ID.nl logo
Meterstanden in Excel bijhouden
Huis

Meterstanden in Excel bijhouden

Je wilde altijd al graag besparen op gas en stroom, maar nu de energieprijzen zo hoog zijn al helemaal. Daarvoor moet je weten hoeveel energie je verbruikt. Noteer daarvoor één keer per week de meterstanden in Excel en het programma geeft je een compleet beeld van je verbruik. Met een prognose weet je al na een paar maanden wat je jaarverbruik zal zijn. En met een grafiekje krijg je helemaal een goed beeld. Je meterstanden in Excel bijhouden kun je als volgt vormgeven.

De meeste huizen hebben tegenwoordig een slimme meter. Die geeft je meterstanden door aan je energiebedrijf, zonder dat je het merkt. Daardoor sta je er nauwelijks meer bij stil hoeveel gas en stroom je verbruikt. Wil je bewust omgaan met energie, dan helpt het om je verbruik in kaart te brengen. Dat doe je in Excel.

Het werkblad inrichten

Je maakt één werkblad voor het gas en als dat klaar is, kopieer je het hele werkblad voor elektra. Vooraf stellen we de opmaak in.

Klik met rechts op de kolomletter bovenaan kolom A en kies in het menu voor Celeigenschappen om het gelijknamige venster te openen. Klik op Datum en kies onder Type een van de datuminstellingen. Wil je de datums zonder spatie, klik dan in dit venster op Aangepast en vul onder Type de code d mmm jj in.

Klik vervolgens met rechts op de B bovenaan kolom B en open opnieuw het venster Celeigenschappen, kies Getal, voer 0 in bij Decimalen en schakel Scheidingsteken voor duizendtallen in. Dat doe je ook voor kolommen C, E en F.

In kolom D komen procenten; selecteer die kolom door bovenin met links op D te klikken en klik in de tab Start op de knop Percentage.

De kleuren en de opschriften mag je overnemen uit de afbeelding.

©PXimport

Beginnen met invullen

Je duikt op een vast moment in de week in je meterkast en noteert dan de meterstanden. Je kunt beginnen op de datum waarop je meter wordt opgenomen voor de jaarafrekening. Typ de begindatum in cel A5, bijvoorbeeld 1-3, en druk op Enter; het jaartal van het huidige jaar hoef je er niet bij te typen, dat komt er vanzelf achter. De opmaak had je ook al ingesteld. Je ziet in dit geval: 1 mrt 21.

De volgende datums hoef je niet zelf te typen, want Excel kan ze voor je invullen. Plaats hiervoor in A6 de formule:

=A5+7

Excel telt 7 bij de datum in A5 op, dat is een week later. Kopieer en plak deze cel omlaag tot in A57 en je hebt de weken van een heel jaar; dat hoeft niet precies een kalenderjaar te zijn.

Je verbruik berekenen

Naast de eerste datum typ je de eerste stand van de meter. De punt voor de duizendtallen hoef je niet te typen, die komt er vanzelf tussen; dat had je via de opmaak ingesteld. Een week later vul je in kolom B de volgende meterstand in. Om meteen te zien hoeveel je de afgelopen week verstookt hebt, moet Excel de stand die je invulde, aftrekken van de stand van de vorige keer. Dat zou in C6 gewoon kunnen met:

=B6-B5

Maar als je die omlaag kopieert en plakt, zul je naast de eerstvolgende lege cel de laatste meterstand zien met een minteken ervoor. Dat staat niet fraai: we willen verder omlaag in kolom C niets zien als de cellen in kolom B nog leeg zijn. Geef daarvoor C6 de formule:

=ALS(B6=0;0;B6-B5)

Dat wil zeggen: als er in B6 niets staat, staat in C6 nul en zodra je in B6 een stand invult, trekt deze formule de beide cellen van elkaar af en zie je het verschil. Kopieer en plak C6 omlaag. Zodra je de volgende meterstand invult, zie je dan het verbruik van de afgelopen week.

Wil je weten hoeveel je in totaal hebt gebruikt sinds je de standen begon bij te houden? Hiervoor tellen we boven in kolom C alle stukjes weekverbruik op. Plaats hiervoor in C4 de formule:

=SOM(C6:C60)

©PXimport

Golflijn

Het is natuurlijk de sport om met je verbruik lager uit te komen dan vorig jaar. Noteer hiervoor je totale verbruik van vorig jaar bovenaan, in E2.

