ID.nl logo
Huis

Doe het met stijl

Om je webpagina’s helemaal naar wens op te maken kan je niet zonder css, ook niet wanneer je een cms als Joomla of een blogtool als WordPress gebruikt. De definitieve specificatie van css3 is weliswaar nog lang niet af, maar je kunt er nu al mee aan de slag!

Css staat voor cascading style sheets,  een specificatie om de vormgeving van webpagina’s los te koppelen van de eigenlijke inhoud. Je kunt css-informatie in de webpagina zelf opnemen, zowel inline, dus in de pagina zelf, als in de <head>-sectie. Voor de overzichtelijkheid kun je het ook onderbrengen in een apart bestand (extern stijlblad) waarnaar je dan vanuit je webpagina verwijst. Omdat zo’n constructie tot potentiële conflicten kan leiden, volgt de css-informatie een watervalsysteem - vandaar de naam ‘cascading’. Een inline opmaakdeclaratie krijgt een hogere prioriteit dan de opmaak die vanuit de <head>-sectie is bepaald en die krijgt op zijn beurt voorrang op een eventueel extern stijlblad.

De eerste css-editie (css1) stamt al uit 1996 en werd twee jaar later opgevolgd door css2. Zo goed als alle moderne browsers ondersteunen nagenoeg volledig beide specificaties. Intussen is men ook al jaren bezig met css3, maar het zal – net als bij html5 – nog lang duren eer de standaard het stadium van een definitieve W3C-aanbeveling bereikt. Dat css(3) nog volop in beweging is, valt goed af te leiden uit een webpagina als www.w3.org/style/css/current-work.

Gelukkig hoef je die eindfase niet af te wachten en kan je nu al aan de slag met css3. Alle moderne browsers ondersteunen namelijk al in mindere of meerdere mate css3. Op www.findmebyip.com/litmus bijvoorbeeld lees je in tabelvorm af hoe goed elke browser op dat vlak presteert. Het zal je opvallen dat vooral Internet Explorer achterloopt, vooral als het op ondersteuning van css-eigenschappen aankomt. Wel is het zo dat Internet Explorer vanaf versie 9 met zowat alle css3-selectors overweg kan: dat bewijst ook de test op www.css3.info/selectors-test.

Her en der op internet vind je al enkele mooie demonstraties van css3 (bijvoorbeeld op www.css3.info/preview of enkele voorzichtige praktijkpogingen op www.css3gallery.net). maar nog veel leuker is het als je er zelf mee experimenteert. In dit artikel bekijken we alvast enkele css3-handigheden.

Selectors

Selectors mogen dan niet het meest sexy onderdeel uit de css-specificatie zijn, ze zijn wel van cruciaal belang. Een css-selector is een item waarop je een bepaalde css-opmaak kunt toepassen. Een eenvoudig voorbeeld met de syntax selector { eigenschap:waarde; } verduidelijkt dit: h2 { font-family: ‘Comic Sans MS’; color: green; }. Alle h2-items worden hierdoor in Comic Sans MS weergegeven als groene tekst. De selectors waren aanvankelijk vooral klassieke html-elementen (zoals h2, p, en dergelijke), waarbij de css-declaratie op elke instantie van dat element werd toegepast. Css3 breidt de selectors flink uit – uiteraard met een wat complexere syntax tot gevolg.

We volstaan hier met een tweetal voorbeelden die je alvast een idee geven. Het eerste stuk code voeg je toe aan de header van het document (tussen <head> en </head>). Het tweede stuk plaats je in de body. In het volgende voorbeeld laten ze zien hoe alle <p>-elementen waarbij “PCM” in de titel voorkomt – en alleen die – een speciale opmaak meekrijgen.

<style type="text/css" >

p[title*="PCM"] { font-family: 'Comic Sans MS'; color: blue; }

</style>

<p>Welkom op de CSS3-pagina van...</p>

<p title="Mijn PCM">PCM, Personal Computer Magazine</p>

Handig zijn verder ook de (pseudoclass-)selectors :checked, :enabled en :disabled, bedoeld om formuliervelden extra focus te geven:

:checked {display: inline-block; width: 6em;}

<form>

<input type="checkbox" /></p>

<input type="radio" name="pcm" /></p>

<input type="radio" name="pcm" />

</form>

Je zal merken dat het selectievakje en de keuzeknoppen meer ruimte innemen – wegens width:6em  - zodra je ze hebt aangeklikt.

