ID.nl logo
Hoeveel lumen heb je nodig voor slimme buitenverlichting?
© Ronstik
Zekerheid & gemak

Hoeveel lumen heb je nodig voor slimme buitenverlichting?

Met slimme buitenverlichting creëer je waar en wanneer je maar wilt de juiste sfeer in je tuin. Hoeveel lumen je nodig hebt om je tuin goed te verlichten, hangt af van verschillende factoren. Welke dat zijn en waar je op moet letten, leggen we je uit in onderstaand artikel.

Je leest in dit artikel in een notendop:

Wat betekent lumen en in hoeverre verschilt dat van het wattage?

Bij een ouderwetse gloeilamp kon je aan de hand van het wattage op de verpakking weten hoe fel een lamp was. Bij (slimme) ledverlichting zegt het aantal watts niet meer zo veel over de helderheid van de lamp. In plaats daarvan wordt tegenwoordig het aantal lumen als maatstaf voor de lichtopbrengst gebruikt. Hoe meer lumen, hoe feller de lichtbron kan. 

Slimme buitenverlichting

Voor elke tuin een oplossing!

Verschillende ledlampen met hetzelfde wattage geven niet altijd dezelfde hoeveelheid lumen. De lichtopbrengst is namelijk afhankelijk van verschillende factoren, waaronder het type led dat wordt gebruikt, maar ook de vorm en de grootte van de lamp. Daarom kun je beter naar de hoeveelheid lumen kijken.

©Tomasz Zajda - stock.adobe.com

Het wattage van een ledlamp zegt juist iets over het energiegebruik van een lamp. Hoe hoger het wattage, hoe hoger de energiekosten. (Slimme) ledlampen zijn echter een stuk energiezuiniger dan ouderwetse gloeilampen. Het kan dan ook lonen om de laatste gloeilampen (en halogeenlampen) die je mogelijk nog in huis hebt te vervangen door (slimme) ledlampen.

🔴 Ben je benieuwd wat slimme verlichting voor buiten kost? In dit artikel lees je alles over het energiegebruik van slimme buitenverlichting.

Hoe weet je hoeveel lumen een slimme buitenlamp weergeeft?

Fabrikanten vermelden steeds vaker (en prominenter) op de verpakking hoeveel lumen een lamp heeft, zodat je meteen een goed beeld hebt van de maximale helderheid van de lamp. Regelmatig vind je op de verpakking ook met welk wattage gloeilamp het aantal lumen ongeveer overeenkomt. Een gloeilamp van 40 watt heeft bijvoorbeeld een lichtopbrengst van rond de 400 tot 500 lumen, zoals te zien in onderstaand overzicht.

Gloeilamp 15W = 100 tot 150 lumen Gloeilamp 25W = 200 tot 300 lumen Gloeilamp 40W = 400 tot 500 lumen Gloeilamp 60W = 700 tot 800 lumen Gloeilamp 75W = 900 tot 1000 lumen Gloeilamp 100W = 1300 lumen of meer

Hoeveel lumen heb je nodig voor slimme verlichting in de tuin?

Omdat lumen iets zegt over lichtopbrengst, hangt de hoeveelheid lumen die je nodig hebt af van het doel van je slimme tuinlampen. Ook de grootte van het gebied dat je wilt verlichten is van belang. Er is dan ook geen eenduidig antwoord te geven op de vraag hoeveel lumen je nodig hebt. Wel kunnen we je een handje op weg helpen.

Bij functionele lampen heb je doorgaans een lamp met meer lumen nodig dan bij sfeerverlichting. Als het gaat om functionele verlichting, kun je denken aan de lampen bij de oprit of de overkapping. Deze lampen dienen een functie, namelijk dat je genoeg licht hebt om te zien wie er voor de deur staat of om ‘s avonds in de tuin een boek te lezen. 

Ook als je een bepaald onderdeel van je tuin door middel van licht wilt accentueren, zoals een standbeeld of boom, heb je soms meer lumen nodig. Dat is afhankelijk van de grootte van het object. Onder sfeerverlichting verstaan we dan weer een sokkellamp tussen de beplanting of een wandlamp aan de schutting. 

Voor functionele verlichting kom je al snel uit op lampen met 500 tot 700 lumen. Als je een boom of beeld wilt accentueren, denk dan aan een spot met ongeveer 75 tot 100 lumen per meter hoogte. Bij sfeerverlichting heb je in principe een lamp met niet meer dan 250 tot 300 lumen nodig. Plaats je veel sfeerlampen dicht bij elkaar, dan mag dat zelfs nog minder zijn, bijvoorbeeld 100 lumen per lamp. 

De meeste slimme lampen zijn dimbaar, waardoor je in principe ook een lamp met een hoger aantal lumen kunt gebruiken. Een dimbare lamp heeft als voordeel dat je op elk gewenst moment kunt schakelen tussen functionele verlichting en sfeerverlichting. Wel verschilt de minimale helderheid die een lamp kan weergeven per merk en soort. Sommige slimme buitenlampen kunnen dus minder fel dan andere, waardoor ze mogelijk minder geschikt zijn als sfeerlamp.

Om potentiële inbrekers af te schrikken, kun je het best kiezen voor een felle slimme lamp met bewegingssensor, zoals een slimme schijnwerper met meer dan 2000 lumen. Denk bijvoorbeeld aan de Philips Hue Welcome-verstraler in combinatie met een bewegingssensor. Je kunt hiervoor ook aan een slimme camera met ingebouwde lamp denken, zoals van Eufy, Ring of Arlo.

▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos