ID.nl logo
Verenig al je slimme apparatuur in een hub, da's pas slim!
© Stanisic Vladimir
Zekerheid & gemak

Verenig al je slimme apparatuur in een hub, da's pas slim!

Het klinkt misschien vreemd, maar het zijn niet de slimme apparaten in jouw huis die bepalen hoe slim jouw huis is. Dat bepaalt namelijk de smarthome-gateway, het apparaat dat al die slimme apparaten met elkaar verbindt en laat samenwerken. Als je überhaupt zo’n overkoepelende smarthome-gateway hebt, want al te vaak ontbreekt die nog. Welke opties zijn er, en wat zijn hun voor- en nadelen?

In dit artikel laten we zien welke opties er zijn om je slimme apparaten in huis op één hub aan te sluiten, zodat je smarthome écht slim wordt. Kies uit:

  • Je eigen gateway bouwen met bijvoorbeeld Home Assistant
  • Fibaro
  • Homey

Lees ook dit achtergrondartikel over de smarthome-protocollen: Een slim huis creëren? Zo begin je!

Als je een slimme lamp of een ander slim apparaat koopt, krijg je er vrijwel altijd een app bij. Veel meer dan andere apparaten van hetzelfde merk bedienen, kan die app zelden. Met een beetje pech heb je bijna meer apps dan slimme apparaten en dat is onhandig en zeker niet ‘slim’.

Een smarthome-gateway of -hub is de oplossing. Zie het als het basisstation dat je huis slimmer maakt door alle slimme apparaten aan zich te koppelen, zodat je ze daarna allemaal via één interface kunt bedienen.

Nog belangrijker is de automatisering. Doordat de smarthome-gateway alle apparaten kan aansturen, kan hij die ook slim combineren. Voorbeeld zijn automatiseringen als: ‘Als ik de schuur binnenkom, gaan de lampen aan’ of ‘wanneer het gaat schemeren, gaan de rolgordijnen omlaag’. Het zijn dit soort automatiseringen dat een slim huis ook echt slim maakt. Zo is een smarthome-gateway bijna een betere investering dan alleen nóg meer slimme apparaten.

Lees ook het artikel: Blueprints voor Home Assistant: nog gemakkelijker je huis automatiseren

Hoeveel slimme apparaten er ook zijn, ze bepalen niet hoe slim het huis is.

Protocollen

Hoewel het fenomeen smarthome niet nieuw is, heeft het nog niet het volwassenheidsniveau dat je ervan zou verwachten. Zo is er nog steeds niet één communicatieprotocol dat altijd en met alle apparaten werkt. Met de protocollen Matter en Thread belooft die situatie er wel te komen, maar zover zijn we nog niet.

De bekendste smarthome-protocollen op dit moment zijn Z-Wave en Zigbee. Beide bieden tweewegcommunicatie, zodat elk apparaat altijd de actuele status kan doorgeven aan de andere slimme systemen, ook als het zelf is uitgeschakeld. Iets wat bijvoorbeeld het 433MHz-protocol van KlikAanKlikUit niet kan.

Z-Wave- en Zigbee-apparaten met een aansluiting op het elektriciteitsnet werken bovendien als tussenstation in een mesh-netwerk. Apparaten die te ver van elkaar af staan om rechtstreeks met elkaar te communiceren, gebruiken dan de andere apparaten in het netwerk om elkaar alsnog te bereiken. Dit maakt de reikwijdte van het netwerk flink groter.

Een voordeel van Z-Wave boven Zigbee is nog dat het protocol bewaakt wordt door de Z-Wave Alliance, die bovendien apparaten certificeert waardoor deze altijd compatibel zijn met de andere Z-Wave-producten.

Een voordeel van Z-Wave boven Zigbee is de controle door de Z-Wave Alliance op compatibiliteit van alle Z-Wave-apparaten.

Slimme chaos

De kans dat alle slimme apparaten dezelfde taal spreken, is klein. Een slim huis ontstaat zelden in één keer en bij de eerste aankopen is er vaak geen specifieke aandacht voor het protocol.

Maar ook later kan het zijn dat hoewel een product niet dezelfde taal spreekt als de andere apparaten, je het toch wilt hebben. Denk aan Philips Hue-lampen die alleen Zigbee ondersteunen of een slimme deurbel van Aeotec die alleen Z-Wave praat. En dat is het voordeel van een smarthome-gateway, die bijna altijd meer dan één protocol ondersteunt en daartoe behoren zeker Z-Wave en Zigbee.

Behalve dat een smarthome-gateway dit soort technische zaken oplost, kan het ook externe systemen toevoegen zoals een Sonos-geluidssysteem of een spraakassistent als Amazon Alexa of Google Assistant.

Ook de smarthome-gateway van Fibaro, die groot is geworden met Z-Wave, ondersteunt inmiddels Zigbee.

