ID.nl logo
Meterstanden in Excel bijhouden
Huis

Meterstanden in Excel bijhouden

Je wilde altijd al graag besparen op gas en stroom, maar nu de energieprijzen zo hoog zijn al helemaal. Daarvoor moet je weten hoeveel energie je verbruikt. Noteer daarvoor één keer per week de meterstanden in Excel en het programma geeft je een compleet beeld van je verbruik. Met een prognose weet je al na een paar maanden wat je jaarverbruik zal zijn. En met een grafiekje krijg je helemaal een goed beeld. Je meterstanden in Excel bijhouden kun je als volgt vormgeven.

De meeste huizen hebben tegenwoordig een slimme meter. Die geeft je meterstanden door aan je energiebedrijf, zonder dat je het merkt. Daardoor sta je er nauwelijks meer bij stil hoeveel gas en stroom je verbruikt. Wil je bewust omgaan met energie, dan helpt het om je verbruik in kaart te brengen. Dat doe je in Excel.

Het werkblad inrichten

Je maakt één werkblad voor het gas en als dat klaar is, kopieer je het hele werkblad voor elektra. Vooraf stellen we de opmaak in.

Klik met rechts op de kolomletter bovenaan kolom A en kies in het menu voor Celeigenschappen om het gelijknamige venster te openen. Klik op Datum en kies onder Type een van de datuminstellingen. Wil je de datums zonder spatie, klik dan in dit venster op Aangepast en vul onder Type de code d mmm jj in.

Klik vervolgens met rechts op de B bovenaan kolom B en open opnieuw het venster Celeigenschappen, kies Getal, voer 0 in bij Decimalen en schakel Scheidingsteken voor duizendtallen in. Dat doe je ook voor kolommen C, E en F.

In kolom D komen procenten; selecteer die kolom door bovenin met links op D te klikken en klik in de tab Start op de knop Percentage.

De kleuren en de opschriften mag je overnemen uit de afbeelding.

©PXimport

Beginnen met invullen

Je duikt op een vast moment in de week in je meterkast en noteert dan de meterstanden. Je kunt beginnen op de datum waarop je meter wordt opgenomen voor de jaarafrekening. Typ de begindatum in cel A5, bijvoorbeeld 1-3, en druk op Enter; het jaartal van het huidige jaar hoef je er niet bij te typen, dat komt er vanzelf achter. De opmaak had je ook al ingesteld. Je ziet in dit geval: 1 mrt 21.

De volgende datums hoef je niet zelf te typen, want Excel kan ze voor je invullen. Plaats hiervoor in A6 de formule:

=A5+7

Excel telt 7 bij de datum in A5 op, dat is een week later. Kopieer en plak deze cel omlaag tot in A57 en je hebt de weken van een heel jaar; dat hoeft niet precies een kalenderjaar te zijn.

Je verbruik berekenen

Naast de eerste datum typ je de eerste stand van de meter. De punt voor de duizendtallen hoef je niet te typen, die komt er vanzelf tussen; dat had je via de opmaak ingesteld. Een week later vul je in kolom B de volgende meterstand in. Om meteen te zien hoeveel je de afgelopen week verstookt hebt, moet Excel de stand die je invulde, aftrekken van de stand van de vorige keer. Dat zou in C6 gewoon kunnen met:

=B6-B5

Maar als je die omlaag kopieert en plakt, zul je naast de eerstvolgende lege cel de laatste meterstand zien met een minteken ervoor. Dat staat niet fraai: we willen verder omlaag in kolom C niets zien als de cellen in kolom B nog leeg zijn. Geef daarvoor C6 de formule:

=ALS(B6=0;0;B6-B5)

Dat wil zeggen: als er in B6 niets staat, staat in C6 nul en zodra je in B6 een stand invult, trekt deze formule de beide cellen van elkaar af en zie je het verschil. Kopieer en plak C6 omlaag. Zodra je de volgende meterstand invult, zie je dan het verbruik van de afgelopen week.

Wil je weten hoeveel je in totaal hebt gebruikt sinds je de standen begon bij te houden? Hiervoor tellen we boven in kolom C alle stukjes weekverbruik op. Plaats hiervoor in C4 de formule:

=SOM(C6:C60)

©PXimport

Golflijn

Het is natuurlijk de sport om met je verbruik lager uit te komen dan vorig jaar. Noteer hiervoor je totale verbruik van vorig jaar bovenaan, in E2.