Randen en kaders

Ook voor het werken met kaders en randen voorziet css3 in enkele creatieve extra’s.  Om een kader afgeronde hoeken te geven kan één css-declaratie volstaan:

.hoeken { border: 8px outset red; width: 400px; height: 100px; border-radius: 10px; }

<div class="hoeken">Een kader met afgeronde hoeken</div>

Overigens hoef je niet noodzakelijk alle hoeken af te ronden. Het beperken tot één of meerdere hoeken doe je met behulp van de eigenschappen border-top-left-radius, border-bottom-right-radius, enzovoort. Nog meer afronding is natuurlijk ook mogelijk, zodat je bijvoorbeeld een perfecte cirkel krijgt:

.cirkel { background: red; color: yellow; width: 100px; height: 100px; text-align: center; border-radius: 50px; display: box;  box-orient: horizontal; box-pack: center; box-align: center;}

<div class="cirkel">Cirkel met tekst</div>

Zonder de vetgedrukte items krijg je weliswaar een cirkelvorm, maar staat de tekst niet mooi in (het midden van) de cirkel. Om dat gedaan te krijgen maak je dus gebruik van een nieuw “box-model”, dat vastlegt hoe zo’n box in een ander box geplaatst moet worden. Lang niet alle browsers ondersteunen momenteel deze eigenschap, maar als het goed is lukt je dat met behulp van een browser-specifieke prefix alsnog. Voor browsers die worden aangestuurd door de Gecko-engine (voornamelijk Mozilla Firefox) is dat de prefix –moz- en voor browsers met de WebKit-engine (Safari en Chrome) is dat –webkit-. De declaratie ziet er voor dit laatste browsertype dan als volgt uit:

.cirkel { background: red;  color: yellow; width: 100px; height: 100px; text-align: center; border-radius: 50px; display: -webkit-box;  -webkit-box-orient: horizontal; -webkit-box-pack: center; -webkit-box-align: center; }

Overigens hoeft niets je te weerhouden de drie types eigenschappen broederlijk naast elkaar te declareren (display: box;  display: -webkit-box;  display: -moz-box;).

Ook leuk is de mogelijkheid om twee of meer verschillende afbeeldingen als kaderachtergrond te gebruiken. Je hoeft eigenlijk alleen een komma te zetten tussen de diverse plaatjes. Houd er wel rekening mee dat niet alle browsers hiermee al overweg kunnen. Sommige gaan zelfs compleet voorbij aan de declaratie met als gevolg een lege achtergrond. In onze code hebben we dat alvast opgevangen (zie vetgedrukte tekst):

.kader { width: 500px; height: 100px; background: url(pcm.gif) no-repeat; background: url(pcm.gif) no-repeat, url(hub.gif) repeat; background-position: bottom right, 50% 30; }

<div class="kader"></div>

De waarden die bij de eigenschap background-position horen bepalen waar (en hoe) de afbeelding precies getoond wordt binnen het kader. De syntax hiervan is behoorlijk complex. Je vindt alle nodige details, inclusief voorbeelden, op www.w3.org/tr/css3-background/#background-position.

Tekst en webfonts

Aan saaie teksten kan css3 weinig verhelpen, maar de specificatie kan er in elk geval wel voor zorgen dat de tekst er leuk uitziet. Een leuke toevoeging is bijvoorbeeld text-shadow. Deze eigenschap doet precies wat de naam suggereert:

h1 { text-shadow: 2px 3px 5px red }

<h1>PCM, Personal Computer Magazine</h1>

De eerste twee waarden bepalen de verschuiving van de schaduw ten opzichte van de eigenlijke tekst (horizontaal en verticaal). De derde waarde legt de vervagingsradius van de schaduw vast en red geeft uiteraard de kleur aan. Het is trouwens ook mogelijk meer dan één schaduweffect op tekst toe te passen, bijvoorbeeld:

h1 {text-shadow: 2px 3px 5px red, -2px -3px 2px yellow}.

Het aantal webpagina’s dat volop inzet op schreefloze fonts (sans serif) als Verdana valt niet te tellen. Toegegeven, dergelijke fonts laten zich lekker lezen op een scherm, maar je kunt ook wat creatiever uit de hoek komen: met webfonts bijvoorbeeld. Dat zijn lettertypes die door de browser automatisch kunnen worden gedownload. Webfonts zijn geen uitvinding van css3, maar de specificatie heeft het concept wel nieuw leven ingeblazen. Je kunt in css3 namelijk ieder (open) truetype font (extensies .ttf en .otf) inzetten.