We willen elke week van dit jaar vergelijken met dezelfde week in het vorige jaar. Nu kun je niet simpelweg zeggen dat je elke week een 52ste van je jaarverbruik verstookt, want in juli verbruik je bijna niets, in januari het meest. Dat verbruik per week verloopt volgens een boog, een sinus. Om die boog na te rekenen, laten we op elke datum in kolom A een formule met een sinus los. Voor D6 luidt deze formule in zijn eenvoudigste vorm:

=SIN(A6/365*2*PI())

We delen eerst de datum van A6 door 365, doen dat maal 2 en maal het getal pi; officieel gaat dat met ‘360/180*PI()’, maar dat hebben we vereenvoudigd naar ‘2*PI()’.

Vervolgens nemen we daarvan de sinus, gewoon met de rekenfunctie SIN. Dat levert een waarde tussen 1 en -1 op, en die geven we via de opmaak weer in procenten. Tellen we alle percentages van 52 weken op, dan komen we veel te hoog uit. Maar als we ze delen door 52, zijn ze opgeteld honderd procent. Dat geeft:

=SIN(A6/365*2*PI())/52

Een negatief percentage kan niet (je verstookt nooit -5% van het jaarverbruik), daarom tillen we alle waarden boven de nullijn door er een 52ste bij op te tellen. Zo wordt de formule =SIN(A6/365*2*PI())/52+1/52

Als je die omlaag kopieert en plakt, legt iedere week zijn eigen gewicht in de schaal. Weergegeven in een lijngrafiek geeft dat een mooie berg.

Alleen staat de top van de berg nog niet goed, want die moet naar de derde week van januari, dat is statistisch gezien de koudste week van het jaar. Daarvoor tellen we bij de datum van A6 nog 39 weken op, in de formule komt hiervoor ‘+39*7’. En om rekening te houden met een schrikkeljaar, vullen we A6 aan tot ‘A6*366/365’. Enfin, de formule die je moet hebben voor D6 is:

=SIN((A6*366/365+39*7)/365*2*PI())/52+1/52

Kopieer en plak deze omlaag.

©PXimport

Het verbruik vergelijken

We verdelen het totale verbruik van vorig jaar over alle weken aan de hand van de golflijn. Daarvoor doen we steeds het weekpercentage maal het jaarverbruik in E2. Elke volgende kopie van de formule moet verwijzen naar deze E2, daarvoor zetten we een dollarteken voor het rijnummer. Geef E6 de formule:

=D6*E$2

En kopieer en plak deze omlaag.

Om erachter te komen hoeveel je vorig jaar hebt verbruikt tot en met de week die je tot nu toe hebt ingevuld, moet je alleen de stukjes weekverbruik in kolom E optellen, waar in kolom B een meterstand naast staat. Dat gaat met de functie SOM.ALS. Geef hiervoor E4 de formule:

=SOM.ALS(B6:B60;">0";E6:E60)

Je ziet dan onder ‘t/m deze week:’ hoeveel je vorig jaar had verbruikt tot en met diezelfde week (als dat verbruik keurig volgens de golflijn was verlopen). Als je werkelijke verbruik tot nu toe (in C4) lager is dan E4, stook je zuiniger.

©PXimport

Jaarprognose

Excel kan na een tijdje voorspellen wat je verbruik voor een heel jaar zal zijn. Daarvoor moet je de percentages van elke week in kolom D optellen, waar in kolom B een meterstand is ingevuld. Zet hiervoor in D4 de formule:

=SOM.ALS(B5:B60;">0";D5:D60)

Deze formule kijkt waar een meterstand is ingevuld en telt de percentages op die daarnaast staan. Zo zie je hoeveel procent van het jaar is verstreken.

Dan krijgen we de prognose voor het hele jaar als we die C4 (het verbruik tot nu toe) delen door D4 (het percentage tot nu toe). We doen dat niet simpelweg met ‘=C4/D4’, want als het schema nog leeg is, is D4 nul en krijgen we de melding ‘#DELING.DOOR.0!’ of ‘#DEEL/0!’ (‘kan niet delen door 0’). In F4 komt daarom:

=ALS(D4=0;0;C4/D4)

Deze jaarprognose gaat de eerste maanden nog erg op en neer, maar na een half jaar zit de prognose al behoorlijk goed.