We willen elke week van dit jaar vergelijken met dezelfde week in het vorige jaar. Nu kun je niet simpelweg zeggen dat je elke week een 52ste van je jaarverbruik verstookt, want in juli verbruik je bijna niets, in januari het meest. Dat verbruik per week verloopt volgens een boog, een sinus. Om die boog na te rekenen, laten we op elke datum in kolom A een formule met een sinus los. Voor D6 luidt deze formule in zijn eenvoudigste vorm:

=SIN(A6/365*2*PI())

We delen eerst de datum van A6 door 365, doen dat maal 2 en maal het getal pi; officieel gaat dat met ‘360/180*PI()’, maar dat hebben we vereenvoudigd naar ‘2*PI()’.

Vervolgens nemen we daarvan de sinus, gewoon met de rekenfunctie SIN. Dat levert een waarde tussen 1 en -1 op, en die geven we via de opmaak weer in procenten. Tellen we alle percentages van 52 weken op, dan komen we veel te hoog uit. Maar als we ze delen door 52, zijn ze opgeteld honderd procent. Dat geeft:

=SIN(A6/365*2*PI())/52

Een negatief percentage kan niet (je verstookt nooit -5% van het jaarverbruik), daarom tillen we alle waarden boven de nullijn door er een 52ste bij op te tellen. Zo wordt de formule =SIN(A6/365*2*PI())/52+1/52

Als je die omlaag kopieert en plakt, legt iedere week zijn eigen gewicht in de schaal. Weergegeven in een lijngrafiek geeft dat een mooie berg.

Alleen staat de top van de berg nog niet goed, want die moet naar de derde week van januari, dat is statistisch gezien de koudste week van het jaar. Daarvoor tellen we bij de datum van A6 nog 39 weken op, in de formule komt hiervoor ‘+39*7’. En om rekening te houden met een schrikkeljaar, vullen we A6 aan tot ‘A6*366/365’. Enfin, de formule die je moet hebben voor D6 is:

=SIN((A6*366/365+39*7)/365*2*PI())/52+1/52

Kopieer en plak deze omlaag.

©PXimport

Het verbruik vergelijken

We verdelen het totale verbruik van vorig jaar over alle weken aan de hand van de golflijn. Daarvoor doen we steeds het weekpercentage maal het jaarverbruik in E2. Elke volgende kopie van de formule moet verwijzen naar deze E2, daarvoor zetten we een dollarteken voor het rijnummer. Geef E6 de formule:

=D6*E$2

En kopieer en plak deze omlaag.

Om erachter te komen hoeveel je vorig jaar hebt verbruikt tot en met de week die je tot nu toe hebt ingevuld, moet je alleen de stukjes weekverbruik in kolom E optellen, waar in kolom B een meterstand naast staat. Dat gaat met de functie SOM.ALS. Geef hiervoor E4 de formule:

=SOM.ALS(B6:B60;">0";E6:E60)

Je ziet dan onder ‘t/m deze week:’ hoeveel je vorig jaar had verbruikt tot en met diezelfde week (als dat verbruik keurig volgens de golflijn was verlopen). Als je werkelijke verbruik tot nu toe (in C4) lager is dan E4, stook je zuiniger.

©PXimport

Jaarprognose

Excel kan na een tijdje voorspellen wat je verbruik voor een heel jaar zal zijn. Daarvoor moet je de percentages van elke week in kolom D optellen, waar in kolom B een meterstand is ingevuld. Zet hiervoor in D4 de formule:

=SOM.ALS(B5:B60;">0";D5:D60)

Deze formule kijkt waar een meterstand is ingevuld en telt de percentages op die daarnaast staan. Zo zie je hoeveel procent van het jaar is verstreken.

Dan krijgen we de prognose voor het hele jaar als we die C4 (het verbruik tot nu toe) delen door D4 (het percentage tot nu toe). We doen dat niet simpelweg met ‘=C4/D4’, want als het schema nog leeg is, is D4 nul en krijgen we de melding ‘#DELING.DOOR.0!’ of ‘#DEEL/0!’ (‘kan niet delen door 0’). In F4 komt daarom:

=ALS(D4=0;0;C4/D4)

Deze jaarprognose gaat de eerste maanden nog erg op en neer, maar na een half jaar zit de prognose al behoorlijk goed.

