ID.nl logo
Verenig al je slimme apparatuur in een hub, da's pas slim!
© Stanisic Vladimir
Zekerheid & gemak

Verenig al je slimme apparatuur in een hub, da's pas slim!

Het klinkt misschien vreemd, maar het zijn niet de slimme apparaten in jouw huis die bepalen hoe slim jouw huis is. Dat bepaalt namelijk de smarthome-gateway, het apparaat dat al die slimme apparaten met elkaar verbindt en laat samenwerken. Als je überhaupt zo’n overkoepelende smarthome-gateway hebt, want al te vaak ontbreekt die nog. Welke opties zijn er, en wat zijn hun voor- en nadelen?

In dit artikel laten we zien welke opties er zijn om je slimme apparaten in huis op één hub aan te sluiten, zodat je smarthome écht slim wordt. Kies uit:

  • Je eigen gateway bouwen met bijvoorbeeld Home Assistant
  • Fibaro
  • Homey

Lees ook dit achtergrondartikel over de smarthome-protocollen: Een slim huis creëren? Zo begin je!

Als je een slimme lamp of een ander slim apparaat koopt, krijg je er vrijwel altijd een app bij. Veel meer dan andere apparaten van hetzelfde merk bedienen, kan die app zelden. Met een beetje pech heb je bijna meer apps dan slimme apparaten en dat is onhandig en zeker niet ‘slim’.

Een smarthome-gateway of -hub is de oplossing. Zie het als het basisstation dat je huis slimmer maakt door alle slimme apparaten aan zich te koppelen, zodat je ze daarna allemaal via één interface kunt bedienen.

Nog belangrijker is de automatisering. Doordat de smarthome-gateway alle apparaten kan aansturen, kan hij die ook slim combineren. Voorbeeld zijn automatiseringen als: ‘Als ik de schuur binnenkom, gaan de lampen aan’ of ‘wanneer het gaat schemeren, gaan de rolgordijnen omlaag’. Het zijn dit soort automatiseringen dat een slim huis ook echt slim maakt. Zo is een smarthome-gateway bijna een betere investering dan alleen nóg meer slimme apparaten.

Lees ook het artikel: Blueprints voor Home Assistant: nog gemakkelijker je huis automatiseren

Hoeveel slimme apparaten er ook zijn, ze bepalen niet hoe slim het huis is.

Protocollen

Hoewel het fenomeen smarthome niet nieuw is, heeft het nog niet het volwassenheidsniveau dat je ervan zou verwachten. Zo is er nog steeds niet één communicatieprotocol dat altijd en met alle apparaten werkt. Met de protocollen Matter en Thread belooft die situatie er wel te komen, maar zover zijn we nog niet.

De bekendste smarthome-protocollen op dit moment zijn Z-Wave en Zigbee. Beide bieden tweewegcommunicatie, zodat elk apparaat altijd de actuele status kan doorgeven aan de andere slimme systemen, ook als het zelf is uitgeschakeld. Iets wat bijvoorbeeld het 433MHz-protocol van KlikAanKlikUit niet kan.

Z-Wave- en Zigbee-apparaten met een aansluiting op het elektriciteitsnet werken bovendien als tussenstation in een mesh-netwerk. Apparaten die te ver van elkaar af staan om rechtstreeks met elkaar te communiceren, gebruiken dan de andere apparaten in het netwerk om elkaar alsnog te bereiken. Dit maakt de reikwijdte van het netwerk flink groter.

Een voordeel van Z-Wave boven Zigbee is nog dat het protocol bewaakt wordt door de Z-Wave Alliance, die bovendien apparaten certificeert waardoor deze altijd compatibel zijn met de andere Z-Wave-producten.

Een voordeel van Z-Wave boven Zigbee is de controle door de Z-Wave Alliance op compatibiliteit van alle Z-Wave-apparaten.

