ID.nl logo
Meterstanden in Excel bijhouden
Huis

Meterstanden in Excel bijhouden

Je wilde altijd al graag besparen op gas en stroom, maar nu de energieprijzen zo hoog zijn al helemaal. Daarvoor moet je weten hoeveel energie je verbruikt. Noteer daarvoor één keer per week de meterstanden in Excel en het programma geeft je een compleet beeld van je verbruik. Met een prognose weet je al na een paar maanden wat je jaarverbruik zal zijn. En met een grafiekje krijg je helemaal een goed beeld. Je meterstanden in Excel bijhouden kun je als volgt vormgeven.

De meeste huizen hebben tegenwoordig een slimme meter. Die geeft je meterstanden door aan je energiebedrijf, zonder dat je het merkt. Daardoor sta je er nauwelijks meer bij stil hoeveel gas en stroom je verbruikt. Wil je bewust omgaan met energie, dan helpt het om je verbruik in kaart te brengen. Dat doe je in Excel.

Het werkblad inrichten

Je maakt één werkblad voor het gas en als dat klaar is, kopieer je het hele werkblad voor elektra. Vooraf stellen we de opmaak in.

Klik met rechts op de kolomletter bovenaan kolom A en kies in het menu voor Celeigenschappen om het gelijknamige venster te openen. Klik op Datum en kies onder Type een van de datuminstellingen. Wil je de datums zonder spatie, klik dan in dit venster op Aangepast en vul onder Type de code d mmm jj in.

Klik vervolgens met rechts op de B bovenaan kolom B en open opnieuw het venster Celeigenschappen, kies Getal, voer 0 in bij Decimalen en schakel Scheidingsteken voor duizendtallen in. Dat doe je ook voor kolommen C, E en F.

In kolom D komen procenten; selecteer die kolom door bovenin met links op D te klikken en klik in de tab Start op de knop Percentage.

De kleuren en de opschriften mag je overnemen uit de afbeelding.

©PXimport

Beginnen met invullen

Je duikt op een vast moment in de week in je meterkast en noteert dan de meterstanden. Je kunt beginnen op de datum waarop je meter wordt opgenomen voor de jaarafrekening. Typ de begindatum in cel A5, bijvoorbeeld 1-3, en druk op Enter; het jaartal van het huidige jaar hoef je er niet bij te typen, dat komt er vanzelf achter. De opmaak had je ook al ingesteld. Je ziet in dit geval: 1 mrt 21.

De volgende datums hoef je niet zelf te typen, want Excel kan ze voor je invullen. Plaats hiervoor in A6 de formule:

=A5+7

Excel telt 7 bij de datum in A5 op, dat is een week later. Kopieer en plak deze cel omlaag tot in A57 en je hebt de weken van een heel jaar; dat hoeft niet precies een kalenderjaar te zijn.

Je verbruik berekenen

Naast de eerste datum typ je de eerste stand van de meter. De punt voor de duizendtallen hoef je niet te typen, die komt er vanzelf tussen; dat had je via de opmaak ingesteld. Een week later vul je in kolom B de volgende meterstand in. Om meteen te zien hoeveel je de afgelopen week verstookt hebt, moet Excel de stand die je invulde, aftrekken van de stand van de vorige keer. Dat zou in C6 gewoon kunnen met:

=B6-B5

Maar als je die omlaag kopieert en plakt, zul je naast de eerstvolgende lege cel de laatste meterstand zien met een minteken ervoor. Dat staat niet fraai: we willen verder omlaag in kolom C niets zien als de cellen in kolom B nog leeg zijn. Geef daarvoor C6 de formule:

=ALS(B6=0;0;B6-B5)

Dat wil zeggen: als er in B6 niets staat, staat in C6 nul en zodra je in B6 een stand invult, trekt deze formule de beide cellen van elkaar af en zie je het verschil. Kopieer en plak C6 omlaag. Zodra je de volgende meterstand invult, zie je dan het verbruik van de afgelopen week.

Wil je weten hoeveel je in totaal hebt gebruikt sinds je de standen begon bij te houden? Hiervoor tellen we boven in kolom C alle stukjes weekverbruik op. Plaats hiervoor in C4 de formule:

=SOM(C6:C60)

©PXimport

Golflijn

Het is natuurlijk de sport om met je verbruik lager uit te komen dan vorig jaar. Noteer hiervoor je totale verbruik van vorig jaar bovenaan, in E2.

We willen elke week van dit jaar vergelijken met dezelfde week in het vorige jaar. Nu kun je niet simpelweg zeggen dat je elke week een 52ste van je jaarverbruik verstookt, want in juli verbruik je bijna niets, in januari het meest. Dat verbruik per week verloopt volgens een boog, een sinus. Om die boog na te rekenen, laten we op elke datum in kolom A een formule met een sinus los. Voor D6 luidt deze formule in zijn eenvoudigste vorm:

=SIN(A6/365*2*PI())

We delen eerst de datum van A6 door 365, doen dat maal 2 en maal het getal pi; officieel gaat dat met ‘360/180*PI()’, maar dat hebben we vereenvoudigd naar ‘2*PI()’.