Het maakt hiervoor niet uit wanneer je begint met het noteren van je meterstanden. Of je gebruiksjaar nou van juli tot juli loopt of van oktober tot oktober, de prognoseformule werkt altijd!

©PXimport

Een grafiek maken

Om een goed beeld van deze cijfers te krijgen, geven we ze weer in een grafiek. Selecteer hiervoor de cellen A6 tot en met C57 (dat zie je goed: zonder de eerste datum), klik op de tab Invoegen, kies uit de groep Grafieken het eerste type kolomgrafiek (Gegroepeerde kolom). Je krijgt een grafiek met kolommetjes, die vooral de meterstanden weergeeft. Die hoeven we niet te zien: klik op de kolommetjes en druk op Delete. De kolommetjes van de meterstanden verdwijnen en je houdt de kolommetjes van het weekverbruik over (die waren eerst onzichtbaar doordat de waarden van de meterstanden veel groter waren).

Dubbelklik op de horizontale datumas; het taakvenster As opmaken verschijnt. Kies via Uitlijning bij Tekstrichting voor Tekst 270 graden draaien; de datums komen op hun kant en zijn beter leesbaar. Neem dan de knop Opties voor as, klik op Labels en voer bij de intervaleenheid 4 in; dan zitten er steeds vier weken tussen de datums onderaan. Kies hier bovenaan de optie Tekstas, want dan kun je de kolommetjes verbreden. Klik in de grafiek op een van de kolommetjes, kies Opties voor reeks en stel de Breedte tussenruimte in op 50% (dit werkt alleen als je voor de horizontale as Tekstas hebt gekozen!).

Typ je totale verbruik van vorig jaar in E2, je ziet dan de weekcijfers van vorig jaar eronder. Die voeg je als volgt toe aan de grafiek. Selecteer E6 tot en met E57, kies Kopiëren, klik op de grafiek en klik op de knop Plakken; deze reeks verschijnt in de grafiek als een serie kolommen in een boogvorm. Om daarvan een lijn te maken, klik je op deze serie kolommen en kies je in de tab Ontwerpen voor Ander grafiektype; het venster Grafiektype wijzigen verschijnt. Klik onderaan op Combinatie en kies voor deze reeks (Reeks2) de optie Lijn.

©PXimport

Berg en dal

De golflijn geeft het verbruik van vorig jaar weer, als de temperatuur door het jaar heen mooi geleidelijk zou stijgen en dalen. Deze lijn vormt een berg als je standen van juli tot en met juli lopen; begin je in januari, dan zie je een dal.

Als je de werkelijke meterstanden invult, krijgt iedere week in de grafiek een rood kolommetje. Zo kun je precies zien of jouw weekverbruik (de kolommetjes) deze golflijn volgt. De eerste weken doet de grafiek misschien nog wat vreemd aan, maar na een paar maanden begint het er echt op te lijken.

Je kunt ook de lijn voor de prognose van het lopende jaar aan de grafiek toevoegen. Selecteer hiervoor F6 tot en met F57 en volg de stappen die je zojuist voor kolom E hebt gedaan.

©PXimport

Kopiëren maar!

Is het werkblad klaar, dan kopieer je dit hele blad voor de elektrastanden. Dat doe je via de bladtab die je onder in beeld ziet. Houd Ctrl ingedrukt, houd de linkermuisknop ingedrukt en sleep opzij; je ziet een plusje bij de muisaanwijzer. Laat los en je hebt een kopie van het complete werkblad, deze heet Blad1 (2).

Dubbelklik op de eerste bladtab en verander die naam in Gas. Dubbelklik op de tweede bladtab en noem deze Stroom. Heb je dag- en nachtstroom, dan maak je nog een kopie van het werkblad en noem je de ene bladtab Dagstroom en de andere Nachtstroom. Je gaat tussen deze werkbladen heen en weer door op die bladtabs te klikken of met de toetscombinaties Ctrl+PageDown of Ctrl+PageUp.

Elke reeks een eigen naam

In de legenda van de grafiek zie je Reeks1 en Reeks2. Dat pas je als volgt aan. Klik op de kolommetjes van de weekstanden; in de formulebalk zie je een formule die met =REEKS(; begint. Typ tussen het haakje en de puntkomma Verbruik. Klik op de sinuslijn en typ in de formulebalk tussen het haakje en de puntkomma Vorig jaar.