Het maakt hiervoor niet uit wanneer je begint met het noteren van je meterstanden. Of je gebruiksjaar nou van juli tot juli loopt of van oktober tot oktober, de prognoseformule werkt altijd!

©PXimport

Een grafiek maken

Om een goed beeld van deze cijfers te krijgen, geven we ze weer in een grafiek. Selecteer hiervoor de cellen A6 tot en met C57 (dat zie je goed: zonder de eerste datum), klik op de tab Invoegen, kies uit de groep Grafieken het eerste type kolomgrafiek (Gegroepeerde kolom). Je krijgt een grafiek met kolommetjes, die vooral de meterstanden weergeeft. Die hoeven we niet te zien: klik op de kolommetjes en druk op Delete. De kolommetjes van de meterstanden verdwijnen en je houdt de kolommetjes van het weekverbruik over (die waren eerst onzichtbaar doordat de waarden van de meterstanden veel groter waren).

Dubbelklik op de horizontale datumas; het taakvenster As opmaken verschijnt. Kies via Uitlijning bij Tekstrichting voor Tekst 270 graden draaien; de datums komen op hun kant en zijn beter leesbaar. Neem dan de knop Opties voor as, klik op Labels en voer bij de intervaleenheid 4 in; dan zitten er steeds vier weken tussen de datums onderaan. Kies hier bovenaan de optie Tekstas, want dan kun je de kolommetjes verbreden. Klik in de grafiek op een van de kolommetjes, kies Opties voor reeks en stel de Breedte tussenruimte in op 50% (dit werkt alleen als je voor de horizontale as Tekstas hebt gekozen!).

Typ je totale verbruik van vorig jaar in E2, je ziet dan de weekcijfers van vorig jaar eronder. Die voeg je als volgt toe aan de grafiek. Selecteer E6 tot en met E57, kies Kopiëren, klik op de grafiek en klik op de knop Plakken; deze reeks verschijnt in de grafiek als een serie kolommen in een boogvorm. Om daarvan een lijn te maken, klik je op deze serie kolommen en kies je in de tab Ontwerpen voor Ander grafiektype; het venster Grafiektype wijzigen verschijnt. Klik onderaan op Combinatie en kies voor deze reeks (Reeks2) de optie Lijn.

©PXimport

Berg en dal

De golflijn geeft het verbruik van vorig jaar weer, als de temperatuur door het jaar heen mooi geleidelijk zou stijgen en dalen. Deze lijn vormt een berg als je standen van juli tot en met juli lopen; begin je in januari, dan zie je een dal.

Als je de werkelijke meterstanden invult, krijgt iedere week in de grafiek een rood kolommetje. Zo kun je precies zien of jouw weekverbruik (de kolommetjes) deze golflijn volgt. De eerste weken doet de grafiek misschien nog wat vreemd aan, maar na een paar maanden begint het er echt op te lijken.

Je kunt ook de lijn voor de prognose van het lopende jaar aan de grafiek toevoegen. Selecteer hiervoor F6 tot en met F57 en volg de stappen die je zojuist voor kolom E hebt gedaan.

©PXimport

Kopiëren maar!

Is het werkblad klaar, dan kopieer je dit hele blad voor de elektrastanden. Dat doe je via de bladtab die je onder in beeld ziet. Houd Ctrl ingedrukt, houd de linkermuisknop ingedrukt en sleep opzij; je ziet een plusje bij de muisaanwijzer. Laat los en je hebt een kopie van het complete werkblad, deze heet Blad1 (2).

Dubbelklik op de eerste bladtab en verander die naam in Gas. Dubbelklik op de tweede bladtab en noem deze Stroom. Heb je dag- en nachtstroom, dan maak je nog een kopie van het werkblad en noem je de ene bladtab Dagstroom en de andere Nachtstroom. Je gaat tussen deze werkbladen heen en weer door op die bladtabs te klikken of met de toetscombinaties Ctrl+PageDown of Ctrl+PageUp.

Elke reeks een eigen naam

In de legenda van de grafiek zie je Reeks1 en Reeks2. Dat pas je als volgt aan. Klik op de kolommetjes van de weekstanden; in de formulebalk zie je een formule die met =REEKS(; begint. Typ tussen het haakje en de puntkomma Verbruik. Klik op de sinuslijn en typ in de formulebalk tussen het haakje en de puntkomma Vorig jaar.

