ID.nl logo
7 moederborden voor Haswell-E getest
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

7 moederborden voor Haswell-E getest

Intel heeft eind augustus een nieuwe generatie high-end processors uitgebracht: nieuwe Core i7-modellen met codenaam Haswell-E. Wie een luxe systeem met één van deze cpu's wil samenstellen, heeft een Socket 2011 v3-moederbord met Intel X99-chipset nodig. We vergelijken zeven modellen.

Mocht je de vorige Computer!Totaal hebben gemist: Haswell-E is de codenaam voor Intels nieuwste generatie high-end processors. Er bestaan drie varianten: topmodel Core i7-5960X en daarnaast de Core i7-5930K en Core i7-5820K. Wat deze cpu's onderscheidt van de vele goedkopere chips die te koop zijn, is allereerst het aantal cores: de 5930K en 5820K hebben er zes, de 5960X zelfs acht. Bij zaken als videobewerking of andere zware toepassingen weten de cpu's hierdoor ongekende prestatieniveaus te realiseren. Lees ook: Bouw je eigen pc - Deel 1.

De Haswell-E-chips kunnen verder vier geheugenmodules parallel aanspreken en tevens zijn ze geschikt voor het gloednieuwe DDR4-geheugen. Ook bijzonder is het grote aantal beschikbare PCI Express lanes (40 stuks bij de 5960X en 5930K, 28 bij de 5820K), waardoor het platform zeer geschikt is voor het aansturen van meerdere videokaarten. Ons artikel over de Haswell-E-cpu's kun je hier teruglezen.

De Haswell-E processors maken gebruik van een processorvoet die voluit Socket 2011 v3 heet. Hoewel deze evenveel contactpunten heeft als de voet van de voorlopers van deze reeks cpu's, zijn de nieuwe processors niet compatibel met oudere Socket 2011-moederborden (niet v3). Reden daarvoor zijn onder meer de genoemde overstap van DDR3 naar DDR4-geheugen en het feit dat Intel bij de nieuwe cpu's de regeling van de voltages voor de cpu's ook binnen de cpu heeft geïntegreerd. Ofwel: wie een Haswell-E-systeem wil samenstellen, moet ook investeren in een nieuwe Socket 2011 v3-moederbord. Intel heeft daarvoor de X99-chipset ontwikkeld. Qua specificaties is deze X99-chipset helemaal bij de tijd. Zo biedt de chipset bijvoorbeeld ondersteuning voor de volgende aansluitingen: 10x SATA 6 Gbit/s, 6x usb 3.0 en 8x usb 2.0. Bij vorige generaties moederborden moesten moederbordfabrikanten nog allerhande extra controllers plaatsen om het aantal SATA- of usb-poorten te verhogen, bij de X99-generatie is die noodzaak veel minder.

De goedkoopste X99-borden beginnen rond de 200 euro, maar luxere borden lopen op tot het dubbele van die prijs. De verschillende fabrikanten hebben voldoende methodes om zich van elkaar te onderscheiden en luxere borden te ontwikkelen, bijvoorbeeld op het gebied van ondersteuning voor moderne op PCI Express gebaseerde SSD's, de gebruikte audio-chip, de aanwezigheid van een draadloze netwerkadapter en nog meer.