Meteen aan de slag

Wil je zelf ook je verbruik bijhouden, dan kun je het Excel-sheet uit dit artikel downloaden. Zo kun je meteen beginnen met invullen!

Prognose nauwkeuriger instellen

Statistisch is de derde week van januari de koudste van het jaar, dus daar ligt de top van je gasverbruik. Maar ons klimaat wenst zich vast niet te houden aan de statistiek. Blijkt achteraf het hoogste rode staafje naast de top van de berg te staan, dan zit de piek van het werkelijke verbruik dus eerder of later. In het bovenstaande bestand dat je kunt downloaden hebben we dit instelbaar gemaakt. Rechts van de grafiek vind je pijltjes: door daarop te klikken, laat je de top van de sinus heen en weer schuiven. De getallen in de kolommen D, E en F reageren hierop, zodat ze dichter bij het feitelijke gebruik komen (in kolom C). Als bij jou de winter wat zachter is (je woont aan zee bijvoorbeeld), wordt je gasverbruik getemperd. De boog van de grafiek moet dan iets vlakker zijn. In het downloadbestand kun je ook dat bijstellen door op de pijltjes rechts onder de grafiek te klikken. Bij het stroomverbruik is het verschil tussen zomer en winter sowieso kleiner; maak in die werkbladen de lijn ook vlakker. Hierdoor zal de prognose zich ook aanpassen.

©PXimport

Wil je bewuster omgaan met je energieverbruik? Dan raden we ook de Cursusbundel: Automatisch energie besparen aan.

▼ Volgende artikel
SSD vs. HDD: waarom is een SSD zo veel sneller dan een harde schijf?
© arinahabich
Huis

SSD vs. HDD: waarom is een SSD zo veel sneller dan een harde schijf?

Waarom start een computer met een SSD binnen enkele seconden op, terwijl een oude harde schijf blijft ratelen? Het vervangen van een HDD door een SSD is de beste upgrade voor een trage laptop of pc. We leggen in dit artikel uit waar die enorme snelheidswinst vandaan komt en wat het fundamentele verschil is tussen deze twee opslagtechnieken.

Iedereen die zijn computer of laptop een tweede leven wil geven, krijgt vaak hetzelfde advies: vervang de oude harde schijf door een SSD. De snelheidswinst is direct merkbaar bij het opstarten en het openen van programma's. Maar waar komt dat enorme verschil in prestaties vandaan? Het antwoord ligt in de fundamentele technologie die schuilgaat onder de behuizing van deze opslagmedia.

De vertraging van mechanische onderdelen

Om te begrijpen waarom een Solid State Drive (SSD) zo snel is, moeten we eerst kijken naar de beperkingen van de traditionele harde schijf (HDD). Een HDD werkt met magnetische roterende platen. Dat kun je vergelijken met een geavanceerde platenspeler. Wanneer je een bestand opent, moet een fysieke lees- en schrijfkop zich naar de juiste plek op de draaiende schijf verplaatsen om de data op te halen. Dat fysieke proces kost tijd, wat we latentie noemen. Hoe meer de data op de schijf verspreid staat, hoe vaker de kop heen en weer moet bewegen en wachten tot de juiste sector onder de naald doordraait. Dit mechanische aspect is de grootste vertragende factor in traditionele opslag.

©Claudio Divizia

Flashgeheugen en directe gegevensoverdracht

Een SSD rekent definitief af met deze wachttijden omdat er geen bewegende onderdelen in de behuizing zitten. De naam 'Solid State' verwijst hier ook naar; het is een vast medium zonder rammelende componenten. In plaats van magnetische platen gebruikt een SSD zogenoemd NAND-flashgeheugen. Dat is vergelijkbaar met de technologie in een usb-stick, maar dan veel sneller en betrouwbaarder. Omdat de data op microchips wordt opgeslagen, is de toegang tot bestanden volledig elektronisch. Er hoeft geen schijf op toeren te komen en er hoeft geen arm te bewegen. De controller van de SSD stuurt simpelweg een elektrisch signaal naar het juiste adres op de chip en de data is direct beschikbaar.