Verschillende smaken

Afhankelijk van hoe je het bekijkt, is de keuze in smarthome-gateways beperkt of juist heel groot. Dit komt doordat dezelfde software soms op verschillende hardware wordt aangeboden of is te gebruiken. Wat betreft hardware is er keuze uit meerdere kant-en-klare sets, maar is het ook goed mogelijk de benodigde onderdelen los van elkaar te kopen en deze zelf samen te voegen.

Bij een commercieel product heb je daarbij garantie en ondersteuning van de leverancier, bij gratis (softwarematige) producten komt hulp meestal van andere gebruikers. Die smarthome-community’s zijn erg groot en actief … zo groot en actief zelfs dat inmiddels ook aanbieders van commerciële producten deze graag gebruiken.

Een laatste onderscheid is nog te maken tussen leveranciers die ook zelf smarthome-apparaten ontwikkelen en verkopen, en leveranciers die zich exclusief richten op de ontwikkeling en verkoop van een smarthome-gateway.

Deze markt is nog volop in beweging. Zo biedt het opensource-softwareplatform Home Assistant inmiddels ook hardware en levert het bedrijf dat ooit Home Assistant begon, betaalde diensten voor het gratis product.

Nabu Casa, het bedrijf achter Home Assistant, biedt inmiddels betaalde premium-diensten aan voor het platform.

De zelfbouw-gateway

Een bij hobbyisten populaire smarthome-gateway is de combinatie van zelfgekozen hardware met een opensource-software, zoals OpenHAB, Domoticz en nu vooral Home Assistant. Die laatste kan geïnstalleerd worden op een willekeurige computer met Windows, macOS of Linux, maar ook op een NAS, in een Docker-container (en dan de container weer op een NAS of een computer) of op een minicomputer als een Raspberry Pi.

Deze combinatie Raspberry Pi met Home Assistant is misschien wel de meest gebruikte variant, omdat deze als voordeel heeft dat de gateway relatief weinig stroom verbruikt en eenvoudiger altijd beschikbaar is.

Met de keuze van de hardware bepaal je ook welke protocollen de zelfbouw-gateway ondersteunt. Wifi is eigenlijk altijd wel aanwezig, maar om ook Zigbee of Z-Wave te spreken, zijn aparte antennes nodig. Deze zijn los te koop als usb-stick, maar moeten daarna nog wel aan de configuratie worden toegevoegd. Dit kan een helse klus zijn, maar van bekende sticks als de ConBee 2 Zigbee-dongel en de Aeotec Z-Stick 7 voor Z-Wave zijn uitgebreide handleidingen te vinden van de producenten zelf.

Een Raspberry Pi en twee usb-antennes als basis voor een eigen smarthome-gateway.

Home Assistant kant-en-klaar Voor wie geen zin heeft in gedoe met het zelf kiezen en samenstellen van hardware is er Home Assistant Yellow. De Yellow is een kant-en-klaar kastje met Home Assistant optioneel voorgeïnstalleerd, met een ingebouwde Matter/Zigbee-antenne en een voeding. Je kunt ook kiezen voor volledig kant-en-klaar, waarbij een Raspberry Pi Compute Module 4 al in de behuizing is geplaatst. Of je koopt een halffabricaat (de ‘kit’) waarbij je de Compute Module 4 zelf op het moederbordje plaatst. Alleen nog een optionele M.2-ssd toevoegen en klaar. Verder blijft het gewoon Home Assistant, met alle voor- en nadelen.

De verkrijgbaarheid van Home Assistant Yellow is helaas al tijden zeer matig. Wel heeft Nabu Casa onlangs nog een goedkopere variant met iets andere hardware geïntroduceerd: de Home Assistant Green. Hopelijk wordt die beter leverbaar.

Home Assistant Yellow is een kant-en-klare minicomputer met Home Assistant.

Home Assistant op Synology Home Assistant in een Docker-container op een NAS was een valide optie tot Synology in versie 7 van zijn besturingssysteem, de usb-poort beperkte tot externe opslagapparaten. Zigbee- of Z-Wave-sticks werden ineens niet meer ondersteund. Er zijn workarounds, maar die zijn complex en foutgevoelig, zeker zolang Synology zijn positie niet verandert. QNAP ondersteunt nog wel Zigbee- en Z-Wave-usb-antennes.

Gateway-software in een Docker-container op een Synology-NAS is een minder logische keuze nu Synology geen usb-antennes meer ondersteunt.

Automatiseringen maken

Tijdens de installatie worden al best veel slimme apparaten gevonden, de andere kunnen via zogeheten integraties worden toegevoegd. Het aanbod is enorm. Een deel van de integraties worden door de makers van Home Assistant zelf gemaakt, andere door fabrikanten of de grote community die Home Assistant ondersteunt.

Home Assistant sluit een groot aantal slimme en minder slimme apparaten aan.

De kwaliteit bij de eerste is goed, bij de communityproducten wisselend. Werkt het niet helemaal zoals je wilt, dan laat veel zich tweaken of kan uiteindelijk nog aangepast worden door zelf in de code te duiken. Veel kennis is hiervoor niet direct vereist, met een zoekmachine en allerlei YouTube-filmpjes kom je een heel einde.