Meteen aan de slag

Wil je zelf ook je verbruik bijhouden, dan kun je het Excel-sheet uit dit artikel downloaden. Zo kun je meteen beginnen met invullen!

Prognose nauwkeuriger instellen

Statistisch is de derde week van januari de koudste van het jaar, dus daar ligt de top van je gasverbruik. Maar ons klimaat wenst zich vast niet te houden aan de statistiek. Blijkt achteraf het hoogste rode staafje naast de top van de berg te staan, dan zit de piek van het werkelijke verbruik dus eerder of later. In het bovenstaande bestand dat je kunt downloaden hebben we dit instelbaar gemaakt. Rechts van de grafiek vind je pijltjes: door daarop te klikken, laat je de top van de sinus heen en weer schuiven. De getallen in de kolommen D, E en F reageren hierop, zodat ze dichter bij het feitelijke gebruik komen (in kolom C). Als bij jou de winter wat zachter is (je woont aan zee bijvoorbeeld), wordt je gasverbruik getemperd. De boog van de grafiek moet dan iets vlakker zijn. In het downloadbestand kun je ook dat bijstellen door op de pijltjes rechts onder de grafiek te klikken. Bij het stroomverbruik is het verschil tussen zomer en winter sowieso kleiner; maak in die werkbladen de lijn ook vlakker. Hierdoor zal de prognose zich ook aanpassen.

©PXimport

Wil je bewuster omgaan met je energieverbruik? Dan raden we ook de Cursusbundel: Automatisch energie besparen aan.

▼ Volgende artikel
Je smartphone als afstandsbediening voor je slimme huis: zo werkt dat
© ImageFlow - stock.adobe.com
Huis

Je smartphone als afstandsbediening voor je slimme huis: zo werkt dat

Je smartphone gebruik je wellicht voor allerlei handige zaken, maar wist je dat je je telefoon ook kunt gebruiken om apparaten in je huis te bedienen? Vaak heb je daar niet eens zoveel voor nodig. Maar hoe begin je en waar moet je allemaal op letten?

In dit artikel

Je ziet hoe je je telefoon inzet als afstandsbediening voor verlichting, verwarming, tv en andere slimme functies in huis. We laten je stap voor stap zien hoe je apparaten toevoegt, kamers indeelt, routines bouwt en je slimme huis laat reageren op tijd, locatie en aanwezigheid. Ook lees je waar je op let bij compatibiliteit en hoe je alles netjes en veilig houdt met onderhoud en updates. 

Lees ook: Starten met smarthome in één middag: een stappenplan voor beginners

We gebruiken thuis steeds meer slimme apparaten die het leven moeten vergemakkelijken. Bijna alle apparaten die je op internet aansluit, zoals een televisie of een basisstation voor slimme lampen, kun je op afstand bedienen of in ieder geval via je wifi-verbinding thuis aansturen. Dat hangt natuurlijk af van het merk en type producten dat je gebruikt en via welke protocollen dit gaat, maar het heeft ook te maken met je telefoon.

Wanneer is een apparaat slim?

Een slim apparaat is een lamp, thermostaat, tv, stekker, gordijnmotor of sensor die via wifi, bluetooth of een standaard als Matter verbonden is met internet en op afstand te bedienen is. Dat bedienen kan bijvoorbeeld via een app van de fabrikant van de apparatuur, maar het is ook mogelijk met de app van Google, Google Home. Deze app is op de meeste Android-toestellen aanwezig, maar als dat bij jou niet het geval is, kun je deze downloaden via de Google Play Store. De app is er ook voor de iPhone en werkt vrijwel hetzelfde. We gebruiken in dit artikel de Android-versie voor alle uitleg en afbeeldingen.

Google Home tref je aan in Google Play, maar kan soms al geïnstalleerd zijn. Check sowieso altijd op updates als je de app al hebt.
Google Home

Google Home is de app die al die apparaten verzamelt en bestuurt; je bedient ze met tikken op je scherm, via het snelle bedieningspaneel van Android en met spraak via de Google Assistant. Wanneer je apparaten in de Google Home-app toevoegt, kun je er routines mee bouwen: vaste acties die automatisch of met één tik worden uitgevoerd, zoals alle lampen uit zodra je het huis verlaat of de verwarming lager zodra iedereen slaapt. Inmiddels kun je met Google Home al meer dan 50.000 apparaten aansturen; je herkent ze aan de Works with Google Home of Matter-logo's.