Opslag

De meeste fabrikanten vinden de tien in de X99-chipset aanwezige SATA 6Gbit/s-poorten (terecht) ruim voldoende: alleen op de ASUS X99 Deluxe vinden we nog twee extra poorten terug. PCI Express-opslag (in de vorm van SATA Express) is inmiddels ook ingeburgerd, deze verbinding is sneller dan SATA en volgend jaar komen er SSD's op de markt die hiervan gebruikmaken om zo betere prestaties te bieden. Alle fabrikanten, op ASRock na, hebben op hun borden een SATA Express-connector geplaatst. Via deze standaard is het mogelijk om SSD's van 2,5 inch via PCI Express 2.0 x2 (1 GB/s) te verbinden. Ook de M.2-connectors (in eerste instantie voor laptop-SSD's bedacht) vinden we op alle borden terug. M.2 biedt de mogelijkheid om vier PCI Express 3.0-lanes te gebruiken, wat neerkomt op 4 GB/s, bijna zeven keer sneller dan de maximale doorvoersnelheid van SATA 6 Gbit/s. Waar ASRock, ASUS en MSI de aanwezige M.2-sloten inderdaad via vier PCI Express 3.0-lanes verbindt, doet Gigabyte dat met slechts twee PCI Express 2.0-lanes (1 GB/s). Aangezien er voor volgend jaar diverse PCI Express x4 SSD-controllers zijn aangekondigd, is dat iets om rekening mee te houden.

©PXimport

Connectiviteit

Met de zes usb3.0-poorten die de X99-chipset standaard biedt, is enkel ASRock tevreden: ASUS, Gigabyte en MSI gebruiken ofwel extra controllers, ofwel onboard hubs om zelfs hun goedkoopste X99-borden van minimaal vier externe en vier interne usb3.0-poorten te voorzien.

Qua netwerkcontrollers komen we bij deze generatie gelukkig geen budgetkeuzes tegen: vrijwel alle borden bieden een Intel-controller. Realtek kan in dit segment kennelijk geen zaken doen met zijn netwerkchips. Ook qua geluidschips wordt er vrijwel niet bespaard: op vrijwel alle borden zit een Realtek ALC1150, de beste onboard geluidschip van het moment. De MSI X99S SLI Plus is het enige bord met een wat mindere Realtek ALC892-geluidschip, maar knappe jongen die dat hoort.

Draadloos netwerk

Een veel toegepaste extra feature bij de duurdere borden is een 802.11ac WLAN-adapter. Er blijken twee voor de hand liggende keuzes: ofwel een AC7260-controller (867 Mbit/s) van Intel, ofwel een 1300Mbit/s-controller van een willekeurige andere fabrikant. De Intel-controller mag dan wel niet de hoogst haalbare 802.11ac-snelheid bieden, hij staat wel bekend om zijn stabiele verbindingen en is geschikt voor Wireless Display (WiDi), Intels implementatie van Miracast.

Getest

We hebben de Intel X99-moederborden allemaal getest in combinatie met een Intel Core i7-5960X-processor, 16 GB Corsair Dominator Platinum DDR4-geheugen (ingesteld op 2133 MHz), een OCZ Vertex 4-SSD van 128 GB, een NVIDIA GeForce GTX 750 Ti-videokaart en een Corsair CX750M-videokaart. Alle tests hebben we uitgevoerd onder Windows 8.1 64 bit.

ASRock X99 Extreme4

De Extreme4 is ASRocks goedkoopste X99-moederbord en kost gemiddeld zo'n 229 euro. SLI en CrossFire is mogelijk, maximaal als drie kaarten gelijktijdig, maar zodra je een M.2-SSD plaatst, kun je nog maar maximaal twee kaarten gelijktijdig gebruiken. ASRock biedt verder tien SATA-poorten en (uniek bij de X99-generatie) een eSATA-poort. SATA Express ontbreekt, het bord biedt wel M.2. Usb is beperkt tot exact wat Intel biedt: 6x usb 3.0 en 8x usb 2.0. Vermoedelijk om de ruimte op te vullen, vinden we nog twee PS/2-aansluitingen bij het I/O-paneel. De Purity Sound 2-geluidskaart bestaat uit een Realtek ALC1150-audiocodec gecombineerd met Nichicon condensators en een Ti NE5532-koptelefoonversterker. DTS Connect wordt door ASRocks drivers ondersteund. Het bord heeft twee BIOS-chips, maar verdere hardwarematige extra's ontbreken. ASRock heeft een wat minder agressieve Turbo-modus dan de rest en is qua prestaties daarom een tandje minder. Het energieverbruik is erg laag.