Bij het automatiseren is er de keuze tussen het helemaal zelf te regelen met triggers, voorwaarden en acties, of door een kant-en-klaar recept te gebruiken, een zogeheten blueprint.

Aan de slag met Home Assistant?

In dit artikel lees je er alles over

Bijna alles in Home Assistant is gratis, behalve veilige wereldwijde toegang en integratie met een spraakassistent zoals Google Assistant of Alexa. Wil je deze mogelijkheid gebruiken, dan heb je het Home Assistant Cloud-abonnement nodig, dat 75 euro per jaar kost.

Een automatisering, bijvoorbeeld via een blueprint, is snel gemaakt.

Kant-en-klare gateways

Wil je liever niet zelf hoeven knutselen, kies dan voor een smarthome-gateway van een producent die ook zelf smarthome-apparaten levert. Deze zijn er bijvoorbeeld van Aqara (dat nauw met Samsung samenwerkt), Aeotec en Fibaro. Het voordeel is natuurlijk de maximale ondersteuning van in elk geval de eigen producten van dat merk. Vaak is dat een heel breed palet.

Fibaro levert naast de eigen smarthome-gateway ook een groot aantal smarthome-producten voor controle van verlichting tot verwarming, rolluiken en dimmers tot aan bewegings- en overstroomsensoren, maar ook rook- en CO2-melders. Genoeg om een huis heel slim in te richten en dan zonder de zorgen of de onderdelen wel samenwerken.

De Home Center 3 is een smaakvol vormgegeven smarthome-gateway die in elke kamer past.

Lees ook: Zo maak je van je doorsnee huis een slim, comfortabel en veilig huis

Fibaro

Voor zijn eigen apparaten gebruikt Fibaro het protocol Z-Wave, maar de Home Center 3 ondersteunt ook Zigbee. Het gaat dan vooral om slimme verlichting en sensoren onder meer van IKEA, Philips en Aqara, maar de lijst met ondersteunde producten groeit snel.

De interface is helder en werkt soepel. De app voldoet ook, al biedt hij minder opties dan de webinterface. Automatiseringen maak je of met kant-en-klare scènes of handmatig door zelf op een visuele manier apparaten te verbinden, en daar voorwaarden en acties aan te koppelen. Wil je echt diep gaan, dan kan dat via LUA-script.

Hoewel het Fibaro-platform geslotener is dan de andere smarthome-gateways, is er naast de eigen uitbreidingen ook een marktplaats waar onafhankelijke ontwikkelaars apps aanbieden. Fibaro beoordeelt deze apps vooraf wat een geruststellende gedachte is, al staat het niet garant voor de werking.

Door ‘rebranding’ heet de verder prima app van Fibaro nu Yubii. Dat vinden we toch wel jammer voor een premium merk.

De Home Center 3 is duidelijk een volwassen product. De firmware van verbonden Fibaro-apparaten worden keurig geüpdatet: er is support van Fibaro en een groot online forum, en je kunt aparte gebruikers maken en eigen rechten geven. De integratie met Siri, Alexa en Google Assistant is gratis, net als back-up (cloud én lokaal) en de door Fibaro beveiligde toegang via het internet.

Block-scenes is een van de drie manieren om met Fibaro te automatiseren.

Onafhankelijke derde

Met Homey is er nog een derde optie voor een smarthome-gateway. Fabrikant Athom, het Nederlandse bedrijf achter de Homey Pro, ontwikkelt wel een smarthome-gateway, maar verkoopt geen eigen smarthome-apparaten. Het bedrijf levert een fraai vormgegeven minicomputer waarop zijn eigen smarthome-platform draait. De Homey Pro ondersteunt naast Z-Wave en Zigbee, ook wifi, bluetooth, KlikAanKlikUit (433 MHz), en binnenkort ook Thread en Matter.

De Homey Pro kan via wifi of een optionele ethernet-adapter met het netwerk worden verbonden.

Daarbij levert het bedrijf een eigen app, en biedt het andere bedrijven en ontwikkelaars de mogelijkheid eigen aanvullingen te maken. Ook is Athom bezig met een eigen hardwarecertificering voor fabrikanten die willen laten zien dat hun smarthome-producten samenwerken met Homey.

Behalve de Homey Pro biedt Athom ook nog een Homey Bridge. Deze is aanzienlijk goedkoper in aanschaf, maar vereist een maandabonnement om als zelfstandige gateway te functioneren. Interessanter is het dat de bridge ook als extender voor de Pro functioneert om zo het smarthome-netwerk flink uit te breiden.

De goedkopere Homey Bridge kan als extender voor het smarthome-netwerk van een Homey Pro worden gebruikt.

Homey Pro

De Homey Pro biedt direct uit de box een premium, Apple-achtige ervaring. De hardware ziet er gelikt uit, en de installatie via de app gaat erg soepel en zonder haperingen. De Homey Pro gaat zelf direct op zoek naar beschikbare smarthome-apparaten en biedt aan deze te koppelen.