@font-face { font-family: Inkinthemeat; src: url("inkinthemeat.otf") }

h1 { font-family: Inkinthemeat, Verdana; color: blue; font-size: 6em; }

<h1> PCM, Personal Computer Magazine</h1>

Je hoeft niet ver te zoeken gratis fonts die je effectief als webfonts kunt en mag inzetten. Een bezoekje aan een site als www.dafont.com. Handig is ook www.google.com/webfonts. Eigenlijk is deze pagina bedoeld om webfonts via een Google api op je webpagina’s te gebruiken. Je kunt de fonts echter ook probleemloos in .ttf-formaat downloaden, naar je eigen site uploaden en alsnog via css3 in je webpagina’s opnemen. Je hoeft het gewenste font alleen te downloaden en ergens online bereikbaar te maken. Je kunt het bijvoorbeeld op dezelfde locatie als je webpagina plaatsen.

Toch nog een kanttekening: Internet Explorer ondersteunt weliswaar css-webfonts, maar jammer genoeg alleen in het .eot-formaat (Embedded OpenType). Dat hoeft geen onoverkomelijk probleem te zijn. Op www.cuvou.com/wizards/ttf2eot.cgi vind je een gratis online converter evenals de nodige html-code om het font zowel in Internet Explorer als in andere browsers correct weer te geven.

Kleur en animatie

Css3 heeft ook het kleurenpalet verder uitgebreid. Nieuw zijn onder meer de kleurenschema’s hsla en rgba, waarbij de a voor ‘alpha channel’ (alfakanaal) staat. Meer achtergrondinformatie vind je op www.w3.org/tr/css3-color. Hiermee is het mogelijk de transparantiegraad van tekst of andere objecten nauwkeurig te bepalen. Dat kan ook met de eigenschap ‘opacity’, bijvoorbeeld als volgt: <div style=”background: rgb (255, 100, 50); opacity: 0.25;”>Deze tekst is bijna volledig transparant</div>. Met hsla/rgba-kleurenschema’s wordt het echter nog iets eenvoudiger:

<div style="background: hsla(0,100%,50%,0.7);">beetje transparant!</div>

<div style="background: rgba(255,100,50,0.2);">bijna volledig transparant!</div>

Over de precieze verschillen tussen opacity en rgba lees je meer op www.css3.info/introduction-opacity-rgba. Ook hier blijft Internet Explorer weer flink achter. Met het browserspecifieke filter kan je het als volgt oplossen: <p style="background-color: green; color: white; width:100%; filter:alpha(opacity=20) ;">Deze alinea is bijna geheel doorzichtig!</p>.

            Css3 maakt ook erg fraaie animaties mogelijk, al dan niet in combinatie met JavaScript. Sites als www.1stwebdesigner.com/css/50-awesome-css3-animations en http://blog.insicdesigns.com/2010/02/the-beauty-of-css3-animation hebben alvast een aantal overtuigende demo’s verzameld. We beperken ons hier noodzakelijkerwijs tot een instapvoorbeeld aan de hand van de eigenschap ‘animation’, die verschillende animatie-eigenschappen verenigt. Eerst bepaal je het gewenste keyframe (zie regel 1), waarna je de eigenlijke animatie vastlegt (regel 2) en die uiteindelijk ook aanroept:

@-webkit-keyframes mijn_animatie {from {left: 50 px; top: 50 px;} to {left: 400 px; top: 200 px;}}

#kader {-webkit-animation: mijn_animatie 4s linear 1 infinite alternate;position:absolute; height: 30px; width:122px; background-color: red;}

<div id="kader">PCM in beweging…</div>

Zoals je merkt, is de animatie-eigenschap momenteel nog browserspecifiek (-webkit-animation) en krijg je die voorlopig alleen aan de praat op browsers met de Webkit-engine. De parameters van de tweede regel, waarin de animatie vastleggen, vergen enige toelichting. Je treft daar de volgende eigenschappen aan:

-animation-name: de naam van je animatie, zoals bepaald door @-webkit-keyframes;

-animation-duration: de duur van een enkele animatie (standaard is dat 0, dus géén animatie – in ons voorbeeld staat die op 4s ingesteld);

-animation-timing-function: bepaalt hoe de animatie tussen twee keyframes moet bewegen (mogelijke waarden zijn onder meer ease, linear, ease-in en ease-out);

-animation-delay: de startvertraging;

-animation-iteration-count: herhalingsfactor (dat kan een cijfer zijn maar bijvoorbeeld ook infinite);

-animation-direction: richting (normal of alternate – in dit laatste geval wordt de animatie ook afgespeeld in omgekeerde richting).