©PXimport

Score

4 van 5 sterren

Pluspunten

Betaalbaar

Energiezuinig

Minpunten

Standaard niet agressieve turbo

Geen SATA Express

Relatief beperkt aantal usb-poorten

Specificaties

Prijs

€ 229,-

Website

www.asrock.nl

ASUS X99-A

De X99-A is ASUS' X99-instapmoederbord. De gemiddelde prijs van 249 euro is wel wat hoger dan die van de concurrentie. Het bordt biedt tien SATA 6Gbit/s-aansluitingen, aangevuld met SATA Express en een M.2-slot met vier lanes. De keuze voor een Intel-netwerkchip en een Realtek ALC1150-audiocodec juichen we toe. Usb3.0-poorten vinden we zes keer extern en vier keer intern.

Er kunnen maximaal drie videokaarten worden gecombineerd, of twee wanneer je een M.2-SSD plaatst. Extra features zijn onder meer onboard knoppen voor power, reset en clear-CMOS, en een display met foutcodes. Voor onervaren overklokkers heeft het bord twee schakelaars waarmee je heel simpel de cpu in twee standen kunt overklokken en waarmee je het geheugen direct op XMP-instellingen kunt zetten. De socket die ASUS op zijn X99-moederborden gebruikt, heeft meer pinnen: deze zogenoemde OC Socket biedt doorgewinterde overklokkers een klein voordeeltje, voor normale gebruikers maak het niets uit.

©PXimport

Score

4 van 5 sterren

Pluspunten

SATA Express én M.2 x4

Overklokken met één druk op de knop

Minpunten

Wat duurder dan de concurrentie

Specificaties

Prijs

€ 249,-

Website

www.asus.nl

ASUS X99-Deluxe

De X99 Deluxe is ASUS' topmodel in de standaard reeks X99-borden. Het bord biedt 3-weg SLI/CrossFire, 12x SATA, 2x SATA Express, 1x M.2 x4, 16x usb 3.0 (inclusief twee hubs), 2x Intel gigabit-LAN, 1300Mbit/s 802.11ac-WLAN en een Realtek ALC1150-geluidskaart. Deze uitrusting wordt door geen enkel ander bord geëvenaard. Ook dit bord heeft de onboard power-, reset- en overklokknoppen. Opvallend is dat je een M.2-SSD rechtop moet plaatsen, vermoedelijk omdat ASUS qua ruimte-indeling in de knoei kwam. In de meeste luxere kasten zal dat niet tot problemen leiden, maar fraai is anders. Nog zeker het vermelden waard: in de doos van de X99 Deluxe vinden we een extra M.2 naar PCI Express-adapter geschikt voor vier lanes. Dankzij deze 'Hyper X4'-kaart kun je dus een tweede snelle M.2-SSD plaatsen. Ook dit bord biedt uitstekende prestaties.

©PXimport

Score

5 van 5 sterren

Pluspunten

Meeste SATA-, SATA Express- en M.2-sloten

2x gigabit-LAN

1300Mbit/s 802.11ac-WLAN

16x usb 3.0

Minpunten

Prijzig

Specificaties

Prijs

€ 372,-

Website

www.asus.nl

Gigabyte X99-UD4

Gigabyte heeft in het budgetsegment de X99-UD4 met een prijskaartje van 218 euro, waarmee dit bord de één na goedkoopste uit de test is. SLI en CrossFire in 3- en 4-weg worden netjes ondersteund. Verder tellen we 10x SATA 6 Gbit/s, 1x SATA Express en 8x usb 3.0. Het bord heeft twee M.2-sloten, maar één daarvan heeft slechts één PCI Express 2.0-lane (500 MB/s) en is feitelijk alleen geschikt voor het plaatsen van een wifi-kaartje. Het andere slot heeft twee PCI Express 2.0-lanes en is dus helaas niet snel genoeg voor snelle (toekomstige) M.2-SSD's die met vier lanes aangestuurd kunnen worden. Een misser wat ons betreft.