Slimme chaos

De kans dat alle slimme apparaten dezelfde taal spreken, is klein. Een slim huis ontstaat zelden in één keer en bij de eerste aankopen is er vaak geen specifieke aandacht voor het protocol.

Maar ook later kan het zijn dat hoewel een product niet dezelfde taal spreekt als de andere apparaten, je het toch wilt hebben. Denk aan Philips Hue-lampen die alleen Zigbee ondersteunen of een slimme deurbel van Aeotec die alleen Z-Wave praat. En dat is het voordeel van een smarthome-gateway, die bijna altijd meer dan één protocol ondersteunt en daartoe behoren zeker Z-Wave en Zigbee.

Behalve dat een smarthome-gateway dit soort technische zaken oplost, kan het ook externe systemen toevoegen zoals een Sonos-geluidssysteem of een spraakassistent als Amazon Alexa of Google Assistant.

Ook de smarthome-gateway van Fibaro, die groot is geworden met Z-Wave, ondersteunt inmiddels Zigbee.

Verschillende smaken

Afhankelijk van hoe je het bekijkt, is de keuze in smarthome-gateways beperkt of juist heel groot. Dit komt doordat dezelfde software soms op verschillende hardware wordt aangeboden of is te gebruiken. Wat betreft hardware is er keuze uit meerdere kant-en-klare sets, maar is het ook goed mogelijk de benodigde onderdelen los van elkaar te kopen en deze zelf samen te voegen.

Bij een commercieel product heb je daarbij garantie en ondersteuning van de leverancier, bij gratis (softwarematige) producten komt hulp meestal van andere gebruikers. Die smarthome-community’s zijn erg groot en actief … zo groot en actief zelfs dat inmiddels ook aanbieders van commerciële producten deze graag gebruiken.

Een laatste onderscheid is nog te maken tussen leveranciers die ook zelf smarthome-apparaten ontwikkelen en verkopen, en leveranciers die zich exclusief richten op de ontwikkeling en verkoop van een smarthome-gateway.

Deze markt is nog volop in beweging. Zo biedt het opensource-softwareplatform Home Assistant inmiddels ook hardware en levert het bedrijf dat ooit Home Assistant begon, betaalde diensten voor het gratis product.

Nabu Casa, het bedrijf achter Home Assistant, biedt inmiddels betaalde premium-diensten aan voor het platform.

De zelfbouw-gateway

Een bij hobbyisten populaire smarthome-gateway is de combinatie van zelfgekozen hardware met een opensource-software, zoals OpenHAB, Domoticz en nu vooral Home Assistant. Die laatste kan geïnstalleerd worden op een willekeurige computer met Windows, macOS of Linux, maar ook op een NAS, in een Docker-container (en dan de container weer op een NAS of een computer) of op een minicomputer als een Raspberry Pi.

Deze combinatie Raspberry Pi met Home Assistant is misschien wel de meest gebruikte variant, omdat deze als voordeel heeft dat de gateway relatief weinig stroom verbruikt en eenvoudiger altijd beschikbaar is.

Met de keuze van de hardware bepaal je ook welke protocollen de zelfbouw-gateway ondersteunt. Wifi is eigenlijk altijd wel aanwezig, maar om ook Zigbee of Z-Wave te spreken, zijn aparte antennes nodig. Deze zijn los te koop als usb-stick, maar moeten daarna nog wel aan de configuratie worden toegevoegd. Dit kan een helse klus zijn, maar van bekende sticks als de ConBee 2 Zigbee-dongel en de Aeotec Z-Stick 7 voor Z-Wave zijn uitgebreide handleidingen te vinden van de producenten zelf.

Een Raspberry Pi en twee usb-antennes als basis voor een eigen smarthome-gateway.

