LinuxServer-appstore met meer dan honderd containerimages van de populaire site LinuxServer.io.

Installeer containerimages van LinuxServer.io in CasaOS.

12 En verder

CasaOS heeft zijn beperkingen. Zo is de ondersteuning voor aangepaste netwerken voor de apps beperkt. Wil je een completer platform om containers te draaien, kies dan voor Portainer of Proxmox Virtual Environment. Maar beide oplossingen zijn ook complexer om te gebruiken.

Wat CasaOS aantrekkelijk maakt, is de gebruiksvriendelijke interface: de eenvoud waarmee je zonder dat je Linux-opdrachten hoeft in te typen allerlei diensten op een Raspberry Pi of Intel NUC kunt draaien. Bovendien ben je niet beperkt tot de apps die CasaOS aanbiedt. Je kunt zelf Docker-containers toevoegen en er bestaan meerdere third-party-appstores met extra apps.

Ook interessant: Overal toegang tot je Pi: ontdek Raspberry Pi Connect

ZimaOS

De ontwikkelaars van CasaOS werken ook aan ZimaOS, momenteel alleen nog maar beschikbaar als bètaversie. ZimaOS biedt hetzelfde gebruiksgemak als CasaOS met een dashboard en appstore, maar je installeert het als een volledig besturingssysteem in plaats van in een bestaande Linux-installatie. Het besturingssysteem is te installeren op een ZimaBoard en andere hardware van de makers, evenals op een Intel NUC of andere Intel-compatibele computer met UEFI-bootmodus. De Raspberry Pi wordt niet ondersteund.

Watch on YouTube

▼ Volgende artikel
Review Engwe Mapfour N1 Air – Deze e-bike til je zo op
© Rens Blom
Mobiliteit

Review Engwe Mapfour N1 Air – Deze e-bike til je zo op

De Engwe Mapfour N1 Air is een e-bike van 17 kilo, wat opvallend licht is voor een elektrische fiets. De Chinese fabrikant hanteert bovendien geen zware prijs: je koopt de Mapfour N1 Air voor circa 1400 euro. In deze review delen we onze ervaringen na twee maanden fietsen op de e-bike.

Uitstekend
Conclusie

De Engwe Mapfour N1 Air is een stoer ogende e-bike die opvallend licht is, zonder afbreuk te doen aan de bouwkwaliteit of fietservaring. De e-bike rijdt prettig, biedt een prima accuduur voor woon-werkverkeer of pleziertochtjes en heeft veel functies. Houd er wel rekening mee dat de accuduur niet uitzonderlijk lang is en dat de fiets geen geïntegreerd slot heeft. Gelet op de adviesprijs van 1500 euro – maar al een tijd te koop voor 1400 euro – vinden we dat de Engwe Mapfour N1 Air een goede prijs-kwaliteitsverhouding biedt.

Plus- en minpunten
  • Stoer, lichtgewicht ontwerp
  • Comfortabele fietservaring
  • Scherpe prijs
  • Onhandig achterlichtje
  • Geen geïntegreerd slot
  • Geen bagagedrager

Engwe is nog geen bekend merk in Nederland, maar doet flink zijn best om daar verandering in te brengen. Een interessante strategie, als je weet dat er het afgelopen jaar best wat bekendere e-bikemerken failliet verklaard zijn. Is de markt verzadigd of boden de gestopte merken niet waar de consument op zit te wachten? Engwe denkt in ieder geval dat de (Nederlandse) fietser op zoek is naar een lichtgewicht e-bike die oogt als een normale fiets. Het merk stuurde zo'n Mapfour N1 Air naar ons op voor een grondige test.

Montage is snel gepiept

De Engwe Mapfour N1 Air komt in een grote doos, is zorgvuldig verpakt en grotendeels in elkaar gezet. De montage afronden kun je het beste met twee personen doen, zodat de een de fiets goed kan vasthouden en de ander twee handen vrij heeft om het stuur of het wiel aan de fiets te bevestigen. De handleiding is aan de beknopte kant, maar als we het vergelijken met de eerder geteste Engwe P275 ST, dan verloopt de montage van de Mapfour N1 soepeler.