Starten met aansturen

Om je slimme apparaten te kunnen aansturen, gebruik je een Android-telefoon met Android 11 of hoger. Het werkt in principe ook met oudere versies, maar sinds versie 11 kun je de meeste opties voor slimme apparaten direct vanaf je vergrendelingsscherm benaderen en hoef je dus niet eerst de app te openen om je apparaten te bedienen. Installeer de Google Home-app uit de Play Store en meld je aan met je Google-account. Aanmelden is vereist zodat de instellingen voor al je apparaten worden opgeslagen en ook via andere Android-toestellen zijn te bereiken. Je kunt er ook voor kiezen om een nieuw account aan te maken, dat je dan bijvoorbeeld met je huisgenoten kunt delen. Op die manier kan iedereen in huis bij dezelfde instellingen voor je slimme apparaten en hoef je je persoonlijke data niet met je huisgenoten te delen. Met de Google Home-app kun je eenvoudig schakelen tussen meerdere accounts, dus het is in theorie mogelijk om meerdere slimme huizen te beheren.

Met de Google Home-app kun je - net als alle andere Google-apps - eenvoudig schakelen tussen meerdere accounts.

Systemen zijn niet altijd compatibel

Voordat je een slim apparaat kunt toevoegen aan Google, moet dat apparaat eerst al zijn ingesteld met de app van de fabrikant, bijvoorbeeld Philips Hue, IKEA Home smart, Tado of de app van je gordijnmotor. Daarna koppel je ze in Google Home. Het is handig om minstens één slimme lamp of slimme stekker te hebben om mee te oefenen, plus bijvoorbeeld een televisie met Chromecast-functionaliteit. Heb je een smartspeaker of smartdisplay met ingebouwde Google Assistant (zoals de Nest Hub), dan kun je die gebruiken als extra microfoon in huis, maar strikt nodig is die niet, omdat je ook via je telefoon tegen de Assistant kunt praten. Apple-gebruikers hebben een vergelijkbaar systeem via Apple HomeKit en de Apple Home-app. Apple gebruikt een gesloten systeem, waardoor je niet kunt communiceren met Google Home en moeten de apparaten die je met een Apple-smartphone wilt aansturen, ook specifiek compatibel zijn met Apple HomeKit. Via Home Assistant - een losstaand protocol voor slimme apparaten - is het mogelijk om een koppeling te maken tussen Android-apparaten en Apple-apparaten, maar daar gaan we in dit artikel niet verder op in.

©sdx15 - stock.adobe.com

Ook Apple heeft een Home-app, maar die is niet compatibel met Android.

Lees ook: Philips Hue SpatialAware: dit is het en zo gebruik je het

Apparaten toevoegen en huis indelen

Om Google Home te gebruiken voeg je je eerste apparaten toe aan de Google Home-app en deel je ze logisch in kamers in, zodat aansturen en automatiseren later veel eenvoudiger wordt. Je opent eerst Google Home, controleert of het juiste huis geselecteerd is; als dit nog niet is aangemaakt, maak je dat aan. Vervolgens voeg je een nieuw apparaat toe met de +-knop, rechts bovenin. Tot slot kies je voor Apparaat.

Een nieuw apparaat toevoegen aan Google Home doe je hier.

Koppelen

Je krijgt nu de mogelijkheid om een apparaat direct toe te voegen door middel van een QR-code, die je vaak achter op een product vindt. Apparaten die Matter of Nest ondersteunen, kun je op deze manier dus direct toevoegen. Wil je een apparaat toevoegen dat geen Matter-ondersteuning biedt, dan kan dat alleen als je het betreffende apparaat hebt geconfigureerd via het systeem van dat merk, bijvoorbeeld een lamp van Philips Hue die aan de Hue-bridge is gekoppeld. In dat geval kies je voor de optie Apps of services koppelen. Vervolgens krijg je een overzicht van alle compatibele diensten die met Google Home werken.

Kies uit de lijst met compatibele merken om een koppeling te maken.

