ID.nl logo
Huis

Doe het met stijl

Om je webpagina’s helemaal naar wens op te maken kan je niet zonder css, ook niet wanneer je een cms als Joomla of een blogtool als WordPress gebruikt. De definitieve specificatie van css3 is weliswaar nog lang niet af, maar je kunt er nu al mee aan de slag!

Css staat voor cascading style sheets,  een specificatie om de vormgeving van webpagina’s los te koppelen van de eigenlijke inhoud. Je kunt css-informatie in de webpagina zelf opnemen, zowel inline, dus in de pagina zelf, als in de <head>-sectie. Voor de overzichtelijkheid kun je het ook onderbrengen in een apart bestand (extern stijlblad) waarnaar je dan vanuit je webpagina verwijst. Omdat zo’n constructie tot potentiële conflicten kan leiden, volgt de css-informatie een watervalsysteem - vandaar de naam ‘cascading’. Een inline opmaakdeclaratie krijgt een hogere prioriteit dan de opmaak die vanuit de <head>-sectie is bepaald en die krijgt op zijn beurt voorrang op een eventueel extern stijlblad.

De eerste css-editie (css1) stamt al uit 1996 en werd twee jaar later opgevolgd door css2. Zo goed als alle moderne browsers ondersteunen nagenoeg volledig beide specificaties. Intussen is men ook al jaren bezig met css3, maar het zal – net als bij html5 – nog lang duren eer de standaard het stadium van een definitieve W3C-aanbeveling bereikt. Dat css(3) nog volop in beweging is, valt goed af te leiden uit een webpagina als www.w3.org/style/css/current-work.

Gelukkig hoef je die eindfase niet af te wachten en kan je nu al aan de slag met css3. Alle moderne browsers ondersteunen namelijk al in mindere of meerdere mate css3. Op www.findmebyip.com/litmus bijvoorbeeld lees je in tabelvorm af hoe goed elke browser op dat vlak presteert. Het zal je opvallen dat vooral Internet Explorer achterloopt, vooral als het op ondersteuning van css-eigenschappen aankomt. Wel is het zo dat Internet Explorer vanaf versie 9 met zowat alle css3-selectors overweg kan: dat bewijst ook de test op www.css3.info/selectors-test.

Her en der op internet vind je al enkele mooie demonstraties van css3 (bijvoorbeeld op www.css3.info/preview of enkele voorzichtige praktijkpogingen op www.css3gallery.net). maar nog veel leuker is het als je er zelf mee experimenteert. In dit artikel bekijken we alvast enkele css3-handigheden.

Selectors

Selectors mogen dan niet het meest sexy onderdeel uit de css-specificatie zijn, ze zijn wel van cruciaal belang. Een css-selector is een item waarop je een bepaalde css-opmaak kunt toepassen. Een eenvoudig voorbeeld met de syntax selector { eigenschap:waarde; } verduidelijkt dit: h2 { font-family: ‘Comic Sans MS’; color: green; }. Alle h2-items worden hierdoor in Comic Sans MS weergegeven als groene tekst. De selectors waren aanvankelijk vooral klassieke html-elementen (zoals h2, p, en dergelijke), waarbij de css-declaratie op elke instantie van dat element werd toegepast. Css3 breidt de selectors flink uit – uiteraard met een wat complexere syntax tot gevolg.

We volstaan hier met een tweetal voorbeelden die je alvast een idee geven. Het eerste stuk code voeg je toe aan de header van het document (tussen <head> en </head>). Het tweede stuk plaats je in de body. In het volgende voorbeeld laten ze zien hoe alle <p>-elementen waarbij “PCM” in de titel voorkomt – en alleen die – een speciale opmaak meekrijgen.

<style type="text/css" >

p[title*="PCM"] { font-family: 'Comic Sans MS'; color: blue; }

</style>

<p>Welkom op de CSS3-pagina van...</p>

<p title="Mijn PCM">PCM, Personal Computer Magazine</p>

Handig zijn verder ook de (pseudoclass-)selectors :checked, :enabled en :disabled, bedoeld om formuliervelden extra focus te geven:

:checked {display: inline-block; width: 6em;}

<form>

<input type="checkbox" /></p>

<input type="radio" name="pcm" /></p>

<input type="radio" name="pcm" />

</form>

Je zal merken dat het selectievakje en de keuzeknoppen meer ruimte innemen – wegens width:6em  - zodra je ze hebt aangeklikt.