Toegangstijd en willekeurige leesacties

Hoewel de maximale doorvoersnelheid van grote bestanden bij een SSD indrukwekkend is, zit de echte winst voor de consument in de toegangstijd. Een besturingssysteem zoals Windows of macOS is constant bezig met het lezen en schrijven van duizenden kleine systeembestandjes. Een harde schijf heeft daar enorm veel moeite mee, omdat de leeskop als een bezetene heen en weer moet schieten. Een SSD kan deze willekeurige lees- en schrijfopdrachten (random read/write) nagenoeg gelijktijdig verwerken met een verwaarloosbare vertraging. Dat is de reden waarom een pc met een SSD binnen enkele seconden opstart, terwijl een computer met een HDD daar soms minuten over doet.

©KanyaphatStudio

Van SATA naar NVMe-snelheden

Tot slot speelt de aansluiting een rol in de snelheidsontwikkeling. De eerste generaties SSD's gebruikten nog de SATA-aansluiting, die oorspronkelijk was ontworpen voor harde schijven. Hoewel dat al een flinke verbetering was, liepen snelle SSD's tegen de grens van deze aansluiting aan. Moderne computers maken daarom gebruik van het NVMe-protocol via een M.2-aansluiting. Deze technologie communiceert rechtstreeks via de snelle PCIe-banen van het moederbord, waardoor de vertragende tussenstappen van de oude SATA-standaard worden overgeslagen. Hierdoor zijn snelheden mogelijk die vele malen hoger liggen dan bij de traditionele harde schijf.

Populaire merken voor SSD's

Als je op zoek bent naar een betrouwbare en snelle SSD, is er een aantal fabrikanten dat de markt domineert. Samsung wordt door velen gezien als de marktleider op het gebied van flashgeheugen en staat bekend om de uitstekende prestaties van hun EVO- en PRO-series. Daarnaast is Western Digital (WD) een vaste waarde; dit merk heeft de transitie van traditionele harde schijven naar SSD's succesvol gemaakt met hun kleurgecodeerde (Blue, Black en Red) series voor verschillende doeleinden. Ook Transcend is een uitstekende keuze; dit merk staat al jaren bekend om zijn betrouwbare geheugenproducten en biedt duurzame SSD's die lang meegaan. Tot slot bieden merken als Kingston en Seagate betrouwbare alternatieven die vaak net iets vriendelijker geprijsd zijn, zonder dat je daarbij veel inlevert op stabiliteit.

▼ Volgende artikel
AI zonder programmeren: Zo bouw je je eigen chatbot
© ID.nl
Huis

AI zonder programmeren: Zo bouw je je eigen chatbot

Misschien heb je wel eens een vraag gesteld aan een AI-chatbot als ChatGPT, Microsoft Copilot of Perplexity. Maar hoe ontwerp je zelf nu zo'n chatbot? Met de juiste tools is daar zelfs weinig tot geen programmeerwerk voor vereist. We bekijken twee uiteenlopende oplossingen.

Een AI-chatbot is een digitale gesprekspartner die wordt aangedreven door kunstmatige intelligentie. Meestal is de intelligentie gebaseerd op een taalmodel dat is getraind om mensachtige gesprekken te voeren. In tegenstelling tot traditionele op regels gebaseerde chatbots, die alleen vooraf ingestelde antwoorden geven, kan een AI-chatbot vrije tekst begrijpen en ‘natuurlijke’ reacties geven.

In dit artikel kijken we naar het bouwen van een eigen chatbot die je op je desktop of mobiel kunt gebruiken en zelfs op een eigen website kunt plaatsen. We bespreken twee manieren. De eenvoudigste is een no-code chatbotplatform dat het AI-gedeelte achter de schermen afhandelt en je via een gebruiksvriendelijke interface laat bepalen hoe de gespreksflow verloopt. Typische voorbeelden zijn Chatfuel en Chatbot voor zakelijke toepassingen. Daarnaast zijn er de meer toegankelijke Poe en Coze, die we hier behandelen. Onze tweede oplossing is technischer, maar flexibeler. Daarbij gebruik je de Application Programming Interface (API) van een AI-taalmodel om de AI-functionaliteit in je eigen omgeving te integreren. Hiervoor werken we graag met de online omgeving Google Colab.