Voor audio koos Gigabyte gelukkig de Realtek ALC1150 en de enkele gigabit-netwerkpoort wordt verzorgd door een Intel-chip. Een nieuwe feature die Gigabyte op dit en de andere X99-borden biedt, is de mogelijkheid om het BIOS te flashen vanaf een usb-stick zonder dat er een werkende cpu en/of geheugen op het bord is geplaatst. Overigens biedt ASUS deze functionaliteit al een paar jaar op (bijna) al zijn borden. Op de prestaties van dit bord is niets aan te merken.

©PXimport

Score

4 van 5 sterren

Pluspunten

Zeer betaalbaar

Uitbreidingsmogelijkheid wifi

Minpunten

Geen snel M.2 x4-slot

Specificaties

Prijs

€ 218,-

Website

www.gigabyte.co.nl

Gigabyte X99-UD5 WiFi

De X99-UD5 WiFi is zo'n zestig euro duurder dan de UD4. Niet voor niets heeft dit bord dan ook flink wat extra's ten opzichte van de UD4. Allereerst vinden we, zoals de naam van het bord al doet vermoeden, een geïntegreerde wifi-module. Gigabyte heeft gekozen voor een Intel Wireless-AC 7260-module met 802.11ac 867Mbit/s-WLAN en bluetooth 4.0 functionaliteit. Jammer is wel dat Gigabyte niet wil garanderen dat ze Intel-adapters blijft gebruiken. Het bord heeft verder ook een tweede gigabit-netwerkaansluiting, eveneens aangestuurd door een Intel-chip, waardoor een bundeling van de twee aansluitingen mogelijk is (ook wel teaming genoemd).

Het aantal usb3.0-aansluitingen is opgewaardeerd naar 12, maar je moet je wel realiseren dat alle acht usb3.0-poorten achterop via twee geïntegreerde hubs lopen. Daarnaast heeft dit bord diverse extra features gericht op overklokkers: een HEX-display voor foutcodes, knoppen om handmatig te schakelen tussen de twee BIOS'en, onboard knoppen voor power, reset en CMOS-clear en een OC-knop waarmee de cpu in één keer versneld wordt.

©PXimport

Score

3,5 van 5 sterren

Pluspunten

Intel 802.11ac-wifi

2x gigabit-LAN

Goede overklokmogelijkheden

Minpunten

Geen snel M.2 x4-slot

Specificaties

Prijs

€ 285,-

Website

www.gigabyte.co.nl

MSI X99S SLI Plus

De X99S SLI Plus is MSI's goedkoopste X99-bord en is verkrijgbaar voor gemiddeld 213 euro. De SLI/CrossFire-functionaliteit is beperkt tot 3-weg, aangezien de laatste twee PCI Express x16-sloten te dicht bij elkaar liggen om ze alle vier te gebruiken. Alle MSI-borden hebben een M.2-slot met vier PCI Express 3.0-lanes, zelfs deze instapper. Het bord biedt verder tien SATA 6Gbit/s-poorten en één SATA Express-poort. De MSI X99S SLI biedt tien usb3.0-poorten en één gigabit-LAN-aansluiting (aangestuurd door een Intel-chip).

Qua audio-functionaliteit houdt MSI het eenvoudig op dit instapbord: we vinden een Realtek ALC892-audiocodec zonder extra kenmerken als een krachtige koptelefoonversterker. Prettig is dat zelfs dit goedkope bord knoppen heeft voor power-, reset- en CMOS-clear. Ook een knop om handmatig te schakelen tussen twee BIOS'en mist niet. De compleet zwarte afwerking met matzwarte printplaat geeft het bord ondanks de relatief lage prijs toch een zeer luxe uitstraling. De prestaties zijn prima, zo ook het energieverbruik.