Randen en kaders

Ook voor het werken met kaders en randen voorziet css3 in enkele creatieve extra’s.  Om een kader afgeronde hoeken te geven kan één css-declaratie volstaan:

.hoeken { border: 8px outset red; width: 400px; height: 100px; border-radius: 10px; }

<div class="hoeken">Een kader met afgeronde hoeken</div>

Overigens hoef je niet noodzakelijk alle hoeken af te ronden. Het beperken tot één of meerdere hoeken doe je met behulp van de eigenschappen border-top-left-radius, border-bottom-right-radius, enzovoort. Nog meer afronding is natuurlijk ook mogelijk, zodat je bijvoorbeeld een perfecte cirkel krijgt:

.cirkel { background: red; color: yellow; width: 100px; height: 100px; text-align: center; border-radius: 50px; display: box;  box-orient: horizontal; box-pack: center; box-align: center;}

<div class="cirkel">Cirkel met tekst</div>

Zonder de vetgedrukte items krijg je weliswaar een cirkelvorm, maar staat de tekst niet mooi in (het midden van) de cirkel. Om dat gedaan te krijgen maak je dus gebruik van een nieuw “box-model”, dat vastlegt hoe zo’n box in een ander box geplaatst moet worden. Lang niet alle browsers ondersteunen momenteel deze eigenschap, maar als het goed is lukt je dat met behulp van een browser-specifieke prefix alsnog. Voor browsers die worden aangestuurd door de Gecko-engine (voornamelijk Mozilla Firefox) is dat de prefix –moz- en voor browsers met de WebKit-engine (Safari en Chrome) is dat –webkit-. De declaratie ziet er voor dit laatste browsertype dan als volgt uit:

.cirkel { background: red;  color: yellow; width: 100px; height: 100px; text-align: center; border-radius: 50px; display: -webkit-box;  -webkit-box-orient: horizontal; -webkit-box-pack: center; -webkit-box-align: center; }

Overigens hoeft niets je te weerhouden de drie types eigenschappen broederlijk naast elkaar te declareren (display: box;  display: -webkit-box;  display: -moz-box;).

Ook leuk is de mogelijkheid om twee of meer verschillende afbeeldingen als kaderachtergrond te gebruiken. Je hoeft eigenlijk alleen een komma te zetten tussen de diverse plaatjes. Houd er wel rekening mee dat niet alle browsers hiermee al overweg kunnen. Sommige gaan zelfs compleet voorbij aan de declaratie met als gevolg een lege achtergrond. In onze code hebben we dat alvast opgevangen (zie vetgedrukte tekst):

.kader { width: 500px; height: 100px; background: url(pcm.gif) no-repeat; background: url(pcm.gif) no-repeat, url(hub.gif) repeat; background-position: bottom right, 50% 30; }

<div class="kader"></div>

De waarden die bij de eigenschap background-position horen bepalen waar (en hoe) de afbeelding precies getoond wordt binnen het kader. De syntax hiervan is behoorlijk complex. Je vindt alle nodige details, inclusief voorbeelden, op www.w3.org/tr/css3-background/#background-position.

Tekst en webfonts

Aan saaie teksten kan css3 weinig verhelpen, maar de specificatie kan er in elk geval wel voor zorgen dat de tekst er leuk uitziet. Een leuke toevoeging is bijvoorbeeld text-shadow. Deze eigenschap doet precies wat de naam suggereert:

h1 { text-shadow: 2px 3px 5px red }

<h1>PCM, Personal Computer Magazine</h1>

De eerste twee waarden bepalen de verschuiving van de schaduw ten opzichte van de eigenlijke tekst (horizontaal en verticaal). De derde waarde legt de vervagingsradius van de schaduw vast en red geeft uiteraard de kleur aan. Het is trouwens ook mogelijk meer dan één schaduweffect op tekst toe te passen, bijvoorbeeld:

h1 {text-shadow: 2px 3px 5px red, -2px -3px 2px yellow}.

Het aantal webpagina’s dat volop inzet op schreefloze fonts (sans serif) als Verdana valt niet te tellen. Toegegeven, dergelijke fonts laten zich lekker lezen op een scherm, maar je kunt ook wat creatiever uit de hoek komen: met webfonts bijvoorbeeld. Dat zijn lettertypes die door de browser automatisch kunnen worden gedownload. Webfonts zijn geen uitvinding van css3, maar de specificatie heeft het concept wel nieuw leven ingeblazen. Je kunt in css3 namelijk ieder (open) truetype font (extensies .ttf en .otf) inzetten.

@font-face { font-family: Inkinthemeat; src: url("inkinthemeat.otf") }

h1 { font-family: Inkinthemeat, Verdana; color: blue; font-size: 6em; }

<h1> PCM, Personal Computer Magazine</h1>

Je hoeft niet ver te zoeken gratis fonts die je effectief als webfonts kunt en mag inzetten. Een bezoekje aan een site als www.dafont.com. Handig is ook www.google.com/webfonts. Eigenlijk is deze pagina bedoeld om webfonts via een Google api op je webpagina’s te gebruiken. Je kunt de fonts echter ook probleemloos in .ttf-formaat downloaden, naar je eigen site uploaden en alsnog via css3 in je webpagina’s opnemen. Je hoeft het gewenste font alleen te downloaden en ergens online bereikbaar te maken. Je kunt het bijvoorbeeld op dezelfde locatie als je webpagina plaatsen.