Home Assistant kant-en-klaar Voor wie geen zin heeft in gedoe met het zelf kiezen en samenstellen van hardware is er Home Assistant Yellow. De Yellow is een kant-en-klaar kastje met Home Assistant optioneel voorgeïnstalleerd, met een ingebouwde Matter/Zigbee-antenne en een voeding. Je kunt ook kiezen voor volledig kant-en-klaar, waarbij een Raspberry Pi Compute Module 4 al in de behuizing is geplaatst. Of je koopt een halffabricaat (de ‘kit’) waarbij je de Compute Module 4 zelf op het moederbordje plaatst. Alleen nog een optionele M.2-ssd toevoegen en klaar. Verder blijft het gewoon Home Assistant, met alle voor- en nadelen.

De verkrijgbaarheid van Home Assistant Yellow is helaas al tijden zeer matig. Wel heeft Nabu Casa onlangs nog een goedkopere variant met iets andere hardware geïntroduceerd: de Home Assistant Green. Hopelijk wordt die beter leverbaar.

Home Assistant Yellow is een kant-en-klare minicomputer met Home Assistant.

Home Assistant op Synology Home Assistant in een Docker-container op een NAS was een valide optie tot Synology in versie 7 van zijn besturingssysteem, de usb-poort beperkte tot externe opslagapparaten. Zigbee- of Z-Wave-sticks werden ineens niet meer ondersteund. Er zijn workarounds, maar die zijn complex en foutgevoelig, zeker zolang Synology zijn positie niet verandert. QNAP ondersteunt nog wel Zigbee- en Z-Wave-usb-antennes.

Gateway-software in een Docker-container op een Synology-NAS is een minder logische keuze nu Synology geen usb-antennes meer ondersteunt.

Automatiseringen maken

Tijdens de installatie worden al best veel slimme apparaten gevonden, de andere kunnen via zogeheten integraties worden toegevoegd. Het aanbod is enorm. Een deel van de integraties worden door de makers van Home Assistant zelf gemaakt, andere door fabrikanten of de grote community die Home Assistant ondersteunt.

Home Assistant sluit een groot aantal slimme en minder slimme apparaten aan.

De kwaliteit bij de eerste is goed, bij de communityproducten wisselend. Werkt het niet helemaal zoals je wilt, dan laat veel zich tweaken of kan uiteindelijk nog aangepast worden door zelf in de code te duiken. Veel kennis is hiervoor niet direct vereist, met een zoekmachine en allerlei YouTube-filmpjes kom je een heel einde.

Bij het automatiseren is er de keuze tussen het helemaal zelf te regelen met triggers, voorwaarden en acties, of door een kant-en-klaar recept te gebruiken, een zogeheten blueprint.

Aan de slag met Home Assistant?

In dit artikel lees je er alles over

Bijna alles in Home Assistant is gratis, behalve veilige wereldwijde toegang en integratie met een spraakassistent zoals Google Assistant of Alexa. Wil je deze mogelijkheid gebruiken, dan heb je het Home Assistant Cloud-abonnement nodig, dat 75 euro per jaar kost.

Een automatisering, bijvoorbeeld via een blueprint, is snel gemaakt.

Kant-en-klare gateways

Wil je liever niet zelf hoeven knutselen, kies dan voor een smarthome-gateway van een producent die ook zelf smarthome-apparaten levert. Deze zijn er bijvoorbeeld van Aqara (dat nauw met Samsung samenwerkt), Aeotec en Fibaro. Het voordeel is natuurlijk de maximale ondersteuning van in elk geval de eigen producten van dat merk. Vaak is dat een heel breed palet.

Fibaro levert naast de eigen smarthome-gateway ook een groot aantal smarthome-producten voor controle van verlichting tot verwarming, rolluiken en dimmers tot aan bewegings- en overstroomsensoren, maar ook rook- en CO2-melders. Genoeg om een huis heel slim in te richten en dan zonder de zorgen of de onderdelen wel samenwerken.

De Home Center 3 is een smaakvol vormgegeven smarthome-gateway die in elke kamer past.

Lees ook: Zo maak je van je doorsnee huis een slim, comfortabel en veilig huis

Fibaro

Voor zijn eigen apparaten gebruikt Fibaro het protocol Z-Wave, maar de Home Center 3 ondersteunt ook Zigbee. Het gaat dan vooral om slimme verlichting en sensoren onder meer van IKEA, Philips en Aqara, maar de lijst met ondersteunde producten groeit snel.

De interface is helder en werkt soepel. De app voldoet ook, al biedt hij minder opties dan de webinterface. Automatiseringen maak je of met kant-en-klare scènes of handmatig door zelf op een visuele manier apparaten te verbinden, en daar voorwaarden en acties aan te koppelen. Wil je echt diep gaan, dan kan dat via LUA-script.

Hoewel het Fibaro-platform geslotener is dan de andere smarthome-gateways, is er naast de eigen uitbreidingen ook een marktplaats waar onafhankelijke ontwikkelaars apps aanbieden. Fibaro beoordeelt deze apps vooraf wat een geruststellende gedachte is, al staat het niet garant voor de werking.

Door ‘rebranding’ heet de verder prima app van Fibaro nu Yubii. Dat vinden we toch wel jammer voor een premium merk.

De Home Center 3 is duidelijk een volwassen product. De firmware van verbonden Fibaro-apparaten worden keurig geüpdatet: er is support van Fibaro en een groot online forum, en je kunt aparte gebruikers maken en eigen rechten geven. De integratie met Siri, Alexa en Google Assistant is gratis, net als back-up (cloud én lokaal) en de door Fibaro beveiligde toegang via het internet.

Block-scenes is een van de drie manieren om met Fibaro te automatiseren.

Onafhankelijke derde

Met Homey is er nog een derde optie voor een smarthome-gateway. Fabrikant Athom, het Nederlandse bedrijf achter de Homey Pro, ontwikkelt wel een smarthome-gateway, maar verkoopt geen eigen smarthome-apparaten. Het bedrijf levert een fraai vormgegeven minicomputer waarop zijn eigen smarthome-platform draait. De Homey Pro ondersteunt naast Z-Wave en Zigbee, ook wifi, bluetooth, KlikAanKlikUit (433 MHz), en binnenkort ook Thread en Matter.

De Homey Pro kan via wifi of een optionele ethernet-adapter met het netwerk worden verbonden.

Daarbij levert het bedrijf een eigen app, en biedt het andere bedrijven en ontwikkelaars de mogelijkheid eigen aanvullingen te maken. Ook is Athom bezig met een eigen hardwarecertificering voor fabrikanten die willen laten zien dat hun smarthome-producten samenwerken met Homey.

Behalve de Homey Pro biedt Athom ook nog een Homey Bridge. Deze is aanzienlijk goedkoper in aanschaf, maar vereist een maandabonnement om als zelfstandige gateway te functioneren. Interessanter is het dat de bridge ook als extender voor de Pro functioneert om zo het smarthome-netwerk flink uit te breiden.

De goedkopere Homey Bridge kan als extender voor het smarthome-netwerk van een Homey Pro worden gebruikt.

Homey Pro

De Homey Pro biedt direct uit de box een premium, Apple-achtige ervaring. De hardware ziet er gelikt uit, en de installatie via de app gaat erg soepel en zonder haperingen. De Homey Pro gaat zelf direct op zoek naar beschikbare smarthome-apparaten en biedt aan deze te koppelen.

Wordt een apparaat niet direct herkend, dan kan de ondersteuning via een app worden toegevoegd. Sommige apps zijn van onafhankelijke ontwikkelaars, maar vaak genoeg ook gewoon van de officiële smarthome-fabrikanten. Een Aqara-bewegingssensor werd wel correct herkend, maar deed het daarna toch niet naar behoren, alle overige apparaten wel.