Wordt een apparaat niet direct herkend, dan kan de ondersteuning via een app worden toegevoegd. Sommige apps zijn van onafhankelijke ontwikkelaars, maar vaak genoeg ook gewoon van de officiële smarthome-fabrikanten. Een Aqara-bewegingssensor werd wel correct herkend, maar deed het daarna toch niet naar behoren, alle overige apparaten wel.

Om te automatiseren, is er keuze tussen de grafische ‘flows’ waarmee je triggers, voorwaarden en acties aan elkaar koppelt, en de scripttaal HomeyScript. Via Inzichten krijg je toegang tot de grafieken van alle verbonden apparaten, zoals het temperatuurverloop of energieverbruik van de laatste week of langer.

Flows is een van de manieren om met Homey te automatiseren.

Dashboards geven snel inzicht in de actuele en historische data van het huis.

Kiezen mag, hoeft niet Wat een vergelijking van smarthome-gateways vooral duidelijk maakt, is hoe hard de thuisautomatisering toe is aan verdere standaardisatie. Te veel tijd en energie van gebruikers en vermoedelijk ook producenten gaat verloren met randzaken als onderlinge communicatie en compatibiliteit.

Voor de consument kan een goede gateway helpen dit probleem minder groot te maken en gelukkig is het aanbod breed genoeg om een goede keuze te maken die past bij jouw wensen en vooral ook smarthome-ambities. De prijs is uiteindelijk maar een klein deel van de hele investering in slimme apparaten. Lukt het niet te kiezen of twijfel je, het is prima mogelijk meerdere gateways te combineren en samen te laten werken.

Wat zijn de kosten?

Het goedkoopst is een zelfbouw-gateway op basis van een Raspberry Pi 4 8 GB met antennes en Home Assistant. Deze kost totaal 240 euro. Beheerde cloudtoegang kost nog 75 euro per jaar extra.

Dat betaal je ook ongeveer als je de standaarduitvoering van de Home Assistant Yellow neemt: de hardware is dan 40 euro duurder, hoewel je dan een Raspberry Pi Compute Module 4 met ‘maar’ 2 GB geheugen hebt. Kies je voor de kitversie van de Home Assistant Yellow, dan bepaal je tegen een meerprijs zelf welke Compute Module 4 je erin stopt.

Fibaro vraagt 449 euro voor de Home Center 3 en dat is inclusief cloudback-ups en veilige toegang via het internet.

De Homey Pro tot slot kost 399 euro, plus 10 euro per jaar voor de cloudback-up.

Tips om met thuisautomatisering te beginnen

  1. Waar ben je naar op zoek? Wooncomfort, slimme verlichting, beveiliging, of een combinatie? Bepaal eerst goed wat je wilt automatiseren (en ook wat niet) en neem die keuze mee in elke volgende stap.
  2. Bepaal voor je begint een budget en houd je daaraan! Smarthome-apparatuur is er in veel prijsklassen en het aanbod is zeer divers. Voorkom dat je wel veel geld kwijt bent aan slimme apparaten, maar toch niet het gewenste resultaat behaalt.
  3. Automatiseer per ruimte van het huis. Begin niet met je hele huis in één keer, maar laat het groeien. Benader elke kamer als een project, met een plan, een budget en een evaluatie aan het einde. Pas daarna begin je aan de volgende kamer.
  4. Wees creatief. Er zijn vaak meerdere oplossingen voor hetzelfde probleem. Wil je alleen de lampen kunnen dimmen, dan zijn de duurdere lampen met meerdere kleuren overbodig. Lampen met alleen witlicht zijn goedkoper. Een slimme schakelaar met dimfunctie is in aanschaf misschien duurder, maar gaat erg lang mee waardoor je uiteindelijk wellicht toch goedkoper uit bent.
  5. Hetzelfde geldt voor de sensoren. Zij zijn de ogen van je smarthome, maar je hoeft niet altijd alles te zien. Is alleen de lichtsterkte of beweging belangrijk, neem dan een goedkope sensor die ook echt alleen dat meet.
  6. Blijf leren. Neem de lessen van de vorige ruimte mee naar de volgende. Heb je eens achteraf een verkeerd slim apparaat gekocht, kijk dan of je het bij een volgende ruimte alsnog kunt inzetten.
  7. In de beperking toont zich de meester. Stel doelen, werk ze uit in concrete oplossingen en implementeer ze. Van alsmaar meer en complexer wordt je huis niet per se beter.
▼ Volgende artikel
Oppo lanceert Reno14 Series met AI-fotografie en vernieuwd ontwerp
Huis

Oppo lanceert Reno14 Series met AI-fotografie en vernieuwd ontwerp

OPPO heeft de Reno14 Series gelanceerd. De smartphones, bestaande uit de Reno14 5G en Reno14 F(S) 5G, bieden AI-fotografie, verbeterde productiviteitsfuncties en een water- en stofbestendig ontwerp. Beide modellen zijn uitgerust met grote batterijen, snellaadtechnologie en ColorOS 15 op basis van Android 15. En ja, het is ook hier AI dat de klok slaat.

