ID.nl logo
Zekerheid & gemak

De grootste veiligheidsrisico's: Is IoT veilig?

Steeds meer apparaten worden 'connected'. Handig, maar er kleven ook flinke veiligheidsrisico's aan het Internet of Things. PCM zoekt uit waar de pijnpunten precies zitten.

Lees ook:Intel: 'Gebruikers moeten meer verantwoordelijkheid nemen bij IoT-aankopen'

Gedurende de afgelopen jaren ontdekten steeds meer smart-home-gebruikers dat veel verbonden apparaten helemaal niet zo zaligmakend bleken. Dergelijke apparatuur verzamelt namelijk bakken aan persoonlijke data. Wie een slimme thermostaat in huis heeft, stuurt bijvoorbeeld veel meer data naar zijn energieleverancier dan je aanvankelijk zou willen. Het gaat dan niet alleen om hoeveel energie je verbruikt, maar ook wanneer je doorgaans niet thuis bent (handige informatie voor inbrekers). Een slimme koelkast weet wat je het liefst eet, en de tandenborstel weet of je wel goed poetst - informatie die voor een zorgverzekeraar wel erg interessant is.

Die privacygevoelige gegevens zijn bovendien nauw verbonden met de beveiligingsproblemen van het IoT. Dát je energiemaatschappij die gegevens verzamelt, is tot daar aan toe. Maar het is vrijwel onmogelijk te garanderen dat ze daar veilig zijn.

"De meeste bedrijven die nu slimme apparatuur aanbieden, zijn van oudsher geen techbedrijven", vertelt de man (“een Europese programmeur”) achter het bekende Twitter-account @InternetOfShit, een account dat dagelijks belachelijk maakt hoe vergezocht én onveilig veel IoT-apparaten zijn. "Databescherming is voor hen minder vanzelfsprekend, en dat leidt tot slechte beveiliging van servers waardoor privacygevoelige gegevens eerder op straat komen te liggen."

Encryptie

De fysieke grootte van IoT-apparaten wil daarnaast ook nog problemen opleveren. Dat zit bijvoorbeeld in de encryptiestandaarden die worden gebruikt om verkeer van en naar de server en binnen de groep te versleutelen. Omdat de meeste IoT-apparaten maar een beperkte rekenkracht hebben door goedkope cpu's wordt er vaak gebruik gemaakt van een zwakkere versleuteling. Die is niet persé makkelijker te breken, maar maakt het bij bruteforce-aanvallen wel makkelijker om default-wachtwoorden zoals '1234' te kraken.

Daar komt bovendien bij dat huishoudelijke apparaten worden gebruikt voor een lange periode van meerdere jaren, en dat simpele encryptiestandaarden doorgaans niet zo'n lange levensduur hebben. Vaak blijken die na korte tijd al ingehaald door het feit dat computers steeds krachtiger worden en de versleuteling sneller kunnen kraken. Encryptie waarbij dat niet het geval is (zoals AES-256) is te log voor een doorsnee IoT-apparaat.

Daar komt bij dat veel fabrikanten de wachtwoorden van een apparaat hardcoded in de firmware zetten, en dat dat juist vaak simpele default-wachtwoorden zijn. Als het al mogelijk is die wachtwoorden te veranderen, is dat voor veel gebruikers vaak te lastig of laten ze dat liggen.

IoT-apparaten zijn ook onveilig vanwege hun connectiviteit met elkaar en met je netwerk. Omdat alle apparaten aan hetzelfde netwerk hangen, wordt het veel makkelijker om een goed beveiligde computer te infecteren via een slecht beveiligde netwerkschijf.

Encryptiestandaarden gaan niet zo lang mee als de meeste huishoudelijke apparaten

-

Updates

Een ander groot probleem is de ondersteuning die apparaten ontvangen, en de API's waarop ze draaien. Fabrikanten bieden nu witgoedapparatuur aan met een levensduur van vaak wel 20 jaar (voor bijvoorbeeld een wasmachine), maar volgens @InternetOfShit is er bij voorbaat nog niet eens nagedacht over hoe lang zulke apparatuur wordt ondersteund. Hij doelt specifiek op zaken als de API's die de apparaten gebruiken, bijvoorbeeld om verbinding te maken met externe applicaties.

Zo biedt Samsung koelkasten aan met een display waarin je je Google Calendar kunt importeren - handig in een druk huishouden. Een jaar nadat één van die koelkasten op de markt was gebracht, ontdekten beveiligingsonderzoekers dat de koelkast het wachtwoord van het bijbehorende Google-account in plaintext naar de router stuurde omdat het SSL-certificaat niet juist gevalideerd werd.

Het was daarom met een man-in-the-middle-aanval kinderlijk eenvoudig het wachtwoord te onderscheppen. Het probleem zat in het feit dat Samsung een oude API voor Google Calendar gebruikte - maar de koelkasten hebben tot op heden geen update naar de nieuwe API ontvangen.

Samsungs slimme koelkast draaide altijd op 'Family Hub 1.0', maar de nieuwe lineup die dit jaar tijdens de CES werd gepresenteerd draait al op Family Hub 2.0. Het is een legitieme vraag hoe lang versie 1.0 nog ondersteund blijft...

IoT-protocollen

Te korte ondersteuning van apparaten en slecht geïmplementeerde beveiligingsmaatregelen zijn relatief makkelijk te voorkomen. Je ziet nu al dat steeds meer smart-applicaties gebruik maken van betere opsec (operations security), door penetration testing in te zetten bij hun apparaten of door speciale privacy-experts aan te nemen. Het IoT heeft echter een groter probleem dat niet zomaar is op te lossen met meer maatregelen.

Het inherente probleem van zo veel verschillende apparaten is het gebrek aan een vaste standaard, en de wirwar van verschillende protocollen waarmee de apparaten met elkaar praten. Dat levert problemen op omdat lampen van het ene merk bijvoorbeeld niet kunnen worden gekoppeld aan thermostaten van een ander, maar het is ook inherent onveilig.

Door het gebruik van zo veel verschillende standaarden is het voor fabrikanten vaak aantrekkelijker om een 'legacy' firmware aan te houden. Die kun je heel specifiek bouwen voor juist dat ene apparaat, in plaats van dat je moet voldoen aan bepaalde eisen. Die diversiteit maakt het echter ook een stuk lastiger om uniforme updates voor bijvoorbeeld de versleuteling of de connectiviteit uit te brengen.

Een wirwar aan verschillende protocollen in plaats van een vaste standaard is een inherent probleem

-

Er zijn verschillende initiatieven om protocollen te standaardiseren. Zo is er de AllSeen Alliance, een samenwerkingsverband waar onder andere Qualcomm, Cisco, Microsoft, HTC en LG aan werken. Zij werken samen aan AllJoyn, een standaardmanier waarmee apparaten kunnen verbinden met externe diensten of cloud-applicaties. Dat gebeurt met universele manier om data over te brengen en een algemene encryptiestandaard.

Mirai-botnet

In oktober vorig jaar bleek echter dat het Internet of Things een veel groter probleem had dan enkel de slechte bescherming van persoonsgegevens, maar dat nalatige beveiliging ook grote schade aan anderen kon toebrengen.

Op 21 oktober lag een significant deel van het internet het grootste deel van de dag plat. Websites als Twitter en Reddit, én het veelgebruikte Amazon Web Services waren niet meer te bereiken door een grootschalige aanval op DynDNS, één van de grootste dns-providers van het internet. Het ging om een DDoS-aanval waarbij de servers door 650 Gb/s aan data werden bestookt.

Voor de aanval werden miljoenen IoT-apparaten van over de hele wereld gebruikt. Die werden door het botnet ingezet om de servers van DynDNS constant met data te bestoken. Mirai infecteert IoT-apparaten met malware die de data naar een centrale command & control-server sturen.

In een analyse van de broncode van Mirai komen twee belangrijke dingen naar voren. Eerst zoekt de malware naar IoT-apparaten op internet om die vervolgens over te nemen, en vervolgens worden de IP-adressen van die apparaten gebruikt om verzoeken naar een bepaalde server te sturen. Het zoeken naar apparaten gebeurt via een grootschalige scan naar IP-adressen die verbonden zijn aan apparaten die geen computers of smartphones zijn, maar bijvoorbeeld wel connected beveiligingscamera's.