We hebben in deze workshop niet alle mogelijkheden van css3 kunnen bespreken, maar de voorbeelden geven een aardig idee van wat je met css3 kunt. Zoals gezegd is de specificatie nog volop in beweging en valt het niet helemaal uit te sluiten dat bepaalde eigenschappen alsnog verdwijnen of worden aangepast. Anderzijds komen er ook geregeld nieuwe elementen bij en staan er nog wel een aantal op stapel (onder meer voor wiskundige formules en het weergeven van grafieken). Dit alles hoeft je niet te weerhouden css3 in je eigen webpagina’s te gebruiken, zolang je je bewust bent dat niet alle browsers alle css3-eigenschappen (even goed) weergeven.

▼ Volgende artikel
3 Windows-instellingen die je direct moet aanpassen voor een snellere en veiligere pc
© ID.nl
Huis

3 Windows-instellingen die je direct moet aanpassen voor een snellere en veiligere pc

Frustraties over een trage pc of ongewenste advertenties? Grote kans dat de standaard Windows-instellingen de boosdoener zijn. Met drie simpele ingrepen optimaliseer je direct de snelheid, privacy en veiligheid van je systeem. Wij zetten de belangrijkste aanpassingen op een rij, zodat je direct weer vlot en zorgeloos aan de slag kunt!

Of je nu net een gloednieuwe laptop uit de doos haalt of al jaren op dezelfde vertrouwde desktop werkt, de standaardinstellingen van Windows zijn zelden optimaal. Microsoft kiest vaak voor opties die hun eigen diensten promoten in plaats van jouw gebruiksgemak centraal te stellen. Gelukkig kun je met een paar gerichte ingrepen direct winst behalen. Pas deze drie essentiële instellingen aan voor meer privacy, snelheid en overzicht.

Schakel onnodige opstart-apps uit

Niets is zo frustrerend als een computer die er minutenlang over doet om startklaar te zijn. De grootste boosdoener hiervoor is vaak een overdaad aan programma's die automatisch opstarten zodra je de pc aanzet. Veel applicaties, van Spotify tot samenwerkingstools als Microsoft Teams, nestelen zich tijdens de installatie ongevraagd in je opstartproces. Dat vreet direct aan je systeemgeheugen en vertraagt de opstarttijd aanzienlijk.

Je lost dit eenvoudig op door naar de instellingen van Windows te navigeren en te zoeken naar de optie Opstart-apps. Hier zie je een duidelijk overzicht van alle software die met Windows mee start, inclusief de impact die elk programma heeft op de prestaties. Loop kritisch door deze lijst heen. Programma's die je niet dagelijks direct na het inloggen nodig hebt, kun je zonder risico uitschakelen door het schuifje om te zetten. Je verwijdert de software hiermee niet; je voorkomt alleen dat ze op de achtergrond draaien zonder dat je erom gevraagd hebt. Je pc zal hierdoor merkbaar vlotter reageren.

Weg met die advertenties en suggesties!

Windows is in de loop der jaren steeds meer veranderd in een platform waarop Microsoft eigen en gesponsorde diensten probeert te verkopen. Dat uit zich in zogenaamde 'suggesties' in je Startmenu, op je vergrendelingsscherm en zelfs in de Verkenner. Voor de meeste gebruikers voelt dat – terecht – als ongewenste reclame binnen een besturingssysteem waarvoor al betaald is. Het zorgt bovendien voor ruis en leidt af van waar je eigenlijk mee bezig bent.

Om deze stroom aan prikkels te stoppen, duik je in het menu Persoonlijke instellingen. Bij de instellingen voor het Startmenu en het Vergrendelingsscherm vind je opties die verwijzen naar het tonen van suggesties, tips of leuke weetjes. Vink deze opties uit om een schonere, rustigere interface te krijgen. Vergeet ook niet bij de privacy-instellingen de optie uit te zetten die Windows toestaat om je Instellingen-app te gebruiken voor het tonen van voorgestelde inhoud. Het resultaat is een professionelere werkomgeving die doet wat hij moet doen, zonder je continu te proberen te verleiden tot extra klikken.

