ID.nl logo
Maak je nieuwe harde schijf klaar voor gebruik
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Maak je nieuwe harde schijf klaar voor gebruik

Wanneer je een schijf aan een mediaspeler of computer hangt, is de kans groot dat het apparaat daar niet zomaar mee overweg kan. Het vergt voorbereiding om de schijf gebruiksklaar te maken: van correct aansluiten via initialiseren en partitioneren tot formatteren. We maken je stap voor stap wegwijs.

Tip 01: SATA-schijf

Nagenoeg alle computers van de laatste jaren hebben een SATA-interface voor het aansluiten van opslagmedia als harde schijven en SSD's. SATA staat voor Serial ATA (Advanced Technology Attachment) en vervangt de vorige standaard (IDE). Een SATA-schijf is niet alleen sneller; de aansluiting verloopt ook makkelijker dan bij een IDE-schijf. Dat komt doordat je niet langer met 'jumpers' (minuscule klemmetjes) aan de slag hoeft te gaan om de schijf correct in te stellen.

In principe hoef je een SATA-schijf alleen maar op een vrije SATA-connector van een schijfcontroller aan te sluiten en die uiteraard ook van stroom te voorzien. Dat laatste gebeurt normaliter via een L-vormige SATA-connector, behalve wanneer de (wat oudere?) pc-voeding alleen Molex-connectoren bevat. In het laatste geval heb je een verloopstukje nodig.

Tip 02: AHCI-modus

In principe kun je nu al je computer opstarten. Voor je echter doorstart, doe je er goed aan eerst de instellingen van het systeem-BIOS na te gaan. Dit setup-venster bereik je over het algemeen door kort na het inschakelen van de pc een speciale toets in te drukken. Gewoonlijk is dat Delete, F10, F1, F2 of Esc.

Raadpleeg eventueel de handleiding bij je systeem. In het BIOS ga je dan op zoek naar iets als SATA Configuration of Integrated Peripherals / Onboard SATA Mode, waarna je de betreffende SATA-poort in plaats van op (Native)IDE bij voorkeur instelt op AHCI (advanced host controller interface). Deze instelling ondersteunt functies als 'hot plugging' en NCQ (native command queuing), wat voor betere prestaties zorgt. Sommige systemen ondersteunen van huis uit ook de RAID-modus, maar die heb je alleen nodig als je twee of meer schijven in een RAID-configuratie (Redundant Array of Independent Disks) wilt stoppen. Let op: kies hier niet voor als er op die schijf al een besturingssysteem staat! Het OS zal namelijk niet meer opstarten tenzij je het opnieuw installeert.

©PXimport

Tip 02 De meeste SATA-apparaten zijn gebaat bij de AHCI-modus.

Tip 03: Installatie controleren

We gaan er nu even van uit dat je deze schijf als een tweede schijf (bedoeld voor dataopslag) hebt aangekoppeld en dat je dus al over een startschijf met Windows beschikt. Gaat het echter toch om je enige schijf op dit moment - dus met de bedoeling daar je startschijf van te maken - dan kun je eigenlijk meteen verdergaan met tip 8.

In het andere geval start je Windows van je eerste schijf op en open je de ingebouwde module voor schijfbeheer. Dat kan als volgt: druk op Windows-toets+R en voer het commando diskmgmt.msc uit.

De kans is groot dat meteen al een dialoogvenster verschijnt, met de mededeling dat de nieuwe schijf nog niet is geïnitialiseerd en dus nog niet klaar is om data te ontvangen. Niets om je zorgen over te maken, dat is helemaal normaal in dit stadium. Goed is in elk geval dat Windows de schijf al op fysiek niveau heeft gedetecteerd. Je mag overigens het dialoogvenster gerust even sluiten (door op Annuleren te drukken). In de visuele voorstelling merk je nu ook de nieuw aangesloten schijf op. Die bevat op dit ogenblijk één grote, niet-toegewezen ruimte. Daar brengen we straks verandering in.

©PXimport

Tip 03 Weinig verrassend: een nieuwe schijf bevat aanvankelijk alleen niet-toegewezen ruimte.

Tip 04: Schijf initialiseren

Links onderaan zie je een rood pijltje bij de nieuwe schijf met de vermelding Onbekend en Niet geïnitialiseerd. Klik dit vak met de rechtermuisknop aan en kies Schijfinitialiseren. Het dialoogvenster verschijnt opnieuw en Windows wil blijkbaar van ons weten welke partitiestijl we voor die schijf wensen: MBR of GPT. Raadpleeg het tekstkader 'MBR & GPT' in dit artikel om de belangrijkste verschillen tussen beide te kennen en een doordachte keuze te kunnen maken. Welke partitiestijl je ook kiest, de uitvoering ervan duurt nauwelijks een seconde.