De nieuwe Reno14 5G en de Reno14 F(S) 5G combineren geavanceerde AI-functies met een ontwerp dat volgens de fabrikant is geïnspireerd op, eh, zeemeerminnen. Bijzonder ja... Beide modellen zijn uitgerust met verbeterde cameratechnologie en beschikken over een water- en stofbestendige behuizing met IP66, IP68 en IP69-certificeringen. De toestellen zijn per direct verkrijgbaar in Nederland.

Zeemeermin-look in glas

De Reno14 Series introduceert het zogenoemde Iridescent Mermaid Design, dat tot stand komt via twaalf coatinglagen en vijf fasen van microgravure, aldus Oppo. Hierdoor ontstaat een glanzende lichtreflectie op de achterkant. De Reno14 5G heeft een glazen afwerking uit één stuk gecombineerd met een aluminium frame, wat bijdraagt aan de stevigheid van het toestel. De behuizing is bestand tegen water en stof, en de usb-c-aansluiting is voorzien van een platina coating om corrosie te beperken, ook bij intensief gebruik.

©Oppo

Aan de achterzijde is dankzij vernuftige techniek inderdaad een soort zeemeermin zichtbaar. Of in elk geval iets van een staartvin...

Scherm reageert altijd

Beide modellen beschikken over een plat amoledscherm met smalle randen. De Reno14 5G heeft een 6,59-inch display, terwijl de Reno14 F 5G een 6,57-inch scherm biedt. Ze ondersteunen functies als Splash Touch en Glove Mode, waarmee het scherm dus ook bij natte handen of gebruik met handschoenen blijft reageren. Qua kleurstelling zijn er meerdere varianten beschikbaar. De Reno14 5G komt in Opal White en Luminous Green, terwijl de Reno14 F 5G verkrijgbaar is in Opal Blue en eveneens in Luminous Green.

Flitser versterkt nachtbeelden

Een belangrijk onderdeel van de serie is 'AI Flash Photography'. De Reno14 5G beschikt over een drievoudig flitssysteem, waaronder een speciale focusflitser voor de telefotocamera. Dit moet volgens Oppo tot tien keer meer lichtopbrengst geven dan bij de vorige generatie. De Reno14 F 5G heeft een tweevoudig flitssysteem dat een verdubbeling van de helderheid levert ten opzichte van eerdere modellen. De Reno14 5G is daarnaast uitgerust met een 50 megapixel 3,5x telefotocamera, waardoor gebruikers meer mogelijkheden hebben voor portret- en zoomfotografie.

©Oppo

Een geavanceerd camerasysteem moet voor nog betere foto's zorgen, ook al de lichtomstandigheden niet ideaal zijn.

Strakkere foto's dankzij AI

De toestellen bieden verschillende AI-gedreven functies. 'AI Livephoto 2.0' combineert korte en lange belichtingen in één opname, zodat bewegingen worden vastgelegd zonder onscherpte. Met de ingebouwde AI Editor kunnen foto's automatisch worden bijgesneden, vervorming worden hersteld en filters worden toegepast. Extra functies zijn onder andere 'AI Perfect Shot', dat ongewenste gezichtsuitdrukkingen kan corrigeren, en 'AI Eraser' en 'Reflection Remover', waarmee storende objecten of reflecties uit beelden worden gepoetst. Ook voor video zijn er verbeteringen, met ondersteuning voor 4K HDR-opnames met een breder dynamisch bereik en natuurgetrouwe kleuren.

Tolk en personal assistant in één

Naast fotografie richt Oppo zich met de Reno14 Series ook op productiviteit. Het nieuwe ColorOS 15 introduceert 'AI Mind Space', waarin informatie uit apps of het web eenvoudig kan worden opgeslagen en later via natuurlijke taal kan worden teruggevonden. Ook zijn er vertaalmogelijkheden toegevoegd, waaronder AI Call Translator voor live-gesprekken en een speciale app die tekst of spraak realtime vertaalt. Deze functies moeten de smartphones bruikbaarder maken in internationale situaties en bij dagelijks multitasken.

©Oppo

Extra koeling voor gamers

Voor betere prestaties tijdens gamen en multitasken zijn de toestellen voorzien van een verbeterd koelsysteem. De Reno14 5G beschikt over een 'AI Nano Dual-Drive'-koelsysteem, ondersteund door 'AI HyperBoost 2.0', dat de temperatuur ook tijdens intensief gebruik onder controle houdt. Daarnaast introduceert Oppo 'AI LinkBoost 3.0' voor stabielere netwerkprestaties, met automatische schakeling tussen netwerken en prioritering van belangrijke datastromen. Beide modellen hebben een 6000 mAh-batterij en ondersteunen de eigen SuperVooc-snellaadtechnologie.

Updates tot zes jaar

De Reno14 Series draait op Android 15 met ColorOS 15. Oppo belooft vijf grote ColorOS-updates en zes jaar beveiligingspatches, wat de gebruiksduur van de toestellen flink moet verlengen. Met functies als de 'Trinity Engine' en 'Luminous Rendering Engine' zijn vloeiende animaties en stabiele prestaties een belangrijk aandachtspunt.