Maak bestandsextensies zichtbaar

Een van de meest riskante standaardinstellingen in Windows is het verbergen van bestandsextensies voor bekende bestandstypen. Standaard zie je alleen de naam van een bestand, bijvoorbeeld 'factuur', maar niet of het een .pdf, .docx of een .exe is. Cybercriminelen maken daar dankbaar gebruik van door virussen te vermommen als onschuldige documenten. Een bestand dat 'foto.jpg.exe' heet, wordt door Windows dan getoond als 'foto.jpg', waardoor je denkt een afbeelding te openen terwijl je in werkelijkheid schadelijke software installeert.

Je kunt dit veiligheidsrisico direct verhelpen via de Bestandsverkenner. Zoek in de menubalk naar de optie Weergeven en navigeer vervolgens naar de instellingen voor weergeven. Hier vind je een optie genaamd Extensies voor bestandsnamen. Zorg dat deze optie aangevinkt staat. Hoewel het in het begin even wennen kan zijn om achter elk bestand een punt en drie of vier letters te zien staan, geeft het je volledige controle en inzicht. Je ziet nu in één oogopslag met wat voor type bestand je écht te maken hebt, en dat verkleint de kans op een succesvolle malware-infectie drastisch.

Populaire merken voor Windows-laptops

Wie op zoek is naar hardware die het meeste uit Windows haalt, komt al snel uit bij een aantal gevestigde namen die de markt domineren. Een van de grootste spelers is Lenovo, dat met name met de ThinkPad-serie een ijzersterke reputatie heeft opgebouwd in de zakelijke markt dankzij robuuste bouwkwaliteit en uitstekende toetsenborden. Voor consumenten die design en innovatie zoeken, is HP (Hewlett-Packard) een veelgekozen merk, mede dankzij de Omnibook- en Envy-lijnen die esthetiek combineren met krachtige prestaties. Ook Acer blijft een vaste waarde, waarbij vooral de Aspire-modellen steevast hoge ogen gooien in reviews vanwege hun interessante prijs-kwaliteitverhouding. Tot slot biedt het Taiwanese ASUS vaak veel rekenkracht voor een scherpe prijs en durven zij met hun ZenBook-serie vaak te experimenteren met nieuwe technologieën zoals dubbele schermen.

▼ Volgende artikel
Dekbed in de wasdroger: helpt een tennisbal echt?
© ID.nl
Huis

Dekbed in de wasdroger: helpt een tennisbal echt?

Wanneer je je dekbed gewassen hebt, wil je dat het natuurlijk weer lekker dik en luchtig aanvoelt. Maar wanneer je hem gewoon in de droger gooit, kan de vulling gaan klonteren, zodat er dunne stukken en dikke stukken ontstaan. Dat slaapt niet echt lekker. Om dat te voorkomen, gooien veel mensen er een paar tennisballen bij. Helpt dat echt?

In dit artikel

Je leest wat tennisballen in de droger doen en bij welke dekbedden dat wel of juist minder goed werkt. We leggen uit hoeveel ballen je nodig hebt, waar je op let bij het type tennisbal en waarom voldoende ruimte in de trommel belangrijk is. Ook staan we stil bij alternatieven zoals speciale drogerballen en geven we praktische tips om je dekbed gelijkmatig te laten drogen en mooi in vorm te houden.

Lees ook: 9 veelgemaakte fouten bij het drogen van je was

Wat tennisballen in de droger doen

Tijdens het drogen raken de tennisballen telkens het dekbed. Dat helpt vooral bij dons en veren. Als die nat zijn, blijven ze aan elkaar plakken en zakt de vulling in. Door de constante beweging vallen die samengepakte delen weer uiteen, waardoor de vulling zich opnieuw verspreidt. Zo kan de warme lucht overal beter bij en droogt het dekbed gelijkmatiger. De droogtijd wordt er niet korter van, maar het dekbed komt wel duidelijk voller uit de droger.

Hoe vaak moet je je dekbed eigenlijk wassen?

Een dekbed hoeft niet vaak in de was. Voor de meeste mensen is één tot twee keer per jaar genoeg. Dat komt omdat het meeste vuil (denk bijvoorbeeld aan zweet of huidschilfers) niet in het dekbed zelf terechtkomt, maar in het dekbedovertrek. Dat overtrek was je regelmatig, meestal eens per één à twee weken. Het dekbed blijft daardoor relatief schoon.