Mocht je alsnog op je beslissing willen terugkomen, dat kan nog probleemloos in dit stadium. Zodra je de schijf hebt gepartitioneerd - zie tips 05 en 06 - wordt het lastiger, want dan moet je eerst alle partities weer verwijderen. Om zo'n conversie uit te voeren klik je alweer met de rechtermuisknop op het vak en kies je Schijf converteren naar MBR-schijf of Schijf converteren naar GPT-schijf.

MBR & GPT

MBR staat voor Master Boot Record en dat verwijst naar de allereerste sector op de schijf, waar Windows onder meer de nodige opstartcode plaatst en de locatie van de schijfpartities bijhoudt. Er zijn wel twee nadelen aan MBR. Zo maakt fysieke schade aan deze locatie de schijf onbruikbaar. En MBR kan niet overweg met schijven groter dan 2,2 TB.

GPT is de afkorting van GUID Partition Table, waarbij GUID staat voor Globally Unique Identifier. GPT vormt eigenlijk een onderdeel van de (U)EFI-standaard (Unified Extensible Firmware interface), die kan worden beschouwd als opvolger van het BIOS. Nagenoeg alle moderne besturingssystemen kunnen met GPT overweg, waaronder Mac OS X (10.4 en hoger) en Windows Vista (en hoger). Een groot voordeel van GPT is dat die met veel meer én grotere schijfpartities overweg kan dan MBR. Een systeem met GPT is ook corruptiebestendiger, doordat er twee exemplaren van de GPT-huishouding op schijf worden bewaard. Let echter op als je GPT kiest voor je opstartschijf. Je moet namelijk over een 64bit-versie van Windows 7 of 8 beschikken in combinatie met een UEFI-systeem om van zo'n GPT-schijf te kunnen opstarten!

©PXimport

Een blik onder de motorkap: partitiestijl MBR (links) versus GPT (rechts).

Tip 05: Partitioneren (1)

Bij de schijf zie je nu Standaard staan. Nu kun je wel vanuit het contextmenu in Windows 7 en 8(.1) Schijf converteren naar dynamische schijf selecteren. Dat zorgt ervoor dat je met diverse schijven geheel softwarematig - dus zonder speciale schijfcontroller - een RAID-achtig systeem kunt opzetten. Deze optie laten we hier echter verder buiten beschouwing.

Veel belangrijker is het feit dat je schijf op dit moment nog altijd niet opduikt in de Verkenner. Dat komt doordat ze alleen nog maar 'niet-toegewezen ruimte' bevat en er dus nog geen logische volumes of partities beschikbaar zijn. Anders gezegd, je moet die schijf eerst nog partitioneren. Hiertoe klik je de visuele voorstelling van de schijf met de rechtermuisknop aan en kies je Nieuw eenvoudig volume (wellicht is dat trouwens de enige beschikbare optie). Er start nu een wizard op.

©PXimport

Een besturingssysteem kan geen gegevens kwijt op een niet-geformatteerde schijf.

Tip 06: Partitioneren (2)

Klik op Volgende en geef aan hoe groot de nieuwe partitie moet worden. Standaard stelt de wizard de volledige opslagcapaciteit van de schijf voor, maar als je dat nuttig acht kun je hier gerust ook een kleinere capaciteit invullen. Zo blijft er nog ruimte over voor bijkomende partities (zie ook kadertekst 'Partities in soorten en maten').

Laten we er echter van uitgaan dat je voor je (data)schijf aan één partitie genoeg hebt. Druk op Volgende en kies een geschikte, vrije stationsletter voor je nieuwe partitie uit. Bevestig opnieuw met Volgende. De volgende uitdaging dient zich aan: het formatteren van de schijf!

©PXimport

Ken je geen stationsletter toe, dan is de partitie niet zichtbaar in de Verkenner.

Tip 07: Schijf formatteren

Formatteren betekent zoveel als de partitie voorzien van een specifiek bestandssysteem, zodat het besturingssysteem weet waar welke data kunnen worden of zijn opgeslagen. Afhankelijk van je bedoelingen en van enkele parameters dienen zich hier ook verschillende mogelijkheden aan. In de kadertekst 'Van FAT tot NTFS' lees je er meer over. Bij twijfel kies je het best voor NTFS, dat zich zowat tot de belangrijkste standaard heeft ontwikkeld. Althans binnen Windows-omgevingen, want mocht je de dataschijf ook binnen Linux of op de Mac willen inzetten - of een ingebed systeem zoals je dat in media-apparaten kunt tegenkomen -, dan kun je wellicht beter voor een andere optie kiezen (zie kadertekst 'Ook buiten Windows').

De clustergrootte - dat is het minimum aantal sectoren (en dus bytes) dat voor één bestand zal worden ingezet - kun je het best op Standaard laten staan! Verzin een geschikte naam voor je partitie, laat gerust het vinkje staan bij Snelformatteren en rond af met Volgende en met Voltooien. Zodra de formattering achter de rug is, komt je partitie beschikbaar in de Verkenner en is die gebruiksklaar.

©PXimport

Ken je geen stationsletter toe, dan is de partitie niet zichtbaar in de Verkenner.