De Reno14 Series is zoals gezegd per direct verkrijgbaar. De Reno14 5G kost 649 euro voor de versie met 512 GB opslag en 599 euro voor 256 GB. De Reno14 FS 5G met 512 GB opslag kost 449 euro, terwijl de Reno14 F 5G met 256 GB voor 399 euro al beschikbaar is. Oppo biedt tot 28 september verschillende introductiebundels aan, waaronder draadloze oordopjes en snelladers bij aankoop van een toestel.

▼ Volgende artikel
3D-printen zonder eigen printer: zo doe je dat
© Kittipong Jirasukhanont
Huis

3D-printen zonder eigen printer: zo doe je dat

Heb je een ingenieus ontwerp in gedachten, maar geen 3D-printer in huis? Geen probleem, want er zijn steeds meer manieren om objecten te laten printen zonder zelf apparatuur te bezitten. Online printdiensten nemen je werk uit handen, terwijl je alleen een digitaal bestand hoeft aan te leveren. Of je nu een sleutelhanger ontwerpt of een uniek cadeautje voor een verjaardag, 3D-printen biedt talloze mogelijkheden. Bovendien kun je putten uit uitgebreide digitale bibliotheken met kant-en-klare modellen.

In dit artikel laten we zien hoe je zonder eigen 3D-printer toch fysieke objecten maakt:

  • Zoek of ontwerp zelf een 3D-model
  • Upload je bestand naar een online printservice
  • Kies materiaal, kleur en afwerking
  • Houd rekening met de levertijd en combineer bestellingen om transportkosten te beperken
  • Meet onderdelen nauwkeurig op als je vervangstukken wilt laten printen
  • Let bij speciale projecten op resolutie en laaghoogte-instellingen

Lees ook: High-tech hobby’s: de leukste tools om zelf iets moois te maken

Het printen van ruimtelijke objecten is makkelijker dan ooit, zelfs zonder eigen 3D-printer. Er is namelijk een groeiend aanbod van onlineplatforms en webshops dat het fysieke printproces voor hun rekening neemt, terwijl jij enkel een digitaal ontwerp aanlevert. Daardoor is 3D-printen niet langer alleen weggelegd voor techfanaten of bedrijven. Het volstaat om een geschikt 3D-model te hebben in een gangbaar bestandstype, zoals STL, OBJ of STEP, en je kunt direct aan de slag. De rest van het printproces kun je uitbesteden aan professionele printservices, zodat je altijd verzekerd bent van hoge kwaliteit. Zo kunnen hobbyisten, studenten en ondernemers gemakkelijk experimenteren met 3D-technologie. Het maakt niet uit of je een miniatuur voor bordspellen, een vervangend onderdeel voor een huishoudelijk apparaat of een gepersonaliseerd sierobject wilt maken. Je regelt alles met een paar simpele online handelingen.

Een ontwerp vinden of zelf maken

De eerste stap bij 3D-printen zonder eigen printer is het vinden of ontwerpen van een geschikt model. Online zijn er miljoenen gratis en betaalde ontwerpen beschikbaar, die je vrij kunt downloaden en gebruiken. Platformen als Thingiverse en MyMiniFactory staan bol van de creaties van hobbyisten en professionals. Via de zoekfunctie typ je bijvoorbeeld ‘phone holder’ (telefoonhouder), waarna je talloze varianten vindt die direct te printen zijn. Heb je liever iets unieks? Dan kun je zelf aan de slag met ontwerpprogramma’s met een intuïtieve interface, waarmee je een 3D-bestand genereert (zie het kader ‘Zelf 3D-modellen maken’). Zo heb je de basis voor je zelfgemaakte 3D-project klaar. Het kost uiteraard wat meer moeite dan kiezen voor een ontwerp van iemand anders, maar zelf ontwerpen is wel een stuk leuker en niet in de laatste plaats leerzamer.

Op sites zoals Thingiverse staan talloze leuke en praktische ontwerpen die je kunt downloaden.

Zelf 3D-modellen maken

Wil je liever zelf unieke modellen ontwerpen? Dan zijn er diverse gratis en betaalde ontwerppakketten. Een interessante optie is Tinkercad, dat volledig in de browser werkt. In Tinkercad kies je voor Create new design, waarna je primitieve vormen sleept en schaalt. Ook Blender is een optie, met krachtige sculpting- en animatiefuncties. Let wel op de leercurve: Blender is uitgebreider dan Tinkercad, wat voor beginners interessant maar ook uitdagend kan zijn. Voor elk programma geldt dat talloze tutorials online beschikbaar zijn. Neem de tijd om wat basisprincipes te leren, zodat je eenvoudig jouw eigen creaties vormgeeft. Zo hoef je nooit te vertrouwen op bestaande downloadbare ontwerpen.

De Sculpt-modus in Blender (beeld: Blender.org).