Poe

Laten we starten met een gebruiksvriendelijke optie: het no-code chatbotplatform Poe (www.poe.com). Je kunt hier ook de app voor desktop of mobiel downloaden en installeren, met vrijwel dezelfde interface en functies als in de browser. De eerste keer maak je een account aan of meld je je aan met je Google- of Apple-account. Via Bots and apps kun je met allerlei AI-chatbots praten, maar in dit geval willen we vooral een eigen chatbot maken. Concreet gaat het om het creëren van een eigen ‘persona’ binnen een gekozen AI-model. Zo’n persona kun je zien als het perspectief, de rol of identiteit die je een AI-bot meegeeft.

Klik hiervoor op Create +. Je krijgt nu verschillende opties, zoals Image generation bot, Video generation bot en Prompt bot. Wij kiezen dit laatste.

Poe bestaat ook als desktop-app en biedt toegang tot vele tientallen AI-modellen.

Creatie

Je hoeft nu eigenlijk alleen maar een onlineformulier in te vullen. We doorlopen kort de belangrijkste onderdelen. Naast het gekozen bottype moet je een naam verzinnen. Omdat deze deel uitmaakt van de url, kies je bij voorkeur een originele, korte naam in kleine letters. Voeg ook een beschrijving toe, die zichtbaar is voor gebruikers van je bot.

Bij Base bot selecteer je een geschikt AI-model, bijvoorbeeld Claude-Haiku-3, GPT-4o-mini, GPT-5 of Grok-4. Afhankelijk van het model gelden er soms beperkingen. Poe-abonnees krijgen doorgaans uitgebreidere toegang tot de duurdere modellen.

Bij Prompt beschrijf je nauwkeurig en uitgebreid hoe de bot moet reageren. De optie Optimize prompt for Previews kun je uitgeschakeld laten. Vul bij Greeting message een welkomstwoord in dat de bot bij elke start toont. Het onderdeel Advanced kun je eigenlijk ongemoeid laten, maar interessant is wel dat je bij Custom temperature het ‘creativiteitsgehalte’ van de bot kunt instellen: hoe hoger de waarde, hoe creatiever en onvoorspelbaarder.

Bij Access kies je de zichtbaarheid van je bot. Wellicht is Only people with the access link de handigste optie, waarna de url zichtbaar wordt en je deze kunt verspreiden. Klik bovenin op Edit picture en kies of ontwerp een passend pictogram. Is alles ingevuld, klik dan onderin op Publish. Je bot is nu klaar voor gebruik. Om je bot te bewerken, hoef je deze maar bij Bots and apps te selecteren en via het knopje met de drie puntjes op Edit te klikken. Ook de optie Delete is beschikbaar.

Geef duidelijk aan wat je bot precies moet doen.
GPT's van OpenAI

Binnen de omgeving van OpenAI (https://chat.openai.com) kun je ook je eigen AI-chatbots maken, de zogeheten GPT’s. Hiervoor heb je wel een plusabonnement nodig (23 euro per maand). Je bent daarbij ook beperkt tot de GPT-modellen van OpenAI, maar je kunt je creaties wel delen via een link of in de GPT-store.

In het kort werkt dit als volgt. Meld je aan en klik links op GPT’s. Klik rechtsboven op + Maken. Via Configureren stel je alles handmatig in, maar via Maken kan het ook ‘al converserend’. Beschrijf kort wat je GPT moet doen en voor wie. Laat de tool een naam en profielfoto voorstellen en beantwoord de vragen om toon en werking af te stemmen. Test je GPT in de preview en ga daarna naar Configureren, waar je naam, beschrijving, instructies en gespreksopeningen ziet. Bij Kennis kun je bestanden uploaden zodat je GPT ook informatie uit je eigen documenten haalt. Via Nieuwe handeling maken koppel je eventueel acties aan externe API’s, gebruik alleen API’s die je vertrouwt. Bevestig met Maken en bepaal hoe je je GPT deelt: Alleen ik, Iedereen met de link of GPT-winkel (in een zelfgekozen categorie). Rond af met Opslaan. Je kunt de link (https://chatgpt.com/g/<code><naam>) daarna kopiëren en verspreiden. Via GPT’s / Mijn GPT’s kun je eerder gemaakte GPT’s bewerken of verwijderen.

Je kunt ook je ook eigen ‘chatbots’ (GPT’s) ontwerpen, gebruiken en met anderen delen.