Vervolgens nemen we daarvan de sinus, gewoon met de rekenfunctie SIN. Dat levert een waarde tussen 1 en -1 op, en die geven we via de opmaak weer in procenten. Tellen we alle percentages van 52 weken op, dan komen we veel te hoog uit. Maar als we ze delen door 52, zijn ze opgeteld honderd procent. Dat geeft:

=SIN(A6/365*2*PI())/52

Een negatief percentage kan niet (je verstookt nooit -5% van het jaarverbruik), daarom tillen we alle waarden boven de nullijn door er een 52ste bij op te tellen. Zo wordt de formule =SIN(A6/365*2*PI())/52+1/52

Als je die omlaag kopieert en plakt, legt iedere week zijn eigen gewicht in de schaal. Weergegeven in een lijngrafiek geeft dat een mooie berg.

Alleen staat de top van de berg nog niet goed, want die moet naar de derde week van januari, dat is statistisch gezien de koudste week van het jaar. Daarvoor tellen we bij de datum van A6 nog 39 weken op, in de formule komt hiervoor ‘+39*7’. En om rekening te houden met een schrikkeljaar, vullen we A6 aan tot ‘A6*366/365’. Enfin, de formule die je moet hebben voor D6 is:

=SIN((A6*366/365+39*7)/365*2*PI())/52+1/52

Kopieer en plak deze omlaag.

©PXimport

Het verbruik vergelijken

We verdelen het totale verbruik van vorig jaar over alle weken aan de hand van de golflijn. Daarvoor doen we steeds het weekpercentage maal het jaarverbruik in E2. Elke volgende kopie van de formule moet verwijzen naar deze E2, daarvoor zetten we een dollarteken voor het rijnummer. Geef E6 de formule:

=D6*E$2

En kopieer en plak deze omlaag.

Om erachter te komen hoeveel je vorig jaar hebt verbruikt tot en met de week die je tot nu toe hebt ingevuld, moet je alleen de stukjes weekverbruik in kolom E optellen, waar in kolom B een meterstand naast staat. Dat gaat met de functie SOM.ALS. Geef hiervoor E4 de formule:

=SOM.ALS(B6:B60;">0";E6:E60)

Je ziet dan onder ‘t/m deze week:’ hoeveel je vorig jaar had verbruikt tot en met diezelfde week (als dat verbruik keurig volgens de golflijn was verlopen). Als je werkelijke verbruik tot nu toe (in C4) lager is dan E4, stook je zuiniger.

©PXimport

Jaarprognose

Excel kan na een tijdje voorspellen wat je verbruik voor een heel jaar zal zijn. Daarvoor moet je de percentages van elke week in kolom D optellen, waar in kolom B een meterstand is ingevuld. Zet hiervoor in D4 de formule:

=SOM.ALS(B5:B60;">0";D5:D60)

Deze formule kijkt waar een meterstand is ingevuld en telt de percentages op die daarnaast staan. Zo zie je hoeveel procent van het jaar is verstreken.

Dan krijgen we de prognose voor het hele jaar als we die C4 (het verbruik tot nu toe) delen door D4 (het percentage tot nu toe). We doen dat niet simpelweg met ‘=C4/D4’, want als het schema nog leeg is, is D4 nul en krijgen we de melding ‘#DELING.DOOR.0!’ of ‘#DEEL/0!’ (‘kan niet delen door 0’). In F4 komt daarom:

=ALS(D4=0;0;C4/D4)

Deze jaarprognose gaat de eerste maanden nog erg op en neer, maar na een half jaar zit de prognose al behoorlijk goed.

Het maakt hiervoor niet uit wanneer je begint met het noteren van je meterstanden. Of je gebruiksjaar nou van juli tot juli loopt of van oktober tot oktober, de prognoseformule werkt altijd!

©PXimport

Een grafiek maken

Om een goed beeld van deze cijfers te krijgen, geven we ze weer in een grafiek. Selecteer hiervoor de cellen A6 tot en met C57 (dat zie je goed: zonder de eerste datum), klik op de tab Invoegen, kies uit de groep Grafieken het eerste type kolomgrafiek (Gegroepeerde kolom). Je krijgt een grafiek met kolommetjes, die vooral de meterstanden weergeeft. Die hoeven we niet te zien: klik op de kolommetjes en druk op Delete. De kolommetjes van de meterstanden verdwijnen en je houdt de kolommetjes van het weekverbruik over (die waren eerst onzichtbaar doordat de waarden van de meterstanden veel groter waren).