Lees ook: Matter uitgelegd: de nieuwe standaard voor een zorgeloos slim huis

Toestemming verlenen

Om een apparaat via deze route toe te voegen aan Google Home, moet je inloggen bij het account van de fabrikant waarvan je de dienst afneemt, bijvoorbeeld Philips Hue. Er komen nog wat meldingen in beeld omtrent de mogelijkheden die Google krijgt met betrekking tot de data van je externe account.

Wanneer de apparaten zichtbaar zijn als tegels, houd je een tegel even vast en kies je voor het tandwieltje. Vervolgens tik je op Ruimte en kun je het apparaat eventueel nog in een andere ruimte plaatsen. Dat kan door de betreffende ruimte aan te tikken uit de lijst, of zelf een nieuwe ruimte aan te maken. Het is handig om je apparaten onder te verdelen in ruimtes, omdat je - bijvoorbeeld in het geval van lampen - deze per ruimte in één keer kunt uitschakelen. Zo kun je dan bij je bedtijdroutine eerst de lichten in de woonkamer uitschakelen en daarna die op de overloop, zonder dat je je hele huis in duisternis brengt of juist iedere lamp afzonderlijk moet uitzetten.

Soms moet je extra toestemmingen goedkeuren om een apparaat te kunnen gebruiken.

Apparaten handmatig en met spraak bedienen

Heb je al je apparaten toegevoegd en eventueel onderverdeeld in verschillende ruimtes, dan kun je ze nu bedienen via je Google Home-app. Open de app, tik op de knop Alle apparaten bovenaan en je ziet alle tegels van de in Google Home aanwezige apparaten. Tik bijvoorbeeld op een lamptegel om die direct aan of uit te schakelen, of houd de tegel even vast om een schuifregelaar voor helderheid of kleur te zien.

Voor een slimme thermostaat tik je op de thermostaat-tegel en verschuif je de temperatuur hoger of lager; vaak kun je ook kiezen tussen de modi Verwarmen of Verkoelen, maar dat is afhankelijk van de aangeboden functies in het apparaat zelf, want niet alle functies zijn ook altijd te benaderen vanuit Google Home. Ook een andere handige optie is het bedienen van je televisie. Heb je een tv of Chromecast gekoppeld, dan kun je via de tegel media pauzeren of stoppen. Vervolgens activeer je spraakbediening door op je Android-telefoon de Google Assistant op te roepen, bijvoorbeeld via de Assistant-knop, een veegbeweging of door "Hey Google" te zeggen. Vervolg die aanroep dan door concrete opdrachten als "Doe de lampen in de woonkamer uit", "Zet de thermostaat op 20 graden" of "Speel Netflix op tv woonkamer". Omdat de Google Assistant de door jou opgegeven namen en kamers uit Google Home gebruikt, loont het dat je die eerder netjes hebt ingesteld.

Tik je op een slimme lamp in de Google Home-app, dan zie je de opties die geboden worden, bijvoorbeeld het aanpassen van de kleurtoon en de helderheid.

Slimme routines maken

Nu je weet hoe je apparaten direct bedient, laten we je zien dat je ook automatiseringen of routines kunt instellen, zodat combinaties van acties met één tik of automatisch worden uitgevoerd. Om dat voor elkaar te krijgen in de Google Home-app tik je onderaan op de knop Automatisering en kun je kiezen uit een aantal voorgestelde routines, zoals wat er gebeurt als je van huis weggaat, of juist aankomt. Het nadeel hiervan is dat je wel de locatie-instellingen op je telefoon moet aanzetten en je huisadres in Google Home moet instellen, maar we kunnen goed voorstellen dat je daar niet op zit te wachten, privacytechnisch gezien dan. Als je een nieuwe routine wilt maken, tik je rechtsboven op de knop Nieuw > Automatisering. Geef de automatisering eerst een naam, zodat deze alvast kan worden opgeslagen nog voordat je iets instelt. Een routine bestaat altijd uit drie delen: een starter, een voorwaarde (die is optioneel) en een actie. Een starter kun je het beste zien als een gebeurtenis, bijvoorbeeld: het is 20:00, er wordt een beweging gedetecteerd, of de temperatuur van de slimme thermostaat is lager dan 16 graden. Een starter kan ook een spraakopdracht zijn. Stel dat je een 'Alles uit'-routine wilt: je geeft de routine een naam, kiest als trigger bijvoorbeeld het spraakcommando "Ik ga weg" en voegt als acties toe dat alle lampen uit moeten, de thermostaat naar 17 graden gaat en de tv wordt uitgezet.