Poe biedt ook geavanceerdere mogelijkheden als een Server bot-type (waarmee je ook andere API’s kunt aanroepen). Via Knowledge base kun je verder eigen informatiebronnen toevoegen waaruit de bot kan putten. Voor complexere bots gebruiken we toch liever het no-code platform Coze (www.coze.com) dat veel extra opties kent. Meld je aan met je Google-account, klik op + Create in de linkerkolom en daarna op + Create bij Create agent.

Coze

Coze gebruikt de term agent in plaats van bot om duidelijk te maken dat je er een digitale assistent mee kunt maken die niet alleen met een AI-model antwoorden geeft, maar ook geheugen of context kan gebruiken en meerdere kanalen kan bedienen, zoals een website of een Discord-server, maar zover gaan we hier niet.

Vul een passende naam voor je bot of agent in en schrijf een korte maar duidelijke omschrijving, bijvoorbeeld “Deze bot haalt allerlei informatie uit onze eigen documenten rond computerbeveiliging.” Laat Personal geselecteerd bij Workspace en klik linksonder op het knopje om een geschikt pictogram te uploaden of klik op het sterretje om er een te laten genereren. Klik daarna op Confirm.

De start van je eigen AI-chatbot (of agent) in Coze.

Uitwerking

Je komt nu in je dashboard waar je de bot verder vorm kunt geven. Ontwerp de persona door in het linkerdeelvenster een uitvoerige omschrijving van de bot in te vullen. Optimaliseer deze omschrijving snel met het blauwe knopje Auto Optimize prompt rechtsboven. Na bevestiging met Auto-optimize werkt Coze meteen een geoptimaliseerde prompt uit voor de persona. Klik op Replace om deze te gebruiken. In het rechterdeelvenster kun je je bot direct testen. De antwoorden komen uit de kennisdatabank van het geselecteerde model (zoals GPT-4o).



Wil je dat de bot ook uit eigen bronnen put, dan moet je deze eerst uploaden. Dit doe je in het middelste deelvenster, bij

Knowledge, waar je uit Text, Table en Images kunt kiezen. Klik op het plusknopje bij bijvoorbeeld Text en daarna op Create knowledge. Selecteer Text format en geef een naam aan je informatiebundel. Je kunt data ophalen uit bronnen als Notion of Google Doc, maar wij kiezen voor Local documents om eigen bestanden te uploaden. Klik op Create and import en versleep de gewenste documenten naar het venster. Klik daarna op Next (3x) en wat later zijn je documenten verwerkt. Rond af met Confirm en met Add to Agent rechtsboven. Je vindt je informatiebundel nu terug bij Knowledge en de bot put voortaan (ook) uit deze gegevens.

Om je bot beschikbaar te maken, klik je rechtsboven op Publish en daarna op Confirm. Je kunt hem op diverse platformen publiceren, onder meer in de Coze Agent Store. Selecteer een passende categorie en bevestig met Publish.

Laat AI je helpen bij het ontwerpen van een optimale persona.

Extra's

Daarnaast biedt Coze nog diverse andere nuttige opties, zoals talrijke plug-ins. Klik hiervoor op het plusknopje bij Plugins of gebruik het A-knopje om automatisch geschikte plug-ins te laden op basis van je persona-beschrijving. Deze kun je meteen inzetten, eventueel na optimale afstelling via het tandwielpictogram.

Je kunt de functionaliteit van je bot eenvoudig uitbreiden met talrijke plug-ins.

API-sleutels

No code-platformen als Poe en Coze zijn handig, maar wil je meer flexibiliteit en schrik je niet terug voor enige basiscodering, dan werk je beter met de API van een AI-model. Deze fungeert als tussenpersoon die je script en de AI-dienst laat communiceren via een set regels en commando’s. We gaan uit van de API van OpenAI (GPT) en maken eerst een sleutel aan om de API-interface te gebruiken. Ga naar https://platform.openai.com/api-keys, meld je aan met je account (zoals Google) en klik op +Create new secret key. Geef de sleutel een naam, bijvoorbeeld aibot, en klik op Create secret key. Klik daarna op Copy en bewaar de sleutel op een veilige plek. Rond af met Done: de sleutel is nu toegevoegd. Je kunt deze hier op elk moment ook weer intrekken.

Je hebt een sleutel nodig om de API te kunnen gebruiken.