Opvallend is dat Mirai niet alleen zoekt naar onbeveiligde apparaten, maar ook 'dictionary' brute-force-aanvallen inzet om simpele wachtwoorden zoals 'root', '1234', admin' of 'default' te kraken. Zoals we al eerder konden zijn veel wachtwoorden hardcoded in de firmware en worden ze door gebruikers amper vervangen. In dat geval krijg je dergelijke standaard-wachtwoorden.

Beveiligingsonderzoekers zijn dan ook van mening dat het veranderen en toepassen van default-wachtwoorden één van de beste manieren is om dergelijke botnets te stoppen.

©PXimport

Een belangrijke kanttekening is overigens wel dat het overgrote merendeel van de gebruikte apparaten in de Mirai-aanval een IP-camera was. In tegenstelling tot bijvoorbeeld slimme wasmachines zijn verbonden (beveiligings)camera's al jaren een bekend veiligheidsrisico.

Waarschuwingen over het beveiligen van zulke apparatuur gaan al terug sinds de eerste consumentenmodellen op de markt kwamen, en sinds die tijd is er maar weinig veranderd. Open videostreams van bijvoorbeeld kinder- of huiskamers zijn nog steeds eenvoudig te vinden met een paar simpele Google-zoekopdrachten.

Goede hoop

Dat wil niet zeggen dat de opkomst van nog meer slimme apparatuur geen extra risico's met zich meebrengt. Integendeel, hoe meer apparaten op internet worden aangesloten, hoe meer mogelijkheden hackers hebben om botnets te starten, computers te infecteren of persoonsgegevens te stelen.

Toch gloort er een beetje hoop aan de horizon. Steeds meer fabrikanten zien het belang van veiligheid in bij het maken van IoT-applicaties. De industrie werkt actief aan het bouwen van (open) standaarden voor domotica, en ook consumenten raken meer bewust van het nut van beveiliging.

Er zijn nog een aantal belangrijke veranderingen die in de werkwijze van fabrikanten moet komen. Die zijn grotendeels hetzelfde als bij het maken van cloudtoepassingen, websites met databases, en hardware zoals computers en smartphones. Dat draait allemaal om aandacht voor beveiliging, en om dat probleem serieus te nemen.

▼ Volgende artikel
Meta test betaalde abonnementen voor WhatsApp, Facebook en Instagram
© ER | ID.nl
Huis

Meta test betaalde abonnementen voor WhatsApp, Facebook en Instagram

Meta gaat tests uitvoeren met betaalde abonnementen voor WhatsApp, Facebook en Instagram, zo heeft het bedrijf laten weten.

Dat liet Meta weten aan TechCrunch. In ruil voor betaalde abonnementen op bovengenoemde apps krijgen mensen toegang tot extra functies, al zijn die nog niet uit de doeken gedaan. De reguliere versies van de platforms moeten wel gratis beschikbaar blijven.

De precieze opties die mensen die betalen voor WhatsApp, Facebook of Instagram krijgen is niet bekend, maar Meta heeft het over "speciale features en meer controle over hoe men deelt en connecties maakt".

Manus en Vibes

Eén van de dingen die mogelijk onder de abonnementen gaan vallen, is Manus, een AI-agent die pas is aangeschaft door Meta voor ongeveer 2 miljard dollar. Manus moet geïntegreerd worden in Meta-producten, maar ook los beschikbaar komen. Op Instagram wordt er naar verluidt al gewerkt aan een shortcut naar de AI-tool.

Meta wil de abonnementen ook voor andere AI-features testen, zoals het genereren van videocontent in Vibes. Deze AI-videotool is nu nog gratis beschikbaar, maar het is de bedoeling dat extra opties via een abonnement beschikbaar komen.

Op Instagram zou een abonnement gebruikelijks wellicht de mogelijkheid kunnen geven om mensen die men volgt te bekijken die niet terug volgen. Ook zou het mogelijk een optie worden om een Story te bekijken zonder dat de persoon die het heeft geplaatst ziet dat deze door de persoon in kwestie is bekeken.