Om te automatiseren, is er keuze tussen de grafische ‘flows’ waarmee je triggers, voorwaarden en acties aan elkaar koppelt, en de scripttaal HomeyScript. Via Inzichten krijg je toegang tot de grafieken van alle verbonden apparaten, zoals het temperatuurverloop of energieverbruik van de laatste week of langer.

Flows is een van de manieren om met Homey te automatiseren.
Dashboards geven snel inzicht in de actuele en historische data van het huis.

Kiezen mag, hoeft niet Wat een vergelijking van smarthome-gateways vooral duidelijk maakt, is hoe hard de thuisautomatisering toe is aan verdere standaardisatie. Te veel tijd en energie van gebruikers en vermoedelijk ook producenten gaat verloren met randzaken als onderlinge communicatie en compatibiliteit.

Voor de consument kan een goede gateway helpen dit probleem minder groot te maken en gelukkig is het aanbod breed genoeg om een goede keuze te maken die past bij jouw wensen en vooral ook smarthome-ambities. De prijs is uiteindelijk maar een klein deel van de hele investering in slimme apparaten. Lukt het niet te kiezen of twijfel je, het is prima mogelijk meerdere gateways te combineren en samen te laten werken.

Wat zijn de kosten?

Het goedkoopst is een zelfbouw-gateway op basis van een Raspberry Pi 4 8 GB met antennes en Home Assistant. Deze kost totaal 240 euro. Beheerde cloudtoegang kost nog 75 euro per jaar extra.

Dat betaal je ook ongeveer als je de standaarduitvoering van de Home Assistant Yellow neemt: de hardware is dan 40 euro duurder, hoewel je dan een Raspberry Pi Compute Module 4 met ‘maar’ 2 GB geheugen hebt. Kies je voor de kitversie van de Home Assistant Yellow, dan bepaal je tegen een meerprijs zelf welke Compute Module 4 je erin stopt.

Fibaro vraagt 449 euro voor de Home Center 3 en dat is inclusief cloudback-ups en veilige toegang via het internet.

De Homey Pro tot slot kost 399 euro, plus 10 euro per jaar voor de cloudback-up.

Tips om met thuisautomatisering te beginnen

  1. Waar ben je naar op zoek? Wooncomfort, slimme verlichting, beveiliging, of een combinatie? Bepaal eerst goed wat je wilt automatiseren (en ook wat niet) en neem die keuze mee in elke volgende stap.
  2. Bepaal voor je begint een budget en houd je daaraan! Smarthome-apparatuur is er in veel prijsklassen en het aanbod is zeer divers. Voorkom dat je wel veel geld kwijt bent aan slimme apparaten, maar toch niet het gewenste resultaat behaalt.
  3. Automatiseer per ruimte van het huis. Begin niet met je hele huis in één keer, maar laat het groeien. Benader elke kamer als een project, met een plan, een budget en een evaluatie aan het einde. Pas daarna begin je aan de volgende kamer.
  4. Wees creatief. Er zijn vaak meerdere oplossingen voor hetzelfde probleem. Wil je alleen de lampen kunnen dimmen, dan zijn de duurdere lampen met meerdere kleuren overbodig. Lampen met alleen witlicht zijn goedkoper. Een slimme schakelaar met dimfunctie is in aanschaf misschien duurder, maar gaat erg lang mee waardoor je uiteindelijk wellicht toch goedkoper uit bent.
  5. Hetzelfde geldt voor de sensoren. Zij zijn de ogen van je smarthome, maar je hoeft niet altijd alles te zien. Is alleen de lichtsterkte of beweging belangrijk, neem dan een goedkope sensor die ook echt alleen dat meet.
  6. Blijf leren. Neem de lessen van de vorige ruimte mee naar de volgende. Heb je eens achteraf een verkeerd slim apparaat gekocht, kijk dan of je het bij een volgende ruimte alsnog kunt inzetten.
  7. In de beperking toont zich de meester. Stel doelen, werk ze uit in concrete oplossingen en implementeer ze. Van alsmaar meer en complexer wordt je huis niet per se beter.
▼ Volgende artikel
Nieuwe FromSoftware-game The Duskbloods komt echt alleen naar Switch 2
Huis

Nieuwe FromSoftware-game The Duskbloods komt echt alleen naar Switch 2

The Duskbloods, de nieuwe game van Elden Ring- en Dark Souls-ontwikkelaar FromSoftware, zal echt alleen op Nintendo Switch 2 uitkomen.