Interactie

Een snelle manier om een script te maken dat deze API aanroept, is via het gratis Google Colab (https://colab.research.google.com), een online notitieboek voor Python. Meld je aan met je Google-account, klik op + Nieuw notebook of ga naar Bestand en kies Nieuw notebook in Drive, en geef het ipynb-bestand (Interactive PYthon NoteBook) een zinvolle naam. Het notebook wordt automatisch in je Google Drive bewaard en is bereikbaar via het pictogram met de oranje cirkels.

Klik nu op + Code voor je eerste codecel, waarmee je de OpenAI-bibliotheek installeert:

!pip install openai

Voer dit uit met het pijlknopje en klik vervolgens op + Code voor de tweede cel met de volgende code:


from openai import OpenAI

client = OpenAI(api_key="<je_API-sleutel>")

response = client.chat.completions.create(

    model="gpt-3.5-turbo",

    messages=[{"role": "user", "content": "Wat weet je over Haarlem( Nederlands)?"}]

)

print(response.choices[0].message.content)


Je laadt hierbij eerst de geïnstalleerde Python-bibliotheek en zet je geheime sleutel in de clientconfiguratie. Vervolgens stuur je een chataanvraag naar OpenAI en bewaar je het antwoord in de variabele ‘response’. Vervolgens haal je de tekst van het (eerste) antwoord op en druk je dit af in de uitvoer van de code-cel.

Een eenvoudige interactie tussen je script en GPT via de API.

Eigen chatbot

 We gaan nu een stap verder en maken er een heuse chatbot van die via een while-lus een doorlopend gesprek kan voeren:


from openai import OpenAI

client = OpenAI(api_key="<je_API-sleutel>")

messages=[

    {"role":"system","content":"Je beantwoordt elke prompt leuk, maar correct, met een rijmschema zoals ABAB of ABBA"}]

while True:

  user_input=input("Jij:")

  if user_input.lower() in ["stop","exit","quit"]:

    break

  messages.append({"role":"user","content":user_input})

  response=client.chat.completions.create(

      model="gpt-4o",messages=messages)

  bot_reply=response.choices[0].message.content

  print("Bot:",bot_reply)

  messages.append({"role":"assistant","content":bot_reply})


Zolang de gebruiker geen stopwoord invoert, blijft de lus actief. De bot antwoordt in de stijl en taal die je zelf hebt vastgelegd in de systeemrol (zie coderegel 3). Met de methode-aanroep messages.append voeg je telkens een nieuw bericht van zowel de gebruiker (user) als de bot (assistant) toe aan de gespreksgeschiedenis.

Mocht je ergens een fout hebben gemaakt in je script, dan is de kans groot dat je via de knop Fout uitleggen nuttige feedback krijgt en met de knop Accepteren (en uitvoeren) de fout zelfs automatisch kunt laten verbeteren.

In het kader ‘Mooi gepresenteerd’ lichten we kort toe hoe je dit script bijvoorbeeld ook op een eigen webpagina kunt laten draaien.

Onze rijmende chatbot wordt wakker geschud vanuit Colab.
Mooi gepresenteerd

Je Colab-script werkt, maar het oogt niet fraai en je wilt het natuurlijk mooi gepresenteerd met anderen delen. Dit doe je het makkelijkst met Gradio, een opensource-Python-bibliotheek waarmee je snel een webinterface rond je script bouwt. Installeer en importeer daarvoor eerst Gradio in je Colab-omgeving:

!pip install -q gradio

import gradio

Via www.kwikr.nl/colabcode vind je de code (als py-bestand) waarmee je rond het Colab-script met Gradio een eenvoudige webinterface genereert. Deze verschijnt in je Colab-omgeving, maar je krijgt ook een publieke url te zien waar je de interface rechtstreeks kunt openen (https://<code>.gradio.live).

Dankzij de volgende aanroep in de laatste coderegel kunnen bezoekers van deze webpagina je chatbot-script ook als PWA-app op hun pc bewaren en starten:

demo.launch(share=True,pwa=True)

Een alternatief is deze webpagina via een <iframe>-instructie in de html-code van je eigen site op te nemen:

<iframe src=https://<code>.gradio.live></iframe>

Gradio heeft een eenvoudige webinterface gecreëerd voor ons chatbotscript.