Toch nog een kanttekening: Internet Explorer ondersteunt weliswaar css-webfonts, maar jammer genoeg alleen in het .eot-formaat (Embedded OpenType). Dat hoeft geen onoverkomelijk probleem te zijn. Op www.cuvou.com/wizards/ttf2eot.cgi vind je een gratis online converter evenals de nodige html-code om het font zowel in Internet Explorer als in andere browsers correct weer te geven.

Kleur en animatie

Css3 heeft ook het kleurenpalet verder uitgebreid. Nieuw zijn onder meer de kleurenschema’s hsla en rgba, waarbij de a voor ‘alpha channel’ (alfakanaal) staat. Meer achtergrondinformatie vind je op www.w3.org/tr/css3-color. Hiermee is het mogelijk de transparantiegraad van tekst of andere objecten nauwkeurig te bepalen. Dat kan ook met de eigenschap ‘opacity’, bijvoorbeeld als volgt: <div style=”background: rgb (255, 100, 50); opacity: 0.25;”>Deze tekst is bijna volledig transparant</div>. Met hsla/rgba-kleurenschema’s wordt het echter nog iets eenvoudiger:

<div style="background: hsla(0,100%,50%,0.7);">beetje transparant!</div>

<div style="background: rgba(255,100,50,0.2);">bijna volledig transparant!</div>

Over de precieze verschillen tussen opacity en rgba lees je meer op www.css3.info/introduction-opacity-rgba. Ook hier blijft Internet Explorer weer flink achter. Met het browserspecifieke filter kan je het als volgt oplossen: <p style="background-color: green; color: white; width:100%; filter:alpha(opacity=20) ;">Deze alinea is bijna geheel doorzichtig!</p>.

            Css3 maakt ook erg fraaie animaties mogelijk, al dan niet in combinatie met JavaScript. Sites als www.1stwebdesigner.com/css/50-awesome-css3-animations en http://blog.insicdesigns.com/2010/02/the-beauty-of-css3-animation hebben alvast een aantal overtuigende demo’s verzameld. We beperken ons hier noodzakelijkerwijs tot een instapvoorbeeld aan de hand van de eigenschap ‘animation’, die verschillende animatie-eigenschappen verenigt. Eerst bepaal je het gewenste keyframe (zie regel 1), waarna je de eigenlijke animatie vastlegt (regel 2) en die uiteindelijk ook aanroept:

@-webkit-keyframes mijn_animatie {from {left: 50 px; top: 50 px;} to {left: 400 px; top: 200 px;}}

#kader {-webkit-animation: mijn_animatie 4s linear 1 infinite alternate;position:absolute; height: 30px; width:122px; background-color: red;}

<div id="kader">PCM in beweging…</div>

Zoals je merkt, is de animatie-eigenschap momenteel nog browserspecifiek (-webkit-animation) en krijg je die voorlopig alleen aan de praat op browsers met de Webkit-engine. De parameters van de tweede regel, waarin de animatie vastleggen, vergen enige toelichting. Je treft daar de volgende eigenschappen aan:

-animation-name: de naam van je animatie, zoals bepaald door @-webkit-keyframes;

-animation-duration: de duur van een enkele animatie (standaard is dat 0, dus géén animatie – in ons voorbeeld staat die op 4s ingesteld);

-animation-timing-function: bepaalt hoe de animatie tussen twee keyframes moet bewegen (mogelijke waarden zijn onder meer ease, linear, ease-in en ease-out);

-animation-delay: de startvertraging;

-animation-iteration-count: herhalingsfactor (dat kan een cijfer zijn maar bijvoorbeeld ook infinite);

-animation-direction: richting (normal of alternate – in dit laatste geval wordt de animatie ook afgespeeld in omgekeerde richting).

We hebben in deze workshop niet alle mogelijkheden van css3 kunnen bespreken, maar de voorbeelden geven een aardig idee van wat je met css3 kunt. Zoals gezegd is de specificatie nog volop in beweging en valt het niet helemaal uit te sluiten dat bepaalde eigenschappen alsnog verdwijnen of worden aangepast. Anderzijds komen er ook geregeld nieuwe elementen bij en staan er nog wel een aantal op stapel (onder meer voor wiskundige formules en het weergeven van grafieken). Dit alles hoeft je niet te weerhouden css3 in je eigen webpagina’s te gebruiken, zolang je je bewust bent dat niet alle browsers alle css3-eigenschappen (even goed) weergeven.

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.