Meta wil de komende maanden de abonnementen testen, en niets is nog zeker - ook niet eventuele prijzen voor abonnementen. Duidelijk is in ieder geval dat het bedrijf hiermee gaat experimenteren.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

▼ Volgende artikel
Je oude Windows-pc als thuisserver: zo zet je Jellyfin en Syncthing op
© ID.nl
Huis

Je oude Windows-pc als thuisserver: zo zet je Jellyfin en Syncthing op

Heb je nog een oudere pc of laptop, dan is het zonde om deze ongebruikt te laten. Je kunt hem namelijk eenvoudig omvormen tot een veelzijdige thuisserver. Wat dacht je van een mediaserver of een synchronisatietool, beide gratis, opensource en beschikbaar voor vrijwel elk platform?

In dit artikel

Je hebt een nieuwe pc gekocht, maar je oude Windows-computer is vaak nog prima bruikbaar. Met gratis servertools maak je er een thuisserver van, bijvoorbeeld voor streamen, een (s)ftp-server, een NAS-omgeving, domotica of het blokkeren van advertenties en trackers. Veel oplossingen draaien direct op Windows. En wil je toch iets met Linux, dan kan dat vaak ook via WAMP, WSL2 of Docker Desktop.

In dit artikel houden we het bewust bij twee gratis opensource-servers die rechtstreeks op Windows draaien: Jellyfin en Syncthing. Je leest hoe je je pc klaarzet met een schone Windows-installatie, een vaste netwerkplek en een vast intern ip-adres. Daarna richt je Jellyfin in als mediaserver met bibliotheken, gebruikers en apps voor tv en telefoon. Ook stel je Syncthing in als 'private cloud' waarmee je bestanden direct tussen je eigen apparaten synchroniseert. Tot slot laten we zien hoe je beide ook op je mobiel gebruikt, eventueel buiten je thuisnetwerk, en welke instellingen helpen om snelheid, opslag en veiligheid in balans te houden.

Lees ook: Nieuwe laptop kopen? Zo kies je een laptop die jaren meegaat

Voorbereiding

Voor je begint, is het verstandig om je (oude) computer goed voor te bereiden met een schoon besturingssysteem. Installeer bij voorkeur Windows 10 of 11 opnieuw. Dit doe je via Instellingen / Systeem / Systeemherstel, waar je PC opnieuw instellen kiest en eventueel Alles verwijderen selecteert.

Update daarna het systeem via Instellingen / Windows Update / Naar updates zoeken en controleer ook of alle drivers up-to-date zijn. Dit kan handmatig door met rechts op de Windows-startknop te klikken, Apparaatbeheer te openen, met rechts op een apparaat te klikken en Stuurprogramma bijwerken te kiezen. Je kunt eventueel tijdelijk de gratis tool Driver Booster (let wel op voor extra software) installeren om snel verouderde drivers te detecteren, al raden we wel aan om ze handmatig te downloaden (van de websites van de fabrikant).

Plaats je pc liefst dicht bij de router of zeker op een plek met een stabiele verbinding, bij voorkeur via een ethernetkabel. Geef je computer ook een vast intern ip-adres, zodat het niet telkens wijzigt. Dit kun je instellen via Instellingen / Netwerk en internet: kies Ethernet (of Wi-Fi, en klik daarna op het juiste netwerk) en klik bij IP-toewijzing op Bewerken, waarna je Handmatig kiest en geschikte waarden invult.

Controleer bovendien of er genoeg opslagruimte beschikbaar is, zeker als je grote mediabestanden wilt bewaren. Schakel ten slotte energiebesparende slaapstanden uit wanneer de server continu actief moet blijven. Open Instellingen / Systeem / Aan/uit en zet alle opties bij Time-outs voor scherm, slaapstand en sluimerstand op Nooit.

Driver Booster: een snelle manier om verouderde drivers op te sporen - maar het downloaden doe je van die drivers doe je bij voorkeur zelf, vanaf de website van de fabrikant.

Jellyfin installeren

We starten met een wat complexere installatie, deze van mediaserver Jellyfin. Hiermee bouw je een Netflix-achtige omgeving voor films, series en muziek. De server biedt vrijwel alle functies van een modern mediacenter, van metadata en transcodering tot streaming met ondersteuning voor meerdere gebruikers, zonder beperkingen of betaalde upgrades. Op https://demo.jellyfin.org kun je een online demo bekijken.