De opbouw van een routine in Google Home.

Lampen automatisch aanpassen

Voor een filmavond-scenario maak je een automatisering die handmatig start of op een spraakzin als "Filmavond": je selecteert dan bij Actie bewerken de lampen in de woonkamer en zet de helderheid naar bijvoorbeeld 20 procent, je zet eventueel gekleurde lampen op warm wit en schakelt een slimme stekker van de sfeerverlichting in. Heb je gordijnen met een slimme motor, dan voeg je toe dat die naar 100 procent dichtgaan. Tot slot wijs je de tv- of Chromecast-tegel toe om een bepaalde app te starten of in elk geval de tv in te schakelen. Omdat deze routines gebruikmaken van de apparaten en kamers die je eerder hebt ingericht, zie je direct hoe belangrijk een goede basisconfiguratie is.

De kleur en helderheid van de lampen kun je automatisch aanpassen bij het inschakelen van de tv.

Automatiseren op tijd, locatie en aanwezigheid

Nu je basisroutines hebt, ga je een stap verder door je huis zichzelf te laten aanpassen op tijd, locatie en aanwezigheid, zodat je smartphone meer regisseur dan bedieningspaneel wordt. In Automatisering kun je een routine laten starten op vaste tijden, bij zonsopkomst of zonsondergang of wanneer de toestand 'Thuis' of 'Afwezig' verandert. Stel bijvoorbeeld een ochtendroutine in die op werkdagen om 7:00 uur de thermostaat naar 20 graden zet, de gordijnen in de woonkamer op 50 procent opent en de keukenlampen op 60 procent helderheid inschakelt. In de avond kun je een routine laten starten rond zonsondergang, zodat de buitenlamp en de lamp bij de voordeur automatisch aangaan. Aanwezigheidsdetectie gaat nog een stap verder: Google Home kan via de locatie van je telefoon en sensors van bijvoorbeeld een Nest-thermostaat of Nest-speakers bepalen of er iemand thuis is. Wanneer iedereen weg is, kan de Afwezig-routine lampen uitzetten, de thermostaat terugschakelen en eventueel een robotstofzuiger starten. Je stelt dat in via de Instellingen in Google Home onder aanwezigheidsdetectie, waar je toestemming geeft voor gebruik van je telefoonlocatie en aangeeft welke apparaten mogen 'meekijken'.

Concrete scenario's

Nu je de algemene principes beheerst, richt je je op drie alledaagse toepassingen die samen veel comfort opleveren: licht, warmte en entertainment. Voor verlichting maak je in Google Home aparte scènes aan via Automatisering, zoals 'Thuiswerken' met helder wit licht op 80 procent in je werkkamer en 'Ontspannen' met warm licht op 30 procent in de woonkamer. Je roept ze op met "Hey Google, thuiswerken" of via een tegel in het bedieningspaneel. Voor verwarming stel je in de Google Home-app temperatuurschema's in voor je Nest-thermostaat, bijvoorbeeld overdag 20 graden en 's nachts 17 graden; voor warm water kun je eveneens schema's instellen, zodat de slimme boiler niet onnodig aanstaat. De routine 'We zijn weg' verlaagt de temperatuur en zet lampen uit. Voor tv-bediening koppel je je Chromecast of ingebouwde Chromecast-tv aan Google Home en wijs je die toe aan de kamer 'Woonkamer'. Daarna werkt "Hey Google, speel YouTube op tv woonkamer" of je tikt in de app op de tv-tegel om afspelen te pauzeren of te stoppen. Als je deze drie functies eenmaal soepel bedient, zie je hoe makkelijk het is om extra apparaten, zoals gordijnen of een slimme stekker voor je koffiezetapparaat, in bestaande routines in te passen.