Online printservices: zo werkt het

Als je eenmaal een bestand hebt, kun je het uploaden naar een online printservice. Er is keuze uit vele aanbieders, bijvoorbeeld 3DLabs en 3D Print Portaal. Je gaat naar de website en uploadt simpelweg het bestand vanaf je computer. De dienst controleert of je model printbaar is en toont vervolgens de geschatte kosten. Die kosten hangen af van materiaal, afmetingen en complexiteit. Wil je bijvoorbeeld een prototype in kunststof? Dan kies je in het materiaalmenu voor PLA of ABS en vink je de gewenste kleur aan. Ook metalen zoals staal of messing zijn soms mogelijk, maar die opties liggen prijstechnisch hoger. Heb je de instellingen gevonden? Dan rond je de bestelling af zoals je bij een reguliere webshop winkelt. De levertijd varieert van een paar dagen tot weken. Zo heb je in een handomdraai een professioneel geprint object in huis, zonder zelf technische apparatuur te hoeven bezitten. Het hele proces is daardoor uiterst laagdrempelig en snel geregeld.

Bij het aanleveren van je 3D-model is het belangrijk om te weten welke bestandstypen de printservice accepteert. STL is veruit de meest gangbare standaard. Het bevat de geometrie van je ontwerp in de vorm van kleine driehoekige vlakken. Daarnaast is OBJ populair omdat het extra informatie kan bevatten, zoals kleur- of textuurdetails. Er bestaan ook formaten als STEP, 3MF en AMF, maar niet elke aanbieder ondersteunt deze. Kijk op de website van de aanbieder ook of er aanvullende eisen zijn, bijvoorbeeld ten aanzien van de wanddikte van je ontwerp.

Het gebruik van een 3D-printservice is vaak heel eenvoudig.

 Keuze uit materialen en afwerking

Niet alleen de technologie achter 3D-printen is divers, ook de materiaalkeuzes zijn talrijk. Voor de meeste beginnende gebruikers volstaan de eerder genoemde kunststoffen zoals PLA en ABS (zie kader ‘De meest gebruikte materialen’). PLA is biologisch afbreekbaar en relatief eenvoudig te printen, terwijl ABS sterker en iets hittebestendiger is. Zoek je een chique uitstraling? Dan kun je kiezen voor harsgebaseerde prints, gemaakt met lasers (SLA) of lcd-technologie. Het resulterende oppervlak is zeer glad, ideaal voor gedetailleerde miniaturen of sieraden. Daarnaast zijn er steeds meer mogelijkheden om met metalen te werken, hoewel dit vaak duurder uitvalt. Als je een model in metaal bestelt, wordt het in meerdere stappen gefreesd, gegoten of gesinterd, afhankelijk van de aanbieder. Na het printen kan een object extra nabewerkt worden, bijvoorbeeld door schuren, polijsten of zelfs verven. Sommige onlinediensten bieden deze nabewerking als extra optie aan. In de menu’s kies je dan voor afwerkingen als Polished of Painted en geef je eventueel een gewenste kleur op. Zo bepaal je zelf hoe je uiteindelijke ontwerp eruit komt te zien, zonder eigen apparatuur in huis.

©stockphoto-graf - stock.adobe.com

PLA-filament is in eindeloos veel kleuren op rollen verkrijgbaar.

De meest gebruikte materialen

PLA is een biologisch afbreekbaar bioplastic gemaakt van maïszetmeel. Het is goedkoop en relatief stevig, waardoor het ideaal is voor beginnende 3D-projecten. ABS is wat sterker en beter bestand tegen hitte. Voor afdrukken met extreme details, zoals miniaturen of sieraden, wordt vaak een op hars gebaseerd proces gebruikt waarvan het eindresultaat bijzonder glad is. Metalen prints, waaronder roestvrij staal en messing, komen tot stand via geavanceerde technieken als lasersinteren of gietprocessen. Deze zijn duurder, maar leveren zeer duurzame stukken op. Nylon (polyamide) is een ander materiaal dat veel wordt toegepast, zeker voor functionele onderdelen. Het is licht, flexibel en slijtvast. Voor elk materiaal gelden specifieke ontwerpregels. Probeer bijvoorbeeld niet te dunne wanden te maken als je met harsprint werkt, omdat die kunnen breken. Ook is de nabehandeling verschillend: PLA kun je schuren en verven, terwijl metalen vaak worden gepolijst of gecoat. Er is keuze genoeg, zodat er altijd wel een geschikt materiaal is voor jouw project.

Kosten en planning in de hand houden

Wanneer je een 3D-object laat printen via een onlinedienst, is het verstandig om vooraf je budget en tijdsplanning te bepalen. De prijs wordt meestal berekend op basis van volume en materiaalkeuze. Een simpel plastic figuurtje kost bijvoorbeeld maar een paar euro, terwijl een groot metalen voorwerp in de honderden euro’s kan lopen. Doe een paar proefuploads met verschillende materialen en controleer de gepresenteerde prijs om een idee te krijgen van de mogelijkheden. Let ook op eventuele opstartkosten per bestelling. Sommige platformen rekenen een vast tarief voor elke nieuwe opdracht, ongeacht het formaat. Om transportkosten te beperken, kun je bestellingen combineren of meerdere exemplaren in één keer laten printen. Daarnaast is het slim om te checken hoelang de productie en verzending duren. Voor belangrijke deadlines is het verstandig om wat extra speling in te bouwen, zeker als je nog nabewerking wilt uitvoeren of het object elders moet laten afwerken. Zo voorkom je teleurstellingen, zowel financieel als qua timing, en houd je de kosten en planning beter onder controle.