Spreekt dit je aan, dan kun je meteen aan de installatie beginnen. Download de serversoftware via https://jellyfin.org/downloads/windows, klik op AMD64 en haal het bijbehorende exe-bestand op. Installeer het met een dubbelklik. Tijdens de setup kies je bij voorkeur Basic Install (Recommended) om toegangsproblemen bij mappen te vermijden. Bevestig met Next (twee keer) en kies een lege installatie- en datamap. Klik opnieuw op Next (twee keer) en sluit af met Install en daarna Close.

Je kunt de server nu starten via het Windows-startmenu (Jellyfin Tray App) of via het bureaubladpictogram. In het Windows-systeemvak verschijnt dan het bijbehorende pictogram. Klik er met rechts op om de server te starten, te stoppen, te openen of om de logs te bekijken. Plaats hier een vinkje bij Autostart. Je kunt de server ook 'handmatig' openen door in je browser het adres http://localhost:8096 in te voeren.

Een Basic Install is de aanbevolen optie (om machtigingsproblemen te vermijden).

Jellyfin: basisconfiguratie

Bij de eerste keer opstarten verschijnt een instelgids. Vul een korte servernaam in en kies de weergavetaal, bijvoorbeeld Nederlands. Klik op Volgende en maak een beheeraccount aan met een gebruikersnaam en wachtwoord (twee keer). Klik nogmaals op Volgende om je mediabibliotheken te beheren.

Klik op Mediabibliotheek toevoegen, kies het gewenste inhoudstype, zoals Films, Muziek, Series of Homevideo's en foto's, en geef een weergavenaam op. Klik daarna op het plusje bij Mappen en selecteer een of meer mediamappen voor deze bibliotheek. Je kunt ook verwijzen naar gedeelde netwerkmappen via het UNC-pad, zoals \\nas\media.

Bevestig met OK om de bibliotheek aan te maken. Op dezelfde manier kun je vervolgens extra mediabibliotheken toevoegen.

Kies een passend inhoudstype voor je mediabibliotheken.

Jellyfin: bibliotheekinstellingen

Klik nu eerst op het knopje met de drie puntjes bij een toegevoegde bibliotheek. Naast voor de hand liggende opties als Hernoemen en Verwijderen vind je hier onder meer ook Bibliotheek beheren, met instellingen die deels afhangen van het gekozen inhoudstype. Sommige, zoals Voorkeurstaal voor downloads, spreken voor zich, maar een optie als Ingesloten titels boven bestandsnamen verkiezen vraagt wellicht enige toelichting. Deze is namelijk vooral handig als de bestandsnamen van je media de inhoud niet duidelijk weergeven.

Een andere optie is nog Nfo bij Metadata-opslag: activeer deze als je wilt dat Jellyfin de metadata en afbeeldingen opslaat in de mediamappen zelf in plaats van in de programmamap. Bij films kun je bovendien bepalen van welke diensten afbeeldingen mogen worden gedownload en of deze in de mediamappen bewaard moeten blijven. Er zijn verder opties voor het tonen van hoofdstukafbeeldingen en het zogeheten trickplay, wat bijvoorbeeld handig is tijdens het spoelen, maar wel meer rekenkracht vergt.

Afhankelijk van het inhoudstype zijn er best veel opties voor je bibliotheek.

Jellyfin: gebruikersbeheer

Terug in het venster met je bibliotheken klik je op Volgende en stel je de voorkeurstaal (Dutch; Flemish) en regio in (Netherlands of Belgium). In het volgende scherm laat je het vinkje staan bij Externe verbindingen met deze server toestaan als je ook buiten je netwerk toegang wilt tot je mediaserver. Rond af met Voltooien en meld je aan.

Via de knop linksboven kun je diverse instellingen aanpassen. Open Controlepaneel voor allerlei technische informatie over je serverinstallatie. Bij Gebruikers kun je anderen, bijvoorbeeld gezinsleden, toegang geven tot Jellyfin. Klik op de plusknop, vul een naam en wachtwoord in en bepaal tot welke mediabibliotheken de gebruiker toegang heeft. Klik op het knopje met de drie puntjes naast een gebruiker en kies Gebruiker bewerken om de machtigingen nauwkeurig aan te passen. Het tabblad Ouderlijk toezicht is daarbij handig voor kinderen.