Soms is vaker wassen wel logisch. Bijvoorbeeld als je veel zweet in je slaap, last hebt van een huisstofmijtallergie of het overtrek niet zo vaak verschoont. Ook na ziekte of bij zichtbare vlekken is een extra wasbeurt verstandig.

Hoe vaak je kunt wassen, hangt ook af van de vulling. Niet elk dekbed kan namelijk even goed tegen veel wasbeurten. Dons- en verendekbedden kunnen meestal in de wasmachine, mits je het waslabel volgt en ze daarna goed laat drogen. Synthetische dekbedden zijn in dat opzicht wat vergevingsgezinder en kunnen vaak vaker gewassen worden zonder dat de vulling daaronder lijdt.

Twijfel je of wassen echt nodig is? Dan is luchten een goed alternatief. Hang je dekbed regelmatig buiten of bij een open raam. Daarmee kun je een wasbeurt vaak nog maanden uitstellen.

View post on TikTok

Hoeveel tennisballen zijn genoeg?

Met één tennisbal in de wasdroger merk je vaak weinig, zeker bij een groot dekbed. Die verdwijnt al snel in de stof en heeft dan weinig effect. Met twee tot vier ballen werkt het beter, omdat ze het dekbed op meerdere plekken tegelijk in beweging houden. Zolang de ballen vrij kunnen bewegen en niet vast blijven zitten in de vulling, doen ze hun werk.

Kun je elke tennisbal gebruiken bij het drogen van een dekbed in de droger?

iet elke tennisbal is even geschikt. Vooral nieuwe of felgekleurde ballen kunnen bij hogere temperaturen kleur afgeven en kleine pluisjes verliezen van de vilten buitenlaag. Dat komt niet vaak voor, maar het risico is wel aanwezig. Gebruik je oudere tennisballen, dan is de kans hierop kleiner. Wil je dat verder beperken, dan kun je de ballen in een oude witte sok stoppen en die dichtknopen. Het effect blijft grotendeels hetzelfde, al is het iets minder uitgesproken dan met losse ballen.

Speciale drogerballen

Er bestaan ook speciale drogerballen van wol of kunststof. Die zijn bedoeld voor gebruik in de droger en geven geen kleur af. Ze doen hetzelfde als tennisballen: ze zorgen dat het dekbed tijdens het drogen in beweging blijft. Wolballen maken minder lawaai en zijn milder voor stoffen. Stop je je dekbed regelmatig in de droger? Dan kun je beter deze speciale bollen gebruiken in plaats van tennisballen.  

Geef het dekbed genoeg ruimte in de droger

Tennisballen helpen alleen als het dekbed voldoende ruimte heeft om te bewegen. Is de trommel te vol, dan draait alles als één geheel rond en gebeurt er weinig. Wil je grote tweepersoonsdekbedden drogen, dan heb je een droger met een ruime trommel nodig. Heb je die niet zelf? Kijk dan of er een wasserette bij je in de buurt is. Meer ruimte zorgt voor meer beweging en daarmee voor een beter eindresultaat.

Niet elk dekbed kan in de droger

Tennisballen hebben vooral effect bij dons- en verendekbedden. Bij synthetische vulling is dat verschil kleiner en kan de constante beweging van de ballen de vulling na verloop van tijd zelfs vervormen. Wol, zijde en andere natuurlijke materialen mogen meestal helemaal niet in de droger. Check daarom altijd eerst het waslabel voordat je het dekbed in de trommel legt.

Even tussendoor opschudden helpt

Haal het dekbed halverwege het programma even uit de droger en schud het los, alsof je het bed opmaakt. Leg het daarna omgedraaid terug in de trommel. Zo verdeelt de vulling zich opnieuw en kan het dekbed gelijkmatiger drogen.

Wat kun je van het eindresultaat verwachten?

Tennis- of drogerballen zijn vooral een hulpmiddel, geen vervanging voor de juiste drooginstellingen. Droog het dekbed niet te vaak of te heet: kies een lage of middelhoge temperatuur en selecteer een speciaal dons- of beddengoedprogramma als dat op je droger zit. Zorg ook voor voldoende ruimte in de trommel. Als je dan ook nog eens ballen laat meedraaien, heb je er alles aan gedaan om te zorgen dat je dekbed weer lekker vol uit de droger komt!