Dat heeft de ontwikkelaar benadrukt bij het bekendmaken van zijn kwartaalcijfers (via VGC). Daarbij werd ook nog eens benadrukt dat The Duskbloods nog altijd gepland staat om ergens dit jaar uit te komen, net zoals de Switch 2-versie van Elden Ring.

Over de exclusieve Switch 2-release van The Duskbloods: "Het wordt verkocht via een samenwerking met Nintendo, met verkoopverantwoordelijkheden verdeeld per regio. De game komt alleen voor Nintendo Switch 2 beschikbaar." Daarmee is dus duidelijk gemaakt dat Nintendo een nauwe samenwerking met FromSoftware is aangegaan voor de game en dat het spel niet zomaar op andere platforms uit zal komen.

Over The Duskbloods

The Duskbloods werd begin vorig jaar aangekondigd in een speciale Nintendo Direct waarin de eerste Switch 2-games werden getoond, maar sindsdien zijn er geen nieuwe beelden van het spel uitgebracht. Zoals gezegd is de game ontwikkeld door FromSoftware, het Japanse bedrijf dat naam voor zichzelf heeft gemaakt met enorm uitdagende spellen, waaronder de Dark Souls-serie en Bloodborne. Met de openwereldgame Elden Ring scoorde de ontwikkelaar enkele jaren geleden nog een megahit.

Watch on YouTube

The Duskbloods wordt een PvPvE-game, waarbij spelers het dus tegen elkaar en tegen computergestuurde vijanden opnemen. Maximaal acht spelers doen aan potjes mee. Na het kiezen van een personage in een hub-gebied wordt men naar een gebied getransporteerd waar er met andere spelers en vijanden gevochten wordt, al kan men soms ook samenwerken om vijanden te verslaan.

Spelers besturen een 'Bloodsworn', wezens die dankzij een speciaal bloed dat in hun lichaam zit meer krachten tot hun beschikking hebben dan reguliere mensen. Ondertussen is het einde van de mensheid nabij, en bestaat de wereld uit verschillende tijdperken, wat voor een mengelmoes van stijlen zorgt.

▼ Volgende artikel
Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp
© Gorodenkoff Productions OU
Huis

Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp

Resolutie is marketing, refreshrate is beleving. Waar 4K zorgt voor een mooi plaatje, zorgt een hoge verversing (Hz) ervoor dat je daadwerkelijk wint. Hieronder lees je waarom snelheid in feite de échte koning is in gaming.

Veel gamers staren zich blind op 4K-resolutie. Ze kopen een duur scherm, zetten de settings op Ultra en vragen zich vervolgens af waarom hun spel stroperig aanvoelt. De misvatting is dat 'mooier' gelijkstaat aan 'beter'. In werkelijkheid is de vloeibaarheid van het beeld – de refreshrate, oftewel verversingssnelheid – veel bepalender voor hoe direct en responsief een game aanvoelt. Aan het eind van dit artikel weet je precies of jij moet kiezen voor pixels of snelheid.

Hoe je ogen bedrogen worden door Hertz

Stel je voor dat je snel met je muis over je bureaublad beweegt. Op een standaard 60Hz-scherm zie je de cursor in schokjes over het beeld springen; je hersenen vullen de gaten in. Op een 144Hz- of 240Hz-gaming-monitor verdwijnen die gaten.