Je legt haarfijn vast wat welke gebruikers (niet) mogen doen.

Jellyfin: extra opties

In het menu vind je nog een paar nuttige opties. Bij Afspelen / Transcoderen kun je hardwareversnelling inschakelen als je systeem dit ondersteunt. Onder Afspelen / Streamen kun je een bitsnelheidslimiet instellen om te voorkomen dat apparaten buiten je netwerk je uploadverbinding te zwaar belasten. Bij Geavanceerd / Netwerken staan diverse instellingen voor een optimale netwerkconfiguratie. Je kunt hier het poortnummer aanpassen waarop Jellyfin draait (standaard 8096 voor http en 8920 voor https), https activeren als er een certificaat beschikbaar is en bepalen welke apparaten of netwerken extern toegang krijgen tot je server. Bevestig alle aanpassingen onderaan met Opslaan.

Verder is er het onderdeel Plug-ins, waarmee je Jellyfin eenvoudig uitbreidt. Standaard zijn enkele plug-ins al aanwezig, maar via Alle vind je er nog zo'n dertig, zoals Open Subtitles en LrcLib Lyrics. Doorgaans volstaat het een plug-in te openen en op Installeren te klikken. Na een herstart verschijnt deze bij de geïnstalleerde plug-ins en kun je deze via Instellingen verder configureren.

Jellyfin laat zich handig uitbreiden met meer dan 30 plug-ins.

Jellyfin: client-verbinding

Om je mediabibliotheken via een ander apparaat te benaderen, kun je een browser gebruiken met het adres http://<interne-ip-adres-server>:<serverpoort>, zoals http://192.168.0.138:8096. Open daarna een bibliotheek en kies wat je wilt afspelen. Je kunt dit ook anders doen: op www.jellyfin.org vind je namelijk verschillende client-apps voor smart-tv's, mediaspelers als Google Cast en Apple TV, en desktop- en mobiele apps voor onder meer Android, iOS en iPadOS.

We nemen de Jellyfin-app uit de Android Play Store als voorbeeld. Installeer de app en start deze op. Bevindt jouw Android-toestel zich in hetzelfde netwerk als de Jellyfin-server, tik dan op Server kiezen en selecteer de juiste server. Je kunt natuurlijk ook handmatig het (interne) ip-adres of de hostnaam van de server met de netwerkpoort invoeren.

Na een succesvolle aanmelding heb je toegang tot je gedeelde media. Via het pictogram Afspelen op kun je de inhoud ook streamen naar onder meer een Google Chromecast.

Jellyfin heeft clients voor uiteenlopende platformen (hier: Android).
View post on TikTok

Syncthing: wat en hoe?

Wil je, bijvoorbeeld om privacyredenen, je data liever niet via cloudproviders synchroniseren, dan kun je dat doen binnen je eigen 'private cloud' met Syncthing. Je koppelt bijvoorbeeld je pc, laptop en NAS rechtstreeks via een beveiligde verbinding.

De tool werkt via peer-to-peer-synchronisatie: elk apparaat draait dezelfde software en communiceert via versleutelde verbindingen. Na het koppelen van apparaten met een unieke ID en het delen van een map zorgt Syncthing dat alle wijzigingen in realtime worden overgezet, zonder tussenkomst van externe servers of cloudaccounts. Alleen als een directe verbinding uitzonderlijk niet lukt, ondanks geavanceerde NAT-traversaltechnieken, schakelt Syncthing over op publieke relayservers. Je data blijven ook dan nog steeds end-to-end versleuteld en worden niet opgeslagen op die servers.

Syncthing installeren

Ga naar www.syncthing.net en klik op Syncthing Windows Setup of bezoek rechtstreeks www.github.com/Bill-Stewart/SyncthingWindowsSetup. Klik daar op Latest en download syncthing-windows-setup.exe. Start het met een dubbelklik. Klik op Next (twee keer) en kies een geschikte, lege installatiemap. Klik opnieuw op Next (twee keer) en laat de standaardinstellingen staan, tenzij je bijvoorbeeld de standaardpoort 8384 van de service wilt wijzigen. Klik nogmaals op Next en laat de vinkjes staan zodat Syncthing automatisch met Windows opstart. Bevestig met Installeren en vervolgens met Ja om de firewallregels toe te voegen. Sluit af met Finish en open je browser op het adres http://localhost:8384.