©ANDREY RADCHENKO

3D-printen in metaal is aanzienlijk kostbaarder dan printen in kunststof.

Van idee tot realiteit met handige voorbeelden

Stel, je wilt een vervangende knop voor je keukenmachine ontwerpen. Om te beginnen meet je de diameter van de as, de hoogte van de originele knop en andere relevante maten met een schuifmaat. Daarna start je je ontwerpsoftware en maak je een cilinder met dezelfde afmetingen. Vervolgens ‘boor’ je een gat in het midden, iets groter dan de as. Je voorziet de buitenzijde van ribbels voor extra grip door simpelweg in je 3D-programma meerdere verticale vlakken toe te voegen. Vervolgens exporteer je het model. Upload je ontwerp naar een printservice en pas de materiaalinstellingen aan. Hierdoor krijg je direct zicht op de prijs. Ben je tevreden? Dan plaats je de bestelling en wacht je tot het pakketje arriveert. Een ander voorbeeld is het printen van gepersonaliseerde sieraden. Upload een eigen 3D-ontwerp, kies een metaal of metaalfinish en laat de aanbieder de rest regelen. Zo wordt 3D-printen iets tastbaars. Creatieve mogelijkheden zijn eindeloos, voor hobby, werk en studie.

©Studio Peace - stock.adobe.com

Meten is weten, dat geldt zeker voor het nauwkeurig namaken van vervangende onderdelen.

Verwacht geen wonderen

Als laatste is het belangrijk om je verwachtingen realistisch te houden. 3D-prints zien er over het algemeen net wat minder strak en glad uit dan in een fabriek of door een professional vervaardigde producten. Bekijk ook altijd de reviews van een printservice en controleer of ze ervaring hebben met het materiaal dat je wilt gebruiken. Blaas je ontwerp niet onnodig op, want hoe groter het is, hoe hoger de kosten en de kans op printfouten. Zorg dat je ontwerp fysiek stabiel staat, zonder overbodige uitsteeksels die kunnen breken. Een handige tip is om bij twijfel eerst een kleinere testversie te laten printen en die vervolgens aan te passen in de configuratietool, waarin je bijvoorbeeld de afmetingen eenvoudig aanpast. Zo zie je of het model overeenkomt met wat je in gedachten had, zonder direct de hoofdprijs te betalen. Voor speciale projecten met verfijnde details, zoals sieraden of miniaturen, is het raadzaam te informeren naar de resolutie en laaghoogte. Vaak kun je deze waarden instellen in de bestelmodule. Door daar goed op te letten, verbeter je de kwaliteit enorm. Zo haal je het beste uit je online 3D-printervaring.

Eigen prints zijn vrijwel altijd net wat minder strak dan in serie gemaakte producten, wat hier goed te zien is.

Meer controle

Met de juiste voorbereidingen, zoals een goed bestandstype en kennis van verschillende materialen, en door gebruik te maken van online printservices, kun je snel en voordelig aan de slag. Wil je nóg meer controle? Dan loont het om software te verkennen en op termijn eventueel zelf een 3D-printer aan te schaffen. Uiteindelijk is 3D-printen voor iedereen toegankelijk, zolang je maar de juiste stappen volgt.

Voordelige 3D-printers voor thuis

Als je na een paar online bestellingen de smaak te pakken hebt, kun je overwegen zelf een printer aan te schaffen. Er zijn tegenwoordig al betaalbare instapmodellen onder de driehonderd euro. Bekende merken bieden FDM-printers aan, waarmee je met gesmolten filament in lagen print. Let bij je aankoop op de bouwgrootte, de maximale temperatuur en de beschikbaarheid van reserveonderdelen. Een populair instapmodel is de Creality Ender-reeks, bekend om zijn uitbreidbaarheid. Wil je hogere resolutie of fijne details? Dan is een zogenoemde resinprinter wellicht interessant. Merken als Anycubic leveren compacte harsprinters (lcd of SLA), die vloeibare hars laag voor laag uitharden. Houd er rekening mee dat je te maken krijgt met geuren en chemische resten. Een goede ventilatie en beschermingsmiddelen zijn dus belangrijk. Verder moet je je geprinte objecten reinigen en nabelichten. Dit klinkt als veel werk, maar als je serieus in 3D-printen wilt duiken, bieden deze apparaten ultieme controle en eindeloze experimenteermogelijkheden in eigen huis.

3D-printers uit de Ender-reeks van Creality vind je online al voor minder dan 300 euro.