Het technische verschil zit hem in de verversingssnelheid: het aantal keren per seconde dat het beeld wordt vernieuwd. Bij 60 Hz krijg je elke 16,6 milliseconden een nieuw beeld. Bij 144 Hz is dat elke 6,9 milliseconden. Dat klinkt als een klein verschil, maar je voelt het direct. Het gestotter dat je onbewust gewend bent verdwijnt. Bewegingen voelen boterzacht aan, alsof de cursor (of je crosshair) aan je hand vastgeplakt zit in plaats van er achteraan zwemt. Dit effect wordt motion clarity genoemd: objecten blijven scherp, zelfs als ze snel door het beeld bewegen.

©Framestock

De winst in shooters en snelle actie

Wanneer werkt dit in je voordeel? Vooral in competitieve shooters zoals Call of Duty, Counter-Strike of Valorant. In dit soort games telt elke milliseconde. Een hogere refreshrate vermindert de input lag, oftewel de tijd tussen jouw klik en de actie op het scherm.

Stel, je draait je personage snel om. Bij een lage refreshrate wordt de vijand een fractie later getoond en zie je veel bewegingsonscherpte (motion blur). Met een hoge refreshrate zie je de vijand eerder en scherper, waardoor je sneller kunt reageren. Je hebt letterlijk actuelere informatie dan je tegenstander. Om dat te bereiken heb je wel een krachtige videokaart nodig die genoeg beelden per seconde (FPS) kan genereren om je snelle scherm bij te houden.

Wanneer resolutie het toch wint van snelheid

Is snelheid altijd heilig? Nee. Als je vooral tragere, meer verhalende games speelt (zoals Cyberpunk 2077 in de 'sightseeing' modus), Microsoft Flight Simulator of grafische RPG's, dan voegt 240 Hz weinig toe. In deze titels kijk je vaak naar stilstaande of langzaam bewegende omgevingen.

In dat geval wil je juist de texturen van de bomen, de reflecties in het water en de details in gezichten zien. Een 4K-monitor op 60 of 120 Hz is dan een logischer keuze dan een onscherp 1080p-scherm op 360 Hz. De visuele pracht weegt hier zwaarder dan de milliseconden reactietijd. Ook voor console-gamers die op de bank zitten, is een goede televisie met 4K en HDR vaak indrukwekkender dan puur de hoogste framerates.

Situaties waarin een hoge refreshrate zinloos is

Er zijn momenten dat investeren in een snel scherm weggegooid geld is. Dat gebeurt bijvoorbeeld als je hardware de snelheid niet kan leveren; als je videokaart maar 50 frames per seconde kan leveren, heeft een 144Hz-scherm geen nut omdat het scherm wacht op de computer. Daarnaast beperken oude kabels je bandbreedte, waardoor je monitor soms terugvalt naar 60 Hz zonder dat je het doorhebt. Ook op oudere consoles zoals de Nintendo Switch of de standaard PS4 heb je niets aan snelle schermen, omdat deze hardware fysiek gelimiteerd is op 60 Hz of lager.

Bepaal wat jouw setup aankan

Kijk dus kritisch naar je huidige situatie voordat je naar de winkel rent. Heb je een high-end pc die makkelijk 120+ FPS haalt in jouw favoriete games? Dan is een upgrade naar een 144- of 165Hz-monitor de grootste sprong in spelplezier die je kunt maken. Speel je op een PlayStation 5 of Xbox Series X? Zoek dan specifiek naar een scherm met HDMI 2.1-ondersteuning om 120 Hz op 4K mogelijk te maken. Zit je ver van je scherm af en speel je relaxed? Investeer dan liever in resolutie en kleurdiepte.

©Proxima Studio

Kortom: snelheid is de sleutel tot succes!

Verversingssnelheid is belangrijker dan resolutie voor iedereen die actie- of competitieve games speelt. Het zorgt voor een vloeiender beeld, minder input lag en betere motion clarity, wat je direct een voordeel geeft in het spel. Resolutie is vooral luxe voor het oog, maar refreshrate is pure prestatie voor de speler.