Noodzakelijk onderhoud en uitbreiden

Nu je smartphone de centrale afstandsbediening van je slimme huis is, is het belangrijk dat je installatie veilig, overzichtelijk en toekomstbestendig blijft. Controleer regelmatig in Google Home onder Settings en Devices of er geen oude of dubbele apparaten meer staan, bijvoorbeeld een lamp die je hebt vervangen; verwijder ongebruikte apparaten, zodat routines niet breken en blijven hangen omdat een bepaald apparaat niet meer bestaat. Kijk af en toe ook kritisch naar machtigingen: in aanwezigheidsdetectie bepaal je expliciet welke apparaten en telefoons mogen meedoen aan 'Thuis' en 'Afwezig' en dus jouw locatie kunnen opvragen. Dat is misschien niet altijd gewenst. Koop je uitbreidingen, test die nieuwe apparaten eerst in een simpele routine, zoals een losse scène voor één kamer, voordat je ze in al je automatiseringen opneemt. Controleer daarnaast ook op updates: Google Home wordt bijvoorbeeld regelmatig bijgewerkt, zeker nu er ook steeds meer AI-functies worden toegevoegd. En ook je slimme apparatuur: vaak wordt er nieuwe firmware uitgebracht, maar die kun je niet vanuit Google Home updaten; dat moet doorgaans via het slimme apparaat zelf of de aangesloten hub. Tot slot kun je, mocht je later voor het Apple-ecosysteem kiezen, veel apparaten dankzij Matter eenvoudig ook aan Apple Home koppelen, al beheer je ze dan in een aparte app. Door regelmatig op te ruimen, updates te installeren en je routines te finetunen, blijft je slimme huis betrouwbaar en voelt je smartphone echt als een krachtige, maar toch overzichtelijke universele afstandsbediening.

Het updaten van de firmware van aangesloten apparaten gaat doorgaans via de app van de fabrikant zelf, niet via Google Home.
View post on TikTok
▼ Volgende artikel
It Takes Two- en Split Fiction-maker bezig met opnames voor nieuwe game
Huis

It Takes Two- en Split Fiction-maker bezig met opnames voor nieuwe game

Hazelight Studios, de ontwikkelaar van de succesvolle coöperatieve games It Takes Two en Split Fiction, heeft een nieuwe game in ontwikkeling en is op dit moment bezig met de opnames ervoor.

Enige tijd geleden gaf regisseur Josef Fares al aan dat er een nieuwe game in ontwikkeling was bij de studio, maar nu heeft hij op social media een foto geplaatst waarop Fares te zien is met drie acteurs in motion capturing-pakken. Daarmee wordt dus duidelijk gemaakt dat de opnames voor de game in ieder geval al in volle gang zijn.

Overigens is de identiteit van de acteurs niet bekend. Fares houdt zijn arm voor de gezichten van de acteurs. Mogelijk zijn het dus bekende acteurs en wil hij dat nog verhullen, al is dat speculatie. Over speculatie gesproken: het feit dat er drie acteurs te zien zijn, doet sommige fans vermoeden dat de nieuwe game van Hazelight mogelijk met drie spelers tegelijk te spelen valt in plaats van twee, maar ook dat is nog alles behalve bevestigd.

View post on X

Over de games van Hazelight Studios

Hazelight Studios is gespecialiseerd in het creëren van games die coöperatief doorlopen moeten worden. No Way Out, It Takes Two en Split Fiction vergen allen twee spelers. Daarbij draait het om samenwerken, wat hun games een populaire bezigheid maakt voor gamende koppels en vrienden.

It Takes Two bleek een grote hit voor de studio. In het spel spreekt een dochter van een ruziënd stel een vloek over het tweetal uit, waardoor ze minuscuul worden. Ze zullen moeten leren communiceren en samenwerken om zich uit deze hachelijke situatie te redden, terwijl ze als kleine poppen door een uitvergrote versie van hun huis en tuin reizen.

Na het succes van It Takes Two bracht Hazelight het conceptueel vergelijkbare Split Fiction uit. Die game draait om twee schrijvers, Mio en Zoe, die worden ingehuurd om verhalen te creëren voor een technologie die deze verhalen levensecht kan simuleren. De vrouwen worden door het bedrijf achter de technologie echter gevangen in een simulatie, en in de game wordt er constant tussen de twee verhalen van Mio en Zoe geschakeld. Dat levert zowel fantasievolle als futuristische settings op.

Zowel It Takes Two als Split Fiction komen met een Friend Pass. Dat houdt in dat maar één speler de game hoeft te kopen, en de tweede speler gratis online mee kan spelen. De games zijn ook via splitscreen samen op de bank speelbaar.

Watch on YouTube