Dubbelklik op de horizontale datumas; het taakvenster As opmaken verschijnt. Kies via Uitlijning bij Tekstrichting voor Tekst 270 graden draaien; de datums komen op hun kant en zijn beter leesbaar. Neem dan de knop Opties voor as, klik op Labels en voer bij de intervaleenheid 4 in; dan zitten er steeds vier weken tussen de datums onderaan. Kies hier bovenaan de optie Tekstas, want dan kun je de kolommetjes verbreden. Klik in de grafiek op een van de kolommetjes, kies Opties voor reeks en stel de Breedte tussenruimte in op 50% (dit werkt alleen als je voor de horizontale as Tekstas hebt gekozen!).

Typ je totale verbruik van vorig jaar in E2, je ziet dan de weekcijfers van vorig jaar eronder. Die voeg je als volgt toe aan de grafiek. Selecteer E6 tot en met E57, kies Kopiëren, klik op de grafiek en klik op de knop Plakken; deze reeks verschijnt in de grafiek als een serie kolommen in een boogvorm. Om daarvan een lijn te maken, klik je op deze serie kolommen en kies je in de tab Ontwerpen voor Ander grafiektype; het venster Grafiektype wijzigen verschijnt. Klik onderaan op Combinatie en kies voor deze reeks (Reeks2) de optie Lijn.

©PXimport

Berg en dal

De golflijn geeft het verbruik van vorig jaar weer, als de temperatuur door het jaar heen mooi geleidelijk zou stijgen en dalen. Deze lijn vormt een berg als je standen van juli tot en met juli lopen; begin je in januari, dan zie je een dal.

Als je de werkelijke meterstanden invult, krijgt iedere week in de grafiek een rood kolommetje. Zo kun je precies zien of jouw weekverbruik (de kolommetjes) deze golflijn volgt. De eerste weken doet de grafiek misschien nog wat vreemd aan, maar na een paar maanden begint het er echt op te lijken.

Je kunt ook de lijn voor de prognose van het lopende jaar aan de grafiek toevoegen. Selecteer hiervoor F6 tot en met F57 en volg de stappen die je zojuist voor kolom E hebt gedaan.

©PXimport

Kopiëren maar!

Is het werkblad klaar, dan kopieer je dit hele blad voor de elektrastanden. Dat doe je via de bladtab die je onder in beeld ziet. Houd Ctrl ingedrukt, houd de linkermuisknop ingedrukt en sleep opzij; je ziet een plusje bij de muisaanwijzer. Laat los en je hebt een kopie van het complete werkblad, deze heet Blad1 (2).

Dubbelklik op de eerste bladtab en verander die naam in Gas. Dubbelklik op de tweede bladtab en noem deze Stroom. Heb je dag- en nachtstroom, dan maak je nog een kopie van het werkblad en noem je de ene bladtab Dagstroom en de andere Nachtstroom. Je gaat tussen deze werkbladen heen en weer door op die bladtabs te klikken of met de toetscombinaties Ctrl+PageDown of Ctrl+PageUp.

Elke reeks een eigen naam

In de legenda van de grafiek zie je Reeks1 en Reeks2. Dat pas je als volgt aan. Klik op de kolommetjes van de weekstanden; in de formulebalk zie je een formule die met =REEKS(; begint. Typ tussen het haakje en de puntkomma Verbruik. Klik op de sinuslijn en typ in de formulebalk tussen het haakje en de puntkomma Vorig jaar.

Meteen aan de slag

Wil je zelf ook je verbruik bijhouden, dan kun je het Excel-sheet uit dit artikel downloaden. Zo kun je meteen beginnen met invullen!

Prognose nauwkeuriger instellen

Statistisch is de derde week van januari de koudste van het jaar, dus daar ligt de top van je gasverbruik. Maar ons klimaat wenst zich vast niet te houden aan de statistiek. Blijkt achteraf het hoogste rode staafje naast de top van de berg te staan, dan zit de piek van het werkelijke verbruik dus eerder of later. In het bovenstaande bestand dat je kunt downloaden hebben we dit instelbaar gemaakt. Rechts van de grafiek vind je pijltjes: door daarop te klikken, laat je de top van de sinus heen en weer schuiven. De getallen in de kolommen D, E en F reageren hierop, zodat ze dichter bij het feitelijke gebruik komen (in kolom C). Als bij jou de winter wat zachter is (je woont aan zee bijvoorbeeld), wordt je gasverbruik getemperd. De boog van de grafiek moet dan iets vlakker zijn. In het downloadbestand kun je ook dat bijstellen door op de pijltjes rechts onder de grafiek te klikken. Bij het stroomverbruik is het verschil tussen zomer en winter sowieso kleiner; maak in die werkbladen de lijn ook vlakker. Hierdoor zal de prognose zich ook aanpassen.

©PXimport

Wil je bewuster omgaan met je energieverbruik? Dan raden we ook de Cursusbundel: Automatisch energie besparen aan.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.