©Rens Blom

Eenmaal gemonteerd staat er een fiets voor ons die vanwege zijn stang in het midden meer bedoeld is voor mannen dan voor vrouwen. Voor vrouwen is er de Mapfour N1 Air ST – even duur en met een lagere instap.

De zadelpen van de fiets is in hoogte verstelbaar en het stuur is indien gewenst wat meer naar voren of achteren te kantelen, zodat je je armen minder of juist meer kunt strekken. De banden zijn van gemiddelde dikte en hebben het de afgelopen maanden goed volgehouden. Deze Mapfour N1 Air is nadrukkelijk géén fatbike met dikke banden.

©Rens Blom

E-bike van 17 kilo

Sterker nog, de Mapfour N1 Air lijkt meer een normale fiets dan op een e-bike. De accu (uit de fabriek van Samsung) is onzichtbaar weggewerkt in de onderkant van het frame, en springt netjes los als je het sleuteltje in het gat draait. Een fraaie methode. Een andere reden dat deze e-bike wel een normale fiets lijkt, is zijn gewicht. Compleet gemonteerd – zoals je erop fietst – weegt de Engwe Mapfour N1 Air circa 17 kilo. Dat is tot tien kilo lichter dan een gemiddelde e-bike, en dat verschil merk je duidelijk. Bij het draaien van de fiets voordat we opstappen tot de fiets een duwtje geven als we hem een helling naar het treinstation op rijden; deze fiets is echt licht.

We kunnen de Mapfour N1 Air prima optillen en voor onze borst houden, iets dat we liever niet doen met de meeste andere e-bikes. Engwe heeft zijn fiets voorzien van een koolstofvezelframe, dat naast licht ook stevig is. Na twee maanden toeren door dorpen en weilanden oogt de fiets nog als nieuw. We hebben ook niets te klagen over de bouwkwaliteit. Aardig wat mensen in onze directe omgeving vroegen ons de afgelopen tijd welke fiets we aan het testen waren, en gaven complimenten over het sportieve uiterlijk.

©Rens Blom

Functies

Dat de lichtgewicht Mapfour N1 Air er fraai uitziet is mooi, maar natuurlijk slechts een deel van het verhaal. De fietservaring wordt bepaald door een combinatie van factoren. En net als bij de P275 ST scoort Engwe ook hier wisselend. Positief zijn we over de kwaliteit van het (vrij smalle) zadel, de trappers en het krachtige losse voorlicht, dat je aan- en uitzet via een knop op het stuur. Die knop hoort bij het relatief grote en goed afleesbare schermpje, waarop je ook je snelheid, mate van trapondersteuning en andere relevante informatie ziet. Het schermpje laat zich eenvoudig bedienen. Er zit ook netjes een bel op het stuur.

©Rens Blom

Minder blij worden we van het achterlicht op de Mapfour N1 Air. Dat gemonteerde rode lichtje werkt op basis van een klein zonnepaneeltje, en laadt enkel op via licht van de zon. Een onhandig concept voor de vele Nederlanders die hun e-bike in een doorgaans donkere berging stallen. Toen wij op een donkere avond naar een restaurant fietsten, bleek de accu van het achterlicht leeg  en was er geen mogelijkheid om het licht alsnog aan te zetten of op te laden. Om ons zichtbaar te maken in het verkeer en een boete te voorkomen, hingen we daarom maar een spotgoedkoop oplaadbaar lampje aan ons zadel. Het gemonteerde achterlicht opladen lukte pas dagen later, toen de zon scheen en we de fiets buiten konden neerzetten. Ons advies aan wie deze fiets koopt: hang er een eigen, oplaadbaar, achterlicht bij zodat je te allen tijde verlicht op pad kunt.