Je kunt de basisinstellingen in principe ongemoeid laten.

Syncthing: basisconfiguratie

Je komt nu in het Syncthing-dashboard met enkele gebruiksstatistieken. Open eerst Acties / Instellingen en ga naar het tabblad GUI om veiligheidshalve een gebruikersnaam en wachtwoord in te stellen voor toegang tot het dashboard. Bevestig met Opslaan en meld je aan.

Ga daarna opnieuw naar Instellingen en open het tabblad Verbindingen. Hier kun je onder meer de download- en uploadsnelheid beperken. Je laat hier bij voorkeur de opties NAT traversal inschakelen, Relaying inschakelen, Globale detectie en Lokale detectie aangevinkt staan. Bevestig opnieuw met Opslaan.

In het hoofdvenster klik je vervolgens op +Map toevoegen. Geef een naam op bij Maplabel, kies een (hoofdlettergevoelig) Map-ID en vul bij Maplocatie het volledige pad in, bijvoorbeeld C:\Gegevens. Klik op Opslaan. Bij de toegevoegde map kun je vervolgens detailinformatie bekijken, de map (opnieuw) scannen, bewerken of verwijderen.

De eerste map is klaar om via Syncthing gedeeld te worden.

Syncthing: client-verbinding

Nu moet je Syncthing nog vertellen met welke apparaten je de map wilt delen voor synchronisatie. Daarvoor heb je minstens één extra apparaat nodig. Clients bestaan voor verschillende platformen; voor iOS kun je Möbius Sync gebruiken.

We nemen Android als voorbeeld, met de app Syncthing-Fork uit de Play Store. Tik tijdens de eerste setup op Machtiging verlenen en activeer de gevraagde rechten voor datadeling, batterij-optimalisatie, locatie en meldingen.

In het hoofdvenster van Syncthing-Fork open je het tabblad Apparaten en tik je op de plusknop. Als server en client zich in hetzelfde netwerk bevinden, wordt het apparaat-ID van je server meestal automatisch gedetecteerd. Zo niet, open dan op je serverdashboard Acties / ID weergeven en vul het getoonde ID handmatig in of scan de QR-code. Geef op de client een apparaatnaam op en bevestig met het vinkicoontje.

Herhaal dit op je server door in het hoofdvenster op de groene knop +Apparaat toevoegen te klikken en het juiste apparaat-ID van het clienttoestel in te voeren. Bevestig met Opslaan.

Open daarna op je server de gedeelde map, kies Bewerken, ga naar het tabblad Delen, vink het clienttoestel aan en bevestig met Opslaan. Accepteer de meldingen om de synchronisatie te starten en kies op je client welke map voor downloads wordt gebruikt.

De synchronisatie tussen beide apparaten is gelukt.

Externe connectie

Omdat Syncthing gebruikmaakt van NAT-traversaltechnieken en relayservers, kun je de server ook via internet bereiken. In je client-app geef je dan eventueel nog aan dat Syncthing via een mobiele dataverbinding mag werken, via Instellingen / Uitvoervoorwaarden.

Bij Jellyfin en veel andere thuisservers komt er helaas wat meer kijken om externe verbindingen mogelijk te maken. Je moet dit niet alleen in de server toestaan, maar ook op netwerk- en routerniveau instellen. In je router kun je bijvoorbeeld een poortdoorverwijzing (Port Forward of ook wel Virtual Server) maken naar het interne ip-adres van je server, eventueel met een andere poort. Zo kun je ook poort 80 koppelen aan <internet-ip-adres-jellyfin-server>:8096, zodat externe gebruikers poort 8096 niet hoeven te onthouden.

Maak bij voorkeur ook een gratis dynamische DNS-naam aan, zodat je netwerk bereikbaar blijft, zelfs bij een wisselend ip-adres, bijvoorbeeld via een ddns-provider als Dynu. Met de bijbehorende updater-tool houd je deze koppeling actief.

Nog betrouwbaardere, maar technisch complexere alternatieven zijn een VPN (eventueel Tailscale op basis van WireGuard) of een Cloudflare Tunnel.