ID.nl logo
Kobo Aura H2O (2017) - Met de natte neus in de boeken
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Kobo Aura H2O (2017) - Met de natte neus in de boeken

De Kobo Aura H2O is een waterdichte e-reader met nachtlampje, en daarmee op papier een ideale partner voor op reis. Maar een e-reader laat zich niet zomaar vervangen en veel mensen nemen genoegen met het tabletscherm voor digitale boeken. Of wordt de Kobo Aura H2O tóch jouw volgende gadget?

Eigenlijk gaat het hier om de tweede generatie van de Aura H2O. Kobo bracht immers in 2014 de eerste versie van deze e-reader uit. De Kobo Aura H2O heeft echter ook wat afgekeken van Kobo’s duurste e-reader Aura One: zoals de rubberen achterzijde en een nachtlampje dat zich automatisch aanpast aan het omgevingslicht. Gelukkig zonder de prijs over te nemen. De prijs van de Aura One valt met 230 euro namelijk moeilijk te rechtvaardigen, voor dat geld heb je al bijna een degelijke tablet - als leesmaatje is een tablet natuurlijk niet vergelijkbaar, maar het is wel veelzijdiger apparaat waar je ook een beetje op kunt lezen. Én audioboeken op afspeelt, wat e-readers nog altijd niet kunnen.

Deze Kobo Aura H2O kost je 179 euro, dat klinkt al een stuk schappelijker. Voor dat geld krijg je een apparaat dat handzaam is en degelijk aanvoelt. De plastic behuizing voelt niet heel erg hoogwaardig, maar zorgt er wel voor dat het gewicht comfortabel laag blijft en bovendien kraakt de behuizing niet. Iets waar mijn eigen Kobo Glo van drie jaar oud altijd al last van heeft gehad.

De waterdichte behuizing is ook een opvallende, maar welkome eigenschap. Je hoeft je geen zorgen te maken als je je reader op tafel naast glazen drinken weglegt of graag in bad, aan zee of aan het zwembad een e-boekje leest.

De plastic behuizing voelt niet heel erg hoogwaardig, maar zorgt er wel voor dat het gewicht comfortabel laag blijft.

-

Leesmaat

Het scherm heeft een doorsnee van 6,8 inch (15,2 cm), met vrij brede schermranden waar je de reader aan vast kunt houden. Dat is nodig ook, want door de zijkanten van het touchscreen aan te raken sla je de bladzijde om, of terug. Tijdens het lezen is me dit overigens een paar keer per ongeluk overkomen. Overigens beïnvloedt dat het leescomfort verder niet.

Want dat leescomfort, dat is prima. Het gewicht, de vasthoudranden rondom het scherm en (grip biedende) rubberen achterkant heb ik al genoemd. Maar de schermkwaliteit is ook prima. E-readers hebben een mat zwart-wit scherm, dus contrast en scherpte zijn van groot belang om prettig te kunnen lezen. Bij het schermpaneel zit dat wel snor, de resolutie van 1430 bij 1080 en goede grijswaarden zorgen ervoor dat woorden zich prima laten aflezen.

Ook het nachtlampje is onmisbaar om in het donker prettig te kunnen lezen. Via de schermranden wordt het scherm verlicht. Maar het licht niet zelf op, zoals bij het scherm van een tv, monitor, tablet of smartphone. Hierdoor kijk je nooit in het licht, wat rustiger is voor de ogen. Vooral als je wat langer aan het lezen bent merk je echt de meerwaarde van het lampje van een e-reader ten opzichte van een gewoon scherm.

©PXimport

Langlezer

Wanneer je de e-reader opgeladen in je tas (of koffer) hebt gestoken hoef je je ook voorlopig geen zorgen te maken over het opladen. Zelfs als je altijd met het lampje aan leest kan zelfs de verstokte lezer aardig wat dagen door. Opladen doe je via een micro-usb-aansluiting, waarmee je ook veel smartphones en tablets oplaadt.

Oh, oh, OS

De Kobo Aura H20 laat zich via het touchscreen bedienen. Het besturingssysteem dat op de reader staat is vrij basaal, maar kan overweg met alle gangbare digitale boekenformaten zoals PDF, Mobi en ePub. Het herkent zelf de boeken die je ernaartoe gekopieerd hebt. Helaas beschikt dit model niet over een geheugenkaartslot, maar de acht gigabyte aan opslagruimte volstaat om een flinke bibliotheek met je mee te dragen. Toch merkte ik dat het apparaat wat trager reageert als hij stampvol boeken zit, dus ik raad aan om alleen de boeken naar de Kobo te kopiëren die je nog wilt lezen en niet meteen alle gigabytes van je complete digitale boekencollectie overhevelt.

Sowieso valt er nog wel wat snelheidswinst te boeken, de reader reageert wat log en boeken laden traag in. De Kindle e-reader van Amazon is hier een stuk vlotter in.

Ander minpunt is dat je bij de eerste configuratie je reader met internet moet verbinden en in moet loggen met een Kobo-account. Als je je reader eigenlijk alleen gebruikt om je eigen digitale boekencollectie mee te lezen, kan ik deze verplichting niet rechtvaardigen.

All-you-can-read

Kobo biedt sinds kort ook een leesdienst aan in de vorm van Kobo Plus. Voor een tientje per maand kun je onbeperkt lezen uit een selecte digitale bibliotheek. Het aanbod is echter vooralsnog niet overtuigend en toen ik zag dat veel boeken wél aangeboden werden in de ingebouwde digitale winkel, maar niet in Kobo Plus, was dat al genoeg voor mij om de dienst al binnen de dertig dagen durende uitprobeerperiode stop te zetten. Bovendien worden digitale boeken meestal voor een veel te hoge prijs aangeboden.

Overigens werken Kobo Plus en de ingebouwde boekenwinkel net even te houterig op de Kobo e-reader. De beste lees-ervaring had ik (helaas voor Kobo en uitgevers) nog altijd met mijn eigen digitale boekenbestanden die ik via de pc gestript had van ongebruiksvriendelijke drm-beveiliging en naar de e-reader kopieerde. Maar met Kobo Plus en een onlangs aangenomen wet die (ook) digitale boeken in het lagere btw-tarief laat vallen, is er eindelijk legaal licht aan het einde van de tunnel voor digitale lezers.

©PXimport

©PXimport

Conclusie

De Kobo Aura H20 is een degelijke e-reader die comfortabel leest, door het scherm, gewicht en grip. Ook zijn waterdichte behuizing en prima accuduur zijn een vermelding waard. Eigenlijk is de Kobo Aura H20 goed genoeg dat een keus voor de duurdere Aura One niet zo meer te rechtvaardigen valt, tenzij je een groter scherm zoekt. De Kobo Aura H20 mag echter wel wat vlotter werken. Ook het aanbod van Kobo Plus en ingebouwde boekenwinkel hebben nog wat aandacht nodig.

Uitstekend
Conclusie

**Prijs** € 179,- **Scherm** 6,8 inch e-ink (1430 x 1080) **Formaat** 13 x 17 x 0,9 cm **Gewicht** 200 gram **Opslag** 8 GB **E-boeken** bmp, cbr, cbz, ePub, gif, html, jpeg, mobi, pdf, png, rtf, txt, tif **Draadloos** Wifi **Overig** Nachtlampje, waterdicht, Kobo Plus **Website** [www.kobobooks.com](https://gl.kobobooks.com/products/kobo-aura-h2o?store=nl-nl)

Plus- en minpunten
  • Leescomfort
  • Lampje
  • Waterdichte bouw
  • Geen geheugenkaart
  • Traag
  • Aanbod Kobo Plus
▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.