©PXimport

Score

4 van 5 sterren

Pluspunten

Goedkoopste bord uit de test

SATA Express én M.2 x4

Minpunten

Kwalitatief mindere geluidschip

Specificaties

Prijs

€ 213,-

Website

http://nl.msi.com

MSI X99S Gaming 9 AC

De X99S Gaming 9 AC is het topmodel van de verschillende specifiek op gamers gerichte X99-borden die MSI op de markt heeft gebracht. Het bord heeft volledige ondersteuning voor 3- en 4-weg SLI/CrossFire. Uniek is dat je ook drie heel dikke grafische kaarten kunt combineren (van het type dat normaal gesproken in z'n eentje al drie sloten in beslag neemt). Verder tellen we tien SATA 6Gbit/s-poorten, één SATA Express-poort, één M.2 x4-slot en twaalf usb3.0-aansluitingen. MSI zweert bij de Killer E2205-netwerkchips op zijn gaming-borden en heeft het moederbord verder voorzien van een Intel 7260 802.11ac-WLAN-adapter met WiDi-functionaliteit.

MSI heeft veel werk gemaakt van de audio-oplossing: de op Realtek ALC1150 gebaseerde 'Audio Boost'-implementatie is optioneel via een losse stekker te voeden (zodat er geen vervuilde spanning van de andere kant van het moederbord komt) en is voorzien van een krachtige voorversterker voor de koptelefoon. Een unieke eigenschap van het moederbord is de Streaming Engine: dit is een als mini-PCI Express-kaartje uitgevoerde hardwarematige H.264-encoder bedoeld voor het streamen van games naar bijvoorbeeld Twitch (een videosite waarop games gestreamd worden en je live kunt meekijken). Ook voor overklokkers biedt dit moederbord voldoende mogelijkheden.

©PXimport

Score

4 van 5 sterren

Pluspunten

Killer-netwerkchip + Intel 802.11ac-WLAN

SATA Express en M.2 x4

Hardwarematige H.264-encoder

Uitstekende audio-implementatie

Prima overklokmogelijkheden

Minpunten

Duurste bord uit de test

Specificaties

Prijs

€ 387,-

Website

http://nl.msi.com

Conclusie

Vier merken stuurden ons een budgetbord toe. Op het bord van ASRock, Gigabyte en MSI is elk wat aan te merken: ASRock heeft geen SATA Express en is ook op andere vlakken wat kaal. Gigabyte heeft geen snelle M.2-implementatie gemaakt. MSI heeft bezuinigd op de audiocodec. De ASUS X99-A is het enige relatief betaalbare bord waar niets op aan te merken is en krijgt daarom ook ons keurmerk Redactie TIP. Maar: als je een snel M.2-slot niet van belang vindt, kun je je nog wat besparen door te kiezen voor de Gigabyte UD4.

De drie luxere borden hebben elk hun doelgroep. De Gigabyte UD5 is in vergelijking met de andere twee relatief goedkoop en heeft aanzienlijk meer toeters en bellen dan de instapborden. Jammer blijft het langzame M.2-slot en het feit dat de fabrikant niet wil garanderen welke WLAN-adapter gebruikt wordt. Zie je dat door de vingers, dan is het een prima bord. De MSI X99S Gaming 9 AC is zonder meer het beste denkbare moederbord voor de gamers. Ben je geen echte gamer, realiseer dan dat je relatief veel betaalt voor mogelijkheden die je niet gebruikt. De ASUS X99-Deluxe is het meest luxe X99-bord voor normale gebruikers en heeft een ongeëvenaarde feature-set. Je moet je afvragen of je alle connectoren en aansluitingen überhaupt wel zult gaan gebruiken, maar is dat het geval, dan haal je met het ASUS-bord een uitstekend product in huis.

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.