©Rens Blom

En hoewel het een kwestie van smaak is, zijn we ook minder gecharmeerd van de afwerking boven het achterwiel. De Mapfour N1 Air ziet er speels uit, maar biedt geen ruimte voor een fietstas, krat boodschappen of klein kind achterop. Bij de Engwe P275 ST waren we juist blij met de brede bagagedrager met een draaggewicht van 25 kilo.

Bij de Mapfour N1 Air heeft de Chinese fabrikant meer gefocust op slimme functies. Je kunt een gratis app op je smartphone installeren, waaraan je je fiets kunt koppelen via bluetooth. Vanuit de app kun je bijvoorbeeld het voorlicht aan- en uitzetten (niet heel nuttig) en de fiets softwarematig op slot zetten. Probeert iemand je fiets te stelen, dan krijg je een melding op je telefoon én klinkt er een sirenegeluid uit de luidspreker van de fiets. Dat werkt prima en is zo een mooie aanvulling op je fiets op slot zetten via een kettingslot.

Over op slot zetten gesproken: de Mapfour N1 Air heeft geen geïntegreerd slot. Ook geen simpel slot. Je doet er dus goed aan om een hangslot te regelen.

De fietservaring

Als gezegd hebben we twee – koudere – maanden gefietst op de Engwe Mapfour N1 Air. Dat is ons overwegend goed bevallen. De fiets ligt prettig op de weg, slipt niet zomaar weg en rijdt voor ons – als man van 185 centimeter lang – comfortabel. We hebben wel gemerkt dat de remmen prima werken, maar niet de meest geavanceerde zijn. Het kan dus lonen om zelf betere remmen te monteren. De e-bike heeft zeven Shimano-versnellingen, waartussen je handmatig kunt wisselen. Wij hebben vooral in de zevende versnelling gefietst, zodat we rustig kunnen trappen als de e-bike ondersteuning geeft.

©Rens Blom

Die trapondersteuning is dik in orde en gaat netjes tot 25 kilometer per uur. Met een windje tegen helpt een wat hogere trapondersteuning om alsnog soepel vooruit te komen – een typische situatie waarin je blij bent dat je op een elektrische fiets rijdt. Bij onze kortere fietstochtjes in dorpen en aangrenzende weilanden houdt de Mapfour N1 Air het circa 70 tot 80 kilometer vol op zijn 360Wh-accu. Let op: dat is dus in januari en februari geweest. In lente- en zomermaanden kan de accuduur wat beter zijn, omdat een accu meer houdt van die temperaturen. Engwe belooft zelf een accuduur van 100 kilometer. Die belofte zou dus waar kunnen zijn. De accu opladen duurt een paar uur en kan gewoon in je woonkamer aan het stopcontact – een voordeel van de uitneembare accu.  

©Rens Blom

De accu is netjes weggewerkt in het onderste frame.

Tijdens onze testperiode zijn we niet tegen problemen aangelopen. Als de fiets wel een mankement vertoont, kun je contact opnemen met Engwe. Het bedrijf biedt twee jaar garantie. Reserve-onderdelen zien we op moment van schrijven nog niet te koop staan. Houd er ook rekening mee dat je lokale fietsenmaker misschien moeite heeft met het repareren van een e-bike van een minder bekend merk dat geen samenwerkingen heeft met dealers in Nederland.

Conclusie: Engwe Mapfour N1 Air kopen?

De Engwe Mapfour N1 Air is een stoer ogende e-bike die opvallend licht is, zonder afbreuk te doen aan de bouwkwaliteit of fietservaring. De e-bike rijdt prettig, biedt een prima accuduur voor woon-werkverkeer of pleziertochtjes en heeft veel functies. Houd er wel rekening mee dat de accuduur niet uitzonderlijk lang is en dat de fiets geen geïntegreerd slot heeft. Gelet op de adviesprijs van 1500 euro – maar al een tijd te koop voor 1400 euro – vinden we dat de Engwe Mapfour N1 Air een goede prijs-kwaliteitsverhouding biedt.