Van FAT(32) tot NTFS

Elk besturingssysteem verwacht een of ander bestandssysteem op een partitie, dat maakt dat bestanden correct kunnen worden gelokaliseerd. Niet elk besturingssysteem kan echter met elk bestandssysteem overweg. Vroeger was FAT(32) het standaard bestandssysteem voor onder meer Windows-omgevingen, maar de kans is klein dat je vanuit het Windows Schijfbeheer nog FAT32 kunt selecteren bij het formatteren van een harde schijf of SSD. Immers, zodra de capaciteit 32 GB overschrijdt, is die optie niet langer beschikbaar. NTFS (New Technology File System) heeft echter al lang de fakkel van FAT32 overgenomen.

Dat hoeft niet te verbazen, want NTFS heeft enkele opvallende voordelen. Het risico op bestandscorruptie is kleiner, je kunt zonder meer bestanden comprimeren en versleutelen, je kunt per gebruiker specifieke machtigingen toekennen, de bestands- en partitiegrootte is royaler dan bij FAT32 enzovoort. Weinig reden dus om niet voor NTFS te kiezen. Echter, mocht je schijf met FAT32 zijn geformatteerd en je wilt alsnog overstappen naar NTFS, dan kan dat in principe zonder dataverlies vanuit de opdrachtprompt met het commando convert x: /FS:NTFS, waarbij je x: vervangt door de juiste stationsletter. Maar let wel: er kunnen toch nog redenen zijn om voor FAT32 te kiezen (zie tekstkader 'Ook buiten Windows').

Ook buiten Windows

De focus van dit artikel ligt weliswaar op Windows-omgevingen, maar er zijn natuurlijk ook nog andere besturingssystemen, zoals Linux (niet zelden ingebed in apparaten als een NAS of mediaspeler) en Mac OS X. Zo zullen Linux-gebruikers zeker bekend zijn met bestandssystemen als ReiserFS en Ext2/3/4 en hebben Mac-gebruikers vooral te maken met HFS+ oftewel Mac OS Extended.

Maar wat als je een (externe?) schijf prepareert die je door diverse besturingssystemen wilt laten benaderen? In dat geval werpt vooral FAT32 zich als een mogelijke kandidaat op, want zowat alle OS'en kunnen er probleemloos mee overweg. Is je partitie groter dan 32 GB en wil je die toch met FAT32 formatteren, laat het Windows Schijfbeheer dan links liggen en gebruik hiervoor een tool als Minitool Partition Wizard Home Edition. Houd er echter rekening mee dat je op zo'n schijf geen bestanden kunt opslaan die groter zijn dan 4 GB. Dat is niet onbelangrijk met het oog op video- of imagebestanden, zoals MKV of ISO.

Er is verder nog exFAT, een lichtvoetiger alternatief voor NTFS, dat door Microsoft met name voor flash-schijven werd ontworpen en dat een nagenoeg onbeperkte bestandsgrootte toelaat. Ook Mac OS X kan prima overweg met dat systeem (althans vanaf Snow Leopard), voor Linux moet je wel iets extra installeren en dat maakt dat veel apparaten (met Linux voorgeïnstalleerd) niet zonder meer met exFAT overweg kunnen.

Tip 08: Schone Windows

Is het je bedoeling Windows schoon te installeren op een schijf, dan hoef je niet noodzakelijk zelf al de fases van initialiseren, partitioneren en formatteren te doorlopen vanuit het Windows Schijfbeheer of met behulp van een of andere externe tool. Dat kan ook gewoon vanuit het installatiemedium van Windows gebeuren. Uiteraard moet je er dan wel voor zorgen dat je systeem van dit medium kan opstarten. In een notendop verloopt de installatie van Windows 8(.1) als volgt.

Kort nadat het medium is opgestart, komt een wizard in beeld. Die vraagt je naar taal, tijd, valuta en toetsenbordindeling. Druk op Volgende en op Nu installeren. Ga akkoord met de licentievoorwaarden en vul desgevraagd de productcode in. Druk op Volgende en kies Aangepast: alleen Windows installeren (aanbevolen).

©PXimport

Een schone installatie heeft altijd de voorkeur.

Tip 09: Windows installeren

Standaard stelt Windows voor om voor de opstartpartitie de volledige opslagcapaciteit van de schijf te gebruiken - op een kleine systeempartitie na die Windows automatisch ook zal creëren. Wil je dat anders, bijvoorbeeld omdat je al dan niet met het oog op een dualboot-configuratie twee of meer partities wenst, druk in plaats van Volgende dan op Nieuw en stel de gewenste grootte van de eerste partitie in, waarna je bevestigt met Toepassen. Herhaal dit voor de volgende partities. Na afloop selecteer je de partitie waarop je Windows wilt installeren en druk je alsnog op Volgende. De installatie van Windows gaat van start.

©PXimport

Beslis zelf of je al dan niet met diverse partities wilt werken.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.